CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Bestemmingsplan Biestsestraat 120-122 (4a bijlage 6 bij toelichting - Quickscan flora en fauna)

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Biestsestraat 120-122”.7.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan Flora en Fauna

Biestsestraat 120-122, Biest-Houthakker.

Pagina 1 van 21

QuickScan Flora en Fauna Opdrachtgever:

Van Doormaal Advies B.V. Dhr. van Doormaal Meiraap 2B 5087 CS Diessen 06-22357862 bas@vandoormaaladvies.nl

Locatie:

Biestsestraat 120-122 5084 HV Biest-Houtakker

Opdrachtnemer:

RKS Advies V.o.f. Airborneweg 43 5691 PS Son 0413-475450 info@rks-advies.nl

Projectnummer: Versienummer: Status rapport: Datum inspectie: Datum rapport:

2021258 1 Eindrapport 18-01-2023 24-01-2023

Uitvoerder: Collegiale check:

J.J.M. Rooijakkers A.E.F. Rooijakkers – van de Laar

Paraaf:

Pagina 2 van 21

Inhoudsopgave QuickScan Flora en Fauna 1.

Inleiding

4

2.

Nationale natuurwetgeving

6

2.1 Gebiedsbescherming

6

2.2 Soorten bescherming

7

2.3 Houtopstanden

9

3.

Bronnenonderzoek

10

4.

Veldonderzoek

11

5.

Samenvatting

19

6.

Conclusie

20

7.

Werkwijze en aansprakelijkheid

21

8.

Geraadpleegde bronnen en websites

21

Bijlage: Natura 2000 gebieden Bijlage: Natuurnetwerk Nederland Bijlage: Nationale Databank Flora en Fauna Bijlage: Vrijgestelde soorten per provincie Bijlage: Ruimtelijke plannen Bijlage: Foto’s Bijlage: Certificaat controleur Bijlage: Certificaat inspecteur

Pagina 3 van 21

1. Inleiding Beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling op de locatie:

Aanleiding onderzoek: De projectlocatie is gelegen aan de Biestsestraat 120-122 te Biest-Houthakker. Op de locatie is gesitueerd een woonboerderij bestaande uit twee woongedeeltes en een viertal bijgebouwen. Geplande activiteiten: doelstelling is de planlocatie te herbestemmen van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Op de Biestsestraat 122 zullen twee voormalige bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 380 m2 worden gesloopt. Op dit perceel wordt een garage met carport gebouwd en op het achtererf zal een bijgebouw worden gerealiseerd dat betrokken zal worden als zogenaamde pré -mantelzorgwoning. Verder wordt een gedeelte van laatstgenoemd gebouw ook gebruikt voor opslag. Op het perceel aan de Biestsestraat 120 wordt een tweetal bijgebouwen met een gezamenlijke omvang van circa 180 m2 behouden. Tevens wordt voorzien in een zorgvuldige en adequate landschappelijke inpassing en vindt er een aanmerkelijke kwaliteitsverbetering van het landschap plaats middels de herbestemming van gronden binnen de planlocatie naar groen (circa 170 m2) en natuur. Bij de geplande activiteiten/ ruimtelijke ontwikkelingen dient men in het kader van de Wet natuurbescherming met de in deze wet als beschermd aangeduide soorten rekening te houden.

Indien de uitvoering van de activiteiten leidt tot overtreding van verbodsbepalingen betreffende deze beschermende soorten dient men een vrijstelling of ontheffing aan te vragen bij het daarvoor bevoegde gezag. Deze QuickScan is een inventarisatie van de actuele aanwezigheid van beschermde soorten Flora en Fauna in- en om de projectlocatie. Tevens worden de te verwachten effecten van de activiteiten op de projectlocatie beoordeelt.

Pagina 4 van 21

Locatie: De projectlocatie is gelegen buiten de bebouwde kom in het buitengebied van Biest-Houthakker, in de gemeente Hilvarenbeek, in een open gebied met weilanden en akkers met voornamelijk agrarische activiteiten. De projectlocatie ligt aan de Biestsestraat die ter plekke overgaat in de Heuvelstraat, deze twee wegen verbinden Biest-Houthakker met Vinkelberg, een buurtschap in de gemeente Oisterwijk ten zuiden van Moergestel. De omgeving kenmerkt zich als een bebouwingslint waar men burgerwoningen vindt afgewisseld met agrarische en niet agrarische activiteiten. De projectlocatie ligt 300 meter ten oosten van het Wilhelminakanaal. Circa 2 kilometer ten noordwesten van de projectlocatie gaat het landelijke open gebied van weilanden en akkers over in een meer bosrijke omgeving die richting het zuiden loopt tot het Wilhelminakanaal en noordelijk grens aan Natura 2000 gebied Kampina en Oisterwijkse vennen. Ruim een kilometer ten zuidwesten van de projectlocatie vinden we het dal van de Reusel met haar kenmerkende beemdgebieden.

Onderzoeksmethodiek: Het onderzoek bestaat uit een gedeelte veldonderzoek en een gedeelte bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van een geschikte leefomgeving en de te verwachten beschermde soorten op en nabij de geïnventariseerde locatie. Op 18 januari 2023 is van 10.00 tot 12.00 uur de projectlocatie bezocht en beoordeeld of op basis van de aanwezige leefomgeving beschermde soorten aanwezig zijn. De weersomstandigheden waren redelijk: het was droog, half bewolkt, -1 graden en er stond een zuid-westen wind; windkracht 4,2 m/s. Verder is aan de hand van literatuurstudie en de ervaring van de uitvoerder van de QuickScan nagegaan welke beschermde soorten er voor kunnen komen op de projectlocatie. Bij de Provincie Noord Brabant zijn gegevens betreffende de gebiedsbescherming bestudeerd. Verdere actuele gegevens van Flora en Fauna zijn opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).

Pagina 5 van 21

2.

Nationale natuurwetgeving

De bescherming van de natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wet- en regelgeving, geïmplementeerd vanuit de Europese wetgeving. De Wet natuurbescherming richt zich op behoud en herstel van de biodiversiteit en de daarvoor noodzakelijke leefgebieden. De doelstelling van de wet bestaat uit 3 onderdelen: ✓ Behouden en herstellen van de biodiversiteit. ✓ Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies. ✓ Samenhangend beleid gericht op het behoud van landschappen, ter vervulling van maatschappelijke functies.

Zorgplicht: In de Wet natuurbescherming is de zorgplicht opgenomen. Ingrepen mogen in het kader van deze zorgplicht geen nadelige gevolgen hebben voor beschermde gebieden en alle in het wild levende Flora en Fauna en hun leefomgeving.

2.1 Gebiedsbescherming Van belang is het effect van de geplande activiteiten in het betreffende, eventueel beschermde gebied, of een gebied in de nabijheid hiervan. Het betreft in deze de Natura 2000, gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland en overige aangewezen gebieden met natuurlijke en landschappelijke waarden.

Natura 2000 gebieden: Natura 2000 gebieden is de omschrijving van een Europese keten van natuurgebieden met hun specifieke Flora en Fauna gezien vanuit Europees oogpunt en regelgeving. Met deze Natura 2000 opzet wil men Flora en Fauna op een duurzame manier bescherming bieden. Nederland heeft 164 Natura 2000 gebieden aangewezen op basis van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die aangewezen zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Doel is het behoud van de biodiversiteit. Uitgevoerde ruimtelijke ontwikkelingen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhouding van deze Natura 2000 gebieden. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als gevolg van de op de projectlocatie geplande activiteiten zijn gezien de afstand niet te verwachten. Voor verdere effecten van de geplande ruimtelijke ontwikkeling heeft hier, zover van toepassing, afzonderlijk van deze rapportage een toetsing plaatsgevonden. In deze QuickScan wordt op deze toetsing verder niet ingegaan.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlandse Netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincie heeft de taak om dit netwerk natuurgebieden met het omringende agrarische landschap te verbinden. De uitvoering hiervan ligt voornamelijk in provinciale ruimtelijke verordeningen.

Overige gebieden met natuur- en landschappelijke waarden Het betreft hier bijzondere provinciale natuurgebieden; bijzondere provinciale landschappen of nationale parken. Tevens valt hier onder het bijzonder nationaal gebied, het voorstadium van een natura 2000 gebied. De bescherming van deze gebieden vind eveneens plaats via het ruimtelijk spoor.

Pagina 6 van 21

2.2 Soorten bescherming In deze QuickScan wordt in beeld gebracht of er potentiële vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of ingrepen verstorend zijn en of er een eventueel noodzakelijk nader onderzoek dient te worden uitgevoerd. De Wet natuurbescherming kent, ter bescherming van soorten, 3 beschermingsregimes. Deze zijn gebaseerd op internationale verdragen aangevuld met soorten die vanuit Nationaal oogpunt beschermd worden. ✓ A. (artikel 3.1) Beschermingsregime soorten vanuit de Vogelrichtlijn; ✓ B. (artikel 3.5) Beschermingsregime soorten vanuit de Habitatrichtlijn; ✓ C. (artikel 3.10) Beschermingsregime onder soorten (geen Europese verplichting ter bescherming).

A. Bescherming vanuit de Vogelrichtlijn Dit betreft alle van nature in het wild levende vogels in Nederland. Het is verboden om: ✓ opzettelijk vogels te doden of te vangen; ✓ opzettelijk vogelnesten, vogelrustplaatsen, vogeleieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; ✓ eieren van vogels te rapen of te bezitten; ✓ opzettelijk vogels te verstoren, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

B. Bescherming vanuit de Habitatrichtlijn Dit betreft alle soorten genoemd in de bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en 2 van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn. Inclusief de in de verdragen van Bern en Bonn genoemde vogels. Het is verboden betreffende soorten: ✓ opzettelijk dieren te doden of te vangen; ✓ opzettelijk dieren te verstoren; ✓ opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; ✓ rust- en voortplantingsplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. ✓ opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Tevens is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren en planten.

C. Bescherming van andere soorten Dit betreft de nationale beschermende soorten. De provincie heeft de bevoegdheid om met een provinciale verandering vrijstelling te verlenen voor deze nationaal beschermde soorten. Het is verboden om: ✓ opzettelijk dieren te doden of te vangen; ✓ rust – of voortplantingsplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; ✓ opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vrijgestelde soorten: De zwarte rat, bruine rat, mol, huismuis en exoten vallen niet onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tevens zijn beschermende regimes niet van toepassing op de zich in- of op gebouwen en bij behorende erven of roerende zaken bevindende bosmuis, huisspitsmuis en veldmuizen.

Pagina 7 van 21

Jaarrond beschermde vogelnesten: Deze lijst met daarop de jaarrond beschermde nesten komt voort uit de voormalige Flora en Faunawet en is opgenomen in de Wet natuurbescherming. De nesten zijn jaarrond beschermd met uitzondering van categorie 5. Deze categorie is alleen beschermd als er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn 1. Nesten heel het jaar in gebruik: zowel als broed- als rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders elk jaar terugkerend om te broeden op dezelfde plaats. 3. Nesten van niet koloniebroeders; elk jaar terugkerend om te broeden op dezelfde plaats. De omstandigheden van de nest locatie zijn sterk bepalend. 4. Vogels elk jaar terugkerend op hetzelfde nest niet in staat zijnde zelf een nest te bouwen. 5. Vogels elk jaar terugkerend naar dezelfde locatie of directe omgeving zelf wel in staat zijnde indien noodzakelijk een nieuwe broedplaats elders te realiseren.

Pagina 8 van 21

2.3 Houtopstanden Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken met een oppervlakte van 10 are of meer of een rij en beplanting die meer dan 20 bomen omvat. De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. De regels van de Boswet zijn overgenomen in de Wet natuurbescherming. Niet beschermd zijn: ✓ houtopstanden binnen de bebouwde kom; ✓ houtopstanden op erf en in tuinen; ✓ fruitbomen in boomgaarden inclusief windschermen; ✓ kerstdennen (naaldbomen) jonger dan 20 jaar; ✓ kweekgoed: ▪ uit populieren of wilgen bestaande uit wegbeplanting ▪ beplanting langs waterwegen ▪ eenrijige beplantingen langs landbouwgronden ✓ het dunnen van houtopstanden ✓ beplantingen bedoelt voor de productie van biomassa bestaande uit populieren, wilgen en elzen indien zij: ▪ tenminste eens per tien jaar worden geoogst ▪ bestaan uit minstens 10.000 per hectare beplantingseenheid ▪ bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter ▪ zijn aangelegd na 2013. Omdat er geen (onderdelen van) houtopstanden op de projectlocatie aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

Pagina 9 van 21

3. Bronnenonderzoek Ten behoeve van het verkrijgen van achtergrondinformatie zijn de volgende databanken geraadpleegd: ✓ A. Nationale bank Flora en Fauna ✓ B. Waarneming.nl

A. Nationale bank Flora en Fauna: In deze data zijn waarnemingen van Flora en Fauna over geheel Nederland verzameld. De waarnemingen worden gevalideerd door de Gegevens Autoriteit Natuur. De exacte locatie en de tijd van de waarnemingen zijn niet bekend. De gegevens uit deze databank geven een overzicht van alle in de buurt van de projectlocatie waargenomen planten- en dierensoorten en geeft zo een indicatie op welke soorten extra focus dient te komen liggen tijdens de veldinspectie.

B. Waarneming.nl: Ook de website waarneming.nl is een databank die samen met vergelijkbare sites geraadpleegd is. Vanwege de beperkte verifiëring nemen we deze data niet op in de QuickScan. Ze bieden ons echter een indicatie van aanwezige soorten waaraan tijdens de veldinspectie extra aandacht aan dient te worden besteed.

Natuurnetwerk Nederland: Zoals eerder vermeld hebben we in het kader van het Natuurbeheersplan met het Natuurnetwerk Nederland te maken. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar natuurvernieuwing plaats vind, landbouwgebieden worden beheerd en ingericht volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000 gebieden. Voorheen was dit de Ecologische Hoofd Structuur. Onderdeel van Natuurnetwerk Nederland is Natuurnetwerk Brabant. Dit netwerk verbindt Brabantse bestaande en nieuwe natuurgebieden met elkaar. Deze verbindingen; de zogenaamde ecologische verbindingszones maken het voor dieren gemakkelijker zich te verplaatsen tussen natuurgebieden. Het grootste gedeelte van het Natuurnetwerk Brabant wordt ingevuld door natuurgebieden. Een verbeterde verbinding tussen de gebieden is een belangrijke schakel naar een betere biodiversiteit. Met deze verbetering van biodiversiteit als doel heeft de provincie Noord Brabant het Natuurbeheersplan opgesteld. In dit plan is beschreven per gebied welke natuur en landschapsdoelen nagestreefd worden. Op deze manier ontstaat een begrenzing van de natuur- en agrarische gebieden, met name toegespitst op de internationale agro milieu, water- en klimaatdoelen. Het natuurbeheersplan is het beleidskader voor het provinciaal natuurbeleid.

Ligging project locatie: De projectlocatie ligt buiten Natuur Netwerk Nederland en ligt buiten een Natura 2000 gebied. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als gevolg van de op de projectlocatie geplande activiteiten zijn gezien de afstand t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland en de Natura 2000 gebieden niet te verwachten. • • •

Natura 2000 gebied Kempenland-West: ligging op circa 1,5 en 5,5 km. Natura 2000 gebied Kampina en Oisterwijkse vennen: ligging op circa 2,8 km. Natura 2000 gebied Rechte Heide & Riels Laag: ligging op circa 7,8 km.

Pagina 10 van 21

4. Veldonderzoek Tijdens de veldinspectie is de projectlocatie beoordeelt op de aanwezigheid van beschermde soorten en de geschiktheid van de leefomgeving (habitat) voor deze beschermde soorten. De projectlocatie is geheel geïnspecteerd en er zijn waarnemingen verricht. Deze waarnemingen worden op foto vastgelegd. De Flora en Fauna is gedetermineerd met behulp van literatuur en eigen expertise. Extra aandacht is besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vogelnesten en vleermuizen.

Beeld grondgebonden zoogdieren: Gezien de aangetroffen inrichting en omgeving richt het onderzoek zich extra op enkele streng beschermde zoogdieren; de das, de eekhoorn, de bever, de steenmarter en de kleine marterachtingen.

Das: De NDFF data vermelden geen activiteiten van dassen binnen een straal van 2,5 kilometer rondom de projectlocatie. Tijdens de inspectie zijn geen kenmerken aangetroffen die duiden op de aanwezigheid (eventueel tijdelijk) van een das op de projectlocatie. Er zijn geen sporen, latrines, wissels of eetsporen aangetroffen. Hoewel de das het leefgebied kan hebben in de weilanden, akkers en de omringende bossen en natuurgebieden duidt niets erop dat een das gebruik maakt van de projectlocatie. De activiteiten die plaatsvinden op de projectlocatie zullen derhalve geen negatief effect hebben op het leefgebied van de das.

Eekhoorn: De habitat van de eekhoorn kenmerkt zich onder andere door de aanwezigheid van een grote hoeveelheid bomen. Ondanks de aanwezigheid van de enkele bomen zijn op de projectlocatie geen eekhoornnesten, of sporen die duiden op de aanwezigheid van de eekhoorn, aangetroffen. Op de projectlocatie worden zeer beperkt groenstructuren verwijderd. Bovendien vindt compensatie en uitbreiding van de groenstructuren plaats. Vanwege het beperkt ingrijpen in de groenstructuur rondom de projectlocatie is een negatief effect op het leefgebied van de eekhoorn als gevolg van de activiteiten uit te sluiten.

Bever: De projectlocatie is geen geschikt habitat voor de bever. Een vaste rust- en voortplantingsplaats kan derhalve worden uitgesloten.

Steenmarter: De te inspecteren projectlocatie vormt een geschikt leefgebied voor de steenmarter. De aanwezigheid van loze ruimten, zolders, schuren en daken past prima in de habitat van de steenmarter. De steenmarter heeft binnen zijn territorium meerdere verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters veel sporen achter zoals prooiresten en uitwerpselen. Vaak is een typische zure geur waar te nemen; een mix van urine en prooiresten veroorzaakt deze geur. Het aantreffen hiervan kan duiden op een vaste rust- en voortplantingsplaats van deze soort. Rondom de gebouwen is sporenonderzoek uitgevoerd. De zolders van de gebouwen zijn intensief gecontroleerd op sporen, prooiresten en uitwerpselen. Er is echter niets aangetroffen wat duidt op de aanwezigheid van een steenmarter op de projectlocatie.

Kleine marterachtigen: De projectlocatie biedt geschikte verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen (hermelijn, wezel en bunzing). Deze maken gebruik van oude holen van konijnen, mollen en muizen. Ook leven ze onder boomwortels, houtwallen af steenhopen. De kleine marterachtigen hebben binnen hun territorium meerdere verblijfplaatsen. Er zijn echter geen marters of sporen van marters aangetroffen. Wel kan het gebied in gebruik zijn als migratieroute. Omdat de oppervlakte van de projectlocatie kleiner is dan 1 hectare kan echter gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van een van de genoemde soorten (Bouwens 2017). Indien rondom de projectlocatie de groenstructuur intact blijft is geen sprake van een negatief effect op kleine marterachtigen.

Pagina 11 van 21

3

Beeld grondgebonden zoogdieren (Algemene soorten) Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld.

Beeld vleermuizen: Bij de beoordeling op aanwezigheid van vleermuizen richt de aandacht zich op de volgende zaken: ✓ A. De verblijven (winter-, zomer en paarverblijven). ✓ B. De foerageer habitat (vleermuizen uit de omgeving foerageren eventueel op de projectlocatie). ✓ C. Vliegroutes; ter verplaatsing maken vleermuizen gebruik van lijnvormige, donkere landschapselementen zoals houtsingels, beken of lanen. De elementen worden gebruikt als oriëntatie bij verplaatsing tussen verblijfplaats en foerageer gebied. A.

B.

C.

Alle gebouwen op de projectlocatie zijn intensief geïnspecteerd op de aanwezigheid van verblijven (winter-, zomer en paarverblijven). Er zijn geen vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten aangetroffen op- of in de bebouwing. Door echter extra focus te leggen op de uiterlijke kenmerken en de constructies van de gebouwen op de projectlocatie is onderzocht of er toch verblijven in de gebouwen aanwezig zijn. Uitwerking hiervan volgt op pagina 13 in de effectenbeoordeling van de verblijfplekken. De geplande activiteiten hebben geen negatief effect op een eventueel foerageer habitat van vleermuizen. In de omgeving zijn voldoende alternatieven als foerageergebied voor vleermuizen in de vorm van boomstructuren die zich langs de Biestsestraat, de Heuvelstraat, de Reyweg en de wegen rondom de projectlocatie en de op afstand gelegen bosrijkere omgeving in bevinden. Er worden geen lijnvormige landschapselementen in de directe en verdere omgeving omgevormd, derhalve worden geen potentiële vliegroutes verstoord.

Bescherming en voorkomen: Alle in Nederland voorkomende vleermuizen staan vermeld in Tabel 3 bijlage IV van de Europese habitatrichtlijn en zijn daardoor op Europees niveau beschermd. Deze bescherming betreft ook de vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan:” het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort”. Vleermuizen onderhouden verschillende type verblijfplekken als paarverblijven, winterverblijven, kraamverblijven en zomerverblijven. Voor de staat van instandhouding van de lokale populatie van de soort zijn de kraamverblijven en de grote winterverblijven van het grootst belang. In gebruik van paarverblijven zijn vleermuizen het meest flexibel. In de loop van het seizoen wisselen vleermuizen regelmatig van verblijfplaats waarbij gebruik wordt gemaakt van vaste routes tussen de verblijfplekken. Eveneens tussen foerageergebieden en verblijfplaatsen onderhouden vleermuizen vaste routes. Bij het gebruik van deze routes oriënteren vleermuizen zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen en houtwallen. Dit gehele systeem van verbindingsroutes en foerageergebieden die het functioneren van de verblijfplaatsen voor hun specifieke functies mogelijk maakt wordt de functionele leefomgeving genoemd.

Ingrepen binnen de functionele leefomgeving die het functioneren van de verblijfplaatsen aantasten worden door de wetgever gelijkgesteld aan de aantasting van verblijfplekken zelf. In deze zin is de functionele leefomgeving even strikt beschermd als de verblijfplekken.

Pagina 12 van 21

Bronnenonderzoek en geschiktheid: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid van vleermuizen. Binnen de 0,25 - 5 kilometer worden meerdere vleermuissoorten vermeld, wat alles te maken heeft met de nabijheid van weilanden, akkers, meer bosrijke gebieden met een hogere onderzoekintensiteit daarvan. Naast algemene soorten als de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger, de gewone grootoorvleermuis kunnen zeldzame soorten als de watervleermuis, de bosvleermuis en de meervleermuis aangetroffen worden op geruime afstand in het buitengebied en de bosrijkere gebieden. Het plangebied toont derhalve geschiktheid om meerdere soorten foeragerende vleermuizen te verwachten. De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger zijn de meest algemene vleermuizen in Nederland die zowel binnen als buiten de bebouwde kom veel worden waargenomen. De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger verblijven uitsluitend in bebouwing. De laatvlieger foerageert minder nabij bebouwing en meer langs boomrijen en boven open terreinen. De overige soorten die de NDFF vermeldt zijn meer gebonden aan de bosgebieden of kennen een breder landschappelijk gebruik waarbinnen het plangebied weinig relevant is. De algemene rosse vleermuis is een specifiek bewoner van holten in bomen en daardoor voor zijn verblijfplekken afhankelijk van oude bomen van lanen, bossen en stadsparken.

De soort kan overvliegend verwacht worden en foeragerend langs de bomen langs de straten en zandpaden. Waarneming: Het onderzoek vond plaats op een tijd van de dag waarop vleermuizen niet actief zijn. Tijdens het veldbezoek kon daarom alleen onderzoek gedaan naar verblijvende vleermuizen, verblijfssporen, verblijfsmogelijkheden en naar de algehele gebiedsgeschiktheid voor vleermuizen. Er werden geen verblijvende vleermuizen geconstateerd, noch verblijfssporen. Toelichting: Tijdens de veldbezoeken wordt onderzoek gedaan naar verblijfplekken, verblijfssporen en verblijfsmogelijkheden in en aan bebouwing en bomen. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen in het algemeen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. In bomen kan verblijf gevonden worden in holtes, gaten en diepe spleten en achter loshangende schors. Tijdens inspecties op zicht worden zelden verblijvende vleermuizen aangetroffen. Ook sporen die wijzen op vleermuizenverblijf zijn meestal schaars. De verblijfplekken worden meestal ontdekt op basis van het gedrag van vleermuizen na het verlaten van de verblijfplek. Effectenbeoordeling verblijfplekken: Er zijn geen vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten aangetroffen op- of in de bebouwing.

Door de lage muurplaathoogte van de garage en de loods op nummer 122 zijn de invliegmogelijkheden in deze gebouwen zeer beperkt. Bij de woonboerderij en twee van de drie bijgebouwen met pannen zijn vogel werende middelen aanwezig: dakranden zijn afgetimmerd met planken en er is vogelschroot aanwezig onder de dakpannen, ook onder de nokpannen. De gevelpannen zijn aangesmeerd met specie. Het derde bijgebouw met pannen heeft een dermate open karakter dat deze schuur niet geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen. De woonboerderij en de twee bijgebouwen op de Biestsestraat 120 blijven bovendien in tact. De garage en de loods op Biestsestraat 122 zijn niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De loods heeft een metalen damwand dak zonder dakisolatie. Mede door het instabiele klimaat in deze niet geïsoleerde ruimte, door de wisselende temperatuurverschillen en tocht zullen vleermuizen deze ruimte niet gebruiken als vaste rust en verblijfplaats. De ruimte is bovendien niet vorstvrij. De garage is door de lage dakranden en hoge gootranden niet goed aanvliegbaar voor vleermuizen. Bovendien is deze garage afgetimmerd met zeer gladde isolatie, met te weinig houvast voor vleermuizen.

Pagina 13 van 21

Leefgebied: Door de begroeiing op de projectlocatie toont het plangebied een geschiktheid als foerageergebied. Aantasting van essentieel foerageergebied is echter uitgesloten; er worden zeer beperkt groenstructuren aangetast. De groenstructuren worden zelf uitgebreid. De bomen rondom de projectlocatie langs de wegen kunnen van belang zijn als trek- en foerageerstructuur; deze groenstructuren vallen echter buiten de ingreep. Wel dient verstoring voorkomen te worden ten gevolge van een te grote toename aan lichtbelasting zowel in de uitvoerende als gebruiksfase. Conclusie: Verblijfplekken van vleermuizen binnen het plangebied en invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden niet verwacht en daarmee ook geen negatieve effecten op jaarrond beschermde verblijfsplaatsen van vleermuizen. Op basis van inrichting en oppervlak wordt het plangebied momenteel van weinig betekenis geacht binnen het leefgebied van vleermuizen. Ten gevolge van de voorgenomen geplande activiteiten wordt geen aantasting van essentieel foerageergebied verwacht, nog aantasting van structuren die van belang zijn als trek en foerageerroute.

Pagina 14 van 21

Beeld vogels: Van bepaalde broedvogels zijn de nesten het jaarrond beschermd. Deze vogels gebruiken hun nest buiten de broedperiode als vaste rust- en verblijfplaats. In een open landelijke omgeving tussen verstedelijkt gebied omringt door bossen en voornamelijk weilanden kunnen dit zijn; de huismus, de kerkuil en de steenuil, de wespendief en de sperwer, de boomvalk, de buizerd en de havik.

Huismus: De nesten van de huismus zijn het jaarrond beschermd. De projectlocatie ligt in een gebied wat geschikt is als habitat voor de huismus. De daken van de gebouwen zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van nesten, nestmateriaal en uitwerpselen. Mede als gevolg van de aanwezige planken op de dakranden en de vogelschroot onder de pannen van de gebouwen met pannendaken zijn echter geen nesten van de huismus aangetroffen. Bovendien wordt van de gebouwen met dakpannen enkel de garage gesloopt. De loods met de metalen damwand dakbedekking heeft geen isolatie en derhalve voor mussen geen voorkeur. Deze loods is goed te inspecteren. Er zijn geen nesten en geen uitwerpselen aangetroffen op of in de loods. Er is derhalve geen enkele aanwijzing die er op duidt dat mussen gebruik maken van de loods.

Kerkuil en de steenuil: Zowel de kerkuil als de steenuil broedt in gebouwen. De steenuil broedt ook in grote holen van bomen. De gebouwen en bomen op en rondom de projectlocatie zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van kerk- en steenuilen. In de gebouwen zijn geen nesten aangetroffen. Ook zijn geen sporen in de vorm van braakballen, veren en uitwerpselen gezien. De geplande werkzaamheden zullen derhalve geen negatief effect hebben op de aanwezigheid van kerk- en steenuilen. Eventuele foerageer behoeftes worden niet verkleind; er is geen afname van foerageergebied en er is voldoende foerageer gebied aanwezig in de omgeving.

Wespendief en sperwer: De wespendief en de sperwer bouwen hun nest in een bosrijke omgeving. De wespendief geeft de voorkeur aan een bos met naald- en loofbomen, indien mogelijk met open plekken in de bosrijke omgeving. De sperwer bouwt zijn nest het liefst in een dicht begroeid bos van naaldbomen. De projectlocatie heeft niet de kenmerken van de leefomgeving van de sperwer en de wespendief. Tijdens de controle zijn geen nesten aangetroffen. Nesten van de sperwer en de wespendief zijn derhalve uitgesloten.

Torenvalk: De torenvalk leeft in een open en halfopen landschap met veel muizen. De vogel broedt in nestkasten, solitaire bomen en aan de rand van bosrijke gebieden. Soms zelfs op de grond. De torenvalk vinden we terug in boeren landstreken met veel grasland, akkers, heide, hoogvenen, open duinen en duinvalleien. De projectlocatie ligt in een gebied wat geschikt is als habitat voor de torenvalk. In een boom achter op het perceel bij de poel tegen de perceelsgrens hangt een torenvalk nestkast. De kast wordt bezocht door vogels, er liggen enkele veren in de kast. De ruimtelijke ontwikkelingen gepland op de locatie hebben echter geen invloed op deze verblijfplaats. Dit gedeelte van het perceel zal ter beschikking worden gesteld als natuurgebied.

Boomvalk De boomvalk maakt zelf geen nest maar broedt in gebruikte kraaien- of eksternesten in een bosrijke omgeving maar ook in solitaire bomen. De boomvalk komt voor in het open en half open landschap maar ook aan de rand van stedelijke bebouwing. De bomen op de projectlocatie zijn geïnspecteerd op nesten van boomvalken. Er zijn geen nesten aangetroffen. De geplande activiteiten op de projectlocatie zullen geen negatief effect hebben op de boomvalk, mede omdat de bomen op de locatie niet worden verwijderd.

Pagina 15 van 21

Buizerd en havik: De horsten van de buizerd en de havik kenmerken zich door hun grote omvang. Deze grote horsten bevinden zich hoog in de bomen. Op de projectlocatie zijn geen van deze grote buizerd en/of havik nesten die het jaarrond in gebruik zijn aangetroffen. Mede omdat tijdens de uitvoering van de geplande activiteiten de bomen niet worden verwijderd kan aangenomen worden dat het weghalen van een jaarrond beschermde rust- en voorplantingsplaats van de buizerd en havik is uitgesloten.

Gierzwaluw: De projectlocatie ligt in een gebied wat geschikt is als habitat voor de gierzwaluw. De daken van de gebouwen zijn geïnspecteerd op de eventuele aanwezigheid van gierzwaluwen. Er is echter geen enkele aanwijzing die duidt op de aanwezigheid van gierzwaluwen. De bomen en struiken op en rondom de projectlocatie kunnen dienen als nestgelegenheid voor vogels met een tijdelijke rust- en voortplantingsplaats. Na het broedseizoen zijn de nesten niet meer in gebruik. Deze vogelsoorten bouwen in het nieuwe broedseizoen een nieuw nest. Voorbeelden hiervan zijn: de merel, het roodborstje en de winterkoning. Lijst van waargenomen vogels: Kauwen, duif, ooievaar (overvliegend), vinken.

Pagina 16 van 21

Beeld flora: De projectlocatie is omgeven door weilanden en akkerland. Langs de Biestsestraat, de Leyweg en de Heuvelstraat zijn boomstructuren aanwezig in de vorm van lijnvormige landschapselementen. Deze groenstructuren bestaan voornamelijk uit eikenbomen. Rond de percelen in de omgeving liggen ondiepe sloten en greppels. Deze staan een groot gedeelte van het jaar droog. Langs de zuidgrens van het perceel bevindt zich een strook met daarin eiken- en berkenbomen. In de tuin achter de woning staat een oude notenboom. Langs de perceelsgrens en rondom de woonboerderij bevinden zich beuken en buxushagen. Achter op het perceel ligt een kikkerpoel. Rondom deze poel staan knotwilgen en vinden we een tiental jonge beuken. Er is gelet op eventuele aanwezige beschermde muurvegetatie. Er zijn op de projectlocatie geen bijzondere beplantingen aangetroffen.

Beeld reptielen, amfibieën en vissen: Reptielen: De in Nederland voorkomende beschermde reptielsoorten komen vrijwel alleen voor in specifieke natuurgebieden. Voorbeelden hiervan zijn: de ringslang, de levend barende hagedis en de hazelworm. Op de projectlocatie zijn geen reptielsoorten aangetroffen.

Amfibieën: De in Nederland voorkomende beschermde amfibieën hebben vrijwel allen een habitat met ruim voldoende oppervlakte water. De aanwezigheid van de kikkerpoel achter op de projectlocatie op een afstand van 60 meter maakt het achterste stuk van het perceel tot een redelijk geschikt leefgebied voor deze soorten. Voorbeelden zijn: de alpenwatersalamander, de heikikker, de vispootsalamander, de poelkikker en de rugstreeppad. Het gedeelte van het perceel met de kikkerpoel zal natuur als bestemming krijgen. De geplande ruimtelijke ontwikkelingen verstoren deze zone derhalve niet. Door de permanente de aanwezigheid van een 70 meter lange zone met agrarische bestemming die grenst aan de noordwestkant van deze poel is bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen een verstoring van eventueel aanwezige beschermde amfibieën niet aan de orde. Op de projectlocatie zijn geen amfibieën aangetroffen. De projectlocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibiesoorten. De nattere lagere gedeeltes op het terrein kunnen als rust- en voortplantingsplaats dienen voor de bruine kikker en de gewone pad. Tijdens de voorgenomen activiteiten kunnen deze soorten beschutting en bescherming zoeken in de begroeiing op de projectlocatie. De gewone pad en bruine kikker zijn in het kader van de Wet natuurbescherming provinciaal vrij gesteld.

Een ontheffingsaanvraag is derhalve niet noodzakelijk. Wel is men gebonden aan de zorgplicht. Er dient derhalve zo zorgvuldig mogelijk omgegaan te worden in dit leefgebied van deze genoemde amfibiesoorten.

Overige soortgroepen: Gedurende het hele jaar kunnen overige soortgroepen zoals libellen, insecten en dagvlinders aanwezig zijn op de projectlocatie. Specifiek beschermde soorten zijn afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke deelleefgebieden. Op de projectlocatie zijn geen deelleefgebieden aangetroffen die duiden op een specifiek beschermde soort zoals libelle, insecten of vlinders.

Pagina 17 van 21

Vissen: Deze soortgroep kan buiten beschouwing gelaten worden. De projectlocatie beschikt niet over voldoende oppervlaktewater; een noodzakelijk onderdeel voor het habitat van de soortgroep vissen. Mochten er eventueel vissoorten later komen te leven in de poel zullen deze niet verstoord worden tijdens de ruimtelijke ontwikkelingen. De poel ligt in een zone welke een bestemming zal krijgen als natuurgebied.

Pagina 18 van 21

5. Samenvatting: Met behulp van deze QuickScan is in beeld gebracht wat het effect is op de in de inleiding omschreven voorgenomen activiteiten op de projectlocatie aan de Biestsestraat 120-122 te BiestHouthakker. Grondgebonden zoogdieren: ✓ Er zijn op de projectlocatie geen rust- en voortplantingsplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren aangetroffen. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Vleermuizen: ✓ Er zijn geen vaste- en/of tijdelijke voortplantingsplaatsen van de vleermuis aangetroffen. Een aanvullend onderzoek in het kader van de soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Vogels: ✓ Er zijn geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen van vogels aangetroffen op de projectlocatie. Door de voorgenomen activiteiten worden geen nesten beschadigd. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Reptielen, amfibieën en vissen: ✓ Er zijn geen reptielen, amfibieën en vissen waargenomen. Het gedeelte van het perceel met de kikkerpoel zal natuur als bestemming krijgen. De geplande ruimtelijke ontwikkelingen verstoren deze zone derhalve niet. Door de permanente de aanwezigheid van een 70 meter lange zone met agrarische bestemming die grenst aan de noordwestkant van deze poel is bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen een verstoring van eventueel aanwezige beschermde amfibieën niet aan de orde.

De instandhoudingsdoelen komen niet in het gedrang. Een aanvullen onderzoek is niet noodzakelijk. Overige soortgroepen: (libellen, insecten, vlinders) ✓ Er zijn geen kenmerkende deelleefgebieden voor deze soortgroep aangetroffen derhalve is een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Flora: ✓ Er is geen bijzonder flora aangetroffen op de projectlocatie en de directe omgeving hiervan. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Pagina 19 van 21

6. Conclusie: Op 18-01-2023 heeft RKS Advies B.V. een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd op de projectlocatie Biestsestraat 120-122 te Biest-Houthakker. Met behulp van deze QuickScan is in beeld gebracht wat de effecten zijn van de in de inleiding beschreven voorgenomen activiteiten op de aanwezige Flora en Fauna op deze projectlocatie en of daarmee de voorgenomen activiteiten in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Extra focus in deze QuickScan ligt op de aanwezigheid van beschermde soorten en hun status. Onderzocht is wat de invloed van de voorgenomen activiteiten is op deze beschermde soorten en hun instandhouding. Bij overtreding van de Wet natuurbescherming wordt aangegeven op welke manier de negatieve effecten kunnen worden geminimaliseerd en welke stappen kunnen worden genomen om een eventuele ontheffing te verkrijgen. Uit de QuickScan is naar voren gekomen dat bij de uitvoering van de in de inleiding omschreven voorgenomen activiteiten geen onevenredig negatief effect uitgeoefend wordt op de in de zoals in de Wet natuurbescherming omschreven beschermde Flora en Fauna op de projectlocatie en directe omgeving. Op de projectlocatie zijn geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen aangetroffen. Er behoeft geen aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Een ontheffing noodzakelijk bij een negatief effect op beschermde soorten is niet noodzakelijk.

Incidenteel kunnen de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op algemene soorten. Van toepassing hierop is een provinciale vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling. Plaatselijk kunnen deze aanwezige algemene soorten de projectlocatie verlaten en eventueel tijdelijk een vervangend deelleefgebied opzoeken. De algemene Zorgplicht opgenomen in de Wet natuurbescherming blijft onverminderd van toepasing.

Pagina 20 van 21

7. Werkwijze en aansprakelijkheid: Deze QuickScan is met de grootst mogelijke zorg en nauwkeurigheid uitgevoerd door deskundige en gekwalificeerde medewerkers welke minimaal in bezit zijn van de wettelijk vereiste opleidingen en certificaten. Desondanks is het mogelijk dat zich door omstandigheden op de projectlocatie bepaalde soorten bevinden welke een zwaardere beschermde status bezitten als aangemerkt door de onderzoeker. Bij het uitvoeren van deze QuickScan wordt uitgegaan van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Indien tijdens de geplande ruimtelijke activiteiten/ontwikkelingen alsnog beschermde soorten aangetroffen worden draagt RKS Advies V.O.F. hiervoor geen verantwoordelijkheid. Wel dient dit direct aan RKS Advies V.O.F. gemeld te worden zodat, eventueel met spoed, een aanvullend onderzoek door RKS Advies V.O.F. uitgevoerd kan worden. RKS Advies V.O.F. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor niet waargenomen beschermde soorten of effecten van de activiteiten tenzij sprake is van grove nalatigheid.

8. Geraadpleegde bronnen en websites ✓ Wet Natuurbescherming. ✓ Provinciale verordening Wet natuurbescherming. ✓ Rode Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. ✓ Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). ✓ Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit. ✓ www.natura2000.nl ✓ www.ruimtelijkeplannen.nl ✓ www.atlasleefomgeving.nl ✓ www.waarnemingen.nl ✓ www.zoogdierenvereniging.nl Bijlagen: ✓ 1. Ligging t.o.v. Natura 2000 gebieden ✓ 2. Ligging t.o.v. Natuurnetwerk Nederland ✓ 3. Overzicht NDFF ✓ 4. Vrijgestelde soorten per provincie ✓ 5. Ruimtelijke plannen ✓ 6. Foto’s ✓ 7. Certificaat controleur ✓ 8. Certificaat inspecteur

Pagina 21 van 21

Natura 2000 gebieden Biestsestraat 120-122, 5084 HV Biest-Houthakker Ligging t.o.v. Natura 2000: circa 1,5 - 2,8 - 5,5 en 7,8 k.m. 18-01-2023

Kampina & Oisterwijkse Vennen

Rechte Heide & Riels Laag

Kempenland-West

Kempenland-West

NatuurNetwerk Nederland Biestsestraat 120-122, 5084 HV Biest-Houthakker Ligging t.o.v. NatuurNetwerk Nederland: 300-600-1600 m. 18-01-2023

(bron: Atlas Leefomgeving)

Uitvoerportaal Biestsestraat 122 Biest-Houtakker

Alle soorten tot 300 meter

26 records Middelpunt < 1km2

Middelpunt > 5km2

Middelpunt 1km2 - 5km2

Vlak

schaal 1 : 1000

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

17 januari 2023 19:00:21

1

Auteur: Jacques Rooijakkers

Uitvoerportaal Biestsestraat 122 Biest-Houtakker

Alle soorten tot 300 meter Zoekvraag Soort

Soortgroep

Alle

Alle

Wet en Beleid

Periode

Bronhouder

Zoekgebied

Alle jaren

Alle

Alles vollledig binnen zoekgebied

Wet natuurbescherming

Ffwet tabel

Vrl

1

Soort

Datum

Einddatum

Aantal

Gedrag

Boerenzwaluw

16 augustus 2020

16 augustus 2020

8

ter plaatse

3

Rode Liijst

x

Gevoelig

Boerenzwaluw

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

Gevoelig

Boerenzwaluw

16 augustus 2020

16 augustus 2020

8

Boerenzwaluw

16 augustus 2020

16 augustus 2020

8

ter plaatse

x

Gevoelig

ter plaatse

x

Boomkruiper

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Gevoelig

Grauwe vliegenvanger

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Groenling

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Grote lijster

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Hoenderbeet

24 juli 2018

1

ter plaatse

Holenduif

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Holenduif

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Holenduif

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Holenduif

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Holenduif

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Huiszwaluw

1 januari 1985

1 januari 1986

5

vastgesteld territorium

x

x

Kaal knopkruid

30 september 2022

30 september 2022

1

niet van toepassing

Kauw

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Kauw

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Kauw

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Kauw

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Kerkuil

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Kokmeeuw

18 maart 2015

1

ter plaatse

Scholekster

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Tuinfluiter

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Turkse tortel

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Zanglijster

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

x

Hrl

Andere

2

Gevoelig

Kwetsbaar

Gevoelig

x

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

17 januari 2023 19:00:21

2

Auteur: Jacques Rooijakkers

Bijlage: Vrijgestelde soorten per provincie Met de inwerkingtrede van de Wet natuurbescherming is de natuurwetgeving gedecentraliseerd. Hierdoor ontstaan er verschillen tussen de provincies. Ook op het gebied van soorten die vrijgesteld zijn. Hieronder is daarom een overzicht opgenomen van de vrijgestelde soorten per provincie. Deze vrijstelling is opgenomen in het eerste lid van artikel 3.10 (zie toelichting onder de tabel). Provincie→ Soort↓

Friesland

Groningen

Drenthe

Overijssel

Gelderland

Utrecht

NoordHolland

ZuidHolland

Aardmuis x x x x x x x x Bastaardkikker x x x x x x x x Bosmuis x x x x x x x x Bruine kikker x x x x x x x x Bunzing x x x x x Dwergmuis x x x x x x x x Dwergspitsmuis x x x x x x x x Egel x x x x x x x Gewone x x x x x x x x bosspitsmuis Gewone pad x x x x x x x x Haas x x x x x x x x Hermelijn x x x x x Huisspitsmuis x x x x x x x x Kleine x x x x x x x x watersalamander Konijn x x x x x x x x Meerkikker x x x x x x x x Ondergrondse x x x x x x x woelmuis Ree x x x x x x x x Rosse woelmuis x x x x x x x x Steenmarter x Tweekleurige x x x x x x x bosspitsmuis Veldmuis x x x x x x x x Vos x x x x x x x x Wezel x x x x x Wild zwijn Woelrat x x x x x x x x Hazelworm Levendbarende hagedis Eekhoorn x = vrijgestelde soort (x1) = vrijgesteld in juli t/m september, (x2) = 15 aug t/m 15 okt, (x3) = maart–april en juli t/m november, (x4) = 15 aug t/m feb (bron)

Flevoland

Zeeland

NoordBrabant

Limburg

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x x x x x x

x x

x

x x

x x

x x

x x

x x x x x

x x x

x x

x x x

x x x

x x

x x

x x

x

x

x

x x (x4) x

x x

x x

x x

x

x

x x

Toelichting vrijstelling De vrijstelling geldt in voor de soorten hierboven genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a) De uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b) De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c) De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d) Bestendig gebruik.

x x x x (x1) (x2) (x3)

Plannaam:

Buitengebied

Datum afdruk:

2023-01-20

Naam overheid: Type plan: Planidn: Dossierstatus:

gemeente Hilvarenbeek bestemmingsplan NL.IMRO.0798.BPBGHilvarenbeek-VG04 geheel onherroepelijk in werking

IMRO-versie: Plan datum: Planstatus:

IMRO2012 2014-03-13 vastgesteld

Disclaimer: Er kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend aan, noch aanspraak gemaakt worden op de inhoud van deze afdruk. Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van deze afdruk de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht, bestaat de mogelijkheid dat bepaalde informatie (na verloop van tijd) verouderd is of niet (meer) correct is. Het Kadaster is niet aansprakelijk voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit het gebruik van gegevens van de afdruk.

Pagina 1 van 2

Legenda

Pagina 2 van 2

He uve lstr aat

Legenda Plangebied 1 12

Bie sts est raa t

Enkelbestemmingen 12 2 12 0

W

h 300

WR-A2

2

A

Agrarisch

G

Groen

N

Natuur

W

Wonen

h

Dubbelbestemmingen

180

WR-A2

Waarde - Archeologie 2

G

Gebiedsaanduidingen overige zone - landschapselement

Maatvoeringen

A

2 h 300

maximum aantal wooneenheden maximum oppervlakte bijgebouwen (m2)

N

Bestemmingsplan:

Biestsestraat 120-122 Biest-Houtakker Gemeente Hilvarenbeek

Datum:

BVH

10-01-2023

Formaat:

Schaal:

A3

1:1000

Tekeningnummer: NL.IMRO.0798.BPBiestsestraat120-ON01

GIS/CAD Ondersteuning en software

Opdrachtgever: Van Doormaal Advies Status: ontwerp

Get.:

Noordpijl

Dalenstraat 4B, 5466 PM Eerde E-mail: info@bragis.nl Web: www.bragis.nl

Voorgevel woonboerderij met leilindes en buxus hagen (boerderij wordt niet gesloopt).

Zijgevel: strakke gevels gevelpannen met cement aangesmeerd. Nieuw dak met vogelschroot. Schoorstenen afgedicht met gaas.

Achtergevel.

Strakke gladde windveren. Hoge gootranden. Strakke gevels geen kieren en gaten (garage wordt gesloopt).

Interieur loods: strak afgewerkt met zeer gladde isolatie.

Links bijgebouw op nr. 120 (wordt niet gesloopt). Grote solitaire notenboom in de tuin.

Loods: metalen wanden en dakbedekking (loods wordt gesloopt).

Interieur loods: geen isolatie (niet vorstvrij).

Bijgebouw Bieststestraat 120 (gebouw wordt niet gesloopt).

Gat in de gevel niet open.

Bijgebouw met open karakter op perceel Bieststestraat 120.

Beuken hagen op en rondom de projectlocatie.

Kikkerpoel achter op perceel Biestsestraat 122. Knotwilgen rondom poel.

Landschap met open karakter. Weilanden en akkers.

Landschap met open karakter: weilanden en akkers.

Perceel achter de loods met zicht richting kikkerpoel op circa 70 meter. Eikenbomen langs de grindweg buiten het perceel.

Enkele jongen beuken ten noordwesten van de kikkerpoel.

Aan de overzijde van de weg een boomsingel van sparren.

Rondom de gebouwen sporenonderzoek: geen sporen van marterachtigen aangetroffen.

In de gebouwen zijn de vloeren geïnspecteerd op prooiresten en uitwerpselen.

Rondom de gebouwen sporenonderzoek: geen sporen van marterachtigen aangetroffen.

Houtopslag: geen sporen marterachtigen aangetroffen.

Groenstrook van berken, eiken en struweel aan de zuidwestkant van de locatie.

Eiken langs de Heuvelstraat.

CERTIFICAAT Vereniging Stadswerk Nederland te Ede Verklaart dat: Naam:

J.J.M. Rooijakkers

Geboortedatum:

07 december 1966

te:

Son en Breugel

te:

Arnhem

Met succes heeft deelgenomen aan het examen:

Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, Flora- en faunacontroleur Op:

30 juni 2021

Toetsing heeft plaats gevonden conform: - Examenreglement IPC Groene Ruimte - Examendocument Flora- en Faunacontroleur, IPC Groene Ruimte, juni 2015 - Gedragscode Flora- en faunawet, bestendig beheer en onderhoud groenvoorzieningen, Vereniging Stadswerk Nederland en Branchevereniging VHG, door Staatssecretaris S.A.M. Dijksma van het Ministerie van Economische zaken goedgekeurd op 29 oktober 2014.

Dit certificaat is 5 jaar geldig Certificaathouder:

Exameninstelling:

de heer M. Loeffen

de heer E. Poelman

Directeur

Algemeen Directeur

CERTIFICAAT Vereniging Stadswerk Nederland te Ede Verklaart dat: Naam:

J.J.M. Rooijakkers

Geboortedatum:

07 december 1966

te:

Son en Breugel

te:

Arnhem

Met succes heeft deelgenomen aan het examen:

Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, Flora- en fauna-inspecteur Op:

17 september 2021

Toetsing heeft plaats gevonden conform: - Examenreglement IPC Groene Ruimte - Examendocument Flora- en Fauna-inspecteur, IPC Groene Ruimte, mei 2017 -Gedragscode soortbescherming gemeenten, Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland, door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurd op 17 december 2020 Dit certificaat is 5 jaar geldig Certificaathouder:

Exameninstelling:

de heer M. Loeffen

de heer E. Poelman

Directeur

Algemeen Directeur

CERTIFICAAT Vereniging Stadswerk Nederland te Ede Verklaart dat: Naam:

A.E.F. Rooijakkers - van de Laar

Geboortedatum:

09 mei 1969

te:

Sint Oedenrode

te:

Arnhem

Met succes heeft deelgenomen aan het examen:

Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, Flora- en faunacontroleur Op:

30 juni 2021

Toetsing heeft plaats gevonden conform: - Examenreglement IPC Groene Ruimte - Examendocument Flora- en Faunacontroleur, IPC Groene Ruimte, juni 2015 - Gedragscode Flora- en faunawet, bestendig beheer en onderhoud groenvoorzieningen, Vereniging Stadswerk Nederland en Branchevereniging VHG, door Staatssecretaris S.A.M. Dijksma van het Ministerie van Economische zaken goedgekeurd op 29 oktober 2014.

Dit certificaat is 5 jaar geldig Certificaathouder:

Exameninstelling:

de heer M. Loeffen

de heer E. Poelman

Directeur

Algemeen Directeur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14328187/1