15 definitieve REKS (17 bijlage publieksversie-reks-1 0-regio-hart-van-brabant)
Tekst van het document
publieksversie
Regionale Energie- en Klimaatstrategie
Warmte
Opwek
K limaat
REKS bod 1.0
publieksversie
Regionale Energie- en Klimaatstrategie
REKS bod 1.0
Hart van Brabant
3
Inhoudsopgave
1
Wat en waarom?
5
2
Energiebesparing
7
3
Elektriciteit
9
4
Warmte
15
5
Klimaat
19
6
Innovatie en nieuwe technologieën
22
7
We doen het zorgvuldig en samen
24
8
Het vervolg
27
Hoofdstuk 1
Wat en waarom?
5
Hoofdstuk 1
Wat en waarom? Aanleiding Het klimaat verandert, vooral door de CO2 die we uitstoten bij het verbranden van fossiele brandstoffen. De gevolgen hiervan op onze leefomgeving worden steeds meer zichtbaar. Nu al zorgt de stijgende temperatuur voor meer droogte, stormen en mislukte oogsten. We krijgen te maken met steeds extremere weersverschijnselen, wateroverlast door stevige buien en extreem hete zomers. Als de temperatuur verder stijgt, nemen die problemen toe en treffen ze meer mensen. Hier moeten we wat aan doen, zodat de temperatuurstijging beperkt blijft tot maximaal 2 graden. Hier zijn wereldwijd afspraken over gemaakt.
Ambitie In Nederland hebben we ook klimaatafspraken gemaakt. Bijvoorbeeld dat we onze CO2-uitstoot sterk verminderen. In 2030 met 50% en in 2050 zelfs met 95%. Naast vermindering van CO2-uitstoot moeten we ook andere, duurzame energiebronnen gaan gebruiken, zoals zon en wind.
Figuur 1.1 Duurzame opwek, warmtetransitie en klimaatadaptatie in Hart van Brabant
clusters in het noorden 20 windturbines
Noord-Brabant Overstromingsgebied van de Maas
‘s Hertogenbosch Breda
Tilburg Eindhoven
Landbouwgebied jonge ontginningen
clusters langs ring Tilburg en A58 20 windturbines
De woeste gronden
Energiehub met koppelkansen klimaat, recreatie, warmte, mobiliteit, energieopslag en energiedistributie: Cluster alleen windenergie Cluster alleen zonne-energie
S ysteem Beekdal Donge
S ysteem Voorste S troom
Cluster combinatie van wind- en zonne-energie Gebieden voor klimaatopgaven Warmtenet
clusters in nieuwe bosontwikkeling na 2030 10 windturbines
Brongebied
Mogelijke uitbreiding van het warmtenet Amercentrale Zoekgebied windenergie boven nieuw bos na 2030
6
In de regio Hart van Brabant willen we daaraan bijdragen. We werken met elkaar aan een toekomstbestendige regio, met respect voor mens, natuur en milieu. Een regio die minder energie gebruikt, fossiele brandstoffen vervangt door duurzame energie en werkt aan het voorkomen van overlast door hevige regenval, extreme droogte of hitte. Dat willen we samen doen met u: inwoner, ondernemer of organisatie in Hart van Brabant.
REKS Alle regio’s in Nederland maken plannen over hoe en waar ze energie kunnen besparen. Waar ze duurzame energie met zon en wind kunnen opwekken. En welke mogelijkheden er zijn voor het verwarmen van onze huizen zonder aardgas. Deze plannen komen allemaal samen in een RES, een Regionale Energiestrategie. In onze regio, Hart van Brabant, kijken we óók hoe we onze omgeving kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat. Daarom heet de RES bij ons een REKS: een Regionale Energie- en Klimaatstrategie. Met een extra “K”.
Regio Hart van Brabant is het samenwerkingsverband van de negen gemeenten in Midden-Brabant. Dat zijn Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk. Kijk voor meer informatie op regio-hartvanbrabant.nl.
Hoofdstuk 2
Energiebesparing
8
Hoofdstuk 2
Energiebesparing We willen meer energie gaan besparen door onze gebouwen energiezuiniger te maken, zodat we minder (duurzame) energie hoeven op te wekken.
20% besparing in 2030 Energiebesparing is heel belangrijk. Energie die we niet verbruiken, hoeven we namelijk ook niet op te wekken. Daarom zijn we in Hart van Brabant gestart met een programma om energie te besparen. Ons doel is om in 2030 20% minder energie te verbruiken dan in 1990, en in 2050 zelfs 50%. Daarvoor is het isoleren van onze gebouwen erg belangrijk. Zo hoeven we in de winter minder te verwarmen en blijven gebouwen in de zomer koeler. We kijken daarbij naar woningen (particulier, sociale huur, verhuur, Vereniging van Eigenaars), maar ook naar bedrijfspanden en bijvoorbeeld scholen en sportclubs.
Succesvolle initiatieven We hebben gekeken welke succesvolle initiatieven er al zijn om energie te besparen in huizen, appartementen, kantoren en fabrieken. Zo verduurzamen gemeenten hun gebouwen en werken bedrijventerreinen hier samen aan. Gemeenten hebben ook initiatieven om (huur)woningen te verduurzamen en energiecoöperaties helpen bij energiebesparing. Er gebeurt dus al veel, maar er zijn ook kansen die we nog niet benutten. Daarom hebben we in kaart gebracht waar nog mogelijkheden zijn om energie te besparen in de gebouwde omgeving. Maar ook wat we het beste als regio kunnen doen en welke initiatieven lokaal beter werken.
Het vervolg De betrokken partijen weten nu wat er gebeurt, wat de plannen zijn en hoe we elkaar kunnen versterken. Nu gaan we helpen om woningen en gebouwen te isoleren en stimuleren we het plaatsen van zonnepanelen op daken van bedrijven en woningen. Daarvoor gaan we het volgende doen: – We gaan met werksessies meer kennis en ervaring uitwisselen. Ook gaan we kijken hoe we verder kunnen samenwerken. – We kijken steeds of we voldoende middelen hebben voor energiebesparing, of dat er meer voorstellen nodig zijn. – We onderzoeken of we een regionaal klimaatloket kunnen maken, waarbij de lokale energieloketten samen kunnen werken.
Hoofdstuk 3
Elektriciteit
10
Hoofdstuk 3
Elektriciteit We willen in de toekomst met wind- en zonne-energie voldoende elektriciteit opwekken, zonder dat het ten koste gaat van ons Brabantse landschap en waarvan iedereen (financieel) moet kunnen profiteren.
Wind- en zonne-energie In totaal willen we in 2030 1 miljard kilowattuur aan duurzame energie met zon en wind opwekken. Daar wordt lokaal nu al hard aan gewerkt door gemeenten, inwoners en ondernemers, bijvoorbeeld met zonnepanelen op daken en bestaande windmolens. Ook lopen er nog initiatieven, bijvoorbeeld voor zonnepanelen op daken van woningen, en we willen sowieso zonnepanelen aanleggen op bedrijfsdaken. De ambitie is om in 2030 270 hectare extra bedrijfsdak bedekt te hebben met zonnepanelen, ongeveer 25% van het totale dakoppervlak. Toch blijft er nog een uitdaging van 450 miljoen kilowattuur over. Dat komt neer op ongeveer 50 kleinere of 30 grote windmolens, 450 hectare zonnevelden of een combinatie daarvan in de regio Hart van Brabant. Tabel 3.1 Doel duurzame opwek in 2030
Opwek van duurzame
Miljoen KWh
energie in 2030
Nederland
35.000
Regio Hart van Brabant
1.000
- Al gerealiseerd (bijv. wind en zon op daken)
- 134
- Kansrijke initiatieven
- 140
- Zon op bedrijfsdaken
- 275
Nog op te wekken
451
11
Voorwaarden en plannen We hebben onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om in onze regio energie op te wekken met windmolens en zonnevelden. Daarbij hebben we de volgende afspraken gemaakt: 1 Passend: de energieopwekking moet passen bij het gebied en het karakter van de regio. 2 Natuur: er komen geen wind- en zonneparken in het natuurnetwerk Brabant. 3 Kwaliteit: de kwaliteit van het landschap moet versterkt worden (bijvoorbeeld met een omgevingsfonds). 4 Samen: het plan moet door de hele regio gedragen worden, want samen zijn we sterker. 5 Combineren: we combineren energieopwekking met andere ontwikkelingen, zoals aanpassing aan klimaatverandering, sterke en duurzame landbouw, natuurherstel en recreatie. 6 Efficiënt: een efficiënt elektriciteitsnetwerk beperkt de kosten en stemt vraag en aanbod op elkaar af. 7 Waterveiligheid: bij windmolens en zonneparken in de buurt van waterkeringen zijn waterveiligheid en wateropgaven belangrijk. Figuur 3.1 Wind boven bos, bron: Marco van de Burgwal, Staatsbosbeheer
12
Ontwikkelscenario We hebben in onze regio verschillende kansen voor wind- en zonne-energie, zonder dat dit ten koste gaat van het landschap. In de polders in het noorden van de regio kunnen clusters met in totaal 20 windmolens ontwikkeld worden, waarbij er twee hubs kunnen ontstaan met wind- en zonne-energie. Eén hub krijgt alleen windmolens. Rondom Tilburg kunnen we aansluiten op het bestaande elektriciteitsnetwerk. Daar en langs de A58 kunnen vijf hubs met in totaal 20 windmolens ontstaan. Eén hub vlakbij de gemeente Gilze & Rijen krijgt alleen zonne-energie. In het zuiden van de regio heeft het netwerk onvoldoende capaciteit om grote hoeveelheden duurzame energie te verwerken. De hoge zandgronden in dit gebied zijn wel heel geschikt voor aanpassingen om onze regio te helpen bij klimaatverandering, zoals droogte en wateroverlast. Daarom werken we daar tot 2030 aan de ontwikkeling van een klimaatbestendig landschap en verbetering van het netwerk. Zodat ook daar in de toekomst windmolens geplaatst kunnen worden.
Hubs De windmolens en zonneparken willen we in hubs bij elkaar plaatsen. Dat zijn plaatsen waar we de opwek en opslag van energie kunnen combineren. De mogelijkheden voor hubs staan in een kaart. Figuur 3.2 Ontwikkelscenario grootschalige opwek electriciteit
Ontwikkelscenario grootschalige opwek elektriciteit
clusters in het noorden 20 windturbines Maas
Energiehub met koppelkansen klimaat, recreatie, warmte, mobiliteit, energieopslag en energiedistributie: Cluster alleen windenergie
A59
Cluster alleen zonne-energie Cluster combinatie van winden zonne-energie
clusters langs ring Tilburg en A58 20 windturbines A58
Zoekgebied windenergie boven nieuw bos na 2030 Hoogspanningslijnen Uitbreiding hoogspanningsnet gekoppeld aan snelwegen en provinciale wegen (nader te onderzoeken)
clusters in nieuwe bosontwikkeling na 2030 10 windturbines
Agrarisch landschap Leisure landschap Natuur landschap
13
Hubs hebben verschillende voordelen: – We kunnen efficiënt aansluiten op het elektriciteitsnetwerk, waarmee we kosten besparen. – Windmolens in groepjes bij elkaar hebben minder impact op de omgeving. Bovendien betekent het dat er op andere plekken géén windmolens komen. – In een hub kunnen we de opslag en het vervoer van energie (warmte en elektriciteit) combineren. – Hubs kunnen we combineren met recreatie, bedrijventerreinen, landbouwhervormingen en aanpassingen aan klimaatverandering (bijvoorbeeld met nieuwe bossen en wateropslag).
Zonneladder We hebben ook afspraken gemaakt over waar zonnevelden kunnen komen en waar (liever) niet. Sowieso willen we liever zon op daken en windenergie. Bovendien willen we de schaarse (landbouw)grond niet inzetten voor zonnevelden. Daarom hebben we een zonneladder gemaakt. 4 Altijd zonnevelden op daken, langs (snel)wegen en in hubs 3 Zonnevelden mogen in gebieden waar veel veranderingen plaatsvinden, als ze passen in de omgeving en bijdragen aan het klimaat, de biodiversiteit of de gebiedsopgaven. 2 Zonnevelden mogen niet in gebieden liggen waar in de afgelopen decennia weinig is veranderd, tenzij ze veel bijdragen aan het klimaat, de biodiversiteit of de gebiedsopgaven. 1 Zonnevelden mogen nooit in beekdalen, in gebieden die nodig zijn voor het klimaat an de biodiversiteit en op cultuurhistorische plaatsen.
Altijd; zon op dak en langs Rijksinfrastructuur (langs geluidswal, berm van de rijksweg en incourante zones, gelieerd aan de weg) en in de Hubs met wind- en zonne-energie of alleen zonne-energie.
Ja mits; grondgebonden zonnepanelen in hoogdynamische gebieden mits goed ingepast en bijdragen aan klimaatdoelstellingen, biodiversiteit en gebiedsopgaven.
Néé, tenzij; grondgebonden zonnepanelen in laag dynamische gebieden in het buitengebied mogen niet tenzij goed ingepast en deze substantieel bijdragen aan klimaatdoelstellingen, biodiversiteit en gebiedsopgaven.
Nooit; géén grondgebonden zonnepanelen in het Natuurnetwerk Brabant, verbrede beekdalen, noodzakelijk voor klimaatdoelstellingen en biodiversiteit, en cultuurhistorische ensembles.
Figuur 3.3 Wegingskader zonnevelden
14
Tot 2023 komen er geen grote zonnevelden in het buitengebied, behalve als het passend is, bijvoorbeeld in de hubs, op bedrijventerreinen, langs (snel)wegen, op gebieden die niet geschikt zijn voor landbouw of op een vuilstort. Ook projecten die al lopen, mogen gewoon doorgaan. We willen naast zonnevelden dus ook zonnepanelen op daken van woningen, bedrijven, overheidsgebouwen en agrariërs. Daarom gaan we nu uitzoeken welke daken geschikt zijn voor zonnepanelen (de ligging en de constructies) en overleggen we met bedrijven om zonnepanelen aan te brengen op bedrijfsdaken.
Netwerk De overstap op duurzame energie van wind en de zon heeft invloed op het elektriciteitsnetwerk. De komende jaren verwachten netbeheerders TenneT en Enexis al verschillende knelpunten. Daarom moet het netwerk worden aangepast en uitgebreid, bijvoorbeeld door spanningsstations te bouwen of uit te breiden en door het hoogspanningsnet uit te breiden. Dat aanpassen duurt tussen de 4 en 8 jaar.
Het vervolg In de REKS staan de mogelijkheden en voorwaarden voor de grootschalige opwek van duurzame energie met wind en zon. De komende jaren worden de plannen verder uitgewerkt en uitgevoerd. Dat gebeurt per locatie, en het proces en de planning is overal anders. Daarnaast juichen we lokale plannen van inwoners, gemeenten en ondernemers nog steeds toe en onderzoeken we de mogelijkheden langs bijvoorbeeld spoorlijnen, snelwegen en op parkeerterrreinen.
Hoofdstuk 4
Warmte
16
Hoofdstuk 4
Warmte In 2050 willen we onze woningen en gebouwen verwarmen, zonder dat we daar aardgas (in huis) of steenkool (in de Amercentrale) voor gebruiken.
Verwarmen van woningen en gebouwen We verwarmen veel woningen en gebouwen met aardgas, en daar willen we in Nederland mee stoppen. In Tilburg hebben sommige wijken verder stadsverwarming (het 'Amernet') en in Dongen worden een aantal kassen verwarmd met dit ‘Amernet’. Door het Amernet stroomt heet water uit de Amercentrale, een elektriciteitscentrale die vooral biomassa gebruikt (en beperkt steenkool). De warmte is voor het grootste deel een restproduct van de elektriciteitsproductie (restwarmte). Op termijn zal de biomassa vervangen worden door andere restwarmtebronnen en duurzame bronnen.
Regionale Structuur Warmte We hebben onderzocht hoe we onze woningen en gebouwen duurzaam kunnen verwarmen en welke kosten daarbij komen kijken. In de Regionale Structuur Warmte staat: – hoeveel warmte we in onze regio nodig hebben, – hoeveel die vraag kan afnemen, bijvoorbeeld door gebouwen de komende jaren (beter) te isoleren,
Vraag -/- 20% (Tj)
Figuur 4.1
Figuur 4.2
Totale warmtevraag
Totale aanbod bronnen
per gemeente (2019)
10.000
Totaal (Tj)
Hart van Brabant
10.000 Waalwijk Tilburg
5.000
0
Oisterwijk
Biogas
Loon op Zand
De aarde (geothermie)
Hilvarenbeek
5.000
Water (aquathermie)
Heusden
Rioolwaterzuiveringen
Haaren*
Industrie (lage temperatuur)
Goirle
Industrie (middentemperatuur)
Gilze en Rijen
Biomassa
Dongen
* Door een herindeling is de gemeente Haaren per 1 januari 2021 opgegaan in o.a. Tilburg (Biezenmortel) en Oisterwijk (Haaren)
0
Amercentrale
17
– welke warmtebronnen er in de regio zijn, en – hoe we warmtevraag en -aanbod aan elkaar kunnen koppelen. We hebben verschillende bronnen die warmte kunnen opwekken. Niet alleen in de Amercentrale, maar ook in de warme aardlagen, het afvalwater, restwarmte uit fabrieken, biogas en elektriciteit. We kunnen voldoende warmte opwekken in de regio, maar sommige gemeenten hebben warmte over en andere tekort. In sommige wijken kunnen we bijvoorbeeld de stadsverwarming gebruiken en daar warmtebronnen (zoals fabrieken) op aansluiten. In andere wijken kunnen we een klein netwerk aanleggen met bronnen uit de omgeving. Sommige wijken hebben geen warmtebron in hun omgeving. Daar kunnen we dan bijvoorbeeld biogas uit andere gemeenten of elektriciteit gebruiken. We werken als regio dus samen aan het zoeken naar oplossingen.
Denkrichtingen Vervolgens hebben we gekeken welke oplossingen er mogelijk zijn om de vraag naar warmte en het aanbod bij elkaar te brengen. Daarvoor gebruikten we twee verschillende denkrichtingen: 1 regionale en lokale oplossingen, waarbij we het Amernet kunnen uitbreiden en daar verschillende bronnen op kunnen aansluiten. Hier kunnen Tilburg, Dongen, Waalwijk en Heusden voor in aanmerking komen. Wellicht kunnen ook Gilze en Rijen en Loon op Zand aansluiten. De andere gemeenten gebruiken lokale bronnen. 2 alleen lokale aanpassingen, waarbij het bestaande Amernet hetzelfde blijft. Hier gebruiken meer gemeenten lokale netten en oplossingen. Gemeenten die tekort hebben, kunnen bijvoorbeeld biogas en biomassa gebruiken.
Het vervolg In de Regionale Structuur Warmte staan de mogelijkheden voor de regio. De volgende stap is nu dat de gemeenten hun eigen plannen gaan uitwerken. Dit doen zij met een Transitievisie Warmte en wijkplannen. Daarin geven zij aan welke wijken of buurten in de periode tot 2030 van het aardgas af gaan, en op welke alternatieven zij over kunnen stappen. Elke gemeente is daar inmiddels mee begonnen. Natuurlijk gaan we hiervoor ook met inwoners en woningcorporaties in gesprek, zodat we samen oplossingen kunnen bedenken. Tegelijk gaan we ook verder met het verduurzamen van kantoren, appartementen en huizen.
18
Figuur 4.3 Denkrichting 1: Uitbreiding regionaal warmtenet Visualisatie van denkrichting 1 Bron: studie DWA (2020)
Legenda Amercentrale Bestaand warmtenet Toekomstige uitbreiding Verbinding Waalwijk / Heusden Verbinding Dongen / Tilburg Mogelijke lokale netten
Figuur 4.4 Denkrichting 2: Bestaande regionale net blijft intact. Visualisatie van denkrichting 2 Bron: studie DWA (2020)
Legenda Amercentrale Bestaand warmtenet Mogelijke lokale netten
Hoofdstuk 5
Klimaat
20
Hoofdstuk 5
Klimaat We willen onze omgeving aanpassen aan het veranderende klimaat, en die veranderingen koppelen aan de energietransitie.
Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Het wordt warmer, droger en natter en extreem weer komt vaker voor. Hierdoor krijgen we vaker te maken met wateroverlast en droge en hete zomers. Dat heeft gevolgen voor onze omgeving, gezondheid en economie. Daarom moeten we onze leefomgeving aanpassen aan het veranderende klimaat. Dat aanpassen heet klimaatadaptatie.
Figuur 5.1 Zes gebiedsopgaven voor klimaatadaptatie
6
1 Brongebied - Doorlatende en deels ondoorlatende zandgronden - Beekdalen en flanken
5
2 Systeem Voorste stroom
4
- Beekdalen en flanken - Hoge doorlatende zandgronden 3 Beekdal Donge-systeem - Laagland
3
- Beekdalen en flanken
2
4 De woeste gronden - Beekdalen en flanken - Hoge doorlatende zandgronden 5 Landbouwgebied jonge
1
ontginningen - Laagland 6 Overstromingsgebied van de Maas - Laagland
21
Gebiedsopgaven Om te kijken waar en hoe we onze omgeving kunnen aanpassen aan klimaatverandering, hebben we een klimaatonderlegger gemaakt en stresstesten uitgevoerd. Daarmee hebben we in beeld gebracht welke gebieden kwetsbaar zijn voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Van daaruit hebben we gewerkt aan mogelijke oplossingen. In grote lijnen hebben we de volgende kwetsbaarheden gevonden: – Gevoelig voor wateroverlast: Met name in de verstedelijkte gebieden (kernen en bedrijventerreinen) maar op een aantal plaatsen ook in het landelijk gebied. – Gevoelig voor overstromingen: met name het noorden van de regio (Waalwijk en Heusden) bij een doorbraak van de primaire waterkeringen. – Gevoelig voor droogte: vooral op de hogere zandgronden maar ook elders in de regio. – Gevoelig voor hittestress: vooral op bedrijventerreinen, een aantal natuurgebieden, het vliegveld Gilze-Rijen en sterk verstedelijkte gebieden, zoals het centrum van Tilburg. Op basis van de klimaatonderlegger en de stresstesten hebben we zes gebiedsopgaven gemaakt voor aanpassingen aan klimaatverandering (zie figuur 5.1). Die aanpassingen kunnen we koppelen aan de overstap naar duurzame energie, bijvoorbeeld: – Zonnevelden combineren met het opvangen van overtollig regenwater. – Het aanpassen van de beekdalen, wat leidt tot minder verdroging en hittestress.
We hoeven dan minder te koelen, en dat leidt tot energiebesparing. – Nieuw bos aanleggen om water vast te houden en CO2 te binden, en dat combineren met windmolens.
Het vervolg We hebben per gebiedsopgave een plan van aanpak gemaakt en met de omgeving gepraat over knelpunten, oplossingen en maatregelen. Nu gaan we de maatregelen voor elk gebied verder uitwerken en kijken wat de kosten daarvan zijn en hoe we die kunnen betalen. Daarna maken we een planning om de plannen de komende jaren stap-voor-stap uit te gaan voeren en zo onze regio klimaatbestendiger te maken.
Hoofdstuk 6
Innovatie en nieuwe technologieën
23
Hoofdstuk 6
Innovatie en nieuwe technologieën De Regionale Energie- en Klimaatstrategie is een momentopname, met plannen tot 2030. Daarom moeten we nu keuzes maken, terwijl nieuwe technieken zich blijven ontwikkelen. Toch kunnen we daar niet op wachten.
Nú aan de slag Er zijn allerlei innovaties die kunnen helpen bij de overstap op duurzame energie en aanpassingen aan klimaatverandering. Bijvoorbeeld manieren om elektriciteit duurzaam op te wekken of op te slaan, of nieuwe bronnen om gebouwen te verwarmen. Zodra het kan, gaan we met deze nieuwe innovaties aan de slag. Toch kunnen we daar niet op wachten, omdat we ook een uitdaging hebben tot 2030. We doen daarom investeringen die we toch al moeten doen, zoals aanpassingen aan ons elektriciteitsnetwerk.
Innovatie Innovaties zijn belangrijk. We hebben onderzocht hoe we dit vorm kunnen geven door de volgende activiteiten uit te voeren: – We hebben een waterstofstrategie gemaakt met mogelijkheden voor waterstof in de regio. – We doen onderzoeken naar vernieuwende technieken Op basis hiervan gaan we de komende jaren de volgende activiteiten uitvoeren: – Uitvoering van de strategie voor waterstoftechnologie – Onderzoek doen naar het opslaan van duurzame energie – Een innovatiewerkgroep instellen, waar ook bedrijven in plaats nemen Ook volgen we het onderwerp kernenergie op de achtergrond. Daarbij kijken we eerst naar de uitkomsten van mogelijk nieuw onderzoek op provinciaal en Rijksniveau naar de kansen voor kernenergie in Nederland.
Hoofdstuk 7
We doen het zorgvuldig en samen
25
Hoofdstuk 7
We doen het zorgvuldig en samen Aan de Regionale Energie- en Klimaatstrategie wordt al meer dan twee jaar gewerkt. De komende jaren gaan we de plannen uit de REKS stap-voor-stap uitvoeren, en dat doen we samen met inwoners, ondernemers en andere betrokken partijen.
Proces tot nu toe Aan de REKS hebben gemeenten, provincie en waterschappen samengewerkt met landschapsarchitecten, natuur- en milieuorganisaties, lokale energiecoöperaties, woningcorporaties, de ZLTO, bedrijven en Enexis Netbeheer. Samen hebben zij gekeken naar de regionale én lokale beperkingen, randvoorwaarden, mogelijkheden en wensen. Hier zijn ze al sinds april 2019 mee bezig. Dat heeft in 2020 tot een concept-REKS geleid, die door het Planbureau voor de Leefomgeving is doorgerekend. Tegelijkertijd hebben we onder andere dialoogsessies, werkataliers, radenavonden, informatieavonden, een inwonersenquête en jongerenprojecten georganiseerd.
We doen het samen Veranderingen in onze leefomgeving (zichtbaar en onzichtbaar) zijn onvermijdelijk. Daarom worden ook bewoners en gebruikers van het gebied betrokken, omdat een toekomstbestendige regio met respect voor mens, natuur en milieu een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Iedereen moet dus mee kunnen denken en doen, en ook (financieel) kunnen profiteren van de energietransitie. Daarom hebben we afspraken gemaakt over ‘participatie’. Zo willen we dat de omgeving kan profiteren van duurzame projecten, bijvoorbeeld als lokale (mede-) eigenaar. Zo hebben we afgesproken dat we streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. Gemeenten werken in samenwerking met energiecoöperaties aan de uitvoering van de plannen.
26
Uitvoeringsorganisatie We gaan onderzoeken of we samen als regio een organisatie kunnen oprichten die de plannen uit de REKS kan uitvoeren. Zo’n ‘publiek ontwikkelbedrijf’ heeft voordelen: – Combineren van ontwikkelingen. De energiehubs worden belangrijke nieuwe gebieden in de regio. Door het als regio te ontwikkelen, kunnen we ook andere projecten meenemen, zoals het klimaat, de landbouw en recreatie. – Lokaal eigenaarschap. We willen dat de omgeving voor minimaal 50% eigenaar kan worden. Door lokale energieprojecten als regio te ontwikkelen, kunnen we daar beter voor zorgen. – Kennis en kunde. De plannen in de REKS zijn ingewikkeld. Door samen te werken kunnen we onze kennis en ervaring beter organiseren, gebruiken en delen.
Figuur 7.1 Duurzame opwek, warmtetransitie en klimaatadaptatie in Hart van Brabant
clusters in het noorden 20 windturbines
Noord-Brabant Overstromingsgebied van de Maas
‘s Hertogenbosch Breda
Tilburg Eindhoven
Landbouwgebied jonge ontginningen
clusters langs ring Tilburg en A58 20 windturbines
De woeste gronden
Energiehub met koppelkansen klimaat, recreatie, warmte, mobiliteit, energieopslag en energiedistributie: Cluster alleen windenergie Cluster alleen zonne-energie
S ysteem Beekdal Donge
S ysteem Voorste S troom
Cluster combinatie van wind- en zonne-energie Gebieden voor klimaatopgaven Warmtenet
clusters in nieuwe bosontwikkeling na 2030 10 windturbines
Brongebied
Mogelijke uitbreiding van het warmtenet Amercentrale Zoekgebied windenergie boven nieuw bos na 2030
Hoofdstuk 8
Het vervolg
28
Hoofdstuk 8
Het vervolg In maart 2021 hebben de bestuurders in de regio Hart van Brabant de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) op regioniveau vastgesteld. Als de gemeenteraden, de provincie en de waterschappen akkoord gaan, gaat de REKS na 1 juli 2021 richting het Rijk en start de uitvoering van de plannen.
Besluitvorming In maart 2021 is de REKS door bestuurders op regioniveau vastgesteld. Tot 1 juli 2021 nemen ook de gemeenteraden van de negen gemeenten, de provincie en de algemene besturen van de waterschappen een besluit over de REKS.
Figuur 8.1
Oprichting uitvoeringsorganisatie REKS
Klimaatakkoord + Start REKS De REKS is één van de maatregelen
2018
2019
2020
2021
2022
1TWh duurzame energie,
Inclusief SDE++ subsidie
20% energiebesparing
100% hernieuwbare energie
2030
2050
2023
REKS uitgevoerd
2025
REKS 2.0
REKS 3.0
Tussentijds ijkmoment
Tussentijds ijkmoment
REKS 1.0
Klimaatakkoord Parijs
Financiering beschikbaar
2028
Concept REKS
Uitgelicht Klimaatadaptatie
2021 Start Stapsgewijze uitvoering
2021
2022 - 2028
Uitwerking projecten
Uitvoering projecten
Uitgelicht Ontwikkeling hubs Precieze periode verschilt per hub. Hoe worden inwoners betrokken?
van de REKS met inwoners,
1-3 jaar
1-4 jaar
~1 jaar
~1 jaar
bedrijven en andere
Beleidsvorming
Vergunningverlening
Contractering
Bouw
Exploitatie
betrokken organisaties.
- Informeren
- Informeren
- Informeren
- Informeren
- Inspreken: enquêtes, onderzoeken
- Adviseren: burgerpanels, discussies, adviesgroep
- Samenwerken: contracten met lokale ondernemers
- Inspreken: klachtenloket, schadevergoedingen
- Profiteren: delen van de opbrengsten
- Samenwerken: deelnemen via coöperatie of vereniging
- Samenwerken: successen vieren
- Adviseren: burgerpanels, discussies, participatieplan
20 jaar
- Profiteren: Investeringen in de leefomgeving - Inspreken: klachtenloket
Hart van Brabant
29
Zodra het REKS-bod door de volksvertegenwoordigers is vastgesteld, wordt het ingediend bij het Rijk. Daarmee start de verdere uitwerking en uitvoering van de plannen. Dat is een zorgvuldig proces dat voor elk project anders is en waarbij ook inwoners en ondernemers nauw worden betrokken.
Ontwikkelingen tot 2030 De plannen in de REKS gaan over de periode tot 2030 en de REKS-ontwikkelingen worden in de aanloop naar 2030 steeds concreter. Hoe dat proces er precies uitziet en wanneer dat plaatsvindt, verschilt per locatie en opgave. Wel doen we dat natuurlijk samen met inwoners, ondernemers en andere betrokken partijen. De gemeenten informeren hun inwoners hier verder over.
Herijking Bovendien kijken we elke twee jaar of we nog op schema lopen en of de plannen in de REKS nog kloppen. Als er nieuwe ontwikkelingen zijn (bijvoorbeeld door innovatie), dan verwerken we die in een nieuwe REKS. Dat gebeurt voor het eerst in 2023.
Zo werken we samen aan een toekomstbestendige regio.
30
Colofon Titel Publieksversie REKS Bod 1.0 Hart van Brabant Opdrachtgever Programmabureau Regio Hart van Brabant Datum 8 maart 2021
Aan dit REKS bod 1.0 hebben meegewerkt: Programmabureau Regio Hart van Brabant
Waterschap De Dommel
Spinderwind BV
Gemeente Dongen
Provincie Noord Brabant
Rebelgroup
Gemeente Gilze en Rijen
Enexis netbeheer
Kruit Kok Landschapsarchitecten
Gemeente Goirle
Woningcorporaties uit de Regio Hart
RHo adviseurs
Gemeente Haaren
van Brabant
Richard Engelfriet
Gemeente Heusden
OMWB
Dominic Tegelbeckers
Gemeente Hilvarenbeek
Brabants Landschap
Thomas Jansen Landschapsarchitect
Gemeente Loon op Zand
Natuurmonumenten
Arcadis
Gemeente Oisterwijk
Staatsbosbeheer
DWA
Gemeente Tilburg
BMF
Voor Straks
Gemeente Waalwijk
ZLTO
Fixedbyme
Waterschap Aa en Maas
14 lokale energie coöperaties uit de
JongRES
Waterschap Brabantse Delta
regio Hart van Brabant
Vormgeving JAgd ontwerp Contactpersoon Paul van Dijk, 06 3034 9321 Website www.regio-hartvanbrabant.nl
Hart van Brabant