14 bp Hilvarenbeek-Diessen, realisatie 4 woningen (3a toelichting Bijlage 1 Milieuhygiënische en planologische toelichting Jan van Dongenpad (Loosche Akkers)
Tekst van het document
De streef-, achtergrond- en interventiewaarden zijn bij het beoordelen van de verontreinigingen niet de enige maatstaven. De gehaltes moeten steeds in samenhang worden beschouwd met het gebruik van de bodem en de lokale verontreinigingssituatie. De analyseresultaten zijn getoetst, conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de analyseresultaten (de meetwaarden) zijn gecorrigeerd naar een gestandaardiseerd meetwaarde (GSSD). Bij het corrigeren van de grond wordt gebruik gemaakt van de in het laboratorium gemeten gehalte aan organische stof en lutum. Als hulpmiddel c.q. indicatieniveau voor het verrichten van nader bodemonderzoek wordt een index bepaald met de formule: (GSSD - AW) / (I - AW). Indien deze waarde groter is dan 0,5 kan er reden zijn voor het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Er dient echter altijd rekening gehouden te worden met de situatie ter plaatse. Besluit bodemkwaliteit Bij de toepassingseisen (hergebruik van grond elders) en het vaststellen van de bodemkwaliteitsklasse is in het Besluit bodemkwaliteit onderscheid gemaakt in een gebiedsspecifiek beleid en een generiek beleid. Bij het bepalen van de toepassingseisen in het generieke kader wordt getoetst aan: • bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem; • bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem; • toepassingseis voor de partij toe te passen grond.
In het onderhavige rapport wordt indicatief invulling gegeven aan deze toepassingseisen. Door de analyseresultaten van het (verkennend) onderzoek te toetsen aan de maximale samenstellingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit grond wordt een milieuhygiënische kwaliteitsklasse aan de grond toegewezen. Hierbij kan de partij grond onderverdeeld worden in twee klassen (en daarnaast kan de grond ‘altijd toepasbaar’ en of ‘niet toepasbaar’ zijn). Van elke klasse zijn de maximale waarden vastgesteld. Onderstaand is een en ander schematisch weergegeven. Altijd toepasbaar
Klasse wonen
Achtergrondwaarden
Klasse industrie Maximale waarden Klasse wonen
Niet toepasbaar Maximale waarden Klasse industrie
Verkennend bodemonderzoek Theo Vogelspad te Hilvarenbeek Project 2200479 versie 1
De maximale waarden die bij de verschillende normen horen zijn opgenomen in tabel 1 van bijlage B in de ‘Regeling bodemkwaliteit’. Toetsing aan een gebiedsspecifiek beleid is niet opgenomen in deze rapportage. Ouderdomsbepaling Op 1 januari 1987 is de Wet bodembescherming (Wbb) in werking getreden. Door het in werking treden van de Wbb is onderscheid ontstaan tussen historisch bodemverontreinigingen (verontreiniging veroorzaakt vóór 1 januari 1987) en zorgplichtgevallen (verontreinigingen veroorzaakt na 1 januari 1987). Voor een historisch geval van niet-ernstige bodemverontreiniging (minder dan 25 m³ grond of 100 m³ bodemvolume grondwater hoger dan de interventiewaarde) geldt in beginsel geen saneringsplicht. Voor verontreinigingen met asbest geldt geen ‘volumecriteria’. Dat wil zeggen bij een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest er altijd sprake is van een ernstige verontreiniging. Indien verontreinigingen zijn ontstaan na 1 januari 1987, of 1993 voor verontreinigingen met asbest, is er sprake van zorgplicht (artikel 13 Wbb). In dat geval dienen de verontreinigingen zo spoedig mogelijk gesaneerd te worden, ongeacht de aangetroffen gehalten en de risico’s van de verontreinigende stoffen. De bepaling van de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid spelen hier geen rol.
Het gaat hierbij om sanering tot de oude toestand (multifunctioneel) op basis van de stand der techniek (ALARA5-principe). Of de bodemverontreiniging in belangrijke mate veroorzaakt is voor 1 januari 1987 wordt bepaald op basis van gegevens over de bedrijfsvoering (processen, gebruik van stoffen of eventuele gebeurtenissen of incidenten) en bij twijfel op basis van gegevens over de bedrijfsvoering en specifieke kenmerken van de bodemverontreiniging. PFAS In het Tijdelijk handelingskader PFAS (aanpassing d.d. 2 juli 2020) zijn de toepassingsnormen opgenomen. De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem en in oppervlaktewater zijn in onderstaande tabel opgenomen. Toepassingsnormen PFAS voor het toepassen van grond en baggerspecie Categorie Toepassingssituatie
Toepassingswaarde (μg/kg d.s.) (4) (5) (6)
Op de landbodem 4.1
Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse wonen of industrie
wonen of industrie
PFAS = 3 PFOA = 7
landbouw/natuur
wonen of industrie
PFAS = 1,4 PFOA = 1,9
Landbouw/natuur, wonen of industrie
landbouw/natuur
PFAS = 1,4 PFOA = 1,9
4.2
Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau(1), als bedoeld in PFAS = 3 artikel 35, onder f, BBK (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend PFOA = 7 perceel of weilanddepot)
4.3
Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven grondwaterniveau(1)
5
ALARA: "As Low As Reasonably Achievable" (= zo laag als redelijkerwijs haalbaar is).
PFAS = 3 PFOA = 7
Verkennend bodemonderzoek Theo Vogelspad te Hilvarenbeek Project 2200479 versie 1
4.4
Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden
gebiedskwaliteit
4.5
Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau(2), met inbegrip van grootschalige toepassing.
PFAS = 1,4 PFOA = 1,9
4.6
Grond toepassen
Vervalt, zie categorie 4.8.2, 4.9.1 en 4.9.2
4.7
Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK (verspreiden van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewater).
Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters.
4.8.1
Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in Toepasbaar, wel meten en ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe toetsen op uitschieters. plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK
4.8.2
Het in een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd een diepe Rijkswater: PFAS = 0,8 plas(3): PFOS = 3,7 verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende Anders: PFAS = 0,8 oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK en PFOS = 1,1 het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK.
4.9.1
Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die PFAS = 0,8 in open verbinding staan met een rijkswater (3) (8) PFOS = 3,7
4.9.2
Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9.(7)(8)
In oppervlaktewater
PFAS = 0,8 PFOS = 1,1
Voetnoten bij tabel: (1) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. (2) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. (3) Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: oppervlaktewaterlichaam, ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak. Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders.
Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet. (4) Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. (5) Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld (zie paragraaf 5). (6) Met toepassingswaarden voor PFAS wordt bedoeld de waarde voor alle overige PFAS verbindingen, te toetsen per stof (dus niet gesommeerd). PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. (7) Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal het waterschap in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast. (8) Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen.
Verkennend bodemonderzoek Theo Vogelspad te Hilvarenbeek Project 2200479 versie 1
De genoemde categorieën benoemd in bovenstaande tabel corresponderen met de nummers van de paragrafen in het Aangepaste Tijdelijk Handelingskader PFAS (d.d. 2-7-2020). Het Aangepaste Tijdelijk Handelingskader PFAS kunt u downloaden via de website https://www.rijksoverheid.nl/ documenten/rapporten/2020/07/03/bijlage-geactualiseerd-tijdelijkhandelingskader. Opgemerkt wordt dat onderhavige partij ten aanzien van PFAS enkel is getoetst aan het landelijk beleid. Men dient rekening te houden dat eventueel lokaal beleid kan afwijken ten opzichte van het landelijk beleid.
onderdeel van Technisch bodemonderzoek
Geotechnisch en geohydrologisch advies
x x
x x
x x x x x x x x x x
Sonderen in Nederland, België en Frankrijk. Sonderen met (track)truck, minirups, demontabel en hand Sonderen op het water (met hefeiland) Dissipatieproeven Peilbuizen wegdrukken Mechanisch (puls)boren conform protocol ‘Mechanisch boren’ (2101). Handboren (tot circa 5 m) Geotechnische monitoring Doorlatendheidsmetingen verzadigde en onverzadigde zone Palen doormeten (akoestisch) Onderzoek naar niet gesprongen explosieven (NGE) dGPS-metingen
x x x x x x x x x x
Funderingsadvies bebouwing, leidingen, constructies Geohydrologische modellering (bemaling, drainage, wateroverlast, barrièrewerking, etc.) Bemalingsadvies, bemalingsplan, monitoringsplan, vergunningsaanvraag, MER aanmeldnotitie Bouwputadvies, damwandberekeningen en -advies Zettings- en ophoogadvies, inclusief voorbelasting, zettingsversnelling Zettingsrisico’s bemaling t.b.v. CAR-verzekering Stabiliteitsberekeningen taluds Infiltratiegeschiktheidsadvies, watertoetsadvies Civieltechnisch hergebruik grond Analyse waterstanden, doorlatendheid, wateroverlast. GIS-toepassingen en geostatistiek: (hoogtemodellen, zanddieptekaarten, etc) Algemene expertise, controle grondverbetering
Milieukundig bodemonderzoek
Geotechnisch laboratorium
x x x x x x x x x x x x
x x x x x x x x x x x
Verkennend onderzoek Onderzoek naar asbest in de (water)bodem Nulsituatie-onderzoek Nader onderzoek Waterbodemonderzoek (monsternameboot) BUS-melding Saneringsplan Milieukundige begeleiding Second opinion Partijkeuring Bouwstoffenkeuring Onderzoek PFAS
Bodex Milieu B.V. Putstraat 9a, 5091 TH Middelbeers Postbus 38, 5688 ZG Oirschot
Classificatieproeven, volumegewicht, watergehalte Gloeiverlies Atterbergse grenzen (fallcone en Casagrande) Samendrukkingsproeven, CRS Korrelverdeling, -vorm en afleiding k-waarden Triaxiaalproeven Direct Shear (DS), Direct Simple Shear (DSS) Diverse RAW-proeven (oa. 2, 9, 10, 11,13, 14, 28, 35) Fotoboring Advies omtrent uitvoering(swijze) en belastingtrappen Digitaal bestel- en informatieportaal: www.siltlab.nl
Tel.: +31(0)13-5810717 www.silt.nl info@bodexmilieu.nl Bodex Milieu B.V. is onderdeel van Silt
K.v.K. 17182328 IBAN: NL25 RABO 0370 7175 03 BTW: NL8148.87.016.B01