CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Begroting 2022 (7 memo NIEUW antwoorden op vragen na.v. commissiebehandeling)

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de begroting 2022.6.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de raads- en commissieleden Samenleving en Ruimte Betreft: beantwoording vragen begroting 2022 en belastingverordeningen 2022 Aanleiding Tijdens de verhandeling over de begroting 2022 en de belastingverordeningen 2022 in de plenaire commissie van 21 oktober heeft u vragen gesteld waar we nog op terug zouden komen. Dit doen we met deze memo. De antwoorden op de nog gestelde vragen voorafgaand en na de commissie hebben we hier ook bij betrokken. Vragen en antwoorden 1. Bij de voorjaarsnota(+) is besloten met punt 52 om de taalklas te beëindigen. Dit bespaart ons € 10.000. Bij de beantwoording van de schriftelijke vragen begroting 2022 is in bijlage 2 aangegeven dat we € 10.000 uitkeren aan subsidie voor de Taalklas. De vraag is hoe dit is verwerkt in de begroting. Met de voorjaarsnota(+) nr. 52 heeft u besloten de subsidie van € 10.000 voor de Taalklas te beëindigen. Dit is ook zo in onze begroting 2022 verwerkt. Bij de beantwoording van de schriftelijke vragen over de begroting is in bijlage 2 abusievelijk € 10.000 subsidie opgenomen bij de Taalklas. We zijn in gesprek met stichting Samenwijs om de Taalklas voort te zetten via de NPO-middelen die de scholen krijgen. 2. Bij het raadsvoorstel uitvoeringsprogramma Centrumvisie is Amendement A-10 aangenomen om de Hoge Zij open te houden. In de begroting staat een bedrag van € 100.000 voor het herinrichten van de Hoge Zij.

Waar is dit bedrag voor bedoeld? Het college gaat het gesprek aan met de omgeving en informeert u over het plan en de financiële consequenties. 3. Naar aanleiding van een vraag over de verduurzaming van gemeentelijke gebouwen is gevraagd om een lijst van de gemeentelijke gebouwen waar wel of geen zonnepanelen op gelegd kunnen worden. Investeringen in de verduurzaming van onze gebouwen proberen we te combineren met regulier, gepland onderhoud op basis van het MeerJaren OnderhoudsProgramma (MJOP). Bij de oriëntatie of een dak geschikt is voor zonnepanelen moet een bouwkundige (sterkte)berekening worden uitgevoerd. Wanneer een dak niet zondermeer geschikt is, volgt een inschatting van de investering om de constructie te verzwaren. Gelet op de kosten, voeren we deze onderzoeken niet op voorhand voor alle gebouwen uit. Voor 2022 staan de daken van de volgende gebouwen in de planning: - Gemeentehuis, gebouwdeel D - Gemeentewerf Diessen - Brandweerkazerne Diessen

1

4. A) Gevraagd is hoe de gemeentelijke bijdrage aan de watervelden van de Hockeyclub in de begroting is verwerkt? B) Tevens is gevraagd om verschillende financieringsconstructies uit te werken voor de begroting om een bijdrage te leveren aan de watervelden. C) Verzocht is om de investering aan de atletiekbaan van Achill ook mee te nemen. A) Het college heeft voorgesteld om garant te staan voor een lening die de hockeyclub aan kan gaan om de watervelden te financieren. U bent hierover geïnformeerd met RIB 2021-101. Deze garantstelling is ook zo verwerkt in onze begroting. De garantstelling heeft geen effect op onze schuldpositie of exploitatiebegroting. B) We hebben berekend wat het betekent om uit te gaan van scenario 2 uit de RIB. Met scenario 2 doet de gemeente een investering in twee watervelden met ET-layer van in totaal € 1.064.000 waarin de hockeyclub € 485.000 bijdraagt. De hockeyclub blijft verantwoordelijk voor het onderhoud en de toekomstige vervanging van deze velden. Zij vragen aan ons hier ook een jaarlijkse bijdrage voor. Waar wij eerder jaarlijks € 36.000 aan subsidie betaalden voor het onderhoud en vervanging van de huidige velden zijn we met scenario 2 zo’n € 66.000 kwijt aan subsidie en kapitaallasten van de twee watervelden. Dit zorgt voor een structureel nadelig effect van zo’n € 30.000 op onze begroting ten opzichte van een garantstelling.

Indien uw raad met de begroting 2022 besluit om toch voor scenario te kiezen, nemen we een extra structurele last van € 30.000 op in onze begroting. We werken samen met de hockeyclub het scenario nog nader uit en leggen dit aan uw raad ter besluitvorming voor medio februari 2022. Wij verwijzen u naar bijlage 3 voor meer achtergrondinformatie over de berekening. C) Wij nemen dit mee met het opstellen van het accommodatiebeleid. 5. Bij de beantwoording van de vragen over de begroting zijn drie scenario’s geschetst om te bezuinigen op subsidies. Gevraagd is over welk scenario de raad besluit. Ook is gevraagd om de impact aan te geven voor de verenigingen. De raad besluit over scenario 3. Dit scenario gaat uit van een bezuiniging van 10% op de ‘blauw aangegeven subsidies’ en volledige bezuiniging van de ‘rood aangegeven subsidies’. In totaal een besparing van € 55.000 per jaar. Dit komt er op neer dat sommige organisaties 10% minder subsidie ontvangen. De organisaties met een groot eigen vermogen ontvangen niets meer. Voor de impact verwijzen we ook naar de toelichting die we hebben gegeven in het achtergrondboekwerk taakstellingen, vanaf blz. 9. 6. Wat is de hoogte van het (niet geoormerkte) bedrag voor onderwijshuisvesting dat we voor 2021 vanuit het rijk hebben ontvangen via de algemene uitkering.

Daarbij graag een overzicht waar dat totaalbedrag aan is uitgegeven/gereserveerd en waar dit terug te vinden is binnen de begroting. We ontvangen van het Rijk zo’n € 650.000 voor onderwijshuisvesting via de algemene uitkering. De algemene uitkering is een algemeen dekkingsmiddel voor onze begroting. Het bedrag voor onderwijshuisvesting als onderdeel van de algemene uitkering is daarom niet expliciet terug te zien in de begroting. We reserveren geen bedragen specifiek voor onderwijshuisvesting. Jaarlijks geven wij netto zo’n € 715.000 uit aan onderwijshuisvesting. Dit is exclusief ons personeel dat zich hier mee bezig houdt.

2

7. Wat zijn de kosten van het vrijliggende wandel/fietspad langs het westelijke tracé (landbouwverkeer)? De kosten van de aanleg van het wandelpad in het noordwestelijk kwadrant zijn globaal geraamd op € 50.000,- Kosten bestaan voornamelijk uit: - opschonen, rooien en afvoeren houtwal langs sportpark - verplaatsen bestaand hekwerk rondom sportpark - graven cunet voor het wandelpad - leveren en aanbrengen funderingslaag - leveren en aanbrengen semi-verharding De kosten van de aanleg van het wandelpad in het zuidwestelijk kwadrant zijn globaal geraamd op € 25.000,-. Omdat dit wandelpad is gesitueerd is op de bestaande ondergrond en dus niet verhard wordt betreffen het hier voornamelijk grondaankoopkosten t.b.v. dit wandelpad. Belastingen 8. Het college geeft aan dat ze geen uitspraken kunnen doen op basis van de geheimhoudingsplicht over individuele belastingplichtigen. Toegezegd is om uit een te zetten wat hier aan ten grondslag ligt. De geheimhoudingsplicht rust bijvoorbeeld op het verzoek dat is gedaan om inhoudelijke informatie te verstrekken over de aangifte van Libema, de hoogte van de belastingaanslagen opgelegd aan Libema. Wij verwijzen voor de geheimhoudingsplicht naar bijlage 2 van deze memo. Wij hebben Libema gevraagd of zij, ondanks de geheimhoudingsplicht die wij hebben, mee willen werken om de informatie die verzocht is openbaar te maken.

Zij hebben aangegeven graag hieraan mee te werken. U ontvangt van Libema uiterlijk 9 november de gevraagde gegevens.

9. In de tabel van de kostendekkendheid staan bij de omgevingsvergunningen € 569.0000 aan overige kosten. De vraag is waar deze kosten uit bestaan. Dit betreft grotendeels benodigde inhuurkosten voor het behandelen van incidentele grote projecten. We houden hier in de kostendekkendheidsberekening rekening mee. Maar deze kosten worden alleen gemaakt als er grote projecten worden aangevraagd. Hier staan dan ook legesinkomsten tegenover. 10. Waarom is gekozen voor een kostendekkendheid van meer dan 100% voor enkele producten binnen de leges van de ruimtelijke ordening? Voor sommige producten mogen we door wetgeving niet meer toerekenen en komen we op een kostendekkendheid lager dan 100% uit. Om tot een totale kostendekkendheid van zo’n 100% te komen geldt er voor sommige producten een kostendekkendheid van meer dan 100%. Zoals bijvoorbeeld voor hoofdstuk 2 het percentage uitkomt op 134%. De hogere kostendekkendheid was vorig jaar ook zo. Er wordt geen verdere verhoging voorgesteld. Wat een hogere kostendekkendheid rechtvaardigt is dat we voor bijvoorbeeld vooroverleg ambtelijke capaciteit kwijt zijn. Deze kosten mogen we wettelijk niet volledig doorberekenen waardoor de kostendekkendheid boven de 100% uitkomt.

3

11. A) Gevraagd is om het juridische advies te verstrekken dat onderbouwd dat Libema de belastingplichtige is voor de vermakelijkhedenretributie voor de bezoekers aan de evenementen op de Beekse Bergen. B) Aanvullend is gevraagd of het klopt dat we geen aanslagen gaan opleggen aan de evenementenorganisatoren en als dat zo is, is met de vermindering van € 30.000 aan inkomsten rekening gehouden met het opstellen van de begroting of is dit een extra tegenvaller die tot nu toe nog niet is verwerkt? A) Zie bijlage 1 van deze memo. B) We gaan geen aanslagen opleggen aan de evenementenorganisatoren. Met de vermindering van € 30.000 is nog geen rekening gehouden in de begroting 2022 en verder. We stellen nu nog niet voor de € 30.000 af te ramen. We gaan in gesprek met Libema en de evenementenorganisatoren over een manier waarop evenementen financieel kunnen bijdragen aan maatschappelijke opgaven in de gemeente. 12. De vraag is gesteld of het college de vermakelijkhedenretributie wil verhogen met € 0,05. We stellen nu niet voor de vermakelijkhedenretributie te verhogen met € 0,05.

Beantwoording van vragen op maandag 8 november De antwoorden op de volgende vragen hebben meer uitwerking nodig gehad. Ook zijn vragen later ingediend waardoor beantwoording eerder niet mogelijk was. De onderstaande antwoorden zijn daarom op 8 november aan deze memo toegevoegd. Het gaat om de onderstaande vragen: 13. U heeft gevraagd naar de voortgang van het amendement A-01 ingediend bij het raadsvoorstel Positief Jeugdbeleid op 11 november 2020. In bijlage 4 geven we in een voortgangsbericht puntsgewijs de stand van zaken van het amendement aan. 14. We hebben het antwoord op vraag 4b van deze memo toegevoegd. 15. Gevraagd is om verdere toelichting te geven op het voorbereidingskrediet voor Doelakkers als gekozen wordt voor nieuwbouw van de school op de huidige locatie. In de commissie vergadering van 21-10-21, waarin de begroting is behandeld, staat de vraag open voor het voorbereidingsfase krediet school Doelakkers voor een bedrag van € 200.000,-. Tijdens deze commissie vergadering hebben een aantal politieke partijen het standpunt ingenomen dat nieuwbouw op de huidige locatie de voorkeur heeft. Indien dit leidt tot een raadsbesluit dan kan het voorbereidingskrediet worden verlaagd tot een bedrag van € 100.000,- omdat de kosten van voorbereiding hoofdzakelijk gericht waren op nieuwbouw van de school op een nieuwe locatie, wat meer onderzoek vergt.

Wel zullen we bij de definitieve besluitvorming een aantal kosten moeten gaan maken als voorbereiding op de uiteindelijke nieuwbouw. Overigens zijn er in de afgelopen periode reeds een aantal kosten gemaakt in verband met de uitvoering van uw motie M01 d.d. 12-11-20. Recapitulatie; - Tot nu toe gemaakte kosten voor grondexploitatie, maptionaire, dialoogavond en ambtelijke uren € 40.000,-.

4

-

Nog te maken kosten voor maptionaire, dialoogavonden, onderzoek tijdelijke schoolvoorziening, opstellen Programma van Eisen, voorbereidingen aanbesteding nieuwbouw en tijdelijke voorzieningen en ambtelijke uren circa € 60.000,-.

College van B&W Vrijthof 10 | 5081 CA Hilvarenbeek Postbus 3 | 5080 AA Hilvarenbeek (013) 505 83 00 | www.hilvarenbeek.nl | @gemeenteHbeek

5

Bijlage 1 – juridisch advies vermakelijkhedenretributie Op 20 september 2016 heeft gemeente Hilvarenbeek met Libema (belanghebbende) een fiscale vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten. Deze VSO zag op de toepassing van de belastingverordeningen van de gemeente voor de toeristenbelasting en de vermakelijkhedenretributie aangaande belastbare feiten die zich in de objecten en/of op het terrein van belanghebbende voordoen of voor zouden doen. Eind 2020 is het idee ontstaan dat vermakelijkheden op het terrein van belanghebbende die door een andere partij worden verzorgd dan belanghebbende buiten de reikwijdte van de VSO vallen. In artikel 3 van de belastingverordening staat: Artikel 3 Belastingplicht “Belastingplichtig is degene die de vermakelijkheid geeft, dan wel degene voor wiens rekening en risico de vermakelijkheid wordt gegeven.” Als de belastingplichtige niet belanghebbende is, dan geldt de VSO niet, zo was de gedachte. Dat is gunstig ingeval belanghebbende aan het maximaal te heffen bedrag zou zitten en op deze wijze extra inkomsten kunnen worden gegenereerd. De vraag van de gemeente is of de gemeente de vermakelijkhedenretributie voor vermakelijkheden in de objecten en/of op het terrein van belanghebende aan derden in rekening kan brengen.

Allereerst is daarbij van belang dat een vaststellingsovereenkomst weliswaar een overeenkomst betreft, maar door het fiscale karakter niet onder het civiele recht, maar onder het bestuursrecht valt en dus de Algemene wet bestuursrecht geldt. Daarnaast is van belang dat een vaststellingsovereenkomst in de regel ‘slechts’ de heffingsgrondslag van een belasting, recht of retributie vastlegt of de wijze van bepaling daarvan. Er is dus immer sprake van een direct verband met de belastingverordening en er zal nog steeds een belastingaanslag (formeel besluit) worden opgelegd. De VSO stijgt qua inhoud en werking uiteraard wel uit boven de belastingverordening. De VSO wordt tenslotte juist in afwijking van de belastingverordening gesloten omdat beide partijen dat wensen. De fiscale vaststellingsovereenkomst mag niet verward worden met een zogenaamde fiscaal compromis. Een compromis wordt eerst na de aanslagoplegging gesloten en ziet bijna in alle gevallen op bijstelling van een besluit (bijv WOZ-beschikking) of de betaling van een aanslag.

In artikel 1 van de betrokken VSO uit 2016 staat: “Beekse Bergen aanvaardt de belastingplicht voor alle belastbare feiten voor de toeristenbelasting en de vermakelijkhedenretributie op het terrein, welke conform de vigerende verordeningen gelden ten aanzien van <…> en hun rechtsopvolgers.” In beginsel zou dit uitgelegd kunnen worden als zijnde dat een van de rechtspersonen uit het consortium de belastingplicht voor alle rechtspersonen in het consortium aanvaardt. Maar onder letter d. van de considerans van de VSO wordt duidelijk dat dat standpunt geen stand kan houden. Daarin staat namelijk dat: “Beekse Bergen aangewezen wordt als belastingplichtige van het object, dan wel van de objecten die op het terrein zijn gelegen en in de toekomst zullen zijn gelegen voor alle belastbare feiten voor de toeristenbelasting en de vermakelijkhedenretributie op het terrein, terwijl de Beekse Bergen de verdeling van belastingen naar de andere rechtspersonen betrokken bij de faciliteiten en activiteiten op het terrein, voor haar rekening neemt.” Daarmee is duidelijk dat het beoogde doel van de VSO is dat belanghebbende wordt aangewezen als belastingplichtige voor alle belastbare feiten voor de toeristenbelasting en de vermakelijkhedenretributie in de objecten en/of op het terrein van belanghebbende.

Combineer dat met het feit dat de inhoud en werking van een vaststellingsovereenkomst, voor zover die niet in strijd is met de wet, boven de inhoud en werking van een belastingverordening gaat. De gemeente kan de inhoud van de belastingverordening niet gebruiken om de VSO met belanghebbende buiten spel te zetten. Daartegen verzet de inhoud van de VSO zich.

6

Bijlage 2 – uiteenzetting geheimhoudingsplicht belastingen Algemene wet inzake rijksbelastingen Deze wet omvat regels die betrekking hebben op de rijksbelastingen. Veel van deze regels gelden echter ook voor de gemeentelijke belastingen. In artikel 231 van de Gemeentewet is bepaald dat de Awr ook van toepassing is op de gemeentelijke belastingen. In artikel 236 van de Gemeentewet worden de artikelen van de Awr genoemd, die niet van toepassing zijn op gemeentelijke belastingen. In de Awr staan een aantal termen zoals ‘inspecteur’ en ‘Onze Minister’, die de gemeente niet kent. Er is geen minister in de gemeente. In de Gemeentewet is daarom het zogenaamde ‘vertaalartikel’ opgenomen, artikel 231, lid 2. In dit artikel staat dat waar in de Awr wordt gesproken over ‘Onze Minister’ dit moet worden gelezen als het college. Daar waar ‘ inspecteur’ staat moet dit worden gelezen als de ambtenaar belast met het heffen van gemeentelijke belastingen, de heffingsambtenaar. Artikel 67 lid 1 Awr Art 67 lid 1 Awr luidt “Het is eenieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enig werkzaamheid bij de uitvoering van de belastingwet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt medegedeeld, verder bekend te maken dan noodzakelijk is (…)”.

Toelichting: Onder de ‘uitvoering van de belastingwet’ vallen alle werkzaamheden die ertoe leiden dat een belastingwet wordt uitgevoerd en alle werkzaamheden en informatie die daaraan bijdragen. Hieronder vallen onder andere adresgegevens, gegevens over opgelegde aanslagen. De ambtenaren zijn hiermee gebonden aan de fiscale geheimhoudingsplicht. De Hoge Raad heeft overwogen dat de geheimhoudingsplicht tegenover iedereen, behalve degene die tot de geheimhouding verplicht is, geldt. (HR 8-11-1991 ECLI:NL:HR:1991:ZC0409) Uitzonderingen Er zijn enkele ontheffingsgronden op de geheimhoudingsplicht en deze zijn opgenomen in artikel 67 lid 2 en artikel 67 lid 3. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om gegevens te verstrekken aan degene op wie de gegevens betrekking hebben. Een ander voorbeeld is als bekendmaking noodzakelijk is voor de goede invulling van een publiekrechtelijke taak zoals ter bestrijding van illegaliteit. Bij deze uitzonderingen moet het college toestemming geven om de gegevens te mogen verstrekken. Toeristenbelasting en precariobelasting ter zake van kabels, buizen , draden of leidingen Op de gemeentelijke belastingen, waaronder de toeristenbelasting en de precariobelasting ter zake van kabels, buizen, draden of leidingen vallen, is de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) van toepassing. Dit betekent dat de geheimhoudingsplicht van artikel 67 Awr van toepassing is.

De heffingsambtenaar mag slechts die informatie delen die de verantwoordelijk portefeuillehouder in de gelegenheid stelt om aan zijn verplichtingen te voldoen die uit zijn politieke verantwoordelijkheid voortvloeien. Er ontstaat een spanningsveld tussen enerzijds de geheimhoudingsplicht en anderzijds de inlichtingenplicht. Bij een inlichtingenplicht tot de verantwoordelijke portefeuillehouder moet steeds een zorgvuldige afweging gemaakt worden. Hierbij moet tevens altijd gewezen worden op artikel 67 Awr, dus de informatie moet verplicht binnenskamers blijven. In zijn algemeenheid kan worden aangegeven dat het delen van informatie aan leden van de gemeenteraad omtrent belastingzaken eigenlijk nooit aan de orde is. De gezagsrelatie ontbreekt

7

en er is veelal geen belang om deze informatie te delen want het delen van informatie wordt juist beschermd door de geheimhoudingsplicht. Zoals eerder opgemerkt kan het college ontheffing verlenen om informatie te verstrekken, echter dient hieronder een gefundeerde argumentatie te liggen. Dit is nu niet de context en dit ligt anders als er bijvoorbeeld sprake is van bestrijding van illegaliteit en het hiervoor noodzakelijk is dat belastinggegevens worden overlegd.

8

Bijlage 3 – financieringsconstructie hockeyclub Op 21 oktober jl. heeft de Hockeyclub ingesproken tijdens de plenaire commissievergadering. Dit naar aanleiding van het collegebesluit waarin het college heeft besloten om alleen garant te staan voor de aanleg van een waterveld van de club. De hockeyclub wil graag dat de gemeente kiest voor scenario 2, zodat de gemeente de aanleg van twee watervelden voorfinanciert en dit verrekent met de jaarlijkse onderhoudsbijdrage1, waarbij wel rekening gehouden dient te worden met de hogere jaarlijkse onderhoudskosten voor watervelden dan voor een zandveld en een semiwaterveld (waar de jaarlijkse onderhoudsbijdrage aan de hockeyclub nu op gebaseerd is). Ook pleit de hockeyclub voor het vervangen van twee velden tegelijkertijd. Dit levert een efficiency-voordeel op, omdat bepaalde kosten gedeeld kunnen worden. Tijdens de commissievergadering heeft uw raad het college opgeroepen om de scenario’s nader uit te werken met de ontbrekende financiële gegevens. De financiële gegevens hebben we bij de hockeyclub opgevraagd en in scenario 2 berekend voor 2 opties. Het college werkt binnen het kader wat de gemeenteraad in de begrotingsvergadering 2020 aan het college heeft meegegeven om garant te staan voor de aanleg van de twee watervelden vanwege inhoudelijke overwegingen en financiële risico’s (omschreven onder kopje ‘Kanttekeningen’).

Uw raad kan alsnog besluiten om voor scenario 2 optie 1 of optie 2 te kiezen en het college opdracht geven om dit verder uit te werken en aan uw raad voor te leggen. Scenario’s We hebben we een drietal scenario’s uitgewerkt: 1. Gemeente staat samen met SWS borg, elk 50% 2. Gemeente draagt bij, de hockeyclub investeert (2 opties) 3. Gemeente investeert, de hockeyclub draagt bij Scenario 1 - Gemeente staat samen met SWS borg, ieder voor 50% Het is de gemeente toegestaan om garanties uit hoofde van de publieke taak te verlenen. Het moet gaan om het realiseren van publieke doelen ten behoeve van de Hilvarenbeekse samenleving. Normaliter is het maximale aandeel van de SWS € 250.000 per project. Samen met de garantstelling door de gemeente bedraagt de lening dan € 500.000. Het is aan de hockeyclub om onderscheidende projecten aan te bieden. Eerder verzocht de hockeyclub uw college om voor de helft van de lening garant te staan. Voor de andere helft van de lening stond Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) garant. Echter, de hockeyclub is op dit verzoek teruggekomen vanwege de te hoge jaarlijkse lasten voor de club. Scenario 2 - Gemeente draagt bij, de hockeyclub investeert De berekeningen in dit scenario zijn opnieuw gemaakt aan de hand van aangeleverde cijfers van de Hockeyclub (bedragen inclusief BTW en BOSA-subsidie).

De gevraagde bijdrage van de gemeente daalt van € 625.000 naar € 579.800 (incl. € 59.000 onvoorzien) voor een waterveld met ET layer en daalt resp. naar € 502.200 (incl. € 59.000 onvoorzien) voor een waterveld met Foam. De subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) is bedoeld voor amateursportorganisaties. De hockeyclub kan de subsidie aanvragen voor bouw- en onderhoudskosten van sportaccommodaties en aanschaf van sportmaterialen.

1

Op basis van de Nota Harmonisatie Buitensportaccommdaties 2005 en het convenant dat de gemeente met de hockeyclub heeft gesloten ontvangt de club een jaarlijkse bijdrage welke jaarlijks wordt geïndexeerd voor het onderhoud, renovatie en vervanging van al haar velden. Deze bijdrage is gebaseerd op de kosten van semiwatervelden.

9

BOSA subsidiabele kosten: - Kosten voor bouw en onderhoud Kosten voor de bouw en het onderhoud van een sportaccommodatie en voor de aanschaf van sportmaterialen zijn subsidiabel. Deze kosten (incl. btw) komen in aanmerking voor 20% subsidie. - Energiebesparing, toegankelijkheid, circulariteit en klimaatadaptatie Activiteiten gericht op energiebesparing, toegankelijkheid, circulariteit en klimaatadaptatie komen in aanmerking voor 10% aanvullende subsidie. - Maatregelen veiligheidsbeleving Ook is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor maatregelen in het kader van de veiligheidsbeleving van de sportaccommodatie. Deze activiteiten komen in aanmerking voor 10% aanvullende subsidie. De bijdrage van de gemeente aan een investering van de hockeyclub is mogelijk indien aan o.a. de volgende voorwaarden wordt voldaan: - de bijdrage draagt bij aan de publieke taak van de gemeente - de hockeyclub zich daadwerkelijk verplicht tot het investeren op een wijze zoals deze is overeengekomen - de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan die van de activa waarvoor de bijdrage wordt verstrekt De gemeente neemt de bijdrage op de Balans, onder de post immateriële vaste activa bijdragen aan activa van derden. De kapitaallasten van de investeringsbijdrage worden berekend met de bijbehorende afschrijvingstermijnen en omslagrente van het begrotingsjaar.

De twee voorliggende opties betreffen de technische uitvoering van het hockeyveld. Omdat een waterveld wordt gebouwd op een harde fundering, moet er tussen de sporttechnische laag en de kunstgrasmat een shockpad komen die zorgt voor demping en sporttechnische eigenschappen. ET layer zorgt voor superieure speleigenschappen en absolute vlakheid. Foam wordt ‘uitgerold’ over de constructie alvorens de kunstgrasmat er overheen wordt gelegd. Waterveld met ET layer (optie 1) De lasten van de bijdrage worden bepaald door de (1) hoogte van de bijdrage, de (2) afschrijvingstermijn en de (3) toe te rekenen rente. De voorkeur gaat uit naar een waterveld met ET layer. De gemeente draagt in deze optie een bijdrage bij met daaraan lasten verbonden voor resp. 30 en 20 jaar. Op de post Onvoorzien wordt ook (vooralsnog) met 20 jaar gerekend. De rentelasten worden bepaald door het rente tarief. Vergelijkbaar met het Hilvaria model is met 3% gerekend, gedurende de geldende afschrijvingstermijnen. De totale berekende lasten zijn gedurende de eerst 20 jaar € 33.612 per jaar, de laatste 10 jaar € 16.888. Berekeningen waterveld met ET layer

Waterveld ET Layer Bouwklaar maken, uitbr. waterkelder, onderlaag Tussenlaag (ET), toebehoren en post onvoorzien *) Beregening Kunstgras en overige Bijdrage gemeente/aandeel investering hockeyclub Totale investering 2 watervelden

*) aandeel post onvoorzien € 118.000

afschr.jaren 30 20 15 10

Veld 1+2 bijdrage gemeente € 331.000,00 € 248.800,00 € 0,00 € 0,00 € 579.800,00

Veld 1+2 aandeel hockeyclub investering € 54.200,00 € 59.000,00 € 69.600,00 € 302.000,00 € 484.800,00

€ 1.064.600,00

Jaarlijkse last gemeente (tegen Gemeentelijke lasten ET Layer 30 jaar lang + eerste 20 jaar + eerste 15 jaar + eerste 10 jaar Jaarlijkse gemeentelijke lasten Dekking: Jaarlijkse onderhoudsbijdrage (subsidie 2021) Restant door de gemeente te betalen aan de hockeyclub

3% rente)

€ 16.888,00 € 16.724,00 € 0,00 € 0,00 € 33.612,00

€ 36.664,00 € 3.052,00

Waterveld met Foam (optie 2) De lasten van de bijdrage worden bepaald door de (1) hoogte van de bijdrage, de (2) afschrijvingstermijn en de (3) toe te rekenen rente. De gemeente draagt in deze optie een bijdrage

10

bij met daaraan lasten verbonden voor resp. 30, 20 en 10 jaar. Op de post Onvoorzien wordt ook (vooralsnog) met 20 jaar gerekend. De rentelasten worden bepaald door het rente tarief. Vergelijkbaar met het Hilvaria model is met 3% gerekend, gedurende de geldende afschrijvingstermijnen. De totale berekende lasten zijn sde eerste 10 jaar € 34.008 per jaar, daarna 10 jaar € 20.854 en de laatste 10 jaar € 16.888. De hockeyclub zelf geeft de voorkeur aan ET layer, op basis van levensduur en spelplezier. Berekeningen waterveld met Foam

Waterveld FOAM afschr.jaren Bouwklaar maken, uitbr. waterkelder, onderlaag 30 Post onvoorzien *) / optioneel 20 Beregening 15 Tussenlaag (Foam) en toebehoren, kunstgras en overige 10 Bijdrage gemeente/aandeel investering hockeyclub Totale investering 2 watervelden

*) post onvoorzien € 118.000

Veld 1+2 bijdrage gemeente € 331.000,00 € 59.000,00 € 0,00 € 112.200,00 € 502.200,00

Veld 1+2 aandeel hockeyclub investering € 54.200,00 € 59.000,00 € 69.600,00 € 302.000,00 € 484.800,00

€ 987.000,00

Jaarlijkse last gemeente (tegen Gemeentelijke lasten FOAM

3% rente)

30 jaar lang + eerste 20 jaar + eerste 15 jaar + eerste 10 jaar Jaarlijkse gemeentelijke lasten

€ 16.888,00 € 3.966,00 € 0,00 € 13.154,00 € 34.008,00

Dekking: Jaarlijkse onderhoudsbijdrage (subsidie 2021) Restant door de gemeente te betalen aan de hockeyclub

€ 36.664,00 € 2.656,00

Dekking Op eerder verzoek van de hockeyclub worden de jaarlijkse lasten van de gemeente (deels) gedekt door een verrekening met de jaarlijkse onderhoudsbijdrage van € 36.664 (index begrotingsjaar 2021) gedurende de geldende looptijd van het convenant. Bij een waterveld met ET-layer zijn de jaarlijkse gemeentelijke lasten € 33.600. De jaarlijkse onderhoudsbijdrage over 2021 bedraagt zo’n € 36.600. Dit betekent dat de hockeyclub jaarlijks nog zo’n € 3.000 ontvangt. Dit onder voorwaarde dat de hockeyclub zelf zorg draagt voor het toekomstig onderhoud en toekomstige vervanging van al haar velden. NB: Echter heeft de hockeyclub aangegeven dat de onderhoudskosten voor watervelden duurder zijn dan voor zandvelden en semiwatervelden. Watervelden kosten jaarlijks circa € 25.000 per veld. Zandvelden in combinatie met semiwatervelden rond de € 18.000 en hier is ook de huidige onderhoudsbijdrage op gebaseerd. In bovenstaande berekeningen is geen rekening gehouden met nieuwe jaarlijkse onderhoudskosten. Wanneer uw raad alsnog besluit om voor scenario 2 (optie 1 of 2) te kiezen, dient u zich bewust te zijn van de hogere onderhoudskosten voor de nieuwe velden. De hockeyclub heeft aangegeven niet zonder een jaarlijkse onderhoudsbijdrage van de gemeente te kunnen.

Wanneer de huidige onderhoudsbijdrage wordt verrekend met de investering, kan de hockeyclub geen reservering maken voor het onderhoud en vervanging van de nieuwe watervelden. De club heeft aangegeven ook kritisch naar de eigen begroting te kijken, Bosa subsidie op onderhoud aan te vragen, meer aan sponsoring te doen en de contributie te zullen verhogen. Echter gaat de club nog steeds uit van een gemeentelijke jaarlijkse bijdrage voor de nieuwe velden van zo’n € 30.000 voor beide velden. Zie ook onder ‘kanttekeningen’. Daarmee komt scenario 2 uit op een structureel nadelig effect voor onze begroting van zo’n € 30.000. Scenario 3 - Gemeente investeert, de hockeyclub draagt bij Het scenario waarin de gemeente investeert en de hockeyclub een bijdrage levert is financieel niet aantrekkelijk. Er kan géén beroep gedaan worden op de BOSA-subsidie. De jaarlijkse gemeentelijke lasten lopen op tot zo’n € 82.000 per jaar. De hockeyclub heeft kennisgenomen van dit scenario en is eveneens tot de conclusie gekomen dat dit scenario is komen te vervallen.

11

Kanttekeningen Aan de drie scenario’s zitten voor- en nadelen. Het college blijft binnen de kaders van de begrotingsbehandeling 2020 vanwege de kanttekeningen bij scenario 2. Scenario 3 valt af vanwege de hoge financiële lasten voor de gemeente. Hieronder leest u de kanttekeningen bij scenario 2. Er is op dit moment geen actueel buitensportaccommodatiebeleid. De consequentie daarvan is dat verzoeken van sportverenigingen nu ad hoc worden beoordeeld zonder dat er een actueel beleid aan ten grondslag ligt, wat ongelijke behandeling in de hand zou kunnen werken. Het bestaande beleid (Nota Harmonisatie Buitensportaccommodaties) dateert uit 2005. De verantwoordelijkheden voor beheer, onderhoud en vervanging van de sportvelden die daar beschreven zijn, gelden nog steeds. Op basis van dit verouderde beleid is de afspraak inzake onderhoud en vervanging met de hockeyclub gemaakt en juridisch vastgelegd in een convenant. Op basis van het convenant is de hockeyclub zelf verantwoordelijk voor onderhoud en vervanging van haar velden. De hockeyclub heeft ruim €484.000 gespaard met de jaarlijkse onderhoudsbijdrage en zal dit investeren in de twee watervelden. Op 8 juli 2021 is er een motie aangenomen over het opstellen van buitensportaccommodatiebeleid. Het actualiseren van beleid wordt voorbereid. Dit besluit ten behoeve van de hockeyclub loopt daarop voor.

Twee watervelden zijn ‘nice to have’ De hockeyclub kan ook kiezen voor een waterveld en een semiwaterveld of zandveld. Twee watervelden zijn voor de hockeyclub wenselijk, zodat de club elk lid de beste speelkwaliteit en comfort kan bieden en rechtvaardiging van de contributieverhoging. Echter is dat het meest dure scenario. Wanneer men kiest voor slechts één waterveld, zijn er financieel gezien wellicht meer mogelijkheden. Echter dient ook bij de vervanging van alleen het zandveld in een waterveld de overeenkomst en de onderhoudsbijdrage aangepast te worden. De jaarlijkse onderhoudskosten (los gezien van de investering) voor watervelden zijn hoger dan voor een zandveld en een semiwaterveld Het onderhoud van twee watervelden is duurder dan waar de gemeentelijke onderhoudsbijdrage aan de hockeyclub (op grond van het geldende convenant) op gebaseerd is. Hierover dienen we nog extern advies in. Verrekening van de gemeentelijke lasten inzake de voorfinanciering met de jaarlijkse onderhoudsbijdrage aan de hockeyclub is een risico. Er ligt nu een voorfinanciering (een bijdrage activa in eigendom van derden) op tafel waarbij de lasten jaarlijks worden deels betaald (verrekend) uit de meerjarige onderhoudsbegroting. De onderhoudsbedragen worden dan jaarlijks niet meer uitgekeerd aan de hockeyclub en de club draagt zelf zorg voor onderhoud en vervanging.

De club heeft al aangegeven dit niet volledig zelf op te kunnen vangen. Er zijn dan twee opties. Wanneer de gemeente instemt met scenario 2, dient er ook een hogere onderhoudsbijdrage uitbetaald te worden aan de hockeyclub. Hierdoor vallen de gemeentelijke lasten nog hoger uit. Wanneer de gemeente niet akkoord gaat met deze hogere onderhoudsbijdrage, kan de hockeyclub geen reservering maken voor onderhoud of vervanging van de velden. Concreet betekent dit dat de hockeyclub over 10 jaar opnieuw een verzoek bij de gemeente indient voor het grote onderhoud en vervolgens na 30 jaar voor de vervanging. De hockeyclub wil graag zelf verantwoordelijk blijven voor de vervanging van de toplaag, maar geven aan dat daarvoor dan, net als bij Hilvaria, wel de huidige overeenkomst naar een hogere onderhoudsbijdrage moet worden aangepast. De hockeyclub wil niet over 10 jaar met een nieuw verzoek bij de gemeente komen en is bereid om dit vast te leggen in de overeenkomst. Het risico bestaat dat meer verenigingen de aanleg van banen/velden ter financiering aan de gemeente zullen voorleggen.

12

Het laatste hockeyveld dateert uit 2007 en is nog niet afgeschreven in de gemeentelijke begroting. Het laatste hockeyveld is vervangen in 2007. In 2016 is met de hockeyclub een convenant gesloten voor de duur van 30 jaar. De hockeyclub schrijft in haar reactie een termijn van 30 jaar. Echter zijn we nu geen 30 jaar verder, slechts 14 jaar. In de gemeentelijke begroting staat het hockeyveld nog voor circa € 100.000. Deze afschrijving is budgetneutraal te realiseren vanwege een beschikbare reserve. De investering kan hoger uitvallen. Het totale investeringsbedrag voor twee watervelden met ET-layer bedraagt in scenario 2 € 1.064.600. Onze maximale investeringsbijdrage bedraagt € 579.800. Als het investeringsbedrag hoger uitvalt, komt dit ten laste van de hockeyclub. Als het investeringsbedrag lager uitvalt, passen we de investeringsbijdrage en de jaarlijkse onderhoudsbijdrage aan de hockeyclub naar rato aan.

13

Bijlage 4 - Voortgangsbericht positief jeugdbeleid Naar aanleiding van het aangenomen amendement positief jeugdbeleid in november 2020 geeft deze voortgangsnotitie inzicht in de huidige stand van zaken van het aangenomen amendement. Gemeente Hilvarenbeek vindt het belangrijk dat alle kinderen en jongeren de kans krijgen om zich op eigen wijze - te ontwikkelen tot zelfredzame volwassenen. Dat ze opgroeien in een gezonde en veilige omgeving. De ruimte krijgen om hun mogelijkheden en talenten te ontdekken. Tevreden met zichzelf leren zijn. Groeien in hun relationele, sociale en 21-eeuwse vaardigheden. Om leren gaan met uitdagingen die bij het (puber)leven horen. Nieuwe mensen ontmoeten. Leren om keuzes te maken voor de toekomst. En van betekenis zijn voor anderen, hun omgeving en onze samenleving. De investering in ontwikkeling en preventie maakt het mogelijk om (ernstige) problemen bij jeugdigen tijdig op te sporen en aan te pakken. Dit gebeurt zo veel als mogelijk samen met hen en met betrokkenheid van volwassenen en organisaties die al deel uitmaken van hun leven. De gewenste effecten van het Positief Jeugdbeleid zijn: • Meer verantwoordelijkheidsgevoel en het kennen en gebruiken van eigen mogelijkheden. • Meer zelfregie en een goed toekomstperspectief. • Meer jongerenparticipatie (actieve betrokkenheid). • Meer oog voor elkaar en de samenleving.

• Jongeren leren eventuele hulpvragen (h)erkennen en krijgen daardoor op tijd de juiste ondersteuning, hulp en/of zorg. • Jongeren met (ernstige) problemen doen mee. Met Positief Jeugdbeleid willen we een systemische verandering creëren (vanuit de bedoeling). Dat betekent dat we niet alleen gericht zijn op resultaten in ‘het nu’, maar juist ook op de gewenste effecten op de lange termijn. De neven effecten van het Positief Jeugdbeleid zijn: • Toename lichte jeugdzorg (korte termijn). • Afname gespecialiseerde jeugdzorg (lange termijn). • Meer ruimte voor beroepskrachten (minder regeldruk). • Inclusieve samenleving (lange termijn). • Meer (ouder)betrokkenheid en sociale cohesie. Een van de neveneffect van het positief jeugdbeleid zijn de financiële gevolgen. In het beleidsprogramma zijn deze als volgt omschreven ( te realiseren in 8 jaar): • Besparing door stabiliseren bij (zware) problemen: ontmoeting met andere jongeren en de betrokkenheid van jongerenwerkers van HEBE dragen bij aan het stabiel houden van jongeren met problemen. Het financieel effect hiervan wordt pas op langere termijn zichtbaar. • Besparing op inzet O3 partners door beter samenspel en afstemming binnen en tussen de drie opvoedmilieus.

• Besparing van € 63.000 door voorkomen van lichte jeugdzorg: in plaats van doorverwijzing naar lichte jeugdzorg, wijzen huisartsen, POH’ers, maatschappelijk werk en de gemeentelijke toegang door naar Team HEBE | R-Newt (jongerenwerkers). • Besparing van € 53.000 door voorkomen van gespecialiseerde jeugdzorg: door goed vervullen van de signaleringsrol door de jongerenwerkers van HEBE en hun adequate handelen kan inzet van specialistische jeugdzorg worden voorkomen en voldoet inzet van jongerenwerk en/of lichte jeugdzorg.

14

•

•

•

Besparing van € 44.000 door inzet van lichtere zorg: uit onderzoek blijkt dat beroepskrachten in het gemeentelijk domein, medisch domein en de jeugdzorg geneigd zijn om zwaardere zorg in te zetten dan nodig is. Door uit te gaan van versterking in het dagelijks leven en de verbinding met onder andere de jongerenwerkers van HEBE te leggen willen we dit gedrag ombuigen. Besparing van € 12.000 door ingezette jeugdzorg eerder af te schalen: door regelmatige afstemming met jeugdzorgaanbieders, de jongere en zijn/haar ouders vanuit de gemeentelijke toegang wordt beter inzichtelijk of ingezette zorg eerder kan worden afgeschaald naar de jongerenwerkers van HEBE die ondersteunen in het dagelijkse leven (nazorg, stabiliseren). Besparing van € 20.000 door versterkte samenwerking tussen gemeente, huisartsen en POH’ers: uit het succesvolle regionale project ‘Praktijk Ondersteuner Huisarts’ blijkt dat 60% van de jongeren die bij de POH komt door hem of haar wordt behandeld (in plaats van doorverwezen naar de GGz). Verbinding met de consulenten Mentale Gezondheid en Licht Verstandelijke Beperking biedt hier ook perspectief.

In het amendement Positief Jeugdbeleid ( november 2020) zijn 6 beslispunten opgenomen. I Beslispunt 2 wordt als volgt geformuleerd: “Vanaf 2022 € 240.000 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het Positief Jeugdbeleid, en deze uitgavenpost apart te vermelden in de (programma)begroting.” II Na beslispunt 2 een nieuw beslispunt 2.1 toe te voegen: “De dekking voor het Positief Jeugdbeleid vanaf 2022 te dekken uit het (regionale) jeugdhulpbudget en andere bestaande budgetten uit de begroting die gerelateerd zijn aan het Positief Jeugdbeleid buiten het (regionale) jeugdhulpbudget. Het door de gemeente Hilvarenbeek in te brengen bedrag in de begroting van de regio vanaf 2022 met een bedrag van maximaal € 240.000 te verminderen, of zoveel minder als de investering in het Positief Jeugdbeleid vraagt. Deze wijziging tevens door te voeren in de gemeentelijke begroting door het (regionale) jeugdhulpbudget vanaf 2022 met € 240.000 te verlagen of zoveel minder als de investering van het Positief Jeugdbeleid vraagt.” III Een nieuw beslispunt 2.2 toe te voegen: “De verdeling van de dekking over deze bestaande budgetten zichtbaar te maken in de Voorjaarsnota 2021.” V Beslis punt 5 uit het voorstel van het college komt als volgt te luiden: “Beslispunten 2, 3 en 4 vast te stellen in de begroting 2021”.

VI Een beslispunt 8 toe te voegen, luidende: “Om de voortgang van het Positief Jeugdbeleid te monitoren, rapporteert het college de raad gelijktijdig met de monitor sociaal domein.”

I Beslispunt 2 wordt als volgt geformuleerd: “Vanaf 2022 € 240.000 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het Positief Jeugdbeleid, en deze uitgavenpost apart te vermelden in de (programma)begroting.” In de begroting van 2022 is dit niet inzichtelijk gemaakt in de (programma)begroting Samenleving maar inzichtelijk gemaakt wel in de werkbegroting positief jeugdbeleid. Deze zin loopt (zeker in het begin) niet helemaal lekker. Moet ‘Voorgang november 2021’ worden verwijderd. En hier een expliciete verwijzing naar de werkbegroting? Pagina e.d. II Na beslispunt 2 een nieuw beslispunt 2.1 toe te voegen: “De dekking voor het Positief Jeugdbeleid vanaf 2022 te dekken uit het (regionale) jeugdhulpbudget en andere bestaande budgetten uit de begroting die gerelateerd zijn aan het Positief Jeugdbeleid buiten het (regionale) jeugdhulpbudget. Het door de gemeente Hilvarenbeek in te brengen bedrag in de begroting van de regio vanaf 2022 met een bedrag van maximaal € 240.000 te verminderen, of zoveel minder als de investering in het Positief Jeugdbeleid vraagt. Deze wijziging tevens door te voeren in de gemeentelijke begroting door het (regionale) jeugdhulpbudget vanaf 2022 met € 240.000 te verlagen of zoveel minder als de investering van het Positief Jeugdbeleid vraagt.”

15

Onder beslispunt 2 wordt gevraagd om de investering voor het positief jeugdbeleid te dekken uit het (regionale) jeugdhulpbudget. De verlaging van de regionale bijdrage is niet inzichtelijk gemaakt in de begroting 2022 van de regio. Dit heeft er mee te maken dat lokale beleidsvoornemens niet worden vertaald in de regiobegroting. Wel ontstaat hierdoor een na-ijleffect, wanneer door ons lokaal beleid de kosten afnemen dan zal deze verlaging uiteindelijk ook terugkomen in de begroting en de prognoses van de regio omdat deze worden gebaseerd op gemaakte kosten. Zoals eerder aangegeven vraagt de investering in het positief jeugdbeleid een bedrag van € 190.000, € 240.000 minus een al bestaande subsidie aan R-Newt. De verlaging van die € 190.000 is dus niet terug te zien in de begroting van de regio. Maar deze verlaging is wel in onze eigen begroting doorgevoerd. Onderstaande afbeelding uit onze administratie laat de verwerking goed zien:

Bovenstaande is een print screen uit ons grootboeknummer waarop de bijdrage aan de regio staat begroot. Op een aparte kostensoort is dit grootboek verlaagd met € 190.000 (240.000-/-50.000), op deze wijze is door ons uitvoering gegeven aan het beslispunt om de regionale bijdrage te verlagen met de investering voor het positief jeugdbeleid. De laatst ontvangen prognose van de regio (augustus 2021) laat een erg positief beeld zien, namelijk een verwachte lagere regionale bijdrage voor Hilvarenbeek. In de begroting 2022 geven we daarom ook aan dat we de negatieve boeking van het positief jeugdbeleid kunnen bijstellen; dit zie je terug in de laatste regel in bovenstaande print screen. Het positief jeugdbeleid staat in onze administratie op een eigen grootboeknummer (6610206):

16

III Een nieuw beslispunt 2.2 toe te voegen: “De verdeling van de dekking over deze bestaande budgetten zichtbaar te maken in de Voorjaarsnota 2021.” De kans is aanzienlijk dat we in 2022 voor het Positief Jeugdbeleid gebruik kunnen maken van landelijke en/of Europese subsidies. Hiermee kunnen we ook het gevraagde transformatiebudget dekken. Zodra een subsidie voor Positief Jeugdbeleid wordt beschikt, wordt dit middels een raadsinformatiebrief bekend gemaakt. Daarnaast is in de subsidiebeschikkingen aan partners die betrokken zijn bij jeugd (de drie opvoedmilieus zorg, onderwijs en vrije tijd) aangestuurd op een inspannings- en/of resultaatverplichting voor Positief Jeugdbeleid. Ook zijn overige middelen binnen de gehele portefeuille jeugd (bv middelen voor alcohol en drugs preventie) nagelopen en worden deze ingezet op de doelstellingen vanuit het Positief Jeugd beleid. Bij de Voorjaarsnota 2022 wordt nader onderzocht wat dit voor de uitvoering van het positief jeugdbeleid betekent. V Beslispunt 5 uit het voorstel van het college komt als volgt te luiden: “Beslispunten 2, 3 en 4 vast te stellen in de begroting 2021”. Voortgang november 2021 in de begroting van 2022 is dit niet inzichtelijk gemaakt in de (programma)begroting Samenleving maar inzichtelijk gemaakt in de werkbegroting positief jeugdbeleid.

VI Een beslispunt 8 toe te voegen, luidende: “Om de voortgang van het Positief Jeugdbeleid te monitoren, rapporteert het college de raad gelijktijdig met de monitor sociaal domein.” De raad ontvangt eind november een weergave van de theorie van de verandering over positief Jeugdbeleid, tijdens de informele raadsbijeenkomst met de afdeling samenleving op 2 december is er gelegenheid om in gesprek te gaan met de betrokken beleidsmedewerkers en eind december 2021 volgt een weergave van de eerste activiteiten, output en ervaringen van de jongeren. Vanaf 2022 zal het college de raad gelijktijdig met de monitor sociaal domein informeren over de voortgang van het positief jeugdbeleid.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10749149/2