14 Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers (3 plan van aanpak)
Tekst van het document
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
Opdrachtgever Opgesteld door Status Datum Projectfase
Ambtelijk opdrachtgever Projectleider concept 25 september 2023 initiatieffase
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
1
Inhoud 1 INLEIDING
3
1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING EN RESULTAAT 1.3 LEESWIJZER
3 3 3
2 PROJECTBESCHRIJVING
4
2.1 HUIDIGE SITUATIE 2.2 PROJECTAFBAKENING
4 4
3 PROJECTBEHEERSING
8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
8 8 10 13 15 17 17
PROJECTMATIG CREËREN TIJD/PLANNING GELD ORGANISATIE INFORMATIE & COMMUNICATIE KWALITEIT RISICO
4 RANDVOORWAARDEN EN UITGANGSPUNTEN
18
4.1 4.2 4.3 4.4
18 18 18 20
RUIMTELIJK BOUWKUNDIG RUIMTESTAAT ONDERWIJSKUNDIG
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
2
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De verschillende scenario’s rondom de huisvesting van Samenwijscentrum Doelakkers zijn sinds 2019 in ontwikkeling. De gemeenteraad heeft op 12 november 2020 in een motie aan het college verzocht om dit dossier opnieuw te bestuderen en met het schoolbestuur in gesprek te gaan. Naar aanleiding van de nieuwe plannen wil de gemeente Hilvarenbeek het Samenwijscentrum vervangen door nieuwbouw. Dit moet op de huidige locatie waarbij er (mogelijk) een tijdelijke oplossing moet komen voor het schoolgebouw. De gemaakte keuze is aanleiding om het proces nu op te pakken en dit plan van aanpak is de eerste stap in dat proces, namelijk de afronding van de initiatieffase. Het resultaat van deze fase is een duidelijke omschrijving van het proces met heldere doelen en kaders voor het vervolg.
1.2
Doelstelling en resultaat
1.2.1 Doelstelling Het doel van het project Samenwijscentrum Doelakkers is de realisatie van een nieuw Samenwijscentrum op de huidige locatie. Dit moet resulteren in een fysiek nieuw gebouw dat voldoet aan alle huidige normen en eisen en toekomstbestendig is voor minimaal 40 jaar. Het doel van de initiatieffase is het inzichtelijk maken en vastleggen van de scope, randvoorwaarden en uitgangspunten ten aanzien van het te doorlopen proces. We leggen dit vast door het laten vaststellen van dit plan van aanpak door de gemeenteraad. 1.2.2 Resultaat Het resultaat van de initiatieffase is een door de gemeenteraad vastgesteld plan van aanpak. Het plan van aanpak geeft de richting en de stappen die we in de volgende fase gaan zetten om te komen tot een programma van eisen. Daarnaast geven we inzicht in de beheersaspecten tijd, geld, organisatie, informatie kwaliteit en risico’s. Het plan van aanpak is het beslisdocument ter afsluiting van de initiatieffase en de start van de definitiefase.
1.3
Leeswijzer
In dit plan van aanpak beschrijven we op welke wijze we de realisatie van een nieuw Samenwijscentrum voor Doelakkers gaan realiseren. Hoofdstuk 2 start met de beschrijving van de huidige situatie en een afbakening van het project. In hoofdstuk 3 beschrijven we de zes beheersaspecten (GROTIK) van dit project: Geld, Risico’s, Organisatie, Tijd, Informatie (communicatie) en Kwaliteit. In hoofdstuk 4 gaan we in op de randvoorwaarden en uitgangspunten die bij het opstellen van dit plan van aanpak al bekend zijn en geven we inzicht in de stappen die we gaan zetten in de definitiefase.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
3
2 Projectbeschrijving 2.1
Huidige situatie
In de huidige situatie heeft Doelakkers in totaal 1.532 vierkante meter onderwijscapaciteit. Daarvan is 1.114 vierkante meter daadwerkelijk in gebruik voor onderwijs, wordt 306 vierkante meter enkel gebruikt door de kinderopvang en 112 vierkante meter is gezamenlijk gebruik van het speellokaal. In onderstaande figuur is de huidige plattegrond weergegeven. Onderwijs Kinderopvang Speellokaal Totaal
1.114 m2 306 m2 112 m2 1.532 m2
De school heeft momenteel 8 groepen met in totaal 183 leerlingen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar. Daarvan gaan gemiddeld per dag 50 leerlingen naar de Buitenschoolse Opvang (BSO). Deze 8 groepen krijgen allemaal 2 keer per week les in de gymzaal. In de gymzaal zit na schooltijd ook de BSO. De kinderopvang (kinderdagverblijf) heeft 80 kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 3 jaar.
2.2
Projectafbakening
Bij de afbakening van het project kijken we naar de fysieke afbakening van het project. Dat zijn de daadwerkelijke projectgrenzen buiten in het veld. Daarnaast kijken we naar de organisatorische afbakening. Dat geeft inzicht in de taken en verantwoordelijkheden binnen het project en de scope waarbinnen we het project uitvoeren. Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
4
2.2.1 Fysieke afbakening Het Samenwijscentrum Doelakkers ligt in het noorden van de kern Hilvarenbeek aan het Koningskruis. Het gebied van de basisschool inclusief speelterrein heeft een oppervlakte van 3.710 m2 (zie kaart). Dit is het gebied binnen de rode stippellijn (terrein school). Voor de realisatie van nieuwbouw op de huidige locatie kijken we naar een groter gebied. Dat gebied heeft een oppervlakte van circa 7.905 m2. De grenzen van dit gebied vormen de straten Koningskruis, Het Lopertje en Standaard. Het gebied is op onderstaande kaart aangegeven met een zwarte lijn (bestemmingsplan gebied).
Kaart: afbakening plangebied Doelakkers
Bovenstaande afbakening van het gebied komt overeen met de grenzen van het bestemmingsplan “Samenwijs Doelakkers, Hilvarenbeek”. Het bestemmingsplan “Samenwijs Doelakkers, Hilvarenbeek” is vastgesteld op 3 november 2011. Op onderstaande verbeelding zijn de bestemmingen zichtbaar. Het gebied heeft een enkel bestemming maatschappelijk (bruin), enkel bestemming groen (groen) en enkel bestemming verkeer (grijs). Binnen de bestemming maatschappelijk ligt ook een bouwvlak en is een maximum bouw- en goothoogte aangegeven van 4 meter en een maximum bebouwingspercentage van 100%. Als we een plan maken buiten de bestaande bestemming maatschappelijk en buiten het bestaande bouwvlak is er een wijziging door middel van een ruimtelijke procedure noodzakelijk. Ook als de wens is om hoger te bouwen dan 4 meter is een procedure noodzakelijk. Deze procedure zal naar alle waarschijnlijkheid plaatsvinden onder de nieuwe Omgevingswet die vanaf 1 januari 2024 van kracht wordt. In dat geval stellen we een wijziging omgevingsplan of een BOPA (Buitenplans OmgevingsPlanActiviteit) op.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
5
Kaart: Uitsnede vigerende bestemmingsplan “Samenwijs Doelakkers”
In de definitiefase maken we een ruimtelijke verkenning van de mogelijkheden in het gebied. Het is wenselijk de noodzakelijke onderzoeken al te starten die nodig zijn voor een ruimtelijke procedure zoals bijvoorbeeld flora en fauna. Hiermee verliezen we geen tijd, krijgen we tijdig inzicht en zijn de onderzoeken gereed als we een ruimtelijke procedure gaan doorlopen. 2.2.2 Organisatorische afbakening Door het project organisatorisch af te bakenen maken we bij de start van het project duidelijk wat wel en wat niet tot de werkzaamheden behoort. Indien dit tijdens het proces wijzigt, laten we dit expliciet vaststellen door de opdrachtgever. -
Bouwheerschap De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van schoolgebouwen. Deze verantwoordelijkheid richt zich vooral op de financiering van deze voorzieningen op basis van wettelijke richtlijnen. Het schoolbestuur kan kiezen of het zelf bouwheer wil zijn van een schoolgebouw of dit overlaat aan de gemeente. In dit geval is de keuze gemaakt dat de gemeente als bouwheer de realisatie van nieuwbouw Samenwijscentrum Doelakkers oppakt. Het schoolbestuur is een belangrijke stakeholder in het gehele proces.
-
Tijdelijke huisvesting Op 7 juli 2021 heeft de gemeenteraad het college verzocht om in het onderzoek naar de herontwikkeling van het Samenwijscentrum Doelakkers te betrekken of een eventuele tijdelijke huisvesting van de school later gebruikt kan worden als wooneenheden. In een volgende fase van het project onderzoeken we of tijdelijke huisvesting noodzakelijk is. Het onderzoeken en indien nodig regelen van tijdelijke huisvesting voor de school is onderdeel van het project. Het eventueel hergebruiken van deze tijdelijke huisvesting (en het zoeken van een geschikte locatie) is geen onderdeel van het project. Dit is een afzonderlijk project met eigen kaders en randvoorwaarden en andere doelstellingen en resultaten. Beide projecten hebben wel een bepaalde afhankelijkheid.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
6
-
Contracten en overeenkomsten Het opstellen en/of herzien van contracten en overeenkomsten die deel uitmaken van het Samenwijscentrum Doelakkers zijn onderdeel van dit project.
-
Gymzaal Het huidige Samenwijscentrum Doelakkers beschikt over een eigen gymzaal. In de volgende fase nemen we mee in het onderzoek of de nieuwe accommodatie ook over een gymzaal dient te beschikken of dat gebruik gemaakt kan worden van bestaande voorzieningen in de omgeving. Het onderzoek en besluitvorming over wel of geen gymzaal bij het Samenwijscentrum Doelakkers is onderdeel van het project. Dit gaat in nauwe samenhang met het nieuwe accommodatiebeleid dat door ICS in opdracht van de gemeente Hilvarenbeek wordt opgesteld.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
7
3 Projectbeheersing 3.1
Projectmatig creëren
In Hilvarenbeek hanteert men de werkwijze “projectmatig creëren” (PMC). Dit is een vorm van projectmatig werken en het project Samenwijscentrum Doelakkers pakken we op via deze methode. Belangrijke eigenschappen van deze methode zijn ruimte en vrijheid voor medewerkers, creativiteit, teamleden doen waar ze goed in zijn en zijn ambassadeurs van het project. We willen met de aanpak van dit project een stap zetten en bijdragen aan de ontwikkeling van projectmatig werken en creëren in de gemeente Hilvarenbeek. De projectbeheersing en -sturing is van groot belang om het project binnen de kaders te realiseren. Hiervoor is het goed eerst die kaders vast te leggen en met elkaar vast te stellen. Gedurende het project doen er zich wijzigingen voor die van invloed zijn op de kaders van het project. Belangrijk hierin is de zogenaamde “duivelsdriehoek” van tijd, geld en kwaliteit.
Als gedurende het proces één van de aspecten tijd, geld of kwaliteit wijzigt, heeft dit invloed op de andere aspecten. Het is goed dit tijdens het proces te beseffen, te benoemen en expliciet vast te stellen met elkaar wat de wijziging is en wat de consequenties zijn. Naast tijd, geld en kwaliteit is de projectbeheersing en -sturing gebaat bij een duidelijke organisatie en duidelijkheid over informatie en communicatie. Tot slot maken we een risicoanalyse zodat we de belangrijkste risico’s in beeld hebben en hierop kunnen sturen. In dit hoofdstuk werken we bovenstaande aspecten nader uit.
3.2
Tijd/planning
De planning is een eerste aspect waar we gedurende het gehele proces op sturen en bewaken. Voor de korte termijn is dit een concrete planning met taken en doorlooptijden. Het uitvoeren van deze taken en het behalen van de doorlooptijden is uiteindelijk van belang om het resultaat op lange termijn te behalen. Voor alle betrokkenen moet duidelijk uit de planning blijken welke mijlpalen cruciaal zijn voor de voortgang zodat deze betrokkenen (ook richting de achterban) hier rekening mee kunnen houden en naar kunnen handelen. De planning is een dynamisch document en wordt wekelijks bijgewerkt. De globale planning geeft inzicht in het behalen van de resultaten op langere termijn. Dit geeft een indicatie van de totale doorlooptijd en wat wanneer gereed zou moeten zijn. Hieronder staat die globale planning weergegeven in de projectfasering.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
8
Schema: projectfasering met globale planning
Ter afronding van elke projectfase stelt het projectteam een beslisdocument op. Dit beslisdocument is het resultaat en vormt de afronding van die betreffende fase. In dit beslisdocument liggen alle afspraken vast voor het vervolg. Daarnaast geeft het inzicht in de actuele situatie van de beheersaspecten tijd, geld, kwaliteit, organisatie, informatie/communicatie en risico’s. Na elke fase houden we kort een evaluatie en kijken we welke punten beter kunnen voor het vervolg. Hieronder gaan we kort in op de verschillende projectfases en het beslisdocument van die betreffende fase. 3.2.1 Initiatieffase Dit plan van aanpak is het resultaat van de initiatieffase. Het streven is een raadsbesluit in november 2023 waarbij de gemeenteraad instemt met dit plan van aanpak en de benoemde kaders. Dit is de start voor de definitiefase. • Pan van aanpak → besluitvorming gemeenteraad november 2023 3.2.2 Definitiefase Tijdens de definitiefase werken we de inhoudelijke aspecten verder uit om te komen tot een programma van eisen. Het gaat dan om alle ruimtelijke aspecten zoals vierkante meters, aantal lokalen, installatie-eisen en wensen en andere zaken die input zijn voor het ontwerp. Daarnaast kijken we naar de omgeving.
Hoe zit het met verkeer, is er een ruimtelijke procedure nodig en zo ja welke? Hoe gaan we om met bouwverkeer en hoe zorgen we er voor dat de verkeersveiligheid rondom de school in orde blijft? We kijken naar de aspecten van beheer en exploitatie. Wie gaat straks het gebouw beheren en exploiteren en wat betekent dat voor keuzes die we nu maken. • Programma van eisen → besluitvorming gemeenteraad (verwacht 1e kwartaal 2025) 3.2.3 Ontwerpfase We starten deze fase met een architectenselectie. De geselecteerde architect maakt met de betrokken partijen een ontwerp voor de nieuwe accommodatie waarbij het programma van eisen als uitgangspunt dient. We kennen in de ontwerpfase een schetsontwerp, voorlopig ontwerp en definitief ontwerp. Het schetsontwerp is het maken van een eerste ontwerp qua ruimtes en architectuur. Vervolgens bespreken we dit met de betrokken partijen. De volgende stap is het uitwerken van het schetsontwerp in een voorlopig ontwerp waarbij alles concreter wordt en er een globale kostenraming gemaakt wordt. Dit ontwerp wordt opnieuw besproken. Op basis daarvan werken we toe naar een definitief ontwerp met bijbehorende kostenraming. Dit leggen we ter Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
9
besluitvorming voor aan de gemeenteraad met het verzoek het krediet beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het project. • Definitief ontwerp + kostenraming → besluitvorming gemeenteraad (verwacht 1e kwartaal 2026) NB Het is ook mogelijk om te kiezen voor een design&build concept waarbij de aannemer al betrokken is bij het ontwerpproces. In dat geval ziet het proces er iets anders uit. Bij het programma van eisen benoemen we deze scenario’s en doen we een voorstel voor de gewenste aanpak. 3.2.4 Voorbereidings- en aanbestedingsfase In deze fase gaan we het ontwerp technisch uitwerken voor de aanbesteding. Het definitief ontwerp vertalen we naar een technisch ontwerp voor de aanbesteding. We starten de procedure om te komen tot selectie van aannemers en uiteindelijk de gunning. • Aanbestedingsdocument → college van B&W (verwacht september 2026) 3.2.5 Realisatiefase De realisatiefase start als de aannemer gecontracteerd is. De uitvoeringskosten zijn bepaald en passen binnen het beschikbare budget. De aannemer stelt voor de realisatiefase een concrete planning op. Daarbij zijn de voorwaarden voor de opleverdatum bepalend. De realisatiefase sluiten we af met een oplevering. • Oplevering + afspraken beheer en exploitatie → college van B&W (verwacht december 2027) 3.2.6 Nazorgfase In de nazorgfase ronden we het project af.
Enerzijds pakken we zaken op die nog niet geregeld waren bij de uitvoering. Anderzijds ronden we in deze fase het gebruik, de inrichting en de opening af. Garantiebewijzen, oplever- en revisiedocumenten worden beschikbaar gesteld. We hebben hierbij speciale aandacht voor de werking en instellingen van de (duurzame) installaties. Ten aanzien van het gebruik is het van belang om na te gaan of de eerder beschreven prestaties gehaald zijn. Voldoet het gebouw aan de vooraf gestelde normen en werken de installaties zoals vooraf beschreven. Indien deze vragen positief beantwoord worden, kan de financiële afronding plaatsvinden. Daarnaast stelt de projectleider in samenspraak met het projectteam een evaluatierapport op.
3.3
Geld
Ten aanzien van het beheersaspect geld brengen we verschillende zaken in beeld. In de eerste plaats is dat de huidige situatie. Hoe is het nu geregeld en welke geldstromen lopen er? Vervolgens brengen we in beeld welke budgetten beschikbaar zijn voor nieuwbouw en waar deze bedragen op gebaseerd zijn. Tot slot brengen we de organisatorische kant in beeld van het onderdeel financiën. 3.3.1 Huidige situatie In de huidige situatie hebben we te maken met een boekwaarde van het gebouw en de bijbehorende kapitaallasten. Daarnaast hebben we de overige exploitatielasten van het gebouw. Boekwaarde De boekwaarde per 1-1-2024 van de school Doelakkers bedraagt in totaal € 238.676. Dit is van het gebouw en recentere verbouwingen en uitbreidingen aan het gebouw. De kapitaallasten behorende bij deze boekwaarde bedragen € 27.264 in 2024. Van dit bedrag ontvangt de gemeente € 8.900 euro van de school. Dit is een bedrag dat de kinderopvang betaald voor huur van het gebouw. De netto kapitaallasten voor de gemeente komen daarmee op € 18.264. De overeenkomst van huur door de kinderopvang loopt tot 31 augustus 2024. In de komende periode gaan we in overleg met de Stichting Samenwijs om te kijken of we deze overeenkomst Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
10
moeten verlengen tot de nieuwbouw gereed is. In de begroting loopt dit bedrag door na 2024. Dit passen we aan op het moment dat er nieuwe afspraken zijn over het verlengen van de overeenkomst en de nieuwe einddatum. De boekwaarde van de gymzaal per 1-1-2024 bedraagt in totaal € 52.983. Het gebouw is inmiddels afgeschreven en deze kapitaallasten behoren bij latere aanpassingen en vervanging van materialen. De kapitaallasten behorende bij deze boekwaarde bedragen € 3.550 in 2024. Het afboeken van de boekwaarde gaat in één keer op het moment dat het gebouw niet meer gebruikt wordt. Deze lasten zijn niet in de begroting meegenomen en zijn onderdeel van het project. Deze worden meegenomen op het moment dat de begroting wordt herzien. Exploitatielasten De huidige exploitatielasten voor de basisschool bedragen in 2023 € 32.820. Het gaat om onroerende zaakbelasting, rioolheffingen, verzekeringen en de hierboven genoemde bijdrage in de exploitatielasten. Voor de gymzaal bij Doelakkers is de exploitatielast in 2023 € 27.560. Het gaat om onroerende zaakbelasting, rioolheffingen en verzekeringen. Daarnaast gaat het hier ook om water, gas, elektriciteit en onderhoud- en schoonmaakkosten. Hier staat een bedrag van € 2.000 aan inkomsten tegenover. Dit zijn inkomsten uit verhuur van de gymzaal aan de BSO (Starrebos en Doelakkers) en particulieren/verenigingen.
3.3.2 Beschikbaar budget Op 11 november 2021 heeft de gemeenteraad besluiten genomen over Samenwijscentrum Doelakkers bij de behandeling van de begroting 2022. De gemeenteraad besluit: • vanaf 2025 een structurele last van € 168.000 op te nemen in de begroting. • een incidenteel voorbereidingskrediet te verlagen van € 200.000 naar € 100.000. In de begroting staat een bedrag van € 50.000 in 2023 en een bedrag van € 50.000 in 2024 bij “advies- en onderzoekskosten”. • het krediet van € 7.550.000 later te autoriseren. Het krediet is gebaseerd op nieuwbouw van de school op de locatie Slibbroek*. Nieuwbouw school (stichtingskosten)
Aankoop gronden Bouw- en woonrijp maken Totaal
€ 5.900.000 Dit bedrag is gebaseerd op een gebouw (school en kinderopvang) van 1.711 m2. De stichtingskosten bedragen € 3.444 per m2 inclusief btw prijspeil 2024. € 300.000 Noodzakelijk op de locatie Slibbroek € 1.350.000 Noodzakelijk op de locatie Slibbroek € 7.550.000
*Slibbroek is een locatie in Hilvarenbeek-Noord die werd aangeduid als mogelijke nieuwe locatie voor de school. De gemeenteraad heeft echter besloten nieuwbouw te plegen op de huidige locatie van de school. NB 1
NB 2
In het krediet van € 7.550.000 is geen rekening gehouden met de kosten voor een nieuwe gymzaal en de kosten voor tijdelijke huisvesting. Globaal schatten we deze kosten op € 1.500.000 (gymzaal) en € 750.000 (tijdelijke huisvesting). Het bedrag van € 7.550.000 is geïndexeerd met 12% (€ 906.000) en komt daarmee op een totaal van € 8.456.000. In de begroting is voor 2023 € 50.000 opgenomen voor advies- en onderzoekskosten. Voor 2024 is ook een bedrag van € 50.000 opgenomen voor advies- en onderzoekskosten en een bedrag van € 8.350.000 bij “nieuwbouw gebouwen”. Totaal samen een bedrag van € 8.450.000.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
11
NB 3 NB 4
Het bedrag van € 5.900.000 is dubbel geïndexeerd. In de berekening is prijspeil 2024 aangehouden en hierover is nog 12% indexatie genomen. De andere bedragen (€ 300.000 en € 1.350.000) komen voort uit berekeningen voor de grondexploitatie Slibbroek. Aangezien dit niet meer van toepassing is, gaan we hier verder niet op in.
In het kader van de begroting is het voorstel om het investeringsbedrag voor Samenwijscentrum Doelakkers terug te brengen van € 8,4 miljoen naar € 6,8 miljoen euro. De reden voor deze aanpassing is dat het eerder in de begroting benoemde bedrag niet overeenkomt met het gekozen scenario. De keuze is gemaakt voor scenario 2 (nieuw Samenwijscentrum Doelakkers op de huidige locatie). Het vastgestelde krediet is gebaseerd op scenario 1 (nieuwbouw op Slibbroek). In de begroting nemen we nu het bedrag op van scenario 2, namelijk € 5,9 miljoen, inclusief de indexering van € 900.000 waardoor het totale nieuwe investeringsbedrag uitkomt op € 6,8 miljoen. Dit is het investeringsbedrag voor de realisatie van een nieuw Samenwijscentrum Doelakkers. In dit bedrag is nog géén rekening gehouden met een mogelijke nieuwe gymzaal, tijdelijke huisvesting en eventuele aanpassingen in de openbare ruimte.
BTW Het onderdeel btw is een lastig en bijzonder onderdeel in het totale project. Voor de school, kinderopvang en gymzaal is de btw niet verhaalbaar en dus een kostprijsverhogende factor. Bij de gymzaal bestaat de mogelijkheid om de btw wel te verhalen als er sprake is van een commerciële exploitatie van de gymzaal. Voor alle bijkomende en overige kosten die betrekking hebben op de bouw van de school, kinderopvang en gymzaal zijn dezelfde voorwaarden van toepassing en dus is de btw niet verhaalbaar en een kostprijsverhogende factor. Voor de realisatie van het buitenterrein van de school is de btw mogelijk wel verhaalbaar en dus niet kostprijsverhogend. Dit is alleen het geval als het buitenterrein van de school na schooltijd voor iedereen toegankelijk is. Dan wordt het gezien als openbare ruimte. In de volgende fase maken we afspraken over het wel of niet toegankelijk zijn van het speelterrein. Voor de werkzaamheden in de openbare ruimte zoals de aanleg van groen, parkeerplaatsen en dergelijke is de btw wel verrekenbaar en dus geen kostprijsverhogend element. Berekening normbedrag Voor de nieuwbouw van een school en een berekening van het budget maken we gebruik van de verordening huisvesting onderwijs Hilvarenbeek. Als we uitgaan van 180 leerlingen en 8 groepen komen we op 1.110 m2. Voor de kinderopvang gaan we uit van hetzelfde bedrag per m2 en een oppervlakte van 505 m2.
De totale stichtingskosten voor de school en kinderopvang komen dan uit op een bedrag van € 4,5 miljoen (prijspeil 2023, inclusief btw). In de definitiefase gaan we diverse zaken nader uitzoeken en onderbouwen. Op dat moment kunnen we diverse bedragen concreter maken en inzicht geven in het benodigde krediet. Hieronder staan enkele acties voor de definitiefase die we nader gaan uitwerken: • In gesprek met Stichting Samenwijs over huurovereenkomst voor de kinderopvang in het nieuwe gebouw.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
12
• • •
De uitgangspunten voor de nieuwbouw zoals de keuze voor BENG of ENG. Indien de keuze gemaakt wordt voor ENG of er dan een bijdrage vanuit Samenwijs is om deze extra doelstelling te bereiken. Verkennen met Samenwijs of er bijdrages beschikbaar zijn vanuit onderwijs (voor onderhoud) die de afgelopen jaren niet gebruikt zijn. Uitzoeken welke subsidiemogelijkheden beschikbaar zijn op het gebied van duurzaamheid en frisse scholen. In het rapport van ICS zijn al diverse opties benoemd.
3.3.3 Proces Het budgethouderschap ligt bij de ambtelijk opdrachtgever Peter Arens en is gedelegeerd aan de projectleider. De gemeenteraad heeft het project “nieuwbouw Samenwijscentrum Doelakkers” aangemerkt als groot project. Dit betekent dat de auditcommissie geregeld geïnformeerd gaat worden over de stand van zaken van het project. De auditcommissie wil inzicht in de aspecten “geld” en “risico’s” en adviseert daarover naar de gemeenteraad. Het is van belang dat in de auditcommissie inzicht is in bovengenoemde aspecten en dit in een transparant overzicht terugkomt dat voor iedereen begrijpelijk is. Hier gaat de auditcommissie met de portefeuillehouder en projectleider aan werken. Het gaat om een feitelijke weergave van de stand van zaken. In de auditcommissie wordt géén politiek bedreven.
3.4
Organisatie
De projectorganisatie geeft inzicht in de betrokkenen zowel intern als extern. Dit is vormgegeven in een stakeholdersanalyse. De projectorganisatie is mede van belang in het kader van beslissingsbevoegdheden. Ook maken we inzichtelijk wie de beslissers zijn. Dat is een belangrijk punt voor de auditcommissie. We beschrijven hieronder de interne en externe organisatie. Een verdere toelichting op de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende “rollen” is omschreven in de documenten op Hilvernet over “projectmatig creëren”. 3.4.1 Interne organisatie De gemeenteraad is opdrachtgever, stelt de kaders en neemt uiteindelijk een besluit over het krediet. Het college gaat aan de slag met dit project dat is opgenomen in het collegeprogramma 2023-2026. Namens het college is de “projectwethouder” bestuurlijk opdrachtgever. De bestuurlijk opdrachtgever bepaald welke informatie wanneer naar het college gaat. De wethouder zorgt in het college voor de afstemming met de portefeuillehouders Onderwijs en Ruimtelijke Ordening en Financiën. De wethouder neemt namens het college deel aan de stuurgroep met de externe partijen (zie 3.4.2). Het project valt onder Samenleving en daarmee is het afdelingshoofd Samenleving ambtelijk opdrachtgever. Hij heeft mandaat, middelen en motivatie om de uitvoering van het project te organiseren.
Indien één van deze drie niet op orde is, kan hij deze rol niet goed invullen. Hij is rechtstreeks contactpersoon en eerste aanspreekpunt voor de projectleider. De projectopdracht, volgens het format van PMC, is de basis voor de afspraken tussen ambtelijk opdrachtgever en projectleider. De getekende projectopdracht is de basis voor dit plan van aanpak. De ambtelijk opdrachtgever heeft gekozen extern een projectleider in te huren om dit project te leiden. De projectleider is als spin in het web verantwoordelijk voor het projectresultaat, de stappen in het proces en de beheersing van tijd, geld, kwaliteit, informatie, organisatie en risico’s van het project. De projectleider informeert de ambtelijk- en bestuurlijk opdrachtgever over de voortgang van het project tijdens een maandelijks overleg. Daarnaast kan de projectleider een beroep doen op de strategisch organisatieadviseur. Deze is sparringpartner voor de ambtelijk- en bestuurlijk opdrachtgever, de projectleider en de teamleden en kan adviseren over het proces en de stappen die gezet worden. Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
13
Organogram interne organisatie
3.4.2 Intern projectteam Onderdeel van de interne organisatie is het projectteam. Het projectteam verzorgt de “dagelijkse” sturing van het project. De projectteamleden zijn degene die vanwege zijn/haar vakinhoudelijke inbreng en enthousiasme deelnemen aan de projectgroep. De projectleider verzorgt de aansturing van de projectgroep en is aanspreekpunt voor de ambtelijk- en bestuurlijk opdrachtgever en externe partijen.
Overzicht projectteam
Binnen het gehele projectteam hebben we twee rollen. De eerste is het kernteam. Dit zijn de medewerkers in het projectteam die samen met de projectleider integraal samenwerken aan het plan. De tweede rol is die van agendalid. Dit zijn de medewerkers in het projectteam die op de hoogte zijn en blijven van het project en bij een enkel onderdeel betrokken zijn. Op het moment dat dit aan de orde is, kunnen ze eenmalig of enkele keren onderdeel uitmaken van het kernteam.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
14
3.4.3 Externe organisatie en overleggen Naast de interne organisatie is er ook een externe organisatie. Dit is het overleg met de school. Het gaat dan om zowel de Stichting Samenwijs als de school Doelakkers. Het is wenselijk op bestuurlijk niveau één of twee keer per jaar een stuurgroep overleg te hebben om elkaar in elk geval te informeren over de voortgang en de samenwerking. Het moment van de stuurgroep kan gekoppeld worden aan mijlpalen zodat er inhoudelijk zaken afgestemd of besproken kunnen worden.
Overzicht externe organisatie (stuurgroep)
Naast de stuurgroep wordt de “dagelijkse” gang van zaken besproken tussen de projectleider en schooldirecteur. Mogelijk kan de schooldirecteur (deels) aansluiten bij de vergaderingen van het kernteam van de gemeente.
3.5
Informatie & communicatie
Onder informatie verstaan we de gehele informatievoorziening rondom het project. Enerzijds is dat de interne dossiervorming. Daarnaast gaat dit over het verstrekken van informatie aan de diverse partijen. Dit hangt weer samen met het onderdeel communicatie. Hiervoor maken we gebruik van de stakeholdersanalyse. Die geeft een beeld van alle betrokken partijen, de wijze van betrokkenheid en in het verlengde daarvan de wijze van betrekken en communiceren. Tot slot is de auditcommissie een belangrijke partij om te informeren. De auditcommissie heeft het project SWC Doelakkers aangewezen als “te volgen” project. 3.5.1 Interne dossiervorming In het kader van het project Nieuwbouw Samenwijscentrum Doelakkers is er een projectmap ter documentatie van alle projectgegevens. Deze map valt onder verantwoordelijkheid van de projectleider. Daarnaast staan alle belangrijke documenten, college- en raadsvoorstellen en andere besluiten in Onegov. Per projectfase maken we een zaak aan in Onegov waar alle onderliggende zaken binnen die fase aan gekoppeld zijn.
3.5.2 Interne communicatie gemeente De interne communicatie tussen ambtelijk opdrachtgever, bestuurlijk opdrachtgever en projectleider verloopt via een regulier overleg elke 4 tot 6 weken. Hierin bespreken betrokkenen de voortgang, knelpunten en de planning op langere termijn. De interne communicatie over de projectdetails verloopt via de projectleider. Hiervoor is een regulier projectteamoverleg. Het projectteam bestaat uit een kernteam en agendaleden. De agenda en verslagen gaan naar alle betrokkenen in het projectteam zodat iedereen altijd op de hoogte is van de voortgang en de stand van zaken. Dit geeft ook de gelegenheid voor de agendaleden tijdig aan de bel te trekken als ze nadrukkelijker betrokken moeten worden in het proces of aansluiten bij een vergadering met het kernteam. De projectleider is aanspreekpunt voor de interne organisatie ten aanzien van het project. Tevens verzorgt de projectleider de communicatie richting de ambtelijk- en bestuurlijk opdrachtgever en de externe partijen. Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
15
De communicatie en besluitvorming richting gemeenteraad verloopt via het college. De projectleider informeert het college via voorstellen in overleg met de portefeuillehouder. De communicatie met de auditcommissie verloopt via de portefeuillehouder en projectleider. In de auditcommissie wordt gesproken over feiten ten aanzien van de financiën en risico’s van het project. In de auditcommissie vinden geen politieke discussies plaats. Het project kent meerdere (externe) stakeholders en belanghebbenden. De projectleider is verantwoordelijk voor de communicatie met deze stakeholders en belanghebbenden 3.5.3 Participatie Voor de participatie maken we gebruik van het “Beeks model”. Dit model gaat uit van 5 stappen om de participatie vorm te geven. Stap 1 is het benoemen van het opdrachtgeverschap (omschreven in 3.4). Stap 2 is het maken van een stakeholderanalyse om een beeld te krijgen van alle betrokken partijen. Deze analyse is hieronder toegevoegd. Per stakeholder kan de wijze van communiceren en participatie verschillen. Stap 3 is het bepalen van het niveau van participatie. Het niveau van participatie is voor de verschillende stakeholders anders zoals in de analyse zichtbaar is.
Stakeholdersanalyse
Stap 4 is het omschrijven van een kernboodschap. Het omschrijven van deze kernboodschap werken we in de volgende fase verder uit binnen het projectteam. Stap 5 is het maken van een communicatieplanning. De communicatie planning is vastgelegd in de communicatie kalender. Hier staat overzichtelijk per maand hoe we richting welke doelgroepen op welke wijze communiceren. De kalender wordt in de volgende fase opgesteld door de communicatie adviseur. Hierin staan de momenten en middelen voor de communicatie. Stichting Samenwijs en specifiek de schooldirecteur van Doelakkers verzorgt de communicatie met het schoolteam, ouders en de MR, waar nodig ondersteund door de projectleider.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
16
3.6
Kwaliteit
De kwaliteit gaat specifiek over de kwaliteit van het project. In deze fase gaat het met name om de doelstellingen, randvoorwaarden en kaders helder te hebben, waarbinnen het project gerealiseerd moet worden. Dit zijn zaken om een kwalitatief goed proces te doorlopen. De verantwoordelijkheid voor de sturing en kwaliteit van het proces ligt bij de projectleider. De gewenste kwaliteit (ruimtelijk, functioneel, technisch van bouw en installaties) van het project wordt beschreven en vastgelegd in het programma van eisen als afronding van de definitiefase.
3.7
Risico
Voor het managen van de risico’s gedurende het project maken we een apart overzicht. Het gaat in dit overzicht om de voorziene risico’s. We benomen het risico en de kans dat dit risico zich voordoet. Tevens geven we aan wat de impact is als dit risico zich voordoet. Tot slot staat in deze tabel welke maatregelen we nemen om het risico te beperken. Hierbij is het wel van belang dat alleen de reële risico’s worden benoemd. Op dit moment voorzien we nog geen risico’s. Ten aanzien van de onvoorziene risico’s kunnen we pas op het moment dat ze zich voordoen stappen ondernemen. Het managen van de risico’s is naast de financiën een aspect dat we voorleggen aan de auditcommissie.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
17
4 Randvoorwaarden en uitgangspunten In de definitiefase gaan we de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de realisatie van de nieuwbouw concretiseren en uitwerken. In dit plan van aanpak staan de zaken die nu al bekend zijn. Daarnaast geven we aan wat we in de definitiefase verder gaan uitzoeken en uitwerken ten behoeve van het programma van eisen.
4.1
Ruimtelijk
Het realiseren van een nieuwe accommodatie binnen de bestaande grenzen van het bouwvlak lijkt niet realistisch. We nemen het bouwvlak niet als ruimtelijke randvoorwaarde. In de definitiefase doen we een ruimtelijke verkenning naar de mogelijkheden en stellen we een stedenbouwkundig plan op. Hierin kijken we naar de positie van het gebouw, de omvang, het wel of niet bouwen in 2 lagen, het oplossen van parkeren, etc. De uitkomsten van dit stedenbouwkundig plan zijn mede van belang om te beoordelen of tijdelijke huisvesting nodig is of dat de school (deels) in gebruik kan blijven. Dit is mogelijk als de nieuwbouw kan schuiven binnen het plangebied. In deze fase bekijken we ook de nut- en noodzaak van een nieuwe gymzaal. Hierbij sluiten we aan bij het accommodatiebeleid dat ICS Adviseurs momenteel opstelt voor de gemeente. De ruimtelijke procedure die gevolgd moet worden is naar alle waarschijnlijkheid onder het regime van de nieuwe Omgevingswet die per 1 januari 2024 van kracht wordt. Het plan moet passen binnen het beleid van de diverse overheden. Bij een ruimtelijke procedure kan er ook sprake zijn van planschade. Op het moment dat er meer duidelijkheid is over de ruimtelijke invulling voeren we een planschade risico analyse uit. Tot slot gaan we bekijken of we in het stedenbouwkundig plan aanvullende eisen op gebied van beeldkwaliteit laten opnemen.
4.2
Bouwkundig
De bouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten gaan we in de definitiefase nader uitwerken. Vanuit het beschikbare budget en het college is de wens om een sober en doelmatig gebouw te realiseren dat duurzaam en toekomstbestendig is. De nieuwbouw zou minimaal moeten voldoen aan het bouwbesluit, BENG, gasloos en frisse scholen klasse B. Een nader te bepalen uitgangspunt is of de ambitie ENG (Energie Neutraal Gebouw) wordt in plaats van BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) en uiteraard wie de meerkosten hiervoor gaat betalen. Vanuit Stichting Samenwijs is de wens geuit dat er flexibiliteit en integraliteit is in het gebouw voor de verschillende kindfuncties. Dit is vooral een praktische invulling waar in de ontwerpfase rekening mee gehouden moet worden.
4.3
Ruimtestaat
Het aantal leerlingen van Doelakkers is op dit moment 183. De prognose uit 2022 laat zien dat de verwachting is dat in 2026 en 2027 Doelakkers 181 leerlingen heeft. Dit is de basis voor de berekening van de oppervlakte en het budget. Op basis van dit aantal leerlingen is het aantal vierkante meters bepaald op 1.110 m2. Hierbij is gebruik gemaakt van de verordening huisvesting onderwijs (deel B) van de gemeente Hilvarenbeek (VNG-model). In het rapport van ICS (11 september 2019) is gerekend met de prognose uit 2019. Deze prognose liet een verwachting zien van 200 leerlingen. Hiermee kwam het aantal benodigde vierkante meters uit op 1.206 m2. Dat is nu met 1.110 m2 dus bijna 100 m2 lager.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
18
Voor de kinderopvang is een ruimtebehoefte van 505 m2. Hiervoor is geen rekenmethodiek. We houden hier het aantal vierkante meters aan zoals bepaald door ICS in het rapport van 11 september 2019. In totaal wordt het Samenwijscentrum dan 1.615 m2 voor basisschool en kinderopvang. Aantal leerlingen Het aantal leerlingen is bepalend voor de berekening van de bouwkosten. In onderstaande tabel staat de prognose voor het aantal leerlingen in de komende 10 jaar (planning verband Groningen, december 2022). 2023 Leerlingen 180 Groepen 8 Vierkante 1105 meters
2024 178 8 1095
2025 178 8 1095
2026 181 8 1110
2027 181 8 1110
2028 179 8 1100
2029 183 8 1120
2030 180 8 1105
2031 178 8 1095
2032 176 7 1085
2033 176 7 1085
Vaststellen ruimtebehoefte school De ruimtebehoefte stellen we vast op basis van de verordening onderwijshuisvesting Hilvarenbeek. Deze verordening is gebaseerd op de landelijke verordening van de VNG. Hieronder staan de belangrijkste zaken die van toepassing zijn voor het vaststellen van de ruimtebehoefte (bijlage III): -
-
-
-
De capaciteit van een gebouw voor een school voor basisonderwijs wordt vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte van het gebouw en bepaald overeenkomstig bijlage III, deel E. De capaciteit van ieder gebouw wordt afzonderlijk vastgesteld. De capaciteit van een schoolgebouw wordt verminderd met 90 vierkante meter als een ruimte in het schoolgebouw is verhuurd voor het huisvesten van een peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang of kinderopvang en het college voor deze verhuur vooraf toestemming heeft verleend. De vraag achter deze vermindering is voorgelegd aan de VNG, hier is nog geen reactie op. In de volgende fase maken we dit concreet. Het terrein omvat het kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie van het Kadaster. Als de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de terreinoppervlakte vastgelegd. De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRINnummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school.
De ruimtebehoefte is opgebouwd uit een basisruimtebehoefte en een toeslag in verband met de gewichtensom.
De basisruimtebehoefte wordt berekend met de formule B = 200 + 5,03 * L, waarbij B = Basisruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. Voor de nieuwbouw van Samenwijscentrum De Doelakkers is het de volgende berekening: B = 200 + 5,03 * 181 = 1.110 m2 (dit is dus zonder een mogelijke vermindering met 90 m2). Daarnaast kan er nog sprake zijn van een toeslag die wordt berekend met de formule: T = 1,40 * G, waarbij T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
19
G = Gecorrigeerde gewichtensom, welke als volgt wordt bepaald: 1⁰. bepaal de (ongecorrigeerde) gewichtensom (= het totaal van alle gewichten van alle ingeschreven leerlingen); 2⁰. verminder de ongecorrigeerde gewichtensom met een getal ter grootte van 6 procent van het aantal ingeschreven leerlingen, waarbij de gewichtensom niet kleiner dan 0 mag worden. De uitkomst wordt afgerond op een geheel getal. 3⁰. als de dan verkregen gewichtensom meer bedraagt dan 80 procent van het aantal ingeschreven leerlingen wordt de gewichtensom vastgesteld op 80 procent van het aantal ingeschreven leerlingen. Bovenstaande berekening is nog niet gemaakt en pakken we op in de volgende fase bij de vaststelling van het aantal vierkante meters. Voor een school voor basisonderwijs geldt voor het verharde gedeelte (speelplaats) een minimum terreinoppervlakte van 3 vierkante meter per leerling. Als we uitgaan van 180 leerlingen gaat het om een buitenspeelterrein van minimaal 540 m2. Vaststellen ruimtebehoefte kinderopvang De ruimtebehoefte is in het haalbaarheidsonderzoek van ICS bepaald voor de kinderopvang. Onderstaande ruimtestaat is hier op gebaseerd en die hanteren we in deze situatie.
Ruimtestaat kinderopvang Samenwijs Doelakkers Ruimte Aantal m2 (per eenheid) Groepsruimte kdv 3 56 Groepsruimte bso 3 40 Slaapkamer 4 9 Berging (binnen) 2 4 Washok 1 6 Toilet 4 2,5 Aula, gymzaal, spreekkamer en kantoor is gemeenschappelijk gebruik met school Totaal functioneel nuttig oppervlak Bruto netto verhouding Totaal bvo
m2 (totaal) 168 120 36 8 6 10 348 1,45 505
Vaststellen ruimtebehoefte lokaal bewegingsonderwijs Een speellokaal heeft een minimum van 90 vierkante meter netto. De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 252 vierkante meter netto en de hoogte minstens 5 meter. Een lokaal bewegingsonderwijs bevat minstens twee kleedruimten met een was- of douchegelegenheid. In de volgende fase gaan we deze vierkante meters definitief vaststellen mede gebaseerd op de keuze voor wel of géén gymzaal bij de Doelakkers.
4.4
Onderwijskundig
De gemeente Hilvarenbeek bestaat uit de kernen Hilvarenbeek, Biest-Houtakker, Haghorst, Diessen, Baarschot en Esbeek. De gemeente Hilvarenbeek streeft via Samenwijs voor alle kernen naar een doorgaande leerlijn van 0 tot 13 jaar. Nauwe samenwerking tussen onderwijs en opvang is een voorwaarde voor succes. Het samenwerken kan worden geoptimaliseerd wanneer partners ook samen gehuisvest zijn, bijvoorbeeld in een (integraal) kindcentrum (Samenwijscentra). Wanneer partners samenwerken in het belang van het kind doen ze dat vanuit eenduidige pedagogische waarden. Zo wordt voor het kind een bestendige ontwikkelweg vormgegeven. Het onderwijsaanbod sluit aan bij de lokale behoefte en is gevarieerd. Samenwijscentra hebben een eigen identiteit. Ouders en kinderen hebben keuzevrijheid in het kiezen van het Samenwijscentrum dat het beste bij hen past. In de verschillende kernen wordt door middel van accenten invulling Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
20
gegeven aan de gemeenschappelijke visie. Deze accenten zitten hem met name in de functie van de school in de kern. De school heeft een centrale plek in het netwerk rond het kind in het belang van zijn/haar sportieve, culturele en creatieve ontwikkeling. De school heeft in de kleine kernen een centrale plek in de gemeenschap. Naast onderwijs en opvang kan, afhankelijk van de lokale behoefte, in de school ook ruimte worden geboden aan educatie, sport, cultuur, ontmoeting of zorg. Zo wordt de gemeenschap betrokken bij de groei en ontwikkeling van het kind en kunnen voorzieningen behouden blijven voor de dorpen. De combinatie tussen zorg en onderwijs kan leiden tot een meer preventiegerichte benadering. Indien sprake is van nieuwbouw denkt men in de gemeente altijd na over de mogelijkheden tot clustering van diverse maatschappelijke functies in een gebouw. Duurzaamheid Met het Klimaatakkoord en vanuit Europese regelgeving wordt het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed steeds belangrijker. Het vastgoed van schoolgebouwen valt ook onder deze categorie. Veelal zijn deze gebouwen gefinancierd met maatschappelijke middelen van overheidswege. Binnen het IHP-denken worden deze gebouwen als overheidsgebouwen aangemerkt en duurzaamheidsambities geformuleerd. Alle betrokken organisaties onderschrijven de duurzaamheidsambitie.
Binnen het IHP-denken wordt uitgegaan van: • Realiseren van Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Hierbij ligt de focus op de gebouwgebonden installaties en niet op het energieverbruik veroorzaakt door gebruikers (zoals smartboards, laden van ICT-apparatuur en keukenfaciliteiten). Vanuit BENG wordt gekeken naar de maximale energiebehoefte per jaar, het maximale primaire fossiele energieverbruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. Voor nieuwbouw is BENG uitgangspunt. • De stand van de techniek is voortschrijdend. Op dit moment vraagt de stap naar ENG een steeds beperktere inspanning. In de uitwerking bekijken we of de hogere ambitie naar ENG voor de SWA Doelakkers gemaakt kan worden. • Voor nieuwbouw geldt dat deze gasloos wordt gerealiseerd. Verder is het een keuze om bij grote investeringen vanuit het schoolbestuur direct verduurzamingsmaatregelen mee te nemen waarin de gemeente een bijdrage kan leveren. Gezondheid Gezonde scholen zijn een voorwaarde voor goed onderwijs. Om dit te waarborgen wordt gestreefd naar een goed binnenklimaat, waarbij vooral de CO2-concentratie en binnentemperatuur van belang zijn. De nieuwbouw SWA Doelakkers moet voldoen aan het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B. Investeren in kinderopvang Voor ruimten ten behoeve van de maatschappelijke kinderopvang wordt gewerkt met een terugverdienmodel via huur.
De gemeente pleegt de initiële investering voor de opvangmeters (of voor andere functies). De gemeente sluit een huurovereenkomst met de opvangorganisatie / schoolbestuur. De omvang voor de opvang wordt vooraf bepaald op basis van een uitgewerkte business case waarin in ieder geval het aantal kindplaatsen wordt gespecificeerd en onderbouwd. De gemeente, opvangorganisatie en schoolbestuur hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om leegstand te voorkomen of in voorkomend geval een nieuwe invulling te vinden. Waar mogelijk wordt initieel uitgegaan van dubbelruimtegebruik of combinaties van functies.
Plan van aanpak Samenwijscentrum Doelakkers
21