CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

16 bp Roodloop-Tilburgseweg (6i toelichting B09 - quickscan flora & fauna grootste deel plangebied)

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Hilvarenbeek Noord, Tilburgseweg-Roodloop".10.485 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING Wet natuurbescherming Flora en Fauna

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid

Opdrachtgever: Contactpersoon:

Compositie 5 stedenbouw B.V. de heer T. van Baast

Kenmerk: Datum:

Roev-19-020 15 januari 2020

Opdrachtnemer: Auteur:

Florauna Natuuradvies mevrouw N. Schuurmans MSc

Aanvrager

Contactpersoon Telefoon E-mail

Compositie 5 stedenbouw B.V. Boschstraat 35 4811 GB Breda De heer T. van Baast 076 522 52 62 / 06 839 13 396 tvanbaast@c5s.nl

Kenmerk Datum

Roev-19-020 15 januari 2020

Opgesteld door

Florauna natuuradvies Nicole Schuurmans 06 555 15 199 florauna.natuuradvies@gmail.com

Telefoon E-mail

Florauna natuuradvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Florauna natuuradvies; opdrachtgever vrijwaart Florauna natuuradvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt d.m.v. fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Florauna natuuradvies, nog mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Disclaimer: Deze QuickScan is een potentie-inschatting naar (beschermde) soorten die in een gebied kunnen voorkomen, in combinatie met een toetsing aan de Wet natuurbescherming. Het veldbezoek betreft een momentopname en het beoordelen van een locatie naar de aanwezigheid van (beschermde) soorten en geschikt leefgebied voor (beschermde) soorten. Indien bij werkzaamheden in de toekomst toch soorten worden aangetroffen dienen de werkzaamheden stilgelegd te worden en dient gehandeld te worden naar de wet- en regelgeving met betrekking tot de Wet natuurbescherming voor het onderdeel soortenbescherming. Mogelijk is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te treffen.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 2 van 36

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ..................................................................................................... 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

TOETSINGSKADER .......................................................................................... 9 2.1. 2.2. 2.3.

3.

Bronnenonderzoek ................................................................................12 Terreinbezoek .......................................................................................12

RESULTATEN .................................................................................................13 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8.

5.

Wet natuurbescherming .......................................................................... 9 Soortenbescherming ............................................................................... 9 Relevante overige kaders .......................................................................11

METHODE ......................................................................................................12 3.1. 3.2.

4.

Het plan ................................................................................................ 4 Het plangebied ....................................................................................... 4 Doelstelling van dit onderzoek ................................................................. 7

Bronnenonderzoek ................................................................................13 Flora ....................................................................................................14 Zoogdieren ...........................................................................................14 Vogels .................................................................................................17 Vissen ..................................................................................................23 Reptielen ..............................................................................................23 Amfibieën .............................................................................................23 Ongewervelden .....................................................................................23

SAMENVATTENDE CONCLUSIE .........................................................................25

BIJLAGE I.

Bronvermelding ................................................................................27

BIJLAGE II.

Uitdraai QuickScanhulp Nationale Databank Flora en Fauna ...................28

BIJLAGE III. Foto’s plangebied ..............................................................................33

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 3 van 36

1. INLEIDING 1.1. Het plan Ten westen van de Tilburgseweg en ten noorden van de Roodloop in Hilvarenbeek, zijn meerdere kadastrale percelen gelegen waarop nieuwbouw gepland is. Deze percelen zijn nu geen van allen bebouwd.

Figuur 1 Satellietbeeld van de huidige situatie. Het plangebied is roodomlijnd. Bron: PDOK

1.2. Het plangebied Momenteel bestaat het plangebied uit onbebouwde grond met daarop ruigtepercelen, percelen die als landbouwgrond in gebruik zijn en een weide waar paarden lopen. Daarnaast zijn in het plangebied enkele kleine houtwallen aanwezig waar hier en daar een boom staat en voornamelijk dicht struikgewas groeit. Het voornemen is om binnen het plangebied nieuwbouwwoningen te realiseren, bestaande uit tweekappers, vrijstaande woningen en rijtjeswoningen (figuur 2). Hiervoor zullen aanwezige houtwallen verdwijnen en zal de ruigte die nu op enkele plekken aanwezig is eveneens moeten wijken.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 4 van 36

Figuur 2 Voorgenomen inrichting Bron: Compositie 5 stedenbouw B.V.

De planlocatie is over twee bestemmingsplannen verdeeld. Voor het meest noordelijke deel is op 17 mei 2018 het bestemmingsplan ‘Hilvarenbeek Noord-Westzijde’ vastgesteld. Voor deze gronden van het plangebied zijn de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Horeca’ van toepassing.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 5 van 36

Figuur 3 Vigerend bestemmingsplan ‘Hilvarenbeek Noord-Westzijde’ Bron: ruimtelijkeplannen.nl

Het zuidelijke deel van het plangebied is in het bestemmingsplan ‘Woongebieden en bedrijventerreinen, Hilvarenbeek’, vastgesteld op 22 oktober 2009, bestemd als ‘Agrarisch’ (zie figuur 4) Om hier woningbouw te kunnen realiseren is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 6 van 36

Figuur 3 Vigerend bestemmingsplan ‘Woongebieden en bedrijventerreinen Hilvarenbeek’ Bron: ruimtelijkeplannen.nl

1.3. Doelstelling van dit onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden (waarschijnlijk) aanwezig zijn in het plangebied. Anderzijds worden de consequenties van deze (mogelijke) aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Hiervoor is van belang dat de volgende vragen worden beantwoord. 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen (mogelijk) voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied? 2. Welke te verwachten wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden negatieve effecten van het plan?

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 7 van 36

3. Hoe dient te worden omgegaan met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 8 van 36

2. TOETSINGSKADER

2.1. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen Faunawet en de Boswet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving. De Wnb is een vereenvoudiging ten opzichte van het voorgaande stelsel en sluit beter aan op het Europese recht en het omgevingsrecht. Binnen de Wnb zijn drie onderdelen die de voorgaande losstaande wetten vervangen; de Gebiedsbescherming, de Soortenbescherming en de Houtopstanden. De Wnb ziet toe op: - het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; - het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en - het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. 2.2. Soortenbescherming De Soortenbescherming is het nationale wettelijke kader waarin de bepalingen van EUrichtlijnen op het gebied van bescherming van soorten zijn vertaald naar nationaal recht. Het doel van de Soortenbescherming is het in stand houden van de planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Hiertoe is een groot aantal plant- en diersoorten beschermd.

De precieze regels die op een plan van toepassing zijn, hangen af van het type voornemen. Hieronder een beknopte algemene toelichting. Voor alle soorten geldt een zorgplicht: een ieder dient voldoende zorg in acht te nemen voor de in het wild levende planten en dieren. Schadelijke handelingen zoals het doden, opzettelijk verontrusten, verstoren of vernietigen van dieren en hun vaste rust- en verblijfplaatsen, hun holen, nesten, eieren rapen, net als het uitgraven, plukken en vernietigen van groeiplaatsen van planten, zijn verboden. Naar mate van bescherming kan onderscheid worden gemaakt in de volgende beschermingsregimes: Wet natuurbescherming - Vogelrichtlijn Vogels nemen een bijzondere plaats in in de natuurwetgeving. Alle broedende vogels, hun eieren, hun vaste rust- en verblijfplaatsen én de functionele omgeving daarvan, zijn beschermd. Vogelsoorten worden onderscheiden in vijf categorieën, waarbij soorten van categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn, en soorten van categorie 5 in principe alleen tijdens de broedperiode. Voor het verstoren van broedende vogels tijdens de broedperiode wordt geen ontheffing verleend. Voor het aantasten van broedende vogels en/of de jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen, geldt een zware toets, vergelijkbaar met die van de Habitatrichtlijn soorten.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 9 van 36

Wet natuurbescherming - Habitatrichtlijn Alle plant- en diersoorten genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn zijn beschermd. Voor deze streng beschermde soorten, geldt dat een ontheffing alleen wordt verleend als geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat en er sprake is van een in of bij de wet genoemd belang. Binnen deze categorie bestaat een verdere onderverdeling, waarvoor de criteria voor het verlenen van een ontheffing nog iets verschillen. Wet natuurbescherming – Andere soorten Alle in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders en kevers van soorten genoemd in bijlage 1, onderdeel a van de Wnb vallen onder deze categorie. De dieren opgenomen in deze bijlagen mogen niet opzettelijk gedood of gevangen worden. Voor de andere soorten onder de Wnb geldt dat een ontheffing vereist blijft bij ruimtelijke ingrepen die negatieve effecten voor deze soorten hebben. Een uitzondering hierop kan gemaakt worden als wordt gewerkt volgens een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode. In zo’n gedragscode geeft een sector of initiatiefnemer zelf aan welke gedragslijnen men volgt om het schaden van beschermde soorten zo veel mogelijk te voorkomen.

Als er volgens een goedgekeurde gedragscode gewerkt wordt, is alleen nog een ontheffing nodig voor werkzaamheden die niet conform die gedragscode (kunnen) worden uitgevoerd. Vrijstelling en ontheffing Een ruimtelijke ingreep kan gepaard gaan met negatieve effecten op planten en dieren. Alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, is verboden. Om een ruimtelijk plan dat mogelijk negatieve effecten heeft op beschermde soorten toch tot uitvoering te mogen brengen, is een vrijstelling of een ontheffing van het Ministerie van Economische Zaken noodzakelijk. Om na te gaan of een vrijstelling of ontheffing noodzakelijk is zijn verschillende onderzoeken nodig: • met een QuickScan wordt aangetoond of er mogelijk matig of strikt beschermde soorten aanwezig zijn; • zo nodig wordt met nader onderzoek aangetoond of er schadelijke effecten op beschermde soorten zijn; Indien bij de QuickScan is aangetoond dat er geen matig of strikt beschermde soorten aanwezig zijn, dan geldt een algemene vrijstelling. Indien wel beschermde soorten aanwezig zijn, en met nader onderzoek aangetoond is dat er schadelijke effecten op deze beschermde soorten zijn is het noodzakelijk om mitigerende of compenserende maatregelen te treffen. Indien dit kan door te werken volgens een gedragscode (goedgekeurd werkprotocol) is er vrijstelling verleend.

Als nog geen gedragscode voor de specifieke situatie beschikbaar is, dient een ontheffing verkregen te worden. Om een ontheffing te kunnen verkrijgen, moet aangetoond worden dat de voorgenomen ruimtelijke ingreep geen afbreuk zal doen aan de gunstige staat van instandhouding van de aangetroffen beschermde soorten. Of, als er geen alternatief is en de ingreep een voldoende zwaarwegend belang dient (wettelijk gedefinieerd per Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 10 van 36

bovengenoemde categorie), kan mogelijk toch ontheffing verleend worden onder voorwaarden. Een ontheffing kan worden aangevraagd bij Gedeputeerde Staten van de provincie waar de ingreep plaatsvindt. De bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis mogen wel opzettelijk gedood en gevangen worden, en hun vaste voortplantingsplaats of rustplaats mag opzettelijk vernield of beschadigd worden, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. (Wnb Art. 3.10 lid. 3) Ook de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten vallen niet onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming, en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden, en hun vaste voortplantingsplaats of rustplaats mag opzettelijk vernield of beschadigd worden. (besluit Wnb Art 3.10 lid. b1) 2.3. Relevante overige kaders Binnen de Wnb is naast de Soortenbescherming ook de Houtopstanden opgenomen. De Houtopstanden binnen de Wnb geldt voor houtopstanden buiten de bebouwde kom. Binnen de houtopstanden geldt een meldingsplicht en een herplantingsplicht. Het voornaamste doel van het onderdeel houtopstanden is het instandhouden van het areaal bossen en beplantingen in Nederland. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long voor ons dichtbevolkte land.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 11 van 36

3. METHODE De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek. 3.1. Bronnenonderzoek Ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplan en provinciale structuurvisie, zijn geraadpleegd op de overheidswebsite www.ruimtelijkeplannen.nl. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn waarnemingen van flora en fauna in Nederland gebundeld. De Gegevensautoriteit Natuur staat ervoor in dat alleen gevalideerde waarneming worden opgenomen. Gegevens uit meer dan 100 databanken zijn gebundeld, waaronder die van de particuliere gegevensbeherende organisaties (Zoogdiervereniging, Vlinderstichting, etc.), provincies en terreinbeherende organisaties. De NDFF wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. Uit deze nationale databank is een overzicht opgevraagd van alle in de nabijheid van het plangebied waargenomen beschermde planten- en dierensoorten. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn daarbij niet bekend. Het overzicht geeft een indicatie op welke soorten in het bijzonder gelet moet worden bij het veldbezoek. Daarnaast zijn de websites www.waarneming.nl en www.telmee.nl geraadpleegd voor achtergrondinformatie, deze gegevens zijn niet inhoudelijk voor deze QuickScan gebruikt.

Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. Deze waarnemingen zijn wel tot op de exacte locatie te herleiden. 3.2. Terreinbezoek Op basis van een eenmalig terreinbezoek is de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten en soortgroepen beoordeeld, met bijzondere aandacht voor de vanuit het bronnenonderzoek verwachte soorten. Het gaat hierbij om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Het terreinbezoek is uitgevoerd door mevrouw N. Schuurmans, ecologisch adviseur, op 20 december 2019 in de ochtend bij circa 13C, lichte neerslag en volledig bewolkt weer.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 12 van 36

4. RESULTATEN 4.1. Bronnenonderzoek Houtopstanden Binnen het plangebied worden bomen geveld. De planlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van gemeente Beek. Daaruit volgt dat het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet aan de orde is voor de voorgenomen plannen. Waargenomen soorten Het overzicht van alle in de nabijheid van het plangebied waargenomen beschermde planten- en dierensoorten van de NDFF is bij dit rapport gevoegd als bijlage II. Onderstaande tabel 1 geeft een overzicht van alle beschermde soorten die op minder dan een kilometer afstand van het plangebied zijn waargenomen. Tabel 1 Beschermde soorten, waargenomen op minder dan 1 kilometer van het plangebied Soort

Soortengroep

Categorie bescherming

Bruine kikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

Gewone pad

Amfibieën

wnb-andere soorten

Kleine watersalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

Bosbeekjuffer

Insecten - Libellen

wnb-andere soorten

Hazelworm

Reptielen

wnb-andere soorten

Levendbarende hagedis

Reptielen

wnb-andere soorten

Bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Bunzing

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Eekhoorn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Egel

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Haas

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Huisspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Konijn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Ree

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Steenmarter

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Vos

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Wezel

Zoogdieren

wnb-andere soorten

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

Watervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

Boomvalk

Vogels

wnb-vrl

Buizerd

Vogels

wnb-vrl

Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

Grote Gele Kwikstaart

Vogels

wnb-vrl

Havik

Vogels

wnb-vrl

Huismus

Vogels

wnb-vrl

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

Oehoe

Vogels

wnb-vrl

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

Roek

Vogels

wnb-vrl

Slechtvalk

Vogels

wnb-vrl

Sperwer

Vogels

wnb-vrl

Steenuil

Vogels

wnb-vrl

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 13 van 36

Soort

Soortengroep

Categorie bescherming

Wespendief

Vogels

wnb-vrl

Zwarte Wouw

Vogels

wnb-vrl

De in deze tabel genoemde soorten vormden een aandachtspunt bij het terreinbezoek. De resultaten daarvan worden hieronder per soortgroep belicht. Zie ook bijlage III voor foto’s van het plangebied. 4.2. Flora Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten gevonden. Er zijn enkel algemene tot zeer algemene soorten aangetroffen die kenmerkend zijn voor een niet gemaaid grasland. Conclusie flora: Er zijn geen negatieve effecten van de voorgenomen plannen te verwachten op beschermde flora.

4.3. Zoogdieren Vleermuizen In de nabijheid van het plangebied zijn de gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en de watervleermuis waargenomen. Tijdens het terreinbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in migratieroute, foerageergebied en verblijfplaats. Migratieroute: Migratieroutes zijn in het plangebied uit te sluiten. Aangrenzend aan het plangebied zijn voldoende lijnvormige structuren aanwezig waarvan vleermuizen gebruik kunnen maken tijdens de migratie. Voor de voorgenomen ingreep, bestaande uit het realiseren van een aanbouw, vellen van enkele bomen, het verwijderen van struikgewas en het realiseren van nieuwbouw zijn negatieve effecten op de instandhouding van migratieroutes niet te verwachten.

Verblijfplaatsen in gebouwen of bomen: In het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Er hoeft daarmee ook geen sloop in het plangebied te worden uitgevoerd. Daarmee zijn ook verblijfplaatsen in gebouwen uit te sluiten. In het plangebied zijn wel enkele bomen aanwezig aan de grenzen. Deze bomen beschikken echter op het moment van controle niet over holten of losse schors waar vleermuizen gebruik van kunnen maken als verblijfplaats. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen op het aantasten van verblijfplaatsen zijn dan ook niet te verwachten. Foerageergebied: Het gehele plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Met de voorgenomen ingreep blijft voldoende geschikt foerageergebied voor de vleermuizen over direct aangrenzend aan het plangebied. Gedurende de nieuwbouw en na afronding van de bouwwerkzaamheden kunnen vleermuizen gebruik blijven maken van het plangebied Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 14 van 36

om te foerageren. Daarbij is het wel noodzakelijk om geen nachtelijke verlichting te voeren. Indien nachtelijke verlichting gevoerd wordt heeft dit mogelijk negatieve effecten voor het foerageergedrag en de foerageermogelijkheden voor vleermuizen in het plangebied. Conclusie vleermuizen: Van het plan zijn geen negatieve effecten op beschermde vleermuissoorten te verwachten. Nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming noodzakelijk is, is niet noodzakelijk. Knaagdieren In de nabijheid van het plangebied is enkel de eekhoorn waargenomen. Tijdens het veldbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor de eekhoorn en andere beschermde knaagdieren. Hierbij is gekeken naar de ecologie en verspreiding van knaagdieren. De eekhoorn heeft voorkeur voor een ouder bos als leefomgeving en dan met name grotere bomen, als verblijfs- en nestplaats. In het plangebied komen oudere naald- en loofbomen voor. Voedselbronnen zijn ook aanwezig in het plangebied, waardoor het plangebied geschikt is als leefomgeving voor de eekhoorn. Tijdens het veldbezoek zijn geen eekhoorns waargenomen. De bever is niet te verwachten in het plangebied door het ontbreken van open water in het plangebied. Voor de bever is open water essentieel is in het leefgebied. Muizen In de nabijheid van het plangebied is de bosmuis en de huisspitsmuis waargenomen.

Tijdens het veldbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor deze en andere beschermde muizen. Hierbij is gekeken naar de ecologie en verspreiding van deze knaagdieren. De bosmuis komt voor in zowel bossen als open terreinen, zolang er maar voldoende lage begroeiing of verspreid liggende stenen aanwezig zijn als dekking. De bosmuis is te vinden in tuinen, duinen, heide, akkers, wegbermen, niet te natte rietlanden en braakliggend land. Maar ook in boomgaarden, parken en tuinen. In zeer natte terreinen en open weilanden komt hij niet voor. Gezien de planlocatie is de aanwezigheid van de bosmuis niet uit te sluiten. Een geschikt habitat is voor deze soort aanwezig. Echter geniet de bosmuis een algemene bescherming onder de Wnb (Art. 3.10 lid. 3), waardoor voor deze soort een vrijstelling geldt, voor het opzettelijk doden, vangen, vernielen of beschadigen van voortplantings- en rustplaats, indien deze dieren zich in of op of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. De huisspitsmuis leeft in allerlei soorten gebieden. In graslanden, bosranden, weiden, tuinen, parken, heggen en het gehele jaar door ook in gebouwen. Ze geven de voorkeur aan droge leefomstandigheden. In de nabijheid van menselijke nederzettingen is de huisspitsmuis vaak te vinden in huizen, boerderijen, stallen, schuren of kelders.

De planlocatie ligt op een bedrijventerrein waar in de directe nabijheid geen beplanting aanwezig is, op de kleine border aan de voorzijde van het bedrijfspand na. Mogelijk dat de huisspitsmuis zich wel in het plangebied heeft weten te vestigen en dat hij daar een Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 15 van 36

verblijfsplaats heeft. Echter geniet de huisspitsmuis een algemene bescherming onder de Wnb (Art. 3.10 lid. 3), waardoor voor deze soort een vrijstelling geldt, voor het opzettelijk doden, vangen, vernielen of beschadigen van voortplantings- en rustplaats, indien deze dieren zich in of op of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Marterachtigen In de nabijheid van het plangebied zijn de bunzing, steenmarter en de wezel waargenomen. Tijdens het veldbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor deze en andere beschermde marterachtigen. Hierbij is gekeken naar de ecologie en verspreiding van deze marterachtigen. De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden met water in de nabijheid. Voorbeelden van een geschikt leefgebied zijn oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt de bunzing voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten. Vooral in de winter komt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen voor, waar ze tussen strobalen en op hooizolders warm blijven, en muizen en ratten bemachtigen als voedsel. De planlocatie is hiermee geschikt als verblijfsplaats voor de bunzing.

Lage begroeiing in de vorm van struiken is aanwezig waar de bunzing gebruik van kan maken als verblijfplaats. Daarnaast is grasland met lage tot half hoge kruidige begroeiing binnen het plangebied aanwezig wat kan dienen als foerageergebied. Nadelige effecten zijn dan ook op voorhand niet uit te sluiten. De steenmarter is een ‘cultuurvolger’ en komt in een grote diversiteit van landschappen voor, van rots- en steenachtige biotopen en parklandschappen tot bosloze gebieden en zelfs gebieden met kleinschalige landbouw, dorpen en zelfs grote steden. De planlocatie is geschikt als biotoop voor de steenmarter. Doordat het plangebied geschikt is als leefomgeving voor de steenmarter zijn verblijfplaatsen ook op voorhand niet uit te sluiten. Er is veel struikgewas aanwezig in het plangebied waarin de steenmarter die kunnen dienen als verblijfplaats. Daarnaast is door de half hoge kruidige vegetatie in het plangebied en de variatie van open stukken en stukken die meer begroeid zijn een ideale foerageeromgeving aanwezig voor de steenmarter. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van de steenmarter is noodzakelijk. De wezel leeft bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap, maar verder in veel verschillende biotopen (zoals bossen, duinen, wei- en akkerland). Wezels zoeken graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen.

Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed worden met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Op de planlocatie is geschikt leefgebied aanwezig. Daarnaast zijn schuilgelegenheden in de vorm van struikvegetatie aanwezig en biedt de omgeving geschikt leefgebied voor het voedsel van de wezel. Nadelige effecten van de voorgenomen activiteiten op de wezel zijn dan ook op voorhand niet uit te sluiten.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 16 van 36

Overige zoogdieren In de nabijheid van het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van overige beschermde zoogdieren aangetroffen of te verwachten. Conclusie overige zoogdieren: Negatieve effecten op overige zoogdieren zijn niet uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing soortenbescherming is noodzakelijk voor de marterachtigen, namelijk de bunzing, steenmarter en de wezel.

4.4. Vogels Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) Broedvogels waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn, zijn in de nabijheid van het plangebied waargenomen. Het gaat om de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en de zwarte wouw. Gedurende het terreinonderzoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor deze strikt beschermde vogelsoorten. De boomvalk wordt over het algemeen aangetroffen in open agrarische landschappen en natuurgebieden, zoals parklandschappen, heiden en hoogvenen, open duinen en moeras, boerenland en dorpen, maar ook in buitenwijken van steden. De boomvalk broedt in allerlei bostypen, maar geeft de voorkeur aan een halfopen bos, of aan de wat meer open randen van dichte bossen. Soms is de boomvalk ook te vinden in een solitaire boom. De boomvalk is bijna overal waar kraaien en eksters broeden waar te nemen (dus ook populierensingels, op erven, in hoogspanningsmasten en in stadsparken). De boomvalk is een echte luchtjager die vanuit zijn vlucht toeslaat op zijn prooi. Op het menu van de boomvalk staan zwaluwen, piepers, kwikstaarten, leeuweriken, spreeuwen, gorzen, mussen en vinkachtigen. Ook libellen en andere vliegende insecten (vliegende mieren) dienen als voedsel voor de boomvalk.

Tijdens de jacht vliegt de boomvalk vaak op grote hoogte en maakt gebruik van een lange en snelle duikvlucht. Jacht vanaf lagere hoogte vindt ook plaats. De planlocatie beschikt over een kleinschalige houtopstand, die wel redelijk dicht begroeid is. Nesten van de boomvalk zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. De buizerd is de algemeenste en meest opvallende roofvogel van Nederland en geeft voorkeur aan afwisselend landschap, bestaande uit bossen en houtwallen afgewisseld met weilanden, heide, boerenland, moerasbossen en andere houtopstanden. Voorkeur van de buizerd gaat uit naar habitats met aanwezigheid grotere dikke en stevige bomen, zoals eiken, wilgen, zwarte els, lariks en/of grove den, echter is dit geen vereiste. De buizerd is vaak waar te nemen in open land, zittend op een paal of schroevend op de thermiek. De buizerd jaagt vanuit stand (zittend op grotere hoogte en dan op zijn prooi af gaan) in open tot halfopen velden. Voldoende voedsel is van belang, de buizerd jaagt ook wel midden in (ouder) bos, maar voornamelijk op weilanden. Op de planlocatie zelf zijn enkel wat hoge bomen aanwezig met rondom open landschap. De hoge bomen zijn geschikt voor de buizerd om te rusten. Nesten van de buizerd zijn echter niet aangetroffen tijdens het veldbezoek, waardoor aanwezigheid van de buizerd op de planlocatie uitgesloten kan worden.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 17 van 36

De gierzwaluw brengt het grootste deel van de dag door in de lucht. De gierzwaluw is van oorsprong een rotsbewoner, tegenwoordig broedt de gierzwaluw vooral in dorpen en steden, waar hij nestelt in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens. In Nederland zijn nesten van gierzwaluwen uitsluitend te vinden in allerlei menselijke bebouwing: onder dakpannen, in kieren en gaten in muren maar ook in nestkasten. Een gierzwaluw keert jaarlijks terug naar het nest van voorgaand jaar. Een gierzwaluw zal enkel indien noodzakelijk een nieuwe nestplaats bouwen, echter zijn zij zeer voorzichtig met het binnendringen van een ruimte voor het maken van een nieuwe nestplaats. Op de planlocatie zelf is zeer geschikte bebouwing aanwezig die kan dienen als verblijfs- en nestplaats van de gierzwaluw. De optimale periode om de aanwezigheid gierzwaluwen waar te nemen is van half mei tot eind juli middels het tellen van laag vliegende dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden in november, waardoor de aanwezigheid van de gierzwaluw niet optimaal beoordeeld kan worden. Nader onderzoek op de aanwezigheid van de gierzwaluw is echter niet noodzakelijk, omdat geen bebouwing in het plangebied aanwezig is en daarmee nestplaatsen van de gierzwaluw zijn uit te sluiten.

De grote gele kwikstaart nestelt doorgaans in een nis in een muur of onder een brug, in boomwortels en brokkelige oevers langs snelstromende beken in natuurlijke oevers of onder bruggen en aan gebouwen in steden en dorpen. Ook langs stilstaand water komt de grote gele kwikstaart voor. De voorkeur van de grote gele kwikstaart gaat uit naar oevers aan (snelstromende) rivieren en beken met de aanwezigheid van loofbos of omzoomd met loofbomen. Het foerageergebied voor de grote gele kwikstaart is ook vrijwel uitsluitend aan oevers van beken en rivieren, het liefst met loofbos of loofbomen omzoomd. Het voedsel van de grote gele kwikstaart bestaat uit kleine ongewervelde dieren die in of bij het water leven, vooral insecten (vliegen, muggen, kokerjuffers, haften, steenvliegen, kevers), maar ook spinnen, vlokreeftjes en kleine slakken. Op de planlocatie geen open water aanwezig, waardoor de planlocatie minder aantrekkelijk is voor de grote gele kwikstaart. Negatieve effecten zijn uit te sluiten. De havik broedt in bosrijke streken in naald- en loofbossen, maar komt ook voor in moerasbossen en soms in parken. Haviken blijven in de omgeving van de broedplaats. De havik jaagt in het bos, maar ook in tussenliggende weilanden en akkers, in aangrenzende open gebieden (heide, hoogveen, moerassen, boerenland), tot aan steden toe.

Het voedsel van de havik is zeer divers en is afhankelijk van het landschap en het aanbod. Veelal middelgrote (duif) en kleine vogels (spreeuw) staan op het menu, maar ook grotere vogels (kleine gans), daarnaast kunnen zoogdieren ook als prooi dienen (eekhoorn en konijn). Meestal jaagt de havik vanuit een lage tot middelhoge vlucht, waarbij geschikte plekken in het territorium worden afgezocht. Tijdens de jacht cirkelt de havik rond, gevolgd door een lange stootduik. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten waargenomen die van de havik kunnen zijn. Negatieve effecten zijn dan ook uit te sluiten voor de havik. De huismus is sterk gebonden met mensen. Vaste rust- en nestplaatsen zijn naast de broedplaats ook ‘altijd-groene struiken’ en klimplanten. De huismus komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, zoals onder dakpannen, in neststenen en in kieren en gaten in de muur, maar ook achter regenpijpen en nestkasten. Daarnaast dient Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 18 van 36

in de nabijheid van enkele meters van de nestplaats voldoende voedsel en drinkwater aanwezig te zijn. Op de planlocatie is geen bebouwing aanwezig, wel zijn enkele hagen van struiken aanwezig waar huismussen zouden kunnen foerageren. Echter is, door de aanwezigheid van de vele tuinen aangrenzend aan het plangebied, eerder te verwachten dat de huismussen zich daar bevinden. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen zijn voor de huismus uitgesloten. De kerkuil is een bewoner van (half)open landschappen, veelal in de nabijheid van boerenland. Hij broedt dan ook in het hele land in agrarisch gebied, incidenteel is de kerkuil ook in steden te vinden. De voorkeur gaat uit naar een agrarisch gebied met de aanwezigheid van geschikte nestbomen, en rustige en donkere schuilhoeken. Het open land wordt gebruikt voor het jagen. Kerkuilen zijn plaatstrouw en leiden een teruggetrokken leven waarbij zij actief worden in het donker om in het veld te jagen op vooral veldmuizen. Naast veldmuizen kunnen ook spitsmuizen en woelmuizen op het menu van de kerkuil staan, soms (ongeveer 2%) van het voedsel van de kerkuil bestaat uit andere dieren zoals vogels, amfibieën en ongewervelde diertjes. Kerkuilen blijven gewoonlijk het gehele jaar in de naaste omgeving van de broedplaats, enkel tijdens strenge winters en perioden met voedselschaarste zullen zij noodgedwongen gaan zwerven.

Op de planlocatie is geen geschikte mogelijkheid aanwezig voor de kerkuil om te nestelen of te roesten. De aanwezige houtwal is van onvoldoend kwaliteit en omvang om geschikt te zijn voor de kerkuil als nestplaats. Negatieve effecten zijn niet te verwachten. De oehoe heeft een groot aanpassingsvermogen, waardoor hij in en zeer uiteenlopend leefgebied voorkomt, van naaldbos, tot gebieden met struikgewassen, bossen en heuvelland, zelfs bij meren en aan zeekusten. Plaatselijk komt de oehoe ook voor in menselijke omgeving. De leefomgeving van de oehoe moet jaarrond voldoende voedsel bieden en er dient water in de buurt te zijn. De aanvliegroute naar de nestplaats, welke vaak op richels in afgravingen, op de grond of oude roofvogelnesten zijn, dient vrij te zijn. Op de planlocatie zelf is geen geschikte verblijfsplaats voor de oehoe aanwezig, enkel zou de planlocatie als jachtterrein benut kunnen worden. Door de aanwezigheid van voldoende jachtterrein in de directe omgeving van de planlocatie zijn negatieve effecten uit te sluiten. De ooievaar nestelt zich bij voorkeur op menselijke bouwsels, zoals hoge gebouwen, straatlantaarns en nestpalen in een menselijke omgeving. De aanwezigheid van voedsel bestaande uit kikkers, muizen, mollen, insecten, hagedissen, regenwormen, jonge vogels, aas en afval - is het belangrijkste criterium voor de ooievaar om zich te vestigen.

Een ooievaar zoekt zijn voedsel meestal in weilanden en hooilanden. Nesten van de ooievaar zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Negatieve effecten op de instandhouding van de ooievaar zijn uit te sluiten.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 19 van 36

De ransuil komt voor in allerlei landschappen, zoals agrarische gebieden tot open bos, bosranden, parken, duinen, heiden, hoogvenen en moerasgebieden. In grote aaneengesloten bosgebieden komt de ransuil niet voor. De jacht vindt bij voorkeur plaats in open velden, langs wegbermen en op kale plekken in bos. Op boomloze locaties en in steden komt de ransuil niet voor. Voorkeur voor broed en rustplaats zijn naaldbomen, houtwallen, boomgroepen en hagen, soms ook solitaire bomen. Het voedsel van de ransuil bestaat hoofdzakelijk uit muizen (woelmuizen als de veldmuis, echte muizen zoals de aard- en bosmuis) en kleine vogels (mussen, merels, spreeuwen en vinkachtigen). De planlocatie zelf biedt geschikt habitat voor de ransuil. De aanwezige kleine houtopstanden zijn van onvoldoende omvang en dichtheid om te kunnen dienen als roestplaats voor de ransuil. Daarnaast zijn geen braakballen in het plangebied aangetroffen. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen zijn niet te verwachten. De roek is vooral te vinden in gebieden die bestaan uit vochtige gras- en bouwlanden met verspreid staande clusters van bomen, half-open landschappen, zoals bosranden, geïsoleerde bosjes en lanen met hoge bomen. Vooral boombestanden die bestaan uit meerdere soorten bomen en struiken hebben de voorkeur. Parklandschappen en parken aangrenzend aan vochtige landbouwgronden worden gewaardeerd door de roek.

De roek leeft in kolonies en foerageert veruit het meest op vochtige begraasde en/of bemeste graslanden en op akkerland. Het voedsel van de roek bestaat voornamelijk uit ongewervelde dieren (wormen, emelten, kevers etcetera) die in de bodem leven. In een stedelijke omgeving of bij parkerplaatsen en langs de weg komen roeken ook voor, daar bestaat het voedsel voornamelijk uit menselijke voedselresten en alle eetbaars te vinden in afvalbakken en op straat. Nestplaatsen bestaan meestal uit scheve nesten van takken met een losse structuur waar licht doorheen valt, nesten worden snel gebouwd. Een roek is trouw aan een locatie en zal terugkeren naar zijn broed- en nestplaats. Tevens is de nestplaats een oriëntatiepunt voor de roek. De meest optimale periode om de aanwezigheid van de roek te beoordelen is van half februari tot half juli. Ondanks dat het veldbezoek heeft plaatsgevonden buiten de optimale periode voor het waarnemen van de roek kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. De planlocatie bied geen geschikt habitat voor de roek, omdat geen bomen en struiken aanwezig zijn die kunnen dienen als verblijfs- en schuilplaats. Daarnaast zijn geen nesten van de roek aangetroffen. De slechtvalk broedt vaak in nestkasten, oude nesten van roofvogels en kraaien en in open boerenland en in hoogspanningsmasten. De slechtvalk jaagt ver van het nest in open landschappen.

Buiten de broedtijd jaagt de slechtvalk in open landschappen, boerenland, uiterwaarden en op kwelders. Vaak wordt de slechtvalk waargenomen op de grond of op een paaltje langs een weiland, maar ook op hogere uitkijkpunten zoals masten. Een groot aanbod aan prooien is cruciaal voor de slechtvalk. Prooien van de slechtvalk worden voornamelijk waargenomen en gevangen op open land en zijn van middelgroot formaat (steltlopers, eenden, duiven, spreeuwen en soms ook ganzen en gierzwaluw). Het exacte menu van de slechtvalk wordt voor het grootste deel bepaald door het aanbod. De planlocatie zelf is erg open, met enkele kleine houtwallen/bomen. Op de planlocatie zijn geen gebouwen aanwezig. In de omgeving van de planlocatie is open weiland en akkerland aanwezig. Dit maakt de planlocatie zelf niet geschikt voor de slechtvalk. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen op de instandhouding van de slechtvalk zijn uit te sluiten, omdat de planlocatie zelf geen geschikte nestplaats is voor de slechtvalk. Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 20 van 36

De sperwer is een roofvogel die voorkeur geeft aan bossen, grotere tuinen en parken. De sperwer heeft voorkeur aan halfopen landschappen met (dichte) jonge bossen en naaldbomen. De sperwer komt ook voor in de stad, tuinen, open boeren land in windsingels, bosjes en op erven. Buiten de broedtijd is de sperwer meestal waar te nemen in open land (vrouwelijke exemplaren) en in het bos (mannelijke exemplaren) voor het jagen op voedsel. Het voedsel van de sperwer bestaat voornamelijk uit kleine zangvogels (mezen, mussen en vinken), maar ook grotere zangvogels (lijsters en spreeuwen) en andere grotere vogels (steltlopers). Jongen van de sperwer komen uit het ei in de piektijd van het uitvliegen van jonge prooisoorten. De sperwer jaagt vaak in dicht bos, waarbij hij van zitplaats naar zitplaats verhuist en goed observeert (kijken en luisteren) naar een geschikte prooi. Meestal slaat de sperwer toe vanuit een hinderlaag of komt hij van grote hoogte schroevend naar beneden op zijn prooi af. Een geschikte biotoop voor de sperwer is niet aanwezig op de planlocatie, tevens kan de aanwezigheid van een nestplaats worden uitgesloten door het ontbreken van nesten. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen op de instandhouding van de sperwer zijn niet te verwachten.

De steenuil heeft voorkeur voor een biotoop in veelal kleinschalige agrarische cultuurlandschapen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en oude en knoestige bomen. Gebruikelijk leeft de steenuil op erven van burgerwoningen, bij boerderijen in het agrarische cultuurlandschap en aan dorpsranden. Het ideale leefgebied van de steenuil voorziet het hele jaar van voldoende voedsel, een geschikte nestplek en voldoende veiligheid. De steenuil is namelijk een standvogel en blijft het gehele jaar in en rondom zijn nest. De biotoop van de steenuil dient een open tot halfopen landschap met afwisselend korte en verruigde vegetatie te hebben. Gebieden met aanwezigheid van bebouwing, beplanting, tuinen en weilandjes met (hobby)vee hebben de voorkeur. Voldoende nestplaats – boomholten, nestkasten of nauwe ruimten in gebouwen - is van belang voor de steenuil. Het is ook van belang dat er voldoende voedsel aanwezig is voor de steenuil in de vorm van muizen, regenwormen, kikkers, salamanders, vleermuizen, kleine vogels en allerlei soorten insecten. Voorkeur geeft de steenuil aan voldoende ziten uitkijkposten voor het foerageren en om te rusten en een rustige omgeving waar geen verstoring of versnippering plaatsvindt. Een geschikt leefgebied met nestmogelijkheden voor de steenuil ontbreekt binnen het plangebied. Echter zijn nest- en roestplaatsen niet aangetroffen, evenals braakballen.

Negatieve effecten op de staat van instandhouding zijn niet te verwachten. De wespendief heeft als voorkeur biotoop loofbossen en gemengde bossen met open plekken, heide, hoogvenen en graslandjes. Moerasbos en kleinschalig cultuurland met bos kunnen ook als leefomgeving voor de wespendief dienen. De wespendief is een unieke roofvogel met een uitgesproken voedselvoorkeur, bestaande uit larven, poppen, volwassen wespen en honing. De wespendief graaft grondnesten van wespen uit, ook boomnesten worden geopend om als voedsel te dienen. Naast wespen kunnen ook ratten, hommels, kevers, reptielen, eieren, jongen van andere vogels, amfibieën (vooral kikkers) en kleine zoogdieren als voedsel dienen. Op de planlocatie zijn geen gebouwen aanwezig en slechts enkele bomen in kleine houtwallen, wat de planlocatie niet geschikt maakt al leefomgeving voor de wespendief door het ontbreken van bossen. Negatieve effecten zijn dan ook uit te sluiten. Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 21 van 36

De zwarte wouw leeft in een biotoop met laagland met de beschikking over halfopen bossen, bossen en waterrijke gebieden, zoals rivierdalen met ooibossen en moerasgebieden. Buiten de broedtijd is de zwarte wouw in meerdere landschapstypen te vinden. Het voedsel van de zwarte wouw is erg breed, de zwarte wouw heeft zich op veel plaatsen aangepast aan de menselijke aanwezigheid. OP het menu van de zwarte wouw staan aas, kleine zoogdieren, vis, kleine tot middelgrote (vaak jonge) vogels, reptielen en amfibieën. Ook afval van de mens wordt gegeten door de zwarte wouw. Op de planlocatie is deze biotoop niet aanwezig, voldoende bomen ontbreken en er is geen open water aanwezig op de planlocatie, wat de planlocatie niet geschikt maakt als leefomgeving voor de zwarte wouw. Negatieve effecten zijn dan ook uit te sluiten.

Vogelsoorten met beschermde nesten (categorie 5) Daarnaast kan het zijn dat er nesten aanwezig zijn van vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is als er weinig of geen vervangende nestplaatsen in de omgeving aanwezig zijn. In het plangebied zijn enkele bomen aanwezig en een houtwal met voornamelijk struiken aanwezig. In de aanwezige bomen zijn geen holten aanwezig, In het plangebied kunnen broedvogels uit categorie 5 worden verwacht.

Vogelsoorten en bescherming tijdens het broedseizoen Het voorkomen van nesten van algemene broedvogels, die beschermd zijn wanneer ze in gebruik zijn, is mogelijk in de struiken en boompjes in en rondom het plangebied. In verband met het voorkomen van verstoring van nesten van deze algemene broedvogels wordt aangeraden om te zijner tijd, in de aanlegfase, te werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart -15 juli) of op een manier waarbij vogels niet aan broeden beginnen in de directe nabijheid van het plangebied. Op deze manier kan zonder nader onderzoek, mitigatie of compensatie worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Soortenbescherming worden overtreden. Conclusie vogels: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vogelsoorten uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk voor jaarrond beschermde nesten. Voor beschermde nesten van vogels (categorie 5) kan aangenomen worden dat hier geen negatief effect optreed. Onder de Soortenbescherming zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar. Het is daarom aan te raden om te werken buiten het broedseizoen van de meeste algemene vogels (grofweg 15 maart -15 juli) of op een manier waarbij vogels in de directe nabijheid niet aan broeden beginnen.

Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien door een deskundige is vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten zijn, of indien is vastgesteld dat met het werken volgens een goedgekeurd werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Een dergelijk ecologisch werkprotocol dient te zijn opgesteld door een ter zake deskundige en vervolgens goedgekeurd te zijn door het bevoegd gezag.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 22 van 36

4.5. Vissen Bij gebrek aan watervoerende elementen is het voorkomen van vissen in het plangebied uitgesloten. 4.6. Reptielen Beschermde reptielen zijn in de nabijheid van het plangebied waargenomen. Het gaat om de hazelworm en levendbarende hagedis. Gedurende het terreinonderzoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor deze strikt beschermde soort. De hazelworm is een pootloze hagedis, welke voorkeur geeft aan bossen, bosranden, houtwallen, heide en weg- en spoorbermen als habitat. Meestal zijn hazelwormen lastig te vinden. Omdat op de planlocatie zelf geen geschikt habitat aanwezig is voor de hazelworm is de aanwezigheid uit te sluiten. De levendbarende hagedis komt voor in redelijk dicht begroeide gebieden, zoals (vochtige) heide, veen, schraal grasland, open plekken in bossen en rijk begroeide bosranden. Ook in wegbermen, dijktaluds, hagen en houtwallen kan de levendbarende hagedis voorkomen. De soort heeft een duidelijke voorkeur voor vochtige terreinen met structuurrijke overgangen. Op de planlocatie zelf is geen geschikt habitat aanwezig voor de levendbarende hagedis. De houtwal kan wel als leefgebied dienen, maar is van kleine omvang en omringd door een muur waardoor deze geïsoleerd ligt en het voorkomen van de levendbarende hagedis redelijkerwijs uit te sluiten is. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen zijn uit te sluiten.

Ook andere reptielensoorten zijn niet te verwachten in het plangebied door de geïsoleerde ligging. Conclusie reptielen: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op reptielen uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 4.7. Amfibieën In het plangebied is geen open water aanwezig. Het plangebied is dan ook niet geschikt voor de voortplanting van amfibieën. Hooguit enkele algemene soorten, zoals bijvoorbeeld bruine kikker en gewone pad, zouden het plangebied kunnen gebruiken als landbiotoop. Echter is het gebruik van het plangebied als landbiotoop niet waarschijnlijk door de aanwezigheid van een muur om het plangebied heen. Conclusie amfibieën: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op amfibieën uitgesloten. 4.8. Ongewervelden Libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren voor die geschikt zijn als voortplantingswater voor beschermde libellen. De aanwezigheid van essentieel leefgebied voor beschermde libellen kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 23 van 36

Dagvlinders In de directe omgeving van het plangebied zijn geen beschermde dagvlinders waargenomen. Negatieve effecten van voorgenomen plannen zijn ook redelijkerwijs uit te sluiten door de ligging van het plangebied en de verruiging. Er zijn met name verschillende kruidensoorten aanwezig als ondergroei en in de verruiging. Overige ongewervelden Overige ongewervelden zijn in het plangebied en de directe omgeving niet waargenomen. Door de inrichting van het plangebied als grasland, paardenweide en landbouwgrond zijn beschermde overige ongewervelden niet te verwachten in het plangebied. Conclusie ongewervelden: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op ongewervelden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 24 van 36

5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE Ten westen van de Tilburgseweg en ten noorden van de Roodloop in Hilvarenbeek, zijn meerdere kadastrale percelen gelegen waarop nieuwbouw gepland is. Momenteel bestaat het plangebied uit onbebouwde grond met daarop ruigtepercelen, percelen die als landbouwgrond in gebruik zijn en een weide waar paarden lopen. Het voornemen is om binnen het plangebied nieuwbouwwoningen te realiseren. De planlocatie is over twee bestemmingsplannen verdeeld. Voor het meest noordelijke deel is op 17 mei 2018 het bestemmingsplan ‘Hilvarenbeek Noord-Westzijde’ vastgesteld. Hier hebben de bouwblokken waar woningbouw gepland is al de bestemming ‘Groen’ en ‘Horeca’. Het zuidelijke deel van het plangebied is in het bestemmingsplan ‘Woongebieden en bedrijventerreinen, Hilvarenbeek’, vastgesteld op 22 oktober 2009, bestemd als ‘Agrarisch’. Om hier woningbouw te kunnen realiseren is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Dit plan kan effecten hebben op op beschermde planten en dieren. In dat kader is dit verkennend onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde flora en fauna. Conclusies Soortenbescherming: Binnen de Soortenbescherming zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd. In het plangebied bevinden zich mogelijke nestplaatsen.

Het is aan te raden om te werken buiten het broedseizoen van de meeste vogels (grofweg 15 maart -15 juli), of te werken op een manier waarbij vogels in de directe omgeving niet aan broeden beginnen. Op deze manier kan zonder nader onderzoek, mitigatie of compensatie worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Soortenbescherming worden overtreden voor wat betreft algemene vogelsoorten. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er, met het werken volgens een werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Zo’n werkprotocol dient te worden opgesteld door een deskundige, en te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Ook zijn werkzaamheden binnen het broedseizoen mogelijk zonder werkprotocol, indien ter plaatse door een deskundige wordt vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten aanwezig zijn. Een ontheffing is dan niet noodzakelijk. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk gebleken voor de vleermuizen, muizen, knaagdieren en de meeste overige zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen, vissen, ongewervelden en de flora. De in het plangebied te verwachten soorten genieten lichte bescherming onder de Soortenbescherming; een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht is onverminderd van toepassing.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 25 van 36

In de nabijheid waargenomen beschermde soorten, zijn bij het terreinbezoek niet waargenomen binnen het plangebied. Het plangebied is wel geschikt voor marterachtigen. Daarom moet onderzocht worden of ze er daadwerkelijk voorkomen. Vervolgens kunnen op basis van zulk nader onderzoek de eventueel benodigde mitigerende maatregelen worden bepaald, en kan zo nodig een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming worden aangevraagd. In het kader van de Wet natuurbescherming is vervolgonderzoek naar marterachtigen noodzakelijk. Marterachtigen Een onderzoek naar marterachtigen wordt uitgevoerd op basis van het onderzoeksprotocol van Netwerk Groene Bureaus, waarbij gericht gezocht wordt naar de aanwezigheid van marterachtigen op de planlocatie. Daarbij is het noodzakelijk dat binnen de optimale periode (half mei – half juli) onderzoek plaatsvind. Dit onderzoek wordt, afhankelijk van de planlocatie en de plannen, gedaan middels sporenplanken, wildcamera’s en struikrovers. Daarna dient bepaald te worden, als er daadwerkelijk nestplaatsen aanwezig zijn in het plangebied, of de locaties vaste rust- of verblijfsplaatsen zijn, of dat het enkel tijdelijke plaatsen betreft.

Indien marterachtigen daadwerkelijk aanwezig zijn op de planlocatie dienen maatregelen genomen te worden, een ontheffing aangevraagd te worden of dient het plan aangepast te worden Binnen het plangebied zijn voldoende mogelijkheden om te voorzien in compenserende en mitigerende maatregelen van beschermde diersoorten indien dit uit vervolgonderzoeken noodzakelijk blijkt. Omdat er voldoende mogelijkheden zijn voor het treffen van matregelen is er geen reden om verlening van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming in de weg te staan.

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 26 van 36

BIJLAGE I.

Bronvermelding

Gebieden:

www.ruimtelijkeplannen.nl bestemmingsplan ‘Hilvarenbeek Noord-Westzijde’, d.d. 17-05-2018 bestemmingsplan ‘Woongebieden en bedrijventerreinen, Hilvarenbeek’, d.d. 22-10-2009 Verordening ruimte

Waarnemingen:

www.ndff.nl www.waarneming.nl www.telmee.nl

Soorteninformatie:

www.sovon.nl www.ravon.nl www.floron.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.rvo.nl www.vlindernet.nl Atlas van de Nederlandse Zoogdieren

Realisatie nieuwbouw Hilvarenbeek Noord-West-Zuid, QuickScan Soortenbescherming Wet natuurbescherming(flora en fauna)

Pagina 27 van 36

BIJLAGE II.

Uitdraai QuickScanhulp Nationale Databank Flora en Fauna

Soort

Soortengroep

Categorie bescherming

Afstand tot plangebied

Bruine kikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Gewone pad

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Kleine watersalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bosbeekjuffer

Insecten - Libellen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Hazelworm

Reptielen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Levendbarende hagedis

Reptielen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bunzing

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Eekhoorn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Huisspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Konijn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Ree

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Steenmarter

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Vos

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Wezel

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Watervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Boomvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Buizerd

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Grote Gele Kwikstaart

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Havik

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Huismus

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Oehoe

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Roek

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Slechtvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Wespendief

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Zwarte Wouw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Alpenwatersalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Bastaardkikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Vinpootsalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

1 - 5 km

gentiaanblauwtje

Insecten - Dagvlinders

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Beekrombout

Insecten - Libellen

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Blaasvaren

Vaatplanten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12968972/1