CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

17 Regiovisie Beschermd Wonen (3 bijlage Regiovisie)

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot instemming met de regiovisie Beschermd wonen regio Hart van Brabant.9.845 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

REGIOVISIE BESCHERMD WONEN REGIO HART VAN BRABANT

Oktober 2021

1. INLEIDING

De inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de organisatie van Beschermd Wonen (BW) wordt per 1 januari 2022 gedecentraliseerd van de huidige 43 centrumgemeenten naar alle gemeenten van Nederland. De financiële decentralisatie vindt per 1 januari 2023 gefaseerd plaats. Dat betekent een forse veranderopgave. Leidend hierbij is het advies van de Commissie Dannenberg over de toekomstige aanpak van BW met de titel ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. De kern van het advies betekent een ‘normalisatie’ van het BW en het vergroten van kansen op participatie: - Mensen die zijn aangewezen op beschermde woonvormen komen meer dan nu het geval is zo zelfstandig mogelijk in de wijk te wonen. - Het op- en afschalen van zorg en ondersteuning moet vanzelfsprekender worden. - Een soepele overgang tussen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang wordt bevorderd. Dat is volgens de Commissie mogelijk als gemeenten in hun lokale ondersteuningsstructuur beschikken over een breed palet aan producten en voorzieningen: van lichte vormen van begeleiding tot zware vormen van opvang. De 9 gemeenten van Hart van Brabant (hierna HvB)12 hebben besloten om – op basis van het advies van de Commissie Dannenberg – samen te werken om deze decentralisatie zorgvuldig vorm te geven. Hiertoe is in 2018 een spoorboekje door de gemeenten vastgesteld.

Belangrijke keuze hierin is de integrale benadering van het sociale domein. Het anders organiseren van ondersteuning is daarbij een opgave die gemeenten niet alleen kunnen en willen realiseren. Er wordt daarom in de regio HvB nauw samengewerkt met alle betrokken partijen / stakeholders om de schouders onder de maatschappelijke opgave te zetten. In het spoorboekje is rekening gehouden met het feit dat de Maatschappelijke Opvang (MO) gelijktijdig met BW gedecentraliseerd zou worden. Landelijk is echter afgesproken om MO nog vier jaar (t/m 2025) onder de verantwoordelijkheid van de centrumgemeenten te laten vallen. In 2020 is landelijk de Norm voor Opdrachtgeverschap BW (NvO) vastgesteld (zie hoofdstuk 9 voor de eisen en de vertaalslag naar Hart van Brabant). Concreet betekent dit dat elke regio voor 1 januari 2022 regionale samenwerkingsafspraken conform de NvO moet hebben vastgesteld en de governance op een goede manier moet hebben georganiseerd. Voor de regio HvB houdt dit in dat eind augustus 2021 de concept-regiovisie gereed moest zijn (gelet op de ambtelijke en bestuurlijke bespreking en de advisering van de sociale adviesraden).

Geconstateerd is dat er op dat moment nog steeds geen expliciete duidelijkheid is vanuit het Rijk over een aantal essentiële bouwstenen, namelijk het nieuwe financiële verdeelmodel, de uitname naar de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en het woonplaatsbeginsel. Dit dilemma is voorgelegd aan het regionaal portefeuillehoudersoverleg maatschappelijke ontwikkeling (PoHo MO) op 15 juli 2021. Door de portefeuillehouders is voor twee sporen gekozen, namelijk: 1. Een regiovisie opstellen waarin de richtinggevende kaders worden beschreven en uitgewerkt. 2. De inhoudelijke uitwerking van de hierboven geconstateerde bouwstenen / onzekerheden op een later moment (in 2022) aan de gemeenteraden voor te leggen. Deze regiovisie bevat regionale afspraken op hoofdlijnen. De uitwerking de komende jaren vindt plaats op regionaal en lokaal niveau, met het oog op 1 2

Dongen, Gilze-Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk De gemeente Baarle Nassau en Alphen Chaam hebben het voornemen uitgesproken om toe te willen treden tot de regio Hart van Brabant. Hierbij wordt uitgegaan van formalisatie per 1 januari 2023.

2

aansluiting bij de couleur locale. Gelet op het feit dat de MO nog 4 jaar bij de centrumgemeente blijft, is de focus in deze regiovisie op BW gelegd. Om de regiovisie compact en leesbaar te houden, is gekozen voor een weergave op hoofdlijnen en het komen tot de essentie. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar bijlagen of kan informatie op verzoek verstrekt worden. De hoofdstukindeling is als volgt: - Hoofdstuk 2: samenvatting van de voorstellen - Hoofdstuk 3: wat wordt verstaan onder Beschermd Wonen - Hoofdstuk 4: het landelijk kader - Hoofdstuk 5: wat heeft de regio Hart van Brabant tot nu toe gedaan - Hoofdstuk 6: kaders en analyse Hart van Brabant - Hoofdstuk 7: voorstellen voor de regio Hart van Brabant - Hoofdstuk 8: financiën - Hoofdstuk 9: vertaalslag Norm voor Opdrachtgeverschap naar aanpak regio Hart van Brabant - Bijlagen

3

2. SAMENVATTING VOORSTELLEN

Dit hoofdstuk bevat een samenvatting van de voorstellen die in het vervolg van deze notitie onderbouwd en uitgewerkt worden. Vanuit de kaderstellende verantwoordelijkheid wordt aan de gemeenteraden van de regio HvB voorgesteld hiermee in te stemmen. 1. De regio HvB gaat voor BW uit van de volgende algemene kaders: a. Mensen dienen zoveel als mogelijk in de eigen omgeving te kunnen blijven wonen met de juiste ondersteuning en toezicht (in nabijheid en beschikbaar). b. De principes van de Commissie Dannenberg zijn leidend. c. Woonvormen zullen nodig blijven waar een 24/7 begeleiding in de directe nabijheid aanwezig is. 2. De regio HvB gaat uit van de volgende aanvullende kaders: a. Het algemene uitgangspunt van de Wmo ‘lokaal wat lokaal kan, regionaal wanneer het meerwaarde heeft’ is van toepassing op BW b. De client staat centraal (inclusief het sociale netwerk) c. Randvoorwaarden zijn: - grip door middel van sturingsrapportages. - financiële beheersbaarheid. - goede organisatie van kwaliteit, toezicht en handhaving. - heldere communicatie. - spreiding over de regio. - draagvlak en draagkracht in wijken / kernen. 3. De gemeenten in de regio HvB spreken af de komende drie jaar (2022, 2023 en 2024) samen te blijven werken in het organiseren van de ondersteuning BW. Dit houdt het volgende in: a.

De gemeenten in de regio HvB kopen BW per ingang van 1 juli 2022 gezamenlijk in voor een looptijd van vier jaar. Hiermee wordt beoogd om het aanbod nog beter op elkaar af te stemmen met enerzijds meer sturing op samenhangende dienstverlening in verschillende velden en anderzijds het sturen op het terugdringen van de financiële tekorten. b. De gemeenten in de regio HvB kiezen voor het continueren van de regionale samenwerking van de Toegang Beschermd Wonen (TBW). c. In de regio HvB is per eind 2021 het regionaal matchingspunt operationeel waar een client ondersteund wordt in het vinden van een passende woning in een passende omgeving omringd met de juiste begeleiding. d. De gemeenten in de regio HvB zorgen ervoor dat er voldoende woningen beschikbaar zijn voor mensen die uitstromen uit BW, MO en intramurale jeugdzorg. Uitgangspunt is een regionale spreiding van uitstromende cliënten waarbij het inwoneraantal van gemeenten de 4

grondslag vormt voor de verdeling over de gemeenten in de regio. Bestuurlijk is de urgentie uitgesproken om hier zo snel als mogelijk mee aan de slag te gaan. e. De gemeenten in de regio HvB spreken af om in de eerste twee jaar van de financiële doordecentralisatie BW (2023 en 2024) alles nog bij het oude te laten zoals dat nu geregeld is vanuit de centrumgemeente constructie. Dat betekent dat alle budgetten bij elkaar worden gelegd en dat hiermee de volledige uitvoering van BW wordt bekostigd. Van het eventuele overschot wordt een nog nader te bepalen percentage afgeroomd voor innovatie. f.

De gemeenten in de regio HvB spreken af om de huidige samenwerking met de gemeente Tilburg als centrumgemeente te continueren. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de bestaande expertise van de centrumgemeente en wordt ruimte en rust gecreëerd om de decentralisatie als regio zorgvuldig vorm te geven.

g. De gemeenten in de regio HvB onderzoeken de mogelijkheid om het toezicht voor BW, Wmo-Begeleiding en Jeugdhulp regionaal te organiseren. 4. De gemeenten in de regio HvB spreken af om op het moment dat er expliciete duidelijkheid is over de geconstateerde onzekerheden (financieel verdeelmodel, uitname WLZ, woonplaatsbeginsel e.d.) een apart voorstel wordt opgesteld dat in 2022 ter vaststelling aan de gemeenteraden zal worden voorgelegd.

5

3. Wat wordt verstaan onder Beschermd Wonen

a. Wat is Beschermd Wonen? 3 Het wonen in een accommodatie (zelfstandig of binnen een instelling) waarmee een veilige leefomgeving wordt geboden met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Er is sprake van onplanbare zorg, die bereikbaarheid van 7 x 24 uur zorg nodig maakt. Deze ondersteuning is van tijdelijke aard en gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en sociaal functioneren, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de inwoner of anderen. b. Voor wie is het bedoeld? Beschermd wonen is bestemd voor inwoners vanaf 16 jaar, met beperkt psychisch/psychosociaal functioneren en/of beperkt intellectueel functioneren. Deze inwoners zijn (tijdelijk) niet in staat om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Door de problematiek is de zorg niet planbaar. Op de website van de regio HvB is meer informatie te vinden voor welke doelgroepen BW wel is bedoeld en voor welke niet. c. Onderscheid Beschermd Wonen, Wmo-begeleiding en Maatschappelijke Opvang Wanneer iemand van beschermd wonen uitstroomt naar een zelfstandige woning en alleen nog maar gebruik maakt van begeleiding, en waar onplanbare zorg geen noodzaak meer is, dan valt deze ondersteuning onder Wmo-begeleiding. Daarmee is Wmo-begeleiding voorliggend aan BW.

Wmo-begeleiding wordt gefinancierd door de (lokale) gemeente waar men naar uitstroomt. De Maatschappelijke Opvang is een tijdelijk verblijf voor mensen zonder dak boven hun hoofd, gekoppeld aan zorg en begeleiding en/of het verhelpen van een crisis. In de regio HvB wordt dit Vangnet en Doorgeleiding genoemd.

d. Wat is de wettelijke basis nu en straks? Gemeenten moeten ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wmo. Officieel heet deze wet Wmo 2015. De hiervoor opgenomen definitie van BW is de klassieke en wettelijk geldende uitleg. Met de Wmo wordt echter een integrale benadering voorgestaan, met een glijdende schaal van maatwerk. Dit blijkt ook uit de ervaringen van centrumgemeente Tilburg van de afgelopen jaren: er is sprake van substitutie van BW naar Wmo-begeleiding. Het advies van de Commissie Dannenberg versterkt dit. Met de doordecentralisatie van BW naar alle gemeenten wordt de mogelijkheid geboden de te decentraliseren budgetten niet alleen in te zetten conform de definitie zoals hierboven maar ook voor een breed palet aan voorzieningen (zie ook hoofdstuk 1 Inleiding en hoofdstuk 7). Dit in het belang van inwoners en de financiële beheersbaarheid door gemeenten.

3

artikel 1.1.1 Wmo 2015

6

4. Het landelijk kader

a. Algemene Beschrijving Landelijk is de ambitie uitgesproken dat iedereen de ruimte moet krijgen om zichzelf te ontwikkelen en op eigen wijze mee te kunnen doen in de samenleving. Een klein deel van de mensen is voor een kortere of langere termijn aangewezen op een vorm van ondersteuning of begeleiding. Zij hebben moeite om een zelfstandig bestaan op te bouwen en te behouden. Dit zijn de mensen die in de praktijk een beroep (kunnen) doen op Wmo-begeleiding, BW en / of MO. Geconstateerd is dat deze begeleiding en ondersteuning in veel gevallen beter zou kunnen. In 2016 is een advies uitgebracht over de toekomst van BW. Deze visie, ook wel de visie Dannenberg genoemd, gaat er vanuit dat gemeenten en andere partijen toewerken naar sociale inclusie voor iedereen. Dit houdt in dat begeleiding en ondersteuning zoveel mogelijk in passende woonvormen en wijken (in de sociale omgeving van mensen) moet gebeuren en dat het gericht moet zijn op herstel en zelfredzaamheid. De Commissie Dannenberg heeft de verwachting uitgesproken dat in de toekomst: - 1/3de van de huidige populatie BW kan uitstromen naar de wijk of het dorp met ambulante begeleiding; - 1/3de langdurig ondersteuning nodig houdt (te denken valt aan voorzieningen zoals gespikkeld wonen, prikkelarm wonen, e.d.); - 1/3de permanent in de beschermde omgeving zal blijven wonen.

Om dit voor elkaar te krijgen is het van belang dat gemeenten de instrumenten in handen krijgen om dit op een goede manier te organiseren, namelijk zo dicht mogelijk bij de inwoner. Dit heeft geleid tot het voornemen van het Rijk om de inhoudelijke verantwoordelijkheden voor BW per 1 januari 2022 en de financiële verantwoordelijkheid per 1 januari 2023 door te decentraliseren van de 43 centrumgemeenten naar alle gemeenten in Nederland. De Commissie Dannenberg heeft aangegeven dat gezien de complexiteit van de opgave 15 jaar nodig is om de verschuiving van BW naar Beschermd Thuis op een zorgvuldige en beheerste manier te kunnen realiseren. Maatschappelijke Opvang blijft in ieder geval de komende vier jaar (t/m 2025) onder de verantwoordelijkheid van de centrumgemeenten vallen (voor HvB is dat Tilburg). b. Leidende principes volgens Dannenberg -

Versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg. Garanderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit. Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie. Een breed arsenaal van woonvarianten. Beschikbare en betaalbare wooneenheden. Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties. Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars. Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning.

7

Voor een nadere kennismaking met de doelgroep begeleid- en beschermd wonen wordt verwezen naar het VNG-rapport ‘eindelijk normaal wonen, wat een feest’ (acht interviews over herstellen en erbij horen).4

c. Norm voor Opdrachtgeverschap In juni 2020 is de algemene ledenvergadering van de VNG akkoord gegaan met de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) Beschermd Wonen. In de NvO is opgenomen dat door gemeenten in 2021 een regiovisie moet worden opgesteld die in de gemeenteraden wordt vastgesteld. Doel van de NvO is om een duurzame beweging in gang te zetten om kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp te borgen en de administratieve lasten te verminderen. In hoofdstuk 9 is de verdere uitwerking van de eisen uit de NvO opgenomen.

d. Uitname Wet Langdurige Zorg Vanaf 1 januari 2021 is de WLZ (Wet Langdurige Zorg) opengesteld voor mensen met een psychische beperking in BW, waarbij herstel niet of nauwelijks aan de orde is. Het jaar 2020 stond in het teken van de indicaties voor de WLZ. Deze exercitie is nog niet afgerond. Dit heeft geleid tot een landelijke regeling om de huidige indicaties te verlengen tot 1 juli 2021. In het derde kwartaal van 2021 moet meer duidelijk worden over het aantal cliënten dat overgaat. De financiële implicaties worden in het najaar van 2021 verwacht. Uitgaande van de huidige cijfers zal ongeveer 30% van de huidige BW-cliënten in HvB overgaan naar de WLZ (en dus niet meer gefinancierd worden via BW / de Wmo, lees gemeenten; of wel de 1/3de die volgens de commissie Dannenberg permanent in de beschermde omgeving zal blijven wonen). Dit heeft consequenties voor zowel cliënten als gemeenten. In de rijksuitkering 2021 voor BW is al rekening gehouden met een correctie vanwege de uitname WLZ (zie hoofdstuk 8). Meer exacte duiding van de financiële implicaties wordt in het najaar van 2021 vanuit het Rijk verwacht.

e. Invoering woonplaatsbeginsel per 1 januari 2023 Per 1 januari 2023 wordt het woonplaatsbeginsel BW ingevoerd. Dat houdt in dat de gemeente van herkomst financieel verantwoordelijk is voor de inwoners die beschermd wonen. Het wetsvoorstel is gereed en ligt ter advisering bij de Raad van State. Op dit moment is nog onduidelijk hoe het advies eruit ziet en wanneer het voorstel aangeboden kan worden ter goedkeuring. In de regio Hart van Brabant is wel bekend welke inwoners van buiten de regio afkomstig zijn maar niet welke in andere regio’s zijn gaan wonen. Dit kan belangrijke financiële implicaties geven voor HvB (zie hoofdstuk 8 voor meer informatie).

4

Eindelijk normaal wonen, wat een feest

8

5. Wat heeft de Regio Hart van Brabant tot nu toe gedaan

De negen gemeenten van HvB hebben besloten samen op te trekken in het kader van de decentralisatie BW, waarbij als ontwikkelperspectief is aangegeven om van het begin af aan de verbinding te maken met MO, preventieve GGZ en preventieve Verslavingszorg (exclusief Heusden) en het bredere sociale domein. De behoefte is uitgesproken om de landelijke ontwikkelingen niet af te wachten maar hiermee proactief aan de slag te gaan. Dit gelet op de transformatie die deze opgave vraagt, de kansen maar ook de inhoudelijke en financiële complexiteit, de relatie tussen de regionale inzet en de lokale inbedding, als ook de benodigde tijd om de implementatie goed te kunnen borgen. Op grond hiervan is de afgelopen jaren is in nauwe samenwerking met (vertegenwoordigers van) cliënten en samenwerkingspartners gewerkt aan een vertaalslag van het advies van de Commissie Dannenberg voor HvB. In bijlage 2 wordt in hoofdlijnen stilgestaan bij de resultaten hiervan.

9

6. Kaders en analyse HvB

Omdat BW niet als geïsoleerde opgave maar door de regio HvB als samenhangend onderdeel van het gemeentelijke sociale domein benaderd wordt en er daarvoor al kaders zijn vastgesteld, is het van belang vanuit dat vertrekpunt naar de toekomst te kijken. Welke kaders zijn er al, welke randvoorwaarden zijn belangrijk en welke analyse kan op grond van de afgelopen jaren gemaakt worden. a. Algemene kaders sociaal domein HvB In het sociaal domein wordt uitgegaan van het principe van meedoen en het centraal stellen van de leefwereld van de inwoners. Er zijn in de regio HvB vier leidende principes geformuleerd voor een integraal en preventief sociaal domein5: - Meedoen: iedereen doet volwaardig mee. Normaliseren in plaats van problematiseren. Bij een ondersteuningsvraag stimuleren we de eigen kracht en mogelijkheden van mensen en de inzet van hun eigen netwerk. - De ondersteuningsbehoefte van de inwoner is leidend. Resultaatgerichte ondersteuning op basis van individueel maatwerk, waarbij de focus ligt op de persoon en niet op de diagnose. Het vertrouwen in de professionals is hier fundamenteel. Zij zijn het beste in staat om deze afweging te maken. Dit vertrouwen gaat gepaard met de verantwoordelijkheid voor het resultaat voor de inwoner. - Eén huishouden, één plan, één coördinator en ook één budget.

De toegang stelt samen met de klant/het gezin een plan van aanpak op en legt vast welke resultaten behaald moeten worden. - De veiligheid (van inwoners) vormt altijd de ondergrens. Alle betrokkenen hebben een rol in actieve signalering en grijpen snel in bij (een vermoeden van) een onveilige situatie en/of overlast. b. Specifieke kaders BW Afgeleid van bovengenoemde kaders zijn specifieke kaders voor BW opgesteld door de centrumgemeente Tilburg. Deze kaders zijn geldend voor de regio HvB en zijn tussentijds gedeeld en afgestemd met alle regiogemeenten. Nu de verantwoordelijkheid naar alle gemeenten wordt overgeheveld, dienen de kaders door de individuele gemeenten formeel onderschreven te worden. a. Mensen dienen zoveel als mogelijk in de eigen omgeving te kunnen blijven wonen met de juiste ondersteuning en toezicht (in nabijheid en beschikbaar). b. De leidende principes van de Commissie Dannenberg zijn leidend (zie hoofdstuk 4 paragraaf b). c. Woonvormen zullen nodig blijven waar een 24/7 begeleiding in de directe nabijheid aanwezig is. d. Uitgangspunt is ‘lokaal wat lokaal kan, regionaal wanneer het meerwaarde heeft’ waarbij de vastgestelde norm voor opdrachtgeverschap leidend is. e. De cliënt staat centraal (inclusief het sociale netwerk)

5

Strategische meerjarenagenda regio Hart van Brabant 2019 - 2023

10

c. Randvoorwaarden Op grond van de in hoofdstuk 5 beschreven inzet zijn er voor de decentralisatie BW de volgende randvoorwaarden benoemd: - Grip door middel van sturingsrapportages. - Financiële beheersbaarheid. - Goede organisatie van kwaliteit, toezicht en handhaving. - Heldere communicatie. - Spreiding van voorzieningen en woningen over de regio. - Draagvlak en draagkracht in wijken en kernen.

d. Analyse In het PoHo MO van HvB is vastgesteld dat in de decentralisatie BW en de ontwikkeling naar het meer thuis wonen inhoudelijke perspectieven leidend moet zijn. Dit standpunt kan leiden tot een spanningsveld tussen idealisme en realisme. Enerzijds het idealisme om vanuit de inhoud redenerend te komen tot keuzes die recht doen aan de wens en behoefte van de cliënten maar anderzijds ook het belang om de risico’s voor alle partijen inzichtelijk te hebben. Van het begin af aan is geconstateerd dat BW een sterke verwevenheid heeft met MO maar ook met Wmobegeleiding en daarmee de financiering. Vanuit haar rol als centrumgemeente heeft Tilburg benadrukt dat BW niet geïsoleerd moet worden opgepakt maar in samenhang met de andere centrumgemeentetaken en ook Wmo-begeleiding (de regiogemeenten hebben dit ook onderschreven). Door de gemeente Tilburg is de afgelopen jaren het overschot op het budget BW gebruikt om tekorten op andere domeinen (waaronder Maatschappelijke Opvang, Vrouwenopvang en Wmo-begeleiding) te dekken. Doordat het merendeel van de BW en MO voorzieningen in Tilburg gesitueerd zijn, vindt daar ook voor een groot deel de uitstroom plaats. Het in de eigen omgeving kunnen blijven wonen vraagt om meer spreiding van de voorzieningen over de regio maar ook het hebben van voldoende beschikbare woningen om zelfstandig te kunnen wonen.

Bestuurlijk is in het PoHo MO afgesproken om elkaar zeker in de eerste jaren van de decentralisatie ‘vast te houden’ en ervoor te zorgen dat er geen inwoners tussen wal en schip raken en dat de risico’s voor de individuele gemeenten zo klein mogelijk gehouden worden. Een en ander is uitgewerkt in de hierna volgende hoofdstukken.

11

7. Voorstellen voor de regio Hart van Brabant

In dit hoofdstuk worden de kaderstellende en richtinggevende (ontwikkel)lijnen voor de komende jaren beschreven. Dit zijn de opgaven die de komende jaren in samenwerking moeten worden uitgewerkt. De commissie Dannenberg heeft gesteld dat het wel 15 jaar kan duren voordat de verschuiving naar het meer thuis wonen volledig is afgerond. Het is daarbij van belang dat de voorstellen niet ‘in beton gegoten zijn’ maar dat er ruimte is voor tussentijdse bijstellingen wanneer hier aanleiding voor is. a. Regionale Samenwerking Regionaal Door de regio Hart van Brabant is de afgelopen jaren nadrukkelijk gesteld dat er rekening moet worden gehouden met het landelijk uitstellen van de doordecentralisatie BW (aanvankelijk voorzien per 2020) maar dat er geen regionale ‘pas op de plaats’ moet worden gemaakt. Er is sprake van energie en vooruitgang in lijn van de commissie Dannenberg en er is draagvlak om de schouders onder de maatschappelijke opgaven te zetten. De partijen in de regio HvB zijn unaniem positief over de ontwikkelingen en de stappen die hierin worden gezet èn over de manier waarop ze hierin betrokken worden. Tevens zijn de gemeenten positief over hoe de taken met betrekking tot BW door centrumgemeente Tilburg worden opgepakt en uitgevoerd.

Bij bespreking met de gemeenten en in de regiegroep HvB is geconcludeerd dat de meerwaarde van regionale samenwerking gezocht moet worden in specialistische voorzieningen. Dit om redenen van structurele borging van expertise, het tegengaan van kwetsbaarheid e.d. Het voorstel is de regionale samenwerking op het gebied van BW te continueren. De gemeente Baarle Nassau en Alphen Chaam hebben het voornemen uitgesproken om toe te willen treden tot de regio Hart van Brabant. Hierbij wordt uitgegaan van formalisatie per 1 januari 2023, aansluitend bij de financiële doordecentralisatie. Lokaal Kijkende naar het lokale perspectief is er het besef dat de beweging van ondersteuning naar wijken en kernen kansen biedt. Er ontstaan mogelijkheden om tot vervlechting van beleid te komen. Dit bijvoorbeeld door de historisch gecreëerde scheidslijn tussen Wmo-begeleiding en Begeleid wonen BW in de toekomst minder strikt en meer integraal invulling te geven. In het overleg met de cliënten(organisaties) en de regiegroep HvB is met betrekking tot deze lokale taken herhaaldelijk gewezen op het belang dat gemeenten meer investeren in zinvolle activiteiten zoals dagbesteding (met aandacht ook voor spreiding).

Het doel is om tot meer lokale invulling te komen (door preventief beleid, door bij start van trajecten hierop in te gaan zetten, voor het in stand houden en versterken van sociale netwerken e.d.) met een toename van spreiding over de regiogemeenten. Draagkracht en draagvlak in wijken en kernen is een belangrijk uitgangspunt voor het normaliseren van BW. Vanuit de individuele gemeenten zal hier met de samenwerkende partners verder op ingezet worden. Hier worden de specifieke sterktes en zwaktes van de desbetreffende gemeente in meegewogen. Uiteraard hangt dit mede samen met de ambities van individuele gemeenten. Overigens geldt in alle gevallen dat de mogelijkheden van de cliënten hierin meegenomen worden. Bovenregionaal Goed functionerende zorg vereist bovengemeentelijke en soms bovenregionale samenwerking om de beschikbaarheid van weinig voorkomende of specialistische functies duurzaam te garanderen. De regio HvB werkt al jaren bovenregionaal samen in de B7: de zeven Brabantse 12

centrumgemeenten. Elke twee maanden vindt een bovenregionale bijeenkomst op beleidsniveau en op uitvoeringsniveau plaats. In dit overleg worden de ontwikkelingen binnen de regio besproken en wordt gebruik gemaakt van elkaars expertise. Tijdens het overleg op uitvoeringsniveau wordt op basis van solidariteit gekeken naar bovenregionale plaatsingen (en een evenredige verdeling). We kijken hierbij goed of de bovenregionale plaatsingen ongeveer evenredig verdeeld zijn over de gemeenten. Ook wanneer een lokale gemeente ogenschijnlijk geen of weinig gebruik maakt van de bovenregionale zorg, zien wij het als onze gezamenlijke verantwoordelijkheid deze functies beschikbaar te houden of te maken. b. Inkoop BW Sinds 1 januari 2015 wordt de inkoop BW voor de regio HvB vanuit de centrumgemeente Tilburg georganiseerd. In de afgelopen jaren heeft de regio Hart van Brabant via een open-house inkoop een groot aantal aanbieders voor BW gecontracteerd. Er was geen limiet gesteld aan het aantal aanbieders. Iedere partij die voldeed aan de toelatingscriteria kreeg een contract en vanaf dat moment kon er hulp geleverd worden in de regio. Ook zorgaanbieders uit de regio die voornamelijk aan inwoners met een Persoonsgebonden budget (PGB) zorg leverden waren uitgenodigd om een contract met de gemeente aan te gaan. Het totaal aantal aanbieders kwam hiermee vanaf 1 januari 2020 op 29.

De beheersbaarheid van 29 aanbieders is een uitdaging. Voor de toegang en voor het contractmanagement is het onmogelijk om voldoende zicht te hebben op de kwaliteit en de soort hulp en ondersteuning van al deze aanbieders. De huidige contracten bieden onvoldoende concrete handvatten om te kunnen sturen. Om meer grip te krijgen op de cliëntstromen en het beheersbaar houden van de kosten is in het najaar van 2020 een start gemaakt met het proces om te komen tot een nieuwe gezamenlijke inkoop BW in de regio HvB. De regiogemeenten zijn hierbij actief betrokken, met oog op hun nieuwe inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheden. Hiermee wordt beoogd om het aanbod beter op elkaar af te stemmen met meer sturing op samenhangende dienstverlening in verschillende velden en op het terugdringen van de financiële tekorten (zie ook hoofdstuk 8). Dit heeft geleid tot het opstellen van een inkoopstrategie die in het derde kwartaal van 2021 ter instemming aan de colleges van B&W van alle regiogemeenten is voorgelegd. De ingang van de nieuwe contracten wordt voorzien per 1 juli 20226, waarbij er sprake is van een looptijd van vier jaar. Het is op dit moment nog onduidelijk hoeveel BW aanbieders er per die nieuwe datum gecontracteerd worden en welke consequenties dit heeft voor de inhoud en de financiën. Die uitwerking volgt in het vierde kwartaal van 2021.

Daarbij worden tevens afspraken gemaakt over het bedrag dat beschikbaar wordt gesteld aan de zorgaanbieders voor het leveren van de zorg. c. Regionale toegang BW Vanuit de gemeenten is er tevredenheid over de samenwerking tussen de lokale toegangen en het regionaal toegangsteam BW. De samenwerking zal de komende jaren worden gecontinueerd. Door middel van de nieuwe inkoop per 1 juli 2022 zal de rol van de toegang veranderen. De gecontracteerde zorgaanbieders krijgen meer speelruimte om herstel in te richten en op en af te schalen wanneer dat nodig is. De toegang volgt periodiek beter de voortgang van het behalen van de resultaten inclusief de stappen die gezet worden naar door- en uitstroom. Het regionale toegangsteam volgt de inwoner die beschermd woont vanuit een rol van procesregie op doorstroom en sluit pas een dossier af als deze uitgestroomd is. Hiermee wordt geborgd dat tijdig alle zaken geregeld worden die nodig zijn om zelfstandig te kunnen wonen (bijvoorbeeld het aanvragen van een uitkering). De regionale toegang gaat een centrale rol spelen in de contacten met het regionaal matchingspunt (zie punt e, hieronder) ter bevordering van het vinden van een passende woonplek voor uitstroom en het maken van de juiste afspraken rondom met name 6

Beschermd wonen wordt daarmee niet langer via Tilburg als centrumgemeente ingekocht, maar in gezamenlijkheid ingekocht door de elf gemeenten uit Hart van Brabant te weten: Goirle, Heusden, Oisterwijk, Dongen, Gilze en Rijen, Hilvarenbeek Loon op Zand, Tilburg en Waalwijk, Alphen-Chaam (per 2023), Baarle-Nassau (per 2023)

13

begeleiding voor de inwoner in zijn / haar nieuwe woonplek. Naarmate de doordecentralisatie vordert is de mogelijkheid ingericht dat gemeenten zelf de toegangsrol voor BW op zich nemen en dat daarmee het regionale toegangsteam BW als zodanig verdwijnt. Dit is een keus die nu nog niet gemaakt hoeft te worden maar afhankelijk is van de ontwikkelingen. d. Weer Thuis / beschikbaarheid voldoende woningen In het kader van het traject Weer Thuis zijn in een samenwerkingsovereenkomst van november 2020 de volgende afspraken gemaakt. Regionaal matchingspunt Door de veranderde rol van de gemeenten op gebied van BW ontstaan andere vragen en hebben de gemeenten behoefte aan andere afspraken. Door de extramuralisering neemt de uitstroom uit BW en MO toe. Woningcorporaties zien een toename van zorgaanbieders en krijgen steeds meer vragen naar woonruimte voor cliënten met (tijdelijke) begeleiding. Hierbij is er een toenemende vraag naar voorrang voor huisvesting op basis van individuele situaties waarbij tevens een ondersteuningsvraag ligt. Wat zowel de gemeenten als de corporaties missen is een overlegpunt waar de casuïstiek met elkaar besproken wordt. Waar de verdeling van deze ‘vraag’ plaatsvindt waarbij het gezamenlijke belang van, gemeente, zorgaanbieder en woningcorporatie onderwerp van gesprek is.

Eind 2020 is gestart met het vormgeven van een matchingspunt waar een cliënt ondersteund wordt in het vinden van een passende woning in een passende omgeving omringd met de juiste begeleiding. Dit wordt dan verder op lokaal niveau geconcretiserd. Dit regionaal matchingspunt zal conform planning in het najaar van 2021 operationeel zijn. Beschikbaarheid voldoende woningen Afgesproken is om in 2021 na te gaan wat er nodig is om toe te werken naar een verdeling op basis van inwoneraantallen. Opdracht is gegeven (aan onderzoeksbureau In.Fact) om onderzoek te doen naar de uitstroom uit BW, MO en intramurale jeugdhulp. Tegelijkertijd zijn gemeenten en woningcorporaties in gesprek gegaan over de nieuwe afspraken over de uitstroom. Deze gesprekken, die zowel regionaal als lokaal gevoerd zijn, hebben in combinatie met de resultaten van In.Fact geleid tot de volgende nieuwe regionale afspraken. - Er wordt toegewerkt naar een regionale spreiding van uitstromende cliënten waarbij het inwoneraantal van gemeenten de grondslag vormt voor de verdeling over de gemeenten in de regio. Bestuurlijk is de urgentie uitgesproken om hier zo snel als mogelijk mee aan de slag te gaan. In dit kader wordt een regionale bestuurlijke Task Force ingesteld (met een vertegenwoordiging vanuit de gemeenten en de woningcorporaties) met als doel om de voortgang te monitoren en indien nodig aan te jagen.

- Jaarlijks wordt de verwachte uitstroom uit de instellingen voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en intramurale jeugdhulp in beeld gebracht. Aan de hand daarvan worden de regionale afspraken over de verdeling over de gemeenten voor het komende jaar vastgesteld, met inachtneming van de afspraken over het stapsgewijs groeien naar een nieuwe verdeling. - Als er vanuit het matchingspunt een woningaanbod richting een cliënt gedaan wordt, dan wordt daarbij zoveel als mogelijk rekening gehouden met het behoefteprofiel van de cliënt. Dit behoefteprofiel wordt door de instelling en de cliënt gezamenlijk opgesteld. - Met zorginstellingen worden afspraken gemaakt over hun rol in het aansturen op een betere regionale spreiding van de uitstroom. Bijvoorbeeld door cliënten al in een vroeg stadium voor te bereiden op uitstroom naar andere gemeenten en bij het bepalen van het behoefteprofiel te sturen op de mogelijkheden die er binnen de regionale afspraken zijn om uit te stromen naar verschillende gemeenten. - Het matchingspunt monitort de uitstroom naar verschillende gemeenten. Aan het eind van elk tweede kwartaal wordt een halfjaarlijkse tussenstand aangegeven richting gemeenten, woningcorporaties en zorginstellingen. Indien nodig worden er vervolgens afspraken tussen deze drie partijen gemaakt over de plaatsing van cliënten voor de tweede helft van het jaar.

- Bij de plaatsing van cliënten door het matchingspunt wordt er rekening gehouden met de draagkracht van verschillende buurten. 14

Deze gemaakte afspraken worden opgenomen in de lokale prestatieafspraken 2022 tussen gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties. Doel is om deze uiterlijk per 15 december 2021 vast te stellen door de colleges van B&W. Palet aan voorzieningen De commissie Dannenberg heeft gesteld dat gemeenten in hun lokale ondersteuningsstructuur moeten beschikken over een breed palet aan producten en voorzieningen: van lichte vormen van begeleiding tot zware vormen van opvang. In juni 2019 is een overzicht opgesteld voor HvB van de tussenvoorzieningen (oftewel voorzieningen die kunnen voorkomen dat een beroep gedaan wordt op zwaardere voorzieningen) en nu nog ontbrekende voorzieningen. Voorbeelden van tussenvoorzieningen zijn: het respijthuis Frits in Baarle Nassau en time out voorzieningen / logeerplekken. Daarnaast zijn de volgende ontbrekende of onvoldoende georganiseerde voorzieningen benoemd: logeervoorzieningen, flexibel aanbod tussen 24 uurs intramurale en ambulante begeleiding, voldoende voorzieningen voor cliënten met complexe problematiek, geclusterd wonen met ambulante begeleiding, nieuw aanbod (zoals buurtcirkels, zorg op afstand en waakvlamindicaties), opvanglocaties voor kwetsbare mensen die niet bij de MO geplaatst kunnen worden en een vervolg op de crisisopvang.

Het doel is om te zorgen voor een passend palet aan voorzieningen in de regio HvB om de uitstroom vanuit BW en MO locaties naar Beschermd Thuis beter te laten verlopen. In het 4e kwartaal van 2021 zal een advies worden opgeleverd welke voorzieningen er op dit moment zijn en aan welke voorzieningen behoefte is op regionaal en op lokaal niveau. e. Solidariteit en governance Voortvloeiende uit de voorgaande hoofdstukken zijn in het PoHo MO de volgende conclusies getrokken. Algemeen In algemene zin wordt voorgesteld om minimaal de komende drie jaar (2022, 2023 en 2024) regionaal samen te werken in het organiseren van de ondersteuning Beschermd Wonen. De samenwerking wordt continu gemonitord en jaarlijks geëvalueerd om de samenwerkingsafspraken (indien gewenst / noodzakelijk) aan te scherpen. Op basis van deze evaluaties wordt in 2024 een besluit genomen over de governance (inclusief solidariteit) na 2024. Solidariteit Het voorstel is om in de eerste twee jaar van de financiële doordecentralisatie (2023 en 2024) alles nog bij het oude te laten zoals dat nu geregeld is vanuit de centrumgemeente constructie. Dat betekent dat alle budgetten BW bij elkaar worden gelegd en dat hiermee de volledige uitvoering van BW wordt bekostigd. Van het eventuele overschot wordt een bepaald percentage afgeroomd voor innovatie.

Het overige deel blijft dan vooralsnog bestemd voor de overige centrumgemeentelijke taken. De financiële verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente Tilburg. Anders gezegd: financiële tegenvallers ten opzichte van de rijksuitkering zijn voor rekening van Tilburg, net zoals dat geldt voor meevallers. Dit houdt tevens in dat afspraken met betrekking tot de indicatie BW LVB (Beschermd Wonen voor licht verstandelijk beperkten) met in ieder geval drie jaar moet worden verlengd. Sinds 1 januari 2020 loopt deze indicatie centraal via het toegangsteam Beschermd Wonen en wordt via de backoffice Tilburg afgehandeld. Governance In het verlengde van bovenstaande wordt voorgesteld om de huidige samenwerkingsvorm tot en met 2024 te continueren met de gemeente Tilburg als centrumgemeente. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de bestaande expertise van de centrumgemeente en wordt ruimte en rust 15

gecreëerd om de decentralisatie samen als regio verder zorgvuldig vorm te geven. f.

Maatschappelijke Opvang Het Rijk heeft besloten dat Maatschappelijke Opvang in ieder geval nog de komende vier jaar bij de centrumgemeenten blijft (in regio HvB, Tilburg). Bestuurlijk is de ambitie uitgesproken om de plannen voor de komende jaren regionaal in gezamenlijkheid te formuleren en uit te voeren. In 2020 zijn er landelijk extra middelen beschikbaar gesteld voor een regionale aanpak dakloosheid met als doel om dakloosheid te voorkomen en de doelgroep zoveel mogelijk thuis in de wijk te laten wonen (€ 1,2 miljoen voor de centrumgemeente en € 49.679 (eenmalig) per regiogemeente). Het is de eerste keer dat de regiogemeenten (de individuele gemeenten) voor dit doel budget krijgen. Dit past in de integrale / inclusieve lokale benadering om met deze doelgroep aan de slag te gaan. In 2021 is de leidraad Wonen als basis thuis in de wijk regionaal vastgesteld. Vanuit de transformatiegedachte woont de doelgroep van de Maatschappelijke Opvang zoveel mogelijk in de wijk en maakt zoveel mogelijk deel uit van het gewone maatschappelijke verkeer. Dit betekent dat de woon- en zorgbehoefte wordt vervuld in de wijk in een context van familie, vrienden, formele en informele zorg. Waar mogelijk wordt de omgeving zoveel mogelijk betrokken, hersteld en of opgebouwd en wordt zelfsturing gestimuleerd.

Door de colleges van B&W zijn in het tweede kwartaal van 2021 de volgende actiesporen vastgesteld: 1) Inzet op preventie en vroegsignalering binnen wijken en kernen en 2) aan de slag met tussenvoorzieningen en het realiseren van voldoende passende woningen. De insteek is om uit te gaan van een regionale paraplu die deels lokaal (passend binnen de actielijnen) en regionaal (voor Weer Thuis) ingezet wordt. De lokale initiatieven worden regionaal gecoördineerd om te voorkomen dat zaken dubbel worden gedaan en er van elkaar geleerd kan worden.

g. Het leren van de ombuigingsplannen / hefbomen Het college van B&W van Tilburg heeft medio 2019 ingestemd met gebundelde kansrijke ombuigingsplannen in het kader van de ontwikkeling naar Beschermd Thuis. Dit zijn plannen, pilots en experimenten die een bijdrage leveren aan de gewenste inhoudelijke en financiële ombuigingen in het sociaal domein. Vanaf medio 2019 wordt hier uitvoering aan gegeven. Het tempo is verschillend. Een aantal plannen zijn gestart (respijthuis, Evie, KOPP KVO, crisishuis) en een aantal plannen zitten nog in de initiatief- c.q. ontwikkelfase (waaronder gemengd wonen en de gekantelde buurt). Door middel van de ombuigingsplannen / hefbomen wordt mede invulling gegeven aan de ambitie om meer in te zetten op preventie en vroegsignalering, bevorderen van herstel en participatie voor mensen die uit behandeling komen en het bevorderen van acceptatie in de wijken (de-stigmatisering). Per kwartaal wordt de voortgang vanuit Tilburg gemonitord. De gemeente Tilburg financiert de plannen maar ze hebben een regionale insteek en uitwerking. Doel is om te leren vanuit de hefbomen en te komen tot structurele aanpakken. h. Toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid Het toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid BW (ZIN en PGB) gebeurt nu via centrumgemeente Tilburg en is onder gebracht bij het team fraudebestrijding Tilburg.

Het toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid Wmo-begeleiding vindt plaats via de individuele gemeenten. Ditzelfde geldt voor de jeugdhulp. De gemeenten in HvB hebben de voorkeur uitgesproken om het toezicht voor BW, Wmo-Begeleiding en Jeugdhulp regionaal te organiseren. Er wordt in 2021 een opdracht uitgewerkt om te onderzoeken welke opties er zijn voor de inrichting van regionaal toezicht in het sociaal domein (Wmo en Jeugd) en te komen tot een regionaal afgestemd scenario waarin efficiëntie en kwaliteit leidend zijn en waarin alle gemeenten van HvB zich kunnen vinden. 16

8. Financiën

a. Financieel verdeelmodel Eind 2020 is landelijk besloten om het financieel verdeelmodel BW per 1 januari 2023 in te laten gaan. Gezien de belangrijke financiële wijzigingen in de komende periode is afgesproken de budgetten voor BW tenminste nog tot het moment van evaluatie in 2025 apart zichtbaar te houden, zodat de wijzigingen transparant zijn. Daarom zal de reeds bestaande integratie-uitkering in het gemeentefonds tot in ieder geval 2025 als instrument gehanteerd worden. Op deze manier is duidelijk welk budget per regio voor BW beschikbaar is. Het financieel verdeelmodel moet (nog) worden goedgekeurd door het nieuwe kabinet. Op dit moment is onduidelijk wanneer dit nieuwe kabinet wordt geformeerd en daarmee wanneer behandeling plaats kan vinden. In oktober wordt het advies van de Raad van Openbaar Bestuur (ROB) op het financieel verdeelmodel verwacht. Daarna zal het ter consultatie worden voorgelegd aan de VNG. De vervolgplanning is op dit moment nog niet bekend. In dit hoofdstuk wordt op grond van de nu bekende gegevens inzicht gegeven in de financiële implicaties voor de regio HvB. b. Ontwikkeling aantal cliënten BW Analyse cliëntenstroom BW regio HvB 2019 en 2020

17

Het aantal cliënten BW in de regio HvB is de afgelopen jaren substantieel gestegen. Was er begin 2019 nog sprake van 775 cliënten, eind 2020 bedroeg het aantal 952 (peildatum 1 oktober 2020). Vanaf 2021 is een trendbreuk zichtbaar in de ontwikkeling van de aantallen als gevolg van de uitname WLZ. Het rijksbudget voor beschermd wonen is echter evenredig verlaagd. De verwachting is dat dit dus niets veranderd aan het beeld van een stijgende vraag naar beschermd wonen. Volgens de ervaringen van de centrumgemeente Tilburg blijft het moeilijk om een betrouwbare prognose te maken van groei of afname van het aantal mensen dat beschermd woont. Dat hangt af van factoren als: - De complexiteit van de maatschappij zorgt ervoor dat er steeds meer mensen buiten de boot vallen en daarbij terug moeten vallen op BW en MO. Ook op landelijk niveau is een stijging van het aantal cliënten zichtbaar. - De opnamecapaciteit van de GGZ neemt sterk af en wordt er van steeds meer mensen verwacht dat zij zich kunnen handhaven in hun eigen wijk/buurt. Tevens is een stijging zichtbaar van de mensen die terecht komen in de MO. - Vanaf 2020 zijn er meer aanbieders voor Beschermd Wonen gecontracteerd om de groei en de stijgende wachtlijst het hoofd te bieden en is hierbij ook aandacht voor meer capaciteit voor mensen met complexe problematiek.

- Er is het gebrek aan geschikte zelfstandige woonruimten om uitstroom mogelijk te maken. c. Ontwikkeling uitgaven BW Analyse uitgaven BW regio HvB 2018 t/m 2020

ZIN PGB Subsidie Realisatie

Jaarrekening 2017

Jaarrekening 2018

Jaarrekening 2019

€ 33.912.689 € 3.210.299 € 1.219.364 € 38.342.352

€ 37.169.094 € 2.464.567 € 1.025.132 € 40.658.793

€ 40.413.201 € 2.938.641 € € 43.351.842

Jaarrekening 2020 € 48.348.120 3.289.518 € 318.892 € 51.956.530

Bron: Vierde rapportage verdiepende inzichten geldstromen sociaal domein

In het verlengde van de toename van het aantal cliënten zijn de uitgaven BW de afgelopen jaren fors toegenomen, met een stijging van afgerond € 11 miljoen tussen 2018 en 2020.

d. Een vergelijking tussen de nu beschikbare middelen en uitgaven BW Centrumgemeente Tilburg ontving in 2020 een rijksuitkering van € 63.688.320 voor BW. De uitgaven over 2020 zijn uitgekomen op € 51.479.530. Dat betekent bij vergelijking van de inkomsten en uitkomsten van sec BW dat er over 2020 sprake was van een overschot van € 12 miljoen. Deze confrontatie is echter niet realistisch. In deze cijfers zijn namelijk de organisatiekosten niet meegenomen, noch de kosten van de investeringen ten behoeve van de transformatie. Daarnaast is al eerder geconstateerd dat centrumgemeente Tilburg voor de regio HvB drastisch toelegt op uitgaven voor het bredere sociale domein. Ter illustratie in 2020 was er sprake van € 3,9 miljoen tekort op MO / VO en € 5,9 miljoen 18

tekort op Wmo-begeleiding, rekening houdend met het feit dat er sprake is van een grote uitstroom MO/VO en Wmo-begeleiding richting Tilburg. Door de ontwikkeling van het aantal cliënten en uitgaven BW loopt het ‘overschot’ daarnaast in snel tempo verder terug (zie ook tabel onder ‘f’) Redenen waarom mede is gekozen voor het opstellen van een nieuwe inkoopstrategie die in het derde kwartaal van 2021 ter instemming aan de colleges wordt voorgelegd (zie hoofdstuk 7 paragraaf b).

e. Toekomstige budgetverdeling regio HvB Onderstaande tabel laat de nu bekende uitkomsten van het landelijk verdeelmodel zien. Met ingang van 2023 tot het jaar 2031 wordt het centrumgemeentelijke budget afgebouwd. Middelen worden overgeheveld naar alle gemeenten en per gemeente is dit inzichtelijk. De rijksuitkering 2021 (€ 49,6 miljoen) is beduidend lager dan de eerder genoemde rijksuitkering van 2020 (€ 63,7 miljoen). Dit komt door de uitname WLZ van € 16,3 miljoen die in de meicirculaire 2020 is verwerkt over de jaren 2021 en verder. Na deze uitname hebben er nog bijstellingen plaatsgevonden voor volumegroei en loon- en prijsontwikkeling.

Tilburg Jaar Historisch

Tilburg Objectief

Tilburg Totaal

Gilze en Rijen

Dongen

Goirle

Heusden

Loon op Hilvarenbeek Zand

Oisterwijk Waalwijk Totaal

Afname

2021 49.596.975

0 49.596.975

0

0

0

0

0

0

0

0

49.596.975

2022 50.004.284

0 50.004.284

0

0

0

0

0

0

0

0

50.004.284

2023 45.472.142

1.766.121 47.238.264

173.587

140.003

117.715

261.465

102.187

132.262

161.979

308.092

48.635.554 1.368.730

2024 35.035.307

6.827.983 41.863.290

671.102

541.263

455.098

1.010.849

395.065

511.335

626.226 1.191.109

47.265.337 1.370.217

2025 26.360.333 10.906.203 37.266.536 1.071.938

864.549

726.920

1.614.609

631.029

816.745

1.000.258 1.902.535

45.895.120 1.370.217

2026 19.149.796 14.166.833 33.316.629 1.392.416 1.123.024

944.247

2.097.329

819.688 1.060.928

1.299.305 2.471.337

44.524.903 1.370.217

2027 13.156.482 16.747.892 29.904.374 1.646.101 1.327.628 1.116.280 2.479.442

969.027 1.254.218

1.536.026 2.921.590

43.154.686 1.370.217

2028

8.174.910 18.764.099 26.939.009 1.844.268 1.487.455 1.250.664 2.777.931

1.085.684 1.405.208

1.720.941 3.273.308

41.784.469 1.370.217

2029

4.034.286 20.310.807 24.345.093 1.996.289 1.610.065 1.353.755 3.006.914

1.175.176 1.521.038

1.862.797 3.543.124

40.414.252 1.370.217

2030

592.648 21.467.274 22.059.922 2.109.955 1.701.739 1.430.836 3.178.123

1.242.089 1.607.644

1.968.862 3.744.864

39.044.035 1.370.217

2031

0 21.033.160 21.033.160 2.067.287 1.667.326 1.401.901 3.113.855

1.216.971 1.575.134

1.929.047 3.669.135

37.673.818 1.370.217

2032 0 20.268.173 20.268.173 1.992.099 1.606.685 1.350.913 3.000.602 Bron: rekentabel Min van VWS januari 2021

1.172.709 1.517.846

1.858.887 3.535.687

36.303.601 1.370.217

19

f.

Een vertaalslag van het nieuwe verdeelmodel rekening houdend met het wegvallen van budget en uitgaven door uitname WLZ Onderstaande tabel toont het verschil tussen de rijksuitkering (let op: de verschillen met bovenstaande tabel in rijksuitkering per jaar worden veroorzaakt door de meicirculaire 2021. Deze circulaire is onderstaande tabel wel verwerkt en in bovenstaande tabel niet) en de directe zorguitgaven beschermd wonen op basis van de prognose van de uitgaven bij de eerste Tussentijdse Rapportage (voorjaar 2021). Voor de latere jaren zijn we uitgegaan van een constante kostenniveau gebaseerd op de prognose voor het jaar 2021. Door de jaarlijkse korting op het rijksbudget voor de hele regio van € 1.370.217,- slaat het positieve verschil aan het eind van dit decennium om in een nadeel ten opzichte van de directe zorgkosten. Dit is dus nog zonder organisatiekosten, investeringen ten behoeve van de transformatie en de ‘ketentekorten’ op MO/VO en WMO begeleiding.

Jaar

Budget gecorrigeerd voor meicirculaire

Voordeel / Nadeel

2021

50.435.061

8.434.268

2022

51.748.759

8.434.268

2023

50.380.029

7.065.538

2024

49.009.812

5.695.321

2025

47.639.595

4.325.104

2026

46.269.378

2.954.887

2027

44.899.161

1.584.670

2028

43.528.944

214.453

2029

42.158.727

1.155.764

2030

40.788.510

2.525.981

2031

39.418.293

3.896.198

2032

38.048.076

5.266.415

Bron: financiën gemeente Tilburg

20

g. Eerste conclusies met betrekking tot het verdeelmodel Welke conclusies kunnen nu getrokken worden? 1. Als gekeken wordt naar het landelijk verdeelmodel is er over een periode van tien jaar sprake van een daling van het budget voor sec BW voor HvB met € 13,7 miljoen (zie tabel onder f). 2. Als gekeken wordt naar de prognose 2021 (TR 2021) van centrumgemeente Tilburg, uitgaande van gelijk blijvend aantal cliënten en uitgaven, is er in 2021 nog een overschot van € 8,4 miljoen, dat in 2029 omslaat naar een negatief saldo om uiteindelijk in 2032 uit te komen op een tekort van afgerond € 5,3 miljoen (zie tabel onder f). 3. Voor centrumgemeente Tilburg ontstaat op basis van deze tabel echter al in 2021 het wegvallen van dekking voor uitgaven (door de uitname WLZ) in het bredere sociale domein (zie paragraaf d hiervoor). 4. De invoering van het woonplaatsbeginsel zal impact hebben (zie hoofdstuk 4 paragraaf e). Een eerste door centrumgemeente Tilburg uitgevoerde analyse laat zien dat 23% van de cliënten nu van buiten de regio HvB afkomstig zijn. Een financiële doorrekening hiervan komt uit op bijna € 10 miljoen, door de regio te verhalen op gemeenten buiten HvB. Tegelijkertijd is er echter nog geen zicht op inwoners afkomstig vanuit de regio HvB die zorg buiten de regio ontvangen (en waarvoor de gemeenten van HvB op aangesproken zullen worden). 5.

Met de nieuwe inkoopstrategie (zie hoofdstuk 7 paragraaf b) wordt ingezet op kostenbeheersing. Het is te vroeg een inschatting van de effecten te kunnen maken. 6. De vraag is welke resultaten de met deze regionale samenwerking en regiovisie in gang gezette maatregelen (bijvoorbeeld Weer Thuis, zie hoofdstuk 7 paragraaf d) zullen geven. 7. En tenslotte is er de vraag wat de gevolgen zullen zijn van de bredere herijking van het gemeentefonds voor het sociaal domein. Eigenlijk is overall de conclusie dat er nog geen ‘harde’ conclusies te trekken zijn, met dien verstande dat op basis van de nu bekende gegevens de regio HvB er op achteruit gaat en dat dit om sturing vraagt. Al met al is het ook de onderbouwing van het voorstel van het PoHo MO om als regio elkaar in de samenwerking uitgaande van het inhoudelijke cliëntperspectief de komende jaren vast te houden. En praktisch betekent dit dat er bij expliciete duidelijkheid over de geconstateerde onzekerheden (financieel verdeelmodel, uitname WLZ, woonplaatsbeginsel e.d.) een apart voorstel ter vaststelling in 2022 aan de gemeenteraden zal worden voorgelegd.

21

9. Vertaalslag Norm voor Opdrachtgeverschap naar aanpak regio HvB De vraag is of met deze regiovisie voldaan wordt aan de NvO. Onderstaand wordt daartoe een beknopt overzicht gegeven van de vertaalslag van de norm voor opdrachtgeverschap naar de aanpak in de regio HvB.

1.

Norm voor opdrachtgeverschap De regiovisie wordt door elke afzonderlijke gemeenteraad in de regio vastgesteld.

2.

De regiovisie komt tot in stand in samenspraak met o.a. professionals, (vertegenwoordigers van) inwoners, ervaringsdeskundigen, ketenpartijen.

3.

De regiovisie beschrijft hoe gemeenten in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties voor BW borgen. Na invoering van het woonplaatsbeginsel afspraken maken over de verwerving van plekken buiten de eigen regio.

4.

5.

6.

7. 8.

De regiovisie beschrijft de wijze waarop lokale toegang verbonden is met de regionale MO en gecontracteerde hulp. De regio’s organiseren in hun regiovisie een niet-vrijblijvende governance, met één onderling overeengekomen en gedragen aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio. De regio’s verplichten zich tot beperking van administratieve lasten Gemeenten zetten vanuit zowel stabiliteit als innovatie in op meerjarige contractering met daarbij ruimte voor innovatieve initiatieven.

Aanpak regio Hart van Brabant Er is voor twee sporen gekozen. In deze regiovisie (die uiterlijk in december 2021 door de gemeenteraden wordt vastgesteld) worden de richtinggevende kaders beschreven en uitgewerkt. Wanneer er meer duidelijkheid is over de gevolgtrekkingen van o.a. het nieuwe verdeelmodel, de uitname WLZ en het woonplaatsbeginsel wordt een apart voorstel aan de gemeenteraden voorgelegd (in 2022) . In 2018 is een regiegroep geformeerd waarin vertegenwoordigers vanuit de gemeenten, zorgaanbieders, woningcorporaties, cliënten(vertegenwoordigers) en sociale adviesraden zitting hebben. Alle plannen die bestuurlijk worden voorgelegd worden met de regiegroep besproken en van advies voorzien. Dit geldt ook voor deze regiovisie. Tevens zijn aparte gesprekken gevoerd met de regionale adviesraden (SAR’en) en een klankbordgroep van de cliënten(vertegenwoordigers). Eind 2020 is een regionaal traject gestart om te komen tot nieuwe inkoop BW per 1 juli 2022. Middels deze inkoop worden de beschikbaarheid en continuïteit van de zorgfuncties geborgd. Zoals het er nu uitziet, wordt het woonplaatsbeginsel per 1 januari 2023 ingevoerd. Op dit moment is nog onduidelijk wat de (financiële) consequenties daarvan zijn.

Op het moment dat deze helder zijn, worden afspraken gemaakt met de bovenregionale gemeenten en worden die afspraken apart voorgelegd aan de gemeenteraden (zie hierboven, punt 1). Het regionale toegangsteam BW wordt gecontinueerd en via dit team is afstemming / verbinding met de lokale toegang. In hoofdstuk 7 wordt hier nader op ingegaan. In de regio HvB is afgesproken om in de eerste twee jaar van de financiële doordecentralisatie BW (2023 en 2024) alles nog bij het oude te laten zoals dat nu geregeld is, met de gemeente Tilburg als centrumgemeente / aanspreekpunt.

Dit wordt meegenomen in de nieuwe inkoop BW per 1 juli 2022. De nieuwe inkoopcontracten BW hebben een looptijd van 4 jaar.

22

Bijlage 1 Wijze van totstandkoming De regiovisie is tot stand gekomen met medewerking van: -

De ambtelijke projectgroep van gemeenten van Hart van Brabant. De diverse werkgroepen die deelonderwerpen hebben uitgewerkt. De regiegroep met vertegenwoordigers vanuit de betrokken partijen. De zorgaanbieders (ZIN en PGB) in HvB. De woningcorporaties. De sociale adviesraden. Vertegenwoordiging vanuit de cliënten(organisaties) en ervaringsdeskundigen. ….

23

Bijlage 2 resultaten samenwerking regio Hart van Brabant De volgende resultaten zijn de afgelopen jaren bereikt: - Het vaststellen van een spoorboekje met een visualisatie voor de regio HvB om duidelijk te maken waar we het over hebben, inzicht te geven in de gezamenlijke opgave en door middel van een concreet stappenplan inzicht te bieden in hoe daar te komen. Het spoorboekje is door middel van bijeenkomsten en aparte sessies gepresenteerd aan de gemeenten, zorgaanbieders, woningcorporaties, cliënten(organisaties), sociale adviesraden, regionaal toegangsteam BW. Door al deze groepen is het spoorboekje unaniem onderschreven. Geconstateerd is dat er veel energie aanwezig is om samen aan de slag te gaan met de ontwikkelopgave en te komen in de doe-stand. - Er is in de regio - naast een ambtelijke projectgroep - een regiegroep geformeerd waarin vertegenwoordigers vanuit de gemeenten, zorgaanbieders, woningcorporaties, cliënten en de sociale adviesraden zitting hebben. In deze regiegroep worden de plannen die bestuurlijk worden voorgelegd getoetst en voorzien van een advies. Algemene conclusie is dat partijen in HvB achter de ontwikkelingen en de stappen staan die hierin worden gezet en tevens over de manier waarop ze hierin betrokken worden. - Het regionale toegangsteam BW werkt sinds 2015 voor alle gemeenten in de regio HvB.

De afgelopen jaren is vanuit de gemeenten en het toegangsteam gewerkt aan de doorontwikkeling van de toegang BW. Dit heeft geresulteerd in kortere lijnen en het aanwijzen van contactpersonen per gemeente. Tevens loopt de indicatieverstrekking voor BW LVB (Beschermd Wonen voor licht verstandelijk beperkten) van alle gemeenten sinds 1 januari 2020 centraal via het toegangsteam BW. Dit heeft geleid tot structurele verbeteringen voor de cliënten en toegangen (minder onnodige drempels). - Onder het mom van ‘meten en weten’ is de afgelopen jaren ingezet op het verzamelen van data, met als doel om een (regionale) infrastructuur in te richten van monitoring, sturing en bijsturing. Dit heeft onder andere geleid tot de constatering dat de kosten en de aantallen BW de afgelopen jaren flink zijn toegenomen en dat het noodzakelijk is om te komen tot een nieuwe inkoop BW. - Onderzoeken zijn gedaan bij de zorgaanbieders die beschermd wonen leveren in de regio HvB naar de potentiële instroom, doorstroom en uitstroom van cliënten7. Dit om duidelijkheid te krijgen of de aannames van Dannenberg (1/3 van de populatie kan uitstromen naar de wijk en 1/3 zal altijd in een beschermde woonomgeving wonen) ook gelden voor de regio HvB. In algemene zin is het antwoord op deze vraag ‘ja’.

Op basis van deze informatie worden in 2021 afspraken gemaakt tussen gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders over het beschikbaar hebben van voldoende geschikte woningen. Op de uitkomsten wordt in hoofdstuk 7 nader ingegaan. - Door middel van het opgestelde overzicht ‘palet aan voorzieningen HvB’ is een inventarisatie van de huidige voorzieningen gemaakt. Dit is opgesteld om als instrument te dienen in het bepalen waar de overlap en witte vlekken zich bevinden, maar ook om inzicht te hebben welke voorzieningen regionaal en lokaal worden georganiseerd en betaald. Daarbij is niet alleen gekeken naar de zwaardere vormen van ondersteuning maar ook naar de preventieve algemene voorzieningen die ingezet kunnen worden ter voorkoming van. Belangrijk conclusies zijn dat de voorzieningen BW voor een groot deel in Tilburg en die van MO volledig in Tilburg zijn gesitueerd, dat er veel algemene voorzieningen zijn waar nog meer door de doelgroep gebruik van zou kunnen worden gemaakt en dat de inzet op preventie en preventieve voorzieningen per gemeente verschilt. Het overzicht dient als belangrijke bouwsteen voor de toekomstige situatie. In hoofdstuk 7 wordt stilgestaan bij de vervolgstappen. - Er is een werkatelier georganiseerd om alle partijen in de regio HvB te informeren over de ontwikkelingen en te inspireren, met als gastspreker Erik Dannenberg.

De bijeenkomst is bezocht door meer dan 100 mensen met vertegenwoordiging vanuit alle betrokken stakeholders. Eén van de eindconclusies was dat de regio HvB klaar is om de gemeenschappelijke opgave bij de kop te pakken. De oproep aan alle partijen is gedaan om 7

Instroom: het gaan wonen van een cliënt in een beschermde woonomgeving. Doorstroom: het verhuizen van een cliënt naar een lichtere vorm van ondersteuning binnen een zorginstelling. Uitstroom: gezien de mate van zelfredzaamheid het kunnen uitstromen naar een zelfstandige vorm van wonen zonder oproepbare begeleiding 24 uur per dag.

24

-

-

-

-

de nek uit te steken en aan de slag te gaan. Dit met als doel om een toekomstbestendig landschap te creëren met een passend palet aan voorzieningen. Mede op basis van dit werkatelier is geconcludeerd dat het noodzakelijk is om te komen tot inhoudelijke vernieuwing enerzijds en het beheersbaar houden van de uitgaven anderzijds. Dit heeft geleid tot het indienen van ombuigingsplannen / hefbomen die bijdragen aan de ombuigingen in het bredere sociale domein. De gemeente Tilburg heeft hiervoor middelen vrijgemaakt. In de bijlage is een overzicht opgenomen van deze ombuigingsplannen / hefbomen die zijn geaccordeerd in de regio HvB. Sinds 1 januari 2015 wordt de inkoop BW voor de regio HvB vanuit de centrumgemeente Tilburg georganiseerd. In oktober 2019 zijn de nieuwe inkoopcontracten BW 2020 ondertekend. Hierin is de optie opgenomen om de contracten drie keer met een jaar te verlengen. Dit om zo goed mogelijk in te kunnen spelen op de landelijke onzekerheden en de doordecentralisatie goed voor te breiden. In juni 2020 heeft het college van B&W van centrumgemeente Tilburg besloten om de huidige contracten BW met anderhalf jaar te verlengen en te starten met een traject voor een nieuwe inkoop BW per 1 juli 2022. Bij deze nieuwe inkoop zijn de gemeenten uit de regio actief betrokken, met oog op hun nieuwe verantwoordelijkheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11082647/1