13 bestemmingsplan Roovert 3B, Hilvarenbeek (5a Bijlage 9 bij de toelichting Selectiebesluit proefsleuvenonderzoek)
Tekst van het document
Beoordeling en advies archeologisch onderzoeksrapport Rapport Versie rapport Onderzoeksbureau
Hilvarenbeek Roovertse schuur Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) 2.0 Februari 2023 BAAC
Adres, telefoon, e-mail
Auteur(s) Opdrachtgever
dr. P.S. Kubistal I. Van Haren
Adres, telefoon, e-mail
Contactpersoon namens opdrachtgever Op verzoek van bevoegd gezag beoordeeld door Monumentenhuis Brabant d.d. Voorziene ontwikkeling
Karlijn Kersten MA MSc Adviseur archeologie 23 augustus 2023 Gedeeltelijke herbouw van boerderij.
(Aanleiding onderzoek) Diepte en oppervlakte voorziene bodemverstoring; indien beschikbaar: bouwtekeningen
Gemeentelijk beleid
Archeologisch verwachtingsmodel
Volgens de beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek ligt de locatie Roovertse schuur op de grens van een hoge verwachtingszone. Deze hoge verwachting is gerelateerd aan het verwachte bodemtype, hoge zwarte enkeerdgronden. De grens van de hoge zwarte enkeerdgronden loopt precies door de locatie Roovertse schuur. Hierdoor geldt voor de westelijke helft van deze locatie een hoge archeologische verwachting voor alle perioden en voor de oostelijke helft enkel een hoge verwachting voor vindplaatsen van jagersverzamelaars. Voor de jongere perioden geldt voor de oostelijke helft een lageverwachting. De oorspronkelijke boerderij is voor het eerst te zien op historische kaarten uit het begin van de 19e eeuw. Mogelijk zijn hiervan nog resten in de bodem aanwezig. Daarom geldt een hoge verwachting voor resten van deze boerderij. Gezien de ligging nabij een beekdal was het gebied mogelijk aantrekkelijk voor jager-verzamelaars. Daarom geldt een hoge verwachting voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. Voor de middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting gezien de nabijheid van de laatmiddeleeuwse buurtschappen Gorp en Roovert. Vondsten worden vanaf het maaiveld verwacht.
Toetsing verwachtingsmodel (Beantwoording onderzoeksvragen)
Conclusies rapport
Advies onderzoeksbureau
Advies gemeentelijk adviseur
Op basis van de onderzoekresultaten kan worden gesteld dat zich binnen het plangebied een archeologische vindplaats bevindt: teweten een niet opgehoogde, individuele huisplaats. Bij het onderzoek zijn overblijfselen gevonden van de in het jaar 1929 afgebrande langgevelboerderij. Op basis van de ruimtelijke ligging van de aangetroffen sporen kan het oppervlak van het gebouw gereconstrueerd worden op 22 bij 8,55 meter. De exacte datering van de gebouwresten kon niet vastgesteld worden, omdat vondstmateriaal ontbreekt. Het advies van BAAC is om vindplaats 1 te beschermen middels behoud in situ. en indien dit niet mogelijk is door behoud ex situ door middel van een opgraving. Naar redelijke inschatting is behoud in situ van de vindplaats niet mogelijk vanwege de (her)bouwplannen. Van het door het onderzoeksbureau gegeven selectieadvies, vervolgonderzoek te doen uitvoeren in de vorm van een opgraving, wordt echter afgeweken want het plangebied is in 2013 reeds vrijgegeven omdat op dezelfde plek zal worden gebouwd als waar de oorspronkelijke boerderij heeft gestaan, waardoor geen sprake is van een mogelijke verstoring van het archeologische bodemarchief. Formeel hoeft er dan ook nu geen vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving plaats te vinden. Om de contour van de oorspronkelijke boerderij volledig te achterhalen is een opgraving overigens wel aan te bevelen.
Monumentenhuis Brabant adviseert dat het omschreven gebied wordt vrijgegeven voor de voorziene planontwikkeling en (bouw)vergunning wordt verleend door de Gemeente Hilvarenbeek onder voorwaarde, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (tel. 06-18303225). Voorliggend archeologisch concept-rapport kan door het onderzoeksbureau definitief worden gemaakt met inachtneming van de hieronder door het Monumentenhuis Brabant aangegeven opmerkingen.
Opmerkingen en suggesties
Is ook gekeken naar de kadastrale hulpkaarten? Op de hulpkaart van 1931 is de inkorting ingetekend. Op basis daarvan zou de oorspronkelijke lengte van de boerderij ook uitgerekend kunnen worden. Ik neem aan dat ook de bouwtekening van de inkorting destijds gebruikt wordt bij het bepalen van de oorspronkelijke afmetingen.