CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

15 Transitievisie Warmte (3 bijlage Transitievisie)

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de transitievisie warmte.13.105 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Maatschappelijke kosten en baten

•

Aandeel corporatiewoningen (startmotor)

•

Inkomen bewoners (betaalbaarheid)

•

Participatie (draagvlak)

•

Aanwezigheid van bronnen

•

CO2 besparing

•

Technische staat van woningen

•

Koppelkansen

Onderaan deze bijlage wordt beschreven wat deze criteria inhouden. Niet alle criteria zijn even belangrijk. Daarom zijn in overleg met de stakeholders aan de verschillende criteria weegfactoren toegekend. In totaal konden 100 punten verdeeld worden over de acht criteria. Figuur 4 laat zien wat de criteria zijn en wat de weegfactor is die de samenwerkingspartners hieraan hebben toegekend.

Criteria en weegfactoren Aanwezigheid van bronnen 5% 7%

Draagvlak

20%

Technische staat (CO2 besparing)

10%

Technische staat (snel aardgasloos) 12%

18%

Koppelkansen Maatschappelijke kosten en baten

14%

14%

Inkomen bewoners Aandeel corporatiewoningen

Prioriteringscriteria en de weegfactoren.

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

28

Uitkomsten multicriteria-analyse Met de prioriteringscriteria en de bijbehorende weegfactoren is een multicriteria-analyse (MCA) uitgevoerd. Het toekennen van scores per criterium is in samenspraak met alle stakeholders uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een ‘ranking’ van alle buurten in de gemeente Hilvarenbeek (zie figuur 10).

Figuur 41: ‘Ranking’ van de buurten.

Deze ‘ranking’ geeft de mate van geschiktheid van de gehele buurt aan voor de transitie naar aardgasvrij. Het lijkt het meest logisch om de transitie naar aardgasvrij te starten in de buurten met de hoogste scores. Soms zijn de verschillen tussen de verschillende buurten echter erg klein. Er is daarom een MCAvalidatie (gevoeligheidsanalyse) uitgevoerd. Een methodiek waarmee in het ‘mengpaneel’ bewust elk criterium 1 keer belangrijker gemaakt wordt Daarmee wordt gekeken hoe robuust de buurten in de top-3 of top-5 blijven. Deze gevoeligheidsanalyse staat onderaan in deze bijlage weergegeven. Na de validatie is er te zien dat de volgende buurten het meest robuust in de top-2 staan: •

Diessen

•

Hilvarenbeek

Het lijkt dan ook slim om daar te starten met een collectieve aanpak en voor delen van deze buurten een wijkuitvoeringsplan te maken.

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

29

Uitleg priorteringscriteria Hieronder worden de prioriteringscriteria beschreven.

Prioriteringscriterium 1: Aansluiten bij koppelkansen/natuurlijke investeringsmomenten Bestaande planningen zoals de investeringsagenda voor infrastructuur kunnen van invloed zijn op de keuzes

die

gemaakt

worden

in

buurten.

Wanneer

je

aan

kunt

sluiten

op

natuurlijke

investeringsmomenten of natuurlijke vervangingsmomenten (infrastructureel bijvoorbeeld), kan dit de kosten drukken en de overlast beperken (benutten van meekoppelkansen). Voor individuele woningeigenaren zijn natuurlijke investeringsmomenten zoals de vervanging van een cv-ketel of de aanschaf van een ander huis, belangrijke momenten om een extra stap te zetten. Hoewel dit niet kan worden meegenomen bij de prioritering van buurten en buurten, is het voor de totale warmtetransitie belangrijk dat deze momenten zoveel mogelijk worden benut.

Prioriteringscriterium 2: Draagvlak / De mate van bewonersacceptatie Draagvlak is een belangrijk aspect van de warmtetransitie. Wanneer bewoners niet mee willen doen dan wordt het lastig om de warmtetransitie in de betreffende buurt uit te voeren. Om draagvlak te peilen is een enquête gehouden en zijn buurtacties (wijkgesprekken) georganiseerd. Deze acties leiden tot een beeld maar daar hoort een kanttekening bij. Draagvlak is lastig te peilen omdat het veranderlijk is en bovendien de mening van elk individu anders is. Draagvlak ontstaat ook meestal niet in 1 keer maar groeit. Daar waar de veranderbereidheid het grootst lijkt wordt aan dit criterium de hoogste score gegeven.

Prioriteringscriterium 3: Inkomen bewoners (betaalbaarheid) De gemeente Hilvarenbeek vindt het bestrijden van energiearmoede belangrijk. Met de stijgende energielasten (en andere woonlasten) wordt het voor de lagere inkomens steeds moeilijker om de vaste lasten te kunnen betalen. Door het jaarlijks inkomen als prioriteringscriterium mee te nemen, kunnen buurten met lagere inkomens eerder aangepakt worden.

Prioriteringscriterium 4: Aandeel corporatiewoningen De landelijke Handreiking spreekt over het criterium Contracteerbaarheid: in buurten waar een relatief beperkt aantal partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger omdat er maar met een beperkt aantal partijen afspraken hoeven te worden gemaakt. Wanneer in een buurt veel corporatiewoningen aanwezig zijn, kan dit de transitie vergemakkelijken. Voor de corporatiewoningen hoeft de gemeente namelijk maar met één partij om tafel. Voor woningen in particulier eigendom is de eigenaar van elke afzonderlijke woning in principe één partij. Dit maakt het veel lastiger om een transitie in gang te zetten.

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

30

Prioriteringscriterium 5: Maatschappelijke kosten en baten Naast de eindgebruikerskosten heeft het PBL ook de nationale kosten van de verschillende strategieën per buurt berekend. De nationale kosten zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een buurt een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt. Hoe hoger de nationale kosten, hoe lager een buurt scoort op dit onderdeel.

Prioriteringscriterium 6: Technische staat gebouwen: kansen voor energiebesparing Deze technische categorisering speelt ook een rol bij het selecteren van de meest kansrijke buurten. Per categorie is, op basis van bouwjaren, een inschatting gemaakt van de mogelijk te behalen energiebesparing met no-regret maateregelen. Deze prioriteit geeft aan of het vanuit het oogpunt van energiebesparing slim is om snel te starten met de transitie in buurten.

Prioriteringscriterium 7: Technische staat gebouwen: kansen voor no-regret maatregelen Naast kansen voor energiebesparing is de technische staat van gebouwen ook gescoord op basis van kansen voor no-regret maatregelen. Per categorie is, op basis van bouwjaren, een inschatting gemaakt van het gebruik van no-regret maateregelen en de technische en economische haalbaarheid daarvan. Op basis hiervan is er een prioriteit toegekend aan de verschillende categorieën. Deze prioriteit geeft aan of het vanuit technisch oogpunt slim is om snel te starten met de transitie in de buurten uit deze categorie of juist voor de hand ligt om nog even te wachten.

Prioriteringscriterium 8: Aanwezigheid duurzame bronnen Bronnen van duurzame warmte zijn beperkt aanwezig, niet alleen in Hilvarenbeek maar in heel Nederland. Het is daarom verstandig om alle geschikte bronnen zo optimaal te benutten. Dit kunnen bronnen van restwarmte bij bedrijven zijn, maar ook oppervlaktewater voor aquathermie, grote wegen voor asfalt-thermie en geschikte locaties voor zonnepanelen en wind.

31

Gevoeligheidsanalyse

No

Weging stakeholders

Scenario 1 Aanwezigheid bronnen

Scenario 2 Draagvlak

Scenario 3 CO2 besparen

1

Diessen

2 3

Scenario 4 Snel aardgasloos

Scenario 5 Koppelkansen

Diessen

Verspr. huizen Haghorst

Hilvarenbeek

Hilvarenbeek

Verspr. huizen Haghorst

Verspr. huizen Haghorst

Scenario 6 Scenario 7 Maatschappelijke Inkomen kosten & baten bewoners

Verspr. huizen Haghorst

Diessen

Diessen

Esbeek

Diessen

Diessen

Hilvarenbeek

Hilvarenbeek

Biest-Houtakker

Hilvarenbeek

Hilvarenbeek

Haghorst

Haghorst

Diessen

Verspr. huizen BiestHoutakker Verspr. huizen Haghorst Verspr. huizen Esbeek

Scenario 8 Aandeel corporatiewoningen Hilvarenbeek Diessen Esbeek

32

BIJLAGE 3 INDICATIE KOSTEN In de onderstaande tabel (tabel 1) wordt een indicatie gegeven van de verhouding van de investeringen voor het opwekken van de energie (energiebron), de infrastructuur voor het transporteren van de energie en de benodigde aanpassingen in het gebouw. Tabel 1: Indicatie van de verhouding van de investeringen.

Energiebron

Infrastructuur

Gebouw

Warmtepomp 1

€

€€

€€€

Elektrische CV-ketel 1

€

€€

€€€

Infraroodpanelen 1

€

€€

€€€

Hybride warmtepomp

€€€

€€

€

Aquathermie2

€

€€€

€€

Zonthermie2

€

€€€

€€

Geothermie

€€€

€€

€

Groen gas

€€€

€€

€

Waterstof

€€€

€

€

1. Sterk afhankelijk van lokale (op eigen dak) of decentrale opwekking (bijv. windmolens en grootschalige zonnevelden) 2. Afhankelijk van het temperatuurniveau van het systeem kunnen er meer kosten verplaatsen richting het gebouw

De huidige woningen in de diverse buurten gaan (op basis van een extrapolatie naar 2030) €1.000 tot €1.700 per jaar aan gas en elektriciteit betalen. Met de nieuwe (alternatieve) energiesystemen waarbij de woningen van het gas af gaan, gaan de jaarlijkse lasten (incl. rente en aflossing voor een investering en de kosten voor elektriciteit) dan potentieel naar €1.200 tot €1.900. Met de actuele stijgingen van de energieprijs is investeren dus aantrekkelijker geworden, omdat het verschil met niets doen minder groot is geworden (de onrendabele top is kleiner). Mochten de gasprijzen na 2030 blijven stijgen (en dat is waarschijnlijk) dan gaan de nieuwe energiesystemen goedkoper uitpakken dan de huidige systemen. De energielasten kunnen echter nog forser naar beneden gebracht worden door zonnepanelen toe te voegen. Bij een standaard set (10 panelen) gaat de gemiddelde energierekening al naar €500 à €1.200 per jaar en kunnen de totale jaarlijkse lasten verlaagd worden tot €500 tot €1.200. Hiermee komt elke buurt qua maandlasten lager uit dan de maandlasten die de woningen en gebouwen naar alle waarschijnlijkheid in 2030 gaan krijgen, zonder investeringen in energiebesparing en duurzaamheid.

Let

wel,

eventuele

kosten

(bijv.

vastrecht)

voor

de

verzwaring

van

het

elektriciteitsnetwerk zijn hier nog niet in opgenomen. Voor de bedragen zie onderstaande tabel 2.

33

Hoewel deze bedragen zijn berekend op basis van aannames en gemiddelden geven ze een goede indicatie van de toekomstige ontwikkeling van de lasten 5. Voor de communicatie rond de TVW en in de gesprekken met de inwoners moet duidelijk zijn dat we koersen op een eerlijk verhaal. We communiceren de strategie dat de zon de energierekening deels gaat betalen (dus het promoten van opwek op eigen dak) en dat gedacht moet worden in de totale woonlasten. Tabel 2: Jaarlijkse lasten per buurt per scenario

Jaarlijkse lasten

Buurtnaam

Jaarlijkse lasten in

Jaarlijkse lasten

aardgasloze

2030 zonder

aardgasloze

woningen en

investeringen in

woningen en

gebouwen incl.

duurzaamheid

gebouwen

zonnepanelen6

€ 1.141

€ 1.365

€ 667

€ 1.576

€ 1.642

€ 944

€ 1.038

€ 1.264

€ 566

€ 1.609

€ 1.831

€ 1.133

€ 1.074

€ 1.337

€ 639

€ 1.593

€ 1.868

€ 1.170

€ 1.087 € 1.057

€ 1.329 € 1.332

€ 631 € 634

€ 1.413

€ 1.472

€ 774

€ 1.078

€ 1.401

€ 703

€ 1.678

€ 1.916

€ 1.218

Hilvarenbeek Verspreide huizen Hilvarenbeek Esbeek Verspreide huizen Esbeek Biest-Houtakker Verspreide huizen BiestHoutakker Diessen Baarschot Verspreide huizen Baarschot Haghorst Verspreide huizen Haghorst

5 De kosten zijn berekend op basis van de Leidraad 2021 van het PBL, rentetarieven voor hypotheken zoals die in de

zomer van 2021 golden en rekening houdend met de mogelijkheid tot salderen van de elektriciteit die opgewekt wordt uit zonnepanelen. 6 Excl. eventuele verzwaring van het elektriciteitsnetwerk

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

34

BIJLAGE 4 RESULTATEN PARTICIPATIE Het sociale spoor in de ontwikkeling Transitievisie Warmte Naast een technisch-economische analyse is ook een sociale analyse gemaakt. Bij de sociale analyse is een beeld gevormd van het sociale karakter van buurten in Hilvarenbeek. Daarvoor is gestart met openbare data en cijfers (demografie, koopkracht, leeftijd). Dit geeft een indicatie van het draagvlak dat er is onder inwoners. Hierbij is ook gebruik gemaakt van de verwachte adoptiegraad uit de Slimme Wijken tool van Enpuls8. De verwachte adoptiegraad geeft de potentie van de adoptie van verduurzamingsmaatregelen door huishoudens weer. De resultaten uit de sociale analyse zijn (net zoals de technisch-economische analyse en ruimtelijke analyse) voorgelegd aan de betrokken partners tijdens de stakeholderstafel. Daarnaast zoeken we ook naar de zachtere kenmerken van een buurt (Wat speelt er? Zijn er initiatieven? Hoe zijn de buurten georganiseerd?). Hiermee zijn de huidige kansen en bestaande initiatieven in kaart gebracht. Concreet zijn tot op heden de volgende stappen genomen op het gebied van participatie: •

Gesprekken de buurtondersteuner van ContourdeTwern

•

Dorpscoöperatie Diessen

•

Dorpscoöperatie Esbeek

•

Dorpscoöperatie Haghorst

•

Dorpscoöperatie Biest-Houtakker

•

Energiecoöperatie Hilverstroom

•

Er is een online-inwonersavond georganiseerd op 28 april. Hierbij kregen inwoners de gelegenheid om vragen te stellen en er zijn ook vragen aan de inwoners gesteld (met een online poll).

Wat willen inwoners? Voor inwoners van Hilvarenbeek geldt dat er steeds meer bewustwording komt als het om de energietransitie gaat. Naast zonnepanelen en isolatie is ook ‘van het gas af’ steeds vaker onderwerp van gesprek. Inwoners gebruiken natuurlijke momenten (verhuizing, renovatie) vaak om ook te verduurzamen. Financiële redenen zijn hierbij doorslaggevend. Het verduurzamen van de woning is vaak nog een individuele actie, collectief is er nog niets georganiseerd. Inwoners vinden het prettig om geïnformeerd te worden door de gemeente. Hoe concreter en praktischer het aanbod, hoe meer inwoners er aanhaken. Inwoners horen graag van andere mensen uit hun buurt of dorp hoe iets bevalt. Inwoners voelen zich over het algemeen meer betrokken bij hun dorp dan bij de gemeente. Kansen sociale infrastructuur Er is interesse vanuit alle dorpscoöperaties om mee te denken of op de hoogte gehouden te worden. De dorpscoöperatie-leden kennen inwoners uit het dorp die betrokken zijn met het thema duurzaamheid. Zij kunnen deze personen persoonlijk vragen om onderdeel uit te maken van de coöperatie. Er is in dit kader gesproken over een mogelijke uitbreiding van dorpscoöperaties met

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

35

een ‘zijtak' duurzaamheid. De ambitie: iedere dorpscoöperatie heeft één inwoner die zicht richt op het thema en die raadplegend kan zijn voor de inwoners van het dorp. Op deze manier kun je een ander type inwoner aan je dorpscoöperatie verbinden en bouw je aan expertise en draagvlak in het dorp voor de warmtetransitie. Dorpscoöperaties (Haghorst, Diessen, Biest-Houtakker en Esbeek) zijn actief, hebben eigen communicatiekanalen en kunnen mogelijk hun achterban bevragen op wat zij relevant vinden. Bestaande initiatieven zoals energiecoöperatie Hilverstroom zijn ook relevant in de warmtetransitie. Hilverstroom werkt reeds aan het verduurzamen van Hilvarenbeek en trekt hierin samen op met de Gemeente door de uitvoering van het Energiehuis. Hilverstroom heeft veel contacten en is ontstaan uit ‘early adaptors’ die zich richten op met name het ‘laaghangende fruit. De afgelopen jaren heeft Hilverstroom zich ontwikkeld naar meer ondersteuning van de inwoners door het organiseren van enkele grote voorlichtingsbijeenkomsten, organisatie van inwonersparticipatie bij grootschalige opwekprojecten, o.a. bergerwindpark Spinderwind. Vervolgens, samen met de Gemeente, het opzetten en inrichten van het Energiehuis (Energieloket).

Naast informatieverstrekking worden vanuit het Energiehuis inwoners ondersteund met keukentafelgesprekken (Energiecoaches) met gerichte informatieverstrekking over energiebesparen en opstellen van stappen plannen tot verduurzamen van de woning. Over het Energiehuis heeft Hilverstroom korte lijntjes met de dorpscooperaties in Hilvarenbeek. ContourdeTwern is in Hilvarenbeek nog niet aangehaakt op het thema. De buurtondersteuner zelf ziet haar rol met name in energiearmoede. De buurtondersteuner wil wel meegenomen worden in de warmtetransitie. De opdracht vanuit de gemeente is echter mede vormend voor het alledaagse handelen van de buurtondersteuner en deze is hier nu nog niet op ingericht. ContourdeTwern zou betrokken kunnen worden om het onderwerp breed in te kunnen steken en inwoners te betrekken. ContourdeTwern maakt buurt-/wijkanalyses over wat er leeft en speelt in een buurt/wijk (in volle breedte) en benut deze kansen.

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

36

BIJLAGE 5 BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN Transitievisie Warmte Elke gemeente in Nederland moet voor 2021 een Transitievisie Warmte opstellen. Aan de hand van deze visie wordt duidelijk op welk moment een wijk, buurt of gebied aardgasloos wordt. Ook wordt voor de eerste woningen (die tot 2030 aardgasloos worden) beschreven welke mogelijke alternatieve warmtevoorzieningen en -bronnen er zijn. RES (Regionale Energie Strategie) Om uitvoering te geven aan het Klimaatakkoord (gepubliceerd op 28 juni 2019), is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s. In de RES beschrijft elke regio hoe en waar het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden, welke bruikbare regionale warmtebronnen er zijn en of de voorstellen maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar zijn. Het Nationaal Programma RES ondersteunt de regio’s bij het opstellen van de RES. Klimaatakkoord Het nationale Klimaatakkoord is op 28 juni 2019 gepubliceerd en is tot stand gekomen uit een samenwerking van de overheid met bedrijven en organisaties. In het akkoord zijn maatregelen afgesproken die ervoor moeten zorgen dat in Nederland in 2030 49% minder CO 2 wordt uitgestoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot met 95% gereduceerd zijn. Ook moet in 2030 70% van al het elektriciteitsgebruik opgewerkt worden uit duurzame bronnen.

Energieneutraal Energieneutraliteit beschrijft de balans tussen energieverbruik en de opwekking van energie. Een gemeente is energieneutraal wanneer er evenveel energie wordt gebruikt als er wordt opgewekt. In theorie hoeft de opgewekte energie niet per se duurzaam te zijn, zolang de opwekking en het verbruik maar in balans zijn. In de praktijk wordt met energieneutraliteit bedoeld dat het energieverbruik gelijk moet zijn aan de hoeveelheid duurzaam opgewerkte energie. Dit wordt ook wel CO2-neutraal genoemd. CO2-neutraliteit kan ook bereikt worden door CO2 die toch wordt uitgestoten op te vangen of te binden (in bijvoorbeeld begroeiing). Opname van CO2 is waarschijnlijk ook in de toekomst nog (in beperkte mate) nodig omdat bijvoorbeeld bepaalde vormen van industrie en mobiliteit mogelijk blijven draaien op energiebronnen die CO 2 uitstoten. Terajoule (TJ) De joule is de eenheid van energie die over de hele wereld wordt gebruikt. Aan de hand van deze eenheid kunnen verschillende vormen van energie bij elkaar opgeteld worden. Een kilowattuur elektriciteit kan niet opgeteld worden bij een kuub aardgas. Door beide vormen van energie om te zetten naar joule kan dat wel (1 kWh elektriciteit staat gelijk aan 3.600.000 joule en 1 m 3 aardgas staat gelijk aan 31.650.000 joule). Omdat het energieverbruik op gemeenteniveau erg hoog is, wordt

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

37

er over het algemeen gesproken over megajoule (1 MJ is 1.000.000 joule), gigajoule (1 GJ is 1.000.000.000 joule) of terajoule (1 TJ is 1.000.000.000.000 joule). Lage-, midden-, en hoge-temperatuur warmte Warmte kan, afhankelijk van het verwarmingssysteem, geleverd worden in verschillende temperaturen. Over het algemeen worden 3 groepen onderscheiden: lage-temperatuur (LT), midden-temperatuur (MT) en hoge-temperatuur (HT). Lage-temperatuur voorzieningen vragen een goede tot zeer goede isolatie van woningen. Bij Hoge-temperatuur systemen is de isolatie minder van belang. De huidige systemen op aardgas werken op een hoge temperatuur. Systemen op bijvoorbeeld een warmtepomp werken op een lage temperatuur. De volgende gradaties worden onderscheiden (deze gradaties kunnen in de praktijk afwijken): •

LT: <40 °C

•

MT: 40-70°C

•

HT: >70 °C

Thermische Energie Oppervlaktewater (TEO) TEO-systemen maken gebruik van temperatuurverschillen in het oppervlaktewater gedurende het jaar. In de zomer wordt warmte uit (relatief warm) oppervlaktewater opgeslagen in bijvoorbeeld een WKO (warmte-koude opslag) installatie. Deze warmte kan vervolgens in de winter gebruikt worden om gebouwen te verwarmen middels een warmtepomp. In de winter kan ook koude worden opgeslagen die in de zomer gebruikt wordt om op een duurzame manier te koelen, iets wat in de toekomst waarschijnlijk steeds belangrijk wordt. Thermische Energie Afvalwater (TEA) TEA-systemen halen warmte rechtstreeks uit het rioolstelsel of uit het gezuiverde afvalwater bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Om gebruik te kunnen maken van deze warmtebron is er een bepaalde hoeveelheid warmte in het stelsel nodig. Indien het riool zowel voor afvalwater als voor de afvoer van regenwater gebruikt wordt, is de kans aanwezig dat er niet voldoende warmte aanwezig is. Het regenwater zorgt voor een flinke afkoeling van het stelsel. Warmte-koude opslag (WKO) Een WKO-installatie wordt gebruikt om warmte of koude op te slaan die niet direct gebruikt kan of hoeft te worden. Een reden hiervoor kan zijn dat een bepaalde warmtebron alleen in de zomer beschikbaar is (bijvoorbeeld TEO) terwijl de warmte juist in de winter nodig is.

In een WKO-installatie wordt grondwater in de bodem benut als energiebuffer. Dit kan via een open systeem (er is een open verbinding met het grondwater. Het grondwater wordt ook daadwerkelijk omhoog gepompt) of een gesloten systeem (de warmtewisselaars staan niet in direct contact met het grondwater maar gebruiken een energiedrager, veelal een glycoloplossing, die wordt rondgepompt. De energie in de bodem wordt overgedragen aan de energiedrager). Een installatie bestaat uit twee bronnen: een warme en een koude bron. Een warmtewisselaar zorgt ervoor dat energie in de bronnen opgeslagen wordt. Op het moment dat de energie nodig is, wordt deze uit de bron omhoog gepompt.

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

38

Zonthermie Een zonthermie-systeem gebruikt de warmte van de zon op water in collectoren op te warmen. Een zonnecollector komt voor in allerlei soorten en maten en kunnen soms verwarmd worden met een zonnepaneel dat elektriciteit opwekt. Zonnecollectoren kunnen kleinschalig op een woning toegepast worden, maar ook grootschalig op velden of daken. Een zonnecollector is een effectievere bron van warmte dan elektriciteit. Daarom is het verstandig om per locatie te inventariseren of er grootschalig ingezet wordt op zonthermie of zonnepanelen die elektriciteit opwekken. Zonthermie op het land concurreert met zonnepanelen die elektriciteit opwekken. Per locatie moet gekeken worden wat de beste invulling is, daar kan op dit moment nog geen uitsluitsel over gegeven worden. Wanneer er in de directe omgeving bijvoorbeeld geen zonnewarmte nodig is, kan gekozen worden voor elektriciteitsopwekking. In de vervolgstappen gaan deze keuzes gemaakt worden. Restwarmte Restwarmte is energie die overblijft bij (industriële) processen. Voorheen ging deze energie via bijvoorbeeld de schoorsteen of het afvalwater verloren. Tegenwoordig kijkt men ook naar mogelijkheden om de restwarmte te benutten voor andere processen (bijvoorbeeld de verwarming van gebouwen). Veel bedrijven met restwarmte kijken eerst of de warmte in de eigen processen of gebouwen gebruikt kan worden.

Wanneer er warmte over is, kan deze met een warmtenet ingezet worden in de directe omgeving. Condenswarmte Condenswarmte is restwarmte uit koelprocessen. Supermarkten, koel- en vrieshuizen en datacenters gebruiken veel energie voor koelsystemen. Die energie wordt nagenoeg volledig omgezet in warmte. Een deel van de bedrijven hergebruikt de warmte zelf, maar veel energie wordt op dit moment naar buiten geventileerd en gaat verloren. Deze warmte kan in potentie ingezet worden voor de verwarming van gebouwen. Waterstof Waterstof kan door middel van een brandstofcel als vervanger van aardgas dienen en wordt daarom onder de noemer hernieuwbaar gas geschaard. Het is echter nog geen algemeen geaccepteerde techniek en wordt op dit moment alleen via pilots in woningen toegepast. Het is onzeker of waterstof in de toekomst grootschalig kan worden ingezet voor het verwarmen van woningen. De productie van waterstof kost erg veel elektrische energie. Tel daarbij de productie- en transportverliezen bij op en dan zijn er aanzienlijk meer zonnepanelen en windmolens nodig om van waterstof een duurzame brandstof te maken. Voorlopig blijft waterstof daarom in de pilotfase voor woningen. Mogelijk dat het op korte termijn wel als brandstof voor auto’s en bedrijven kan gaan dienen. Asfaltwarmte Systemen gebaseerd op asfaltwarmte maken gebruik van warmte die via asfaltcollectoren wordt opgewekt.

De collectoren worden in het wegdek verwerkt en bevatten water. Dit water neemt warmte op die ontstaat wanneer de zon op het asfalt schijnt. De warmte wordt vervolgens in een WKO opgeslagen en wordt in de winter gebruikt voor de verwarming van gebouwen. Dit concept bevindt zich op dit moment nog in de experimentele fase. TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

39

BIJLAGE 6 SAMENHANG OVERIGE BELEIDSKADERS Op allerlei niveaus zijn er (beleids)doelstellingen en kaders opgesteld die raakvlakken hebben met de warmtetransitie of waar de warmtetransitie aan moet voldoen. In deze bijlage brengen worden deze in beeld gebracht. Internationale en nationale afspraken

In 2015 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs. Daarmee beloofde Nederland zich in te zetten voor het beperken van de opwarming van de aarde tot maximaal twee graden met het streven om de opwarming te beperken tot anderhalve graad. De Nederlandse klimaatambities, gebaseerd op de internationale afspraken, zijn vastgelegd in de Klimaatwet. De afspraken die hieruit voortvloeien

(met

o.a.

gemeenten,

het

bedrijfsleven,

natuur-

en

milieuorganisaties

en

energiebedrijven) zijn verankerd in het landelijke Klimaatakkoord. Daarin is opgenomen dat vóór 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 49% verminderd moet worden ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot met (minimaal) 95% zijn teruggebracht. Inmiddels is op Europees niveau besloten dat een versnelling van de reductie noodzakelijk is (naar 55% in 2030). Deze versnelling is nog niet verankerd in de Nederlandse klimaatdoelstellingen. Een belangrijke maatregel om de doelstellingen te behalen is het stoppen met het gebruik van aardgas in woningen en utiliteitsbouw. Het verminderen van de CO 2-uitstoot is niet de enige reden om dit te doen. Rondom de aardgaswinningsinstallaties ondervinden inwoners grote problemen door aardbevingen gerelateerd aan de gaswinning. Daarom wordt de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk verminderd. In het verlengde hiervan heeft de Rijksoverheid het doel gesteld om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas. Concreet is het sinds juli 2018 niet meer toegestaan om nieuwbouwwoningen op aardgas aan te sluiten, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit wel te doen. Wettelijke kaders Energie is een basisbehoefte. De regels voor energie zijn gebaseerd op Europese verordeningen en Nederlandse wetten. In de Nederlandse wetten hebben de Europese verordeningen een plaats gekregen.

Energiewet Het wetsvoorstel Energiewet dat dit jaar van kracht wordt, beoogt de huidige Gaswet en Elektriciteitswet 1998 te vervangen en een modern en geactualiseerd ordeningskader te bieden dat: 1)

De energietransitie ondersteunt en stimuleert en tegelijkertijd;

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

40

2)

Bijdraagt aan het doel van een schone energievoorziening die veilig, betrouwbaar, betaalbaar en ruimtelijk inpasbaar is.

Warmtewet Op 1 januari 2014 is in Nederland de Warmtewet van kracht is geworden. De wet geeft regels omtrent stadsverwarming, blokverwarming en warmte-koude-opslag en is gericht op de levering aan kleinverbruikers zoals consumenten. De Warmtewet biedt bescherming aan consumenten en bedrijven die gebonden zijn aan lokale warmtenetten, met name tegen een te hoge prijs voor de warmte. Op dit moment wordt gewerkt aan een uitbreiding van de Warmtewet. Met de uitbreiding wil men de voorziene grotere rol van warmtenetten in de Nederlandse warmtevoorziening faciliteren.

Omgevingswet Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen, zodat het straks bijvoorbeeld gemakkelijker is om bouwprojecten te starten. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. De Omgevingswet gaat veel betekenen voor de warmtetransitie. De interactie tussen de warmtevoorziening en de fysieke leefomgeving is namelijk groot. Het begin van een grootschalige warmte- en energietransitie is tot op heden veelal vormgegeven door middel van experimenten. Om te blijven leren zal de Omgevingswet handvatten bieden om te blijven experimenteren. Deze experimenten geven een mooi inkijkje in de Omgevingswet. Waar gemeenteraden nu worden beperkt door de wettelijke reikwijdte van een bestemmingsplan, waarin enkel regels over ‘een goede ruimtelijke ordening’ mogen worden opgenomen, kunnen zij straks regels stellen met betrekking tot de ‘gezonde en fysieke leefomgeving’. Onderdeel hiervan zijn ook regels met betrekking tot (niet-ruimtelijk relevante) duurzaamheidseisen, zoals de beperking van CO2-emissie. Regionaal beleid

Regionale Energie Strategie (RES) & Regionale Structuur Warmte (RSW) De uitwerking van het landelijke Klimaatakkoord vindt voor een groot deel op regionaal en lokaal niveau plaats. Om de regionale uitwerking vorm te geven, is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s waarin gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken aan een Regionale Energie Strategie (RES). De gemeente Hilvarenbeek werkt in de REKS-regio Hart van Brabant samen met andere gemeenten, de provincie en het waterschap. De verplichte scope van de RES richt zich op grootschalige opwek van elektriciteit en de gebouwde omgeving (dus ook warmte). De RES 1.0 is inmiddels door alle betrokken overheden bestuurlijk vastgesteld. Inmiddels is een start gemaakt met de uitvoering van de plannen (uitvoeringsprogramma en RES-deals met bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties).

RSW Het onderdeel Warmte is binnen de RES uitgewerkt in de vorm van een Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW verschaft op regionaal niveau inzicht in de totale (toekomstige) warmtevraag binnen de regio, de beschikbare duurzame warmtebronnen en de bestaande en geplande infrastructuur. In de RSW is op hoofdlijnen en op regionaal vastgelegd hoe in de nabije toekomst wordt omgegaan met de beschikbare bronnen, ruimte en infrastructuur ten aanzien van warmte. De RSW wordt door

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

41

gemeenten op lokaal en wijkniveau vertaald naar een Transitievisie Warmte. De relatie tussen de RES, de RSW en de TVW wordt geïllustreerd in onderstaande figuren 11 en 12.

Figuur 5: De relatie tussen de RES, de RSW en de TVW

Figuur 13: De relatie tussen de RES, de RSW en de TVW

De RSW brengt dus vraag en aanbod van warmte in beeld en geeft inzicht in de potentie van verschillende warmtebronnen in de regio. Deze informatie is echter nog grofmazig en moet voor de Transitievisie Warmte worden aangevuld met lokale informatie. De RSW levert input voor de lokale TVW maar treedt hiervoor niet in de plaats. De RSW richt zich vooral op het gebruik van bronnen die bovengemeentelijke potentie hebben en helpt bij het leggen van verbindingen tussen sectoren en gemeenten. Afstemming binnen de regio moet voorkomen dat een bron ten onrechte meerdere malen in lokale TVW’s wordt opgenomen. Het regionale inzicht voorkomt bovendien dat interessante bronnen onbenut blijven.

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

42

BIJLAGE 7 OVERZICHT WERKTAFELS Er zijn in totaal twee werktafels opgezet (zie figuur 13). Aan deze werktafels is informatie over de Transitievisie Warmte gedeeld en werden de verschillende samenwerkingspartners gevraagd om hun mening te geven en hun kennis en ervaring te delen. De eerste werktafel was een regionale werktafel die is opgezet samen met gemeente Oisterwijk en gemeente Goirle. De samenwerkingspartners die hieraan meededen waren: Wooncorporatie Leystromen, Woningcorporatie Woonveste, Woningcorporatie TBV Wonen, Energiecoöperatie DEC Oisterwijk / Zon op Oisterwijk, Haaren en Hilverstroom, Stichting Duurzaam Riel Goirle, Waterschap de

Dommel,

Enexis,

Beekse

Bergen,

Havep,

2College

Durendael,

ZLTO

De

Hilver

en

Ondernemersverenigingen Riel, BCO Oisterwijk, De Sonman en Toestroom. De tweede werktafel was een lokale werktafel met alleen partijen uit de gemeente Hilvarenbeek. Deze

lokale

werktafel

bestond

uit:

gemeenteambtenaren,

woningcorporatie

Leystromen,

energiecoöperatie Hilverstroom, Beekse Bergen, Heemkundekring Hilvarenbeek en Waterschap de Dommel.

Figuur 14: overzicht deelnemers werktafels

TRANSITIEVISIE WARMTE HILVARENBEEK

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11082637/1