CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

17 bp De Welder 2 (5 Bijlage 4 Selectieadvies besluit archeologie De Welder 2)

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "De Welder 2".1.427 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Selectieadvies en -besluit archeologie Administratieve gegevens NAW-gegevens plan:

Hilvarenbeek – Haghorst de Welder 2

Plan:

Woningbouw

Oppervlakte plangebied:

Noordelijk deel: 0,96 ha, Zuidelijk deel: 1,42 ha

RO-procedure:

Bestemmingsplanwijziging

Contactpersoon gem. Hilvarenbeek: mw. Maaike van Dam Opsteller:

drs. F.P. Kortlang (ArchAeO-archeologisch advies)

Datum:

23-05-2023

Inleiding Van 25 t/m 28 juli 2022 heeft ADC ArcheoProjecten een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd in het plangebied De Welder 2. 1 Het plangebied ligt ten (zuid)westen van de woonkern Haghorst en bestaat uit twee deelgebieden, een noordelijk deel en een zuidelijk deel (figuur 1). Aanleiding voor de onderzoeken vormde de woningbouwplannen voor deze deelgebieden. Het proefsleuvenonderzoek was een vervolg op een archeologisch bureau- en booronderzoek dat in 2021 en 2022 (in twee fasen) is onderzocht door Aeres Milieu. 2

Figuur 1: De locatie van de twee Deelgebieden in Haghorst De Welder 2

Alma, X.J.F., 2022: Hilvarenbeek – Haghorst, De Welder 2. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, ADC Rapport 5933 (bijgevoegd als digitale bijlage 1) 1

J.M.L. van Boldrik MA., L. Kruithof MSc. en drs. ing. N.J.W. van der Feest, 2021 en 2022: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen De Welder 2 te Haghorst (gemeente Hilvarenbeek) projectcode AM21379 (2021, noordelijke deelgebied) en M21379-3 (2022, zuidelijke deelgebied). 2

1

Resultaten onderzoek In het noordelijk deelgebied 1 zijn enkele archeologische sporen van met name (perceels)greppels vastgesteld, welke vrijwel allemaal aan de Late Nieuwe Tijd (ca 1600 – 1800) toegeschreven kunnen worden. Oudere sporen en vondsten ontbreken. Dit kan zijn omdat in het noordelijk deelgebied sprake was van vrij diepe bodemverstoring, waardoor mogelijk oudere bodemsporen zijn verdwenen. Daarnaast blijkt dit plandeel lager gelegen dan het zuidelijk deelgebied en kan het daardoor wellicht ook minder aantrekkelijk zijn geweest als nederzettingslocatie. In het zuidelijk deelgebied 2 zijn wel oudere archeologische sporen en vondsten aangetroffen, met name uit de Volle en Late Middeleeuwen (ca 1200 – 1450). Op drie locaties zijn spoorclusters gevonden, die wijzen op een of meerdere boerenerven uit de Volle tot Late Middeleeuwen. Ter hoogte van het zuidoostelijk cluster zijn de sporen van twee vermoedelijke bijgebouwen uit de Middeleeuwen vrijgelegd, evenals de sporen van twee waterputten. In het noordwesten bestond een cluster sporen vooral uit paalsporen die dicht op elkaar stonden en waaruit vooralsnog geen duidelijke gebouwstructuren naar voren zijn gekomen. Een derde cluster in het zuidwesten bestaat uit tenminste één, maar mogelijk meerdere waterputten met daaromheen nog een spreiding aan (paal)sporen.

Aardewerkdateringen laten zien dat er mogelijk een fasering is in de bewoning. Het zuidoostelijk cluster kan in de periode 1200 -1350 gedateerd worden, beide andere clusters dateren in de periode 1300-1450. De sporen die buiten de clusters zijn gevonden wijzen op terreininrichting of afbakening zoals erf- of perceelsgreppels. Ook zijn er karrensporen van een oude veldweg gevonden. Nog niet duidelijk of er aan relatie is tussen deze oude veldweg en de oudere bewoningssporen, al is dit wel aannemelijk.

Selectieadvies ADC geeft in zijn rapport het volgende aan: de toekomstige ontwikkeling van het plangebied kan er toe leiden dat de archeologische vindplaatsen verstoord raken. In het noordelijk deelgebied zijn geen archeologisch waardevolle resten aangetroffen, en is daarom verder archeologisch onderzoek ook niet nodig. De vindplaats in het zuidelijk deelgebied scoort zowel op fysieke kwaliteit als op inhoudelijke kwaliteit hoog zodat deze volgens de KNAwaarderingstabel behoudenswaardig is. Dit betekent dat als de vindplaats niet in de bodem bewaard kan blijven (in situ), een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving nodig is om de kennis over het gebied (ex situ) te bewaren. Advies aan gemeenteraad gemeente Hilvarenbeek In navolging van het advies van ADC adviseert ArchAeO de gemeente Hilvarenbeek om: -

het noordelijk deelgebied 1 (op kaart hieronder aangegeven als zone C) archeologisch vrij te geven en

-

het zuidelijke deelgebied 2 (hieronder aangeduid als zone A) nader te onderzoeken middels opgraving van de hier aanwezige archeologische resten (sporen en vondsten)

2

-

Recentelijk is aan het plandeel zone A een voorstel tot uitbreiding toegevoegd (zone B). Omdat de archeologische sporen in zone A doorlopen in zone B wordt geadviseerd ook dit plandeel middels opgraving te laten onderzoeken.

Eindhoven 12-05-2022

drs. Fokko Kortlang ArchAeO BV, Archeologische Advisering en Ondersteuning Rapelenburglaan 9 5654 AP Eindhoven email algemeen: advies@archaeo.nl

3

Gemeente Hilvarenbeek

selectiebesluit

Datum: Selectiebesluit:

het noordelijk deelgebied 1 (op kaart aangegeven als zone C) archeologisch vrij te geven;

-

het zuidelijke deelgebied 2 (hieronder aangeduid als zone A) nader te onderzoeken middels opgraving van de hier aanwezige archeologische resten;

-

het plandeel zone B in het noordwesten grenzend aan zone A eveneens te laten onderzoeken middels opgraving.

Verantwoordelijk beleidsmedewerker:

M. van Dam (Vakspecialist Ruimtelijke Ordening gemeente Hilvarenbeek)

4

Rapport(en) Alma, X.J.F., 2022: Hilvarenbeek – Haghorst, De Welder 2. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, ADC Rapport 5933 Boldrik J.M.L. van, L. Kruithof en N.J.W. van der Feest, 2021 en 2022: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen De Welder 2 te Haghorst (gemeente Hilvarenbeek) projectcode AM21379 (2021, noordelijke deelgebied) en M21379-3 (2022, zuidelijke deelgebied). Samenvatting (overgenomen uit het rapport ADC) In opdracht van de gemeente Hilvarenbeek heeft ADC ArcheoProjecten een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven uitgevoerd voor het plangebied De Welder 2. Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden en zal worden (her)ontwikkeld met nieuwbouwwoningen. Beide deelgebieden zijn met proefsleuven onderzocht om de archeologische waarde vast te stellen. De resultaten van dat onderzoek worden in dit rapport gepresenteerd. Het plangebied ligt iets ten westen van de huidige kern van Haghorst. Landschappelijk gezien bevindt het zich op dekzandgronden. Vooronderzoek veronderstelt ook de aanwezigheid van oude akkerlagen (enkeerdgronden). Archeologisch gezien was er voorafgaand aan het huidige onderzoek nog weinig bekend. In de nabije omgeving van het plangebied (in een straal van 1km) is tot op heden maar weinig gravend archeologisch onderzoek uitgevoerd.

Historisch gezien bevindt het plangebied zich in een agrarisch gebied dat tenminste in de 19e eeuw, maar waarschijnlijk al (veel) vroeger ontgonnen is. In juli 2022 zijn proefsleuven gegraven in beide deelgebieden. De bevindingen leverden een verschillend beeld op voor het noordelijk en zuidelijk deelgebied. In het noordelijk deelgebied zijn geen relevante archeologische sporen teruggevonden, terwijl in het zuidelijk deelgebied een vindplaats uit de Late Middeleeuwen kon worden vastgesteld. In het noordelijk deelgebied zijn weliswaar enkele sporen vastgesteld (voornamelijk sloten), maar deze konden nagenoeg allemaal aan ontwikkelingen laat in de Nieuwe tijd worden toegeschreven. Oudere sporen en vondsten ontbreken. Hiervoor kunnen meerdere oorzaken worden genoemd. Zo is er in het noordelijk deelgebied sprake van grootschalige bodemverstoring, die mogelijk oudere sporen vernietigd hebben. Al moet daar bij vermeld worden dat er verder ook weinig andere indicaties zijn (zoals vondstmateriaal, restanten van sporen) die zouden kunnen wijzen op een (groten)deels verstoorde vindplaats. Daarnaast is het plangebied lager gelegen dan het zuidelijk deelgebied en kan het daardoor wellicht ook minder aantrekkelijk zijn geweest om te bewonen.

In het zuidelijk deelgebied zijn er wel archeologische sporen en vondsten aangetroffen, ondanks een lichte mate aan verstoring door ploegwerkzaamheden. Uit de sporen en vondsten kan afgeleid worden dat in het zuidelijk deelgebied een nederzettingsterrein uit de Late middeleeuwen aanwezig is. Op drie locaties zijn spoorclusters gevonden, die waarschijnlijk samenhangen met de locaties van een woonerf. Ter hoogte van het zuidoostelijk cluster kunnen mogelijk al twee (bij)gebouwen verondersteld worden, evenals twee waterputten. Het noordwestelijk cluster leverde vooral een dichte spreiding aan paalsporen op, waaruit vooralsnog geen duidelijke structuren naar voren komen. Een derde, zuidwestelijk cluster bestaat uit tenminste één, maar mogelijk meerdere waterputten met rondom een spreiding aan (paal)sporen. Aardewerkdateringen laten zien dat er mogelijk een fasering is in de bewoning. Het zuidoostelijk cluster kan in de periode 1200-1350 gedateerd worden, beide andere clusters in 1300-1450. Buiten de clusters met sporen komen sporen voor van terreininrichting of afbakening zoals erf- of perceelgreppels. Ook zijn er karrensporen van een oude veldweg gevonden. Of er een relatie is tussen de oude veldweg en de bewoning in het gebied zal nog moeten blijken. De toekomstige ontwikkeling van het plangebied kan er daarmee toe leiden dat de archeologische vindplaats verstoord raakt.

In het noordelijk deelgebied zijn geen archeologisch waardevolle resten aangetroffen, en is verder archeologisch onderzoek daarom ook niet nodig. De vindplaats in het zuidelijk deelgebied scoort zowel op fysieke kwaliteiten als op inhoudelijke kwaliteiten dermate hoog dat deze behoudenswaardig is. Dit betekent dat als de vindplaats niet bewaard kan blijven (in situ), een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving nodig is om de kennis ex situ te bewaren. 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12978415/1