15 Verzamelverordening Participatiewet IOAW IOAZ en BZZ 2024 (4 Overzicht wijzigingen Verzamelverordening 2017-2024)
Tekst van het document
Overzicht van de wijzigingen in de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz. In de linker kolom staan de bepalingen uit de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2017. In de middelste kolom staan dezelfde bepalingen, zoals deze zijn opgenomen in de (concept) Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2024. In de rechter kolom staat een (korte) toelichting Verzamelverordening 2017 Artikel ee, g, v, hh, o, kk, z, q, m, k, r, ff, t, s, cc, e
Verzamelverordening 2024 Artikel 1 Artikel 1 lid b, g, j, k, s, w, z, dd, ee, ff, ii, kk, ll, mm, nn, oo
Toelichting Numerieke wijzigingen Tekstuele of inhoudelijke aanpassing.
Artikel 1 lid i
Nieuwe definitie, ter vervanging van definitie van diagnose, verdiepende diagnose en screening. Dit sluit aan bij de Wet inburgering 2021. Definities zijn vervallen en vervangen door brede intake. Het stellen van een diagnose is onderdeel van de brede intake (zie onder artikel 1, lid i van de nieuwe verordening). Enkele nieuwe definities zijn toegevoegd als gevolg van o.a. de Wet inburgering 2021 en het opnemen van nieuwe artikelen en beschrijvingen. Enkele definities zijn vervallen. Deze termen komen door eerdere wijzigingen niet meer voor in de verordening. Tekstuele wijziging van persoon naar belanghebbende. Tekstuele wijziging ter verduidelijking van de omstandigheden waarmee rekening gehouden dient te worden.
Artikel 1 lid aa, ii, jj
Artikel 1 lid c, n, q, t, u, x, y, aa, bb, hh
Artikel 1 lid h, i, u, cc, dd, gg
Artikel 2 lid 1
Artikel 2 lid 1
Artikel 2 lid 3 Het college houdt bij het aanbieden van een voorziening of ondersteuning rekening met de mogelijkheden en omstandigheden van de belanghebbende. Deze omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon zoals beschreven in de beleidsregels, eventuele structurele
Artikel 2 lid 3 Het college houdt bij het aanbieden van een voorziening of ondersteuning rekening met de vraag van de arbeidsmarkt en de mogelijkheden waaronder interesses, vaardigheden en ontwikkelkansen van de belanghebbende en diens individuele omstandigheden. Deze omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op
Beleidsregels is eruit gehaald. We maken geen beleidsregels over wat we verstaan onder zorgtaken.
beperkingen, de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk.
zorgtaken van de belanghebbende, eventuele structurele beperkingen, de mogelijkheid dat deze belanghebbende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk Artikel 3 lid 2 […] of als dat niet mogelijk is, naar betekenisvolle maatschappelijke participatie.
Artikel 3 lid 3 […] dat in samenspraak met de belanghebbende wordt opgesteld.
Artikel 3 lid 5 Een persoon die behoort tot de doelgroep re-integratie, maar geen bijstandsuitkering ontvangt, heeft geen aanspraak op ondersteuning krachtens deze verordening als: a…; b…; c….. Artikel 3 lid 6 De restricties zoals opgenomen in het vijfde lid…
Artikel 3 lid 5 Het college stelt beleidsregels op ten aanzien van het aanbieden van voorzieningen NUGgers.
Vanwege de aanpassing van het vijfde lid, kan het zesde lid vervallen. Artikel 3 lid 6
Artikel 4 lid 1 onder e […] anderszins een voorziening verstrekken in verband met bepaalde specifieke reintegratieactiviteiten, nader te bepalen in beleidsregels, zoals vermeld in lid 3 van dit artikel.
Toevoeging van deze zin aan de bestaande bepaling. Daarmee wordt invulling gegeven aan de verordeningsplicht op het gebied van integrale ondersteuning (artikel 8a, lid 2, sub g, 1◦, Pw) Tekstuele wijziging van persoon naar belanghebbende en toevoeging van deze zin. Met deze toevoeging brengen wij tot uiting wat we in de praktijk al doen: een plan van aanpak stellen we samen met de klant op. Wijziging van dit artikellid was nodig op grond van jurisprudentie. Het is niet toegestaan om de aanspraak op ondersteuning aan NUGgers te beperken op grond van het gezinsinkomen.
Artikel 4 lid 1 onder e […] anderszins een voorziening verstrekken in verband met bepaalde specifieke reintegratie- of participatieactiviteiten.
Tekstuele wijziging vanwege de numerieke wijzigingen in deze verordening. Participatieactiviteiten is toegevoegd, omdat een voorziening ook kan bestaan uit andere activiteiten dan alleen werk of re-integratietrajecten. Op dit punt stellen we geen beleidsregels (meer) op.
Artikel 4 lid 3
Artikel 4 lid 3
Artikel 4 lid 4
Artikel 5 Voorzieningen duale trajecten inburgering
Artikel 5 Onder a: de persoon… niet (langer) nakomt. Onder e: de persoon die aan de voorziening deelneemt maar niet naar behoren gebruik
Artikel 6 Onder a: de persoon… niet (langer) nakomt of niet naar vermogen hier gebruik van maakt.
Nieuw lid. Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel g, van de Participatiewet dienen er regels opgenomen te worden over de samenwerking binnen het gehele sociale domein als dat nodig is voor een integrale ondersteuning van de persoon. Het gaat zowel om de integraliteit van de geboden ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als de continuïteit van de geboden ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk. Het is belangrijk om hier bij de inzet van voorzieningen rekening mee te houden en dit te benoemen in het plan van aanpak. Deze bepaling biedt ook een grondslag voor het uitwisselen van de noodzakelijke informatie binnen het sociaal domein om tot de integrale aanpak te kunnen komen. Een numerieke wijziging van artikel 4 lid 3 naar artikel 4 lid 4. Dit artikel is toegevoegd vanwege de invoering van de Wet inburgering 2021. Bij de duale trajecten bieden we ook participatie aan, wat een voorziening is in de zin van deze verordening. De zinsnede ‘of niet naar vermogen hier gebruik van maakt’ is een samenvoeging van dit onderdeel met het onderdeel zoals in 2017
maakt van de aangeboden voorziening. Artikel 6
Artikel 7A
Artikel 7B: persoonlijke ondersteuning bij werk
Artikel 7C: Proefplaats
opgenomen onder e van dit artikel. Een numerieke wijziging van artikel 6 naar artikel 7A. Nieuw artikel toegevoegd ter verwijzing naar de nadere uitwerking in paragraaf 2.3. De verordeningsplicht op dit onderwerp is uitgebreid. Dat heeft geleid tot meerdere artikelen. Om de leesbaarheid te vergroten is gekozen dit in een aparte paragraaf uit te werken. Nieuw artikel. Volgens artikel 8a, tweede lid, onder d, van de Participatiewet moet de gemeente in de verordening de voorwaarden aangeven waaronder het college toestemming verleent aan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, om op een proefplaats gedurende twee maanden met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, werkzaamheden te verrichten. Het doel van deze verplichting is om meer harmonisatie tot stand te brengen. Voor de termijn is aangesloten bij de wetgeving die wordt uitgevoerd door het UWV en het door het UWV gevoerde beleid Artikel 7C geeft hier invulling aan. Het na een proefplaatsing inzetten van een dienstverband met een forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d,
Artikel 7: Participatievoorziening beschut werk Artikel 7 lid 1 Onder a … behoort tot de doelgroep;
Artikel 7D: Participatievoorziening beschut werk Artikel 7D lid 1 Onder a: … behoort tot de doelgroep re-integratie;
Artikel 7 lid 2 Artikel 7 lid 3, 4 en 5
Artikel 7D lid 2
Artikel 8: vaststelling doelgroep loonkostensubsidie en loonwaarde 1. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de PW en; b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
Artikel 7E: Loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de PW, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan
vijfde lid, van de Participatiewet is onwenselijk. Partijen in de (landelijke) Werkkamer hebben zich in die zin ook expliciet uitgesproken. Als het noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te voeren, kan het college persoonlijke ondersteuning toekennen aan de persoon op de proefplaats. Het artikel is verplaatst naar paragraaf 2.2 Voorzieningen. Het woord re-integratie toegevoegd ter verduidelijking. Wijziging formulering. Deze bepalingen zijn verwijderd. Uit de verordening en de wet komt naar voren dat personen die op de wachtlijst staan voor een beschutte werkplek (uiteraard) gebruik kunnen maken van de overige, in de verordening genoemde voorzieningen. De verordeningsplicht op grond van artikel 6, tweede lid, met regels over de wijze van bepalen van de doelgroep en loonwaardebepaling vervalt. Dit komt doordat de doelgroep nu in de Participatiewet nader is omschreven en door de komst van de landelijk uniforme loonwaardesystematiek. 1. Dit nieuwe artikel 7E is een uitwerking van de wettelijke verplichting voor gemeenten om bij verordening te bepalen hoe het administratief
minimumloon te verdienen, en c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. 3. De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van de regionaal overeengekomen gevalideerde methodiek Dariuz.
3.
4.
Paragraaf 2.4: Studietoeslag Artikelen 9 tot en met 13
door de persoon, aan de werkgever en de persoon. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de PW. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.
proces met betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidie is vormgegeven (artikel 8a, eerste lid en tweede lid, onder c, van de Participatiewet). De meeste wijzigingen betreffen technische wijzigingen. De gemeente Hilvarenbeek en regiogemeenten uit de arbeidsmarktregio MiddenBrabant werken aan de hand van de regionale menukaart werkgeversdienstverlening. Deze menukaart maakt onderdeel uit van de regionaal afgestemde beleidsregels PW, IOAW, IOAZ en BBZ en voorziet voor een deel in de beoogde harmonisering van het aanbod. Door de aanscherping van de verordeningsplicht worden enkele instrumenten uit de menukaart gehaald en in de verordening beschreven. Dit betreft dan ook grotendeels een technische wijziging. De gemeente Hilvarenbeek is bezig met het inrichten van het preferent werkproces loonkostensubsidie. Dit proces geldt als de landelijke norm en sluit aan bij de wetswijzigingen rondom de vereenvoudiging van de loonkostensubsidie. In de verordening wordt naar dit proces verwezen, waardoor dit ook grotendeels een technische wijziging betreft. Deze paragraaf verdwijnt. De verordeningsplicht op
Paragraaf 2.3 voorzieningen voor belanghebbenden met verminderde loonwaarde of beperking richting werk
Paragraaf 2.3 Specifieke bepalingen bij persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
Paragraaf 2.3.1. Generieke bepalingen bij persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 8A: Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
Artikel 8B: aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
dit onderdeel is per 1 april 2022 vervallen. De Participatiewet voorziet in een uitgebreide verordeningsplicht op het gebied van enkele specifieke voorzieningen. Die worden in deze paragraaf gebundeld. De paragraaf is opgedeeld in 3 subparagrafen. In deze subparagraaf worden enkele generieke bepalingen uitgewerkt. Nieuw artikel toegevoegd met een aantal voorwaarden voor de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen aan personen met een arbeidsbeperking. Deze voorwaarden dragen bij aan een evenwichtige verdeling van de beschikbare voorzieningen over de doelgroep, zoals bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Nieuw artikel toegevoegd. Dit artikel regelt de aanvraagprocedure voor persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen. Het artikel vloeit voort uit artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet “op welke wijze het college voorzieningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, verstrekt” en onderdeel g “op welke wijze waar nodig voor een persoon als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, of 10d, tweede lid, wordt voorzien in integrale en
Paragraaf 2.3.2. Specifieke bepalingen bij persoonlijke ondersteuning bij werk
Artikel 9A: Persoonlijke ondersteuning bij werk
Artikel 9B: Jobcoaching Artikel 9C: Jobcoaching in natura Artikel 9D: Subsidie voor het organiseren van jobcoaching Artikel 9E: Interne werkbegeleiding Paragraaf 2.3.3. Specifieke bepalingen bij overige voorzieningen
Artikel 9F: specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening
Artikel 9G: specifieke voorwaarden noodzakelijke
voortgezette (persoonlijke) ondersteuning”. De paragraaf is opgedeeld in 3 subparagrafen. In deze subparagraaf worden enkele specifieke bepalingen t.a.v. persoonlijke ondersteuning bij werk uitgewerkt. Nieuw artikel toegevoegd. Tezamen met de artikelen 9B, 9C, 9D, 9E en 9F wordt aangegeven op welke wijze het college zorgdraagt voor het verstrekken van persoonlijke ondersteuning aan de doelgroep in natura en in de vorm van een subsidie (artikel 8a, tweede lid, onder e, sub 1, van de Participatiewet). Nieuw artikel toegevoegd. Zie vorige toelichting. Nieuw artikel toegevoegd. Zie vorige toelichting. Nieuw artikel toegevoegd. Zie vorige toelichting. Nieuw artikel toegevoegd. Zie vorige toelichting. De paragraaf is opgedeeld in 3 subparagrafen. In deze subparagraaf worden enkele specifieke bepalingen t.a.v. enkele overige voorzieningen uitgewerkt. Artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 1, van de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van een vervoersvoorziening die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken. Dit artikel regelt dat. Nieuw artikel toegevoegd. Artikel 8a, tweede lid,
intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap
Artikel 9H: specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen
Paragraaf 2.5: Tegenprestatie Artikelen 14 tot en met 18
Paragraaf 2.4: Tegenprestatie Paragraaf 2.4: Tegenprestatie, artikel 10 Tegenprestatie
Hoofdstuk 3: Afstemming van de uitkering
Hoofdstuk 3: Afstemming via verlaging van de uitkering
Artikel 19 lid 1 Als de belanghebbende naar het oordeel van het college…
Artikel 11 lid 1 het college kan de uitkering…
Artikel 20
Artikel 12
onder f, onderdeel 2, van de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een visuele of motorische handicap. Dit artikel regelt dat. Nieuw artikel toegevoegd. Artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 3, van de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van meeneembare voorzieningen voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen. Dit artikel regelt dat. Numerieke wijziging De paragraaf over de tegenprestatie is beperkt tot 1 artikel. Omdat alle klanten een plan van aanpak krijgen met daarin afspraken over werk of activering, kunnen we met dit ene artikel volstaan. We gebruiken in deze verordening de term ‘verlaging’. De formulering is aangepast, waardoor deze makkelijker leesbaar is. Ook is de verlaging nu een bevoegdheid. Hierdoor kan het college maatwerk leveren. Numerieke wijziging.
Artikel 21 lid 1 onder b: … de gedraging heeft plaatsgevonden meer dan twee jaar voordat het college deze geconstateerd heeft…
Artikel 13 lid 1 Het college ziet af van het opleggen van een verlaging als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
Artikel 22 Artikel 22 lid 1 Tenzij … toepasselijke bijstandsnorm.
Artikel 14 Artikel 14 lid 1 Tenzij… toepasselijke bijstandsnorm of grondslag.
Artikel 22 lid 3 In afwijking van het eerste lid kan het college, indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan meerdere maatregelwaardige gedragingen en de belanghebbende al is gehoord en in kennis gesteld is van de opgelegde maatregel, de tweede en volgende maatregelen opleggen in de maand volgend op de maatregel waarover de eerste maatregel is opgelegd. Artikel 22 lid 5 Bij samenloop van verschillende gedragingen…
Artikel 14 lid 3 Indien een belanghebbende in één maand meerdere afspraken niet nakomt waardoor de uitkering kan worden verlaagd, dan wordt de hoogte en duur van de verlaging vastgesteld op de gedraging waarvoor de hoogste verlaging kan worden opgelegd op grond van de wet of deze verordening.
Artikel 22 lid 6 De uitkering wordt verlaagd voor de duur van één maand,…
Artikel 14 lid 5 De verlaging wordt vastgesteld voor de duur van één maand,… Artikel 14 lid 6 Bij de effectuering van de verlaging kan het college gebruik maken van de mogelijkheid om de verlaging te spreiden over drie maanden om daarmee de belanghebbende in de gelegenheid te stellen alsnog aan de verplichtingen te voldoen. Dit geldt voor alle verlagingen, tenzij sprake is van recidive. Artikel 14 lid 7 7. Als door beëindiging van de uitkering de verlaging niet of niet volledig kan worden toegepast kan bij een nieuwe aanvraag binnen de termijn
Artikel 22 lid 7 Indien door beëindiging van de uitkering de verlaging niet of niet volledig kan worden toegepast kan bij een eventuele nieuwe aanvraag binnen de
Onderdeel b is vervallen omdat een dergelijk lang tijdverloop zelden voorkomt. Daarbij komt ook dat bij een dergelijk tijdsverloop geen sprake meer is van een ‘lik-op-stuk beleid’. Numerieke wijziging Grondslag is toegevoegd omdat in de IOAW en IOAZ sprake is van een grondslag en niet een bijstandsnorm. De formulering is aangepast. Als sprake is van meerdere schendingen van verplichtingen leggen we één maatregel op, dus niet langer meerdere maatregelen na elkaar.
Dit artikellid is samengevoegd met het derde lid van artikel 14. Andere formulering en numerieke wijziging. Deze bepaling is een inkeerbepaling. Hierdoor is het mogelijk de ten uitvoerlegging van de verlaging te stoppen als de klant zich weer gaat houden aan de verplichtingen. Zie ook artikel 15 (nieuw).
De termijn van 1 jaar is niet logisch. Oorzaak en gevolg liggen te ver van elkaar. Bij effectueren van de verlaging moeten de omstandigheden
termijn van 1 jaar de verlaging of het deel dat nog niet is uitgevoerd alsnog worden geëffectueerd.
van de verlaging, het deel dat beoordeeld worden. De nog niet is uitgevoerd alsnog zwaarte van de gedraging worden geëffectueerd. op basis waarvan de verlaging wordt opgelegd weegt na een jaar niet meer op tegen de te verwachten omstandigheden van dat moment. Een termijn die aansluit bij de duur van de verlaging zal bij de beoordeling van de omstandigheden sneller leiden tot de beoogde effectuering. Artikel 15: inkeerbepaling Opgenomen om de ten uitvoerlegging van de verlaging te kunnen stoppen als de klant zijn verplichtingen weer nakomt. Bij de regeling van de geüniformeerde verplichtingen (artikel 18, vierde lid, Participatiewet) is voorzien in een inkeerbepaling (artikel 18, elfde lid, Participatiewet). Dit betekent dat het college de ten uitvoer legging van de verlaging kan beëindigen, als de klant de verplichtingen in artikel 18, vierde lid, Participatiewet, weer nakomt. Voor de regeling van de verlagingen van de nietgeüniformeerde verplichtingen, zoals geregeld in § 3.2.1 van de Verzamelverordening, is niet voorzien in een inkeerbepaling. Deze inkeerbepaling is nu wel opgenomen in artikel 19 van de Verzamelverordening. Op grond van recente jurisprudentie mag het college kiezen of zij bij
Artikel 23 lid 1 en lid 2 …toepasselijke bijstandsnorm.
Artikel 16 lid 1 en lid 2 …toepasselijke bijstandsnorm of grondslag. Artikel 23 lid 3 onder a Artikel 16 lid 3 onder a Aan belanghebbende bijzondere Aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met bijstand voor levensonderhoud toepassing van artikel 12 wordt verleend met toepassing (onderhoudsplicht ouders) PW; van artikel 12 PW; Artikel 23 lid 4
Artikel 16 lid 4 Onverminderd het bepaalde in de vorige leden kan bijzondere bijstand worden afgestemd op de wijze zoals beschreven in artikel 23, negende lid, van deze verordening, wanneer sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Artikel 23 lid 5
Artikel 24 Artikel 25 Voordat de uitkering wordt verlaagd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Artikel 17 Artikel 18 Voordat de uitkering wordt verlaagd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld de eigen zienswijze naar voren te brengen. Hiervan kan worden afgezien als: a. de belanghebbende de zienswijze al eerder kenbaar heeft gemaakt
schending van de reintegratieverplichtingen kan kiezen tussen afstemming op grond van de geüniformeerde verplichtingen of op grond van de bepalingen in de Verzamelverordening. Het college kiest in dat geval voor afstemming op grond van de Verzamelverordening, omdat dit regime voor de klant minder belastend is dan het regime van artikel 18, vierde lid, Participatiewet. Grondslag toegevoegd.
Voor levensonderhoud toegevoegd.
Numerieke wijzigingen
Dit lid is eruit gehaald, omdat dit ook in artikel 48, lid 2, PW staat. Numerieke wijzigingen. Artikellid is uitgebreid op basis van jurisprudentie en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
en er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden; of b. het horen niet nodig is voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid. Paragraaf 3.2: Gedragingen en bijbehorende maatregelen
Paragraaf 3.2: gedragingen en bijbehorende verlagingen.
Paragraaf 3.2.1.: Niet nakomen van niet-geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling
Paragraaf 3.2.1: Niet nakomen van verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling en overige verplichtingen Artikel 19 Gedragingen van een belanghebbende die het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren of waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 17 tweede lid, 18, 55 en 56a van de PW niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Artikel 19 onder a sub 1 Het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van een plan van aanpak waaronder inbegrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een ingezet re-integratietraject;
Artikel 26 Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9 en 9a van de PW niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Artikel 26 onder a sub 1 Het niet of voldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van een plan van aanpak;
Artikel 26 onder a sub 3
Artikel 26 onder a sub 5 Het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen voor zover dit niet
Artikel 19 onder a sub 4 Het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen.
We gebruiken in de verordening eenduidig de term ‘verlaging’. De verschillende paragrafen zijn samengevoegd, om de verordening compacter en eenvoudiger te maken. Artikelen 17, tweede lid, 18, 55 en 56a PW zijn opgenomen in verband met de samenvoeging van verschillende paragrafen.
Een zinsnede is opgenomen in verband met de samenvoeging van verschillende paragrafen.
Dit onderdeel is vervallen. Omdat iedereen een Plan van aanpak krijgt waarin is opgenomen wat hij/zij doet aan participatie, voldoen alle klanten aan de tegenprestatie (zie artikel 14 nieuw). Een zinsnede is weggehaald, omdat het college op basis van recente jurisprudentie kan
voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, PW.
Artikel 26 onder b sub 2
Artikel 19 onder c sub 1
Artikel 26 onder b sub 3 Andere gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren, niet zijnde gedragingen genoemd in artikel 18, vierde lid, PW en in deze verordening;
Artikel 19 onder b sub 2 Andere gedragingen die de inschakeling in arbeid of participatie belemmeren;
Artikel 19 onder b sub 3 Het niet nakomen van de verplichtingen zoals genoemd in artikel 17 tweede lid of het niet nakomen van een nadere verplichting op basis van artikel 55 PW. Artikel 19 onder c
Artikel 27
Artikel 20 lid 1 Het college maakt geen gebruik van de wettelijke bevoegdheid om de IOAW- of IOAZ-uitkering blijvend of tijdelijk te weigeren. In plaats daarvan kunnen deze uitkeringen op grond van deze verordening verlaagd worden.
kiezen voor toepassing van sanctionering via de geüniformeerde verplichtingen of sanctionering via deze verordening. Verplaatst naar de derde categorie, met lagere sanctie. Dit betreft alleen klanten die niet digitaal een aanvraag indienen voor een uitkering. Bij een digitale aanvraag vindt automatisch registratie bij het UWV plaats. Die registratie eindigt pas bij werkaanvaarding. Een zinsnede is weggehaald, omdat het college op basis van recente jurisprudentie kan kiezen voor toepassing van sanctionering via de geüniformeerde verplichtingen of sanctionering via deze verordening. Het betreft hier een samenvoeging van artikel 26 (oud) en 29 (oud).
Nieuw. Voor deze gedragingen is een derde categorie gecreëerd omdat deze gedragingen als minder ernstig worden beschouwd en een lagere afstemming daarbij meer proportioneel is. Het college kan in bepaalde gevallen de IOAW- of IOAZuitkering blijvend of tijdelijk weigeren. In de verordening moet de raad bepalen of zij het college van deze bevoegdheid gebruik laat maken, of dat
Artikel 28 onder a sub 2 Het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
Artikel 20, lid 2, onder a, sub 2 Het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid tijdens de uitkering;
Artikel 28 onder b sub 3
Artikel 20 lid 2 onder c
Artikel 28 onder a sub 4 Het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f IOAW en IOAZ;
Artikel 29 lid 2
Artikel 21 lid 1 onder c 5% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie. Artikel 21 lid 2
Artikel 29: niet nakomen overige verplichtingen PW
Artikel 30 lid 1
Artikel 22
zij ervoor kiest om de IOAW- of IOAZ-uitkering te verlagen op grond van de verordening. De raad maakt in deze verordening de keuze voor verlaging van de IOAW- of IOAZuitkering via deze verordening. Er is een zinsnede toegevoegd: ‘tijdens de uitkering’. Dit is bedoeld ter verduidelijking voor de uitvoerende medewerkers. Het niet behouden van arbeid voorafgaand aan de uitkering valt niet onder deze bepaling. In dat geval is sprake van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Dit is opgenomen in artikel 23, vierde lid. Voor deze gedraging is een derde categorie gecreëerd omdat deze gedragingen als minder ernstig worden beschouwd en een lagere afstemming daarbij meer proportioneel is. In artikel 20 van de nieuwe verordening is dit vervallen. Alle klanten krijgen een plan van aanpak en voldoen daarmee aan de tegenprestatie (zie artikel 10 van de nieuwe verordening). Nieuw. Dit sluit aan bij het bepaalde over het opnemen van een derde categorie bij de gedragingen. Het betreft hier een andere formulering, maar de bedoeling blijft hetzelfde. Is samengevoegd met andere bepalingen en opgenomen in artikel 19, onder b, sub 3. Numerieke wijziging.
Artikel 30 lid 2 Het college kan op basis van individuele omstandigheden besluiten om in afwijking van het eerste lid van dit artikel de maatregel te effectueren door gedurende 2 maanden de uitkering met 50% te verlagen. Artikel 31 lid 8 en lid 9 Artikel 33: niet nakomen van overige verplichtingen
Hoofdstuk 4: Handhaving: Bestrijden misbruik en oneigenlijk gebruik
Artikel 34 Hoogwaardig handhaven, lid 1 Het voorkomen en bestrijden van uitkeringsfraude dan wel van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet is ingericht naar het landelijk model voor hoogwaardig handhaven. Artikel 35: Controle Lid 1: Het college doet onderzoek (…) het recht op bijstand. Lid 2: Het college doet onderzoek (...) afhandeling daarvan.
Artikel 21 lid 2
Samengevoegd met andere bepalingen en opgenomen in artikel 21, tweede lid.
Artikel 23 lid 8 en lid 9
De leden zijn omgedraaid, geen wijziging. Samengevoegd met andere bepalingen. Artikel 25: Verlaging versus boete Nieuw artikel. Hierin maakt de raad expliciet de keuze Wet inburgering 2021 dat we bij samenloop van gedragingen die kunnen leiden tot een boete op grond van de Wet inburgering 2021 en een afstemming op grond van deze verordening, kiezen voor het opleggen van een boete op grond van de Wet inburgering 2021. Dit is voor de klant het minst belastend. Hoofdstuk 4: Bevordering Er is gekozen voor de term naleving en bestrijden misbruik ‘bevordering naleving’ in en oneigenlijk gebruik plaats van ‘handhaving’ omdat dit meer recht doet aan onze werkwijze. Artikel 26 Bevordering en Het model voor naleving, lid 1 hoogwaardig handhaven is Het voorkomen en bestrijden van overgegaan in ‘de cirkel van misbruik en oneigenlijk gebruik naleving’. Met het oog van de wet is ingericht naar een hierop is dit artikel landelijk vastgesteld model. aangepast.
Artikel 27: Bevorderen rechtmatigheid Lid 1: Het college beoordeelt de rechtmatigheid van de uitkeringen op basis van de informatie uit landelijke systemen en de overgelegde gegevens. Lid 2: Bij twijfel doet het college nader onderzoek en kan daarbij gebruikmaken van diverse onderzoeksmiddelen, zoals
Dit artikel is aangepast omdat we alleen gegevens opvragen bij de klant als dat echt nodig is.
Artikel 36 Indien een schending… doet het college aangifte…
Artikel 37 Artikel 38 Het college stelt regels op met betrekking tot verhaal op de onderhoudsplicht waarin tenminste wordt geregeld:…
Artikel 39 Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Hierbij moet vermeld worden dat voorzieningen en uitkeringsverlening altijd afgestemd wordt op de individuele situatie. Artikel 40 Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Verzamelverordening 2017'
Artikel 41 De verordening treedt, met terugwerkende kracht, in werking op 1 januari 2017.
opgenomen in beleidsregels. Bij het gebruik van deze middelen hanteert het college de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Artikel 28 Indien een schending… kan het college aangifte doen…
Artikel 29 Artikel 30 Het college stelt beleidsregels op met betrekking tot verhaal op de onderhoudsplicht waarin tenminste wordt geregeld:... Artikel 31: Betrekken van ingezetenen bij het beleid Het college betrekt ingezetenen van de gemeente bij het beleid op basis van de Verordening Participatieraad Sociaal Domein gemeente Hilvarenbeek 2019. Artikel 32 Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 33 Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2024'. Artikel 34 Deze verordening treedt in werking met ingang van datum van bekendmaking.
In gevallen waarin het benadelingsbedrag zo hoog is dat aangifte bij het OM aan de orde is, vindt eerst overleg met het OM plaats. Het OM kan – bijvoorbeeld wegens capaciteitsgebrek – besluiten dat de gemeente een boete op mag/moet leggen en dat geen vervolging plaatsvindt. Numerieke wijziging. Numerieke wijziging en beleidsregels i.p.v. regels.
Zin weggehaald.
Artikel 42 1. De 'Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2016' wordt per 1 januari 2017 ingetrokken. 2. Voor wat betreft de reintegratieparagraaf geldt het volgende: een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de 'Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2016', die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden voor de duur dat deze is verstrekt.
Artikel 35 1. De Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2017 wordt ingetrokken. 2. De verordening Wet Inburgering 2007 wordt ingetrokken. 3. De boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers 2005 wordt ingetrokken.
Omdat de huidige Wet inburgering 2021 geen verordeningsplicht kent, worden ook de verordeningen Wet Inburgering 2007 en De boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers 2005 ingetrokken.