12 Onderwijsachterstandenbeleid 2023-2026 (3 bijlage Beleidsplan)
Tekst van het document
Onderwijsachterstandenbeleid 2023-2026 Op grond van de Wet op het Primair Onderwijs is het college verplicht om: Voldoende voorschoolse educatie in aantal en spreiding aan te bieden voor doelgroepkinderen; - Afspraken te maken over de indicatie en de toeleiding van doelgroepkinderen; - Afspraken te maken over de doorgaande lijn van voor- naar vroegschool. - Afspraken te maken over de resultaten. - Afspraken te maken met het onderwijs en de opvang over het bevorderen van integratie, het tegengaan van segregatie; en, - Het bestrijden van onderwijsachterstanden; en, - Af te stemmen op inschrijvings- en toelatingsprocedures van leerlingen; en, - Tot een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen te komen. Hiervoor ontvangt de gemeente Rijksmiddelen onderwijs achterstandenbeleid (OAB). In dit beleidsplan legt de gemeente, tezamen met de educatieve partners en de GGD vast op welke wijze het onderwijsachterstandenbeleid vormgegeven wordt. -
LEA De basis voor het onderwijsachterstanden beleid (OAB) vinden we in de Lokaal Educatieve Agenda 2023-2026. In de LEA is de volgende doelstelling geformuleerd:
Onderwijs, opvang en gemeente willen bijdragen aan de optimale doorgaande ontwikkeling van alle Hilvarenbeekse leerlingen door hen een goede start te bieden waarbij: -
Zij gelijke ontwikkelingskansen krijgen; en Zij gestimuleerd worden hun talenten aan te spreken en zelfvertrouwen op te bouwen; Door middel van een kwalitatief sterk aanbod en goede begeleiding; In een veilige en vertrouwde omgeving; Op een passende plek; Zo thuisnabij mogelijk.
Eén van de subdoelen is dat er in Hilvarenbeek een kwalitatief goed voorschools aanbod voor alle kinderen ligt. In dit beleidsplan is beschreven op welke wijze we daar vorm aan geven.
1. Gemeentelijk beleid 1.1 Definitie doelgroepkind In de gemeente Hilvarenbeek is de volgende doelgroep definitie vastgesteld: Een doelgroep peuter is een peuter in de leeftijd van 2 tot 4 jaar, bij wie het consultatiebureau op basis van de gebruikte methodiek een inschatting maakt dat er sprake is van: 1.
Een (potentiële) achterstand op grond van één of meerdere van onderstaande redenen: - Opleidingsniveau ouders; - Thuis niet Nederlands spreken; - Spraak-taal ontwikkeling; - Sociaal-emotionele ontwikkeling; - Motorische ontwikkeling; - Thuissituatie; en, 2. Waarbij extra uren voorschoolse educatie een effectieve manier zijn om deze achterstand te kunnen oplossen Het consultatiebureau geeft een VVE indicatie af wanneer een peuter voldoet aan bovenstaande definitie. Een doelgroep kleuter is een kind in de leeftijd van 4 tot en met 6 jaar met een VVE indicatie. Actie: aanpassen van de doelgroep definitie, zodat deze meer gericht is op de taalontwikkeling. Daarbij dient er een alternatief beleid te komen voor peuters die op grond van een sociaal medische indicatie tijdelijk extra opvang nodig hebben.
1.2 Bereik Het aanbod voorschoolse educatie is in Hilvarenbeek goed op orde. In totaal zijn ca. 187 kindplaatsen voor voorschoolse educatie voor handen. Deze zijn verspreid over de hele gemeente, aangezien peuteropvang met voorschoolse educatie aan iedere schoollocatie verbonden is. In de gemeente Hilvarenbeek wordt een 100% bereik van peuters met een taalachterstand nagestreefd. D.w.z. dat iedere peuter met een aangetoonde achterstand een VVE indicatie krijgt en vervolgens deelneemt aan een extra urenaanbod op de voorschool. Dit wordt jaarlijks gemeten op grond van de volgende data: a. Aantal peuters in de peuterleeftijd 2-4 jaar (bron: bestand gemeente GBA) b. Aantal peuters dat een VVE indicatie ontvangt (bron: administratie GGD). c. Aantal unieke peuters dat deelneemt aan voorschoolse educatie (bron: administratie aanbieders voorschoolse educatie) d. Gegevens van de basisscholen waaruit blijkt dat leerlingen op 4, of 5-jarige leeftijd met een achterstand instromen zonder deelgenomen te hebben aan een voorschools programma. Daarbij worden verhuizingen naar Hilvarenbeek niet meegenomen.
Actie: we hebben nog onvoldoende in beeld wat het non-bereik van de doelgroep peuters is. We gaan de gegevens, zoals genoemd onder a t/m d structureel volgen en evalueren. Dit begint met de gegevens van de aantallen peuters waarvoor een VVE indicatie is afgegeven.
1.3 Toeleiding Kinderen worden als volgt toegeleid naar voorschoolse educatie: Consultatiebureau: Algemeen: kinderen worden gezien op de volgende leeftijden: -
4 weken door arts; 8 weken door verpleegkundige; 3 maanden door arts; 4 maanden via een flexibel consult; 5 maanden door arts; 7 en 9 maanden een flexibel consult; 11 maanden door arts; 14 maanden door arts of verpleegkundige; 18 maanden indicatieconsult. Dit contactmoment vindt alleen plaats als er mogelijk een indicatie wordt afgegeven. 2 jaar. Ook hier wordt mogelijk nog een indicatie afgegeven.
Op de leeftijd van 18 maanden wordt getoetst of er sprake is van een achterstand d.m.v. de Van Wijchen test. Op basis van bovenstaand traject en de doelgroep definitie bepaalt de consultatiearts of een peuter wel of niet een indicatie krijgt. Daarop volgt de volgende actie: a. Kinderen zonder achterstand. De ouders ontvangen informatie om hen toe te leiden naar een voorschools aanbod op één van de locaties in Hilvarenbeek. b. Kinderen met een achterstand. Zij ontvangen een indicatie. Dit wordt in het digitale dossier aangevinkt. Met de ouders wordt afgestemd dat de indicatie wordt doorgestuurd naar de kinderopvang. Op het moment dat de ouder het kind niet aanmeldt, gaat er een signaal terug naar het consultatiebureau. Het consultatiebureau neemt vervolgens weer contact op met de ouder om deze ertoe te bewegen de peuter alsnog aan te melden. Het is afhankelijk van de situatie of dit een telefonisch consult, een consult op het bureau, of bij de ouders thuis is. Kinderopvang: a. De kinderopvang ontvangt de vve indicatie. b. Ouders die nog niet bekend zijn bij de kinderopvang moeten zich eerst inschrijven. c. Als de locatie bekend is (door inschrijving) wordt het kindje geplaatst, met eventuele opbouw van dagdelen. Daarbij is het verplicht dat de geïndiceerde peuter in de leeftijdsperiode van 2,5 tot 4 jaar 960 uren VE volgt. d.
Wanneer op de voorkeurslocatie sprake is van een wachtlijst, hanteren we de volgende regels: - Geïndiceerde peuters gaan voor op niet geïndiceerde peuter; - Het aantal uren aanbod in de leeftijd van 2 tot 2,5 jaar kan aangepast worden. - De betreffende peuter kan tijdelijk op een andere locatie in de gemeente Hilvarenbeek terecht.
Uitgangspunt is dat de ouder flexibel dient om te gaan met de geboden tijden. Het kan voorkomen dat een peuter op de opvang zit zonder indicatie, maar waarvan geconstateerd wordt dat er wel degelijk sprake is van een achterstand. De kinderopvang kan in dat geval, in overleg met de ouders, de GGD verzoeken de peuter nogmaals te onderzoeken. Daarbij worden de volgende afspraken gevolgd: -
Een eventuele indicatie en een extra urenaanbod moeten leiden tot verkleinen van de achterstand. Een taal-spraakstoornis is dus geen reden voor extra uren. Er worden geen verwachtingen naar de ouder uitgesproken! De GGD moet nog steeds af kunnen wijzen, zonder teleurstellingen. Er is sprake van een ontwikkelingsachterstand van de peuter; daar zit dus het probleem. Extra uren VVE worden niet ingezet ter ondersteuning van het gezin!
1.4 Doorgaande lijn In Hilvarenbeek zijn de lijntjes kort. Op iedere schoollocatie is ook peuteropvang aanwezig met een aanbod van VVE. De teams binnen de locaties werken nauw met elkaar samen. De afspraak is dat elk kind warm wordt overgedragen door middel van een overdrachtsgesprek met de ouder, de IB-er en de pedagogische professional. Iedere VVE peuter wordt besproken in het ondersteuningsteam.
1.5 Resultaten Onderwijs en kinderopvang hebben de volgende resultaatafspraak gemaakt over de voor- en vroegschoolse educatie:
80% Van alle doelgroeppeuters maakt in de voor- en vroegschool een dusdanige ontwikkeling door dat zij: a. zonder onderbreking doorstromen naar groep drie; en, b. in groep 3 geen extra ondersteuning nodig hebben. We meten dit door de geïndiceerde VVE peuter te volgen bij de doorstroom naar groep 3. Actie: we volgen de resultaten gedurende de beleidsperiode (2023-2026) en sturen bij wanneer de resultaten niet voldoen aan de gemaakte afspraken. Bijsturen gebeurt door het maken van concrete kwaliteitsafspraken.
1.6 Vve-coördinatie op gemeentelijk niveau De overlegstructuur met het onderwijs is als volgt opgebouwd:
Bestuurlijk overleg met daarin een OOGO Dit gebeurt minstens tweemaal per jaar, in het voor- en het najaar. Hieraan nemen de bestuurders van de beide schoolbesturen, de bestuurder van de kinderopvang en de wethouder van de gemeente Hilvarenbeek deel. In het bestuurlijke overleg worden beleidsonderwerpen op hoofdlijnen besproken en worden beleidsdocumenten vastgesteld. De onderwerpen die o.a. aan de orde komen zijn: a. Onderwijsachterstanden/VVE, met name over: - Een zo groot mogelijke deelname van het aantal kinderen aan voorschoolse educatie;
Het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie; - De wijze waarop die kinderen worden toegeleid naar voorschoolse en vroegschoolse educatie; - Het bestrijden van onderwijsachterstanden; - De afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; - Een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen; - De organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie. - Resultaten van vroegschoolse educatie. b. Tegengaan segregatie, bevorderen integratie. -
Overleg Opvang en Onderwijs (O&O) Het overleg over onderwijsachterstanden sluit aan op het bestaande overleg O&O. Aan het O&O nemen de schooldirecteuren (en besturen) en de manager van de kinderopvang deel. De gemeente zal hier ook bij aansluiten. De samenstelling van de werkgroep is afhankelijk van de onderwerpen. De ambtenaar onderwijs van de gemeente is secretaris van het beleidsoverleg ten aanzien van het onderwerp onderwijsachterstandenbeleid.
2. Vve beleidscontext 2.1 Integraal vve-programma In de gemeente Hilvarenbeek wordt gewerkt met een vve-programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
2.2 Ouders Het is belangrijk dat ouders betrokken zijn bij de ontwikkeling van de peuter in het voorschoolse programma. Dat gebeurt uiteraard door ervoor te zorgen dat de ouders laagdrempelig de opvanglocaties kunnen bezoeken en met de pedagogisch professionals in gesprek kunnen. Daarnaast is er sprake van: -
De organisatie van ouder- en thema-avonden; Dagelijkse of wekelijkse overdracht van informatie over de peuter; Stimulans van de ouders om het taalaanbod aan de doelgroep peuter ook thuis te gebruiken; Elke doelgroep peuter en ouder krijgen een warme overdracht van opvang naar onderwijs.
Binnen de gemeente zijn de boekstartcoaches bezig met de betrokkenheid van de ouder bij de ontwikkeling thuis. Dit gebeurt door middel van het voorlezen van de kinderen op de consultatiebureaus. In 2023 zal de boekstartcoach geëvalueerd worden en zal bekeken worden of de inzet voldoende resultaten oplevert.
2.3 Externe zorg Op iedere opvang- en onderwijslocatie in de gemeente Hilvarenbeek is een ondersteuningsteam samengesteld, bestaande uit een aantal specialisten, zoals de interne (peuter) begeleider (IB’er), consultatieverpleegkundige of -arts, jeugdhulpverlener, Jeugd Ouder Opvoed Begeleider (Joob) etc. Door het ondersteuningsteam wordt het mogelijk om voor ieder kind een passend aanbod te creëren binnen de opvang met mogelijk hulp van externe partijen.
2.4 Systematische evaluatie en verbetering van vve op gemeentelijk niveau In het overleg Opvang en Onderwijs (O&O) wordt jaarlijks geëvalueerd en worden de verbeterpunten afgesproken. De verbeterpunten worden aan de hand van de resultaatafspraken vastgesteld. Actie: resultaten meten en hier eventuele verbeterpunten aan koppelen.
3. Vve condities 3.1 Basiskwaliteit De gemeente heeft geregeld dat de GGD de basiskwaliteit van de voorscholen beoordeelt. De basiskwaliteit van de voorscholen wordt in Hilvarenbeek gecontroleerd door de GGD.
3.2 Gemeentelijk vve-subsidiekader In Hilvarenbeek wordt jaarlijks de subsidieregels door het college vastgesteld. Op grond van afspraken in het OAB-beleid worden de regels aangepast.
4. Financiën Het totale subsidiebudget bestaat uit twee stromen: 1. Het rijksbudget dat de gemeente ontvangt op grond van de onderwijsachterstandsscore. Deze score wordt door het CBS bepaald aan de hand van de volgende factoren: - Opleidingsniveau van de ouders: van zowel de vader als de moeder worden het opleidingsniveau meegenomen. - Het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op school. - Land van herkomst van de ouders: er wordt gekeken naar de herkomst van de ouders. De herkomstlanden zijn ingedeeld in een aantal categorieën’ op basis van ‘culturele afstand’ tot Nederland. - Verblijfsduur in Nederland: verblijfsduur in Nederland: er wordt gekeken naar de verblijfsduur van de moeder in Nederland. - Schuldsanering: er wordt gekeken of het gezin in de schuldsanering zit. 2. Een gemeentelijk budget. Dit budget is bedoeld voor de kosten die niet gedekt kunnen worden uit het rijksbudget. Zo betalen we uit dit budget een voorschools aanbod aan alle peuters in Hilvarenbeek (vanuit het rijksbudget mogen alleen de peuters met een geïndiceerde taalachterstand betaald worden). In bedragen ziet dat er als volgt uit:
1
Inkomsten Rijksmiddelen OAB Gemeentelijke middelen OAB Totaal
2023 115.0001 65.000 180.000
2024 115.000 65.000 180.000
2025 115.000 65.000 180.000
2026 115.000 65.000 180.000
Uitgaven Voorschoolse educatie en peuteraanbod Peuter interne begeleider Boekstartcoach NT 2 taalonderwijs Totaal
2023
2024
2025
2026
131.2202 25.785 10.000 12.080 179.085
133.844 25.780 7.376 12.080 179.085
136.521 31.085 0 12.080 179.686
139.252 31.085 0 12.080 182.417
Resultaat Inkomsten Uitgaven Verschil
2023 180.000 179.085 + 915
2024 180.000 179.085 + 915
2025 180.000 179.686 + 314
2026 180.000 182.417 - 2.4173
Het is in oktober 2022 nog niet bekend welke rijksmiddelen de gemeenten ontvangen voor onderwijsachterstandenbeleid. In de begroting is uitgegaan van het bedrag over 2022. 2 Voor dit bedrag is een inschatting gemaakt op de te verwachten subsidieaanvragen van de kinderopvang, gebaseerd op de aantallen deelnemende peuters in 2022. 3 Het verschil dat in 2026 verwacht wordt kan gedekt worden uit de overschotten van de 3 voorgaande jaren. Het restant op het rijksbudget mag binnen de beleidsperiode 2023-2026 steeds doorgeschoven worden naar het volgende jaar.