CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

13 vvgb Julianastraat 37-39 (5 ruimtelijke onderbouwing)

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot verlening van een vvgb voor Julianastraat 37-39.9.899 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.11 Externe veiligheid In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient zorg gedragen te worden dat er een scheiding in acht genomen wordt tussen kwetsbare objecten (zoals woningen) en risicoveroorzakende bedrijven en/of transportassen. De Risicokaart van de Provincie Noord-Brabant laat zien dat de locatie niet ligt binnen de invloedsfeer van objecten waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt. De dichtstbijzijnde risicovolle objecten liggen op 600 meter afstand (figuur 17). Ook is er geen sprake van buisleidingen met een toetsingszone. Geconcludeerd kan worden dat het voornemen niet binnen de plaatsgebonden risicocontour en/of het invloedsgebied van het groepsrisico van een risicovolle activiteit is gelegen. Uit onderzoek uit 2018 in het kader van het ‘project vervoer gevaarlijke stoffen’ door de OMWB blijkt dat het initiatief binnen het invloedsgebied valt van de transportbewegingen met gevaarlijke stoffen die over de Julianastraat (N395) te verwachten zijn. Volgens deze inventarisatie vinden er ter hoogte van het plangebied 8 transporten van brandbare gassen (stofgroep GF3) per jaar plaats. Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van deze weg ligt moet het groepsrisico worden verantwoord.

Ruimtelijke onderbouwing “Julianastraat 37-39 Diessen” - 29

Figuur 17. Uitsnede risicokaart (plangebied is blauwe ster)

Volgens de kaart met de zone-indeling bij de standaard verantwoording groepsrisico van de gemeente Hilvarenbeek ligt het plangebied in de blauwe zone. Binnen deze zone kan zowel een standaard- als maatwerkverantwoording van toepassing zijn. Omdat het plangebied binnen 200 meter van deze weg ligt moet daarbij ook worden getoetst aan artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waaruit volgt of sprake is van een beperkte of uitgebreide verantwoordingplicht. Deze toetsing vindt onderstaand plaats met behulp van de vuistregels uit de Handleiding Risicoberekening Transport (RIVM, 2017). Het gaat in dit geval om een weg binnen de bebouwde kom (50 km/uur). De personendichtheid in het plangebied wordt geschat op circa 100 per hectare (12 appartementen maal 2 personen gedeeld door oppervlakte plangebied van 2.275 m²). Type Plaatsgebonden risico Groepsrisico, oriëntatiewaarde

Vuistregel Een weg binnen de bebouwde kom heeft geen 10-5-contour. Een weg binnen de bebouwde kom heeft geen 10-6-contour. Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe. Wanneer GF3 minder is dan 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-8 (eenzijdige bebouwing) of 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-9 (2-zijdige bebouwing) wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.

Toepassing Binnen de bebouwde kom, geen 10-5contour Binnen de bebouwde kom, geen 10-6contour Alleen GF3, niet van toepassing

Tweezijdig bebouwd, afstand tot de as van de weg 10 meter, personendichtheid per hectare 100, drempelwaarde 290. GF3 = 8, ruim onder 10x drempelwaarde, geen overschrijding groepsrisico

Ruimtelijke onderbouwing “Julianastraat 37-39 Diessen” - 30

Groepsrisico, 10% van de oriëntatiewaarde

Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe. Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in Tabel 1-8 (een-zijdige bebouwing) of in Tabel 1-9 (2-zijdige bebouwing) wordt 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden.

Alleen GF3, niet van toepassing

Tweezijdig bebouwd, afstand tot de as van de weg 10 meter, personendichtheid per hectare 100, drempelwaarde 290. GF3 = 8, ruim onder drempelwaarde, geen overschrijding 10% van de oriëntatiewaarde.

Uit de toepassing van de vuistregels blijkt dat een beperkte verantwoordingplicht op basis van Bevt geldt. Er is sprake van zelfredzame personen, zodat een standaard verantwoording voldoende is. De standaardverantwoording is als aparte bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning opgenomen.

4.12 Kabels en leidingen De omgeving is aangesloten op gangbare nutsvoorzieningen (riolering, gas, water en elektra). De nieuwbouw wordt aangesloten op de bestaande infrastructuur. Hiervoor hoeven geen structurele aanpassingen plaats te vinden.

4.13 M.e.r.-plicht? Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, is het opstellen van een MER nodig. In de toets dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. De enig mogelijke relevante activiteit in lijst D van het Besluit m.e.r. is de (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject (categorie 11.2). De aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen een rol bij de beoordeling of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. In het plangebied wordt het programma van 2 extra woningen en lichte bedrijfsmatige activiteiten tot een maximum van 590 m² bvo (2x 170 en 250) vervangen door een programma van 11 extra wooneenheden, aansluitend op de woningbehoefte. De drempelwaarden in het Besluit m.e.r. gaan uit van 2.000 of meer woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het onderhavige initiatief beslaat in omvang slechts een fractie van de drempelwaarde. Ook de aard van het initiatief (wonen) geeft geen aanleiding tot het opstellen van een MER.

Uit jurisprudentie blijkt dan ook dat er in zo’n geval geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject en dat het opstellen van een m.e.r.-beoordeling nodig is.

Ruimtelijke onderbouwing “Julianastraat 37-39 Diessen” - 31

H5. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De ontwikkeling wordt geheel op risico van de initiatiefnemer aangegaan en is daarmee een volledig particulier initiatief. Het plangebied is volledig in eigendom van de initiatiefnemer Tussen de gemeente Hilvarenbeek en de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten waarmee het kostenverhaal is verzekerd. Tevens zijn afdoende afspraken gemaakt over de inrichting van het gebied, zodat geen aanvullende eisen nodig zijn, die in een exploitatieplan moeten worden vastgelegd. Geconcludeerd kan worden dat de economische uitvoerbaarheid in voldoende mate is verzekerd.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deze ruimtelijke onderbouwing maakt deel uit van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. Op basis van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ruimtelijke onderbouwing in vooroverleg gezonden naar de provincie Noord-Brabant, het waterschap en de veiligheidsregio.

Ruimtelijke onderbouwing “Julianastraat 37-39 Diessen” - 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10871574/1