15 definitieve REKS (8 bijlage bij REKS - Netimpactrapportage Enexis)
Tekst van het document
Netimpactrapportage REKS 1.0
Hart van Brabant Enexis Netbeheer TenneT Netbeheer Nederland December 2020
Vooraf
RES als onderdeel van de REKS in HvB Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) Naast de energietransitie speelt op regionaal en lokaal niveau ook klimaatadaptie een belangrijke rol. De regio Hart van Brabant heeft ervoor gekozen om de klimaatadaptatie te koppelen aan de energietransitie, daarom spreken we in Hart van Brabant over een Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS).
Meer informatie over de REKS is hier te vinden: https://www.regiohartvanbrabant.nl/programmas/leefomgeving-en-milieu/klimaatneutraal-enklimaatbestendig/regionale-energie-en-klimaatstrategie
RES als onderdeel van de REKS in HvB In deze rapportage ligt de focus op de netimpact van de Regionale Energiestrategie (RES), daar waar RES staat kan ook REKS gelezen worden.
2
Samenvatting
Samenvatting
Realisatie RES, systeemefficiëntie en gezamenlijk uitvoeringsprogramma RES als input voor het Investeringsplan Enexis
Systeemefficiëntie voor een uitvoerbare en betaalbare RES
De RES-regio zet de stap van concept-RES naar RES 1.0. Op basis van de aangeleverde gegevens heeft Enexis Netbeheer (hierna: Enexis) de impact van de plannen op de energie-infrastructuur bepaald. Om een juiste inschatting van de netimpact te maken hebben we gebruik gemaakt van een integrale doorrekening, waarbij ook rekening is gehouden met de toekomstige ontwikkelingen in andere sectoren. Er is in beeld gebracht waar knelpunten ontstaan en welke netinvesteringen nodig zijn om de RES 1.0 ambities te realiseren.
De totale maatschappelijke kosten, het ruimtebeslag en de benodigde tijd in de uitvoering is fors. Door in te zetten op systeemefficiëntie zijn besparingen mogelijk. Daarom geven we, naast de analyseresultaten, ook adviezen over het verhogen van de systeemefficiëntie.
De RES 1.0 geeft richting aan het Investeringsplan van Enexis, dat 2-jaarlijks wordt herijkt. Tussentijdse aanpassingen, al dan niet voortkomend uit ontwikkelingen in de markt, kunnen impact hebben op de haalbaarheid van de RES. Ontwikkelingen uit de markt betreft ook de aanvragen die niet vergunningplichtig zijn en toch door Enexis in behandeling moeten worden genomen.
Een gezamenlijk uitvoeringsprogramma voor de realisatie van de RES
Met de adviezen ten aanzien van de systeemefficiëntie kan een RES-regio sturen op keuzes die bijdragen aan een uitvoerbare en betaalbare RES.
Een uitvoerbare RES vraagt ook om het programmeren van plannen in de tijd. Uitbreiding van de energie-infrastructuur kent langere doorlooptijden dan de ontwikkeling van duurzame opwek. Starten met de realisatie van duurzame opwek waar netcapaciteit beschikbaar is, is sterk aan te bevelen. Start daarom tijdig met benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur en onderzoek hoe planprocedures versneld kunnen worden. Samenwerken in gebiedsprocessen en het erkennen van wederzijdse belangen, kunnen tot een beter, sneller en gedragen planproces leiden.
4
Samenvatting Netimpact
Netimpact van de RES 1.0 Er worden op 8 stations knelpunten verwacht, 6 daarvan ontstaan al voor 2025. De knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op de HS/MS-stations van
Enexis en/of op het hoogspanningsnet van TenneT.
Netimpact voor Enexis Onderdeel van de oplossing voor de 8 knelpunten zijn 8 investeringen voor Enexis. Daarnaast zijn ook investeringen van TenneT benodigd voor uitbreiding van het hoogspanningsnet.
6 HS/MS-stations moeten worden uitgebreid. Voor deze stations geldt dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis pas benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT.
2 nieuwe HS/MS-stations moeten worden gerealiseerd. Het gaat hier over een nieuw station in de omgeving Geertruidenberg/Moerdijk (regio West-Brabant) en in het gebied tussen de regio’s Hart van Brabant, Noord-oost Brabant en Metropoolregio Eindhoven.
De totale impact op tijd, ruimte en kosten op basis van benodigde uitbreidingen en nieuwe stations voor Enexis is hieronder weergegeven.
2x
Nieuw HS/MS-station
5-7 jaar per station
Geen knelpunt verwacht
1 stations
30.000-90.000 m²
Knelpunt verwacht na 2025
2 stations
Knelpunt verwacht in 2025 of eerder
6 stations
Er is nu geen transportcapaciteit beschikbaar
0 stations
> €50 miljoen
4-6 jaar per station
6x
Uitbreiding HS/MS-station
situatieafhankelijk €42-60 miljoen
5
Samenvatting
Conclusies en aanbevelingen netimpact Enexis en TenneT Conclusies op netimpact Enexis
Aanbevelingen op netimpact Enexis
Uitbreiding van 6 stations noodzakelijk. De uitbreidingen van de stations
Het bouwen van een nieuw station is een langdurig proces.
waar een knelpunt voor 2025 verwacht wordt aan Enexis-zijde zijn al gepland. Realisatie van 2 nieuwe stations noodzakelijk. Omgeving Geertruidenberg/Moerdijk (regio West-Brabant): naast een
knelpunt op station Geertruidenberg ontstaat in de regio West-Brabant ook een knelpunt op station Moerdijk. In deze omgeving moet daarom gekeken worden naar de realisatie van een nieuw station. Hiervoor zijn nog geen concrete plannen of afspraken, het is daarom onzeker of dit vóór 2030 gerealiseerd kan worden. Het gebied tussen de regio’s HvB, NOB en MRE: omdat de capaciteit in het
gebied tussen Hart van Brabant, Noord-oost Brabant en Metropoolregio Eindhoven beperkt is, moet gekeken worden naar de realisatie van een nieuw station. Hiervoor zijn nog geen concrete plannen of afspraken, het is daarom onzeker of dit vóór 2030 gerealiseerd kan worden. Zon op dak biedt voordelen, maar heeft ook impact.
Zon op dak wordt aangesloten op het midden- en laagspanningsnet en heeft als voordeel dat opwek en (lokaal) verbruik dicht bij elkaar ligt. Als dit echter op grote schaal plaatsvindt, zullen ‘overschotten’ ontstaan die worden teruggevoerd naar het bovenliggende net. Meer dan de helft van het totale vermogen van de RES 1.0 Hart van Brabant bestaat uit gebouw-gebonden zon. Uitbreidingen in de onderliggende netten zijn noodzakelijk voor de realisatie van de RES, en vormen daarmee ook een groot onderdeel van het totale werkpakket van Enexis.
Men dient rekening te houden met het vergunningenproces vanuit een gemeente. Advies van de netbeheerders aan overheden is om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur. Daarnaast is afstemming tussen de grensregio’s met betrekking tot nieuw te realiseren stations aanbevolen. Clustering van projecten. Door clustering van projecten, zijn deze van
voldoende omvang om direct aangesloten te kunnen worden op een HS/MSstation. Dit schept bovendien meer ruimte op de onderliggende netten. Conclusies en aanbevelingen op netimpact TenneT Uitbreiding hoogspanningsnet noodzakelijk voor RES-realisatie.
Voor 8 stations geldt dat er op dit moment onvoldoende teruglevercapaciteit beschikbaar is om het RES-bod te faciliteren. Voor de stations Boxtel, Geertruidenberg, Tilburg West, Tilburg Zuid, ‘s Hertogenbosch West en Waalwijk levert dit op korte termijn al een knelpunt op (in 2025 of eerder). Netvisie TenneT en Enexis als input voor programmering RES.
Welke stations op welk moment meer teruglevercapaciteit beschikbaar krijgen moet nog verder uitgewerkt worden in de toekomstige netvisie van TenneT en Enexis voor Noord-Brabant. De RES is input voor deze netvisie, en de netvisie wordt vervolgens opgenomen in het Investeringsplan van TenneT. Doordat de netvisie nog niet uitgewerkt is, is het nog onzeker of het RES-bod vóór 2030 door TenneT kan worden gefaciliteerd. De tijdslijn en planning die volgt uit de netvisie zijn daarom essentieel voor de programmering van de RES.
6
Samenvatting
Systeemefficiëntie aanbevelingen Netbeheerder RES-Regio infrastructuur • Bestaande optimaal benut
minimaliseren ◆ Transport door combineren
◆ Storingsreserve (redundantie) Systeemefficiëntie
gebruiken voor het transport van duurzame opwek
Bestaande infrastructuur optimaal benut In de regio Hart van Brabant kan gekeken worden naar het verplaatsen van zoekgebieden naar station Oosteind en Tilburg Noord, hier is nog ruimte beschikbaar voor duurzame opwek. Transport minimaliseren door combineren energievraag en -aanbod Op station Oosteind en Tilburg Noord is de (toekomstige) energievraag dominant, op Tilburg West en Waalwijk is energieaanbod dominant, het verplaatsen van initiatieven van Tilburg West naar Oosteind, en van Waalwijk naar Tilburg Noord zorgt voor een evenwichtigere verdeling. Evenwichtige verdeling wind en zon Wind heeft meer vollasturen, en daardoor een lager aansluitvermogen voor dezelfde hoeveelheid energie. In Hart van Brabant zien we op de meeste stations overwegend zon, hier is nog winst te behalen. De totale verhouding zon/wind in de regio is 80/20 (op basis van opgesteld vermogen), een optimale verhouding van wind en zon ligt rond de 50/50.
energievraag en -aanbod verdeling ◆ Evenwichtige wind en zon (idealiter een 50/50) en waar mogelijk op één aansluiting
Door in te zetten op systeemefficiëntie zijn besparingen mogelijk. De belangrijkste aanbevelingen voor de RES-regio zijn:
Wind-Zon initiatiefnemers en gezamenlijk ◆ Clusteren aansluiten van wind en zon (cable pooling) maken over het ◆ Afspraken aftoppen
Clusteren en gezamenlijk aansluiten van wind en zon (voor initiatiefnemers) Een klein aantal grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten kan veel besparen op ruimte, maatschappelijke kosten en uitvoeringscapaciteit voor het realiseren van de aansluitingen. Daarbij kan nog meer winst behaald worden met het gezamenlijk aansluiten en aftoppen van clusters. Met cable pooling kan zon en wind op één aansluiting gecombineerd worden, en kan gericht gekeken worden naar het afregelen van de gezamenlijke piek. De regio kan hierin helpen door voorwaarden en mogelijkheden te scheppen. Met 30% individuele curtailment van zonne-opwek is rekening gehouden in de RES analyse (zie ook convenant Stroom Betaalbaar op het Net). Storingsreserve benutten (voor de netbeheerder) Het gebruik van de ‘vluchtstrook’ is meegenomen in de RES analyse, hierdoor ontstaat op station Geertruidenberg meer ruimte voor duurzame opwek. 7
Inhoud
1.
Introductie
2.
Regio in beeld
3.
Aangeleverde gegevens
4.
Impact op elektriciteitsnet
5.
Impact op gasnet
6.
Bijlagen
1. Introductie
Introductie
Van concept-RES naar RES 1.0 Verschil in aangeleverde gegevens concept-RES en RES 1.0 In het voorjaar van 2020 is de netimpact van de concept-RES bepaald door Enexis. Hierbij is impact van de regionale plannen op de energie-infrastructuur is geduid. Met behulp van deze inzichten en adviezen is de concept-RES verder uitgewerkt richting een RES 1.0. De verschillen tussen de aangeleverde gegevens (voor Wind op land, Grootschalige zonnevelden, Grootschalig gebouwgebonden zon) van de concept-RES en die van de RES 1.0 zijn inzichtelijk in de figuur rechts.
Verschil in netimpactanalyse concept-RES en RES 1.0 De netbeheerders hebben een aantal wijzigingen in de analyse doorgevoerd, zodat de netimpact nog beter kan worden ingeschat. Het volgende is gewijzigd in de netimpactanalyse: Waar bij de concept-RES de focus lag op het bepalen van de impact van grootschalige opwek, is in
deze doorrekening ook aandacht geweest voor de vraagzijde van het elektriciteitsnet. Er wordt (op onderdelen) gebruik gemaakt van gegevens van de netbeheerders in plaats van
landelijke back-up gegevens. In Bijlagen ‘Aangeleverde gegevens’ is toegelicht voor welke gegevens dit het geval is.
600 500
Vermogen [MW]
Het grootste verschil is een toename van bijna 150 MW aan Grootschalige gebouw-gebonden zon. Deze toename is in lijn met de ontwikkelingen in de markt, op dit moment zien we dat er veel aanvragen binnenkomen voor grootschalige zon op dak.
Vergelijking Concept-RES met RES 1.0
400 300 200 100 0 Zon op Dak
Zon op Land
Concept RES
Wind
RES 1.0
In deze doorrekening wordt meer inzicht gegeven in de impact van het RES-bod op het
middenspanningsnet en het laagspanningsnet. De impact van de RES’en op het elektriciteitsnet van TenneT is uitgewerkt. De analyse van TenneT
is onderdeel van deze netimpactrapportage, de uitwerking is te vinden in de Bijlagen.
10
2. Regio in beeld
Regio in beeld
Hart van Brabant De RES-regio Hart van Brabant bestaat op dit moment uit 9 gemeenten:
Dongen Gilze-Rijen Goirle Heusden Hilvarenbeek Loon op Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk
Op de kaart zijn ook de omliggende RES-regio’s weergegeven.
12
Regio in beeld
Energie-infrastructuur Elektriciteit
Gas
Warmte(netten)
5 HS/MS-stations binnen de RES-regio.
14 gasontvangststations binnen de RES-regio.
4 HS/MS-stations net buiten of op de regiogrenzen, deze stations hebben een deel van het verzorgingsgebied in Hart van Brabant liggen, deze zijn daarom meegenomen in deze doorrekening.
In de doorrekening is de impact op het gasnet niet bepaald. Bij een volgende doorrekening kan dit ook meegenomen worden, waaronder aspecten rondom groen gas.
In de doorrekening van dit bod is er nog niet gekeken naar de impact van additionele warmtenetten op de elektriciteits- en gasnetten.
Deze 9 stations zijn in de afbeelding hieronder weergegeven, net zoals de hoogspanningsverbindingen tussen deze stations.
13
Regio in beeld
Transportschaarste Transportschaarste als gevolg van markt ontwikkelingen Enexis heeft in de laatste jaren veel grootschalige duurzame energieprojecten aangesloten. Hierdoor neemt de druk op het elektriciteitsnet snel toe. Een zonnepark bouwen kost veel minder tijd dan het uitbreiden van het elektriciteitsnet. Als gevolg hiervan heeft Enexis in een aantal gebieden transportschaarste moeten afkondigen. In deze gebieden geldt dat er beperkte of geen capaciteit beschikbaar is voor de grootschalige teruglevering van duurzaam opgewekte elektriciteit. Op de kaart is te zien waar in het Enexisgebied, momenteel schaarste is op ons energienet. Er zijn op dit moment meerdere HS/MS-stations in de RES regio Hart van Brabant waar nog maar beperkt transportcapaciteit voor teruglevering beschikbaar is. Van beperkte transportcapaciteit is sprake als het teveel aan geprognotiseerde aanvragen de beschikbare vrije capaciteit van een station overschrijdt, er geldt op dat moment dan aangepaste offerteprocedure (voor aansluitingen >1.75 MVA).
Breng het RES-bod en markt ontwikkelingen in lijn met elkaar In deze netimpactrapportage is de impact van het RES-bod bepaald. Voor het realiseren van de RES-doelstellingen is het belangrijk om het RES-bod en marktinitiatieven in lijn met elkaar te brengen. Het is daarom ook aanbevolen enkel projecten te vergunnen die ook vastgelegd zijn in de RES. In overleg met Enexis kan gekeken worden welke initiatieven uit de markt, die bij ons bekend zijn, wel of niet zijn meegenomen in het RES-bod. Daarnaast kan, om inzicht te krijgen in de markt-initiatieven, ook gebruik worden gemaakt van de SDEviewer en projectenlijst.
De informatie op deze kaart is een indicatie; hier kunnen geen rechten aan worden ontleend. De kaarten worden regelmatig geactualiseerd, maar specifieke situaties in ons net kunnen afwijken van wat op deze kaart te zien is. Voor de actuele situatie en meer informatie over transportschaarste wordt verwezen naar: https://www.enexis.nl/zakelijk/duurzaam/beperkte-capaciteit/gebieden-met-schaarste
14
3. Aangeleverde gegevens
Aangeleverde gegevens
Regionale sectorale ontwikkelingen Hiernaast zien we een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen voor de vraagzijde (bovenste vijf balkjes) en voor de aanbodzijde (onderste vier balkjes) in de regio. De ontwikkelingen voor de onderste drie aanbodcategorieën (Grootschalig zon op dak, Grootschalig zon op veld en Wind) zijn gebaseerd op gegevens die zijn aangeleverd door de regio.
Regiosamenvatting Nieuwbouw woning Nieuwbouw utiliteit Warmtepompen
Het valt op dat ontwikkeling in duurzame opwek relatief groot is. Meestal is het dan ook zo dat in het jaar 2030 de aanbodzijde een grotere impact heeft op ons elektriciteitsnet dan de vraagzijde. Hoewel het voorkomt dat de vraagzijde op sommige stations een probleem oplevert. Omdat het doel is de impact van het RES-bod te bepalen, ligt de focus in de doorrekening op duurzame opwek.
Glastuinbouw Mobiliteit Industrie
Kleinschalige zon Grootschalig zon op dak Grootschalig zon op veld Wind 0
100
200 300 400 500 600 Ontwikkeling vermogen 2030 [MW]
700
800
16
4. Impact op elektriciteitsnet
Impact op elektriciteitsnet Impact op HS/MS-stations
In de afbeelding hiernaast is weergegeven of en wanneer er knelpunten ontstaan op HS/MS-stations, gebaseerd op het RES-bod en de huidige beschikbare vermogens op deze stations. Voor 6 grensstations in de regio (Geertruidenberg, Oosteind, Waalwijk, Tilburg Zuid, ‘s Hertogenbosch West en Boxtel) is rekening gehouden met het RES 1.0 bod van West-Brabant en de Concept-RES biedingen van Noord-oost Brabant en Metropoolregio Eindhoven. Er is 1 station waar het RES-bod geen knelpunt oplevert, dit station heeft
voldoende capaciteit om het RES-bod voor 2030 te realiseren: Oosteind. Op 2 stations is op korte termijn nog ruimte voor extra duurzame opwek
aanwezig er wordt een knelpunt verwacht na 2025: Tilburg Noord en Tilburg Centrum. Op 6 stations wordt op korte termijn een knelpunt verwacht, in 2025 of eerder:
Tilburg West, Tilburg Zuid, Geertruidenberg, Waalwijk, ‘s Hertogenbosch West en Boxtel. De knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op het hoogspanningsnet (HS-net) van TenneT en/of op het HS/MS-station van Enexis. Om congestie op het HS-net te voorkomen wordt per station een zogenoemd ‘terugleverlimiet’ van TenneT gehanteerd. Deze limiet is een eerste indicatie voor mogelijke congestie, het daadwerkelijk optreden van congestie hangt af van de belasting in het HS-net, en is daardoor afhankelijk van de verdeling van vraag en aanbod over meerdere stations. Op de volgende slide wordt dieper ingegaan op de beschikbare capaciteit op de HS/MS-stations en de impact van de benodigde uitbreidingen voor Enexis. Voor inzicht in de toekomstige uitbreidingen op het HS-net wordt verwezen naar de Bijlagen ‘Netimpact TenneT’.
Geen knelpunt verwacht
1 stations
Knelpunt verwacht na 2025
2 stations
Knelpunt verwacht in 2025 of eerder
6 stations
Er is nu geen transportcapaciteit beschikbaar
0 stations
18
Impact op elektriciteitsnet Duiding van de knelpunten (1)
Vrije ruimte na aansluiting RES bod (Enexis)
Tekort na uitbreidingen en aansluiting RES bod (Enexis)
Aangesloten na uitbreiding Enexis
Kan nu worden aangesloten door Enexis
Tennet terugleverlimiet
Kan worden aangesloten na uitbreiding TenneT
300 250
Waalwijk
Tilburg Zuid
Tilburg West
Tilburg Noord*
Tilburg Centrum*
* Station Tilburg Centrum is gekoppeld aan Tilburg Noord. Er geldt daarom een gezamenlijk terugleverlimiet, welke afhankelijk is van de belasting op beide stations.
Nieuwe stations in omgeving Geertruidenberg/Moerdijk (regio West-
Brabant) en het gebied tussen de regio’s HvB, NOB en MRE. Op station Geertruidenberg is na de opgenomen uitbreiding geen mogelijkheid meer voor verdere uitbreiding. Hierdoor kan het volledige knelpunt niet worden opgelost, als (tijdelijke) oplossing kan de ‘vluchtstrook’ ingezet worden, opwek wordt dan niet redundant aangesloten. Omdat in de regio West-Brabant ook een knelpunt op station Moerdijk ontstaat, is in de omgeving Moerdijk/ Geertruidenberg een nieuw station nodig. Ook op station Boxtel zijn de uitbreidingsmogelijkheden beperkt, of en wanneer een knelpunt ontstaat is afhankelijk van het RES-bod van de grensregio’s. Omdat de capaciteit in het gebied tussen Hart van Brabant, Noord-oost Brabant en Metropoolregio Eindhoven beperkt is, moet ook hier gekeken worden naar mogelijkheden voor de realisatie van een nieuw station. Afstemming tussen de grensregio’s met betrekking tot dit nieuw te realiseren station is aanbevolen.
Oosteind
50
's-Hertogenbosch West
Het gaat hier om de stations Boxtel, Geertruidenberg, ‘s Hertogenbosch West, Tilburg West, Tilburg Zuid en Waalwijk. Op de stations Tilburg West, Geertruidenberg, en Waalwijk ontstaat op korte termijn al een capaciteitstekort (in 2025 of eerder), de benodigde uitbreidingen (aan Enexis-zijde) zijn al gepland.
100
Geertruidenberg
Op 6 stations uitbreidingen benodigd en mogelijk.
150
Boxtel
In de grafiek is per station in grijs weergegeven welk deel van het RES-bod op dit moment kan worden aangesloten (zonder netuitbreiding Enexis). In oranje is zichtbaar welk deel na uitbreiding door Enexis extra aangesloten kan worden. Het bovenste blok is groen of rood, het toont ofwel de vrije ruimte die overblijft (groen), ofwel het tekort aan capaciteit om het RES-bod aan te sluiten (rood).
200
MW
Netimpact Enexis
Netimpact TenneT
Naast de huidige en toekomstige beschikbare capaciteit van Enexis, is in de grafiek ook de huidige teruglevercapaciteit voor het hoogspanningsnet inzichtelijk gemaakt, met behulp van de donkerpaarse lijn. De donkerpaars omlijnde capaciteit kan pas benut worden na uitbreiding op het hoogspanningsnet. Op 8 stations is op dit moment onvoldoende teruglevercapaciteit beschikbaar
voor het RES-bod: Boxtel, Geertruidenberg, ‘s Hertogenbosch West, Tilburg Centrum, Tilburg Noord, Tilburg West, Tilburg Zuid en Waalwijk. Voor de stations Boxtel, Geertruidenberg, Tilburg West, Tilburg Zuid, ‘s Hertogenbosch West en Waalwijk levert dit op korte termijn al een knelpunt op (in 2025 of eerder). Voor inzicht in de toekomstige uitbreidingen en capaciteit op het hoogspanningsnet wordt verwezen naar de Bijlagen ‘Netimpact TenneT’. 19
Impact op elektriciteitsnet Duiding van de knelpunten (2)
Als oplossing voor de 8 knelpunten, moet Enexis 6 stations uitbreiden (‘s Hertogenbosch West, Boxtel, Tilburg Zuid, Tilburg West, Waalwijk en Geertruidenberg) en 2 nieuwe stations realiseren (in de omgeving Geertruidenberg/ Moerdijk en het gebied tussen de regio’s HvB, NOB en MRE). De uitbreidingen van de stations waar een knelpunt voor 2025 verwacht wordt aan Enexis-zijde zijn al gepland. De beschikbare capaciteit op het net van Enexis kan echter pas benut worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT. Voor 8 stations (Boxtel, Geertruidenberg, ‘s Hertogenbosch West, Tilburg Centrum, Tilburg Noord, Tilburg West, Tilburg Zuid en Waalwijk) geldt dat er op dit moment onvoldoende teruglevercapaciteit op het hoogspanningsnet beschikbaar is om het RES-bod te faciliteren. Voor de stations Boxtel, Geertruidenberg, Tilburg West, Tilburg Zuid, ‘s Hertogenbosch West en Waalwijk levert dit op korte termijn al een knelpunt op (in 2025 of eerder). Er dient rekening mee te worden gehouden dat het bouwen van een station een lang proces is, wat 7 jaar kan duren, en afhankelijk is van verleende vergunningen vanuit een gemeente. Afstemming tussen de grensregio’s is aanbevolen met betrekking tot de programmering van de RES.
Het dringende advies van de netbeheerders aan overheden is om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur.
Uitbreiding van bestaande HS/MS-station Nieuw te bouwen HS/MS-station
6 2
Geen knelpunt verwacht
1 stations
Knelpunt verwacht na 2025
2 stations
Knelpunt verwacht in 2025 of eerder
6 stations
Er is nu geen transportcapaciteit beschikbaar
0 stations
Impact op elektriciteitsnet
Impact op onderliggende netten en kosten Benodigde investeringen per netvlak voor de regio Hart van Brabant
De indicatieve kosten voor Enexis, ten behoeve van netinvesteringen voor de realisatie van het RES-bod, zijn in de figuur rechts geïllustreerd. Kosten voor TenneT zijn hierin niet meegenomen. Vanzelfsprekend gaan hogere ambitieniveaus gepaard met hogere maatschappelijke kosten.
300
Grotere projecten hebben vaak alleen impact op de HS/MS-stations.
250
Deze projecten worden direct aangesloten op de stations, denk aan meerdere windmolens of een groot zonnepark (>6 MW). Uitbreidingen van HS/MS-stations gaan gepaard met hoge kosten, lange doorlooptijden en voor nieuwe stations ook een groot ruimtebeslag. impact op de onderliggende netten. Deze projecten worden aangesloten op het midden- en laagspanningsnet, denk aan kleinere zonneparken en zon op dak. Dit heeft als voordeel dat opwek en (lokaal) verbruik dicht bij elkaar ligt. Als dit echter op grote schaal plaatsvindt, zullen ‘overschotten’ ontstaan die worden teruggevoerd naar het bovenliggende net.
Miljoen euro’s
De kleinere projecten hebben naast impact op de HS/MS-stations ook
200 HS/MS-stations MS-stations*
150
MS-kabels* MS/LS-stations* LS-kabels*
100
Meer dan de helft van het totale vermogen van de RES 1.0 Hart van Brabant
bestaat uit gebouw-gebonden zon. Uitbreidingen in de onderliggende netten zijn daarom noodzakelijk voor de realisatie van de RES, en vormen daarmee ook een groot onderdeel van het totale werkpakket van Enexis. Clustering van projecten. Om onderliggende netten te ontlasten wordt
aanbevolen om projecten te clusteren, zodat deze van voldoende omvang zijn om direct aangesloten te kunnen worden op een HS/MS-station. Integrale informatie over verschillende sectoren is nodig voor een volledig
beeld van de impact op de onderliggende netten. Ontwikkelingen in de gebouwde omgeving (Transitievisie Warmte) en in de mobiliteitssector (elektrisch vervoer) zijn van grote impact op deze netvlakken.
50
0 Min. totale kosten
Max. totale kosten
De inschatting van MS- en LS-kosten is indicatief, en niet gebaseerd op de gegevens die zijn aangeleverd door de RES-regio. Deze inschatting is gemaakt op basis van * met vergelijkbare duurzame zon-vermogens een scenariostudie waarbij is gerekend als in het RES-bod. 21
Impact op elektriciteitsnet
Aanbevelingen voor meer systeemefficiëntie Bestaande infrastructuur optimaal benut Maak zoveel mogelijk gebruik van bestaande capaciteit door zon en wind aan te sluiten waar ruimte beschikbaar is. Benut de extra capaciteit die met uitbreidingen gerealiseerd wordt vollediger. In de regio Hart van Brabant is nog relatief veel ruimte beschikbaar op station Oosteind en Tilburg Noord. Het is aanbevolen te kijken naar het verplaatsen van initiateven van Tilburg West naar Oosteind, en van Waalwijk naar Tilburg Noord. Transport minimaliseren door combineren energievraag en –aanbod Plaats opwek en verbruik zo dicht mogelijk bij elkaar. Als vraag en aanbod in balans zijn, hoeft minder energie te worden getransporteerd. Op station Oosteind en Tilburg Noord is de (toekomstige) energievraag dominant, en op station Tilburg West en Waalwijk is energieaanbod dominant, het verplaatsen van initiatieven van Tilburg West naar Oosteind, en van Waalwijk naar Tilburg Noord zorgt voor een betere verdeling.
Evenwichtige verdeling wind en zon Door zon en wind te mixen kan de beschikbare capaciteit efficiënter benut worden. Dit komt mede doordat opwekpieken niet altijd gelijktijdig zijn. Zoek naar mogelijkheden voor gecombineerde zoekgebieden of het aansluiten van zonprojecten bij bestaande windparken. Een optimale verhouding van wind en zon ligt rond de 50/50. In Hart van Brabant zien we op de meeste stations een overwegend aandeel zon, hier is nog winst te behalen. De totale verhouding zon/wind in de regio is 80/20 (op basis van opgesteld vermogen). Clustering duurzame opwekprojecten Een klein aantal grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten kan veel besparen op ruimte, maatschappelijke kosten, en uitvoeringscapaciteit voor het realiseren van de aansluitingen. Naast het clusteren van kleinere projecten in Hart van Brabant, kan daarbij ook worden gekeken naar het gezamenlijk aansluiten van clusters. Door middel van cable pooling kan zon en wind op één aansluiting gecombineerd worden. Overige oplossingen Voor netbeheerders: het zodra toegestaan inzetten van de reservecapaciteit van het elektriciteitsnet. Het gebruik van de ‘vluchtstrook’ is ook meegenomen in de RES analyse, hierdoor ontstaat op station Geertruidenberg meer ruimte voor duurzame opwek.
Voor initiatiefnemers: aftoppen van productie levert veel efficiëntie op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer opgevangen hoeven te worden. Door het combineren van gezamenlijk aansluiten en aftoppen is nog meer winst te behalen, hierbij wordt gericht gekeken naar het afregelen van de gezamenlijke piek. De regio kan hierin helpen door voorwaarden en mogelijkheden te scheppen. Meer informatie en aanbevelingen m.b.t. systeemefficiëntie is te vinden in de factsheet van NBNL ‘Systeemefficiëntie voor een betaalbare en uitvoerbare energietransitie’ en de regio-specifieke factsheet die aanvullend is opgesteld door Enexis.
5. Impact op gasnet
Impact op gasnet
Visie op inzet warmte vanuit de netbeheerder (1) In de warmtetransitie worden afwegingen gemaakt tussen verschillende warmteoplossingen. Omdat keuzes veel impact hebben op de gasnetten en elektriciteitsnetten, wil Enexis haar visie en aanbevelingen meegeven aan betrokken partijen in de RES.
Gasnetten behouden, na 2030 eventueel inzetten voor duurzame gassen De inzet van gas in Nederland - en dus ook de infrastructuur - gaat de komende decennia veranderen. Aardgasvrij maken van buurten en industrie betekent niet automatisch het verwijderen van gasnetten. Gasnetten kunnen ook gebruikt worden voor distributie van andere soorten duurzame gassen. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden streven we ernaar om waar dat kan gasnetten te behouden. Zo blijft de leveringszekerheid geborgd, kan later gekozen worden om de netten zo goedkoop mogelijk te verwijderen of kunnen netten in de toekomst alsnog worden gebruikt voor duurzame gassen.
In gemeenten kijken naar integrale energiesysteem in de wijk Gemeenten werken op lokaal niveau aan de Transitievisie Warmte (TVW). Enexis stimuleert om in de TVW te kijken naar het energiesysteem als geheel, en daarbij gebruik te maken van een wijkgerichte aanpak. De impact van de warmteoplossing op het elektriciteitsnet moet in samenhang met elektrisch vervoer en zonne-energie in de wijk worden bekeken. Om te zorgen dat de investeringen die we doen planbaar en betaalbaar zijn, is het voor ons belangrijk dat investeringen zoveel mogelijk collectief worden uitgevoerd en dat we vroegtijdig helderheid en zekerheid hebben over waar gasleidingen kunnen blijven liggen, waar elektriciteitsnetten moeten worden verzwaard.
Groengas gebruiken indien bron in de buurt, alternatieven niet haalbaar zijn Groengas is biogas (opgewekt uit mest, slib etc.) dat is opgewerkt tot de kwaliteitseisen voor aardgas. Het is daarom geschikt om via onze gasnetten te transporteren. Er wordt steeds meer groengas ingevoed en is dus steeds meer beschikbaar als een bouwsteen van het integrale energiesysteem. Groengas biedt kansen om bestaande gasnetten optimaal te benutten en investeringen in het elektriciteitsnet te voorkomen. Maar voor het gebruik ervan zijn wel investeringen in de gasnetten nodig. De decentrale productie kent namelijk een constante productiestroom terwijl de vraag fluctueert. Groengas is één van de puzzelstukken, benut het optimaal. Het optimaal benutten van onze gasnetten en het vermijden van investeringen in elektriciteitsnetten leidt tot de laagste maatschappelijke kosten. Tegelijkertijd is groengas vooralsnog schaars. Daarom volgen we (o.a. in TVW en RES) de lijn: zet groengas daar in waar alternatieven financieel en/of technisch niet haalbaar zijn.
Waterstof: geen oplossing tot 2030, wel kansen voor langere termijn De komende jaren zijn de mogelijkheden van de toepassing van waterstof nog hoogst onzeker. Daarom houden de netbeheerders hier in het bepalen van de netimpact vooralsnog geen rekening mee. Daarom is ons standpunt dat de inzet van waterstof als oplossing voor de warmtevoorziening in woningen en gebouwen tot 2030 niet aan de orde is en dus ook niet thuishoort in een Transitievisie Warmte als oplossing voor de periode tot 2030. Wel werken we aan enkele pilots om de kansen op langere termijn te onderzoeken.
24
Impact op gasnet
Visie op inzet warmte vanuit de netbeheerder (2) Hybride warmtepompen: 'no regret' waar warmte, all electric niet mogelijk Hybride warmtepompen kunnen een belangrijke rol spelen in de omschakeling naar een duurzame warmtevoorziening, met name in buurten met woningen die zich niet goed lenen voor warmte(netten) of een all electric warmtevoorziening. De hybride warmtepomp kan een rol spelen in het behalen van de CO2doelstellingen. Zeker op plekken waar op korte termijn een overgang naar allelectric of warmte niet mogelijk is en waar nu al een gasnet ligt. Het verdient aanbeveling om de potentie van hybride warmtepompen verder uit te werken.
Warmtenetten inzetten in verstedelijkt gebied, bij voorkeur publiek beheerd Met de grootschalige uitrol van warmtenetten als belangrijk alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving, worden warmtenetten onderdeel van de vitale energie infrastructuur van Nederland. Dit maakt de aanleg van deze infrastructuur in de openbare ruimte een publieke aangelegenheid. Het is de visie van Enexis dat gemeenten en hun inwoners, net als bij het elektriciteits- en gasnet, kunnen rekenen op een publieke partij voor de aanleg en het beheer van warmte infrastructuur. Warmtenetten kunnen rendabel worden ingezet in stedelijk gebied (wijken en buurten met veel verdichting en hoogbouw).
(Houtige) biomassa: houd rekening met alternatieve routes Er is veel discussie over de inzet van biomassa. Biomassa is een breed begrip. Op dit moment gaat de discussie vooral om de inzet van houtige biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte. Kernvraag is of de inzet van houtige biomassa nog als duurzaam gezien mag worden. Hierin spelen twee argumenten, de kans op roofbouw en de vraag of de netto CO2 emissie van biomassa op de termijn van 2030 wel voldoende wordt gecompenseerd door nieuwe aanplant. Daar waar in regionale warmtevisies en Transitievisies Warmte nog wordt gerekend op de inzet van houtige biomassa zal rekening moeten worden gehouden met alternatieve routes. Voor de inzet van overige biomassa in bijvoorbeeld biobrandstoffen en de route naar groengas speelt deze discussie nu overigens niet.
25
7. Bijlagen
Disclaimer Dit document is met zorg samengesteld ten behoeve van de ontwikkeling van de RES. Het is van belang een aantal zaken in acht te nemen bij het lezen van dit document:
Bij de impactbepaling is voornamelijk gefocust op de impact op de HS/MS-stations. Uitbreidingen van deze stations gaan gepaard met hoge kosten, lange doorlooptijden en voor nieuwe stations ook een groot ruimtebeslag. Er is hierbij rekening gehouden met de huidige situatie op deze stations. De doorrekening is dus een momentopname in een energiemarkt die volop in beweging is. Bij de impactbepaling zijn de plannen van de omliggende RES-regio’s mee genomen, deze kunnen namelijk ook impact hebben op de HS/MS-stations in en rondom de regio Hart van Brabant. Hiervoor is gebruik gemaakt van het RES 1.0 bod van West-Brabant, en de Concept-RES biedingen van Noord-oost Brabant en Metropoolregio Eindhoven.
Dit document bevat een globale indicatie van de effecten van het RES-bod op drie aspecten: tijd, ruimte en kosten. Door dit globale karakter worden diverse onderwerpen niet meegenomen, bijvoorbeeld de belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net. Dus het kan blijken dat er aanvullende netinvesteringen nodig zijn en dat de impact op de ruimte groter is. Bij de terugkoppeling op het aspect tijd is alleen rekening gehouden met de individuele projectdoorlooptijden, terwijl hierbij veel onderlinge afhankelijkheden bestaan.
Voor de impactbepaling is gebruik gemaakt van alle gegevens zoals weergegeven in de sectie ‘Aangeleverde gegevens’. Daarbij is 2019 gebruikt als het zogenoemde basisjaar, waarvoor de gegevens zijn aangeleverd door CE Delft en Generation.Energy in opdracht van NP RES. Voor meer informatie zie: Back-up Data Doorrekening RES Netbeheerders, Verantwoording Bronnen en Methoden, Versie 1.0 – 29 Oktober 2019. Enexis draagt geen verantwoordelijkheid voor de back-up gegevens of de aangeleverde gegevens door de regio.
De impact is beoordeeld vanuit de huidige wet- en regelgeving. Er is bij de impactbepaling wel rekening gehouden met het toekomstig gebruik van de zogenoemde ‘vluchtstrook’ (N-0 situatie). Deze maatregel kan helpen om de realisatie van de ambities mogelijk te maken of te versnellen, meer informatie hierover is te vinden in het NBNL ‘Position Paper voor het Rondetafelgesprek over Netcapaciteit’.
Bij de impactbepaling is rekening gehouden met het toepassen van curtailment (‘aftoppen’ van pieken) van zonne-opwek. Dit wordt in de praktijk vaak toegepast omdat dit resulteert in kostenbesparing voor de klant. Voor zowel zon op land als grootschalige gebouw-gebonden zon is rekening gehouden met 30% curtailment. Het aftoppen van zonneprojecten wordt ondersteund door zowel netbeheerders als de zonenergiesector in het convenant Stroom Betaalbaar op het Net.
Het bestaand opgesteld vermogen wordt meegenomen om het totaal opgesteld vermogen vast te stellen. Hiermee wordt door PBL berekend of het nationale doel om tenminste 35 TWh grootschalig hernieuwbaar op land in 2030 gerealiseerd te hebben, wordt gehaald. Recentelijk zijn de concept-RES’en ook geapprecieerd door PBL, zie: ‘Regionale Energie Strategieën. Een tussentijdse analyse, PBL, juni 2020.’
Enexis geeft met het delen van deze informatie inzicht en advies t.b.v. de ontwikkeling van de RES, niets in dit document worden gezien als het geven van een positieve transportindicatie. Enexis aanvaart geen aansprakelijkheid voor enige schade die direct of indirect ontstaat als gevolg van (het oneigenlijk) gebruik van de kaarten en informatie. Aan de informatie in dit document kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Neem voor specifieke ontwikkelingen, ambities en projecten altijd contact op met Enexis voor de meest actuele informatie. 27
Bijlagen
Aangeleverde gegevens door RES-regio en NP RES Om een inschatting te kunnen maken van de impact van het regionale bod zijn data nodig over energie-aanbod en -vraag. In onderstaande tabel ziet u welke gegevens door u aangeleverd zijn (donkergroen). Waar geen informatie is aangeleverd, maken we voor een aantal onderdelen gebruik van de back-up gegevenssets van NP RES (oranje). Drie van deze back-up gegevenssets zijn aangepast op basis van Enexis prognoses (lichtgroen). Hierbij is gebruik gemaakt van recentere informatie uit verschillende andere studies.
Aanbod
Elektriciteit
Gas
Vraag Concept
1.0
Concept
1.0
Wind op land
Nieuwbouw woningen
Grootschalige zonnevelden
Nieuwbouw utiliteit
Grootschalig gebouw-gebonden zon
Bestaande utiliteit
Kleinschalige zon (<15 kWp)
Elektrisch vervoer
Overige duurzame opwek
Landbouw/glastuinbouw
Datacenters
Industrie
Warmtepompen
Utiliteit
Industrie
Landbouw/glastuinbouw
Vervoer
Totale vraag
Groengas
Waterstof
Aangeleverd door RES-regio
Back-upgegevens NP RES
Waterstof
Back-upgegevens Enexis
Elektriciteit
Gas
Waterstof
Niet gebruikt in de doorrekening
28
Netimpactanalyse concept-RES'en Noord-Brabant TenneT TSO Oktober 2020 Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie
Netimpact concept-RES 150 kV-deelnet Noord-Brabant Het 150 kV-net in Noord-Brabant wordt – met name door aanpassingen op stations - met huidige inzichten opgesplitst in vijf zogenoemde pockets. Dit zijn relatief kleine deelnetten met ieder een aansluiting op het 380 kV-net, zodat opgewekte stroom die niet in dezelfde regio wordt gebruikt snel kan worden afgevoerd naar en via het 380 kV-net. Het gaat om een pocket achter het uit te breiden 380/150 kV-station Geertruidenberg, één achter het 380/150 kV-station Eindhoven, één achter het nieuw te realiseren 380/150 kV-station Tilburg, één achter het nieuw te realiseren 380/150 kV-station omgeving Bergen op Zoom en één achter het nieuw te realiseren 380/150 kV-station omgeving Wijchen. De concept RES-opgave voor Noord-Brabant is in totaal voor de gehele provincie niet significant groter dan waar rekening mee is gehouden in IP2020. Echter liggen de accenten in de provincie wel anders dan in het IP2020. Als voorbeeld; rond Hapert is de verwachte duurzame opwek viermaal kleiner in de concept RES. In de rest van de provincie is de RES-opgave voor duurzame opwek juist hoger dan eerder aangenomen en dat leidt tot hogere transporten in de regio Oss, Uden, Aarle-Rixtel en Helmond.
Met Enexis wordt per pocket een netvisie ontwikkelt en daarbij wordt gekeken hoe de transporten over het net van Enexis en/of het net van TenneT maatschappelijk gezien op de meest efficiënte manier kunnen worden gefaciliteerd. De uitkomst van deze netvisies is nog niet bekend, maar kan betekenen dat het net van TenneT met meer voorzieningen (stations en/of 150 kV-verbindingen) moet worden uitgebreid dan momenteel is voorzien. De knelpunten in Noord-Brabant worden nu voornamelijk veroorzaakt door de ontwikkeling van duurzame opwek (zon-PV en wind). De projecten die reeds zijn geïnitieerd in Noord-Brabant zijn in ieder geval noodzakelijk om de (concept-)RES-opgave te kunnen faciliteren. Mede doordat de uitkomsten van de netvisies, die samen met Enexis worden opgesteld, nog niet bekend zijn, is het nog onzeker of de hele (concept)-RES-opgave vóór 2030 door TenneT kan worden gefaciliteerd. Tot het moment dat de benodigde netuitbreidingen gereed zijn bestaat de mogelijkheid dat er niet in alle gevallen voldoende transportcapaciteit beschikbaar is om het duurzaam opgewekte vermogen te kunnen transporteren naar de eindgebruikers. Op dit moment wordt onderzoek gedaan of het toepassen van congestiemanagement een (tijdelijke) oplossing kan bieden. Beperking van de netimpact is mogelijk door grootschalige opwek te concentreren, bij voorkeur in nabijheid van de koppelstations.
In algemene zin wordt aanbevolen om toename en locatie van duurzame opwek enerzijds en het beschikbaar zijn en komen van netcapaciteit anderzijds goed op elkaar af te stemmen. 30
Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie