15 vvgb zonnepark De Linden (3 Bijlage 1 Tabel zienswijzen omgevingsvergunning zonnepark 'De Linden' - geanonimiseerd)
Tekst van het document
Zaaknummer: 60684
TABEL ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVERGUNNING ZONNEPARK ‘DE LINDEN’ Samenvatting inhoud zienswijze 1. Provincie Noord Brabant, Postbus 90152, 5200 MC ‘s-Hertogenbosch (ingekomen 10 mei 2021)
Standpunt gemeente
•
De onderbouwing, waarom dit zonnepark nodig is, is voornamelijk gebaseerd op de Nota Energietransitie, de Visie Grootschalige opwek Hilvarenbeek (februari 2019) en Kadernota VGO (16 mei 2019). In de Visie zijn de ambities uit de Nota Energietransitie vertaald. Hierin staat dat de gemeente tot en met 2020 maximaal 50 ha aan zonnepanelen kan toestaan. De onderbouwing onder verwijzing naar deze beleidsdocumenten om dit zonnepark op deze locatie toe te staan achten wij niet toereikend.
De ontwikkeling van De Baars en de vestiging van een upcycle-centrum zijn vooralsnog onzekere ontwikkelingen. De aanvraag omgevingsvergunning voor het zonnepark is concreet, en reeds ingediend op 31 juli 2019 onder de vigeur van de Nota Energietransitie, de Visie Grootschalige opwek Hilvarenbeek (februari 2019) en Kadernota VGO (16 mei 2019). Het College ziet die beleidsdocumenten als leidend voor de beoordeling van de aanvraag. Het zonnepark is ook betrokken bij de regionale afstemming in de REKS 1.0 als bestaand initiatief. De initiatiefnemer heeft inmiddels ook de offerte van de netbeheerder bevestigd voor de aansluiting van het zonnepark op de aangevraagde locatie.
•
De provincie stelt vast dat deze locatie deel uitmaakt van energiehub de Baars en bovendien betreft dit één van de mogelijke locaties voor het door uw gemeente gewenste upcycle-centrum. Het betreft de locatie die vanuit de locatiestudie als (meest) geschikt naar voren komt. De aanleg van een zonnepark op deze plek vormt direct een belemmering voor de keuze mogelijkheden voor het upcycle-centrum op deze locatie.
Wij menen dat nieuwe en onzekere toekomstige ontwikkelingen, in dit geval De Baars en een upcycle-centrum, niet de reeds eerder ingezette aanvraagprocedure van initiatiefnemer mag doorkruisen. Het College betrekt wel alle drie projecten, De Baars, een upcycle-centrum, zonnepark De Linden, in het kader van de aangekondigde variantenstudie naar de zogenaamde locaties 4.1, 4.2 en 4.3. De raad heeft in een motie van 26 april 2021 al bepaald dat de locatie 4.2 (Onder de Linden) niet geschikt is voor het upcycle-centrum. Hierin is een uitdrukkelijke voorkeur voor locatie 4.1 uitgesproken.
•
In de ruimtelijke onderbouwing bij dit zonnepark is niet terug te vinden hoe de gemeente de voorgenomen ontwikkeling in samenhang met bovenstaande lopende ontwikkelingen heeft beoordeeld. Evenmin is onduidelijk wat de overwegingen daarbij zijn om vooruitlopend op de afloop van deze lopende ontwikkelingen op voorhand dit zonnepark ter plaatse toe te staan.
Zie antwoord hierboven. In juli 2021 verwachten wij de rapportage over de geschiktheid van de varianten voor het upcycle-centrum. Ons college zal pas vergunning verlenen op basis van de door de raad af te geven vvgb nadat wij overleg hebben gehad met de partners in gebiedsvisie De Baars.
•
De provincie stuurt aan op een (bestuurlijke) discussie met de betrokken gemeenten om de vóór- en nadelen van de verschillende locaties voor het upcycle-centrum te bespreken en zo op basis daarvan een subregionaal gedragen keuze te maken. Vergunningverlening van dit zonnepark zou een dergelijke discussie doorkruisen. Dit geldt zowel voor het upcycle-centrum als voor de gebiedsontwikkeling de Baars. Het nu toestaan van dit zonnepark zou betekenen dat de gemeente op deze wijze stuurt in de keuzerichting. Artikel 3.41 lid 1 sub e va de IOV vereist regionale afstemming.
Zie opmerking hierboven.
•
Met betrekking tot de landschappelijke inpassing wordt de onderbouwing voor wat betreft de inrichting van een zone ten behoeve van ‘kruidenrijk grasland’ te mager. Het is onvoldoende duidelijk op welke krachtige wijze dit bijdraagt aan het landschap.
Het zonnepark zal invloed hebben op de lokale omgeving. Door de zorgvuldige landschappelijke inpassing van het zonnepark zal deze invloed beperkt zijn. Het zonnepark wordt met een landschappelijk inpassingsplan ingepast in het bestaande karakteristieke landschap en versterkt daarmee de bestaande landschapsstructuur. Een landschappelijke-, ruimtelijke-, (cultuur)historische- en beleidsanalyse liggen ten grondslag aan het landschappelijke inpassing- en beheerplan Zonnepark De Linden (Royal HaskoningDHV, 2020). De elementen van het landschappelijke inpassingsplan en het beheer zijn concreet onderbouwd en toegelicht, zowel visueel als tekstueel. Zoals beschreven in het landschappelijke inpassingsplan bestaat het ontwerp uit drie hoofdelementen. Kruidenrijk grasland is één van deze drie hoofdelementen. Daarnaast worden inheemse struweelhagen toegevoegd. Zoals te zien in de historische kaartenreeks in Hoofdstuk 2 van het landschappelijk inpassingsplan bestond het projectgebied oorspronkelijk uit vele kleinere kavels. Door de randen aan te zetten met de struweelhagen, blijft de huidige karakteristieke blokverkaveling behouden en past het plan in de maat en schaal van de omgeving. Verder wordt een houtsingel met
lindebomen doorgetrokken. Deze linden worden gepland langs een oude kavelgrens waar in het verleden ook bomen gestaan hebben. Naast deze drie hoofdelementen worden als aanvullende maatregelen nog een extra bloemrijke zoom, zandheuveltjes voor wilde graafbijen en insectenhotels gerealiseerd. De drie voornoemde hoofdelementen tezamen, in combinatie met de aanvullende maatregelen, en in combinatie met het natuurvriendelijke beheer leveren een krachtige bijdrage aan het landschap en de biodiversiteit. •
De wijze van maatschappelijke meerwaarde van het project moet meer concreet vorm worden gegeven.
In het document ‘Participatie gemeente Hilvarenbeek’, bijlage 5 bij de aanvraag, wordt uitvoerig beschreven hoe initiatiefnemer maatschappelijke meerwaarde creëert. Initiatiefnemer onderschrijft de ambitie naar maatschappelijke meerwaarde en financiële participatie. In het financiële participatieplan is een concrete invulling gegeven aan deze ambitie door mogelijk te maken dat de inwoners van Hilvarenbeek voor 50% eigenaar kunnen worden van het zonnepark. In het plan is rekening gehouden met het ontwikkelingsrisico en de kapitaalkosten. Daarnaast heeft initiatiefnemer de ambitie dat mocht zich in het project onvoldoende kans voordoen om (financieel) te investeren, omdat inwoners daar niet of te beperkt in willen deelnemen - de mogelijkheid bestaat dat het budget wordt gereserveerd om een bijdrage te doen aan een in te stellen fonds. Als zo een omgevingsfonds wordt ingesteld zal NRG2All/Tomorrow Energy hier een bijdrage aan leveren. Het concrete voorstel voor deze bijdrage aan het omgevingsfonds is 0,50 cent per opgewekte megawatt/uur (mw/h) per jaar. Initiatiefnemer heeft dus als doel het realiseren van financiële participatie. Als dat nodig blijkt, werkt initiatiefnemer in overleg met de gemeente en burgers het omgevingsfonds verder uit. Hoe dan ook zal
maatschappelijke meerwaarde worden geleverd door de initiatiefnemer. In de te verlenen omgevingsvergunning nemen wij een voorwaardelijke verplichting op dat wij eerst goedkeuring moeten geven aan een nog nader uit te werken participatie. Ook nemen wij dit op in de anterieure overeenkomst. Dit is in lijn met de eerder verleende omgevingsvergunningen voor een zonnepark in de gemeente Hilvarenbeek. 2. Vereniging Natuur en Milieu Hilvarenbeek e.o., p/a Westrik 8a, 5081 XK Hilvarenbeek (ingekomen 3 mei 2020). •
VNMH is van mening dat het zonnepark in een beekdal komt te liggen en niet in een overgangsgebied. Zij baseert dit op bodemstalen. Dit is in strijd met het vastgestelde beleid.
In de Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek 2010 is vastgesteld welke gebieden zijn gekwalificeerd als beekdalen, kampen- en hoevenlandschappen, oud en jong ontginningslandschap en bos- en natuurgebieden. Initiatiefnemer toont in het Landschappelijk inpassings- en beheerplan van 17 april 2020, Bijlage 1 bij de aanvraag, aan waar het plangebied op deze kaart ligt. Het plangebied ligt in de aanduiding ‘kampen- en hoevenlandschap’. In dit type landschap zijn zonneparken tot 3 hectare toegestaan, Het plan van initiatiefnemer voldoet daar aan.
•
Met de situering van het park wordt geen rekening gehouden met de klassieke invulling van de beekdalen.
Zie antwoord hierboven.
•
Ten aanzien van het plan zijn geen ecologische doelen geformuleerd. Het louter inzaaien van bloemrijke mengsels leidt tot ruderale ruigtes en stikstofminnende onkruiden. Daarnaast wordt niet aangegeven welke kruiden en struiken worden toegepast. Door enkele begrazing zal de zonneweide verruigen. Door de voedselarme bloemenweides zullen de geplande insectenhotels nutteloos zijn. Door de ligging in een beekdal hadden minimaal laagtes of droogvallende poelen in het plan opgenomen moeten worden ten behoeve van de biodiversiteit.
Initiatiefnemer geeft ruime kansen aan biodiversiteit en realiseert dit door een deugdelijke landschappelijke inpassing. Initiatiefnemer onderbouwt bovendien dat zij voldoet aan alle relevante regelgeving zoals de Wet natuurbescherming, Natura2000regelgeving, regelgeving over soortenbescherming en de omgevingsverordening. Het planvoornemen heeft een positieve impact op de biodiversiteit. Indieners stellen daarnaast dat initiatiefnemer beter gebruik had kunnen maken van de studie ‘Zonneparken Natuur en Zonneweides. Initiatiefnemer neemt aan dat indieners doelen op het onderzoek ‘Zonneparken natuur en
landbouw’ van de WUR van april 2019. Initiatiefnemer voldoet in algemene zin ook aan de aanbevelingen van dit onderzoek ten aanzien van natuur. Initiatiefnemer heeft namelijk bewust gekozen voor een locatie waar verbetering van de biodiversiteit mogelijk is en door goede landschappelijk inpassing en goed beheer zorgt de initiatiefnemer voor verbetering van de natuurwaarden/biodiversiteit. De concrete maatregelen en meerwaarde voor de biodiversiteit zijn onderbouwd in het landschappelijk inpassingsplan en hieronder beschreven. Reclamant geeft aan dat het louter inzaaien van bloemrijke mengsels altijd zorgt voor een desillusie, de uiteindelijke vegetatie zou dan bestaan uit ruderale ruigtes en stikstofminnende (on)kruiden. Verder geven indieners aan dat het beheer van de genetische herkomst belangrijk is en dat het plaatsen van insectenhotels en zandhopen geen zin heeft als er geen voedsel is. Initiatiefnemer benadrukt dat voorgesteld is om gebruik te maken van kruidenrijk grasland én een bloemrijke zoom, waarna extensief beheer wordt toegepast. Daardoor zal de soortenrijkdom juist toenemen. Initiatiefnemer stelt dus niet louter het inzaaien van bloemrijke mengsels voor en is groot voorstander van een verbeterende biodiversiteit.
Het zonnepark wordt met een landschappelijk inpassingsplan ingepast in het bestaande karakteristieke landschap en versterkt daarmee de bestaande landschapsstructuur. Een landschappelijke-, ruimtelijke-, (cultuur)historische- en beleidsanalyse liggen ten grondslag aan het landschappelijke inpassing- en beheerplan Zonnepark De Linden (Royal HaskoningDHV, 2020). De elementen van het landschappelijke inpassingsplan en het beheer zijn concreet onderbouwd en toegelicht, zowel visueel als tekstueel. Zoals beschreven in het landschappelijke inpassingsplan bestaat het ontwerp uit drie hoofdelementen. Kruidenrijk grasland is één van deze drie hoofdelementen. Daarnaast worden inheemse struweelhagen toegevoegd. Zoals te zien in de historische kaartenreeks in Hoofdstuk 2 van het landschappelijk
inpassingsplan, bestond het projectgebied oorspronkelijk uit vele kleinere kavels. Door de randen aan te zetten met de struweelhagen, blijft de huidige karakteristieke blokverkaveling behouden en past het plan in de maat en schaal van de omgeving. Verder wordt een houtsingel met lindebomen doorgetrokken. Deze linden worden gepland langs een oude kavelgrens waar in het verleden ook bomen gestaan hebben. Naast deze drie hoofdelementen worden als aanvullende maatregelen nog een extra bloemrijke zoom, zandheuveltjes voor wilde graafbijen en insectenhotels gerealiseerd. De drie voornoemde hoofdelementen tezamen, in combinatie met de aanvullende maatregelen, en in combinatie met het natuurvriendelijke beheer leveren een krachtige bijdrage aan het landschap en de biodiversiteit. Bij het inzaaien van kruidenrijk grasland wordt rekening gehouden met de genetische herkomst van de zaden. Ook bij het aanplanten van de hagen zal initiatiefnemer rekening houden met de herkomst. Zoals hiervoor opgemerkt is het onjuist dat het initiatief in een beekdal is geprojecteerd. Desalniettemin is initiatiefnemer bereid een droogvallende poel met schuine oevers aan te leggen, indien de eigenaar van de grond daarmee akkoord gaat. Daarnaast zorgt initiatiefnemer met het landschappelijk inpassingsplan voor een juiste ecologische inpassing.
Mede naar aanleiding van de mondelinge toelichting op de zienswijze door de indiener op dit onderdeel gaat initiatiefnemer in overleg met de vereniging over de rol die zij willen spelen bij de inrichting van de landschappelijke inpassing en het beheer ervan. •
Bij de invulling moet niet alleen worden gekeken naar het eigen terrein maar ook naar de totale omgeving van het gebied en dit bij het project betrekken.
Van initiatiefnemer kan niet worden verwacht dat hij ‘de totale omgeving’ betrekt. Wel kan worden verwacht dat het zonnepark op een degelijke wijze landschappelijk wordt ingepast. Initiatiefnemer zorgt voor deze landschappelijke inpassing, zoals hiervoor beschreven.
•
Er wordt te weinig biomassa afgevoerd met enkel beperkte begrazing, waardoor de zonneweide zal verruigen. Dat wil volgens reclamant zeggen dat er minder voedzame en smakelijke vegetaties bestaan.
Initiatiefnemer heeft voor het kruidenrijke grasland extensief beheer voorgesteld met enkele weken begrazing per jaar. In tegenstelling tot het huidige gebruik zal er geen sprake zijn van bemesting. Dat past binnen een ecologisch beheer van een soortenrijk grasland. Voor de bloemrijke zoom is maaien én afvoeren van maaisel voorgesteld als beheermaatregel. Dat betekent juist dat biomassa wordt afgevoerd en er verschraling zal optreden ter verhoging van de soortenrijkdom/biodiversiteit.
•
Ten aanzien van de multifunctionele inrichting van het terrein wordt te weinig beschreven over de functies buiten de energieopwekking. Om verdroging van de bodem tegen te gaan is een voldoende hoge inplanting van de zonnepanelen en voldoende afstand tussen de panelen noodzakelijk. Reclamant heeft mondeling toegelicht voorkeur te hebben dat de zonnepanelen minder hoog worden en daardoor minder schaduwwerking veroorzaken op de bodem.
Initiatiefnemer realiseert wel degelijk multifunctionaliteit door onder meer: - op het kruidenrijke grasland onder de zonnepanelen, binnen het hekwerk, een paar weken per jaar kleinvee zoals schapen te laten grazen; - het plaatsen van bijenkasten en insectenhotels in de bloem- en kruidenrijke weide aan de noordwestzijde van het plangebied om de biodiversiteit te versterken. Ook is initiatiefnemer bereid een educatief bord te plaatsen bij de ingang van het zonnepark. Op het bord staan details, het doel van het zonnepark en de bijdrage aan de omgeving. Concreet wordt op dit bord aangegeven hoe het zonnepark werkt, hoeveel huishoudens er van groene stroom worden voorzien, en welke bijdrage er aan de omgeving geleverd wordt: daarbij valt te denken aan een verbetering van de biodiversiteit en nadere uitleg over soorten, contactgegevens voor meer informatie en dergelijke. Met onder andere deze maatregelen voldoet initiatiefnemer in voldoende mate aan de eis dat de ruimte meervoudig moet worden gebruikt. Reclamant stelt dat initiatiefnemer de lichtval en neerslag op de bodem niet voldoende heeft bekeken vanuit een ecologisch belang. Het maaiveld onder de zonnepanelen zal niet worden verhard of verdicht. De zonnepanelen worden op een metalen frame in een noordzuidopstelling geplaatst. De zonnepanelen waren oorspronkelijk maximaal 2.40 m hoog. In de plannen is de maximale hoogte van de
panelen aangepast tot 1.66 meter. Met deze aanpassing kan de biodiversiteit zich goed ontwikkelen. Er wordt met deze aanpassing door initiatiefnemer voldoende rekening gehouden met het ecologisch belang. •
Reclamant vraagt zich af in hoeverre de gemeente Hilvarenbeek voor wat betreft de opbrengsten profiteert van het project. Daarnaast zou de opgewekte energie naar de burgers en bedrijfsleven binnen Hilvarenbeek moeten gaan. Bovendien is de invulling van de participatie is onvoldoende uitgewerkt.
Bij het ontwerpen van het zonnepark heeft de initiatiefnemer de omwonenden in een vroegtijdig stadium aangeschreven om de conceptplannen te bespreken. Op basis van de suggesties van omwonenden heeft de initiatiefnemer het plan aangepast en verbeterd. De gemeente is van oordeel dat voldoende aandacht is besteed aan het aspect participatie en het creëren van draagvlak. Verwezen wordt verder naar het document ‘Participatie gemeente Hilvarenbeek’ van 22 april 2020. In het document ‘Participatie gemeente Hilvarenbeek’, bijlage 5 bij de aanvraag, wordt uitvoerig beschreven hoe initiatiefnemer maatschappelijke meerwaarde creëert. Initiatiefnemer onderschrijft de ambitie naar maatschappelijke meerwaarde en financiële participatie. In het financiële participatieplan is een concrete invulling gegeven aan deze ambitie door mogelijk te maken dat de inwoners van Hilvarenbeek voor 50% eigenaar kunnen worden van het zonnepark. In het plan is rekening gehouden met het ontwikkelingsrisico en de kapitaalkosten. Daarnaast heeft initiatiefnemer de ambitie dat mocht zich in het project onvoldoende kans voordoen om (financieel) te investeren, omdat inwoners daar niet of te beperkt in willen deelnemen, de mogelijkheid bestaat en het budget wordt gereserveerd om een bijdrage te doen aan een in te stellen fonds.
Als zo een omgevingsfonds wordt ingesteld zal NRG2ALL/Tomorrow Energy hier een bijdrage aan leveren. Het concrete voorstel voor deze bijdrage aan het omgevingsfonds is 0,50 cent per opgewekte megawatt/uur (mw/h) per jaar. Initiatiefnemer heeft als doel dus het realiseren van financiële participatie. Als dat nodig blijkt, werkt initiatiefnemer in overleg met de gemeente en burgers het omgevingsfonds verder uit. Hoe dan ook zal maatschappelijke meerwaarde worden geleverd door de initiatiefnemer.
In de te verlenen omgevingsvergunning nemen wij een voorwaardelijke verplichting op dat wij eerst goedkeuring moeten geven aan een nog nader uit te werken participatie. Ook nemen wij dit op in de anterieure overeenkomst. Dit is in lijn met de eerder verleende omgevingsvergunningen voor een zonnepark in de gemeente Hilvarenbeek. •
Verder is reclamant van mening dat een hekwerk rondom het park een ecologische barrière vormt en een educatieve en recreatieve functie in de weg staat. Reclamant stelt daarom wandelpaden langs of door het veld voor.
Wij onderschrijven de mening van reclamant dat het hekwerk geen barrière mag vormen voor de leefgebieden van kleine dieren. Daarom plaatst initiatiefnemer het hekwerk van het zonnepark 10 centimeter boven de grond. Het hekwerk is op zichzelf echter wel noodzakelijk voor de veiligheid van het zonnepark en omwonenden. Initiatiefnemer wil bijvoorbeeld niet dat spelende kinderen het terrein betreden en kortsluiting veroorzaken. Wandelpaden door het veld heen zijn dus niet mogelijk.