16 Wijziging APV (4 bijlage 2b was-wordt-tabel fysieke leefomgeving)
Tekst van het document
5.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
4.
5.
en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten. b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; 5. Voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. c. binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
18
Artikel 4:20 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken) wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:34 verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Bestaande tekst 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1o of 3o, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 4:20 verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Nieuwe tekst 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1o of 3o, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
19
Toelichting Artikel 1:1 Beperkingengebiedactiviteit is toegevoegd aan de definities door de komst van de Omgevingswet. De definitie van gebouw wijzigt naar een verwijzing naar de Omgevingswet in plaats van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De definitie van bevoegd gezag wijzigt naar een verwijzing naar de Omgevingswet in plaats van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De definitie van bouwwerk wijzigt naar een verwijzing naar de Omgevingswet in plaats van de Bouwverordening 2012. Artikel 1:2 Er wordt een lid 3 toegevoegd waarin staat dat dit artikel niet van toepassing is op een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Dit lid is toegevoegd met de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 1:3 Er wordt een lid 3 toegevoegd waarin staat dat dit artikel niet van toepassing is op een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Dit lid is toegevoegd met de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 1:4 Er wordt een lid 2 toegevoegd waarin staat dat dit artikel niet van toepassing is op een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Dit lid is toegevoegd met de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 1:5 Er wordt een lid 2 toegevoegd waarin staat dat dit artikel niet van toepassing is op een aanvraag voor een omgevingsvergunning.
Dit lid is toegevoegd met de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 2:1 Er wordt meer tekst aan lid 2 toegevoegd waarin staat dat het college nadere regels kan stellen mits deze regels niet zien op een activiteit die de fysieke leefomgeving wijzigt zoals bepaalt in het Omgevingsbesluit. Het is eigenlijk een regel op de regel. Deze extra regel is toegevoegd met de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Verder wordt aan lid 5 sub b ‘of het omgevingsplan’ toegevoegd. Dit houdt in dat het verbod niet alleen meer geldt op standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 maar ook op standplaatsen in het omgevingsplan. Dit is toegevoegd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Ook wordt er aan lid 5 een extra sub d. toegevoegd. Sub d. bepaalt dat indien door het gebruik de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van het Omgevingsbesluit, het verbod ook niet van toepassing is. Dit is toegevoegd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Verder wordt lid 6 ook nog veranderd. Waar voorheen verwezen werd naar situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of het provinciaal wegenreglement, wordt nu verwezen naar beperkingengebiedactiviteiten en andere wetgeving.
Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNGmodelverordening. Artikel 2:2 Door de komst van de omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen wanneer de activiteiten verboden zijn in het omgevingsplan. Voorheen kon het bevoegd gezag dit doen wanneer activiteiten verboden waren in een bestemmingsplan, de 20
beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Deze wijziging vindt plaats in lid 2 van artikel 2:2. Verder verandert de uitzondering op het verbod in lid 4. Het verbod is nu niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens door het Wetboek van Strafrecht, de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening, de waterschapsverordening, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenwet. Vóór de komst van de Omgevingswet was dit verbod niet van toepassing op regels gesteld bij of krachtens het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuren of de Telecommunicatiewet. Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNGmodelverordening. Artikel 2:3 Ten eerste verandert in lid 2 de verwijzing van artikel 1:8 naar artikel 1:7. Dit komt omdat de nummering is veranderd van dit artikel. Ten tweede verandert het verbod in lid 3.
Het verbod is door de komst van de Omgevingswet niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. Vóór de komst van de Omgevingswet was dit verbod niet van toepassing op situaties waarin werd voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het provinciaal wegenreglement. Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 2:5 Sub a van lid 1 wordt gewijzigd van ‘verboden te roken gedurende het een door het college aangewezen periode’ naar ‘verboden te roken gedurende fase 2’. Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 2:6 Lid 2 bepaalt dat de verplichting van 2:6 niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet. Voorheen was dit op situaties waarin werd voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht. Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 2:9 De uitzondering op het verbod in lid 2 verandert.
Het verbod is door de komst van de Omgevingswet niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. Vóór de komst van de Omgevingswet was dit verbod niet van toepassing op situaties waarin werd voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement. Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 2:10 Lid 1 wordt verandert van ‘bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren’ naar ‘zoals die wet luidde direct voorafgaand aan het inwerkingtreding van de Omgevingswet.’ Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 2:12 De verplichting voor de rechthebbende op duiven uit lid 1 is niet meer van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale ophokverordening, maar op situaties waarin wordt 21
voorzien door de provinciale omgevingsverordening in lid 3. Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 2:13 Het verbod in lid 3 is nu niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. Voorheen was dit verbod niet van toepassing op situaties waarin werd voorzien door het provinciaal wegenreglement. Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 3:1 In dit artikel wordt een extra lid toegevoegd, namelijk lid a: ‘activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.’ Het bestaande lid a. wordt hierdoor verschoven naar lid b, lid b naar lid c etc. Lid g. (voorheen lid f.) wordt ook gewijzigd. Het gaat hier om het begrip ‘inrichting.’ De definitie van een inrichting zoals wordt verstaan in artikel 1:1 van de Wet milieubeheer, wordt aangevuld met ‘zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.’ Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 3:4 In dit artikel vinden 2 wijzigingen plaats. Ten eerste wordt lid 1 sub c gewijzigd door middel van een aanvulling.
De aanvulling luidt: ‘..zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.’ Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. De tweede wijziging bevindt zich in lid 4. Voorheen, wanneer er sprake was van versterkte muziek, was het Activiteitenbesluit Milieubeheer van toepassing. Nu, wanneer er sprake is van versterkte muziek, is artikel 3:4 niet van toepassing op de situatie. Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 3:5 Het verbod van artikel 3:5 was voorheen niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening NoordBrabant 2010. Door de komst van de Omgevingswet is dit verbod niet meer van toepassing als de activiteit bij of krachtens de Omgevingswet is toegelaten, of sprake is van een situatie waarin wordt voorzien bij of krachtens de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties of het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. Dit is gewijzigd in lid 3 en is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 3:6 De uitzondering op het verbod in lid 3 van artikel 3:6 wordt gewijzigd.
Voorheen was het verbod niet van toepassing op situaties waarin werd voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010. Door de komst van de Omgevingswet is het verbod niet meer van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010. Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening.
22
artikel 3:11 De tekst voor wat betreft de vergunningplicht voor kappen wordt gewijzigd. In het verleden heeft er een discussie gespeeld om deze bepaling aan te laten sluiten bij het bomenbeleidsplan en een opgestelde lijst met waardevolle bomen. Vanwege de koppeling met het bomenbeleidsplan en het feit dat het bomenbeleidsplan nog op zich laat wachten wordt geadviseerd de bepaling aan te passen. Op deze wijze kunnen de (waardevolle) bomen adequaat beschermd worden en ingegrepen worden in gevallen waar bomen zonder toestemming geveld worden. Artikel 3:11f Artikel 3:11f wordt toegevoegd aan de APV en daarmee wordt er een kapplicht ingevoerd. Deze kapplicht ziet op het kappen van bomen buiten de bebouwde kom in het openbaar gebied. Op grond van dit artikel wordt het verplicht om een boom te kappen indien de boom ziek is of een gevaar vormt voor de openbare veiligheid, de boom ziek is of een gevaar vormt voor de gezondheid van nabijgelegen bomen of planten, de boom de ecologische balans in het gebiedt verstoort of de boom door verwaarlozing in gevaar verkeer keert en reguliere snoei niet volstaat. Artikel 3:12 In dit artikel worden twee dingen gewijzigd. Ten eerste wordt lid 1 gewijzigd door middel van een aanvulling.
Deze aanvulling luidt; ‘..zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.’ Deze wijziging is een resultaat van de Omgevingswet en conform de VNGmodelverordening. Ten tweede wordt lid 3 gewijzigd. Het artikel is nu niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Voorheen was dit artikel niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de provinciale Verordening Noord-Brabant 2010. Ook deze wijziging komt door de nieuwe Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 3:13 Het verbod van artikel 3:13 is op grond van lid 2 niet van toepassing. Dit lid is gewijzigd van ‘niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer’ naar ‘niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. Dit is veranderd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 3:14 In dit artikel wordt de definitie van een kampeermiddel gewijzigd.
Voorheen werd onder een kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1 eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor een recreatief nachtverblijf. Door de komst van de Omgevingswet wordt er nu onder een kampeermiddel verstaan: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor een recreatief nachtverblijf. Deze wijziging vloeit dus voort uit de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 4:4 Dit artikel wordt gewijzigd door middel van een aanvulling aan lid 2. Deze aanvulling luidt: ‘.. of het Besluit activiteiten leefomgeving.’ Dit komt door de komst van de Omgevingswet en conform de VNGmodelverordening. Artikel 4:5 Lid 3 van artikel 4:5 wordt gewijzigd. Door deze wijziging is het eerste lid niet langer van toepassing 23
op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. Voorheen was het eerste lid niet van toepassing op situaties waarin werd voorzien door Verordening wegen Noord-Brabant 2010 of de Landschapsverordening Noord-Brabant 2002. Dit komt door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 4:12 Voorheen werd op grond van lid 2 van artikel 4:12 de vergunning voor een standplaatsvergunning geweigerd wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Door de komst van de Omgevingswet kan de vergunning worden geweigerd wegens strijd met het omgevingsplan. Deze wijziging komt dus door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 4:14 Lid 1 van de afbakeningsbepalingen in artikel 4:14 wordt gewijzigd. Artikel 5:18 lid 1 is niet langer van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Voorheen was artikel 5:18 lid 1 niet van toepassing op situaties waarin werd voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. Dit komt door de komst van de Omgevingswet en conform de VNGmodelverordening.
Artikel 4:15 Lid 5, de uitzondering op het verbod van artikel 4:15, wordt gewijzigd naar: ‘Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening, of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepsvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.’ Voorheen luidde dit lid: ‘Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepsvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening, de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren, of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.’ De grond voor de uitzondering op het verbod is gewijzigd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 4:16 Lid 3 van artikel 4:16 wordt gewijzigd, wat de uitzondering op het verbod geeft.
Voorheen was het verbod niet van toepassing op situaties waarin werd voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening Noord-Brabant of de provinciale landschapsverordening NoordBrabant. Door de komst van de Omgevingswet is het verbod niet meer van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening, of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. Deze wijziging komt door de Omgevingswet en conform de VNGmodelverordening. Artikel 4:17 In lid 2 veranderen er een aantal verwijzingen naar wetgeving. De verwijzing naar situaties waarin 24
wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht en het Binnenvaartpolitiereglement blijft hetzelfde. Alleen worden situaties waarin wordt voorzien door de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening Noord-Brabant vervangen door de provinciale omgevingsverordening. Deze wijziging komt door de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 4:18 Het verbod op crossterreinen kent een uitzondering in lid 3. Voorheen was het verbod op crossterreinen niet van toepassing op situaties waarin werd voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of het Besluit omgevingsrecht. Ook op situaties waarin werd voorzien door de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren. Deze twee blijven na de wijziging nog hetzelfde. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht wordt vervangen door: ‘het verbod is niet van toepassing als de activiteit is toegelaten bij of krachtens de Omgevingswet, in het bijzonder afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving en binnen de in het Omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten.’ Deze wijziging komt door de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 4:19 In dit artikel vinden twee wijzigingen plaats. Ten eerste in lid 4 sub b.
‘Binnen de bij of krachtens de provinciale verordening..’ wordt gewijzigd naar ‘binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.’ Deze wijziging komt door de Omgevingswet en conform de VNGmodelverordening. De tweede wijziging vindt plaats in sub c van lid 4. Dit lid wordt extra toegevoegd aan het artikel. Het lid luidt; ‘binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten.’ Sub c is toegevoegd aan dit lid vanwege de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Artikel 4:20 In dit artikel vinden een aantal wijzigingen plaats. Ten eerste wordt aan lid 1 een regel toegevoegd, namelijk ‘…zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet...’ Dit is toegevoegd door de komst van de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening. Verder worden lid 3 en 4 geschrapt en wordt lid 5 nu lid 3. Ook dit komt door de Omgevingswet en conform de VNG-modelverordening.
25