15 vvgb zonnepark De Linden (3 Bijlage 1c Verslag hoorzitting VNMH zienswijze ONOV zonnepark De Linden - geanonimiseerd)
Tekst van het document
gemeente Hilvarenbeek
Zaaknummer: 60684
Onderwerp: Verslag hoorzitting VNMH zienswijze over ontwerp omgevingsvergunning zonnepark De Linden. Datum overleg Aanwezig
: 1 juni 2021 : P. Meulemans, en C. Luijsterburg namens VNMH, wethouder Van de Moosdijk en A. Engelse namens gemeente Hilvarenbeek.
Verslag De Vereniging Natuur en Milieu Hilvarenbeek (VNMH) is van mening dat de projectlocatie in een beekdal is gelegen. Zij baseren dit op basis van grondmonsters en de ondergrondse bodemkaart. Hilvarenbeek heeft al weinig beekdal, daarom is de vereniging hier kritisch op. Vanuit de gemeente wordt toegelicht dat de VGO en de bijbehorende kadernota voor de grootschalige opwek uit gaat van de hierbij behorende bijlage 1. Dit is een kaart die hoort bij de structuurvisie. Op deze kaart is het gebied niet aangewezen als beekdal. VNMH constateert dat de projectlocatie in de aanduiding Kampen- en hoevenlandschap ligt en op basis van VGO in deze aanduiding een park van maximaal 3 ha is toegestaan. Het voorliggende park is ruim 5 ha. Toegelicht wordt dat de in de VGO wordt uitgegaan van de oppervlakte aan panelen, dus exclusief de landschappelijke inpassing. VNMH stelt dat de afstand tussen de panelen onderling invloed heeft op de gesteldheid van de bodem. Zij zijn van mening dat de panelen dicht op de bodem gesitueerd worden waardoor er weinig water licht op de bodem komt. De angst bestaat dat er een ecologisch probleem optreedt. Er wordt voor gepleit om het terrein functioneel te benutten. Zij achten de voorgestelde inpassing niet optimaal. De vrees is ook dat de bodem zich onvoldoende kan ontwikkelen.
Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat de panelen in ieder geval in een noord-zuid opstelling worden gesitueerd en het hoogste punt op 2.40m. Hierdoor is het mogelijk dat er meer water en licht onder de panelen kan komen. Verder wordt aangegeven dat er nog een discussie loopt tussen initiatiefnemer en het waterschap of er waterberging kan worden gerealiseerd onder de panelen. Erkend wordt dat de afstand tussen de panelen relevant is. De mogelijkheid of de afstand tussen de panelen en de minimale afstand tot de grond nog kan worden verhoogd wordt met initiatiefnemer afgestemd. Wat betreft de te hanteren bloemenmengsels in de landschappelijke inpassing wordt door VNMH verwezen naar de lijst van het Brabants Landschap. De vereniging heeft ideeën en suggesties voor de wijze van beheer van het bloemrijke grasland en de landschappelijke inpassing. De suggestie wordt ook gedaan om de mogelijkheden tot het realiseren van een poel ten noorden van het zonnepark te onderzoeken. Dit kan onderdeel uitmaken van een nieuwe natuurontwikkeling in het gebied. VNMH stelt dat inpassing van zonneparken vaak op eenzelfde wijze wordt vormgegeven. Er wordt gevraagd of de natuurontwikkeling kan worden gemonitord en de vereniging hier een rol in kan spelen.
Verder heeft de vereniging ook ideeën hoe de educatie ter plaatse van het park kan worden vormgegeven. Wethouder Van de Moosdijk geeft aan op korte termijn een afspraak te maken met de initiatiefnemer en de suggesties van de vereniging af te stemmen. Als nadere afspraken worden gemaakt worden deze zonodig in de anterieure overeenkomst opgenomen en als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. Naar verwachting zal de definitieve vergunning begin september 2021 kunnen worden verleend. Afgesproken wordt dat vóór de vergunningverlening nog terugkoppeling plaatsvindt met de vereniging.
2