CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

15 definitieve REKS (4 bijlage bij REKS - ontwerpen aan het REKS bod)

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de definitieve Regionale Energie- en Klimaatstrategie Hart van Brabant (REKS).12.919 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

L1907 R0024 63

- marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

ENERGIETRANSITIE VANUIT GEBIEDSOPGAVES

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

Voorbeeld: Zonnevelden inpassen langs randen natuurgebieden - oplossen PAS problematiek - verminderen recreatiedruk etc.

64

- mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

Sterke en zwakke aspecten van het scenario Sterk: ■ Zoekt de koppeling met gebiedsopgaves in de regio ■ Draagvlak door koppeling aan lokale bevolking. ■ Vraag en aanbod worden bij elkaar gebracht. Zwak: ■ Onvoorspelbaar ruimtelijk beeld van het landschap. ■ Koppeling van diverse opgaven aan een integrale gebiedsontwikkeling vergt veel inspanning van alle partijen. ■ Relatief veel procedures. ■ Mogelijke onzekere opbrengst kWh. ■ De neiging om (gemeente)grenzen op te zoeken.

L1907 R0024 65

- marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

ENERGIETRANSITIE VANUIT GEBIEDSOPGAVES

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

Verbeelding van de bouwstenen van scenario 3

66

- mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

L1907 R0024 67

- marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie

ENERGIETRANSITIE VANUIT GEBIEDSOPGAVES

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

68

- mark - kopp

gestu

- roep - activ - maat - kopp

of

L1907 R0024 69

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

1. LANDSCHAPSSPECIFIEKE centrale transitie - meters maken; TRANSITIE

2. ENERGIETRANSI RUIMTELIJ

- centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale);

- marktgestuurd; ZONERINGSSTRATEGIE

- koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

gestuurde transitie Drie scenario’s naast elkaar

70

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

CENTRALE ST

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

lokale transitie

- samenleving centraal; - veel vrijheid voor energiecooperaties, boeren, bewoners, landgoedeigenaren; - kleinschalige oplossingen warmte en elektriciteit; - respect voor schaal van het landschap.

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, Amercentrale); - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (snelweg landschap).

ITIE ALS NIEUWE gestuurde transitie JKE -LAAG roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen;

TRATEGIE - maatwerk per locatie;

centrale transitie

- meters maken; - centrale opwek elektriciteit en warmte (grote gebaren, - marktgestuurd; - koppeling met bedrijfsvoering en bedrijventerreinen (sn

gestuurde transitie

- roep om centrale regie, sterke overheid; - activatie van kanalen; - maatwerk per locatie; - koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, v

3. ENERGIETRANSITIE VANUIT GEBIEDSOPGAVES

- koppeling opgaves overheid: woningbouw, vernatting, verzilting, verdroging en mobiliteit.

DECENTRALE STRAGEGIE

L1907 R0024 71

72

5.4 Keuzes op 5 thema’s In het bestuurlijk overleg van 26 11 2019 zijn de scenario’s aan de hand van 5 beslisbomen afgepeld en op bais hiervan zijn de keuzes gemaakt voor het ontwikkelscenario. Dat ontwikkelscenario bestaat uit Scenario 2 met elementen van Scenario 1 en 3 Wind: • Zonering op schaal HvB - Noord in clusters/hubs (kleilandschap) - Midden in hubs (rondom Tilburg en langs hoogspanningslijn/ infra) - en na 2030, als netwerk het toelaat, Zuid (wind boven bos) - geen wind in de tussenzones = leisure- en natuurlandschap Zon: • Zonering op schaal HvB én lokaal bottum up - geen grootschalig grondgebonden zon op voedselproductielandschappen - grootschalig grondgebonden zon geconcentreerd in hubs samen met wind = gebiedsontwikkeling, klimaatopgave meenemen, regionaal kader. - Kleinschalige grondgebonden zon volgens (lokale) landschapsgebonden spelregels t.a.v. inpassing en klimaatopgave én regionaal kader t.a.v. participatie etc. Netwerk: • Werken aan een slim netwerk dat uitbreidbaar is naar de toekomst (scenario 2) In het volgende hoofdstuk wordt dit ontwikkelscenario beschreven.

L1907 R0024 73

74

L1907 R0024 75

76

6. ONTWIKKELSCENARIO 6.1 Uitgangspunten en ambities Het ontwikkelingstraject voor grootschalige elektriciteitsopwek in de regio Hart van Brabant heeft geresulteerd in een helder en integraal ontwikkelscenario. Het concept ontwikkelscenario is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: ■ De ambitie voor Hart van Brabant om een gebiedsspecifieke mix van duurzame energieopwekking te ontwikkelen, die recht doet aan het karakter van de regio. ■ Het versterken van de landschappelijke kwaliteit van de regio en de ruimtelijke leesbaarheid van het landschap door middel van deze energietransitie (bijvoorbeeld het instellen van een landschapsfonds). ■ Samen sterk: een duidelijk integraal ruimtelijk en maatschappelijk gedragen concept voor de gehele regio. ■ Werken aan gedefinieerde integrale gebiedsontwikkelingen, waar meerdere opgaven van de regio, als klimaatopgave, landbouwtransitie, biodiversiteitsherstel, mobiliteitsopgave en recreatieopgaven gekoppeld zijn aan de energieopgave. ■ Het creëren van een toekomstig efficiënt netwerk van hoogspanningsleidingen en verdeelstations om maatschappelijke kosten te beperken, en vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. ■ Waterveiligheid en wateropgaven voorop stellen bij realisatie van wind- en zonne-energie in de nabijheid van waterkeringen. ■ Het niet plaatsen van grootschalige energie opwek in het natuurnetwerk Brabant.

6.2 Ruimtelijke ordeningprincipes We hanteren twee ruimtelijke ordeningsprincipes: zonering en clustering binnen de ruimtelijke opgave van de energietransitie in Hart van Brabant. Daarnaast hebben we te maken met beperkingen (aanwezigheid vliegveld, stiltezones etc.). Zonering “Als we door de oogharen kijken” onderscheiden we in grote lijnen drie zones in het Hart van Brabant, gebaseerd op de hoogteligging, grondslag en biotische factoren en de huidige economische potenties; deze zonering geeft betekenis en leesbaarheid aan het landschap van Hart van Brabant. De zonering ordent direct de gebiedsspecifieke karakteristieken van het landschap van het Hart van Brabant, van hoge droger gelegen zandgebieden naar lager gelegen rivierenlandschap (van zuid naar noord). Overgangen en gradiënten op diverse schaalniveaus; van hoog naar laag, van droog naar nat, van voedselarm naar voedselrijke grond zijn karakteristiek voor Hart van Brabant. De hoger gelegen natuurzone in het zuiden: In deze zone bevinden zich de grotere bosgebieden en heidegebieden en ontspringen vele beken. Landbouw heeft het hier moeilijk vanwege verdroging en uitputting van de gronden.

In het kader van de klimaatadaptatie willen we in deze zone water vasthouden, bossen geleidelijk omvormen naar loofbossen en open agrarische jonge ontginningsgebieden omvormen naar een kleinschalig landschap van bronnen, vennen, landgoederen, (nieuwe en bestaande) bossen en voedselbossen. De energietransitie L1907 R0024 77

78

kan in dit gebied direct gekoppeld worden aan de omvorming van een klimaat robuust landschap. Het kleinschalige coulissenlandschap en de grotere eenheden Natura2000 gebieden in het midden van Hart van Brabant met zijn vele gradiënten: Leisure is een grote economische factor in de regio. In het Hart van Brabant wordt volop ingezet op toerisme in de vorm van grote recreatie parken én recreatie dichtbij huis in de vorm van landschapsparken rondom de stad. De bosrijke coulissenlandschappen en de grotere Natura2000 gebieden vormen hiervoor de entourage. Om deze reden dient dit landschap gekoesterd te worden en sluiten we windmolens uit. De laaggelegen open polders in het noorden: Dit open rivierenlandschap is zeer geschikt voor opwekking van windenergie in combinatie met een sterke landsbouwsector. Het gaat hier om een relatief grootschalig landschap waarbij grootschalige vormen van opwek relatief gemakkelijk kunnen aansluiten. De energietransitie is hier te combineren met de landbouwtransitie, de waterberging, recreatieve ontwikkelingen en de energie-educatie. Clustering van windmolens De windmolens worden geclusterd om de visuele impact op de omgeving te verminderen. De clusters duiden een plek aan, en geven deze locatie identiteit. De clusters zijn zodanig gekozen dat deze kunnen fungeren als de poorten van de regio.

Clustering van windmolens garandeert ook dat de gebieden hiertussen gevrijwaard zijn van windmolens. Hier behouden en ontwikkelen we de landschappelijke kwaliteit en natuurpanorama’s in de grotere natuurgebieden en in de kleinschalige coulisselandschappen, die de recreatieve aantrekkingskracht van de regio vertegenwoordigen. De clusters kunnen in een verschillend tijdstempo ontwikkeld worden, aansluitend op de planprocessen voor de aanleg van de toekomstige benodigde leidingen en verdeelstations, waardoor maatschappelijke kosten verspreid in de tijd en met mate gemaakt kunnen worden. Efficiënt Netwerk en Hubs In de periode 2020-2030 wordt er gebouwd aan een efficiënt netwerk. We stellen voor om rondom Tilburg, gekoppeld aan de snelweg A58 en provinciale wegen N260, N269 de ontbrekende verbindingen in het hoogspanningsnet aan te leggen. Door de clustering van windenergie en zonne-energie op de knooppunten in de energie infrastructuur ontstaat energie efficiency in vraag en aanbod en beperken we de maatschappelijke kosten van aanleg. Deze energiehubs zijn de aantrekkelijke locaties in de toekomst. Deze Hubs koppelen en combineren opslag, overslag en distributie van energie, zowel warmte als elektriciteit uit zon en wind aan (groot)verbruikers, en aan gebiedsopgaven.

De Hubs worden ook maatschappelijke belangrijke locaties, door de vele energiemogelijkheden en de combinatie met andere functies als recreatie.

L1907 R0024 79

80

6.3 Ontwikkelscenario Locatie van clusters windmolens en energiehubs We stellen de clustering van windmolens voor, conform de hiervoor besproken zonering in het noorden in de gemeenten Waalwijk en Heusden, rond de infrastructurele ring van Tilburg en in het zuiden boven nieuw te ontwikkelen bos. Enkele van die clusters kunnen zich ontwikkelen tot energiehubs. Zoekgebieden windenergie en energie hubs in het noorden Voor 2030 kunnen in de open poldergebieden in het noorden van de regio een aantal clusters van in totaal 20 windmolens ontwikkeld worden. Twee van deze clusters kunnen zich ontwikkelen tot een energiehub. Zoekgebieden windenergie en energie hubs in de ring van Tilburg In het middengebied rondom de Tilburg en langs de A58 is het uitgangspunt genomen om de infrastructuurlijnen te volgen en bedrijventerreinen zoveel mogelijk in te zetten voor de ontwikkeling van grootschalige energieopwek. Door deze specifieke uitgangspunten in het middengebied kunnen 5 hubs worden ontwikkeld. Twee hubs aan de noordrand van Tilburg op en nabij industrieterreinen (Vossenberg|Kraaiven) en aanvullend op bestaande initiatief energiepark Spinder. Aan de westkant is de hub Wijkevoort gepland. Deze hub is alleen voor opwek van zonne-energie vanwege de restricties van de vliegbasis Gilze-Rijen.

Wel kan deze hub een belangrijke rol gaan spelen in het warmtesysteem en opslag en distributie van energie, in combinatie met economische ontwikkelingen. Rondom het infrastructurele knooppunt de Baars ontwikkelen we met de gemeenten Tilburg, Oisterwijk, Goirle en Hilvarenbeek een hub, die zowel de poort naar de Kempen als de poort naar het Van Gogh Nationaal Park, als naar de Beekse Bergen en Tilburg zal zijn. Hier komen mobiliteitsopgaven, natuur- en klimaatopgaven, biodiversiteits- en landschapsopgaven, recreatieve opgaven en energietransitie samen. Aan de A58, in aansluiting op de windmolens bij de Logt, in en nabij het gebied de Kattenberg ontwikkelen we een hub van zon- en windenergie in combinatie met landbouwtransitie (bijvoorbeeld circulaire landbouw of de VAB problematiek), natuurontwikkeling (biodiversiteit, herstel beeksystemen) en klimaatopgaven (tegengaan hittestress, tegengaan effecten van verdroging en extreme vernatting). Bij de realisatie van deze hub zal er voor gezorgd worden dat er geen schade voor het weidevogelgebied Moergestels Broek en het natuurpanorama Kampina optreedt. In totaal kunnen in de ring van Tilburg 20 windmolens ontwikkeld worden.

L1907 R0024 81

Wind boven nieuw bos in het zuiden

Ontwikkelscenario grootschalige opwek electriciteit

82

Zoekgebieden windenergie in het zuiden boven nieuw te ontwikkelen bos In de periode 2020-2030 wordt er gebouwd aan een efficiënt electriciteitsnetwerk. Als het netwerk op orde is kunnen ook energie-initiatieven in de zuidelijke regio (gemeenten Hilvarenbeek en Goirle) aangesloten worden. Hier stellen we voor om 10 windmolens te clusteren boven het nieuw te ontwikkelen loofbos (met een substantiële omvang) en landgoederen, noodzakelijk vanwege de klimaat- en wateropgaven in de regio en aansluitend bij het recente provinciaal bosbeleid. Deze nieuwe bosgebieden en landgoederen zullen het natuurkarakter van deze zone versterken en de recreatieve en toeristische aantrekkelijkheid van dit gebied vergroten. Samen sterk Bijna elke gemeente in de regio Hart van Brabant wordt verantwoordelijk voor de ontwikkeling van duurzame energie, juist in de gezamenlijkheid ontstaat letterlijk de energie om die gebieden integraal te ontwikkelingen tot innovatieve en attractieve visitekaarten van de regio. Elke energie hub heeft zijn eigen ruimtelijke karakteristiek en zijn eigen aantrekkingskracht. Wellicht kan de crisis- en herstelwet helepn bij het versnellen van de realisatie van de energiehubs.

Integrale koppeling met klimaatopgave De koppeling met de klimaatopgave wordt onder andere per gebiedsontwikkeling georganiseerd waarbij die gebiedsontwikkelingen ook weer in onderlinge samenhang worden beschouwd. Ook andere opgaven zoals de landbouwtransitie kunnen mee gekoppeld worden. Daarnaast worden algemeen geldende principes vastgesteld, die te maken hebben met het herstel van watersystemen, tegengaan van verdroging en hittestress. Kringlooplandbouw, verbetering van de bodem, het watersysteem en de biodiversiteit zijn kansrijke onderwerpen om te betrekken in de afweging van de ontwikkeling van de energieclusters. De energiehubs rondom Tilburg bieden kansen voor het reduceren van hittestress (bijv. door het aanleggen van groenstructuren) kunnen een bijdrage leveren aan de waterberging, biodiversiteit in de stad en vergroening van de industrieterreinen. Het energiecluster rondom de Kattenberg|A58 kan een bijdrage leveren aan de landbouwtransitie, natuurontwikkeling en waterberging. In het zuiden kunnen windclusters in nieuwe loofbossen klimaatdiensten leveren door reductie van CO2 en het vasthouden van water in de bovenstroomse beekdalen en bodem.

L1907 R0024 83

Objectniveau

Kavelniveau

Landschapsniveau

Landschappelijke inpassiing op drie schaalniveau’s

84

7. AANDACHTSPUNTEN BIJ INPASSING ZONNE-ENERGIE IN BUITENGEBIED Aanbevelingen en handreikingen landschappelijk inpassingsplan De landschappelijke inpassing van zonnevelden is maatwerk, er zijn vele mogelijkheden om een zonneveld goed in te passen. Deze handreiking geeft een methodiek om op alle schaalniveaus een juist ruimtelijk plan voor het initiatief te maken en te toetsen. In een inrichtingsplan zijn drie nauw met elkaar samenhangende schaalniveaus relevant: het landschap, de kavel en het object. Stappen in het ontwerpproces, van initiatief naar inrichtingsplan Ieder landschap, ieder dorp en iedere plek heeft zijn eigen verhaal en kenmerken. Als eerste wezenlijke stap zal dan ook altijd een grondige analyse van de bestaande kwaliteiten van de locatie en zijn context gedaan moeten worden. Als tweede stap moet voor elk schaalniveau een ontwerpbenadering met ontwerpprincipes, die daarna vertaald wordt in een inrichtingsplan in de derde stap. We onderscheiden drie niveau’s van richtlijnen voor landschappelijke inpassing: 1. Landschapsniveau 2. Kavelniveau, bruto zonneveld 3. Objectniveau, netto zonneveld

Intermezzo netto - bruto zonneveld Er moet een onderscheid gemaakt worden in de oppervlakte van het panelenveld (netto zonneveld) en de grootte van een zonneveld in totaal (het bruto veld). Het zonneveld zelf is altijd in de REKS meer dan het panelenveld. De definitie van een panelenveld is: ”het vlak binnen de omsluitende grens van een aaneengesloten opstelling van panelen en ondersteunende bebouwing”, oftewel het functionele deel van het zonneveld. Buiten het panelenveld is nog ruimte nodig voor landschappelijke inpassing, afhankelijk van het landschapstype, de grootte van het terrein en de hoeveelheid slagschaduw op het terrein. Dit noemen we het bruto zonneveld.

L1907 R0024 85

Beleving vanaf een route

Maat en schaal bepaalt de mogelijkheden voor goede inpassing

86

7.1 Landschapsniveau Op het niveau van het landschap is de cruciale vraag of de ontwikkeling van een zonnepark op een bepaalde locatie goed aansluiting kan vinden bij de aanwezige ruimtelijke hoofdstructuur. Hierbij wordt gekeken naar: • • • •

De belevingswaarde Maat en schaal van het landschap t.o.v. het zonneveld Draagkracht van het landschapstype Cumulatieve effecten op den duur

De belevingswaarde Om tot een goede inpassing van zonnevelden in de omgeving te komen is de ligging in het landschap sterk bepalend. Zonnevelden hebben een ruimtelijke impact, die wordt bepaald door zichtbaarheid van het panelenveld vanuit de omgeving. Een studie van zichten vanaf routes geeft inzicht in de wijze van inpassing van het zonneveld. Per locatie is een studie naar belevingswaarde per landschapseenheid noodzakelijk. Maat en schaal Op het landschapsniveau is het relevant om te bepalen tot welke omvang een zonnepark zich qua maat en schaal ruimtelijk goed tot de omgeving kan verhouden. Het gaat daarbij om het vinden van het optimum op basis van het principe van schaal. Uit literatuur blijkt steeds de wetmatigheid dat een kleiner zonnepark bij een kernrand past, terwijl bij een bedrijfsterrein bij een stedelijke kern of een industriegebied in principe ook een groter zonnepark mogelijk is. Het optimum zal daarbij voor het ene landschapstype of randzone ook anders uitpakken dan voor het andere. Natuurlijk is de grootte van het veld ook afhankelijk van de capaciteit van het netwerk, en het exploitatie- en financieringsmodel. Draagkracht van het landschapstype Op niveau van de landschapseenheden dient het cumulatieve effect van meerdere zonnevelden afgewogen te worden.

Wat is het maximum laadvermogen van een landschapseenheid, dat wil zeggen de draagkracht van het buitengebied? Wanneer wordt deze overschreden en tast de toevoeging van zonnevelden de identiteit van deze specifieke landschapseenheid aan? Verschillende landschapseenheden hebben een verschillend draagvermogen. Uit ruimtelijk onderzoek voor de energievisie van de Kempen blijkt dat in een grootschalig open landschap (bijvoorbeeld jonge heideontginning) enkele grote velden beter passen dan meerdere kleine, in een kleinschalig landschap (bijvoorbeeld rond dorpskernen) geldt het omgekeerde. Vooraf moet daarom het laadvermogen van een landschap dan wel de te behouden karakteristieken worden bepaald. Dit heeft invloed op hoeveel zonnevelden wenselijk zijn. En omdat de landschapseenheden in Hart van Brabant vaak gemeentegrensoverschrijdend zijn, dient er ook samengewerkt te worden binnen de regio om de draagkracht van elk type landschap goed te definiëren. L1907 R0024 87

Drie voorbeelden van inpassingen zonnevelden van intensief naar extensief

88

Cumulatieve effecten op den duur Tot slot is het van belang het cumulatieve effect van meerdere parken in de landschapseenheid bij de afweging te betrekken (zie draagkracht). Op basis van al bestaande plannen kan men wel de volgende wetmatigheid afleiden dat in grootschalig open landschappen een beperkt aantal grotere zonneparken beter inpasbaar is dan meerdere kleine, terwijl voor besloten landschappen het omgekeerde geldt.

7.2 Kavelniveau, bruto zonneveld Is de locatiekeuze de juiste, dan kan men op basis van de richtlijnen per landschapseenheid de inrichting op kavelniveau ontwerpen. Dit schaalniveau zorgt voor identiteit en acceptatie van de plek van het zonneveld. De aansluiting van de rand van het zonnepark op de omgeving en de beleving van de randen zijn cruciaal voor een goede inpassing. Met deze kavelinvulling willen we voor de toekomst een duurzaam groen-blauw raamwerk voor de specifieke landschapseenheden bouwen. De keuzes die hierin kunnen worden gemaakt worden sterk bepaald door de aard en de landschappelijke karakteristieken van de directe omgeving en de toekomstverwachting van dat duurzame groen-blauw raamwerk. De invulling op kavelniveau kan zeer verschillend zijn. De aansluiting op de overgang naar een dorpsrand vraagt een andere ruimtelijke oplossing dan de aansluiting op een open landbouwperceel. Het ene zonneveld wordt aan alle zijden omringd door dezelfde beplantingseenheid, het ander veld kan verschillende zijden hebben, afhankelijk van de context. De landschappelijke inpassing van het zonneveld moet altijd een meerwaarde in landschappelijke kwaliteit opleveren voor die plek. Daarnaast kunnen historische landschapsspecifieke kenmerken een rol spelen bij de uitwerking op kavelniveau, bijvoorbeeld het herstel van verloren houtwallen of vennen.

Landschapsspecifieke inrichting per landschapseenheid De maatregelen die genomen worden om een zonneveld landschappelijk in te passen kunnen de landschapskarakteristieken van een gebied echter wel versterken, de leesbaarheid en de identiteit van de landschapseenheid vergroten. Zo kunnen bij de vormgeving van de kavelgrenzen van bij zonnevelden in een mozaïek- en coulisselandschap bijvoorbeeld oude houtwallen geherintroduceerd worden. In open landschappen kan juist gekozen worden voor het bewust wel of juist niet zichtbaar laten van de zonnevelden door gebruik te maken van waterstructuren en/ of grondwallen i.p.v. houtwallen. Dit kan de leesbaarheid en de identiteit van dit type landschap versterken. In de illustratie is het scala van mogelijkheden voor landschapsspecifieke in richtingen aan gegeven, van beplantingselementen, waterstructuren en omgaan met grondmodellering. Maatwerk is gewenst. De “Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap, Hart van Brabant, actualisering 2015” kunnen een handreiking geven om de landschappelijke inpassing te objectiveren en|of te kwantificeren. Nader onderzoek is hiervoor noodzakelijk. L1907 R0024 89

Greppel

Sloot

Natuuroever

Waterberging

Beek

Bosbeek

Voorbeelden van ruimtebeslag landschappelijke inpassingelementen bij zonnevelden in waterrijke landschapseenheden

90

Haag

Heesterrijen

Bomenrij

Houtwal

Bosje met zoom

Voorbeelden van ruimtebeslag groenstructuren bij zonnevelden

L1907 R0024 91

Relatie instralingshoek, ruimte tussen rijen en zichthoogte

Relatie tussen constructiehoogte, zicht en dubbel grondgebruik

92

Tijdelijk versus permanent In het ontwerp kunnen de beplantings- en waterstructuren een blijvende bijdrage leveren aan de landschapseenheid, ook na oplevering van locatie na de exploitatieperiode. Processtructuur De inbreng van direct omwonenden en lokale belangenorganisaties zijn essentieel voor een goed ontwerpproces.

7.3 Objectniveau, netto zonneveld Op het objectniveau zijn de invulling en uitstraling van het functionele veld van zonnepanelen relevant. Hierbij gaat het om verschillende aspecten van plaatsing van zonnepanelen zoals de hoogte en oriëntatie van clusters zonnepanelen, maar ook de ordening en vormgeving van de panelen, gekozen constructies van de panelen, verdeling van de trafo’s, verdeelstations en eventuele hekken en cameraopstellingen. Er zijn ook op dit niveau vele ruimtelijke keuzen te maken, die essentieel zijn voor de inpassing van het zonneveld als geheel. De hoogte van de constructie van zonnepanelen De hoogte van zonnepanelen, in combinatie met de invalshoek zijn essentieel voor zichten over en de beleving van ruimte en de eventuele ruimte tussen de rijen. Keuze oost-west of zuid opstelling Deze keuze wordt ingegeven vanuit exploitatie overwegingen, de elektriciteitsopwek van een oost-west opstelling is ongeveer 10-15% minder dan van een zuid opstelling. Ruimtelijk is er een groot verschil, oost-west opstellingen geven zeer brede stroken panelen, waar onder weinig zon en vocht komt, waardoor er nadelige effecten op het bodemleven en bodemerosie kunnen ontstaan. Dit wordt op dit moment onderzocht door de WUR. De zuid opstelling levert een lessenaarsopstelling op waardoor vocht gemakkelijker op bodem terecht komt.

Lichtreflectie van de panelen Schittering door zonnepanelen vindt plaats wanneer zonnestralen zó reflecteren op zonnepanelen, dat zij in het oog van een persoon worden opgevangen. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van drie factoren, de zonnestand, de opstellingshoek van de zonnepanelen en de plek van de persoon, die verblind wordt. Door diverse coatings toe te passen, een andere wijze van opstelling of een goede landschappelijke inpassing kan hinderlijke lichtreflectie voorkomen worden. Spreiding of concentratie geeft keuze in monocultuur of multifunctionaliteit De afstand van de panelen ten opzichte van elkaar is niet alleen afhankelijk van de schaduwwerking op elkaar maar ook van de intentie om de het zonneveld multifunctioneel te laten zijn en op meerdere manieren te gebruiken. L1907 R0024 93

Technische eisen netto zonneveld, aandacht voor inpassing en beeldkwaliteit

Opstellingsmogelijkheden panelen van 1 x 1,6 meter en de relatie met zicht en beschaduwing van de bodem

94

Te denken valt aan ontwikkelen van vitale bodem en van wateropvang in het kader van klimaatadaptieve maatregelen, maar ook multifunctioneel gebruik voor recreatie (bijvoorbeeld een dorpspark of moestuinen). Ontwikkeling van zonnevelden kan ook nieuwe natuur een kans geven, te denken valt aan biotopen voor de patrijs en andere akkerlandvogels (o.a. door het maken van Beatleruggen tussen de panelenstroken). Door de combinatie met kruidenrijk grasland ontstaan bijzondere insecten- en vlinderbiotopen. Begrazing in lage dichtheden door koeien en schapen geeft veel diversiteit aan de vegetatie rond de panelen. De keuze van compacte energievlakken ten opzichte van multifunctionele energielandschappen met een groter oppervlak is essentieel. De gemeente kan hierin een duidelijk beleidskeuze maken. Hekwerken rondom Vanuit veiligheidsoverwegingen en verplichte verzekeringsbepalingen zijn hekwerken rondom noodzakelijk. Deze kunnen ingepast worden in beplantingselementen, maar wanneer openheid noodzaak is, zijn hekwerken niet het juiste middel en zullen andere ruimtelijk middelen als brede waterloop gebruikt moeten worden. Verlichting en cameraopstellingen dienen ingepast te worden. Beeldkwaliteit van panelen Wat betreft de constructies geldt een aanbeveling van donker kleurgebruik om zo veel mogelijk weg te vallen in de omgeving.

Beeldkwaliteit bijgebouwen De verdeelstations en trafo’s dienen georganiseerd te worden volgens een helder ruimtelijk principe. Per locatie dient het ambitieniveau voor de vormgeving van bouwwerken door de gemeente aangegeven te worden.

Watertoets

Bij elk initiatief ten behoeve van een grondgebonden zonneveld dient ook een watertoets uitgevoerd te worden om inzicht te krijgen in de veranderingen in de waterhuishouding door het aanbrengen van de grondgebonden zonnepanelen. Het gaat dan zowel om de opslag van water in de bodem ter plaatse, om afstroming, en om inzicht te krijgen in de erosie van de toplaag van de bodem.

L1907 R0024 95

96

COLOFON

Titel: Ontwerpen aan het REKS Bod Opdrachtgever: Regio Hart van Brabant, Paul van Dijk Uitgevoerd door: Kruit Kok Landschapsarchitecten, RHo adviseurs, Dominic Tegelbeckers Team: Mariëlle Kok, Esther Kruit Anastasia Demidova, Marianne Bekkers Guido van Loenen Dominic Tegelbeckers met input van Thomas Jansen, gebiedsinnovatie Contactpersoon:

Mariëlle Kok

Email: marielle@kruitkok.nl Plaats en datum:

Eindhoven, 16 03 2020

Projectnummer:

L1907

Documentnummer: L1907 R0024a Adres: Eindhoven Strijp-S SWA 4.013 Torenallee 45, 5617 BA Eindhoven 040-2516114 Oss Raadhuislaan 2a 5341GM Oss 0412-624468 Website: www.kruitkok.nl Bij deze rapportage hoort een rapportage Ruimtelijke kwaliteit.

L1907 R0024 97

BIJLAGE: Inventarisatie per gemeente op basis van interviews (nov-dec 2019) electriciteitsopgave REKS 03-12-2019

gemeente Heusden

in km 2 %

oppervlakte gemeente aantal inwoners

%

gemeente Waalwijk

gemeente Gilze en Rijen

gemeente Tilb

78 0,12 44135 0,09

68 0,10 48240 0,10

65 0,10 26431 0,06

huidig electriciteitsverbruik (klimaatmonitor)

in miljoen kWh

204

358

140

opgave van hart van Brabant naar ratio verdeeld over de gemeentes op basis van gebruik

in miljoen kWh

83

145

57

huidig electriciteitsopwek

in miljoen kWh

9

20

6

projecten in de pijplijn

in miljoen kWh

zon in hectares | in kWh

4

33,8

63

in hectares| in kWh

12

82

12

222

175

69

totaal benodigd in 2030

wind in miljoen kWh

aanname zon op dak (grootschalig, bedrijven, agrarische bebouwing, postcoderoos)

De opgave tot 2030

ambitie opwek per gemeente

ambitie besparing per gemeente totaal

wind in miljoen kWh

67

zon in hectares| in miljoen kWh in miljoen kWh

25

electriciteitsopgave REKS

gemeente Heusden

gemeente Waalwijk

gemeente Gilze en Rijen

gemeente Tilb

scenario 1 in kWh en aantal wind vollast uur 3000 voor 3 MW

0

zon in hectares netto | in kWh

10

207

0 19

% opppervlakte legendaeenheid per gemeente totaal in kWh per gemeente scenario 2

10

207

in kWh vollast uur 3000 voor 3 MW en 3500 wind voor 4,5 MW

19

171

zon in hectares netto | in kWh

5

totaal in kWh per gemeente

0

176

0

Kiezen voor een legenda eenheid met wind

scenario 3: bottum up betekent veel onzekerheid in kWh vollast uur 3000 voor 3 MW en 3500 wind voor 4,5 MW

45

135

0

zon op VAB in hectares netto | in kWh

10

zon rond natuurgebieden en klimaatadaptatief landschap in hectares netto | in kWh totaal in kWh per gemeente

45

10

20

145

30

ambitie klimaatadaptatie per gemeente

Voorkeursscenario in kwH

electriciteitsopgave REKS

Voorkeursscenario

wind boven bos in zuiden 2030-2050

98

gemeente Heusden

in kWh en aantal wind vollast uur 3000 voor 3 MW zon in hubs in hectares netto | in kWh zon op vabs, en overige locaties % opppervlakte legendaeenheid per gemeente totaal in kWh per gemeente

gemeente Waalwijk

0 10 10

gemeente Gilze en Rijen

180 5

185

gemeente Tilb

0 20 20

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10212481/1