CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

15 antwoorden vragen debat REKS 27-05-21 (+)

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de definitieve Regionale Energie- en Klimaatstrategie Hart van Brabant (REKS).8.020 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de raads- en commissieleden Ruimte Betreft: Antwoorden op vragen tijdens debat commissie Ruimte van 27 mei 2021 over het bod REKS Datum: 8 juni 2021

Fractie

Vragen Commissie Ruimte 27 mei 2021

Antwoord

LEV

Wat gebeurt als de zoekgebieden niet gerealiseerd kunnen worden

Vooralsnog gaan we ervan uit dat de zoekgebieden kansrijk zijn. Tijdens het proces kan blijken dat er zoekgebieden afvallen. Dit kan om verschillende redenen, bijvoorbeeld door onvoldoende draagvlak, te veel (wettelijke) belemmeringen etc. Mocht dit gebeuren dan wordt een proces opgestart om op zoek te gaan naar nieuwe zoekgebieden. Dit wordt meegenomen in de REKS 2.0. Deze REKS 2.0 zal ook door de gemeenteraad worden vastgesteld. De gemeenteraad stelt dan ook eventuele nieuwe zoekgebieden vast.

VVD

Verzoek om overeenkomst met de Lokale energie coöperaties (LEC’s) te delen Provincie vraagt om over programmering. REKS doet dat niet. Klopt dat?

Bijgaand de overeenkomst. Het college heeft ingestemd met ondertekening van de overeenkomst en heeft de portefeuillehouder hiervoor gemandateerd. In de REKS is geen sprake van over programmering omdat het een bod betreft. De nationale opgave voor alle RES’sen is 35 TWh. Regio Hart van Brabant is in haar bod uitgegaan van een evenredig deel hiervan 1 TWh. Landelijk wordt het halen van de totale opgave getoetst en bijgestuurd. De REKS beschouwen we als een regionale thematische omgevingsvisie. Deze moet op lokaal niveau een eerste vertaling krijgen in een gemeentelijke integrale omgevingsvisie. Met de verschillende gemeenten in de regio overleggen we hoe we dit kunnen doen en volgens welk tijdspad. Ook moet duidelijk worden welke gevolgen dit heeft voor de lokale omgevingsvisie en voor de REKS zelf. Mogelijk moet er een aanscherping komen in de REKS 2.0. Als regio Hart van Brabant nemen we op dit moment deel aan een pilot van het Nationaal Programma RES, waarin wordt onderzocht of, en op welke manier, het instrument programma toepasbaar is bij de verankering van de REKS. De tussentijdse conclusie is dat het interessant is om een regionaal programma per energiehub te maken. Uiteindelijk wordt de omgevingsvisie en het programma lokaal vertaald naar een omgevingsplan. Nee, de uitvoering van de REKS is geen verplichting, ook niet vanuit de provincie.

Met vaststellen van het bod spreken we samen af dat we ons als regio inzetten om dat bod te realiseren. Het REKS bod beschrijft hoe we dat denken te

CDA

Wat is de status van de REKS in relatie tot een Omgevingsplan?

Kan de provincie dwingend uitvoering van de REKS opleggen?

HOI Werkt

Wat zijn de stappen in de tijd voor verdere besluiten?

doen. Bij de uitvoering moet wel rekening worden gehouden met de kaders vanuit de provincie. Voor de verdere uitwerking van de REKS is een plan van aanpak opgesteld. Dit is als bijlage toegevoegd. Voor de ontwikkeling van Hubs is een globale tijdslijn gemaakt. Zie plaatje hieronder. Het proces voor ontwikkeling en besluitvorming kan per energiehub of opgave verschillen. Voor elke Hub wordt een projectplan gemaakt met daarin een planning en het besluitvormingsproces.

Leon van de Moosdijk|wethouder Ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting & duurzaamheid Vrijthof 10 | 5081 CA Hilvarenbeek Postbus 3 | 5080 AA Hilvarenbeek (013) 505 83 00 | www.hilvarenbeek.nl | @gemeenteHbeek

Raamovereenkomst voor samenwerking Regio Hart van Brabant Gemeenten

EN

Coöperatie Burgerparticipatie REKS HvB U.A. i.o.

Versie: definitief concept Datum 10 februari 2021

Pagina 1 van 12

Te bespreken: De onderstaande partijen: A) 1. de gemeente Dongen, in deze vertegenwoordigd door de heer R. Jansen, wethouder; 2. de gemeente Gilze en Rijen, in deze vertegenwoordigd door mevrouw A. Zwarts, wethouder; 3. de gemeente Goirle, in deze vertegenwoordigd door mevrouw L. Franssen, wethouder; 4. de gemeente Heusden, in deze vertegenwoordigd door de heer M. van der Poel, wethouder; 5. de gemeente Hilvarenbeek, in deze vertegenwoordigd door de heer L. van de Moosdijk, wethouder; 6. de gemeente Loon op Zand, in deze vertegenwoordigd door de heer G. Bruijniks, wethouder; 7. de gemeente Oisterwijk, in deze vertegenwoordigd door de heer E. Logister, wethouder; 8. de gemeente Tilburg in deze vertegenwoordigd door de heer B. de Vries, wethouder; 9. de gemeente Waalwijk, in deze vertegenwoordigd door mevrouw D. Odabasi, wethouder; hierna te noemen: “de Gemeenten”

EN B) Coöperatie Burgerparticipatie REKS HvB U.A. (i.o.), hierna te noemen “de Coöperatie ”,

in deze vertegenwoordigd door de heer J.W. Revet, optredend als gemandateerde vertegenwoordiger namens de Coöperatie;

Hierna gezamenlijk “Partijen” en ieder afzonderlijk “Partij” genoemd

I.

Definities

“REKS Partijen”

De publieke organisaties die gezamenlijk het REKS Bod 1.0 hebben opgesteld, te weten de Provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta, Waterschap Aa en Maas, Waterschap de Dommel, gemeente Dongen, Gemeente Gilze en Rijen, Gemeente Goirle, Gemeente Heusden, Gemeente Hilvarenbeek, Gemeente Loon op Zand, Gemeente Oisterwijk, Gemeente Tilburg en gemeente Waalwijk.

Pagina 2 van 12

“REKS bod 1.0”

het bod van de REKS partijen in de Regio Hart van Brabant dat beschrijft hoe de regio haar energie- en klimaat doelstellingen zal halen en op welke termijn en welke aanpak/strategie de Regio hanteert om deze energiedoelstellingen te bepalen en te halen.

“REKS Project(en)"

de door de REKS partijen aangewezen energie Hubs voor de duurzame opwek van zon- en wind in de regio Hart van Brabant, zoals vastgelegd in het REKS bod 1.0.

“Lokaal Eigendom”

de in het Klimaatakkoord vastgelegde afspraak dat partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van grootschalige duurzame energie opwek projecten. Dit vertaalt zich in een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij wordt gestreefd naar 50 % eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven).

“Participatie”

het op structurele wijze tijdens de beleid,- planvormings- en ontwikkelfase van de REKS projecten meedenken, meebeslissen en delen in de resultaten van het betreffende REKS Project door de in het REKS Project participerende inwoners, bedrijven en organisaties.

“Sociale Participatie”

het streven naar inclusiviteit van bij de energietransitie laag betrokken groepen zoals jongeren en inwoners met een smalle beurs.

“Gebiedsgebonden Partijen”

de in de regio gevestigde lokale organisaties die door hun fysieke aanwezigheid in de nabijheid van de REKS Projecten een belang hebben bij de wijze van ontwikkeling van dit project.

“COÖPERATIE

Burgerparticipatie REKS HvB U.A. (i.o.)”

“LEC’s HvB”

de verenigde Coöperatie van de LEC’s HvB.

de veertien(14) in de REGIO Hart van Brabant actieve lokale energie coöperaties (LEC’s) die zijn aangesloten bij de Coöperatie Burgerparticipatie REKS HvB U.A. (i.o.) te weten Energiek Heusden, LangstraatEnergie Coöperatie, Energie Dongen Samen Duurzaam, Energiecollectief Loon op Zand, Coöp HOT, Energie Gilze-Rijen, Coöperatie Duurzame Energie Reeshof, EC de Blaak, Energiefabriek 013, Berkel-Enschot Energie Coöperatie, Energie Coöperatie Udenhout, DEC-Oisterwijk, Duurzaam Riel-Goirle en Hilverstroom.

Pagina 3 van 12

“Nadere Overeenkomst”

“Regionaal Omgevingsfonds”

“Publieke Projecteigenaar”

“Publiek Ontwikkelbedrijf”

overeenkomst tussen de Gemeente(n) en de Coöperatie waarin specifieke afspraken worden vastgelegd over een REKS Project(en).

een nog uit te werken en op te richten fonds op regionaal niveau waarin afdrachten kunnen plaatsvinden uit de opbrengsten van de REKS Projecten door de in deze REKS Projecten deelnemende publieke en private partijen.

één of meerdere gemeenten die, vooruitlopend op een publiek ontwikkelbedrijf, als aandeelhouder(s) de financiering, ontwikkeling en uitvoering van één of meerdere REKS projecten opzetten.

een nog op te richten bedrijf, met als aandeelhouders (een deel van de) REKS partijen, dat de financiering, ontwikkeling en uitvoering van de REKS projecten als primaire taken heeft.

OVERWEGENDE DAT: A. Op 28 juni 2019 het Klimaatakkoord is gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt om te komen tot een landelijke reductie van CO2-uitstoot van 49% in 2030 en een uitstoot van vrijwel nul in 2050. B. Om tot het realiseren van de in het Klimaatakkoord opgenomen doelstellingen, van met name de tafels Elektriciteit en Gebouwde Omgeving, dienen Regionale Energie Strategieën (RES ‘en) te worden opgesteld. Voor de Regio Hart van Brabant wordt een Regionale Energie- en Klimaat Strategie ontwikkeld (hierna: REKS). C. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat ten behoeve van de omgevingsparticipatie partijen gelijkwaardig samenwerken. Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie voor de lokale omgeving (burgers, bedrijven en organisaties). Partijen wensen dit streven nader uit te werken. D. Het essentieel is om tijdig, voordat al grondposities zijn ingenomen, (markt)partijen te binden aan dit streven van minimaal 50% lokaal eigendom. E. Tijdens de Regionale Radenavond van de Regio Hart van Brabant d.d. 19 februari 2020 de LEC’s HvB hebben aangegeven de ontwikkeling en uitvoering van de REKS te ondersteunen. Dit is vastgelegd in een door alle 14 LEC’s HvB ondertekende intentieverklaring. F. De 14 in de regio actieve energiecoöperaties nu georganiseerd zijn in het “LEC’s Regio overleg HvB”.

Pagina 4 van 12

G. De 14 LEC’s HvB zich willen verenigen in een onderkoepelende Coöperatie Burgerparticipatie REKS HvB (UA) die met mandaat de 14 LEC’s kan vertegenwoordigen binnen de kaders van de REKS-opgave. H. De 14 LEC’s HvB al kennis en ervaring hebben opgedaan met productie-installaties uit hernieuwbare energiebronnen op land en met deze kennis en ervaring een bijdrage willen leveren aan het professioneel organiseren van de uitvoering van de REKS. I.

De 14 LEC’s HvB voor hun inzet en betrokkenheid binnen de REKS-projecten een gezamenlijk document hebben uitgewerkt “REKS uitvoeringsopgave professioneel organiseren”, waarin de doelstellingen voor de samenwerking met andere stakeholders scherp zijn gedefinieerd. https://drive.google.com/file/d/1xPSJoV7mGXCw-i5F3YiZHqoP9g1rVeuN/view?usp=sharing

J.

De Gemeenten met de Lokale Energie Coöperaties in de Regio Hart van Brabant nauwer willen samenwerken voor de realisatie van duurzame energieprojecten die binnen de REKS-opgave vallen.

K. De Gemeenten en de Coöperatie in deze raamovereenkomst de principes van deze samenwerking willen vastleggen. L. De Gemeenten en de Coöperatie namens de aangesloten LEC’s HvB, via deze samenwerking meerwaarde bieden en beter regie kunnen voeren en uitvoering kunnen geven aan (private) partijen over optimale vormen van burgerparticipatie en eigendomsverhoudingen. M. De Regio Hart van Brabant heeft voor de onderliggende principes van participatie een handreiking opgesteld ‘Burgerparticipatiemodellen voor wind- en zonprojecten’. https://drive.google.com/file/d/17hD9Q3At7V_FqrFsZG9CbxERD5gqZLE3/view?usp=sharing N. De Regio Hart van Brabant heeft het voornemen een Publiek Ontwikkelbedrijf op te richten die uitvoering kan geven aan de REKS projecten. O. Dat voor het maken van afspraken met de LEC’s de Gemeenten deze afspraken vastleggen in deze raamovereenkomst, maar in de toekomst deze afspraken in een Nadere Overeenkomst worden uitgewerkt (inclusief vergoedingen) met de Publieke Projecteigenaar of het Publieke Ontwikkelbedrijf. P. De Gemeenten en de Coöperatie namens de aangesloten LEC’s HvB, via deze samenwerking willen zorgdragen dat bij de ontwikkeling en realisatie van de REKS-opgave ook behoud van lokale werkgelegenheid wordt gestimuleerd, ook voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Q.

De LEC’s HvB het voornemen hebben om binnen de Coöperatie een kennis- en expertisecentrum in te richten die namens de LEC’s HvB professionele ondersteuning en continuïteit biedt om zo mede-uitvoering te geven aan de REKS projecten.

Pagina 5 van 12

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN: II.

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: Doel en voorwerp van de Overeenkomst. Partijen beogen met deze Overeenkomst afspraken te maken over de samenwerking die moet leiden tot een actieve participatie van burgers en bedrijven binnen de Regio Hart van Brabant bij de REKS Projecten teneinde; (i)

het draagvlak te vergroten voor de duurzame opwekprojecten (Hubs) binnen de REKS;

(ii)

te borgen dat burgers en bedrijven in de Regio Hart van Brabant participeren in het proces van meedenken, meebeslissen en mee-ondernemen.

(iii)

mee te kunnen profiteren van de opbrengsten uit de REKS Projecten;

(iv)

kennisdeling en uitwisseling van informatie en ervaring tussen de LEC’s HvB onderling als ook met de Regio Hart van Brabant gemeenten over de o.a. ontwikkeling, participatie en communicatie te versterken;

(v)

te komen tot afspraken over de inzet en betrokkenheid van de LEC’s HvB via de Coöperatie in de desbetreffende REKS Projecten

Artikel 2 Wijze van samenwerking 2.1

Partijen spreken af dat zij de intentie hebben dat voor elk REKS Project een Nadere Overeenkomst tot samenwerking wordt gesloten tussen de Coöperatie, de deelnemende lokale energiecoöperatie(s) en de Gemeenten of een aantal gemeenten binnen de Regio Hart van Brabant.

2.2

Binnen de Nadere Overeenkomst worden afspraken gemaakt over: a)

hoe de doelstelling van 50% Lokaal Eigendom geborgd kan worden zodat de REKS Projecten kunnen rekenen op breed draagvlak en deze partijen directe invloed hebben op de ontwikkeling, realisatie en exploitatie zodat de revenuen vanuit het eigendom lokaal beschikbaar komen.

b)

de rol en inzet van de deelnemende LEC’s HvB en de Coöperatie binnen het betreffende REKS project,

c)

de financiële vergoeding voor de inzet van de LEC’s binnen het REKS project.

Pagina 6 van 12

d)

2.3

het mogelijk sluiten van een lokale Green Deal (of een andersoortige bindende overeenkomst) met (markt)partijen - grondeigenaren en ontwikkelaars per REKS project.

Onafhankelijk van het sluiten van een Nadere Overeenkomst spreken Partijen af de volgende activiteiten uit te voeren: a)

gezamenlijk uit te werken hoe invulling wordt gegeven aan het streven naar 50% Lokaal Eigendom bij de REKS Projecten vanaf het eerste initiatief.

b)

het vastleggen in het beleid van alle participerende Gemeenten dat deze zich maximaal inspannen zodat 50% Lokaal Eigendom kan worden gerealiseerd.

c)

het uitwerken van de sociale participatie binnen de REKS Projecten.

Artikel 3 Principes voor samenwerking De Coöperatie en de Gemeenten sluiten een Nadere Overeenkomst onder de volgende principes; 3.1.

Lokale verankering van de projectontwikkeling van REKS Projecten is het uitgangspunt in het betreffende plangebied, zodat de directe omgeving (Gebiedsgebonden Partijen en omwonenden) een zware stem heeft bij de ontwikkeling van deze projecten.

3.2

Er is sprake van transparantie en tussen Partijen over het voorontwerp, ontwerp, businessplan en exploitatie van REKS Projecten zodat de belangen van de Coöperatie in haar doel 50% Lokaal Eigendom geborgd zijn.

3.3

Partijen zorgen voor een brede participatie op projectniveau. Bij de uitgifte van financiële participaties worden voorwaarden opgenomen om zoveel mogelijk inwoners en bedrijven te bereiken.

3.4

Gemeenten verklaren zich bereid beleid op te stellen en voor te leggen aan de gemeenteraden dat een afdracht borgt aan lokale projecten voor verduurzaming, klimaatadaptatie, educatie en bewustwording worden ondersteund.

Artikel 4 Mogelijke rollen en taken De Coöperatie en de Gemeenten hebben elk hun eigen rollen en taken met de navolgende uitgangspunten. 4.1

De gemeenten hebben een belangrijke taak om de REKS Projecten als onderdeel van het REKS bod 1.0 te realiseren. De rol van de Gemeenten is hierbij o.a.: 

Alle burgers en bedrijven voor te lichten over het REKS bod 1.0 en de daaropvolgende twee jaarlijkse hernieuwing van dit bod; Pagina 7 van 12

     4.2

Stimuleren dat de planvorming ten aanzien van de realisatie van REKS projecten concreet worden gemaakt; Het ruimtelijk faciliteren en voorwaarden scheppen voor de REKS Projecten; Het beoordelen en mogelijk afgeven van vergunningen voor REKS Projecten voor zover dit in de bevoegdheid van de gemeenten ligt; Het betrekken van zoveel mogelijk inwoners en bedrijven bij de REKS Projecten en zo te streven naar minimaal 50% Lokaal Eigendom; Een bijdrage leveren aan de totstandkoming van een uitvoeringsorganisatie REKS HvB.

De rol van de Coöperatie is:     

Het op gang brengen van een duurzaamheidsbeweging door middel van brede bewustwording en verbondenheid; Informatie verstrekken aan burgers en bedrijven om hen te betrekken bij duurzaamheidsprojecten die vanuit de REKS worden opgezet; Proactief reageren op beleid- en besluitvormingsvraagstukken binnen de energietransitie, gebaseerd op groot draagvlak vanuit de leden en overige insprekers; Mede inhoud geven aan het brede spectrum van participatie dus zowel aan proces-, financiële- en sociale-participatie; Een deel van het rendement te storten in het nog op te richten regionaal Omgevingsfonds om inhoud te gegeven aan sociale-participatie om daarmee versnelling van de energie transitie te bewerkstelligen.

4.3 Bij het sluiten van een Nadere Overeenkomst kan van de bepalingen in 4.1 en 4.2 worden afgeweken.

III.

OVERIGE BEPALINGEN.

Artikel 5 Duur en beëindiging van de Overeenkomst. 5.1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op het moment waarop ondertekening door alle Partijen heeft plaatsgevonden.

5.2.

De Overeenkomst wordt afgesloten voor onbepaalde tijd.

5.3

Deze Overeenkomst wordt elke vier jaar geëvalueerd waarbij aanpassingen van de rechten en plichten van deze Overeenkomst overeengekomen kunnen worden. Indien Partijen overeenkomen dat deze Overeenkomst geheel of gedeeltelijk gewijzigd moet worden, sluiten zij daartoe een door alle Partijen te ondertekenen addendum.

5.4

Deze Overeenkomst kan alleen tussentijds worden beëindigd indien alle Partijen dit schriftelijk overeenkomen.

Pagina 8 van 12

Artikel 6 Overleg Coöperatie - Gemeenten Partijen voeren gedurende de looptijd van deze Overeenkomst op bestuurlijk niveau naar behoefte overleg, echter tenminste tweemaal per jaar, over de uitvoering van de in deze Overeenkomst opgenomen afspraken. Van behoefte is in ieder geval sprake indien één of meerdere der Partijen de andere Partijen schriftelijk in kennis heeft gesteld van een behoefte tot overleg.

Artikel 7 Kosten 7.1

Ter bevordering van de algemene betrokkenheid, communicatie, procesparticipatie en sociale participatie, teneinde de doelstelling van 50% Lokaal Eigendom te behalen, is het zeer wenselijk om vanaf het begin de Coöperatie en de daarbij aangesloten LEC’s een rol te geven binnen deze processen. Hieraan zijn kosten verbonden. Voor deze kosten wordt per REKS Project in een Nadere Overeenkomst een algemene projectvergoeding afgesproken ter bevordering van de procesparticipatie en sociale participatie. Deze vergoeding wordt verstrekt door Gemeenten aan de Coöperatie, of in geval artikel 8.4 van toepassing is door het Publiek Ontwikkelbedrijf.

7.2

Voor de inzet en inhuur van deskundigen vanuit het kennis- en expertisecentrum van de Coöperatie worden op projectniveau vergoedingen afgesproken met de Gemeenten, of in geval artikel 8.4 van toepassing is door het Publiek Ontwikkelbedrijf. Hierbij worden marktconforme uurtarieven gehanteerd.

Artikel 8 Toe– en uitreden van partijen. 8.1.

Nieuw toegetreden partijen zullen dezelfde rechten en plichten hebben als de huidige Partijen.

8.2

In geval van een nieuwe toetreding of indeplaatsstelling wordt dit besproken en goedgekeurd door Partijen in het bestuurlijk overleg zoals gedefinieerd in artikel 6.

8.3

Uittreding van een Partij bij deze Overeenkomst is alleen mogelijk met instemming daartoe van alle Partijen. Partijen zullen deze instemming niet op onredelijke gronden onthouden. De uittredende Partij draagt in overleg met de overige Partijen zorg voor afhechting van de op het moment van uittreding op grond van de Overeenkomst bestaande verplichtingen zoals verrekening van eventuele kosten.

8.4

In geval het Publiek Ontwikkelbedrijf is opgericht door de Gemeenten, zal worden besproken door Partijen in hoeverre het Publiek Ontwikkelbedrijf de rechten en plichten die in deze overeenkomst zijn beschreven, kan overnemen van de Gemeenten of dat zij als afzonderlijke partij moet toetreden tot deze overeenkomst of partij is in het sluiten van een Nadere Overeenkomst voor de ontwikkeling van een REKS project.

Pagina 9 van 12

Artikel 9 Rechtsopvolging. In geval een of meer Partijen ophouden te bestaan dan wordt op dat moment door de overige Partijen bezien hoe in een adequate rechtsopvolging kan worden voorzien. De (mogelijke) rechtsopvolgers kunnen ter zake een voorstel indienen.

Artikel 10 Wijzigingen aan de Overeenkomst. Wijzigingen aan deze Overeenkomst zijn pas van toepassing indien deze schriftelijk en met uitdrukkelijke toestemming van Partijen zijn gebeurd.

Artikel 11 Geheimhouding en verwerking van persoonsgegevens 11.1

Partijen verbinden zich over en weer tot vertrouwelijkheid van alle informatie waarvan zij het vertrouwelijk karakter kennen of kunnen vermoeden en die zij in het kader van de Overeenkomst verkrijgen.

11.2

Partijen behouden gedurende de looptijd van deze samenwerkingsovereenkomst de mogelijkheid om nieuwe en/of aanvullende overeenkomsten aan te gaan. Deze overeenkomsten zullen met inachtneming van onderhavige samenwerkingsovereenkomst en, in geval van het delen van persoonsgegevens, met inachtneming van de regels uit de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg) worden gesloten. Hierbij zal uitdrukkelijk aandacht worden besteed aan de verhouding die tussen partijen bestaat, en de noodzaak om hiervoor een verwerkersovereenkomst of andersoortige overeenkomst te sluiten conform art. 28 en 26 Avg.

Artikel 12 Ondeelbaarheid van de Overeenkomst en nietigheden. 12.1

Deze Overeenkomst is één en ondeelbaar.

12.2

De nietigheid van een bepaling in deze Overeenkomst zal evenwel geenszins de nietigheid van de overige bepalingen van deze Overeenkomst of van de Overeenkomst zelf met zich meebrengen. Partijen zullen zich, in voorkomend geval, inspannen om de nietige bepaling te vervangen door een werkbare en geldige bepaling met een praktisch en economisch gelijkaardig resultaat.

Pagina 10 van 12

Artikel 13 Betwistingen. 13.1

Indien er ingevolge de uitvoering van deze Overeenkomst betwistingen tussen Partijen zouden ontstaan dan zullen Partijen in eerste instantie met elkaar tot een minnelijk vergelijk trachten te komen. Een tussen Partijen overeengekomen minnelijke regeling bindt hen slechts indien en voor zover deze schriftelijk tussen hen is overeengekomen.

Artikel 14 Toepasselijke wetgeving en bevoegde rechtbank. 14. 1

De Nederlandse wetgeving is van toepassing op deze Overeenkomst.

14.2

Indien Partijen niet tot een minnelijk vergelijk kunnen komen dan is er sprake van een geschil. Geschillen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter van het arrondissement Zeeland-West-Brabant.

Aldus overeengekomen op <datum> te Tilburg, waarbij elke Partij erkent een origineel exemplaar te hebben ontvangen.

______________________________________ Coöperatie Burgerparticipatie REKS HVB (UA) i.o. De heer J.W. Revet Voorzitter

________________ Gemeente Dongen De heer R. Jansen Wethouder

____________________ Gemeente Gilze en Rijen Mevrouw A. Swarts Wethouder

____________________ Gemeente Heusden De heer M. van der Poel Wethouder

____________________ Gemeente Goirle Mevrouw L. Franssen Wethouder

____________________ Gemeente Hilvarenbeek De heer L. van de Moosdijk Wethouder

Pagina 11 van 12

______________________ Gemeente Loon op Zand De heer G. Bruijniks Wethouder

______________________ Gemeente Oisterwijk De heer E. Logister Wethouder

______________________ De gemeente Tilburg De heer B. de Vries Wethouder

______________________ De gemeente Waalwijk Mevrouw D. Odabasi Wethouder

Pagina 12 van 12

MEMO Aan: PoHo Milieu & Afval Van: Kerngroep REKS Betreffende: Plan van Aanpak REKS-activiteiten 2021 Datum: 17 mei 2021

1. Inleiding Op 4 maart 2021 is het definitieve bod REKS 1.0 gereed gekomen. In de periode tot aan 1 juli 2021 stellen de partijen dit definitieve bod vast. Vanaf nu wordt er gewerkt aan het voorbereiden van de uitvoering van de plannen uit het definitieve bod en aan diverse zaken die beleidsmatig voortvloeien uit het definitieve bod en aan de voorbereidingen om uiteindelijk te komen tot het REKS bod 2.0. In hoofdstuk 2 staat beschreven welke werkzaamheden in 2021 zullen moeten worden uitgevoerd. Ook wordt een eerste doorkijk aan activiteiten gegeven voor de periode na 2021. Er wordt daarbij de volgende driedeling gemaakt: - Beleidsmatige activiteiten t.b.v. het REKS bod 2.0 - Activiteiten gericht op het uitvoeren van de hubs - Activiteiten om te komen tot een uitvoeringsorganisatie en een omgevingsfonds. Achter de verschillende activiteiten is steeds een globale planning aangegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft de organisatie en hoofdstuk 4 de begroting en de dekking ervan. 2. Werkzaamheden A. Beleidsmatige activiteiten t.b.v. het REKS bod 2.0 Het definitieve REKS bod 1.0 is een tussentijd stap naar 2030. In dit bod zijn allerlei activiteiten opgenomen die beleidsmatig verder uitgewerkt moeten worden.

Dit zijn bijvoorbeeld projecten in het kader van de warmtetransitie, de programmering van projecten voor een effectieve netwerkaansluiting of de verankering van de REKS in het omgevingsbeleid. Daarnaast zijn projecten genoemd waarbij de planvoorbereiding kan starten. Dit zijn bijvoorbeeld de energiehubs. Het Nationaal Programma RES bereidt op dit moment een nieuwe uitgangspuntennotitie voor de RES 2.0 voor. De RES 2.0 zal medio 2023 gereed moeten zijn. Uit de gesprekken die de vertegenwoordigers van de kerngroep REKS met het Nationaal Programma RES hebben gevoerd komt naar voren dat voornamelijk de onderdelen warmtetransitie, klimaatadaptatie, programmering, mobiliteit en industrie/bedrijvenaanpak onderdeel van de REKS 2.0 moeten gaan worden. Deze thema’s sluiten aan bij de activiteiten die in de REKS 1.0 staan. Gelet op de activiteiten uit de definitieve REKS 1.0 zijn de volgende activiteiten voor de komende periode gedefinieerd.

A1: Uitwerking Regionale Structuur Warmte (RSW) In het definitief bod REKS is een regionale structuur warmte opgenomen. Die heeft een verdieping gekregen in een samen met West-Brabant uitgevoerde MKBA. Op basis van beide rapportages zijn verschillende aanbevelingen opgenomen die nu dienen te worden uitgewerkt. Het gaat om de volgende activiteiten: - Uitbreiding regionaal warmtenet (juni-oktober 2021) Er moet een verkenning worden uitgevoerd naar de technische en financiële haalbaarheid van het doortrekken van het regionale Amernet naar Waalwijk en Heusden en het maken van een verbinding tussen Tilburg en Dongen. Tevens moet worden verkend of dit net een rol kan spelen voor Gilze en Rijen en voor Loon op Zand en of zo’n net een open net kan worden waaraan ook andere (lokale) warmtenetten gekoppeld kunnen worden. Als eerste onderdeel van de brede verkenning zal er een onderzoek worden uitgevoerd naar de mogelijkheden van koppeling van warmte uit Moerdijk aan het warmte-invoedpunt in Geertruidenberg. Naast dat er een haalbaarheidsonderzoek zal worden uitgevoerd zal er ook kwartier gemaakt moeten worden voor het betrekken van de publieke partijen bij het regionale net. Dit onderzoek, waarin ook gekeken zal worden naar de mogelijkheden van waterstof, zal samen of in nauw overleg met de Regio West Brabant worden uitgevoerd.

Daarvoor is een publieke stuurgroep voor het warmtenet Midden en West Brabant in oprichting. De gemeenten Tilburg, Waalwijk en Heusden en de voorzitter van de Stuurgroep REKS nemen deel aan deze publieke nog op te richten stuurgroep.

- Verkennen groen gas (september-december2021) Groen gas komt uit de MKBA als de beste oplossing uit de bus. Uitgezocht moet worden hoeveel groen gas er beschikbaar is in de regio, waar we die het best kunnen gaan toepassen en hoe zich dit verhoudt tot de landelijke discussies over het toepassen van groen gas. Specifieke aandacht verdient de groen gas behoefte van de industrie omdat die voor vedruurzaming daarvan afhankelijk is. Tevens zal met de andere Brabantse regio’s overleg moeten plaatsvinden hoe het groen gas binnen de provincie Noord Brabant wordt ingezet. Daarbij zal ook de koppeling met het thema mobiliteit worden gelegd. Waterschappen hebben ervaring met groen gas, hun kennis en expertise zal bij deze verkenning worden ingezet. 2

- Strategie lokale netten (juni-oktober 2021) De lokale netten zullen in de warmtetransitie ook een belangrijke rol gaan innemen. Samenwerking tussen gemeenten en waterschappen is nodig om afspraken te maken over de inzet van aquathermie uit de verschillende oppervlaktewaterbronnen en uit de waterzuiveringen. Er kan hierbij aangesloten worden bij de strategienota voor inzet van aquathermie die momenteel door de drie waterschappen wordt opgesteld. Ook de mogelijke inzet van lage temperatuur aardwarmte in lokale netten moet verkend worden. Welke coalities zijn nodig tussen overheden en hoe geven we daar invulling aan? De afstemming gebeurt nu al binnen de Transitievisies Warmte. Op regio-niveau wordt verkend of er een (afstemmings)programma voor de ontwikkeling van lokale bronnen en netten moet worden opgezet. Op sommige plaatsen in de regio vindt die afstemming al plaats en zijn er geen extra regionale inspanningen nodig. Op andere plaatsen zal dat wel nodig zijn. - Rol overheden (en andere partijen) in warmte (juni-december 2021) Een belangrijke rol voor gemeenten in de warmtetransitie is het opstellen van de Transitievisie Warmte. Daarin worden keuzes gemaakt voor wijken die voor 2030 van het aardgas afgaan en welke warmteoplossingen die wijken krijgen.

De vraag is echter ook welke rol gemeenten maar ook de provincie en waterschappen (bijvoorbeeld bij aquathermie) moeten spelen in de realisatie van de warmteoplossingen. Dat heeft ook te maken met de nieuwe warmtewet waarin gemeenten de mogelijkheid krijgen warmtekavels aan te wijzen. De vraag is ook of het publiek ontwikkelbedrijf hierin een rol moet gaan spelen. Ten slotte is de vraag aan de orde op welke wijze inwoners en bedrijven kunnen participeren in de warmtenetten. Dit zal voor Hart van Brabant in combinatie met de grotere verkenning van een breder bovenregionaal warmtenet verder verkend worden. - Aanvraag Elena-subsidie (oktober 2020-december 2021) De Europese Investeringsbank kent een kredietfaciliteit onder de naam Elena. De proceskosten voor projecten in de warmtetransitie kunnen voor een belangrijk deel gedekt worden uit deze subsidie waarbij als voorwaarde geldt dat voldoende warmteprojecten ook daadwerkelijk tot uitvoering komen. In nauw overleg met o.a. de woningcorporaties in Hart van Brabant worden projecten geselecteerd om zo te komen tot een projectenportefeuille van voldoende omvang. Tevens worden planvoorbereidingsprojecten geïnventariseerd die nodig zijn voor de uitwerking van de transitievisie warmte, de onderzoeken voor een bovenregionaal warmtenet of het maken van wijkuitvoeringsplannen.

Deze projecten zijn nodig om de warmtetransitie te versnellen en tot een succesvolle aanvraag te komen. Erac begeleidt dit proces en maakt de pre-proposal en full-proposal voor eind 2021. Eerste doorkijk projecten 2022. - Verkennen elektra-behoefte warmte-oplossingen (2022) Uit de RSW (die betrekking heeft op de gebouwde omgeving) is gebleken dat er veel meer elektriciteit nodig is om de omschakeling naar aardgasvrij mogelijk te maken. Met name de all electric en de lage temperatuur oplossingen vragen veel van het elektriciteitsnetwerk. Hoeveel dat is, is o.a. afhankelijk van de mogelijkheden van uitleg van een regionaal net zoals hierboven beschreven en van de uitkomsten van de Transitievisies Warmte. De verwachting is dan ook dat we dit onderzoek pas in 2022 zullen uitvoeren. Bij de uitvoering van dit onderzoek zal rekening gehouden worden met de energiebesparing van 20% die we nastreven waardoor de elektriciteitsvraag verminderd wordt. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen ook de afweging tussen toepassing van zonnepanelen voor elektriciteitsproductie of voor warmte-opwek beïnvloeden. -

Waar komen de kosten terecht? (2022)

Als er één ding duidelijk geworden is uit de MKBA is dat de warmtetransitie met veel kosten gepaard gaat. Op welke manier moeten die kosten gedekt worden en wat is de rol van lokale en regionale overheden daarin? Welke acties richting Rijk zijn nodig? Dit zijn politieke discussies die zowel op rijks, provinciaal, regionaal en lokaalniveau gevoerd gaan worden. Het is van groot belang dat deze discussies om deze discussies op de juiste manier worden gefaciliteerd.

A2: Programmeren projecten duurzame opwek (maart-september2021) In het REKS-bod is afgesproken dat we de projecten op het gebied van duurzame opwek moeten programmaren en prioriteren. In nauw overleg met de provincie, de andere Brabantse RESregio’s, Enexis en TenneT wordt een voorstel uitgewerkt om invulling te geven aan de programmering. Duidelijk zal worden welke zaken lokaal, regionaal, provinciaal en misschien zelfs landelijk aan de orde moeten komen. Onder andere de volgende vragen zijn aan de orde: - Welke projecten op het gebied van duurzame opwek (zon op dak, zonnevelden, wind) zijn de komende 5-10 jaar aan de orde en wanneer verwachten we ze? - Welke ontwikkelingen verwachten wij tot 2030 die voortkomen uit de transitievisie warmte? Bijvoorbeeld, welke wijken worden voor 2030 al all-electric? - Welke andere (ruimtelijke) ontwikkelingen verwachten we in deze periode die belangrijke gevolgen hebben voor het netwerk (bijv.

nieuwe woningbouwlocaties, elektrificering van de mobiliteit en industrie) en wanneer verwachten we dat deze ontwikkelingen plaatsvinden? - Wat zijn de gevolgen voor het elektriciteitsnetwerk in de tijd wat betreft belasting en volloop? - Welke slimme oplossingen kunnen we verzinnen om de volloop te vertragen? - Welke projecten kunnen eventueel geplaatst worden in een ander tijdsframe zodat we het net effectief benutten? - Welke investeringen moeten wanneer in het net gedaan worden als we bovenstaande geoptimaliseerd hebben? - Hoe gaan we met elkaar programmeren, wie gaat erover, hoe steken we het proces in? - Welke regelgeving zou anders moeten om bovenstaande mogelijk te maken (bijv. ‘first come first serve’ principe)? We kunnen die dan agenderen.

A3: Uitwerking energiebesparing: regionaal klimaatloket (januari-december 2021) In het REKS-bod is aangegeven dat we willen versnellen in energiebesparing en zon op dak. Verschillende activiteiten zijn daarin benoemd maar de kern is om te kijken of we kunnen komen tot een regionaal klimaatloket waar inwoners op een laagdrempelige manier alle informatie over energie- en klimaatmaatregelen kunnen ophalen. De gedachte is om aan te sluiten bij de verschillende loketten bij de gemeenten. Door een aantal gemeenten wordt intensief met HOOM samengewerkt aan een regionaal energieloket en adviseurs van de loketten wisselen regelmatig onderling kennis uit. Het betreft hier de gemeenten Dongen, Loon op Zand, Goirle en Hilvarenbeek. Ook de gemeente Gilze Rijen en Tilburg onderzoeken de mogelijkheid om hierbij aan te sluiten. Wanneer het loket nog verrijkt wordt met informatie op het gebied van klimaatadaptatie kan het geheel uitgroeien tot een breed regionaal klimaatloket. Het staat op dit moment overigens nog open met welke ondersteunende partij het nieuw te vormen regionale loket gaat samenwerken. In een gezamenlijke regionale backoffice kan vervolgens alle deskundigheid worden ondergebracht. We werken aan een subsidieaanvraag voor dit loket in het kader van REACT-EU. We streven ernaar om deze aanvraag eind 2021 in te dienen. 4

Daarnaast willen we ook gebruik maken van de middelen uit het Coronaherstelfonds van de provincie Noord Brabant en de verkregen middelen vanuit de RREW. A4: Uitwerking Uitvoeringsagenda klimaatopgaven (januari-december2021) In de 6 gebiedsopgaven is in overleg met gebiedspartijen in beeld gebracht welke maatregelen noodzakelijk zijn om aan de klimaatveranderingen het hoofd te bieden. Wel blijkt dat de meeste maatregelen op dit moment nog wat algemeen zijn en dat ze concreter gemaakt moeten worden waarbij er per gebied of per energiehub of per thema een projectportefeuille kan komen waarin inzichtelijk is gemaakt welke maatregelen het betreft, wat die kosten, wie bekostigt en hoe urgent de maatregelen zijn. Het opstellen hiervan gebeurt in samenspraak met alle relevante stakeholders. Na prioritering op regio-niveau landen die projecten in een regionale uitvoeringsagenda. Parallel aan dit proces wordt verkend welke financiële middelen beschikbaar zijn en kunnen komen om de uitvoering van de agenda mogelijk te maken. Daarbij wordt aangesloten bij de landelijke impulsregeling en de provinciale regelingen die in de maak zijn. A5: Uitwerking wind boven bos (september-december2021) In het REKS-bod gaan we uit van 10 windmolens in combinatie met het realiseren van nieuw bos in het zuiden van de regio.

Eind 2021 willen we een eerste plan van aanpak opleveren om te komen tot een brede integrale gebiedsvisie (met daarin ook klimaatopgaven) voor het zuidelijk deel (gemeenten Hilvarenbeek, Goirle en Gilze Rijen) van de regio. Naast een inhoudelijke afbakening behoort ook het organiseren van financiering om een dergelijke integrale gebiedsvisie te maken tot de taken. Vervolgens kan het plan van aanpak door de betrokken partijen worden vastgesteld. In 2022 start dan de uitwerking van deze integrale gebiedsvisie. A6: Verankeren REKS in Omgevingswet (mei-december 2021) De REKS als een regionale thematische omgevingsvisie zal op lokaal niveau een eerste vertaling moeten krijgen in een gemeentelijke integrale omgevingsvisie. Met de verschillende gemeenten wordt overlegd hoe dit tijdspad eruit ziet en welke consequenties dit heeft voor de lokale omgevingsvisie danwel voor de REKS zelf. Mogelijk moet er een aanscherping komen in de REKS 2.0. We zullen verder invulling geven aan dit proces. Als regio Hart van Brabant nemen we op dit moment deel aan een pilot van het NPRES, waarin wordt onderzocht of, en op welke manier, het instrument programma van toegevoegde waarde kan zijn bij de verankering van de REKS. De uitkomsten hiervan nemen we mee in de wijze waarop we die verankering verder vorm gaan geven.

De tussentijdse conclusie is dat het interessant is om een regionaal programma per energiehub te maken. Uiteindelijk zal de omgevingsvisie en het programma lokaal vertaald moeten worden naar een omgevingsplan.

A7: Verbreding naar andere thema’s (september-december 2021) Tot nu toe hebben we ons gericht op de verduurzaming van de gebouwde omgeving maar we zullen ook naar andere sectoren als mobiliteit en andere thema’s als arbeidsmarkt moeten kijken. Zoals in het REKS-bod aangegeven zullen we ons daarbij eerst richten op deze twee onderwerpen. Allereerst zal voor beide thema’s een position paper worden opgesteld waarin staat op welke manier deze twee thema’s worden opgepakt. Dit komt omdat het thema mobiliteit ook op diverse andere tafels wordt uitgewerkt. Daarnaast is Midpoint Brabant bezig met de uitwerking van de Human Capital Agenda. De samenvatting van deze agenda maakte al onderdeel uit van de REKS 1.0. Bij het thema

arbeidsmarkt moet ook aandacht komen voor de extra personele inzet bij gemeenten vanwege de extra taken die de REKS met zich meebrengt. Voor beide onderwerpen zullen we in het najaar gaan bepalen wat in het kader van de REKS op dit onderwerp moet gebeuren zodat we vanaf 2022 daarmee aan des lag kunnen gaan. Daarbij wordt steeds in ogenschouw genomen dat we alleen specifiek voor de REKS belangrijke onderdelen binnen het programma REKS 2.0 zullen uitwerken. In de REKS 2.0 zal ook aandacht worden gevraagd voor het thema industrie / bedrijventerreinen. Het gaat dan zowel om energie-transitie als klimaatadaptatie. Voorgesteld wordt om samen met o.a. VNO-NCW per bedrijventerrein in de regio te bekijken op welke wijze concrete stappen gemaakt kunnen worden. Concreet wordt dit eind 2021 of medio 2022 opgepakt. Ten slotte verkennen we op welke wijze we een programma voor CO2-reductie en afvang vorm kunnen geven om de CO2-doelstellingen uit het klimaatakkoord kunnen realiseren. Waterschappen kunnen bijv. CO2 reduceren bij zuiveringen (RWZI’s) middels reductie van de uitstoot van lachgas. Ook kan er worden gekeken naar vermindering van CO2-uitstoot in Veenweidegebieden als de westelijke Langstraat. Tenslotte zal er specifiek naar mogelijkheden bij de industrie en de mobiliteit gekeken worden.

A8: Innovatie en pilots waterstof (april-december 2021) We willen een innovatie-groep gaan installeren die meedenkt over ontwikkelingen in wetenschap en markt die belangrijk zijn voor de energietransitie en klimaatadaptatie in HvB. Gekeken wordt op welke wijze die vertaalslag naar de regio vorm gegeven kan worden. In de groep willen we bedrijven en kennisinstellingen een plek geven. Ook onderzoeken we in samenspraak met de innovatie-groep of we 1-2 pilots kunnen starten bijvoorbeeld op het gebied van waterstof in relatie tot energieopslag. Vanuit de waterschappen is al belangstelling getoond om een pilot op te zetten bijvoorbeeld op het gebied van productie van zuurstof en waterstof waarbij de zuurstof wordt ingezet in het zuiveringsproces. A9: Monitoring (mei-december 2021) De voortgang van de energietransitie en de klimaatadaptatie moet gemonitord worden om zo op tijd tot bijstelling te kunnen overgaan. De provincie Noord Brabant is op dit moment bezig met een monitoringsinstrument voor de vier RES’sen in Brabant. Hierop zal de Regio Hart van Brabant aansluiten. Omdat wij ook nog het thema Klimaatadaptatie is toegevoegd, zal in overleg met de provincie Noord Brabant worden gekeken op welke manier de monitoring ook voor dit onderdeel kan plaatvinden.

B. Uitvoering projecten B1: Uitwerking hubs (januari-december 2021) In de REKS is een achttal energiehubs gedefinieerd. De uitwerking van een aantal hubs is inmiddels gestart of worden voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd. Elke hub wordt onder leiding van een projectmanager op zijn eigen wijze vormgegeven. Hieronder staat de stand van zaken. Hub Westelijke energiehub Waalwijk

Activiteit Vormgeven ontwikkelproces en locatiestudie 6

Wie is trekker? Gemeente Waalwijk

Energiehub Haven 8 Waalwijk

Hub Heusden

Hub De Baars

Hub De Baars, Spinder, Vossenberg/ Kraaiven en Kattenberg Wind boven bos

Vormgeven ontwikkelproces, MER, locatiestudie, bestemmingsplan etc. Locatie onderzoek waar deze hub in Heusden het beste gerealiseerd kan worden. Opstellen gebiedsvisie voor deze hub. Deze gebiedsvisie moet eind 2021 inclusief bestuurlijke besluitvorming gereed zijn. Inventarisatie belemmeringen, risico’s, grondposities etc.

Gemeente Waalwijk

Deze ontwikkeling is nog niet aangemerkt als hub. Allereerst zal hiervoor een plan van aanpak worden gemaakt. Zie hiervoor onderdeel A5 ‘wind boven bos.

Regio Hart van Brabant

Gemeente Heusden

Regio Hart van Brabant

Gemeente Tilburg.

Participatie is bij de realisatie van de hubs zeer belangrijk. Voor elke hub wordt in overleg met de Coöperatie Burgerparticipatie REKS HvB overlegd welke rol deze coöperatie kan spelen bij de ontwikkeling van de individuele hub. Eventuele afspraken over o.a. (financiële) participatie van bewoners en bedrijven worden vastgelegd in een nadere overeenkomst op hub-niveau. Het doel is om in de loop van 2021 meer hubs op te pakken. We kunnen hiermee niet wachten tot er een ontwikkelbedrijf is gevormd omdat de urgentie groot is en er voor 2025 SDE-subsidies moeten worden aangevraagd voor windenergie. De aanpak van de hubs is maatwerk en kan worden gezien als activiteit vooruitlopend op het oprichten van het ontwikkelbedrijf (zie hieronder).

C. Oprichten uitvoeringsorganisatie en omgevingsfonds (januari-december) C1: Opstellen bedrijfsplan Om tot oprichting van een publiek ontwikkelbedrijf te komen zal er een uitgewerkt bedrijfsplan worden gemaakt waar zaken worden beschreven die te maken hebben met de missie en de visie van het bedrijf (waarom doen we dit als overheid en laten we het niet aan de markt over), de uitwerking van de projecten die door het bedrijf gedaan zullen worden, de planning ervan, de kosten en de bekostiging daarvan, de financiering van het bedrijf, de governance, fiscale en juridische aspecten etc. Ook aspecten als hoe we omgaan met de voorkosten komen daarbij aan de orde. Het bedrijfsplan zal door het programmamanagement worden opgesteld in nauwe samenwerking met een werkgroep bestaande uit experts op het gebied van deelnemingen, financiën en juridische en fiscale zaken. Voor specifieke onderwerpen zal inhuur moeten plaatsvinden. C2: Organiseren financiering Het is belangrijk dat het bedrijf een zo breed mogelijk financieel draagvlak krijgt. Daarvoor zijn gesprekken gestart met de provincie, Invest NL en de EIB. We maken een investeringsvoorstel

waarop we partijen uitnodigen om mee te doen. Voor het betrekken van de EIB zal een specifiek framework gemaakt worden. C3: Inrichten Omgevingsfonds Een omgevingsfonds kan worden ingesteld om niet rendabele projecten bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie te co-financieren. Uiteindelijk zal dit fonds gevoed worden vanuit opbrengsten vanuit het ontwikkelbedrijf maar er zal al veel eerder geld beschikbaar moeten komen omdat andere co-financieringsregelingen al beschikbaar zijn of gaan komen. De governance en de financiering van zo’n omgevingsfonds zal worden uitgewerkt. C4: Juridische en fiscale ondersteuning Voor het oprichten van het ontwikkelbedrijf en het omgevingsfonds is specifieke juridische en fiscale ondersteuning nodig die zal worden ingehuurd.

D. Algemeen (januari-december) D1: Programmamanagement (intern) De REKS wordt ondersteund vanuit de gemeenten door de inzet van het programmamanagement, te weten een overall programmamanager energie en klimaat (0,2 fte) voor de regio en een plaatsvervangend programmamanager (0,1 fte). Het programmamanagement vanuit de programmamanager en plaatsvervanger zal voornamelijk worden ingevuld voor het stroomlijnen van de bestuurlijke besluitvormingsprocessen en het aansturen van de ELENA-subsidieaanvraag en de oprichting van het publiek ontwikkelbedrijf en het omgevingsfonds. Verkend wordt of hier nog extra versterking mogelijk is.

8

D2: Projectmanagement (extern) Voor een aantal activiteiten is het wenselijk om deze op korte termijn op te pakken. Te noemen zijn o.a. het opzetten van het programma voor de warmtetransitie. Een aantal onderzoeken zijn nodig ivm de uitwerking van de transitievisie warmte. Ook het programmeringsvraagstuk is urgent in verband de schaarste op het elektricititeitsnet. Daarnaast lopen er al trajecten voor het begeleiden van de ELENA aanvraag en het opzetten van een publiek ontwikkelbedrijf inclusief omgevingsfonds. Voorgesteld wordt om: 1. Het projectleiderschap voor het beleidsdeel van de REKS 2.0 uit te besteden. 2. Extra begeleiding in te huren voor de ontwikkeling van het publieke ontwikkelbedrijf inclusief omgevingsfonds. Om te voorkomen dat er op korte termijn lacunes in capaciteiten ontstaan wordt gekeken op welke manier dit projectleiderschap snel kan worden ingevuld. In overleg met de provincie kan de raamovereenkomst met de RES-projectleiders van de provincie hierbij ingezet worden. Vanaf september wordt een Europese aanbesteding voor het projectmanagement voorbereid voor de periode 2022 en 2023. Dan is er mogelijk ook zicht op (rijks)financiering voor deze periode en is de uitgangspuntennotitie van het NPRES voor de RES 2.0 bekend.

D3: Programma-ondersteuning De huidige programmaondersteuning loopt via een detachteringsovereenkomst van de gemeente Tilburg tot 1 augustus 2021. Er moet worden gekeken of deze overeenkomst kan worden verlengd tot 31 december 2021. Afhankelijk van de middelen die door het Rijk beschikbaar worden gesteld, kan er extra ondersteuning worden ingehuurd. Deze ondersteuning moet worden aanbesteed. Deze kan dan tegelijk oplopen met het externe projectmanagement. D4: Communicatie en participatie De communicatie zal zich in 2021 vooral richten op het informeren over het REKS-bod, de hubs, de klimaatprojecten en de uitvoeringsorganisatie en zal gericht zijn op raadsleden, inwoners en bedrijven zodat die steeds meer betrokken worden bij de REKS-plannen (procesparticipatie). Gebruik wordt gemaakt van informatie via webinars, nieuwsbrieven en website. Wanneer het weer mogelijk is zullen er ook safari’s georganiseerd worden om in het veld aan belangstellenden te laten zien wat de REKS-plannen zijn. Ten slotte zal er gezamenlijk met de andere Brabantse regio’s en Jong RES communicatie worden opgezet specifiek gericht op de doelgroep jongeren. Deze activiteiten en eventueel andere zullen worden uitgewerkt in een communicatieplan voor 2021. De overeenkomst met de huidige communicatie adviseur loopt tot en met 1 juli 2021. Ook voor het najaar is een communicatie adviseur nodig.

Deze zal opnieuw worden aanbesteed. We zullen in alle onderdelen van de bovenbeschreven uitwerking het onderwerp participatie een belangrijke plaats geven. Daarnaast willen we vanuit de regio het project ‘opzetten lokaal eigendom’ dat door de LEC’s wordt uitgewerkt, graag ondersteunen.

3. Organisatie We willen gaan werken met twee stuurgroepen: één voor de aansturing voor de specifieke beleidszaken en algemene zaken (onderdeel A) en één specifiek gericht op de aansturing van de voorbereiding en oprichting van de uitvoeringsorganisatie (onderdeel C). De aansturing van de uitwerking van de hubs (onderdeel B) is maatwerk en gebeurt vanuit een gemeente of vanuit een combinatie van gemeenten en heeft een gemeentelijk of regionaal opdrachtgever. De verschillende activiteiten worden aangestuurd en uitgevoerd door de kerngroep waarin het intern en extern programmamanagement en de programma-ondersteuning is samen gebracht. Schematisch ziet de organisatie er als volgt uit:

PoHo

(vz = vz Poho M&A)

Stuurgroep uitvoeringsorganisatie

Samenstelling: huidig

(vz = Wethouder Tilburg)

Stuurgroep REKS

Ambtelijk opdrachtgever

Ambtelijk opdrachtgever

Ambtelijk opdrachtgever

Programma REKS = Kerngroep Beleid

Uitvoering projecten

Uitvoeringorganisatie

(lead: extern projectleider)

(lead: individuele projectleiders)

(lead: programmamanager energie en klimaat Regio HvB)

        

Uitwerking Regionale Structuur Warmte Programmering duurzame opwek Regionaal klimaatloket Uitvoeringsagenda klimaatopgaven Wind boven bos Verankeren REKS in omgevingswet Verbreding naar mobiliteit en arbeidsmarkt Innovatie en pilots H2 Monitoring

Uitwerking hubs

10

Uitwerking Uitvoeringsorganisatie

Er zijn nog verschillende andere groepen betrokken bij het proces: - PoHo Milieu & Afval als formeel besluitvormend orgaan. Echter bestuurlijk moet hierover nog wel worden gesproken ivm de verbreding van de REKS opgave naar mobiliteit, arbeidsmarkt en het ontwikkelbedrijf; - Een projectgroep bestaande uit ambtelijke vertegenwoordigers van gemeenten, provincie, waterschappen, energie-coöperaties en woningcorporaties; deze groep bespreekt o.a. de agenda van de stuurgroep; - Een bestuurlijke en ambtelijke klankbordgroep voor de oprichting van de uitvoeringsorganisatie; - Regionale ambtelijke werkgroep duurzaamheid; - Verschillende werkgroepen die gaan over specifieke onderwerpen (zie in onderstaand schema). Wanneer we het hierboven weergegeven globale organisatie-schema aanvullen met deze groepen dan krijgen we het volgende schema:

4. Begroting en dekking Onderstaand is de begroting en de voorgestelde dekking voor het programma REKS 2021 weergegeven. Begroting 2021 Activiteit A.Beleid A1: Uitwerking RSW A2: Programmeren projecten duurzame opwek A3: Uitwerking energiebesparing: regionaal klimaatloket A4: Uitwerking Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie A5: Uitwerking wind boven bos A6: Verankeren REKS in Omgevingswet A7: Verbreding naar ander thema’s A8: Innovatie en pilots waterstof A9: Monitoring B. Uitvoering projecten B1: Uitwerking hubs C. Oprichten Uitvoeringsorganisatie C1: Opstellen bedrijfsplan C2: Organiseren financiering C3: Inrichten Omgevingsfonds C4: Juridische en fiscale ondersteuning D.Algemeen D1: Programmamanagement (intern) D2: Programmamanagement (extern) D3: Projectondersteuning D3: Communicatie en participatie D4: Overige Totaal

12

Budget (€) 385.000 250.000 Programmamanagement 25.000 45.000 15.000 Programmamanagement Programmamanagement 40.000 10.000 p.m. p.m. 140.000 Programmamanagement 30.000 20.000 90.000 455.000 100.000 200.000 50.000 60.000 45.000 980.000

Dekking begroting 2021 HvB Dekking 2021

REKS Subsidie EU budget / Rijk voorRegio / financiering bijdragen gemeenten

Activiteiten Beleid

385.000

205.000

Activiteiten Uitvoering

p.m.

p.m.

Activiteiten oprichten Uitvoeringsorganisatie

140.000

90.000

Activiteiten Algemeen

455.000

230.000

TOTAAL

980.000

525.000

Ambtelijke uren

p.m.

Provincie

Waterschap

100.000

80.000

p.m. 50.000

p.m.

100.000

100.000

25.000

100.000

250.000

105.000

Opgemerkt wordt dat voor uitwerking van de hubs gezocht wordt naar maatwerkfinanciering en dat waar mogelijk de kosten als voorkosten in rekening gebracht zullen worden bij het op te richten publieke ontwikkelbedrijf. In het Plan van Aanpak dat wordt opgesteld voor de jaren 2022 en 2023 zal ook inzicht gegeven worden in de kosten en bekostiging van de activiteiten in die jaren. Deze zullen in lijn liggen met de berekeningen die zijn gemaakt in de rapportage uitvoeringslasten Klimaatakkoord en de verwachte bijdrage van het Rijk aan de regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10242193/1