CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

15 ontwerpen aan het REKS bod met wijzigingen Hilvarenbeek (obv raadsbesluit)

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de definitieve Regionale Energie- en Klimaatstrategie Hart van Brabant (REKS).13.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpen aan het REKS Bod Versie van "Ontwerpen aan het REKS Bod zoals die op basis van besluit van 10 juni 2021 van de raad van Hilvarenbeek gewijzigd is vastgesteld. De wijziging heeft betrekking op pagina's 51 en 55.

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

De opgave grootschalige opwek van elektriciteit in het buitengebied Ambitie Bestaand beleid Dynamiek in de regio Kwaliteit van het landschap als basis

2. KLIMAATOPGAVE: KOPPELKANS EN UITGANGSPUNT 2.1

2.2. 2.3

3 3 5 5 9 13

Hart van Brabant = een spons Maak van elke bodem een gezonde bodem Water verbindt alles, wees er zuinig op Meer groen tegen hittestress, verdamping en CO2 vastlegging

16 17

3. AANDACHTSPUNTEN BIJ INPASSING WIND- EN ZONNE-ENERGIE 3.1 3.2

Randvoorwaarden inpassing windturbines Uitgangspunten, spelregels en aandachtspunten zon en windenergie 3.2.1 Zonne-energie 3.2.2 Windenergie

4. PROCES TOT ONTWIKKELSCENARIO

19 19 19 23 27

5. DRIE SCENARIO’S 5.1 5.2 5.3 5.4

Landschapsspecifieke transitie Energietransitie als nieuwe ruimtelijke laag Energietransitie vanuit de lokale gebiedsopgaves Keuzes op vijf thema’s

6. ONTWIKKELSCENARIO GROOTSCHALIGE OPWEK ELECTRICITEIT 6.1 6.2 6.3

Uitgangspunten en ambities Ruimtelijke ordeningprincipes Ontwikkelscenario

7. AANDACHTSPUNTEN BIJ INPASSING ZONNE-ENERGIE IN BUITENGEBIED 7.1 7.2 7.3

Landschapsniveau Kavelniveau, bruto zonneveld Objectniveau, netto zonneveld

33 47 59 73

77 77 81 85 87 89 93

COLOFON

97

BIJLAGEN

99 L1907 R0024

1

Totaal gerealiseerde projecten

Electriciteitsopgave tot 2030

bestaande initiatieven

zon op bedrijfsdaken

gerealiseerde projecten

de opgave tot 2030

Of

50 turbines: 3 MW

Of een MIX

Of

30 turbines: 5 MW

440 ha zonnepanelen

Werkgroep regionale opgaaf duurzame opwek, De opgave tot 2030 (opgave 02 09 2019 en verslag Stuurgroep 04 10 2019, opgave Roelof Kooistra 20 11 2019)

2

1. INLEIDING

Brabant staat voor een grote opgave om in 2050 volledig onafhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. In het voorjaar van 2020 doet de regio Hart van Brabant, net als alle andere regio’s in Nederland aan het rijk een ‘bod’ over de manier waarop de regio in 2030 elektriciteit en warmte duurzaam denkt op te wekken. In dit rapport vindt u een weerslag van het onderzoek en het uiteindelijk gekozen ontwikkelscenario voor de duurzame opwek van elektriciteit in het buitengebied in het Hart van Brabant. De warmteopgave en de opwek van elektriciteit in het stedelijk gebied valt buiten deze studie.

1.1 De opgave grootschalige opwek van elektriciteit in het buitengebied De stuurgroep REKS Hart van Brabant heeft besloten uit te gaan va 1 TWh als richtwaarde voor Hart van Brabant. Voor de opgave in het buitengebied mag van de 1000 miljoen KWh worden afgetrokken: 1. De reeds gerealiseerde grootschalige opwek vanaf 2010 = 134 miljoen kWh Kansrijke initiatieven voor grootschalige opwek in het stedelijk gebied = 2. 140 miljoen kWh 3. Te realiseren opwek met zonnepanelen op daken van bedrijven en postcoderoosprojecten = 275 miljoen kWh Wanneer 1 tot en met 3 wordt opgeteld is de verwachting dat in het stedelijk gebied tot 2030 549 miljoen kWh is of kan worden opgewekt. Tot 2030 moeten we dus afgerond nog 451 miljoen kWh in het buitengebied opwekken. Dit komt overeen met ca. 50 windmolens van 3 MW of 30 turbines van 5 MW of 440ha zonnepanelen óf een mix van zon en wind.

1.2 Ambitie De ambitie voor Hart van Brabant is om een gebiedsspecifieke mix van duurzame energieopwekking te ontwikkelen die rechtdoet aan het karakter van de regio. Dit betekent dat niet zomaar alles overal kan. De draagkracht per landschapstype voor inpassing van grootschalige elektriciteitsopwekking is verschillend. Ook willen we een ‘leesbaar’ landschap behouden. Dit betekent dat inpassing van windturbines en zonnepanelen in het landschap ‘gevoelsmatig’ moet kloppen. Het moet aan iedereen uit te leggen zijn, het verhaal moet verteld én begrepen kunnen worden. In deze studie maken we per landschapseenheid afwegingen en zoeken we naar koppelkansen om met hulp van de energietransitie een gebied mooier, beter, klimaatbestendiger te maken. Alleen tot de gemeentegrens denken, doet geen recht aan de kwaliteit van het landschap van Hart van Brabant. Bijzonder voor deze regio is dat aan de Regionale Energie Strategie (RES) de K van Klimaat gekoppeld is (REKS). Er is uitdrukkelijk door de regio uitgesproken dat de energietransitie gekoppeld moet zijn aan gebiedsspecifieke opgaves op het gebied van klimaat, natuur en milieu. Een andere ambitie van de regio is om samen sterk te zijn. Deze grote opgave gaat iedereen aan en alleen als de regio samenwerkt, valt er een meerwaarde te creëren. Samen kunnen we het landschap van Hart van Brabant van de toekomst vormgeven. L1907 R0024 3

6

Ruimtelijke visie HVB 2013

Collage van gemeentelijke structuurvisies

natuurinclusieve kringlooplandbouw kringloopboomteelt

klimaatadaptieve bekensystemen

wateroverlast|berging bij rivier de Maas bedreiging Natura2000 gebieden nieuwe woningen

verdroging

PAS problematiek recreatiedruk

drinkwaterbescherming

verdichting van verstedelijkte gebieden industrialisatie van de randen hittestress netwerkaanpassing hoogspanning en laagspanning veranderingen in mobiliteit VAB problematiek etcetera etcetera De dynamiek in de regio

4

1.3 Bestaand beleid Iedere gemeente heeft een eigen structuurvisie gemaakt. Om inzicht te krijgen in het gemeentelijk beleid hebben we een collage van de structuurvisies gemaakt. Opvallend is dat de gemeentegrenzen erg bepalend zijn. Iedere gemeente heeft een eigen legenda en beleid dat reikt tot aan de gemeentegrenzen. Landschapseenheden en doorgaande water en groenstructuren komen niet helder naar voren. Ook is de ene gemeente verder met het beleid ten aanzien van energietransitie dan andere. De ruimtelijke visie Hart van Brabant 2013 benoemt grote landschappelijke eenheden en structuren. Deze zijn echter weer te grofmazig om goed te kunnen bepalen waar zon en windenergie zou kunnen landen.

1.4 Dynamiek in de regio In de Werkgroep Landschap is de dynamiek in de regio ganalyseerd. In het Hart van Brabant speelt op dit moment heel veel; er worden op vele schaalniveaus ruimtelijke ingrepen gepland om diverse problematiek op te heffen. Zoals; transitie naar natuur inclusieve landbouw, transitie in de landbouwsector naar (grootschalige) duurzame voedselproductie, concentratie van de boomteelt, herstel van beeksystemen, de bedreiging van Natura2000 gebieden, de toename van recreatiedruk, PAS problematiek, verdroging, wateroverlast, waterberging bij de rivier, drinkwaterbescherming, verdichting van verstedelijkte gebieden, industrialisatie van de randen, gevolgen van hittestress, wens voor recreatieve uitloop en groene randen rondom woongebieden, aanpassingen aan het netwerk van hoogspanning en laagspanning, de aanleg van een netwerk van snelfietspaden en de VAB problematiek. Om deze redenen hebben wij een dynamiekkaart van de regio gemaakt. Dit is geen beleid en heeft geen status maar moet gelezen worden als een poging om het landschap en de dynamiek in Hart van Brabant te vatten. Ditzelfde geldt voor het volgende hoofdstuk: de beschrijving van de landschappelijke eenheden.

L1907 R0024

5

2

6 2 5

6

9 5 2 4

3

1

7

8

5

4 2

10

4 1

5 11 5

4 4

De dynamiek in de regio op kaart: Aan deze illustratie kunnen geen rechten ontleend worden

6

Dynamiek in de regio (Werkgroep Landschap) 1.

Transitie naar natuurinclusieve landbouw

2.

Transitie in de landbouwsector naar (grootschalig) duurzame voedselproductie

3.

Concentratie boomteelt

4.

Herstel bekensystemen

5.

Bedreiging Natura2000 gebieden, toename recreatiedruk, PAS problematiek, verdroging

6.

Wateroverlast|berging bij rivier

7.

Drinkwaterbescherming

8.

Verdichting van verstedelijkte gebieden, industrialisatie van de randen. Gevolg hittestress, wens voor recreatieve uitloop en groene randen rondom woongebieden

9.

Aanpassingen aan netwerk hoogspanning en laagspanning

10.

Aanleg netwerk snelfietspaden

11.

VAB problematiek

L1907 R0024

7

Landschapseenheden in Hart van Brabant van zuid naar noord

8

1.5 Kwaliteit van het landschap als basis Hart van Brabant kent een grote verscheidenheid aan landschappen gebaseerd op het abiotische, biotische en antropogene patroon. Deze landschappelijke eenheden zijn niet gemeentegrens gebonden. Ieder landschap kent zijn eigen ruimtelijk, ecologische en functionele verschijningsvorm en dynamiek. Om goed te kunnen waarderen wat de kwaliteiten van de landschapseenheden zijn worden ze beknopt beschreven. Hierin worden de kansen voor het opwekken van duurzame energie in die landschappen aangegeven in aparte rapportages. Het Hart van Brabant is uniek door de grote verscheidenheid aan landschappen, gebaseerd op geomorfologie van dekzandruggen, beeksystemen en rivierdelta. De gradiënten zijn kenmerkend op laag en hoog schaalniveau: zand - veen - klei, hoog en droog - laag en nat. En bijzonder zijn de bekensystemen als verbindend stelsels tussen landschapseenheden, van bron tot delta. In het bijgevoegde rapport Ruimtelijke kwaliteit zijn de ruimtelijke kwaliteiten van de herkenbare landschappelijke eenheden per landschapseenheid in het plangebied van de REKS in de regio Hart van Brabant beschreven. De beschrijvingen zijn gebaseerd op de gemeentelijke beleidsplannen buitengebied en landschapsvisies. Deze rapportage geeft een goed beeld van de verschillende ruimtelijke kwaliteiten in de regio.

L1907 R0024

9

De landschapseenheden in Hart van Brabant

10

L1907 R0024 11

Voorbeelden van klimaatadaptieve landschappen

12

2. KLIMAATOPGAVE: KOPPELKANS EN UITGANGSPUNT De regio Hart van Brabant heeft de klimaatopgave van de toekomst gekoppeld aan de energietransitie. Dit is een interessante en slimme koppeling die niet overal in andere regio’s wordt gelegd. Het is ook een logische oplossing. De problemen van bodemverarming, verdroging, piekberging van water en hittestress vragen om een brede integrale aanpak. Ze hebben net als de energietransitie een grote impact op onze leefomgeving van de toekomst. Om een klimaatadaptief landschap te creëren is het niet alleen een hele uitdaging, maar ook essentieel om een robuust landschap van de 21ste eeuw te realiseren. Als we clusterbuien, grote droogte en hoge temperaturen willen opvangen zonder allerlei technische, en vaak energieverslindende oplossingen, dan zullen we het landschap hierop moeten inrichten. Om grip te krijgen op de correlatie tussen de energietransitie en het klimaatbestendig maken van onze leefomgeving wordt in dit hoofdstuk in het algemeen de klimaatopgaven voor de regio Hart van Brabant weergegeven. Deze zijn gebaseerd op de klimaatonderlegger (werkgroep klimaat i.s.m. Thomas Jansen, gebiedsinnovatie) en de stresstesten. De energiescenario’s die in hoofdstuk 4 volgen, zullen in meer of mindere mate een koppeling leggen tussen elektriciteitsopwekking en klimaatdoelstellingen. Die keuzes kunnen we als regio samen maken.

2.1 Hart van Brabant = een spons Maak van elke bodem een gezonde bodem In agrarische gebieden is door klimaatveranderingen en uitputting van de bodem, door te extensieve productiemethoden, de sponswerking van de bodem zeer slecht geworden. Zoals Jan Baan, directeur van Brabants Landschap, al vermelde in 2017 in Brabant Dagblad: “De bodem van de Brabantse landbouw is ernstig verschraald door éénzijdige bemesting met drijfmest, gebruik van bestrijdingsmiddelen en gebrek aan vruchtwisseling en groenbemesters.” Deze ongezonde bodem geeft direct effect van extreme hitte en droogte op de groenheid van planten en vertraagt het herstel van de planten na een droge periode. Planten op een gezonde bodem zijn sterker, doordat er sprake is van kleideeltjes, organisch materiaal en een goede bodemstructuur. Het mes snijdt aan twee kanten want ook de neerslag en het grondwater worden beter vastgehouden. Een gezonde bodem houdt water vast. Dat betekent dat men de vruchtbare bodem weer moet herstellen door: ■ Vermindering van stikstof uitstoot. ■ Meer humus in de bodem door middel van compost en eventueel dierlijke mest. ■ Verbetering van het bodemleven. ■ Introductie van wisselteelten in agrarische gebieden. ■ Gebruik alleen biologische bestrijdingsmiddelen met mate. Naast de bodemuitputting in de agrarische gebieden put de bodem in stedelijk gebied ook uit.

Vooral de bodem rond stadsbomen is niet gezond door het jarenlange beheer van ‘opruimen’. De toekomstbomen van de stad zijn van groot belang om een stedelijk gebied leefbaar te houden. L1907 R0024 13

Verbeelding op een kaart van klimaatrobuuste maatregelen in de landschappen van Hart van Brabant

14

L1907 R0024 15

Natuurgebieden worden belast door de voortdurende stikstofneerslag. Op dit moment zijn de enige maatregelen om voortdurend te hooien, te maaien, te bekalken, kleinschalig te plaggen en opslag verwijderen. Verbetering van de sponswerking in deze gebieden zorgt ook voor een robuuster systeem en een verbetering van de waterkwaliteit en daarmee voor meer biodiversiteit. De vele esdekken in het Hart van Brabant, eeuwenlang verhoogd met humusrijk materiaal, kunnen we hiervoor extra activeren, omdat deze vaak bovenstrooms in het watersysteem aanwezig zijn. In het stedelijk gebied is het verhard oppervlak debet aan het teloor gaan van de sponswerking van de bodem. Het vergroenen waar mogelijk (op maaiveld en de daken) is een van de oplossingen om neerslag in het stedelijk gebied direct of vertraagd in de bodem op te slaan en om hittestress in het stedelijk gebied tegen te gaan.

2.2. Water verbindt alles, wees er zuinig op Vasthouden van kostbaar water Zoet water wordt kostbaar. Op kleine schaal kan een ieder de sponswerking van het Hart van Brabant activeren. De stadbewoner kan de stenen uit zijn tuin halen en een groen dak installeren. Bewoners kunnen water hergebruiken en overtollig neerslag in regentonnen opslaan. De agrariërs kunnen bijvoorbeeld de bodem weer watervasthoudend en humusrijk krijgen. Water kunnen ze zuiniger aanwenden en hergebruiken. Agrariërs kunnen extra ruimte op de percelen creëren om water vast te houden. Daarvoor worden spelregels afgesproken; ‘iedereen houdt zijn eigen broek op’ en wentelt de problemen niet af op zijn omgeving en of andere functies. Deze regels gelden voor een ieder in het stroomgebied van de Dommel en de Marke. Beken en weteringen vertragen en bufferen Bronnen bovenstrooms worden vernauwd, waardoor biodiverse bronmoerassen ontstaan. De oorspronkelijke vennen op de hoge zandgronden kunnen weer watervoerend worden en het diepere grondwater (voor de drinkwaterwinning) wordt op natuurlijke wijze aangevuld. Een mooi voorbeeld is het moerasgebied ontstaan in de bovenloop van de Reusel, nu een van de mooiste weidevogel- en struweelvogelgebieden in Brabant. In de middenloop van de beken kunnen bij de doorbraken van de beken door de dekzandruggen weer de oorspronkelijke doorstroommoerassen ontwikkeld worden.

Door de beekbodem hoger in het landschap te leggen onttrekt de beek niet langer extra grondwater. De Hultense Leij en de Groote Leij ter hoogte van het Stadsbos013 kunnen ontwikkeld worden tot een echt doorstroommoeras. Deze gebieden houden ook in warme periodes veel water vast en geven koelte aan de zuidwestelijke windstromingen. 16

Benedenstrooms kunnen moerassystemen ontwikkeld worden gekoppeld aan de kwelstromen langs de naad van Brabant of die onderhevig zijn aan peilinvloed van de Maas. Vanzelfsprekend geven we de Maas haar benodigde ruimte om de dynamiek in de waterstanden op te vangen. De Overdiepse Polder is hiervoor een goed voorbeeld van multifunctioneel klimaatbestendig agrarisch gebied. Gekoppeld aan de beeksystemen en aan de regenwatersystemen moeten waterbuffers gecreëerd worden. In de Middeleeuwen werden er op de zandgronden allerlei manieren bedacht om water vast te houden, in opgeleide waterstromen en buffers, in vloeiweiden en in visvijvers. Deze technieken kunnen nu ingezet worden om water op te slaan voor drogere periodes, zowel in het landelijk gebied als in de woonkernen. Waterkwaliteiten scheiden Door het scheiden van verschillende typen water (in kwaliteit), een methode die al in de vroege Middeleeuwen werd toegepast, willen we het water inzetten daar waar nodig is; ■ Kwelwater in de meest bijzondere natuurgebieden. ■ Regenwater in de natuur dichtbij en in de stad. ■ Agrarisch water in een gesloten systeem in de agrarische gebieden. Drinkwaterbronnen aanvullen De sponswerking van het Hart van Brabant slaat ook op een gezond grondwaterregiem. Een strategisch en robuust zoetwatervoorraad is voor ons drink- en proceswater van essentieel belang. Schoon water begint schaars te worden.

We denken aan de volgende oplossingslijnen: ■ Aandacht geven aan het zuinig omgaan met drink- en proceswater en hergebruik en slim koppelen van water(rest)stromen tussen functies. ■ Verbetering van de sponswerking in de diepere lagen door water te infiltreren en via bodempassage te laten zuiveren.

2.3 Meer groen tegen hittestress, verdamping en CO2 vastlegging Nieuwe bossen en omvorming van bossen Provincie Noord Brabant werkt aan een bos nota waarin o.a. locaties gezocht worden voor 2500 hectare loofbos. Het omzetten van naaldhoutbossen in meer biodiverse loofhoutbossen is een noodzaak om meer water vast te houden en koelere bossen te creëren. Dit kan zeer geleidelijk in een bosbeheercyclus gebeuren, maar mogelijk ook versneld onder invloed van de energietransitie. Groen rondom stedelijke gebieden tegen hittestress Groengebieden in en rond de woonkernen geven het stedelijk gebied de mogelijkheid om koelte te creëren. Groene corridors en groene wiggen in de stedelijke structuren, boomstructuren en waterstructuren zijn van essentieel belang om de hittestress tegen te gaan. In de architectuur kan men rekening houden met verdamping, bijvoorbeeld door het toepassen van groene wanden en daken. L1907 R0024 17

Beperkingenkaart versie 20 06 2019

18

In de blauwe gebieden kunnen de windmolens staan

3. RANDVOORWAARDEN WIND EN ZON

3.1 Randvoorwaarden inpassing windturbines Bij inpassing van windturbines zijn een aantal planologische beperkingen van belang: ■ Beschermde dorps- en stadsgezichten ■ Buisleidingen en hoogspanningsleidingen ■ Nationale parken ■ Natuurnetwerk ■ Provinciaal stiltegebied ■ Restricties luchthavegeluidscontouren woonkernen Deze beperkingen zijn samengevat op een beperkingenkaart die wij vooralsnog als uitgangspunt nemen bij deze studie. De contramal van de restricties geeft aan waar in de regio windturbines zouden kunnen landen. Opvallend hierbij is dat met name de luchthaven restricties een grote wissel trekt op de mogelijkheden voor plaatsing van windturbines. Opgemerkt dient te worden dat ook aan deze knoppen gedraaid kan worden. We zijn in gesprek met alle stakeholders om de randvoorwaarden goed door te spreken. Er kan waarschijnlijk meer dan deze kaart aangeeft. Maatwerk is dus noodzakelijk. Ook kan de vraag gesteld worden of alle restricties in het kader van de grote energieopgave waar we voor staan nog te handhaven zijn. Dit is deels ook een politieke beslising.

3.2 Uitgangspunten, spelregels en aandachtpunten zonne- en windenergie Voor Hart van Brabant hanteren we een aantal uitgangspunten voor de opwek van winden zonne-energie in het landschap van Hart van Brabant. Deze uitgangspunten gelden voor elk gebied in HvB. 3.2.1 Handreiking Zonne-energie In het conceptbod van de REKS Hart van Brabant wordt uitgegaan van duurzame opwek van elektriciteit door middel van zonnepanelen op daken van woongebouwen, agrarische gebouwen en bedrijfsgebouwen, en van zonnevelden in de HUBS in combinatie met de opwek van windenergie. Daarmee wordt de regionale opgaaf van 1 TWH gerealiseerd. Naast deze vormen van opwek zijn er verschillende initiatieven voor zonneparken in het buitengebied. De Regionale handreiking voor duurzame opwek zonnevelden in buitengebied Hart van Brabant is gericht op het begeleiden en toesten van deze initiatieven. Er wordt verkend of we op regionaal niveau een uitspraak kunnen doen over het totaal aantal hectares zonnevelden in de regio en de wijze waarop dit regionaal gemonitord kan worden. Elektriciteit opgewekt door grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied heeft niet de voorkeur. L1907 R0024 19

Ja graag; zon op dak en langs Rijksinfrastructuur.

Ja mits; grondgebonden zonnepanelen in hoogdynamische gebieden mits goed ingepast en bijdragen aan klimaatdoelstellingen en gebiedsopgaven. Néé, tenzij; grondgebonden zonnepanelen in laag dynamische gebieden in het buitengebied mogen niet tenzij goed ingepast en deze bijdragen aan klimaatdoelstellingen en gebiedsopgaven. Nooit; géén grondgebonden zonnepanelen in het Natuurnetwerk Brabant en verbrede beekdalen, noodzakelijk voor klimaatdoelstellingen.

Zonneladder

20

De uitgangspunten, zuinig ruimtegebruik, behoud van de landschappelijke kwaliteit van het Hart van Brabant, efficiëntie van het energienetwerk en het bijeenbrengen van vraag en aanbod zijn meestal niet gediend met grote zonnevelden midden in het landelijk gebied. We streven in de handreiking naar zuinig en (zoveel mogelijk) meervoudig ruimtegebruik. We hebben de ruimte in de toekomst hard nodig voor het lokaal produceren van voedsel, voor de woningbouwopgave, voor robuuste natuur en biodiversiteit en voor maatregelen in het kader van de klimaatadaptatie. De zonneladder Om die reden hanteren we de zonneladder: De Zonneladder bestaat uit een afstaffeling van keuzes in stedelijk gebied, de randen van de kernen en het landelijke gebied. Boven aan de ladder op de hoogste trede de meest geschikte locaties voor zonnepanelen, onder aan de ladder op de laagst trede de minst geschikte locaties. Trede 4: Ja Zonnepanelen moeten altijd kunnen op daken en gevels en langs Rijksinfrastructuur (onder ruimelijke voorwaarden). Trede 3: Ja, mits In hoog dynamische gebieden rond kernen en industrie, in Energiehubs en bedrijfsgebieden en op VAB erven: Grondgebonden zonnepanelen mogen mits goed ingepast en bijdragend aan klimaatdoelstellingen en gebiedsopgaven.

Trede 2: Néé, tenzij In laag dynamische gebieden in het buitengebied: Grondgebonden zonnepanelen mogen niet tenzij goed ingepast en bijdragend aan klimaatdoelstellingen en gebiedsopgaven in recreatielandschappen, pauzelandschappen in het buitengebied, drijvende zonnepanelen op open water, voedselproductielandschappen en cultuurhistorisch waardevolle gebieden Trede 1: Nooit Géén grondgebonden zonnepanelen in het Natuurnetwerk Brabant en in de (verbrede) beekdalen en brongebieden, noodzakelijk voor klimaatdoelstellingen. Tenders als hulpmiddel voor uitgifte van grond ten behoeve van grondgebonden zonnevelden Stap 1: Bepalen van de ambitie voor grondgebonden zonnevelden (trede 2 en 3) door de gemeente. Stap 2: Uitschrijven van een tender door de gemeente. Stap 3: Na ontvangst van inschrijvers toetsing initiatieven op zonneladder en draagkracht van het landschap. Stap 4: Begeleiding bij uitwerking naar een uitvoerbaar plan, met ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit, maatschappelijke meerwaarde, in samenwerking tussen gemeente, initiatiefnemer en eventueel regionaal kwaliteitsteam. L1907 R0024 21

Altijd doen volgens de Zonneladder

Wind boven bos in clusteropstelling

22

3.2.2 Handreiking Windenergie Gebiedsopgaven We zien de ontwikkelingen van windenergie als een gebiedsopgave, waar nieuwe ambities voor duurzame energie opwek gekoppeld worden aan de dynamiek van een gebied, aan klimaatopgaven, natuurontwikkeling, recreatieve opgaven, landbouwtransitie en mobiliteitstransitie etc. Bij de planning van windturbines moet men rekening houden met een aantal zaken op diverse schaalniveaus, van landschap tot molen. Windturbines kunnen opgesteld worden in een lijn of in een cluster. Beleidsuitgangspunt bij de Provincie Noord Brabant is dat minimaal 3 windmolens gepland worden om confetti in het landschap te voorkomen. Opstellingen in clusters Meerdere ruimtelijke varianten in de lijn opstelling van windturbines zijn mogelijk; een lange lijn, een onderbroken lijn of een gebogen lijn, waardoor het beeld van de windturbines kan wegdraaien. Lijnopstellingen geven in de lengteversterking van het perspectief van het landschap, echter dwars op de lijn kunnen lijnopstellingen een gevoel van opsluiting geven. Windturbines kunnen ook als een bundel bij elkaar staan, dit wordt clusteropstelling genoemd. De clusteropstelling kan zeer mathematisch bijv. in een grid, maar ook in een zwerm vormgegeven worden. Bij clusteropstelling is het van belang dat de diverse cluster ten opzichte van elkaar afgestemd zijn.

Visueel samenklonteren, interferentie van de clusters moet vermeden worden. Afhankelijk van het type landschap worden afstanden van 3-5 kilometer tussen de clusters onderling aangehouden. Door een herkenbare opstelling van windturbines kan de identiteit, leesbaarheid en herkenbaarheid van het landschap versterkt worden. Uit onderzoek blijkt dat locaties die geassocieerd worden met wind en energie beter door het publiek geaccepteerd worden. Ook de combinatie van windturbines in ensembles van grootschalige elementen geven meet draagvlak. Bij de plaatsing van windturbines heeft invloed op: ■ Openheid en zichtlijnen ■ Schaalverhouding t.o.v. ruimte en ruimtevormende elementen ■ Biodiversiteit, o.a. vogeltrek, trillingsgevoelige grondgebonden dieren bijv. dassen ■ Klimaatopgaven ■ Waterhuishouding

L1907 R0024 23

Ontwerpend onderzoek samen met gemeente Waalwijk over zichtbaarheid van clusteropstellingen van de A59 en vanaf de Maas

24

Effect op waarneming en beleving van windturbines in het landschap We onderscheiden vier typen waarnemers van landschap: ■ De statische waarnemer: bewoners en werkenden. ■ De dynamische waarnemer: recreanten en forensen en zakelijke reizigers. Bij de locatiebepaling van windturbines moet rekening gehouden worden met de nabijheid en zichtbaarheid uit woonbebouwing en vanaf belangrijke (recreatieve) routes. Beeldkwaliteit van turbines Bij de beeldkwaliteit van turbines is het van belang dat er samenhang in uitstraling, kleur en vormgeving is. Het is belangrijk om een keuze te maken voor één type en grootte windturbines, en niet diverse typen door elkaar heen te gebruiken. Hoe groter de molen, hoe rustiger het draaibeeld. Het draaibeeld van de molen is bepalend voor slagschaduw. Het synchroon laten draaien van de windmolens zorgt ook voor een rustig beeld. Bij de inpassing van de windturbines zelf is het van belang om de ruimte rond turbinevoet en van de toegangswegen, multifunctioneel te benutten. En om in de voet alle objecten noodzakelijk voor het functioneren van de windturbine te integreren.

L1907 R0024 25

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

Drie verschillende ordeningsprincipes van drie verschillende scenario’s

26

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging

4. PROCES TOT ONTWIKKELSCENARIO

De regio heeft na een onderlinge discussie besloten om als één gemeente op te trekken als het gaat om het zoeken naar locaties voor grootschalige opwek van duurzame energie. Daarbij is benadrukt dat het belangrijk is ruimte te laten voor initiatieven die vanuit de samenleving ontstaan en die passen bij de lokale ambities. Onder leiding van Kruit Kok landschapsarchitecten in samenwerking met Rho en Dominique Tegelbeckers en begeleid door de Werkgroep Ruimtelijke Ordening en Landschap zijn 3 denkscenario’s ontwikkeld voor de inpassing van met name windenergie met een totaalvermogen van 150 MW (50 molens van 3 MW, vollasturen 3000 levert 450 miljoen KWh per jaar op). Het landschap en het draagvermogen van het landschap zijn leidend geweest bij het bepalen van zoekgebieden. In een intensief proces met een brede groep van stakeholders, ambtenaren van gemeenten, provincie en waterschappen en bestuurders zijn de drie denkscenario’s uitgegroeid tot één ontwikkelscenario met daarin zoekgebieden voor duurzame opwek. In het ontwikkelscenario is ook ruimte voor grootschalige zonneparken maar wel binnen de kaders zoals beschreven in Regionale handreiking voor duurzame opwek zonnevelden in buitengebied Hart van Brabant. Op de volgende pagina’s is het proces en de ontwikeling tot een ontwikkelscenario verbeeld.

L1907 R0024 27

PROCES

PRODUCT

Werkgroep Landschap 18 04 | 14 05

Inventarisatie en analyse van opgave HVB

Werkgroep Landschap 23 05

Ontwerpend onderzoek: opgave, beperkingen, dynamiek in de regio en meekoppelen

Terreinbezoek 16 05 | 04 06

Ruimtelijke kwaliteiten HVB

Verbrede werkgroep Landschap 11 06

Energieopgave meekoppelen

28

PROCES

PRODUCT

Inspiratiedag 24 06

15 Denkrichtingen

Overleg Werkgroep Klimaat 30 07

Overleg stuurgroep 22 08

Basislaag voor klimaatadaptief landschap

Concept scenario’s Energie en landschap

L1907 R0024 29

PROCES

PRODUCT

Heatmap Radenavond 25 09

Heatmap

Verbrede werkgroep Landschap 10 10

Definitieve scenario’s

30

PROCES

PRODUCT

Bestuurlijk Overleg 26 11

Uitzicht op voorkeursscenario grootschalige electriciteitsopwekking

Schetssessie RO en Landschap 05 12

Voorkeursscenario REKS Voorkeursscenario grootschalige elektriciteitsopwekking n.a.v. schetssessie RO en Landschap 05-12-2019 L1907 12-12-2019 A0- 1:50 000

Regionaal werkatelier 21 01 2020

totaal noord 20 windturbines

totaal ring Tilburg en A58 20 windturbines

Scenario 2 met elementen van Scenario 1 en 3 Windenergie Wind tot 2030 Zonering op schaal HvB - Noord: in clusters/hubs van 5-7 molens van 3 MW. Totaal 20 molens van 3 MW. - Midden: in hubs rondom Tilburg en langs A58. Totaal 20 molens 3 MW.

nieuwe bos ontwikkeling na 2030: 10 windturbines

Wind na 2030 - Als het netwerk het toelaat wind boven bos in het zuiden. Totaal 10 molens. - Geen wind in de tussenzones = Leisure- en natuurlandschap. Zonne-energie Kader op regionale schaal (participatie, zonering, klimaatdoelstellingen) - Geen grootschalig grondgebonden zon op voedselproductielandschappen - Grootschalig grondgebonden zon geconcentreerd in hubs samen met wind = gebiedsontwikkeling, klimaatopgave mee koppelen. - Kleinschalige grondgebonden zon volgens (lokale) landschapsgebonden spelregels t.a.v. inpassing en klimaatopgave én regionaal kader t.a.v. participatie etc. Netwerk Werken aan een slim netwerk dat uitbreidbaar is naar de toekomst (scenario 2) In getallen: Tot 2030 Benodigd 450 miljoen kWh 40 molens van 3 MW = 360 kWh Zon in gele zones nog benodigd: netto 90 hectare In de pipeline = 180 hectare zon

0

1km

5km

Radenavond 12 02 2020

L1907 R0024 31

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; lokale transitie - respect voor schaal van het landschap. - samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

1. LANDSCHAPSSPECIFIEKE TRANSITIE centrale transitie -lokale meterstransitie maken;

ZONERINGSSTRATEGIE

-- centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); samenleving centraal; -- marktgestuurd; veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; centrale transitie -- koppeling metoplossingen bedrijfsvoering en bedrijventerreinen kleinschalige warmte en elektriciteit; (snelweg landschap). - meters maken; - respect voor schaal van het landschap. - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie - roep om transitie centrale regie, sterke overheid; centrale

activatie van kanalen; -- meters maken; maatwerk per locatie; --gestuurde centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); transitie koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit. --- marktgestuurd; roep om centrale regie, sterke overheid; -- koppeling metkanalen; bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap). activatie van CENTRALE STRATEGIE

2. ENERGIETRANSITIE ALS NIEUWE RUIMTELIJKE LAAG

- maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

3. ENERGIETRANSITIE VANUIT GEBIEDSOPGAVES DECENTRALE STRAGEGIE

32

5. DRIE SCENARIO’S

De opgave voor elektriciteitsopwekking in het buitengebied is een grote opgave waar we niet omheen kunnen. Net als vroeger zal de opwekking van warmte en elektriciteit zichtbare sporen in onze directe leefomgeving achterlaten. Vroeger was dat zo, maar in het tijdperk van fossiele energie zijn we dat een beetje vergeten. Dit zal soms wennen zijn. Maar er valt wel wat te kiezen! Op de weg naar realisatie van windmolens en zonnevelden in ons landschap valt er aan een aantal knoppen te draaien. Bijvoorbeeld de keuze voor een geconcentreerde of decentrale opweklocatie, de mix tussen zonnepanelen en windturbines en de mate van participatie van de bewoners in het buitengebied. Iedere scenario kent zijn eigen specifieke aanpak waardoor de ruimtelijke verschijningsvorm van het toekomstige landschap van elkaar zal verschillen op een aantal belangrijke kenmerken. De scenario’s geven een inzicht in de keuzes die de regio kan maken. Het zijn géén uitvoeringsplannen maar denkrichtingen. Ze bieden handvaten om gezamenlijk te praten over wat de regio belangrijk vindt en hoe we de energietransitie kunnen inzetten om het toekomstige Hart van Brabant vorm te geven. Het zijn realistische scenario’s. Voor alle drie de scenario’s is de opgave van 450 miljoen kWh haalbaar.

Hieronder volgt een beschrijving van de scenario’s aan de hand van het gehanteerde ontwikkelingsprincipe, de ruimtelijke verschijningsvorm, de koppelkansen en de verhouding zon en wind in relatie tot de opgave.

L1907 R0024 33

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

LANDSCHAPSSPECIFIEKE TRANSITIE

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

34

lokale

- same - veel - klein - respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

5.1 Landschapsspecifieke transitie Zoneringsstrategie op basis van kwaliteiten van het landschap

gestu

Ontwikkelingsprincipe De landschap specifieke transitie wordt vanuit de kenmerken en kwaliteiten van het huidige landschap gestuurd. De strategie is gebaseerd op krachtige ruimtelijke keuzes, op de schaal van de regio, voor zonering van de locaties voor zonnevelden en met name voor windturbines. Ruimtelijke verschijningsvorm “Als we door de oogharen kijken” onderscheiden we in grote lijnen drie zones in het Hart van Brabant, gebaseerd op de hoogteligging, grondslag en biotische factoren en de huidige economische potenties. Iedere zone heeft aan eigen potentie voor ontwikkeling en inpassing van duurzame elektriciteit opwekking. Zone 1 : Hoge natuurzone: Wind boven bos In deze zone bevinden zich de grotere bosgebieden en heidegebieden en ontspringen vele beken. Landbouw heeft het hier moeilijk vanwege verdroging en uitputting van de gronden. In het kader van de klimaatadaptatie willen we in deze zone water vasthouden, bossen geleidelijk omvormen naar loofbossen en open agrarische jonge ontginningsgebieden omvormen naar een kleinschalig landschap van bronnen, vennen, landgoederen, (nieuwe en bestaande) bossen en voedselbossen. Wind boven nieuw of bestaand bos is hiervoor een motor. Bestaande agrariërs kunnen deze transitie individuele of als coöperatie ondernemen. Landgoedeigenaren krijgen de kans om extra inkomsten uit wind te genereren.

Zone 2: Het Leisure landschap: inpassing van zonnepanelen en versterking van het recreatielandschap. Leisure is een grote economische factor in de regio. In het Hart van Brabant wordt volop ingezet op toerisme in de vorm van grote recreatie parken én recreatie dichtbij huis in de vorm van landschapsparken rondom de stad. Er zijn vele verschillende recreatieondernemingen en het bosrijke mozaïek landschap vormt hiervoor de entourage. Om deze reden dient dit landschap gekoesterd te worden. Windturbines worden niet toegestaan. Recreatieondernemers worden wel gestimuleerd om zonneenergie op een ludieke wijze op hun terrein en in hun recreatief product te incorporeren. Te denken valt aan bijvoorbeeld het overdekken van parkeerterreinen, slimme inpassingen van zonnevelden in het landschap om daarmee recreatieve netwerken te vergroten en het kleinschalige recreatieve karakter van terreinen te versterkt. Alle Natura 2000 gebieden worden vrijgehouden van alle vormen van elektriciteitsopwekking. De snelfietsroutes in het Leisure landschap worden opgewaardeerd tot bijzondere smartenergieroutes, met (kleinschalige) windmolens en (kleinschalige) zonnepanelen die vooral ‘fun’ uitstralen. Dit landschap vertelt het verhaal van de energietransitie.

L1907 R0024 35

- roep - activ - maat - kopp

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

LANDSCHAPSSPECIFIEKE TRANSITIE

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

36

lokale

- same - veel - klein - respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

DRAAGKRACHT ELECTRICITEIT

NETWERK

38 windmolens van 3MW 108 hectare netto zonne-akker

L1907 R0024 37

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

LANDSCHAPSSPECIFIEKE TRANSITIE

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

38

lokale

- same - veel - klein - respe

centra

Zone 3: Voedsellandschap van de 21 eeuw: krachtige voedsel- en energieboeren. In de meest voedselrijke en waterrijke gebieden willen we hier inzetten op energieboeren. Agrariërs die naast hun grootschalige agrarische productie, ook hun inkomsten halen uit grootschalige energiewinning. Deze boeren zijn de boeren van de toekomst. Het landschap bestaat uit grote oppervlakte agrarisch gebied, waterbuffers, kruidenrijke randen voor de biologische bestrijding, een ingenieus waterstelsel om de gronden bewerkbaar te houden én windmolens. Windboeren coöperaties per gebied verdelen de lasten en de lusten. ste

Visuele impact op het huidige landschap De impact op het landschap is per zone verschillend. In het agrarisch gebied is de impact duidelijk. Overal zullen de windmolens te zien zijn in een open rivierenlandschap. De windmolens zijn onderdeel van de identiteit van dit 21ste eeuw landschap. In het Leisure landschap zijn zonnepanelen ingepast. Soms zichtbaar, meestal niet. De beleving van het kleinschalige recreatielandschap staat centraal. In de natuurzone zijn boven bestaande én nieuwe bossen af en toe verspreid staande windmolens te zien. De impact is alleen op grotere afstand duidelijk. Op ooghoogte zal de kleinschaligheid en de onregelmatige verkaveling van het landschap en de bossen de windturbines aan het zicht onttrekken. Koppelkansen ■ De opbrengsten uit de energietransitie kunnen helpen bij de transitie van traditionele landbouw naar duurzame kringlooplandbouw. ■ Kansen om een nieuwe impuls te geven aan de vele recreatieondernemers. ■ Kansen om een nieuwe bossen te realiseren die CO2 kunnen vangen, water kunnen vasthouden en koelte eilanden creëren. (klimaatdoelstelling) Sterkte en zwakte van het scenario Sterk: ■ Deels overheidsgronden/deels particulieren gronden ■ Duidelijke zonering ■ Kansen voor participatie ■ Vrijspelen van het leisure landschap voor windmolens ■ Koppeling aan klimaatopgave Zwak: ■ Geen gelijke verdeling van windmolens over de regio

L1907 R0024 39

- mete - centr - mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

LANDSCHAPSSPECIFIEKE TRANSITIE

Verbeelding van de bouwstenen van scenario 1 centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

40

lokale

- same - veel - klein - respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

L1907 R0024 41

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

LANDSCHAPSSPECIFIEKE TRANSITIE

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

42

lokale

- same - veel - klein - respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

L1907 R0024 43

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

LANDSCHAPSSPECIFIEKE TRANSITIE

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

44

lokale

- same - veel - klein - respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

L1907 R0024 45

- respect voor schaal van het landschap.

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

ENERGIETRANSITIE ALS NIEUWE RUIMTELIJKE LAAG

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

46

- respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

5.2 Energietransitie als nieuwe ruimtelijke laag Centrale strategie Ontwikkelingsprincipe Dit scenario gaat uit van een zichtbare en beleefbare nieuwe ruimtelijke laag in het landschap. Deze laag van elektriciteitsopwekking wordt gekoppeld aan een aantal grote landschappelijke structuren namelijk aan infrastructuur lijnen, energiehubs en langs de Zuiderwaterlinie. We voegen aan het bestaande landschap van het Hart van Brabant een nieuwe laag toe waarover een duidelijk ‘verhaal’ te vertellen is. Deze structuren zijn grotendeels te realiseren op overheidsgronden. De opweklocaties zijn ook ‘energieefficiënt’ wat wil zeggen efficiënt vanuit de techniek van de energieopwekking, opslag en distributie vanwege de nabijheid van koppelstations hoogspanningsleidingen en nabijheid van afname(industrie en stad) Ruimtelijke verschijningsvorm Hier volgt een beschrijving van de wijze van koppeling van windparken en zonnepanelen aan grote landschappelijke structuren: de infrastructuur lijnen, de energiehubs en de Zuiderwaterlinie. De snelwegen en spoorlijnen: zonneschermen in de bermen Alle snelwegen en provinciale wegen worden op dit moment als opgaven gezien in het Hart van Brabant. In scenario 2 wordt vol ingezet om deze wegen ook daadwerkelijk vorm te geven als ‘energy highways’. De bermen van de snelwegen worden voorzien van zonneschermen.

Het netwerk van ondergrondse infrastructuur wordt geoptimaliseerd voor distributie van regionaal opgewekte elektriciteit door een nieuwe ringleiding voor de regio aan te leggen onder de nieuwe wegen. De geluidsschermen langs het spoor in stedelijke gebieden kunnen ook energieopwekkend zijn. ProRail is bezig met de vervanging van de oude schermen door nieuwe. In scenario 2 zijn alle snelwegen en provinciale wegen noordelijke oostwest voorzien van clusters van zonnepanelen. De Energiehubs: opwek, opslag, distributie van warmte en elektriciteit gecombineerd met een voorziening voor de lokale gemeenschap. We onderscheiden 6 energiehubs in het Hart van Brabant die elk op energetisch gebied een belangrijke taak hebben als opwek, opslag en overslag punt van warmte en elektriciteit maar ook elk een andere ruimtelijke karakteristiek. Dit zijn de toekomstige recreatie- en mobiliteitknooppunten in het Hart van Brabant.

L1907 R0024 47

- respect voor schaal van het landschap.

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

ENERGIETRANSITIE ALS NIEUWE RUIMTELIJKE LAAG

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

48

- respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

DRAAGKRACHT ELECTRICITEIT

NETWERK

46 windmolens 3 MW 45 hectare netto zonne-akker

L1907 R0024 49

- respect voor schaal van het landschap.

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

ENERGIETRANSITIE ALS NIEUWE RUIMTELIJKE LAAG

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

50

- respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

gestu

1. Hub Waalwijk - delta van het Drongelens Kanaal: wind – zon – biogas De bestaande rioolwaterzuivering met zonnevelden en windmolens kan uitgebreid worden tot een echte hub. Tussen de historische dijk, de zeedijk bij Doeveren en Gansoyensteeg, de rand van Haven Waalwijk in de uitmonding van het Drongelens kanaal en het oude Maasje kan een bijzonder waterrijke delta ontwikkeld worden in combinatie met windturbines, zonnepanelen op de hellingen en landmark op de top, als uitzichtpunt over de Maas en de Bergse Maas, nieuwe moerasnatuur en de polders van Heusden. Hier kan men het verhaal van de zuiderwaterlinie, diverse belegeringen, de uiterste grens van Elisabeth vloed, het omgaan met water uit de geheel Kempen en het omgaan met energie als eyecatcher vertellen. De Hub sluit direct aan op de Hoogspanningsleiding parallel aan de Maas en levert direct aan Haven Waalwijk 2. De haven van Waspik: wind - zon - warmte Deze hub is gekoppeld aan de hoogspanningsleiding, een industrieterrein en ene jacthaven langs de A59. De hub heeft de potentie om uit te groeien tot een recreatief waterknooppunt vanwege de rechtstreekse verbinding met de Maas en de afslag van de A59. Dit kan ontwikkeld worden met behulp van een efficiënt energiepark. Ook is de Amercentrale dichtbij waardoor er kansen liggen voor warmte. 3.

De Spinder: wind - zon- waterberging, mobiliteit en actieve recreatie Deze Hub is in ontwikkeling door coöperatie, wordt verder uitgebreid. Dit kan een belangrijke trekker in het uitloopgebied van Tilburg en Udenhout, midden in het Landgoed Pauwels worden. Hier kan men mountainbiken, wandelen, kletteren etc. tussen de turbines in een geaccidenteerd en afwisselend landschap. Deze Hub kan direct aan Tilburg leveren. 4. De Hub van knooppunt de Baars: water - zon – wind, mobiliteit en recreatie De titel van deze paragraaf is op basis van het besluit van 10 juni 2021 van de Hilvarenbeekse gemeenteraad gewijzigd. In en rondom de Beekse bergen ontstaat een landschap van diverse energievormen, water, zon en wind in combinatie met verblijfsrecreatie en een safaripark. De Hub kan direct als een transferium fungeren. Deze Hub kan direct aan Tilburg leveren. 5. Hub Kattenberg: wind, zon en recreatie op een landgoed Dit landgoed, in ontwikkeling, combineert windturbines, zonnevelden met een recreatief aantrekkelijk landgoedlandschap aan de A58. Hier wordt het verhaal verteld van de ontginningslandgoederen, oorspronkelijk door de rijke havenbaronnen van de Randstad opgezet als belegging. Deze Hub is direct ook een startpunt en poort aan de A58 van recreatielandschappen rond Hilvarenbeek en Oisterwijk. 6.

Wijkevoort: zon - warmte en koelte uit water en ondergrond -waterberging Het toekomstige bedrijventerrein Wijkevoort langs de A58 ligt onder de rook van vliegbasis Gilze Rijen. Windturbines zijn daarom niet mogelijk. Wel moet volop ingezet worden op zon op toekomstig dak. Ook dient geothermie en warmte en koude uit de waterplas onderzocht worden. Wijkevoort gaat elektriciteit en warmte gaan leveren voor de omgeving.

L1907 R0024 51

- roep - activ - maat - kopp

- respect voor schaal van het landschap.

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

ENERGIETRANSITIE ALS NIEUWE RUIMTELIJKE LAAG

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

De HUB HUB concentreert als energieknooppunt, concentreeert de infrastructuur, als smartgrid en brengt vraag en aanbod De de infrastructuur, werkt als smart-grid (en werkt voorkomt overbelasting van het netwerk) en samen. brengt vraag en aanbod van energie bij elkaar.

52

- respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

gestu

Visuele Impact op het landschap Door de energetische ingrepen te clusteren en te koppelen aan infrastructuur worden de agrarische gebieden en de natuurlandschappen vrijgespeeld. De windmolenclusters zijn wel door de hele regio zichtbaar. Een helder koppeling aan lokaal gebruik en lokale initiatieven kan helpen om ‘leesbaarheid’ en draagvlak van de locaties te creëren. Koppelkansen Mogelijkheid om aan te haken in de mobiliteitstransitie. Opgewekte elektriciteit ■ kan worden gebruikt in e-mobiliteit. Overcapaciteit opgewekte stroom kan worden gebruikt voor de productie naar waterstof. Een combinatie van infrastructuur van mobiliteit en energie rondom Tilburg ■ maakt koppeling met een warmtenet mogelijk. Zowel voor distributie als energieconversie. ■ Lokale opgave en wensen koppelen aan het creëren van een hub: waterbuffering, versterking van de het natuurnetwerk, uitbreiding van het recreatieve aanbod, educatie etc. Sterke en zwakke aspecten van het scenario Sterk: ■ Er wordt maximaal gebruik gemaakt van aanwezige en toekomstige infrastructuur, bijvoorbeeld het hoogspanningsnetwerk. De ruimtelijk waardevolle gebieden (natuurgebieden, recreatiegebieden, ■ voedselproductiegebieden) blijven vrij van zonnepanelen en windturbines. ■ Vraag- en aanbod worden bij elkaar gebracht. Grootste energievraag ligt bij de industriegebieden, waar ook de opwekking plaatsvindt.

■ De centrale aanpak maakt het mogelijk voor de overheid om regie te nemen, en snelheid te vergroten. Zwak: ■ Cordon van zonnepanelen kan zicht op het kwaliteitslandschap HvB vanaf infrastructuur beperken. ■ Door heel de regio zijn vanaf de hoofdwegen windturbines ervaarbaar.

L1907 R0024 53

- roep - activ - maat - kopp

- respect voor schaal van het landschap.

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

ENERGIETRANSITIE ALS NIEUWE RUIMTELIJKE LAAG

gestuurde Verbeelding vantransitie de bouwstenen van scenario 2 - roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

54

- respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

Op basis van het besluit van 10 juni 2021 van de Hilvarenbeekse gemeenteraad is de bovenstaande tekening als volgt gewijzigd: - tekst "wind boven safaripark" verwijderd. - plaatje met giraf en de windmolen verwijderd.

L1907 R0024 55

- respect voor schaal van het landschap.

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

ENERGIETRANSITIE ALS NIEUWE RUIMTELIJKE LAAG

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

56

- respe

centra

- mete - centr - mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

L1907 R0024 57

- marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

ENERGIETRANSITIE VANUIT GEBIEDSOPGAVES

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

58

- mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

5.3 Energietransitie vanuit de lokale gebiedsopgaves Lokale dynamiek centraal Ontwikkelingsprincipe In dit energiescenario zoeken we de dynamiek in de regio op. Welke opgaven spelen in het Hart van Brabant en hoe kunnen we deze versnellen door middel van de energietransitie of verbinden met het energievraagstuk? Dit decentrale scenario gaat uit van de lokale kracht van de regio. Middels energie-coöperaties en de koppeling aan lokale gebiedsopgaven per landschapseenheid, wordt de duurzame energie lokaal opgewekt. Er worden nieuwe landschappen geschapen maar het visuele beeld in op voorhand niet direct te voorspellen. De lokale gebiedsopgave liggen op de volgende gebieden. De landbouwtransitie De versterking van het natuurnetwerk en de Natura 2000 gebieden Het versterken van een klimaatadaptatief en recreatief landschap rondom dorpen en steden. De landbouwtransitie in grootschalige gebieden: wel windenergie, geen zonneakkers Het omvormen van traditionele landbouw naar de kringlooplandbouw vergt investeringen in de agrarische sector. In de grootschalige landbouwgebieden staat voedselproductie voorop. Windenergie kan in de vorm van boerencoöperaties ingezet worden. Dit kan een extra verdienmodel zijn om de boeren te steunen in hun omslag naar een duurzame kringlooplandbouw.

Landbouwtransitie in kleinschalige gebieden: wind- en zonne-energie kunnen mits het bijdraagt aan een verbetering van natuur, bodem en klimaat In de kleinschaligere landbouwgebieden staat het verdienmodel van de agrariër onder druk mede als gevolg van de stikstof problematiek en de gewenste transitie naar kringlooplandbouw. Bovendien stopper er vele boeren. Het kleinschalige cultuurlandschap is echter wel een belangrijke drager van ons huidige landschap. Middels zorgvuldig ingepaste zonneweides en (kleinschalige) windmolens kan de elektriciteitsopwekking een financiële steun in de rug zijn voor een boerengemeenschap. Een voorbeeld van kringlooplandbouw bestaat uit wisselteeltconcepten. Een verdienmodel is om een mobiele zonneakker in te zetten als zevende seizoen om de bodem goed tot rust te laten komen. Agrariërs in Flevoland experimenteren met deze wisselteelt met een mobiele zonneakker. De kringlooplandbouw dient zijn eigen broek op te houden, water dient gebufferd te worden voor droge tijden. Deze buffers kunnen gebruikt worden als locatie voor windturbines. Boeren die willen omvormen naar agroforestry kunnen dit in combinatie met wind en zon goed doen. Eigenaren van VAB’s krijgen de mogelijkheid om sloop van vrijstaande gebouwen te financieren. We stellen dit voor in de grotere agrarische gebieden in het Hart van Brabant. L1907 R0024 59

60

DRAAGKRACHT ELECTRICITEIT

NETWERK

27 windmolens van 3 mw 207 hectare netto zonne-akker

L1907 R0024 61

- marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

ENERGIETRANSITIE VANUIT GEBIEDSOPGAVES

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

62

- mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

De vergroting van het natuurnetwerk en de Natura 2000 gebieden d.m.v. groene en natte bufferzones langs de randen van natuurgebieden. Geen windturbines, wel zonnevelden De huidige natuurgebieden worden zeer intensief bezocht, de recreatiedruk is hoog. Ook worden de natuurgebieden blootgesteld aan allerlei verrijking onder andere stikstof. Buffering rond de natuurgebieden kan een oplossing geven om de recreatiedruk van de natuurgebieden te verminderen en om een werkelijk landschappelijke buffer op te werpen voor fijnstof etc. We stellen voor om een kleinschalig mozaïeklandschap rondom de natuurgebieden voor, waar zonneakkers een plaats kunnen vinden. Deze gebieden kunnen ook direct water bufferen voor droge tijden. Het versterken van een klimaatadaptatieve cultuurlandschappen en landschapsparken rondom steden en dorpen: goed ingepaste zonneakkers mits die gekoppeld zijn aan klimaatopgaves als hittestress verdroging en waterberging Rondom de woonkernen kan het landschap klimaat adaptief ontworpen worden door groenblauwe zones rond de woonkernen te creëren, lokale kleinschalige coöperatieve zonneakkers kunnen hierin een plek krijgen. Opwek en gebruik van energie is dicht bij huis. Overstromingsgebieden De overstromingsgebieden zijn primair bedoeld voor waterberging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12834909/1