12 bp Emmerseweg 16 (7 toelichting bijlage 2 - Landschappelijke inpassingsplan ruimte-voor-ruimte- en voormalige bedrijfswoning)
Tekst van het document
Landschappelijk inpassingsplan ruimte-voor-ruimte- en voormalige bedrijfswoning
Pagina 1 van 7
Inhoud 1 Planopzet .............................................................................................................................................. 3 2 Voorbeelden ......................................................................................................................................... 4 3 Inrichting............................................................................................................................................... 5 4 Beplanting............................................................................................................................................. 6 5 Relatie met bosgebied ’t Stuk en beukenlaan Emmerseweg ............................................................... 7
Pagina 2 van 7
1 Planopzet Bij een nieuw initiatief in het buitengebied is het van belang dat de nieuwe ontwikkeling op passende wijze wordt opgenomen in het landschap. Er speelt dan een inrichtingsvraag op twee niveau’s: op het niveau van erfbeplanting en landschappelijke kwaliteitsverbetering. Voor de ruimte-voor-ruimte woningen en het omzetten van de voormalige bedrijfswoning op de planlocatie Emmerseweg 16 dient de erfbeplanting dient gezorgd te worden voor een passende landschappelijke inpassing. De basis: passende erfbeplanting Bij een nieuw initiatief dient een erfinrichtingsplan opgesteld te worden. Zowel bij een enkele kavel alswel bij een erfontwikkeling. Het doel hiervan is om met erfbeplanting samenhang te brengen in het ensemble van gebouwen en dit ensemble van gebouwen op een goede manier in te passen in het omliggende landschap. Tevens draagt zij bij aan de biodiversiteit van het landschap. Het uitgangspunt daarbij is de toepassing van inheemse beplanting (beplanting die van nature hier voorkomt). Hieronder worden ten behoeve van een landelijke inbedding van de planlocatie de voorwaarden opgesomd. • Bij de landschappelijke inpassing kan de voorzijde van het erf representatiever worden ingericht.
Een erfafscheiding door middel van een geschoren haag (beuk, liguster of veldesdoorn) en een of 2 fraaie landschapsbomen of leilinden kunnen het voorerf een landelijke uitstraling geven. • De zijdelingse erfgrenzen kunnen een meer landschappelijke inrichting krijgen, afgestemd op de kenmerken van het landschap achter het erf. Bijvoorbeeld met een losse struweelhaag met soorten als meidoorn en veldesdoorn of een sloot met een rij bomen. Het heeft de nadrukkelijke voorkeur bij ‘lange lengtes’ geen lange schuttingen te plaatsen en hekwerken alleen te plaatsen indien zij met een haag of heg kunnen worden ingepast. • De achterzijde kan divers worden ingepast. Bijvoorbeeld een losse struweelheg (met soorten als meidoorn, veldesdoorn (eventueel gemengd). De achterzijde kan echter ook deels open blijven voor doorzichten vanuit de tuin: enkele landschapsbomen, bomenrij of fruitgaard in de achtertuin kan de aanblik op bebouwing vanuit het ommeland dan verzachten. Ook een sloot of landschappelijke raster (paal en draad) kan dan de erfgrens markeren. Geen schuttingen, hekwerken kan indien noodzakelijk, bij voorkeur deze inpasssen met hagen. • Met erfbeplanting kunnen ‘lelijke’ elementen uit het zicht worden genomen zoals niet passende bebouwing, eventuele opslag- of parkeerruimte. • Buiten de ‘kaveltuin’ zijn de volgende elementen passend: een fruitboomgaard, moestuin of een dierenweide.
Dit kan omzoomd door een afrastering met houten paaltjes of een inheemse haag van beuk of meidoorn.
Pagina 3 van 7
2 Voorbeelden Voor het inpassen van de woningen in het buitengebied op de planlocatie dient enerzijds aangesloten te worden op de cultuurhistorisch waardevolle laan van Beuk ter hoogte van de Emmerseweg. Anderszijds dient sprake te zijn van een eigentijdse uitstraling en een verbinding met het achterliggende bosgebied het Stuk.
Voorbeeld van erf (voortuin) te Tilburg waar meerdere elementen samenkomen; solitaire Grove Den (relatie met bosgebied ’t Stuk), Ruwe knip/scheerhaag rondom, en aan de rechterzijde een klein bosje/bomengroep.
Pagina 4 van 7
3 Inrichting Hieronder is een afbeelding opgenomen van de beoogde landschappelijke inpassing. Een grootformaat is opgenomen in bijlage 1.
Pagina 5 van 7
4 Beplanting Voor de inrichting wordt onderstaande beplanting beoogd.
Bovenstaande beplanting wordt gecombineerd met ruime landschappelijke voortuinen passend in de jonge zandontginningen. De totale oppervlakte landschappelijke inpassing bedraagt daarmee 3.000 m²
Pagina 6 van 7
5 Relatie met bosgebied ’t Stuk en beukenlaan Emmerseweg Bosgebied ’T Stuk bestaat hoofdzakelijk uit Droog bos met verschillende, veelal van oorsprong aangeplante, bosopstanden van den, (winter)eik, beuk, Douglas, lariks of fijnspar. De voedselarmere delen worden grotendeels gedomineerd door den, eik en beuk, op de wat rijkere bodems is er een hogere groei van beuk, Douglas, lariks en spar, met betere mengingsmogelijkheden. Dit bostype is de productievariant van het bostype dennen-, eiken- en beukenbos. De Emmerseweg wordt gekenmerkt aan een dominante cultuurhistorisch waardevolle Beukenlaan aan de noordzijde. Het plan Emmersweg 16 zoekt de verbinding met de omgeving door de Beukenlaan aan de Emmerseweg aan de zuidzijde aan te vullen met eveneens boomgroepen bestaande uit Beuk, en meer klimaatbestendige soorten zoals Linde, zie het beplantingsplan de plantvakken 6, 7 en 8. Aan de oostzijde van het plan Emmerseweg (achtertuinen) wordt de relatie met bosgebied ’T Stuk gelegd door de aanplant van de in het bos herkenbare soorten zoals Eik, Grove Den, Beuk en vergelijkbaar.
Afbeelding 1 visualisatie relatie met omliggende groenstructuren
Pagina 7 van 7