17 bp De Welder 2 (36 Bijlage 35 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r)
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling De Welder 2, Haghorst Datum: Aan: Van: Project: Projectnr.: Betreft:
1.1
mei 2023 Gemeente Hilvarenbeek Ordito BV De Welder 2, Haghorst 21081 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Aanleiding
Op 7 juli 2017 is een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling door de initiatiefnemer moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit in het kader van de besluitvorming omtrent de bestemmingsplanherziening. Deze aanmeldnotitie betreft het verzoek tot het nemen van een besluit door de gemeente Hilvarenbeek (bevoegd gezag) om al dan niet een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende notitie is opgesteld om gemotiveerd een beslissing te nemen. Het bevoegd gezag dient binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden.
1.2
Ontwikkeling
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om ten westen van de kern Haghorst een woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. De kern Haghorst is een afzonderlijk gelegen en van oorsprong agrarisch dorp ten oosten van Hilvarenbeek. Het dorp is onderhevig aan de gevolgen van vergrijzing. Hierdoor staan onder andere de voorzieningen onder druk. Om de leefbaarheid van Haghorst te versterken, heeft de gemeente Hilvarenbeek onder andere de volgende ambities gesteld: 1. Woningbouw: voldoende woningen voor behoud van voorzieningen en om te kunnen voldoen aan de vraag; 2. Bouw van starterswoningen (betaalbare koop en sociale huur) en levensloopbestendige woningen (t.b.v. senioren); 3. Doorstroming bevorderen door starterswoningen klein te houden (en zeer betaalbaar). Om te kunnen voldoen aan de woningbehoefte van de gemeente Hilvarenbeek, en specifiek voor Haghorst, is de gemeente Hilvarenbeek voornemens om een nieuwe woonwijk te realiseren door middel van uitbreiding van de wijk De Welder. In de beoogde uitbreiding zijn kleinschalige woningbouwontwikkelingen voorzien met daartussen agrarisch gebruik van gronden of natuur/groenontwikkeling. De kleinschalige woningbouwontwikkelingen kunnen optimaal inspelen op de actuele woningbouwbehoefte en lenen zich uitermate goed voor CPO-ontwikkelingen.
Momenteel is de uitbreidingslocatie grotendeels bestemd ten behoeve van agrarisch grondgebruik (enkelbestemming ‘Agrarisch’). Woningbouw is op basis van het vigerend planologisch kader niet toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan biedt het benodigde juridisch-planologische kader om de beoogde woningbouwontwikkeling mogelijk te maken.
1.3
Kader – Besluit milieueffectrapportage
Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r.-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan, dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r.-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarde uit kolom 2 wordt overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.
Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die – ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden – aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Activiteit en drempelwaarden In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D.11.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. Een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; 3. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De woningbouwontwikkeling blijft ruimschoots onder de drempelwaarden van 100 hectare en/of 2000 woningen. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, is er wel sprake van vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht.
Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer. Pagina 2 van 12
Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
2.
Effecten op het milieu
Inleiding In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project •
omvang van het project
•
verkeersaantrekkende werking
•
cumulatie met andere projecten
•
gebruik van natuurlijke grondstoffen
•
productie van afvalstoffen
•
verontreiniging en hinder
•
risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project •
bestaand grondgebruik
•
relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
•
het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebied), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Kenmerken van het potentiële effect •
bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
•
grensoverschrijdende karakter van het effect
•
waarschijnlijkheid van het effect
•
duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Pagina 3 van 12
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Kenmerken van het project Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3,9 hectare. De beoogde woningbouwontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 63 woningen in maximaal twee bouwlagen met kap en een bijbehorende maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9,5 meter. In de beoogde uitbreiding zijn kleinschalige woningbouwontwikkelingen voorzien met daartussen agrarisch gebruik van gronden of natuur/groenontwikkeling. Ter plaatse kunnen vrijstaande woningen geplaatst worden maar ook rijwoningen en twee-onder-één kap woningen zijn inpasbaar. Tevens kunnen in dit landschap (al dan niet gemengd met wonen) bedrijfsmatige activiteiten toegevoegd worden. Naast woningbouw worden ter plaatse ook de bijbehorende wegen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Verkeersaantrekkende werking
Het voornemen is om de woningen binnen het plangebied te ontsluiten via de Pastoor Jurriënsstraat, de Sint Josephstraat en de Witvenstraat. Verwacht wordt dat deze wegen voldoende capaciteit hebben om de toename in verkeersbewegingen te kunnen verwerken.
Cumulatie met andere projecten
n.v.t.
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Doordat er woningbouw mogelijk wordt gemaakt zullen er permanente natuurlijke bronnen worden gebruikt. Voor de woningen in De Welder 2 worden de opties voor een warmtenet op Aquathermie uit het Wilhelminakanaal open gehouden. Mocht uit onderzoek blijken dat een warmtenet niet haalbaar is, dan worden de woningen waarschijnlijk aangesloten op een individuele warmtevoorziening. Dit kan een luchtwarmtepomp zijn, maar door de ruime opzet van de straten is een bodemwarmtepomp (al dan niet kleincollectief) ook mogelijk.
Productie van afvalstoffen
Naast het regulier afval van de woningen en overige functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
Pagina 4 van 12
De afvalstoffen worden naar erkende verwerkers afgevoerd en worden tevens via deze partijen gerecycled c.q. verantwoord verwerkt. Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats ten westen van de kern Haghorst. Tijdens de aanlegfase is mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. De woningen zullen tijdens de gebruiksfase geen verontreiniging en hinder veroorzaken buiten de reguliere effecten van woningen. Bedrijven en milieuzonering: Op het nabijgelegen perceel De Haan 1 bevindt zich de lokale voetbaalclub. De voetbalclub kent twee voetbalvelden met kantinegebouw. De vereniging kent 8 teams, waarvan 4 seniorenteams. De afstand tussen de voetbalclub en de achtergevel van de meest nabijgelegen woning, bedraagt 35 meter. Met in achtneming van de vergunningsvrije bouwmogelijkheden bedraagt de afstand circa 30 meter. De afstand tot aan de overige woningen binnen De Welder 2 bedraagt 50 meter. Daarbij zijn de ingang voor het sportpark, de parkeerplaats en de kantine/kleedkamers aan de voorzijde van het perceel gelegen; langs De Haan. De kortste afstand tussen deze functies en de woonbestemming is circa 130 meter. De vervoersbewegingen van en naar voetbalclub vinden derhalve op ruime afstand plaats, en zijn volledig afgeschermd door de gebouwen. De geluidproducerende activiteiten betreffen de trainingen en wedstrijden. Het stemgeluid van de spelers en supporters zijn daarbij geluidbronnen die niet berekend kunnen worden in een akoestisch model.
Zoals hierboven gesteld zijn het parkeren en de gebouwen (kantine/kleedkamer) op ruime afstand gelegen, waardoor deze geluidproducerende activiteiten niet maatgevend zijn voor de voetbalclub. Het geluid dat geproduceerd wordt nabij de woonbestemming, en eventueel in een akoestisch model zou kunnen worden opgenomen, betreft het voetbalspel zelf; het trappen tegen de bal. Maar gezien het voorstaande, het kleinschalige karakter van de voetbalclub en de aanwezigheid van een robuuste landschappelijke inpassing (zowel rondom de voetbalvelden als rondom De Welder 2), wordt verwacht dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nabijgelegen woningen ten aanzien van het aspect geluid niet onevenredig wordt aangetast. Daarnaast ligt de bestaande burgerwoning Emmerseweg 29 op kortere afstand van de voetbalclub. De dichterbij Pagina 5 van 12
gelegen woning is daardoor bepalend voor de (uitbreidings)mogelijkheden van de sportclub. De afstand tussen de voetbalclub en de woning Emmerseweg 29 bedraagt slechts 10 meter. De beoogde nieuwbouwwoningen komen op een grotere afstand te liggen (35 meter) en worden nog eens extra afgeschermd door de beoogde landschappelijk inpassing, derhalve vormen deze woningen geen belemmering voor de mogelijkheden van de voetbalclub. Bodemkwaliteit: Tijdens de verkennende bodemonderzoeken zijn zintuigelijk geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Uit de analyseresultaten blijkt wel dat enkele gemeten gehalten verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. Deze resultaten geven echter geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Voor het plangebied vormt de milieuhygiënische conditie van de bodem geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling met woningbouw. Externe veiligheid: Het plangebied ligt op voldoende afstand van risicovolle transportroutes en/of inrichting, waardoor het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
Wel dient getoetst te worden aan artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes, omdat het plangebied binnen het invloedsgebied valt van de transportbewegingen met gevaarlijke stoffen die over de Sint Josephstraat te verwachten zijn. Er kan worden volstaan met een standaard verantwoording. Hierdoor wordt volstaan met de opgestelde standaard verantwoording en het standaard advies van de Veiligheidsregio. Geluid: De geluidbelasting ten gevolge van de Witveenstraat en De Haan bedragen respectievelijk maximaal 48 dB en 41 dB, incl. aftrek artikel 110g. Deze waardes liggen onder de voorkeursgrenswaarde. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze wegen geen restricties op aan het plan. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Pagina 6 van 12
Geurhinder: Door DLV Advies is een achtergrondberekening uitgevoerd. De maximale achtergrondbelasting bedraagt 7,44 ouE/m³. Dit rekenpunt is gelegen aan de oostzijde van het plangebied, net ten westen van de Sint Josephstraat. Bij een dergelijke geurbelasting is er sprake van 10% geurgehinderden en dit komt overeen met een redelijk goed tot goed woon- en leefklimaat. Gezondheidsaspecten: Op circa 700 meter van het plangebied is een geitenhouderij gelegen (Frankestraat 2). Dit is binnen een straal van 2 kilometer afkomstig uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0, maar buiten het geadviseerde advies van 500 meter vanuit de GGD. Overige geitenhouderijen bevinden zich op een afstand die aanmerkelijk meer bedraagt dan 2 kilometer. Hierbij dient opgemerkt te worden dat tussen voornoemde geitenhouderijen en de planlocatie meerdere woningen zijn gelegen met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tevens is ter plaatse van de planlocatie sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit zowel ten aanzien van het aspect geur als ten aanzien van endotoxine. Een cumulatie van nadelige gezondheidseffecten is hierdoor niet aan de orde. Wel worden de toekomstige bewoners van het verhoogd risico op longontsteking op de hoogte te brengen.
Uit toetsing aan het stappenplan blijkt dat enkel niet voldaan kan worden aan stap 5a, daar geitenhouderijen binnen 2 km tot het plangebied zijn gelegen. Aan de overige stappen kan worden voldaan. Aangezien niet voldaan kan worden aan stap 5, dient het bevoegd gezag te besluiten of de gezondheidssituatie aanvaardbaar is. Hiertoe is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om advies bij de GGD in te winnen. Verder is ten aanzien van overige milieuaspecten zoals geur en fijnstof is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat zolang nog niet duidelijk is waardoor het verhoogde risico bij geitenhouderijen ontstaat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij kan verwezen naar relevante jurisprudentie van de Afdeling, waaronder een uitspraak van 23 februari 2022 (zaaknummer: 202002286/1/R4), op grond waarvan naar voren komt dat alleen belangen waarvoor voldoende duidelijkheid en zekerheid bestaat een rol kunnen spelen in de besluitvorming. Aan de hand van algemeen wetenschappelijk aanvaardbare inzichten moet vast staan dat een activiteit zodanige risico’s oplevert, dat Pagina 7 van 12
hieraan aanvullende voorschriften moeten worden verbonden of een en ander geweigerd moet worden. Het voorzorgprincipe is naar het oordeel van de Afdeling niet gestoeld op algemeen wetenschappelijk aanvaardbare inzichten over het verband tussen het houden van geiten en negatieve gevolgen voor de gezondheid en omwonenden. Dit betekent dat het voorzorgprincipe niet in de weg staat aan de onderhavige ontwikkeling. Luchtkwaliteit: Het planvoornemen ligt ruim onder gestelde grens van projecten die ‘niet in betekende mate bijdraagt’ (<1.500 woningen). Derhalve kan gesteld worden dat het planvoornemen niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast blijkt dat op basis van de kaarten van het RIVM dat de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende is. Natuur: Op basis van de quickscan natuurwetgeving en het aanvullende kerkuilenonderzoek kan, mits de gestelde mitigerende maatregelen in acht worden genomen, gesteld worden dat het aspect natuur(wetgeving) geen belemmering vormt. Ontplofbare oorlogsresten: Op basis van een vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) is het onderzoeksgebied als onverdacht verklaard op een verhoogd risico tot aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten.
Spuitzones: Rondom het plangebied zijn diverse landbouwgronden gelegen, waarbij niet wordt voldaan aan de richtafstand van 50 meter. Hierbij wordt echter opgemerkt dat die richtafstand met name is bedoeld voor gewassen die verticaal bespoten moeten worden, zoals boomgaarden. Grondgewassen worden altijd neerwaarts bespoten, wat de drift (indien deze al bestaat) aanzienlijk beperkt. In de omgeving van het plangebied komen geen boomgaarden voor. Bovendien zijn tussen de uitbreidingslocatie en de aangrenzende landbouwgronden, landschapselementen beoogd. Hierdoor wordt voorkomen dat drift – mocht deze al ontstaan – tot aan het plangebied reikt. De locatie heeft dus in relatie tot omliggende gronden geen negatief effect van spuitzones.
Pagina 8 van 12
Stikstof: Voor de woningbouwontwikkeling is een berekening van de stikstofdepositie op Natura 2000gebieden voor de gebruiksfase uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn - gedurende de aanleg- en gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend. Water: Uit de waterparagraaf blijkt dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect water. Op basis van de Beleidsregel blijkt dat, bij een toename van 19.955 m2 aan verhard oppervlak, er minimaal sprake moet zijn van 1.197,3 m3 aan compensatie. Om voldoende watercompensatie te waarborgen, wordt de compensatie-eis van 60 mm vastgelegd in de planregels. Plaats van het project Plaats van het project Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
Het plangebied bestaat uit weiland, grasland, een akker met maïs, een speeltuintje en een gedeelte van de achtertuinen van de woningen aan Sint Josephstraat 14 t/m 20. De locatie bestaat grotendeels uit onbebouwde gronden en is voornamelijk in gebruik voor agrarische doeleinden. De speelvoorzieningen zijn gerealiseerd ten behoeve van de woningen behorende bij de uitbreidingslocatie ‘De Welder’. In de achtertuin van Sint Josephstraat 14A zijn een houten opslagschuur en vogelvolières aanwezig.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
n.v.t.
Het opname vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: •
gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitaten Vogelrichtlijngebieden)
•
gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden
•
het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. Het plangebied ligt op 1,52 km van het Natura 2000gebied.
•
Uit het stikstofdepositie onderzoek zal blijken dat er geen sprake is van een negatief effect op de instandhoudingsdoelen voor de kwalificerende soorten en Pagina 9 van 12
•
gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid
•
landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
habitattypen in Natura 2000gebieden. Zie voor een verder onderbouwing onder ‘verontreiniging en hinder’. Verder ligt het plangebied en haar directe omgeving ligt niet binnen wetlands, kustgebieden, bergen bosgebieden, reservaten en natuurparken. •
Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden.
•
Het plangebied ligt niet in een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
•
Archeologie: Voor het plangebied is (verdeeld over twee deelgebieden) een inventariserend en waarderend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit een proefsleuvenonderzoek blijkt dat er in het noordelijk deelgebied geen behoudenswaardige vindplaats is vastgesteld. In het zuidelijk deelgebied is wel een behoudenswaardige vindplaats vastgesteld. Om de behoudenswaardige vindplaats ex situ te behouden, is een archeologische opgraving nodig voor de zuidelijke zone. De opgraving zal gekoppelde worden aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en plaatsvinden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden. Juridisch wordt dit gewaarborgd middels een voorwaardelijke verplichting, gekoppeld aan het selectiebesluit
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.
Pagina 10 van 12
Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument.
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.
Watergebied van internationale betekenis
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale betekenis.
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Er is geen sprake van negatieve effecten op het NNN.
Landschappelijk waardevol gebied
Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.
Waterwinlocaties, waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden
Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.
Beschermd monument
In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig.
Belvedère-gebied
Het plangebied betreft geen Belvedère-gebied.
Kenmerken van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Het plangebied bestaat momenteel grotendeels uit weiland, grasland, een akker met maïs. Op de locatie wordt een woningbouwontwikkeling beoogd. De effecten van de aanleg zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daarmee beperkt.
Grensoverschrijdende karkater van het effect
Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect.
Waarschijnlijkheid van het effect
Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Er is sprake van de bouw van woningen. de effecten zijn blijvend. Zoals echter al verwoord in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat er sprake is van een onevenredige aantasting.
Pagina 11 van 12
3.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Gelet op het bovenstaande wordt voorgesteld om te beslissen af te zien van het opstellen van een milieueffectrapport voor de voorgenomen ontwikkeling.
Pagina 12 van 12