CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

14 Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker (4b Toelichting met wijzigingen rood - NIEUW)

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Kern Biest-Houtakker”.16.581 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1.

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplannen Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

2 2 3 4 4

2.

Bestaande situatie

5

2.1 2.2

Ruimtelijke structuur Bestaande situatie

5 6

3.

Toekomstige situatie

8

4.

Beleidskader

12

4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

12 13 17

5.

Omgevingsaspecten

22

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Natuurwetgeving Geluidsaspecten Luchtkwaliteit Water

22 24 25 25 30 32 33 34 35

6.

Juridische aspecten

40

6.1 6.2 6.3

Algemeen Bestemmingsregels Toelichting op de bestemmingen

40 40 41

7.

Uitvoerbaarheid

46

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

46 46

Bijlagen Bijlage 1: Ruimtelijke onderbouwing Beverstraat (ong.) Bijlage 2: Ruimtelijke onderbouwing Biestsestraat 65 Bijlage 3: Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

|2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingplan is de wens van de gemeente Hilvarenbeek om ter voorbereiding op de Omgevingswet de huidige bestemmingsplannen voor de kernen te verbeteren, te actualiseren en te werken met uniforme regelingen. De actualisatie betreft bestemmingsplannen in de kernen Biest-Houtakker, Diessen, Haghorst, Baarschot, Hilvarenbeek en Esbeek. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de actualisatie van de kern Biest-Houtakker. Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard, waarbij de vigerende bestemmingsregels in overeenstemming worden gebracht met het actuele ruimtelijke beleid en de feitelijke situatie. Er zijn in principe geen grote ontwikkelingen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt in het nieuwe plan. Er zijn een paar uitzonderingen die verderop in de toelichting worden toegelicht. In de afgelopen jaren zijn voor een aantal locaties in het plangebied omgevingsvergunningen afgegeven. De op grond hiervan inmiddels gerealiseerde (bouw-)plannen worden in onderhavig bestemmingsplan geformaliseerd. Op de plaatsen waar nieuwe ontwikkelingen in voorbereiding zijn, zal een afzonderlijke planologische procedure worden doorlopen.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het bestemmingsplan heeft betrekking op het dorp Biest-Houtakker, één van de kernen binnen de gemeente Hilvarenbeek. Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van de gemeente en is de meest noordelijk gelegen kern. De kern Biest-Houtakker ligt nabij de grens met de gemeente Oisterwijk. Het plangebied betreft het bebouwde gebied van Biest-Houtakker, oftewel alle gronden die niet onder het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ vallen. De kern wordt aan de noord-, oost- en westzijde voornamelijk begrensd door agrarische gronden. De zuidzijde van de kern grenst grotendeels aan natuurgronden.

Ligging en begrenzing plangebied Biest-Houtakker NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|3

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen en zijn de volgende omgevingsvergunningen verleend: • Bestemmingsplan Beverakkers IV, vastgesteld op 3 maart 2011; • Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker, vastgesteld op 22 september 2011; • Bestemmingsplan Centrumfunctie Biest-Houtakker, vastgesteld op 18 juni 2012; • Bestemmingsplan Klein Westerwijksestraat 16, vastgesteld 18 juni 2012; • Bestemmingsplan Biestsestraat – Vossenhol, vastgesteld 26 september 2013; • Omgevingsvergunning Beverakkers IV en Brouwershof, wijziging typologie, vastgesteld op 16 juni 2014; • Bestemmingsplan Akkerstraat 10, Biest-Houtakker, vastgesteld op 05 februari 2015; • Omgevingsvergunning Biestsestraat 55, vastgesteld op 09 februari 2015; • Bestemmingsplan Klein Westerwijksestraat 18-22, vastgesteld op 19 maart 2015; • Bestemmingsplan Akkerstraat 5, vastgesteld op 18 mei 2017; • Omgevingsvergunning Beverakkers IV, wijziging typologie, vastgesteld op 23 januari 2018; • Bestemmingsplan Biestsestraat 89A, vastgesteld op 22 februari 2018. • Omgevingsvergunning Bosscheweg 1, vastgesteld op 22 oktober 2019; • Omgevingsvergunning Vossenhol 6, vastgesteld op 24 januari 2020;

Vigerende bestemmingsplannen kern Biest-Houtakker

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een actualisatie van bovengenoemd bestemmingsplannen tot één uitgewerkt plan: ‘Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker’.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|4

1.4

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: •

Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling.

•

Planregels: In de planregels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is.

•

Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de bestaande situatie omschreven, met onder andere daarin de ligging, de historie en de ruimtelijke opbouw. In het derde hoofdstuk wordt de toekomstige situatie beschreven. In het vierde hoofdstuk wordt het vigerend beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau uitgelicht. Vervolgens komen in hoofdstuk vijf de omgevingsaspecten aan bod. Onder omgevingsaspecten worden onder andere archeologie, bodemen luchtkwaliteit verstaan. Hoofdstuk zes geeft de juridische aspecten van het plangebied weer. Afgesloten wordt met hoofdstuk zeven waarin de uitvoerbaarheid ter sprake komt.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|5

2.

BESTAANDE SITUATIE

In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Eerst wordt de ruimtelijke structuur toegelicht. Vervolgens wordt de bestaande situatie van het plangebied toegelicht.

2.1

Ruimtelijke structuur

Biest-Houtakker is een dorp in de gemeente Hilvarenbeek en ligt binnen de provincie NoordBrabant. Het dorp Biest-Houtakker ligt in het noorden van het gemeentelijk grondgebied. De kern Biest-Houtakker is ontstaan uit de dorpen Biest en Houtakker. Tussen beide dorpen in is destijds een kerk gebouwd en sindsdien zijn de dorpen naar elkaar toe gegroeid. Doordat beide dorpen naar elkaar toe zijn gegroeid, is er geen sprake van een historisch centrum. De kerk kan beschouwd worden als het hart van het dorp. Rondom de kerk zijn tevens de basisschool en de enige horecavestiging die de kern rijk is te vinden. Biest-Houtakker wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door lintbebouwing aan de Biestsestraat en hieraan kruisende wegen, zoals de Akkerstraat en de Vossenhol. Deze linten bestaan uit een afwisseling van historische langgevelboerderijen, eenvoudige woningen van voor en na de oorlog, traditionele nieuwbouw, functiemenging en doorzichten naar het achterliggende landschap. Hierdoor kenmerken de linten zich door een divers bebouwingsbeeld. De dichtheid van het lint neemt hoe verder van de kerk steeds verder af. Ten zuidwesten van het lint de Biestsestraat ligt de uitbreidingswijk Beverakkers. Beverakkers is een planmatig opgezette woonwijk. Hierdoor wijkt Beverakkers af van de rest van Biest-Houtakker.

De wijk kenmerkt zich door een kleinschalige opzet met vrijstaande en geschakelde woningen in traditionele en eenvoudige architectuur

Ruimtelijke structuur kern Biest-Houtakker

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|6

2.2

Bestaande situatie

De kern Biest-Houtakker bestaat voornamelijk uit woningen, maar er komen ook andere functies voor, zoals (agrarische) bedrijvigheid, sport, horeca en maatschappelijke voorzieningen. In het plangebied zijn globaal de volgende gebieden te onderscheiden: oorspronkelijke lintbebouwing, bestaande woongebieden en sportvoorzieningen. Oorspronkelijke lintbebouwing Binnen het plangebied zijn meerdere functies aanwezig, waarbij de woonfunctie het meest voorkomt. De lintbebouwing kenmerkt zich door gevarieerde bebouwing met voornamelijk vrijstaande en twee aaneengebouwde woningen. In een aantal gevallen is een woning gecombineerd met een bedrijfsmatige activiteit of een beroep aan huis. Verder bevinden zich enkele centrumfuncties rondom de kerk. De Biestsestraat is de weg waarlangs de bebouwing is ontstaan en de meeste centrumfuncties een plaats hebben gekregen in het dorp. Er bevinden zich de volgende functies: • Enkele centrumvoorzieningen: een horecavestiging (restaurant), basisschool en een kerk; • Bedrijvigheid in de vorm van een enkele (kleinschalige) bedrijven; • Enkele agrarische bedrijfspercelen. Bestaande woongebieden De bestaande woongebieden zijn planmatige uitbreidingen. Het betreft hierbij het deel aan de zuidwestzijde van de kern Biest-Houtakker. Onder andere de uitbreiding Beverakkers IV maakt hier deel van uit.

Het woongebied bestaat voornamelijk uit (twee-)aaneengebouwde woningen. De structuur in het woongebied kenmerkt zich door rechthoekige straten met woonblokken van circa 5 tot 10 woningen aan weerszijde. De planmatige uitbreidingen vinden plaats in westelijke richting, waardoor de bouwjaren van de woningen richting het westen steeds recenter worden.

Ligging woongebieden Biest-Houtakker

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|7

De woningen zijn gebouwd in grotendeels dezelfde architectonische stijl met 1 of 2 bouwlagen en een kap parallel aan de weg. De bouwhoogtes variëren tussen de 9 meter aan de zijde richting de Biestsestraat en de 11 meter aan de zijde van Beverakkers IV. Sportvoorzieningen Langs de Gemeintsedijk bevinden zich alle sportvoorzieningen van het dorp. Er bevinden zich sportvoorzieningen in de vorm van voetbalvelden, tennisvelden en hierbij behorende ondersteunende horeca

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|8

3.

TOEKOMSTIGE SITUATIE

Onderliggend bestemmingsplan omvat het bebouwd gebied van de kern Biest-Houtakker en is vooral conserverend van aard. De vigerende bestemmingsregels worden in overeenstemming gebracht met het actuele ruimtelijke beleid en de feitelijke situatie. Daarbij ligt de nadruk op het behoud van de kenmerkende ruimtelijke structuur van de kern Biest-Houtakker. Tegelijk wordt er ruimte voor kwaliteitsverbetering gegeven. Er zijn geen grote ontwikkelingen die in onderhavig plan rechtstreeks mogelijk gemaakt worden. De omgevingsvergunningen die de afgelopen jaren zijn verleend worden in het plan geformaliseerd. Gesteld kan worden dat de uitvoerbaarheid van de inmiddels gerealiseerde (bouw)plannen reeds is aangetoond in de vergunning(en). In de toelichting zal hier derhalve niet verder op in gegaan worden. Voor een aantal locaties geldt dat er (kleinschalige) ontwikkelingen zijn of zijn geweest. De betreffende ontwikkelingen en aanpassingen worden in onderstaande tekst beschreven. Woningtypologieën Op enkele locaties komt de specifieke bouwaanduiding niet overeen met het werkelijk aanwezige woningtype. In de vigerende situatie zijn op woonpercelen meerdere en/of verkeerde woningtype(n) opgenomen. In onderhavig bestemmingsplan zullen de bouwaanduidingen ten behoeve van woningtypologieën overeenkomstig de feitelijke situatie worden ingetekend.

Hierbij worden de aanduidingen ‘vrijstaand’, ‘twee-aaneen’, ‘aaneengebouwd’ en ‘gestapeld’ aangehouden. Per feitelijk aanwezige woning is slechts één aanduiding mogelijk. Maatvoering maximaal aantal wooneenheden Op meerdere locaties, voornamelijk (recente) nieuwbouwgronden, is een maatvoering voor het maximaal aantal wooneenheden opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is het mogelijk nieuwe woningen te realiseren, mits het aangegeven aantal niet wordt overschreden. Op veel van de betreffende locaties zijn de beoogde woningen reeds gerealiseerd, waardoor de opgenomen maatvoering kan worden verwijderd/aangepast. Een voorbeeld zijn de gronden ter plaatse van de Antoniusstraat 24, 26 en 28. In de vigerende situatie is voor deze gronden de maatvoering ‘maximaal aantal wooneenheden: 3’ opgenomen. In de werkelijke situatie zijn de betreffende woningen reeds gebouwd, waardoor de maatvoering kan worden verwijderd. In onderhavig bestemmingsplan zullen de maatvoeringen ten behoeve van het maximaal aantal wooneenheden worden aangepast overeenkomstig de feitelijke situatie. Wijziging geldende planregels Enkele planologische regelingen in de vigerende ruimtelijke plannen sluiten niet (meer) aan op de doelen/wensen vanuit de gemeente. Hierdoor zijn enkele (kleinschalige) wijzigingen in de planologische mogelijkheden doorgevoerd.

Hierbij is geen sprake van een beperking in de ruimtelijke mogelijkheden ten opzichte van de vigerende situatie. Het gaat in dit geval om de volgende zaken: • In de vigerende situatie mag de diepte van het hoofdgebouw (bij elk woningtype) niet meer bedragen dan 13 meter. Middels een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken om een diepte toe te staan tot maximaal 17 meter. In onderhavig bestemmingsplan wordt een maximale diepte van 17 meter direct mogelijk gemaakt voor vrijstaande woningen. In praktijk blijkt namelijk dat er relatief veel aanvragen voor een grotere diepte binnenkomen bij dit woningtype. Voor overige woningtypes blijft de vigerende regeling van kracht. • De minimale inhoud van een woning (bedraagt 350 m3 in de vigerende situatie) is niet meer van toepassing. Deze regeling sluit niet aan bij de ambities en doelen van de gemeente om vraagstukken op het gebied van woningbouw op te lossen.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|9

•

Het bevoegd gezag willen middels een omgevingsvergunning mogelijk maken dat een (langgevel)boerderijen kan worden gesplitst waardoor een extra woning kan worden toegevoegd. Hiertoe is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen.

Bestemmingswijziging In enkele gevallen komt de vigerende bestemming niet overeen met het feitelijke gebruik en/of de systematiek van het bestemmingsplan. In deze gevallen is het wenselijk om de bestemming te wijzigen, waardoor beter wordt aangesloten op het feitelijke gebruik en/of de systematiek. Het gaat om (kleine) aanpassingen op de volgende locaties: • Kadastraal perceel gemeente Hilvarenbeek, sectie B, nummer 1421 o Ter plaatse van dit perceel (achter Biestsestraat 28) geldt in het vigerend bestemmingplan de bestemming ‘Maatschappelijk’. In de feitelijke situatie is uitsluitend een groenstrook met struikgewassen en bomen aanwezig. Hierdoor is de maatschappelijke bestemming niet representatief voor het bestaande gebruik. Zodoende wordt de bestemming ‘Maatschappelijke’ ter plaatse van dit perceel gewijzigd naar de bestemming ‘Groen’ om ongewenst gebruik te voorkomen. • Kadastraal perceel gemeente Hilvarenbeek, sectie C, nummer 4513 o Op dit perceel vigeert een agrarische bestemming. Ruimtelijk en functioneel gezien past de bestemming ‘Agrarisch’ niet op deze locatie. Deze gronden zijn momenteel in gebruik als groenstrook (gras en bomen). Dit perceel is op geen enkele manier gekoppeld aan een agrarische functie. Hierdoor is de bestemming op deze locatie gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Groen’.

• Beverstraat 2A (voorzijde) o Aan de voorzijde van het adres Beverstraat 2A is de bestemming ‘Groen’ opgenomen. De systematiek van alle bestemmingsplannen in de kern is echter om de woonbestemming door te trekken tot aan de weg. Daarbij is een op- en afrit van het erf aanwezig op deze groenbestemming, terwijl dit in feite niet is toegestaan binnen de bestemming ‘Groen’. Zodoende wordt de bestemming ‘Groen’ gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’ om aansluiting te zoeken bij de systematiek van alle bestemmingsplannen. Witte vlekken Binnen de bebouwde kern van Biest-Houtakker zijn in de vigerende situatie twee ‘witte vlekken’ aanwezig. De witte vlekken zijn gesitueerd aan de Bosscheweg en de Vossenhol (zie onderstaande afbeelding). Een witte vlek is een gebied waarbinnen geen bestemmingsplan of beheersverordening is opgenomen. Op deze locaties vigeert dus geen planologische regelgeving. De gronden binnen de witte vlekken worden gebruikt ten behoeve van woningen en wegverkeer. Deze gronden zijn in de bestaande situatie dus nog niet bestemd. Echter zijn op deze locaties in het verleden wel vergunningen verleend voor het toestaan van het huidige gebruik. In onderhavig bestemmingsplan zullen de woningen en weg bestemd worden overeenkomstig de feitelijke situatie en conform de verleende vergunning.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|10

Witte vlekken binnen de kern Biest-Houtakker

(Oppervlakte)maten voor bijgebouwen Op enkele percelen gaat het bijgebouw de ‘normale’ (oppervlakte)maten voor bijgebouwen bij woningen te boven. Dit zijn reeds bestaande bijgebouwen welke planologisch niet als onwenselijk worden beschouwd. Het gaat hierbij om voormalige bedrijfsgebouwen welke zijn blijven staan nadat het agrarisch bedrijf ter plaatse is gestopt. Om te voorkomen dat dergelijke bijgebouwen onder het overgangsrecht terecht komen, wordt hier een aparte regeling voor opgenomen. De betreffende bijgebouwen worden voorzien van de functieaanduiding ‘bijgebouwen’, waardoor de bestaande (oppervlakte)maat van het bijgebouw geldt als maximum. Situering bouwvlakken, gevellijnen en bestemmingsvlakken Op een aantal locaties is de ligging van het bouwvlak, aanduiding of bestemmingsvlak een punt van aandacht. De ligging in de vigerende situatie komt niet overeen met de werkelijke ligging van de hierbinnen bedoelde functie/bebouwing. In onderhavig bestemmingsplan zullen de bouwvlakken, gevellijnen en/of bestemmingsvlakken overeenkomstig de feitelijke situatie worden ingetekend. Het gaat om enkele (kleine) aanpassingen op de volgende adressen: • Bosscheweg 1: o In tegenstelling tot de toegestane diepte voor hoofdgebouwen is voor de locatie Bosscheweg 1 een vergunning verleend voor het bouwen van een woning van 20 meter lang.

Deze diepte wordt gewaarborgd middels een maatvoeringsaanduiding • Biestsestraat 42A: o De begrenzing van de loods aan de noordzijde sluit niet aan op het bouwvlak uit het vigerende bestemmingsplan; • Biestsestraat 53: o Een deel van de bebouwing behorende bij de woonbestemming aan de Biestsestraat 53 valt onder de bestemming ‘Groen’. Daarbij ligt een deel van de aanwezige verkeersweg tevens binnen de groenbestemming. In onderhavig bestemmingsplan zal de begrenzing ten behoeve van de woon-, groen- en verkeersbestemming worden aangepast overeenkomstig de feitelijke situatie. Deze wijziging maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar zorgt uitsluitend voor een passende aansluiting van de bestemmingsvlakken; • Biestsestraat 29: o De ligging van de garage behorende bij de Biestsestraat 29 en de vigerende voorgevelrooilijn sluiten niet aan op elkaar;

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|11

•

•

•

•

•

Biestsestraat 91: o De bouwaanduiding ‘vrijstaand’ valt deels over het perceel behorende bij Biestsestraat 89A, maar hier vigeert inmiddels het bestemmingsplan Biestsestraat 89a Biest-Houtakker. De bouwaanduiding behorende bij Biestsestraat is passend gemaakt aan het perceel behorende bij Biestsestraat 91 (kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie P, nummer 1364); Vossenhol 37: o De voorgevel van de vrijstaande woning komt in de vigerende situatie niet overeen met de opgenomen voorgevelrooilijn. De voorgevel wordt verplaatst op basis van de feitelijke ligging van de woning; Vossenhol 27a31: o In alle komplannen wordt op de verbeelding uniform maar één voorgevelrooilijn weergeven. Echter wordt voor deze locatie een ‘extra’ oost-west gevelrooilijn opgenomen (conform het eerder verleende projectbesluit) om te voorkomen dat er ongewenste en mogelijk zelfs verkeersonveilige situaties kunnen ontstaan. Gemeintsedijk 3: o Een deel van de (zuidzijde van de) bebouwing sluit in de vigerende situatie niet aan op het bouwvlak en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca – ondersteunende horeca’. Het bouwvlak en de aanduiding worden aangepast aan de feitelijke situatie; Gemeintsedijk 2: o Een deel van de (noordzijde van de) bebouwing sluit in de vigerende situatie niet aan op het bouwvlak en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca – ondersteunende horeca’.

Het bouwvlak en de aanduiding worden aangepast aan de feitelijke situatie.

Biestsestraat 55 Voor de locatie Biestsestraat 55 is op 3 februari 2025 een omgevingsvergunning verleend voor het voor het splitsen van het bestaande hoofdgebouw in twee woningen en het realiseren van drie woningen. De verleende omgevingsvergunning wordt doorvertaald in onderhavig bestemmingsplan. Beverstraat (ong.) Op de locatie aan de Beverstraat 3 is thans één vrijstaande woning gesitueerd. Het planvoornemen is om het perceel te splitsen en één vrijstaande woning toe te voegen in dezelfde rooilijn als de naastgelegen bestaande woning op het adres Beverstraat 3. De insteek van dit planvoornemen is om het bestaande bebouwingslint aan de Beverstraat verder aan te vullen middels het toevoegen van één woning. Hierbij worden de bestaande stedenbouwkundige waarden van deze straal behouden en versterkt. Rekening wordt gehouden met onder andere de goot- en bouwhoogte, de inhoud en de afstand tot de weg. De ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling is als Bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Biestsestraat 65 De locatie aan de Biestsestraat 65 heeft deels de enkelbestemming ‘Bedrijf’ toegekend gekregen, met bijbehorend bouwvlak, functieaanduiding en maatvoering aanduidingen. Indiener exploiteert op deze locatie momenteel een bedrijf gericht op de verhuur van units.

Het betreft een locatie in de kern, omgeven door burgerwoningen, waar nu in de praktijk ook vrachtwagens en units zijn gestald. Het planvoornemen is om het bedrijfsperceel te herbestemmen naar ‘Wonen’. Hiertoe is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld, welke als Bijlage 2 bij deze toelichting is opgenomen, waarin is aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|12

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan Met onderhavig conserverend bestemmingsplan zijn geen nationale belangen in het geding. Ten aanzien van de Nationale Omgevingsvisie zijn er geen bepalingen opgenomen in het bestemmingsplan Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden.

Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: • Project Mainportontwikkeling Rotterdam; • Kustfundament; • Grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • Defensie; • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|13

Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan Met onderhavig conserverend bestemmingsplan zijn geen nationale belangen in het geding. Ten aanzien van het Besluit algemene regel ruimtelijke ordening zijn er geen bepalingen opgenomen in het bestemmingsplan Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijk ordening (Bro) – de Ladder voor duurzame verstedelijking – geldt, voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is herzien en per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijk in werking getreden. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van het Bro gedefinieerd als: “een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”.

Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan Aangezien onderhavig bestemmingsplan conserverend van aard is (en voor zover nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de aanwezige ontwikkelingsruimte van functies betreft), is het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijk niet noodzakelijk. Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijn doelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgave.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|14

Het gaat om de volgende hoofdopgaven: • Hoofdopgave I: werken aan de Brabantse energietransitie; • Hoofdopgave II: werken aan een klimaatproof Brabant; • Hoofdopgave III: werken aan de slimme netwerkstad; • Hoofdopgave IV: werken aan een concurrerende, duurzame economie. Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, SVRO, PVVP). Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks thuis in de programma’s. De beleidsmatige uitganspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen.

Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve Omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De kern Biest-Houtakker valt volgens de Interim Omgevingsverordening (deels) onder de volgende gebieden: • Diep grondwaterlichaam (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); • Geen Attentiezone waterhuishouding (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); • Bescherming Natura 2000 (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Stalderingsgebied (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Verbod uitbreiding veehouderij (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Landelijke kern (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); • Stedelijk gebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); • Behoud en herstel van watersystemen (Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebied); • Attentiezone waterhuishouding (Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebied); • Reservering waterberging (Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming,

waterveiligheid en -berging) • Regionale waterberging (Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging) • Stalderingsgebied (Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen); NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|15

• •

Norm wateroverlast Stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid, -berging); Normen wateroverlast (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid, -berging).

Stedelijke gebied (art. 3.42) Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b) het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a) bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b) bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d) houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f) draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het actualiseren en consolideren van de vigerende bestemmingsplannen binnen de kern Biest-Houtakker. Hiermee maakt onderhavig bestemmingsplan in beginsel geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Voor zover nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de aanwezige ontwikkelingsruimte van functies.

Hierdoor is er sprake van een duurzame ontwikkeling en zorgvuldig ruimtegebruik. Door de actualisatie hoeven in de nabije toekomst geen (ongewenste) planologische wijzigingen plaats te vinden. Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied (art. 4.4) Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt binnen Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijke plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. Het plangebied is bestemd ten behoeve van de doeleinden bebouwing en hoofdinfrastructuur, waardoor rekening gehouden dient te worden met een norm van een overstromingskans op 1/100 per jaar. De normen drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit, ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De normering bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. De waterbeheerder geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van roerende en onroerende zaken. In paragraaf 5.9 wordt nader ingegaan op het aspect ‘water’.

Overige gebieden Het planvoornemen maakt niets mogelijk wat eventueel in strijd kan zijn met de overige gebieden. De overige gebieden waar het plangebied onder valt, vormen daarmee geen beperking op het planvoornemen.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|16

Daarnaast geldt bij het opstellen van een ruimtelijk plan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2). Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (artikel 3.5) Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6); De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7); Meerwaardecreatie (art. 3.8). Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing (binnen bestaande stedelijk gebied). Onderhavig bestemmingsplan is actualiserend en consoliderend van aard, waardoor in beginsel geen nieuwe bebouwing mogelijk wordt gemaakt. De planologische situatie wordt kloppend gemaakt met de werkelijke situatie. Zodoende kan gesproken worden van zorgvuldig ruimtegebruik.

Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening. Toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: -

De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (art. 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: -

De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor de regeling Kwaliteitsverbetering landschap niet noodzakelijk is. Het planvoornemen voorziet in de actualisatie en consolidatie van de vigerende bestemmingsplannen in de kern Biest-Houtakker. Hierdoor worden de planologische en werkelijke situatie op elkaar aangesloten en ontstaan hier geen (grotere) verschillen in. Dit zorgt voor een overzichtelijkere situatie omtrent de wensen en regelgeving op het ruimtelijk aspect.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|17

Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid

4.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Hilvarenbeek, 2010 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 25 februari 2010 de Structuurvisie Hilvarenbeek vastgesteld. Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Hilvarenbeek van belang zijn. Uiteraard wil de gemeente ontwikkelingen voorkomen die afbreuk doen aan de toekomst van de gemeente. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Bij sommige ontwikkelingen zal de gemeente zelf als initiatiefnemer fungeren, bij andere ontwikkelingen is de gemeente afhankelijk van initiatieven van derden, zoals ondernemers, woningcorporaties, instellingen en burgers. In de structuurvisie wordt eerst voor de gehele gemeente een visie gegeven met betrekking tot het ruimtelijke karakter, wonen en de woonomgeving, welzijn en voorzieningen, economie en werken en mobiliteit en bereikbaarheid. In de uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie zijn deze aspecten per kern beschreven. Het ruimtelijk karakter van de 6 dorpen en het buitengebied van de gemeente vormt een belangrijk onderdeel van een goede woon- en leefomgeving en daarmee van het woongenot in Hilvarenbeek. De gemeente ziet het behoud en beschermen van het ruimtelijk karakter als basisverantwoordelijkheid.

Voor het beoordelen van initiatieven van derden zijn de beleidsuitgangspunten uitgewerkt in toetsingscriteria per kern. De toetsingscriteria van de kern Biest-Houtakker zijn weergegeven in onderstaande afbeelding.

Zonering toetsingscriteria kern Biest-Houtakker

Centrumgebied Na de bouw van de kerk, zijn beide kernen naar elkaar gegroeid. Op dit knooppunt is een restaurant en de basisschool aanwezig. Door de realisatie van Beverakkers heeft het centrumgebied bovendien een centrale positie ingenomen binnen de ruimtelijke structuur van Biest-Houtakker. NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|18

Woongebied Omsloten door het verbindend lint, Biestsestraat, is Beverakkers gelegen. Beverakkers is een planmatig opgezette woonwijk. Hierdoor wijkt Beverakkers af van de rest van Biest-Houtakker. Met uitzondering van de aan huis gebonden beroepen is er binnen Beverakkers geen andere bedrijvigheid aanwezig. Verbindend lint De belangrijkste structuurdrager van Biest-Houtakker is de Biestsestraat. Dit lint dat de verbinding legt met de dorpen Diessen, Hilvarenbeek en Moergestel bestaat uit woningen en een klein aantal solitair gevestigde bedrijven. Op een tweetal plaatsen aan het lint zijn nog enkele waardevolle zichtlocaties op het buitengebied aanwezig. Deze zichtlocaties zijn onbebouwde delen in het lint nabij het kruispunt met de Akkerstraat en het Spruitenstroompje. Landschapsverbinder Biest-Houtakker kent drie linten die haaks zijn gelegen op de Biestsestraat. Deze linten zijn de Bosscheweg, Akkerstraat en Vossenhol. De oorspronkelijke functies van deze linten wijken af van die van de Biestsestraat. De Bosscheweg is een oude handelsroute met Den Bosch, De Akkersstraat diende voor de ontginning en gebruik van het agrarisch landschap. Aan het Vossenhol zijn de eerste nederzettingen gelegen voor het gebruik van de houtakker. De drie linten hebben hierdoor, meer dan Biestsestraat een relatie met het landschap.

Dit verschil tussen Biestsestraat en de landschapsverbinders van Biest-Houtakker is nog steeds in grote mate aanwezig. Aan de Landschapsverbinders worden drie woningbouwinitiatieven gerealiseerd. Deze zijn op de kaart aangeduid. Sportvelden Biest-Houtakker beschikt als kleine kern over een eigen sportterrein. Op het terrein is het dorpshuis “De Gemeynt” aanwezig. De gemeente voorziet geen initiatieven waarvoor nadere toetsingcriteria nodig zijn. Bedrijventerrein “Klein Westerwijksestraat” Aan de noordzijde van Biest-Houtakker op de hoek van de Klein Westerwijksestraat en de Biestsestraat is een clustering van bedrijven aanwezig. Deze locatie is op de overgang van de kern met het landschap gelegen. Zoeklocatie nieuwe ontwikkeling Deze zones zijn afkomstig uit het uitwerkingsplan Hilvarenbeek-Oisterwijk van de provincie NoordBrabant van 21 december 2004. In deze uitwerking van het streekplan zijn deze gebieden benoemd als "transformatie afweegbaar". De gemeente Hilvarenbeek zal de lokale behoefte aan nieuwe bedrijfsterreinen en woongebieden continu blijven onderzoeken. Op het moment dat na intensivering van bestaande bedrijfsterreinen behoefte is aan nieuwe bedrijfsterreinen zal hiervoor binnen het zoekgebied een nieuwe terrein worden aangelegd.

Ontwikkellocatie Pilot Biest-Houtakker In 2002 heeft de provincie Noord-Brabant aan de gemeente Hilvarenbeek op basis van de structuurvisie Biest-Houtakker de zogenaamde Pilot Biest-Houtakker toegekend tot 1 januari 2007. De pilot bood de ruimte voor ontwikkelingen binnen een afgesproken contour zonder de voorwaarde van een maximaal bouwprogramma, waarbij ruimtelijke en sociale aspecten uitgangspunt zijn. De als zodanig op de kaart aangegeven locaties zijn/worden ontwikkeld vanuit de pilot. Concreet zijn er op de locaties agrarische bedrijven gesaneerd/verplaatst door de inzet van woningbouw ter compensatie.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|19

Toetsing Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de actualisering en consolidatie van de vigerende bestemmingsplannen binnen de kern Biest-Houtakker. Zodoende leidt het bestemmingsplan in beginsel niet tot nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. In enkele uitzonderingsgevallen wordt de planologische situatie kloppend gemaakt met de werkelijke situatie, aangezien de vigerende bestemmingsplannen op sommige locaties zijn verouderd. De gemeente ziet het behoud en beschermen van het ruimtelijk karakter als basisverantwoordelijkheid. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de regelgeving aangepast op het daadwerkelijke gebruik, waardoor niet direct nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Het ruimtelijk karakter, zoals aangegeven in de toetsingscriteria, blijft behouden. Hierdoor kan gesteld worden dat het voornemen niet in strijd is met de toetsingscriteria van één of meerdere zoekgebieden. Woonvisie 2020-2030 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 5 juni 2019 de Woonvisie 2020-2030 vastgesteld. De gemeente Hilvarenbeek blijkt een aantrekkelijke gemeente te zijn om te wonen. De woningvraag is daardoor groter dan het aanbod. Door de economische groei en lage rentestand is het aantrekkelijk geworden om te verhuizen. Er is daardoor een grote vraag naar woningen. De bouwproductie blijft hierbij nog achter.

De provincie Noord-Brabant gaat er vanuit dat met name de komende tien jaar de woningbehoefte nog zal toenemen (voor Hilvarenbeek ongeveer +500 woningen). Daarbij wordt er van uitgegaan dat het aantal vestigers en vertrekkers in de gemeente elkaar in evenwicht houden. De praktijk van de laatste jaren is echter dat de gemeente Hilvarenbeek met een sterk vestigingsoverschot te maken heeft. Dit zorgt voor een toenemende druk op de woningmarkt. De afgelopen jaren zijn er veel woningbouwinitiatieven bij de gemeente binnengekomen die in meer of mindere mate inspelen op deze woonwensen. Hierbij gaat het vaak om plannen voor inbreidingslocaties. Door deze plannen te ontwikkelen kan in een substantieel deel van de kwalitatieve woningvraag van woningen worden voorzien. Het is niet reëel om uit te gaan van alleen de lokale woningvraag. Er zal meer gebouwd moeten worden om zowel vestigers als eigen inwoners van voldoende woningaanbod te voorzien. Alleen dan kan het gevarieerde woningaanbod gecreëerd worden waarbij voor iedere doelgroep een woning binnen de gemeente te vinden is. Dit betekent dat de gemeente Hilvarenbeek de komende jaren meer ruimte wil geven voor woningbouw.

Ten behoeve van de gestelde doelen in de Woonvisie heeft de gemeente Hilvarenbeek enkele maatregelen opgesteld: • In elke kern van de gemeente moet ruimte zijn voor woningbouw om in te spelen op de woningbehoefte (mits aantoonbaar) en kernen leefbaar en vitaal te houden; • Om in te kunnen spelen op de grote woningvraag worden de plannen vooral getoetst op hun bijdrage aan de kwalitatieve opgaven binnen de gemeente. Met de provincie en regiogemeenten wordt overleg gevoerd over de woningbouwopgave om tot zorgvuldig ruimtegebruik te komen; • De gemeente biedt ruimte om (waar mogelijk en passend bij de woonomgeving) woningbouw op inbreidingslocaties en (waar nodig om te voorzien in de behoefte en behoud van het woonmilieu) woningbouw op aan de randen van onze kernen te realiseren. Het afronden van Gelderakkers II vormt een belangrijk onderdeel in het bewerkstelligen van deze ambitie; • Nieuwe woningbouwinitiatieven worden kwalitatief getoetst aan de beoordelingscriteria.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|20

Toetsing Onderhavig bestemmingsplan betreft een actualisatie van de vigerende bestemmingsplannen. Nieuwe woningbouwontwikkelingen worden niet mogelijk gemaakt en de bestaande woningen blijven behouden. Zodoende zijn de opgestelde maatregelen niet van toepassing op onderhavig plan. Gemeentelijk Verkeersplan 2013-2022 Op 21 maart 2013 is het Gemeentelijk Verkeersplan 2013-2022 door de gemeenteraad vastgesteld. In het Gemeentelijk Verkeersplan staat het gemeentelijk verkeersbeleid beschreven voor de periode 2013 – 2022. Dit beleid gaat over verkeersveiligheid, parkeren, fiets en openbaar vervoer. Met aandacht voor verkeersveiligheid en leefbaarheid wordt er ingezet op een goede bereikbaarheid van de kernen onderling en naar het hoofdwegennet. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is er aandacht voor de bereikbaarheid en een goede afwikkeling van het (eventuele) extra verkeer over de bestaande wegen. Kader hiervoor is CROW publicatie 317, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Ruimtelijke ontwikkelingen worden beoordeeld op verkeersveiligheidsaspecten, zodat tijdig maatregelen hiervoor getroffen kunnen worden. De beoordeling van planologische wijzigingen gebeurt op basis van de rekenmethode (parkeerbalans) uit de parkeernormennota.

Het college kan hiervan afwijken, indien bijvoorbeeld de parkeerbehoefte niet op eigen terrein opgelost kan worden en in de openbare ruimte voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Toetsing Om te zorgen dat bij toekomstige regelingen voldaan worden aan het Gemeentelijk Verkeerplan, wordt een algemene regel opgenomen om het benodigd aantal parkeerplaatsen te waarborgen. Het bestemmingsplan is hierdoor in lijn met het beleid, zoals opgenomen in het Gemeentelijk Verkeersplan. Archeologiebeleid gemeente Hilvarenbeek De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied.

Hierdoor is het beleid met name ook geschikt om de archeologische waarden in bestemmingsplannen te borgen. In onderstaande tabel zijn de ondergrenzen die de gemeente Hilvarenbeek hanteert samengevat. Wanneer de ontwikkelingen de ondergrenzen niet overschrijden, is er vanuit archeologisch oogpunt geen bezwaar om een (omgevings)vergunning te verlenen of de bestemming van de gronden te wijzigen. Er hoeft dan ook geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer de ondergrenzen wél worden overschreden, dienen de plannen te worden aangepast of zal de initiatiefnemer een archeologisch onderzoek moeten laten uitvoeren.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|21

De ondergrenzen zijn juridisch gewaarborgd middels archeologische dubbelbestemmingen. Hierin is onderscheid gemaakt tussen Waarde – Archeologie 1 tot en met 4. De dubbelbestemming wordt bepaald aan de hand van de opgestelde ondergrenzen. Terreinen van hoge archeologische waarde (AMK-terrein) komen uitsluitend voor in het buitengebied en niet in de kernen van Hilvarenbeek. Zodoende is de historische kern opgenomen als Waarde – Archeologie 1. Waarde – Archeologie 1: Waarde – Archeologie 2: Waarde – Archeologie 3: Waarde – Archeologie 4:

Categorie 2 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 5 & Categorie 6

In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op archeologie in het plangebied. Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|22

5.

OMGEVINGSASPECTEN

De ontwikkelingen in het plangebied worden afgestemd op het overheidsbeleid zoals beschreven in hoofdstuk drie. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met de aanwezige functies in en rond het plangebied. Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan is dat zo een goede omgevingssituatie ontstaat. In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden, die voortvloeien uit de omgevingsaspecten, beschreven.

5.1

Archeologie

Beleid Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van de Wamz zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.

Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk beleid De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|23

Uitsnede archeologische beleidskaart, plangebied zwart omlijnd

Plangebied Volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek zijn in de kern BiestHoutakker archeologische verwachtingswaarden aanwezig variërend van categorie 2 tot en met categorie 7. Wat betreft de archeologische waarden wordt in dit bestemmingsplan rekening gehouden met het archeologische beleid van de gemeente Hilvarenbeek. Dit resulteert in vier dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ tot en met ‘Waarde – Archeologie 4’ vanuit het thema ‘archeologie’. Daarbij is de onderverdeling gehanteerd zoals beschreven in paragraaf 3.3 Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Geconcludeerd kan worden dat de uitvoerbaarheid op het gebied van archeologie niet in het geding is.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|24

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Beleid De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een indicatieve richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten opgenomen. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstanden volgens de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

t.o.v. rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter 1.500 meter

t.o.v. gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter

De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Plangebied Bij de bedrijvigheid in het plangebied van onderhavig bestemmingsplan gaat het vooral om kleinschalige ambachtelijk activiteiten uit milieucategorie 1 en 2. Veelal worden deze gecombineerd met een woonfunctie. Ook voorzieningen als een basisschool of een horecagelegenheid hebben een milieuzone. Hierbij is sprake van functies met maximaal milieucategorie 1 of 2 en een grootste richtafstand van 10 meter of 30 meter. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe bedrijfsactiviteiten mogelijk. Andersom worden er ook geen nieuwe gevoelige functies mogelijk gemaakt waarvoor getoetst dient te worden aan de richtafstanden uit de VNG-brochure voor omliggende bedrijven. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-VG01

Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker

|25

5.3

Bodemkwaliteit

Beleid Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Dat wil zeggen: een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu, én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of de aanleg van wegen. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (2008) moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of een herinrichting mogelijk is moet ten minste een verkennend bodemonderzoek worden verricht. Vanaf 1 oktober 2019 is het tevens verplicht de PFAS-waarde in de bodem te onderzoeken, voordat gestart kan worden met grondverzet en/of kavelverkoop. PFAS is de verzamelnaam voor de stoffen PFOA, PFOS en GenX en wordt gezien als een zeer zorgwekkende stof (ZZS). Deze verplichting houdt in dat er geen grond vervoerd mag worden als de PFAS-waarde niet bekend is. Plangebied In het plangebied is de bodem in het verleden op enkele plaatsen onderzocht. Dit was in veel gevallen naar aanleiding van een concrete ontwikkeling. Bij ontwikkelingen, ook op perceelsniveau, is het van belang om te achterhalen of sprake is van bodemverontreiniging. Bij nieuwe ontwikkelingen is het dan ook noodzakelijk om te overwegen of een verkennend bodemonderzoek nodig.

Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Geconcludeerd kan worden dat de uitvoerbaarheid op het gebied van bodemkwaliteit niet in het geding is. Een verkennend bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht, aangezien geen nieuwe ontwikkelingen rechtstreeks mogelijk worden gemaakt waarbij bodemingrepen plaatsvinden. Indien bij toekomstige ontwikkelingen sprake is van grondverzet en/of kavelverkoop dient de PFASwaarde in de bodem alsnog onderzocht te worden. Voor onderhavig bestemmingsplan is dit vanwege de conserverende aard niet van toepassing. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

5.4

Cultuurhistorie

Beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14331739/1