CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

17 GREX en bestemmingsplan Hart van Haghorst (4d Bijlage 9 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.)

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel GREX en gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Hart van Haghorst”.2.703 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Hart van Haghorst, Haghorst Datum: Aan: Van: Project: Projectnr.: Betreft:

1.1

Mei 2024 Gemeente Hilvarenbeek Ordito BV Hart van Haghorst, Haghorst 22025 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Aanleiding

Op 7 juli 2017 is een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling door de initiatiefnemer moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit in het kader van de besluitvorming omtrent de bestemmingsplanherziening. Deze aanmeldnotitie betreft het verzoek tot het nemen van een besluit door de gemeente Hilvarenbeek (bevoegd gezag) om al dan niet een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende notitie is opgesteld om gemotiveerd een beslissing te nemen. Het bevoegd gezag dient binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden.

1.2

Ontwikkeling

De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om het ”Hart van Haghorst” te (her)ontwikkelen. Momenteel bevinden zich in het plangebied twee horecagelegenheden, een ontmoetingscentrum, een bassischool en een gymzaal, verspreid over vijf losstaande gebouwen. Het planvoornemen bestaat uit de sloop van de bestaande gebouwen en de realisatie van een MFA en maximaal 23 wooneenheden. In het MFA worden een gym- en evenementhal, een dorpshuis met horeca, een basisschool en kinderopvang geclusterd in één gebouw met een footprint van circa 1.450 m2. Momenteel is de locatie grotendeels bestemd ten behoeve van ‘Horeca’ en ‘Maatschappelijk’. De beoogde ontwikkeling is op basis van het huidig planologisch kader niet toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan biedt het benodigde juridisch-planologische kader om de beoogde realisatie van een MFA en woningbouw mogelijk te maken.

1.3

Kader – Besluit milieueffectrapportage

Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r.-beoordeling moet worden verricht.

In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan, dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r.-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarde uit kolom 2 wordt overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die – ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden – aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.beoordeling.

Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Activiteit en drempelwaarden In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D.11.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. Een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; 3. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De ontwikkeling blijft ruimschoots onder de drempelwaarden van 100 hectare en/of 2000 woningen. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, is er wel sprake van vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

Pagina 2 van 9

2.

Effecten op het milieu

Inleiding In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project •

omvang van het project

•

verkeersaantrekkende werking

•

cumulatie met andere projecten

•

gebruik van natuurlijke grondstoffen

•

productie van afvalstoffen

•

verontreiniging en hinder

•

risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën

Plaats van het project •

bestaand grondgebruik

•

relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied

•

het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebied), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Kenmerken van het potentiële effect •

bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)

•

grensoverschrijdende karakter van het effect

•

waarschijnlijkheid van het effect

•

duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

Pagina 3 van 9

Kenmerken van het project Kenmerken van het project Criteria

Toets

Omvang van het project

Het plangebied bestaat als het ware uit twee delen: het noordelijk deel waar een MFA met een footprint van circa 1.450 m2 wordt gerealiseerd en het overige deel waar woningbouw is voorzien. Tezamen kent het plangebied een oppervlakte van circa 7.700 m2. De beoogde woningbouwontwikkeling biedt ruimte voor maximaal 23 wooneenheden in verschillende woningtypologieën. De verkeersaantrekkende werking is beoordeeld aan de hand van CROW-kengetallen. Voor de functie dorpshuis is een verkeersgeneratie berekend van 128,6 mvt/etmaal. De verkeersgeneratie van de basisschool is bepaald op 162,4 mvt/etmaal. De verkeersgeneratieberekening van de 23 grondgebonden woningen bedraagt 531,5 motorvoertuigen per etmaal. De functies worden ontsloten via de Sint Josephstraat en de Heibocht. Deze wegen hebben voldoende capaciteit om de verkeersbewegingen te kunnen verwerken. n.v.t.

Verkeersaantrekkende werking

Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Doordat er woningbouw mogelijk wordt gemaakt zullen er permanente natuurlijke bronnen worden gebruikt. Op woningniveau zal, uiteraard, duurzaam gebouwd gaan worden met nul op de meter woningen. Ook circulair bouwen zal worden aangemoedigd.

Productie van afvalstoffen

Naast het regulier afval van de woningen en overige functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen. De afvalstoffen worden naar erkende verwerkers afgevoerd en worden tevens via deze partijen gerecycled c.q. verantwoord verwerkt.

Verontreiniging en hinder

De ontwikkeling vindt plaats binnen de kern Haghorst. Tijdens de sloop en aanlegfase is mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Het MFA en de nieuwbouwwoningen zullen tijdens de gebruiksfase geen verontreiniging en hinder veroorzaken buiten de reguliere effecten. Bodem: Uit de indicatieve toetsing voor hergebruik blijkt dat de grond minimaal voldoet aan de bodemklasse ‘wonen’.

Pagina 4 van 9

De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Externe veiligheid: Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied valt van de transportbewegingen met gevaarlijke stoffen die over de Sint Josephstraat te verwachten zijn. Tevens valt het plangebied binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A58. Hiervoor is een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Hiertoe is getoetst te worden aan artikel 7 en 9 van het Bevt. Verder wordt aangesloten bij de standaard verantwoording en het standaardadvies van de veiligheidsregio. Op een afstand van circa 20 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich een transportleiding van defensie. Het plangebied ligt aan de noordzijde binnen de 1% letaliteitszone van deze buisleiding. Binnen deze zone zijn kwetsbare objecten niet gewenst. De kwetsbare objecten (basisschool en kinderopvang) worden buiten de letaliteitszone van deze buisleiding en daarnaast zo ver mogelijk van de risicobron af gesitueerd; zo zuidelijk mogelijk. Geluid: Het plangebied bevindt zich binnen de geluidzone van de Sint Josephstraat, waarvoor deels een maximum snelheid van 60 km/u geldt. De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 44 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd.

Daarnaast is de basisschool met kinderopvang met inachtneming van te treffen maatregelen vanuit akoestisch oogpunt inpasbaar op de beoogde locatie. Geurhinder: Het plangebied ligt ruimschoots buiten de richtafstanden van 100 meter ten opzichte van de omliggende veehouderijen. Daarnaast is op basis van de kaart achtergrondbelasting geur van Noord-Brabant op te maken dat er in het plangebied sprake is van een goed tot zeer goed woon- en leefklimaat.

Pagina 5 van 9

Gezondheidsaspecten: Binnen 500 meter van het plangebied zijn geen stallen van varkenshouderijen gelegen. Verder zijn binnen 1 kilometer geen pluimveehouderijen en binnen 2 kilometer geen geitenhouderijen gelegen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er een aanvaardbaar leefklimaat is op onderhavige locatie met betrekking tot gezondheidseffecten van pluimvee-, geiten- en varkenshouderijen in de omgeving. De gezondheidsaspecten vormen geen belemmering. Luchtkwaliteit: Het planvoornemen ligt ruim onder gestelde grens van projecten die ‘niet in betekende mate bijdraagt’ (<1.500 woningen). Derhalve kan gesteld worden dat het planvoornemen niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast blijkt dat op basis van de kaarten van het RIVM dat de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende is. Natuur: In het plangebied zijn 2 huismusnesten aangetroffen. Voordat de betreffende panden mogen worden gesloopt/verbouwd, dient daarom een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Juridisch is dit gewaarborgd middels een voorwaardelijke verplichting. Stikstof: Voor de woningbouwontwikkeling is een berekening van de stikstofdepositie op Natura 2000gebieden voor de gebruiksfase uitgevoerd.

Uit de berekeningen blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn - gedurende de aanleg- en gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend. Water: Uit de waterparagraaf blijkt dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect water. De exacte oppervlaktes aan verhardingen zijn nog onbekend. Om voldoende watercompensatie te waarborgen, is de compensatie-eis van 60 mm als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels.

Pagina 6 van 9

Plaats van het project Plaats van het project Criteria

Toets

Bestaand grondgebruik

Binnen het plangebied zijn momenteel enkele centrumvoorzieningen van het dorp aanwezig, namelijk twee horecagelegenheden, een ontmoetingscentrum, een bassischool en een gymzaal. Deze voorzieningen bevinden zich verspreid over vijf losstaande gebouwen. Daarnaast is (centraal binnen het plangebied aan de zijde van de Heibocht) tevens een nutsvoorziening aanwezig. n.v.t.

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opname vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: •

gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitaten Vogelrichtlijngebieden)

•

gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden

•

gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid

•

landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

•

Het plangebied ligt op 35 meter van het Natuurnetwerk Brabant, het Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit bestaat uit het beheertype ‘zoete plas’. Omdat dit geen stikstofgevoelig biotoop is en vanwege de afstand tussen het NNB en het plangebied, verwachten wij dat de plannen een negatief effect op het NNB zullen hebben. Het plangebied ligt op 1,8 km van het Natura 2000-gebied ‘Kempenland-West’. Vanwege de beperkte omvang van het planvoornemen zal er geen significant effect op het Natura 2000 gebied zijn.

•

Uit het stikstofdepositie onderzoek blijkt dat er geen sprake is van een negatief effect op de instandhoudingsdoelen voor de kwalificerende soorten en habitattypen in Natura 2000gebieden.

•

Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden.

•

Het plangebied ligt niet in een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid. Pagina 7 van 9

•

Archeologie: De gronden zijn ter plaatse reeds geroerd. Het plangebied is gedeeltelijk bebouwd. Het merendeel van de grondwerkzaamheden zal plaatsvinden ter plaatse van de bestaande bebouwing en/of verhardingen. Echter is dit afhankelijk van het nog nader uit te werken (stedenbouwkundige)plan. Mochten de gronden ter plaatse toch dusdanig geroerd worden, dan is een archeologisch onderzoek noodzakelijk.

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument.

Habitat en vogelrichtlijngebieden

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.

Watergebied van internationale betekenis

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale betekenis.

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Er is geen sprake van negatieve effecten op het NNN.

Landschappelijk waardevol gebied

Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.

Waterwinlocaties, waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden

Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.

Beschermd monument

In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig.

Belvedère-gebied

Het plangebied betreft geen Belvedère-gebied.

Pagina 8 van 9

Kenmerken van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria

Toets

Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking).

De effecten van de (her)ontwikkeling zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daarmee beperkt.

Grensoverschrijdende karakter van het effect

Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake. Er is sprake van de bouw van een MFA en woningen. De effecten zijn blijvend. Zoals echter al verwoord in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat er sprake is van een onevenredige aantasting.

Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

3.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Gelet op het bovenstaande wordt voorgesteld om te beslissen af te zien van het opstellen van een milieueffectrapport voor de voorgenomen ontwikkeling.

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14330966/1