CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

14 Vaststellen gedragscode 2024 voor raads- en commissieleden en bijbehorend uitvoeringsprotocol (3 gedragscode)

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de gedragscode 2024 voor raads- en commissieleden en bijbehorend uitvoeringsprotocol.10.848 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gedragscode 2024 Raads- en commissieleden

1

Inhoudsopgave Inleiding................................................................................................................................................... 3 1.

Regels rond de omgang ............................................................................................................. 5

2.

Regels rond informatie .............................................................................................................. 7

3.

Regels rond de (schijn van) belangenverstrengeling .............................................................. 10

4.

Regels rond de (schijn van) corruptie...................................................................................... 14

5.

Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen .................. 17

6.

Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode ...................................... 18

7.

Praktijkvoorbeelden ................................................................................................................ 20 7.1. Praktijkvoorbeelden rond de omgang ............................................................................... 20 7.2. Praktijkvoorbeelden rond informatie ................................................................................ 21 7.3. Praktijkvoorbeelden rond de (schijn van) belangenverstrengeling ................................... 22 7.4. Praktijkvoorbeelden rond de (schijn van) corruptie........................................................... 26 7.5. Praktijkvoorbeelden rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen ................................................................................................................................... 28 7.6. Praktijkvoorbeelden rond de vaststelling en handhaving gedragscode ............................ 29

8.

Bijlagen ..................................................................................................................................... 30 8.1. Verwijzingen naar de wet per artikel uit de gedragscode ................................................. 30 8.2. Specifiek uitgesloten combinaties van/onverenigbare functies ........................................ 32 8.3. Specifiek verboden overeenkomsten / handelingen .......................................................... 33 8.4. Enkele formele sancties ..................................................................................................... 34 8.5. Relevante regelgeving binnen Hilvarenbeek ..................................................................... 35

2

Inleiding Het belang van integriteit Hilvarenbeek is een gemeente waar we integriteit van het gemeentebestuur hoog in het vaandel hebben staan. Van raads- en commissieleden, leden van het college en de ambtelijke organisatie wordt verwacht dat ze voldoen aan normen die daarbij horen. Werken in deze bestuurlijke omgeving is niet altijd gemakkelijk. Een goed functionerend lokaal bestuur vraagt om vertrouwenwekkende en gezaghebbende volksvertegenwoordigers en bestuurders. Personen die in al hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur en het dienen van het algemeen belang vooropstellen. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Integriteit van politieke ambtsdragers houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Maatschappelijke ontwikkelingen kunnen de integriteit onder druk zetten. De rolopvatting van de politieke ambtsdrager verandert en de verwachtingen van volksvertegenwoordigers worden bijgesteld. Zo zien we raadsleden steeds vaker worstelen met de ombudsfunctie, bestuurders verstrengeld raken in de complexe samenwerkingsverbanden waarin lokale besturen opereren en burgemeesters zelf doelwit worden als ‘hoeder’ van de integriteit of in de strijd tegen ondermijning. Integriteit heeft alles te maken met je gedrag.

Deze gedragscode maakt transparant wat wij in de gemeente Hilvarenbeek verstaan onder integriteit en integer handelen. In deze code vind je informatie over welk gedrag wij in Hilvarenbeek waarderen en welk gedrag we niet accepteren. We vinden het belangrijk dat ieder raads- en commissielid hier kennis van neemt. Je gedrag als raads- en commissielid heeft direct invloed op het beeld dat een burger heeft van de politiek in Hilvarenbeek. Volksvertegenwoordigers bepalen mede dat imago. Het is daarom belangrijk dat iedereen weet wat het betekent om raads- en/of commissielid te zijn en vanuit welke waarden je hoort te handelen om integer te zijn. Burgers moeten gemeente Hilvarenbeek in het algemeen en het politieke ambt in het bijzonder, volledig kunnen vertrouwen. De mate waarin dat slaagt, is afhankelijk van het gedrag van de raadsen commissieleden. Het is heel normaal dat je soms twijfelt welk gedrag het juiste is. Normen en waarden zijn niet altijd duidelijk en kunnen strijdig zijn met elkaar. Niet alles is in regels te vatten, niet alles is een kwestie van goed of fout. Het kan gebeuren dat principes tegenover elkaar staan of dat een situatie vanuit meerdere kanten kan worden bekeken, Dit vereist van jou een zorgvuldige afweging, dat is soms lastig.

Daarom waarderen wij dat je een lastige situatie bespreekt met je collega’s, de griffier, de vertrouwenspersoon of met de burgemeester Eigenheid van de gemeente Onze gemeente is klein in inwoneraantal en kenmerkt zich door een grote betrokkenheid van inwoners en ondernemers bij het reilen en zeilen van het lokaal bestuur. Mensen die politiek actief zijn wonen, werken en recreëren in de gemeente, hebben hier familiebetrekkingen en zijn soms ook betrokken in verenigingen en organisaties. 3

De gedragscode heeft niet tot doel om betrokkenheid bij verenigingen en organisaties tegen te gaan, omdat dit tegen het karakter en de eigenheid van de gemeente ingaat. Dit is juist ook wat de samenleving vormgeeft, en waar een stuk volksvertegenwoordiging ligt. Wel wordt met deze gedragscode gewezen op de eigen verantwoordelijkheid en bewustwording bij raads- en commissieleden om open en transparant met elkaar delen waar de belangen liggen en dat we zelf de verantwoordelijkheid nemen om daar waar dat nodig is, de schijn van verstrengeling van belangen te voorkomen en dat we elkaar bij vragen of twijfels hierover, aanspreken en overschrijdingen ook bespreken en zo nodig sanctioneren. Deze gedragscode en het bijbehorende uitvoeringsprotocol helpt ons om hier duidelijke regels en procedures met elkaar over af te spreken. Doel van de gedragscode Deze gedragscode heeft als doel de politieke ambtsdrager weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt, zodat raadsleden, wethouders en burgemeester beschermd zijn tegen onnodige misstappen. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen.

De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Kortom, de voorliggende gedragscode heeft een aantal kenmerken: • ontlast de morele oordeelsvorming van individuen; • stelt de norm; • definieert specifieke handelingen als schendingen; • maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk. De afspraken over hoe te handelen in geval van een vermoeden van een schending van de regels uit deze gedragscode zijn apart vastgelegd in het Uitvoeringsprotocol Integriteit, zoals overeengekomen tussen raadsleden, wethouders en de burgemeester van Hilvarenbeek. Laten we hiermee samen werken aan een integer bestuur van de gemeente Hilvarenbeek Evert Weys burgemeester

4

1. Regels rond de omgang Artikel 1 Raads- en commissieleden gaan respectvol met elkaar, collegeleden en ambtenaren om en zijn open en eerlijk. Zij gedragen zich op een manier die past bij het ambt. Artikel 1.1 Interpersoonlijke schendingen Raads- en commissieleden maken zich niet schuldig ten opzichte van elkaar, collegeleden, ambtenaren en burgers aan interpersoonlijke schendingen zoals agressie, geweld, (seksuele) intimidatie, discriminatie en pesten. Artikel 1.2 Reglement van orde Raads- en commissieleden houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op. Artikel 1.3 Onthouden negatieve uitlatingen Raads- en commissieleden onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Ook in de media en op sociale media vallen zij hen niet persoonlijk aan. Artikel 1.4 Correcte bejegening Raads- en commissieleden bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) en andere ambtenaren, maar ook insprekers en andere betrokkenen op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het reglement van orde. Raads- en commissieleden vallen elkaar niet persoonlijk aan.

Artikel 1.5 Integriteit niet in openbaar in twijfel trekken Raads- en commissieleden twijfelen niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media – aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een bestuurder. Zij erkennen en bevestigen elkaar proactief in hun ambt als volksvertegenwoordiger dan wel bestuurder die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen. Artikel 1.6 Met elkaar in gesprek Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan raadsen commissieleden, mogelijk onder begeleiding (van bijvoorbeeld de griffier), onderling het gesprek aan met elkaar. Toelichting Artikel 1 Onderlinge omgangsvormen De verplichting van raads- en commissieleden om jegens elkaar geen interpersoonlijke schendingen te plegen zoals deze verwoord zijn in de Arbowet en de Wet Gelijke Behandeling, moet gezien worden als een minimum waar raads- en commissieleden aan moeten voldoen. Gezien het feit dat de laatste jaren duidelijk wordt dat in veel uiteenlopende organisaties sprake is van interpersoonlijke schendingen (ook wel ongewenst of grensoverschrijdend gedrag genoemd met grote gevolgen voor betrokkenen), maakt dat het zinvol is de verschillende vormen hiervan expliciet in de gedragscode te benoemen.

5

Het niet plegen van schendingen op het interpersoonlijke vlak is uiteraard niet voldoende om een goede onderlinge omgang en samenwerking te bewerkstelligen. Elk raadslid, elk commissielid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdienen zij allen een correcte bejegening. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Gezamenlijk staan raadslid, commissielid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed besturen van de gemeente. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk om met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar, maar ook in relatie tot ambtenaren, omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.

6

2. Regels rond informatie Artikel 2 Raads- en commissieleden gaan zorgvuldig om met de waarheid en informatie die zij in het kader van de uitvoering van hun taak ter beschikking krijgen. Artikel 2.1 De waarheid spreken Raads- en commissieleden zijn verplicht om in hun rol van volksvertegenwoordiger de waarheid te spreken tegenover burgers, andere raads- en commissieleden en collegeleden. Zij mogen feiten die algemeen bekend zijn of vaststaan, niet (deels) verhullen, verzwijgen of verdraaien. Artikel 2.2 Transparant handelen Raads- en commissieleden zijn in beginsel open en transparant over de informatie waarover zij hun rol als raads- of commissielid beschikking krijgen, en zij zijn tevens open en transparant over hun eigen beslissingen en de afwegingen daarvoor. Artikel 2.3 Geheimhouding Raads- en commissieleden die (mondeling) de beschikking krijgen over informatie waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die informatie, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht. Geheimhouding van informatie geldt in ieder geval voor (mondelinge) informatie die raadsleden verkrijgen tijdens een besloten vergadering.

Artikel 2.4 Drie maanden uitsluiting bij overtreding geheimhouding Een raads- of commissielid dat in strijd handelt met de geheimhoudingsplicht kan bij besluit van de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust. Artikel 2.5 Zorgvuldige omgang met informatie Raads- en commissieleden gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij van anderen ontvangen. Tenzij de afzender expliciet verzoekt om dit niet te doen, mag de informatie met andere raads- en commissieleden van de fractie worden gedeeld. Extern delen van de informatie mag alleen na instemming van de afzender of als het evident is dat de afzender daarmee instemt. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar. Nb. Als een raads- of commissielid informatie van een ander ontvangt en daaruit ontstaat een vermoeden van een integriteitschending dan mag het raads- of commissielid dit met in achtneming van hoofdstuk 6 van deze code en de eventueel gemaakte procesafspraken integriteit, bekend maken. Artikel 2.6 Informatie niet voor persoonlijk belang gebruiken Raads- en commissieleden maken niet voor persoonlijk belang of het belang van personen of organisaties waarmee zij verbonden zijn gebruik van, in de uitoefening van het ambt, verkregen informatie. Toelichting 7

Artikel 2 Regels rond de waarheid en informatie Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. Goede informatie verstrekken aan de burger begint ermee dat raads- en commissieleden in hun rol van volksvertegenwoordiger de waarheid spreken. Deze verplichting om de waarheid te spreken geldt tegenover burgers, maar ook tegenover andere raads- en commissieleden, collegeleden en ambtenaren. De waarheid spreken als raads- of commissielid betekent concreet dat raads- en commissieleden die weten dat feiten vaststaan – bijvoorbeeld omdat de feiten blijken uit zorgvuldig (wetenschappelijk) onderzoek – hierover geen onwaarheden mogen vertellen. Het is een hardnekkig misverstand dat liegen in de politieke arena mag of zelfs onderdeel is van het politieke spel – bijvoorbeeld omdat dit kiezerswinst oplevert. In werkelijkheid ondermijnt liegen het democratische proces omdat dit een negatief effect heeft op de politieke verhoudingen waardoor de raad als geheel niet de best mogelijke beslissingen kan nemen voor burgers. Door onwaarheden te vertellen verliest de burger het vertrouwen dat zij in raads- en commissieleden zou moeten kunnen hebben. Open zijn over informatie is het uitgangspunt, geheimhouden de uitzondering.

De burger heeft er ook recht op dat raads- en commissieleden in beginsel zo open en transparant mogelijk zijn over informatie die zij als raads- of commissielid ontvangen. Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. Het college dient terughoudend om te gaan met het geheim verklaren van stukken en als het hier wel toe besluit, dient het dit besluit steeds zorgvuldig te onderbouwen. En de raad moet hierop toezien. Het formele etiket ‘geheim’ heeft een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en dient niet te worden vervangen door ‘vertrouwelijk’. De wetgever heeft de geheimhoudingsprocedure vanaf 1 april 2023 verder aangescherpt. Door die wijziging is de procedure van opleggen en opheffen van geheimhouding gewijzigd, en is ook mondelinge informatie in besloten raadsvergaderingen voortaan van rechtswege geheim. Informatie die raads- en commissieleden tijdens een gesloten deur vergadering opdoen is dus automatisch geheim. De raad kan beslissen om raads- of commissieleden die geheime informatie lekken tot drie maanden de toegang tot geheime informatie te ontzien.

Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop raads- en commissieleden omgaan met niet geheim verklaarde informatie waarover zij wel, maar burgers niet beschikken omdat deze informatie (nog) niet publiek is. Raads- en commissieleden zorgen ervoor dat zij dergelijke informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn.

8

Een derde recht van de burger, als het gaat om informatie, is dat raads- en commissieleden open zijn over de onderliggende redeneringen en afwegingen van hun beslissingen zodat de burger kan zien wie welke positie heeft ingenomen. Op basis van deze informatie kan de burger bepalen op wie hij bij de volgende verkiezingen zijn stem uitbrengt. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. De raad zelf heeft ook recht op informatie. Het college verstrekt de raad alle inlichtingen die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is, mede doordat raads- en commissieleden het gevoel kunnen hebben dat wethouders zich niet voldoende kwijten van hun informatieplicht door bijvoorbeeld ontwijkend te antwoorden. De politieke ambtsdragers moeten hier samen uitkomen.

Van leden van het college mag worden verwacht dat gevraagde informatie helder en volledig wordt aangeleverd en van raads- en commissieleden mag worden verwacht dat zij hun vragen oprecht stellen, met het doel de eigen taken goed uit te voeren.

9

3. Regels rond de (schijn van) belangenverstrengeling Artikel 3 Raads- en commissieleden gebruiken hun invloed en stem niet om een persoonlijk belang of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een raads- of commissielid een persoonlijke betrokkenheid heeft veilig te stellen. Artikel 3.1 Voorkomen schijn Raads- en commissieleden dienen actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan daar waar dit redelijkerwijs mogelijk is. Het kan dan gaan om de volgende situaties: • het betreft een kwestie waarbij het raads- of commissielid zelf een persoonlijk belang heeft; • het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij het raads- of commissielid een substantiële betrokkenheid heeft. Raads- en commissieleden houden zich in dergelijke gevallen ook anderszins afzijdig van beïnvloeding gedurende het gehele besluitvormingsproces. Artikel 3.2 Onthouden van deelname aan beraadslaging en stemming Raads- en commissieleden onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en raadsleden ook van stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden.

Het kan dan gaan om de volgende situaties: • het betreft een kwestie waarbij het raads- of commissielid zelf een persoonlijk belang heeft; • het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij het raads- of commissielid een substantiële betrokkenheid heeft. Raads- en commissieleden houden zich in dergelijke gevallen ook anderszins afzijdig van beïnvloeding gedurende het gehele besluitvormingsproces. Artikel 3.3 Verboden combinaties Raads- en commissieleden mogen bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen (bijlage 2). Raads- en commissieleden mogen als ambtenaar alleen werkzaam zijn voor een gemeenschappelijke regeling, waarin de eigen gemeente deelneemt, als zij daar geen werkzaamheden voor de eigen gemeente verrichten en onder de voorwaarde dat er geen sprake is van een gezagsverhouding. Artikel 3.4 Verboden overeenkomsten en handelingen Raads- en commissieleden mogen bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan (bijlage 3). In een aantal gevallen is het mogelijk hiervoor dispensatie te vragen bij Provinciale Staten (zie hiervoor Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies, gemeenten en waterschappen). Een eventueel dispensatieverzoek wordt altijd in overleg met de griffier en de Burgemeester gedaan. Artikel 3.5 Openbaar maken nevenfuncties 10

Raads- en commissieleden maken openbaar welke betaalde en onbetaalde functies zij vervullen naast het raads(commissie)lidmaatschap. Dit doen zij direct na het aanvaarden dan wel de benoeming van een nieuwe functie. De griffier draagt zorg voor een geactualiseerde lijst met functies van alle raads- en commissieleden en maakt de lijst op elektronische wijze en op een fysieke locatie openbaar. Tevens wordt vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn. De griffier houdt de lijst doorlopend bij. Artikel 3.6 Opgaaf substantiële financiële belangen Raads- en commissieleden doen opgaaf van hun substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient direct opgegeven te worden. Toelichting Artikel 3 Belangenverstrengeling De wetgever heeft raadsleden op vier manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: 1. In de Algemene Wet Bestuursrecht geeft de wetgever ten eerste aan dat de gemeenteraad als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft de gemeenteraad de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van raadsleden de besluitvorming niet beïnvloeden.

Het gaat bij een persoonlijk belang niet alleen om – zoals vaak gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ (ook nietfinancieel) of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Het kan ook gaan om iets als een belang van een familielid of vriend(in). Raadsleden moeten zelf beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang. 2. De wetgever verbiedt individuele raadsleden vervolgens zowel om te stemmen als om mee te doen aan beraadslagingen indien er sprake is van een aangelegenheid waarbij een raadslid een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een raadslid meestemt als sprake is van belangenverstrengeling. De wettelijke verplichting geldt expliciet gedurende het gehele proces van besluitvorming en dus niet alleen tijdens de stemming. 3. In een aantal gevallen vindt de wetgever dat de bescherming door het bovenstaande niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever raadsleden expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden (onverenigbare betrekkingen), rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. 4. De wetgever eist van raadsleden dat zij alle functies, terstond, openbaar maken die zij vervullen naast het raadslidmaatschap.

De beslissing om een nevenfunctie te aanvaarden of aan te houden is primair de verantwoordelijkheid van de politieke ambtsdrager zelf, maar hij moet er wel open over zijn en zich erover verantwoorden. Op die manier wordt het voor andere raadsleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een raadslid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat raadsleden tevens al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente.

11

De raad heeft voor commissieleden waar bovenstaande bescherming op hen van toepassing is eenzelfde bescherming mogelijk gemaakt om in het Reglement van orde raadscommissies 2022 door daarin te bepalen dat artikel 10 t/m 13 en 15 van de Gemeentewet ook van toepassing is op commissieleden die geen raadslid zijn. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Bij de ‘schijn’ is er in strikte zin geen sprake van het behartigen van een persoonlijk belang, maar gedraagt een ambtsdrager zich op dusdanige wijze dat deze de schijn oproept (in de jurisprudentie is er dan sprake van ‘bijkomende omstandigheden’). Dit kan in de context van de gemeenteraad bijvoorbeeld het geval zijn door het inbrengen door een raadslid van amendementen op een dossier dat dichtbij komt voor dit raadslid. Het is in het belang en ter bescherming van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen.

De raad heeft geen instrumenten om een individueel raadslid vooraf van beraadslaging of stemming uit te sluiten, maar wanneer er sprake is van een vermoeden van een persoonlijk belang kan de raad met in achtneming van hoofdstuk 6 van deze code (Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode) stappen ondernemen en eventueel achteraf onderzoek laten doen of sprake is geweest van een schending van de wet en/of code. Dit kan in het uiterste geval leiden tot vernietiging van het besluit. Nevenwerkzaamheden Vanaf april 2023 geldt een aanscherping met betrekking tot raadsleden die naast hun werk in de raad werkzaam zijn voor een zogenaamde gemeenschappelijke regeling (denk aan GGD, Vervoersregio, Regionale Uitvoeringsdiensten, etc.). In de oude bepaling was slechts bepaald dat een lid van het volks vertegenwoordigende orgaan niet als ambtenaar werkzaam mocht zijn onder de directe verantwoordelijkheid van het bestuur van de overheid waar hij ook volksvertegenwoordiger is. Dit liet echter de ruimte voor de volksvertegenwoordiger om – zonder dat hij ondergeschikt is aan het bestuur van de betreffende overheid – wél werkzaamheden te verrichten voor die overheid. In de wet wordt deze situatie nu ook aangemerkt als een onverenigbare betrekking.

Een lid van het volks vertegenwoordigende orgaan kan alleen als ambtenaar werkzaam zijn bij een samenwerkingsverband waaraan de overheid waar hij volksvertegenwoordiger is deelneemt, als hij geen werkzaamheden verricht ten behoeve van die overheid. Werkgever en werknemer dienen hierover afspraken te maken. In de artikelen 3.4 en 3.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In de bijlage van deze gedragscode treft u een opsomming aan regelgeving die samenhangt met de integriteit van raadsleden, waaronder de verboden combinaties van functies, onverenigbare betrekkingen en verboden overeenkomsten en handelingen. Het wordt dringend aangeraden de bijlagen nauwkeurig te bestuderen. Netwerkbewustzijn Netwerkcorruptie is een (vaker voorkomend en soms wat verborgen gebleven) vorm van belangenverstrengeling. Het gaat dan om een netwerk van meerdere personen waarbinnen sprake is van onderlinge wederkerigheid, waardoor leden uit het netwerk elkaar bevoordelen en andere partijen (on)bedoeld uitsluiten. Leden van het netwerk gunnen elkaar dus niet zo zeer

12

een-op-een, maar eerder in een kring verschillende voordelen, gunsten of bijvoorbeeld functies. De bestrijding ervan steunt op dezelfde artikelen als die bij algemene belangenverstrengeling horen. Raadleden moeten zich bewust zijn van hun netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen hun netwerken, omdat die tot ‘blinde vlekken’ in het handelen van raadsleden kunnen leiden.

13

4. Regels rond de (schijn van) corruptie Artikel 4 Raads- en commissieleden laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel 4.1 Voorkomen schijn Raads- en commissieleden dienen actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen te gaan daar waar dat mogelijk is. Artikel 4.2 Aannemen van geschenken Raads- en commissieleden nemen geen geschenken aan die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij wordt voldaan aan één van de volgende twee voorwaarden: a) Het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever ernstig zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen; b) Het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.3 Aanbieden geschenken De gemeenteraad, raadscommissies en/of raads- of commissieledenbieden bieden geen geschenken aan, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is, of er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Afwijkingen worden besproken met de burgemeester en, met redenen omkleed, vastgelegd door de griffie.

Indien een raads- of commissielid uit eigener beweging een geschenk wil aanbieden komen de kosten daarvan ten laste van de fractievergoeding. Artikel 4.4 Accepteren van faciliteiten en diensten Raads- en commissieleden accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij: a) Het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en b) Tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.5 Privégebruik faciliteiten Raads- en commissieleden gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de raads(commissie)functie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden. Artikel 4.6 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Raads- en commissieleden accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als: a) dat behoort tot de uitoefening van het raads(commissie)werk, en b) de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid), en 14

c) tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.7 Accepteren van reizen en verblijven Raads- en commissieleden accepteren werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald nooit. Een uitzondering geldt voor uitnodigingen door organisaties waar de gemeente deel van uitmaakt of waarmee de gemeente samenwerkt, zoals de VNG, en regionale samenwerkingen. Een uitnodiging voor een dergelijk werkbezoek wordt altijd eerst besproken in het presidium, en mag worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd verslag gedaan aan de raad. Toelichting Artikel 4 (schijn van) corruptie Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om een vorm van omkoping van een raads- of commissielid. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen (4.1 t/m 4.7) zijn regels opgenomen om een raads- of commissielid te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen. Aannemen van geschenken Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken.

De regels voor het aannemen van geschenken zijn daarom geformuleerd als ‘nee, tenzij’: raads- en commissieleden nemen geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken – bijvoorbeeld omdat basale fatsoensnormen anders geschonden worden. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de griffier, die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn. Het komt ook voor dat de gemeenteraad, een raadscommissie en/of raads- of commissieleden een geschenk aan derden aanbiedt. Ook hier kan de schijn van oneigenlijke beïnvloeding dan wel misbruik van middelen optreden. Accepteren van faciliteiten en diensten Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot het gevoel iets terug te moeten doen, tot wederkerigheid. Dat kan de zuiverheid van het besluitvormingsproces aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een raadslid gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken. Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Werkbezoeken zijn bedoeld om raads- en commissieleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente.

De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 4.7 van de gedragscode van toepassing zijn.

15

Accepteren van reizen en verblijven Reizen en overnachten op kosten van derden kan de schijn van corruptie wekken en is niet toegestaan. Reizen en overnachten wordt daarom altijd betaald uit het gemeentebudget en gebeurt nooit op kosten van derden, met uitzondering van de organisaties waar de gemeente deel van uitmaakt.

16

5. Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Artikel 5 Raads- en commissieleden houden zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen. Artikel 5.1 Gebruik interne voorzieningen Raads- en commissieleden houden zich aan de regels met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals fractiekamers en kopieermachines. Artikel 5.2 Onkostenvergoedingen en declaraties Raads- en commissieleden houden zich aan de regels en afspraken van de gemeente met betrekking tot onkostenvergoedingen, declaraties en de aanschaf van ICT. Toelichting Artikel 5 Gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Raads- en commissieleden krijgen voor hun raadswerk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Raads- en commissieleden beschikken bijvoorbeeld over voorzieningen als een fractiekamer, een tablet en een kopieermachine die primair voor hun raads(commissie)werk ter beschikking zijn gesteld. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan tenzij het de bruikleen van voorzieningen betreft zoals mogelijk gemaakt in de toepasselijke regels en afspraken, die mede voor privédoeleinden mogen worden gebruikt.

17

6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode Artikel 6 Raadsleden dienen in overeenstemming te handelen met de wet, de gedragscode en de overige interne regelgeving (verordeningen en procesafspraken) die op hen van toepassing is. De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, het college en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan. Artikel 6.1 Naleven individuele verantwoordelijkheid Het naleven van de gedragscode is een individuele verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. De raad ziet erop toe dat de gedragscodes van raad, burgemeester en wethouders worden nageleefd. Artikel 6.2 Rol raad bij naleven De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raads- en commissieleden de eigen gedragscode van de raad naleven. De griffier ondersteunt de raad hierbij. Artikel 6.3 Evalueren gedragscodes Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het presidium de gedragscodes op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd. Het presidium brengt hierover verslag uit aan de gemeenteraad. Artikel 6.4 Processtappen bij vermoeden Indien een raads- of commissielid twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt het raads- of commissielid de processtappen zoals vastgelegd in het daartoe vastgestelde uitvoeringsprotocol.

Toelichting Artikel 6.3 en 6.2 Vaststelling en handhaving van de gedragscode Ten minste eenmaal per bestuursperiode wordt de tekst van de drie gedragscodes – voor raad, wethouders en burgemeester – tegen het licht te houden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijven de gedragscodes een levend document. Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de drie gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek. Het toezien op de naleving van de drie gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder meer de burgemeester als voorzitter van het college en de raad, de fractievoorzitters, de vicevoorzitter, de raadsgriffier en de partij- c.q. afdelingsbesturen.

18

Artikel 6.3 Procesafspraken Integriteit We maken afspraken over de processtappen die de raadsleden, wethouders en de burgemeester volgen op het moment dat er een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager bestaat. Deze zijn vastgelegd in een protocol. In de handhaving van de integriteit zijn verschillende fasen te onderscheiden: • het bespreken van lastige integriteitkwesties; • het signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode; • het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode; • het eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • onpartijdigheid; • terughoudend met publiciteit; • zorgvuldigheid richting de vermeende schender, en • beschermend richting het slachtoffer te zijn.

19

7. Praktijkvoorbeelden 7.1. Praktijkvoorbeelden rond de omgang Voorbeeld 1 Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jou schuld! Je bent de slechtste voorzitter die onze raad ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 1.4 van de gedragscode. Een collega-raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang. Voorbeeld 2 Op een bewonersavond legt een directeur uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar openliggen, en de winkeliers zijn boos. ‘Wat u zegt klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten.

We pikken het niet!’ In de zaal zitten ook twee raadsleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt één van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de directeur gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we dit soort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de wethouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren. Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in overtreding met artikel 1.3 van de gedragscode. In beslotenheid moet een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren dit natuurlijk kunnen bespreken. Daartoe kan het raadslid zich het beste wenden tot de griffier/gemeentesecretaris of de wethouder. In de raad kan het raadslid overigens wel melden dat zorgen zijn geuit bij de wethouder over het functioneren van sommige betrokken ambtenaren. Voorbeeld 3 In het café wordt een raadslid aangesproken door een burger. Deze geeft aan dat hij alle vertrouwen in de politiek heeft verloren. Nou ja, zo stelt hij: niet in de partij van het raadslid maar wel in de anderen. Vooral de wethouder Sociaal Domein is een groot crimineel die alleen de eigen zakken probeert te vullen.

De burger weet uit goed geïnformeerde bronnen dat de wethouder het op een 1-2tje heeft gegooid met een aantal gesubsidieerde instellingen! Het raadslid hoort het aan. Bij thuiskomst deelt het raadslid het volgende bericht via verschillende

20

sociale media: ‘Wethouder Sociaal Domein houdt er zijn eigen netwerkjes op na zo meldt mij een betrouwbare bron. Subsidies ter (zelf)verrijking?’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 1.4 vraagt van raadsleden dat zij niet alleen zelf de integriteit van een wethouder niet in twijfel trekken maar ook dat zij de integriteit van de wethouder verdedigen in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van de wethouder maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht het raadslid werkelijk twijfelen aan de integriteit van de wethouder dan bewandelt het raadslid de afgesproken route om een melding te doen van zijn vermoeden. Voorbeeld 4 Tijdens een verhit debat komt het tot een botsing tussen een raadslid van een oppositiepartij en een wethouder. Het raadslid voelt zich niet serieus genomen door de wethouder en de raadsleden van andere fracties. Hij maakt een wegwerpgebaar naar de wethouder en de voorzitter van de raad en roept dat hij niet meer meedoet aan ‘dit poppenspel.’ Pardoes loopt het raadslid de raadszaal uit. Is het ok voor het raadslid om de raadszaal uit te lopen? Antwoord Nee, hoewel raadsleden zich niet gehoord kunnen voelen en soms zelfs gedenigreerd, volgt uit het ambt dat het raadslid het openbare debat voert en de raadsvergadering in principe niet verlaat.

Dit geldt in ieder geval wanneer er over wordt gegaan tot stemming en het raadslid de plicht heeft te stemmen. 7.2. Praktijkvoorbeelden rond informatie Voorbeeld 1 De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door één of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. Een raadslid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag het raadslid ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken? Antwoord Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 2.4 van de gedragscode. Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college), kan het geheime karakter van de stukken opheffen.

Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht, wat zelfs strafbaar kan zijn.

21

Voorbeeld 2 Een raadslid stuurt het volgende bericht op X: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk…’ Mag het raadslid dit doen? Antwoord Nee dit mag het raadslid niet doen. Op hetgeen besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Een bericht op X als dit is dus een overtreding van artikel 2.4 van de gedragscode. Voorbeeld 3 Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een raadslid schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van het raadslid wil graag wonen in dat gebied. Mag het raadslid haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij zich als eerste kan inschrijven? Antwoord Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 2.7 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. Dit raadslid beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 2.7 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen.

Voorbeeld 4 Een raadslid stelt in de raad keer op keer vragen over het opheffen van parkeerplaatsen in de gemeente. Hiertoe vraagt het raadslid meermaals onderliggende stukken, iedere keer van andere aard. De stukken zijn verstuurd en de andere raadsleden menen dat zij voldoende geïnformeerd zijn. Maar daar neemt dit raadslid geen genoegen mee en hij geeft de wethouder geërgerd mee zich er te makkelijk van af te maken, waarna het raadslid opnieuw aanvullende verzoeken doet voor het verkrijgen van achterliggende informatie omtrent de opheffing van de parkeerplaatsen. Antwoord Het uitgangspunt is dat raadsleden informatie mogen vragen en dat het college deze dient te verstrekken. Daar zit een grens aan. De wet stelt als grens dat het gaat om inlichtingen die de raad voor zijn taak nodig heeft. Er geldt zogezegd een moreel appel op raadsleden om alleen vanuit de oprecht gevoelde behoefte verder te worden geïnformeerd vragen te blijven stellen. Daarbij komt dat de ambtelijke organisatie beperkt capaciteit heeft en dat van raadsleden niet wordt verwacht dat zij het werk van ambtenaren en college opnieuw doen. 7.3. Praktijkvoorbeelden rond de (schijn van) belangenverstrengeling Voorbeeld 1: Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid zijn raadslidmaatschap combineren met dit voorzitterschap?

22

Antwoord: Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 3.3 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.5 van de gedragscode) en de griffier moet online en op een fysieke locatie zorgdragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 3.5 van de gedragscode). Let op: een raadslid moet al zijn nevenfuncties melden. Bij het aannemen van een nieuwe functie of een benoeming meldt hij dit direct bij de griffier. Variant 1: De Sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid meestemmen? Antwoord: Ja. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sport betreffen. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als dit raadslid mee doet aan de besluitvorming in de raad. Kennis bij raadsleden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten over sport te nemen voor de stad. Het is dus van belang dat hij meedoet in de besluitvorming. Let op: De redenatie ‘bij twijfel niet meestemmen’ (en niet deelnemen aan de beraadslaging) gaat niet altijd op. Het ligt in de kern van de taak van een politieke ambtsdrager om te stemmen. Hij mag dus slechts in een beperkt aantal – in de wet genoemde gevallen – niet meestemmen en dan ook niet deelnemen aan de beraadslaging.

Meestemmen en niet deelnemen aan de beraadslaging mag niet als het belang van een raadslid ('of een individu of organisatie waarbij hij een persoonlijke betrokkenheid heeft') wordt verstrengeld met het algemeen belang. In alle andere gevallen is het devies om te stemmen. Er kan een schijn van belangenverstrengeling ontstaan in een situatie waardoor een raadslid overweegt niet mee te stemmen (en niet deel te nemen aan de beraadslaging). Natuurlijk dient het raadslid waar hij kan de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Maar vaak zijn er in specifieke situaties nog andere mogelijkheden om actief de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, anders dan niet meestemmen. Variant 2: De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag hij meestemmen? Antwoord: Nee, artikel 3.2 van de gedragscode verbiedt het raadslid mee te stemmen (en deel te nemen aan de beraadslaging). De club is één van de (duidelijke) belanghebbenden in dit besluit, dus een verstrengeling van belangen is aan de orde: het belang van de club dat hij geacht wordt te dienen als voorzitter enerzijds en het belang van de stad voor de uitbreiding van voetbalvelden.

23

Variant 3: Mag dit raadslid een ander lid van de fractie het woord laten voeren op dit dossier? Antwoord: Dat mag. Maar het gaat bij de mogelijkheid om de besluitvorming te beïnvloeden om meer dan alleen het overdragen van het woordvoerderschap op dit dossier. Het raadslid dat voorzitter is van de voetbalclub mag op grond van artikel 3.2 van de gedragscode ook intern het standpunt van de fractie niet beïnvloeden over de uitbreiding van de voetbalvelden. Omdat de burger niet kan controleren of hij dat ook daadwerkelijk niet heeft gedaan, is het zaak dat alle fractieleden erop toezien dat ook in de interne oordeels- en besluitvorming de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven. Variant 4: Als het raadslid dat voorzitter van de voetbalclub is, tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club zou stemmen, dan is toch voor de burger te zien dat hij zijn raadswerk en zijn voetbalwerk scheidt? Dan kan hij toch meestemmen? Antwoord: Nee, ook dan mag hij op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 van de gedragscode niet meestemmen (en niet deelnemen aan de beraadslaging). Wellicht komt het de voetbalclub om redenen die niet bekend zijn, veel beter uit als de uitbreiding bij een andere club geschiedt. Dan zou het weliswaar lijken alsof hij in het belang van de stad (en niet van de club) zou stemmen, maar hij doet dat feitelijk niet. Stemgedrag is dus niet relevant in deze situatie.

Variant 5: De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid (niet zijnde de voorzitter van de voetbalclub) zit op voetbalclub X. Mag het raadslid meestemmen? Antwoord: Ja, het raadslid moet gewoon meestemmen (en mag ook deelnemen aan de beraadslaging). De relatie tussen het raadslid en de voetbalclub is niet van dien aard dat er sprake of dreiging is van een onwenselijke verstrengeling van een persoonlijk belang met het algemeen belang. Zie ook de opmerking onder variant 1 van bovenstaand voorbeeld. Voorbeeld 2: Een raadslid is tevens zzp’er. Hij verzorgt als trainer onder meer trainingen 'De klant is koning'. De afdeling Burgerzaken van de gemeente X vraagt hem deze training te verzorgen voor medewerkers Burgerzaken. Mag hij de opdracht aannemen? Antwoord: Nee, hij mag deze opdracht niet aannemen. De Gemeentewet verbiedt raadsleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In

24

bovenstaande situatie is artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet van toepassing. Dat betekent dat het aannemen van de klus een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 3.4 van de gedragscode zou zijn. Variant 1: En als hij nu niet zelf voor de groep staat, maar iemand inhuurt die dat namens zijn eenmansbedrijf doet? Antwoord: Ook dan mag hij de klus niet aannemen, op grond van artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet. Het feit dat zijn bedrijf de overeenkomst rechtstreeks aangaat, maakt dat dit artikel van toepassing is. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 3.4 van de gedragscode. Variant 2: En als hij de opdracht nu vrijwillig doet, dus zonder daarvoor een betaling te krijgen? Antwoord: Ook dan geldt dat hij de opdracht niet mag aannemen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst; of daarvoor betaald wordt doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald is voor derden (waaronder ‘de burger op straat’) niet zichtbaar; daardoor kan het aannemen van de opdracht toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren. Het aannemen ervan is een overtreding van de Gemeentewet en artikel 3.4 van de gedragsode. Variant 3: Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training 'De klant is koning' te verzorgen voor de medewerkers van Burgerzaken.

Dit bureau vraagt het raadslid, dat zzp’er is, de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen? Antwoord: Nee. De overeenkomst met de gemeente wordt weliswaar niet rechtstreeks aangegaan, maar via het trainingsbureau. 'Middellijk' verricht het raadslid dus wel (betaald) werk voor de gemeente. Het aannemen van de klus is een overtreding van de gemeentewet en van artikel 3.4 van de gedragscode. Voorbeeld 3: Een raadslid is naast zijn raadslidmaatschap leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg. Mag hij woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp? Antwoord: Ja, dat mag. Het is van belang dat raadsleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever.

25

Let op: In de praktijk komen veel verschillende situaties voor waarin een raadslid in zijn andere functie betrokken kan zijn bij het verrichten van werk in opdracht voor de gemeente. Het is verstandig iedere situatie goed te analyseren en bij twijfel hierover advies in te winnen bij bijvoorbeeld de griffier. 7.4. Praktijkvoorbeelden rond de (schijn van) corruptie Voorbeeld 1 Raadsleden krijgen van een theater uit de gemeente een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdragers van de gemeente. Variant 1 Alleen de raadsleden die Kunst en Cultuur in hun portefeuille hebben, krijgen de kaart aangeboden. Het is voor het raadswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze raadsleden niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op.

De raad kan zich op een andere manier op de hoogte stellen omtrent het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd conform artikel 4.2 van de gedragscode. Voorbeeld 2 De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit? Antwoord Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis. Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit laatste zou in relatie tot dit evenement ook bereikt kunnen worden door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaft.

26

Variant 1 De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor collegeen raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de raadsleden ieder een kaartje – eventueel via het college – aannemen? Antwoord Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter; om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om één en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen. Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat. Voorbeeld 3 Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden.

Mag het raadslid die aannemen? Antwoord Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt. Let op: Situaties als die in voorbeeld 3 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen. Voorbeeld 4 De gemeenteraad krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencing-systeem aangeboden. Met dit systeem kunnen raadsleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen? Antwoord Nee, het aannemen van het systeem, is een overtreding van artikel 4.4 van de gedragscode. Artikel 4.4 aanhef en onder a van de gedragscode is niet van toepassing; er is budget om de

27

raad te faciliteren. Mocht het noodzakelijk zijn een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald. Voorbeeld 5 De raad krijgt van de directie van een lokale toeristische attractie een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met ondernemers uit de gemeente. Mag de raad de uitnodiging accepteren? Antwoord Ja, de raadsleden mogen in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk voor het raadswerk dat de raadsleden geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden raadsleden de mogelijkheid geïnformeerd te worden. Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van het werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de gedragscode op. Aan de mate van luxe die acceptabel is, zitten uiteraard grenzen. Alvorens op het verzoek in te gaan, is het verstandig dat de raad zich hiervan rekenschap geeft. Voorbeeld 6 De raadsleden van de fractie van partij X krijgen een werkruimte ter beschikking gesteld door een ondernemer van meerdere vergaderlocaties in de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14545463/1