12 Bestemmingsplannen Kern Baarschot, Diessen, Haghorst en Hilvarenbeek Esbeek (toelichting Regeling bedrijven in andere categorie)
Tekst van het document
REGELING VOOR BEDRIJVEN IN ANDERE MILIEUCATEGORIE, BESTEMMINGSPLANNEN KOMGEBIEDEN, GEMEENTE HILVARENBEEK
1
Aanleiding
De raadscommissie heeft vragen gesteld over de werking van en inspraakreacties van belanghebbenden over de regeling in het ontwerp bestemmingsplan voor de komgebieden, artikel 5 Bedrijventerreinen, die regelt dat bestaande bedrijven en hun bedrijfsactiviteiten die onder een andere milieucategorie vallen dan benoemd in de regels en op de verbeelding van het ontwerp bestemmingsplan. a. b.
Kan een bestaand bedrijf met activiteiten in een hogere milieucategorie op de betreffende locatie gewoon verder gaan? Behoudt dit bedrijf zijn rechten? Kunnen er ook andere afwijkende bedrijfsactiviteiten op zo’n locatie gevestigd worden?
Voor de raadscommissie is de regeling niet duidelijk. Dit komt kennelijk mede doordat er in de regels gesproken wordt over zowel ‘milieucategorieën’ als over ‘bedrijfstypen’.
2
Bestaande regeling in de ontwerp bestemmingsplannen
Het gaat concreet over de volgende planregels: Artikel 5 Bedrijventerreinen 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen […] h.
i.
uitsluitend voor al gevestigde bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt, reeds tot een lagere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, die lagere milieucategorie eveneens als toelaatbaar geldt; uitsluitend voor al gevestigde bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt reeds tot een hogere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, het reeds aanwezige bedrijfstypen eveneens als toelaatbaar geldt;
[…] Niet geheel onbelangrijk in dit kader zijn ook eventuele algemene gebruiksregels en het overgangsrecht uit het voorliggende ontwerp bestemmingsplan van belang.
3
•
Er zijn geen relevante algemene gebruiksregels opgenomen, anders dan het strijdige gebruik.
•
Het overgangsrecht regelt gedeeltelijk hetzelfde als de ter discussie staande regels binnen de bestemming “bedrijventerrein”, maar dan in algemene zin en voor het hele plangebied en alle bestemmingen. Zie verder bijlage 1, onder artikel 39.2.
Oude regeling in de vorige bestemmingsplannen
REGELING VOOR BEDRIJVEN IN ANDERE MILIEUCATEGORIE, BESTEMMINGSPLANNEN KOMGEBIEDEN
Hoe was het geregeld in de oude bestemmingsplannen? Is er sprake van een helemaal nieuwe regeling of wordt er voortborduurt op een bestaande regeling? Is er iets veranderd? 3.1
BP Woongebieden en bedrijventerreinen, Hilvarenbeek
Artikel 5 Bedrijventerrein 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 De voor "Bedrijventerrein" aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven als vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de volgende daarin opgenomen categorie-indeling: a. ter plaatse van de aanduiding “bedrijf van categorie 2”: bedrijven in milieucategorie 2; b. ter plaatse van de aanduiding “bedrijf ten hoogste tot en met categorie 3.1”: bedrijven in milieucategorie 2 en 3.1; c. ter plaatse van de aanduiding “bedrijf ten hoogste tot en met categorie 3.2”: bedrijven in milieucategorie 2, 3.1 en 3.2; met dien verstande dat: d. uitsluitend voor bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt reeds tot een lagere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, die lagere milieucategorie eveneens als toelaatbaar geldt; e. uitsluitend voor bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt reeds tot een hogere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, het reeds aanwezige bedrijfstype eveneens als toelaatbaar geldt; 3.2
BP kern Diessen
Artikel 5 Bedrijventerrein 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 De voor "bedrijventerrein" aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven als vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de volgende daarin opgenomen categorie-indeling: a. ter plaatse van de aanduiding “bedrijf van categorie 2”: bedrijven in milieucategorie 2; b. ter plaatse van de aanduiding “bedrijf ten hoogste tot en met categorie 3.2”: bedrijven in milieucategorie 2, 3.1 en 3.2; met dien verstande dat c. uitsluitend voor bedrijven die op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan reeds tot een lagere milieucategorie behoren dan blijkens de categorieaanduiding op de verbeelding is toegestaan, die lagere milieucategorie eveneens als toelaatbaar geldt; 3.3
BP Kern Esbeek en bedrijventerrein De Mierbeek
Artikel 5 Bedrijventerrein 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven als vermeld in de Staat van bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de volgende daarin opgenomen categorie-indeling: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2': bedrijven in milieucategorie 2; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2': bedrijven in milieucategorie 1 en 2; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste tot en met categorie 3.1': bedrijven in milieucategorie 2 en 3.1;
REGELING VOOR BEDRIJVEN IN ANDERE MILIEUCATEGORIE, BESTEMMINGSPLANNEN KOMGEBIEDEN
d.
ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste tot en met categorie 3.2': bedrijven in milieucategorie 2, 3.1 en 3.2; met dien verstande dat: e. uitsluitend voor bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt, reeds tot een lagere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, die lagere milieucategorie eveneens als toelaatbaar geldt; f. uitsluitend voor bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt reeds tot een hogere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, het reeds aanwezige bedrijfstype eveneens als toelaatbaar geldt; 3.4 Conclusie t.a.v. hoe het was Er wordt niets meer geregeld dat voorheen reeds werd geregeld. De meest actuele – en in mijn ogen de best dekkende – regeling uit het bestemmingsplan “Kern Esbeek en bedrijventerrein De Mierbeek” is overgenomen in de nieuwe komplannen.
4
Wat is beoogt te regelen?
De leden h. en i. uit artikel 5 Bedrijventerrein, onder 5.1.1 beogen te regelen dat bestaande bedrijven binnen de bestemming “bedrijventerrein” rechtmatig aanwezig zijn en hun bedrijfsactiviteiten mogen voortzetten zoals deze op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig aanwezig waren. Het gaat dan expliciet over de bedrijven die ofwel tot een lagere ofwel tot een hogere milieucategorie behoren dan binnen de bestemming op die locatie zijn toegestaan. Het gaat daarbij om de bedrijfsactiviteiten die rechtmatig uitgevoerd worden, dus op basis van: a. Een geldende milieuvergunning (of voorheen Hinderwetvergunning); en/of b. Toegestane activiteiten uit het Activiteitenbesluit of daaraan voorafgaande landelijke besluit (met een melding ook toegestaan); en/of c. Rechtstreeks toelaatbare activiteiten uit andere (milieu)wetgeving (zonder melding of toestemming toelaatbaar). Hierbij is er wel een verschil tussen bestaande bedrijven die tot een lagere milieucategorie behoren dan eigenlijk toegestaan en bedrijven die tot een hogere milieucategorie behoren dan eigenlijk toegestaan: A. Lagere milieucategorie: a. Deze mogen ter plaatse gevestigd zijn en blijven en hun activiteiten uitvoeren o.b.v. de uitzonderingsregel dat de ‘lagere milieucategorie voor dit bedrijf toelaatbaar is’. b.
Dit betekent dat dit bedrijf wel andere activiteiten kan en mag uitvoeren die ook tot een lagere milieucategorie behoren. c. Bijvoorbeeld: een schildersbedrijf uit categorie 1 op een locatie waar categorie 2 en 3.1 zijn toegelaten, mag de activiteiten (beperkt) uitbreiden met of omzetten naar bijvoorbeeld loodgieterswerkzaamheden in de categorie 1. B. Hogere milieucategorie: a. Deze mogen ter plaatse gevestigd zijn en blijven en hun activiteiten uitvoeren o.b.v. de uitzonderingsregel dat het ‘aanwezige bedrijfstype uit een hogere milieucategorie voor dit bedrijf toelaatbaar is’. b. Dit betekent dat alleen dit bedrijf de rechtmatig bestaande activiteiten (bedrijfstype) kan en mag blijven uitvoeren die tot een hogere milieucategorie behoren. Hiermee
REGELING VOOR BEDRIJVEN IN ANDERE MILIEUCATEGORIE, BESTEMMINGSPLANNEN KOMGEBIEDEN
c.
wordt voorkomen dat andere bedrijfstypen en activiteiten ter plaatse ook kunnen worden uitgeoefend. Bijvoorbeeld: een metaalverwerkingsbedrijf uit categorie 4 waar alleen categorie 2 en 3.1 zijn toegestaan mag daar blijven zitten, maar bijvoorbeeld niet omschakelen naar een papierfabriek in categorie 4 of 3.2.
Door het gebruiken van de term “bedrijfstype”, worden de alternatieven bij een hogere milieucategorie aanzienlijk beperkt. Ter informatie: De term “bedrijfstype” verwijst naar de eerste 4 kolommen uit de Staat van bedrijfsactiviteiten uit de bijlage bij de regels van het bestemminsplan en de landelijke VNG brochure “Bedrijven en milieuzonering” en verdelen bedrijven in verschillende soorten van bedrijven naar activiteiten, aard en omvang. Voor meer informatie verwijzen wij naar de genoemde VNG-brochure.
0112 0112 0112 0112
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
BODEM
LUCHT
011, 012, 013 011, 012, 013, 016 011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013 0113
GROOTSTE AFSTAND
0111, 0113 0112
-
GEVAAR
01
GELUID
01
STOF
2008-
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
1993
OMSCHRIJVING
nummer
SBI-code
10
10
30
10
30
2
1
1
B
L
0
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) Tuinbouw:
1
- bedrijfsgebouwen
10
10
30
10
30
2
1
1
B
L
2
- kassen zonder verwarming
10
10
30
10
30
2
1
1
B
L
3
- kassen met gasverwarming
10
10
30
10
30
2
1
1
B
L
4
- champignonkwekerijen (algemeen)
30
10
30
10
30
2
1
1
B
BEDRIJFSTYPE
5
Wat is een goede regeling? 5.1
Regeling uit het ontwerp bestemmingsplan, anno 2024
De regeling regelt in principe wat ze moet regelen. In principe wordt er een status quo geregeld voor de afwijkende situaties. A. Bedrijven in een lagere categorie: Hier lijkt geen probleem te ontstaan als er andere bedrijven met een lagere categorie ontstaan. Dat zal zeker gebeuren, omdat deze vaak zonder toestemming ter plaatse activiteiten kunnen opstarten. Er is geen vergunning nodig vaak en toetsing op de gebruiksregels van het bestemmingsplan is doorgaans niet iets wat een burger of ondernemer een vanzelfsprekendheid vindt. B. Bedrijven in een hogere categorie
REGELING VOOR BEDRIJVEN IN ANDERE MILIEUCATEGORIE, BESTEMMINGSPLANNEN KOMGEBIEDEN
De regeling regelt voldoende voor bestaande bedrijven in een hogere milieucategorie dan eigenlijk toegestaan (en wenselijk) binnen de bestemming op de betreffende locaties. Bestaande vergunde rechten worden met deze regeling gerespecteerd; de gemeente treedt niet actief op tegen ongewenste vestiging van bedrijven als deze juridisch wel rechtmatig zijn gevestigd. Er zit een kleine onzekerheid in de regeling als het gaat om ‘andere activiteiten’ die toch kunnen ontstaan. Dat zal echter alleen door organische ontwikkeling gebeuren: bedrijfsactiviteiten veranderen ook gedurende de tijd en niet uitgesloten kan worden dat er toch op enig moment een andere activiteit ontstaat of is ontstaan binnen ‘hetzelfde bedrijf met hetzelfde bedrijfstype’. Goed toezicht op deze bedrijven vanuit het handhavingsspoor kan en moet hier verdere of nieuwe afwijkingen voorkomen. Dit risico lijkt aanvaardbaar te zijn. 5.2 Juiste plek van de regeling De regeling kan wel beter en duidelijk worden gepositioneerd binnen de regels van het bestemmingsplan. Het betreft immers een specifieke gebruiksregel voor afwijkende activiteiten. Die behoren eigenlijk in de paragraaf 5.4 en 5.5 opgenomen te zijn. Nu staan ze tussen de doeleindeomschrijvingen uit artikel 5.1 van de bestemming “Bedrijventerrein”. Het advies is om deze afwijkende gebruiksregels te verhuizen naar paragraaf 5.4 Specifieke gebruiksregels.
Er moet dan ook een andere (inleidende) formulering worden toegevoegd, maar de strekking kan helemaal hetzelfde blijven. 5.3 Verbeterde regeling Om meer juridische duidelijkheid te genereren en discussie te vermijden over welke activiteiten er nu wel en niet rechtmatig waren / zijn op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, kan een concretere relatie gelegd worden naar de rechtmatig tot stand gekomen en toegestane (afwijkende) activiteiten. Dit is alleen een onderwerp bij de bedrijven die tot een hogere milieucategorie behoren dan toegestaan. Om dit te regelen moet in de planologische regeling een verwijzing worden opgenomen naar de milieuvergunning die ten grondslag ligt aan de uitgevoerde activiteiten (of voorheen inrichting). Juridisch is dit houdbaar en afdwingbaar. Er wordt dan ook geen inbreuk gedaan op de bestaande rechten van de betreffende bedrijven, mits rekening wordt gehouden met niet vergunningplichtige activiteiten binnen de bedrijfsvoering. Die staan doorgaans nergens op papier of in een vergunning en kunnen wel van invloed zijn op de activiteiten en de totale belasting op de omgeving (en dus in theorie ook op de milieucategorie). Dat laatste is echter eerder een zeldzaamheid dan een reëel te verwachten situatie. Afgewogen kan worden om de regeling voor onderdeel f. als volgt te herformuleren: e.
uitsluitend voor bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt, reeds tot een lagere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, die lagere milieucategorie eveneens als toelaatbaar en bestaand gebruik worden gezien; f. uitsluitend voor bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt op grond van een verleende omgevingsvergunning en/of gemelde activiteiten op basis van het activiteitbesluit (of daaraan voorafgaande landelijk algemene maatregelen van bestuur) reeds op rechtmatig wijze tot een hogere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, geldt dat deze rechtmatig tot stand gekomen toestemming(en) voor dat aanwezige bedrijfstype eveneens als toelaatbaar en bestaand gebruik worden gezien;
REGELING VOOR BEDRIJVEN IN ANDERE MILIEUCATEGORIE, BESTEMMINGSPLANNEN KOMGEBIEDEN
6
Advies
1.
Geadviseerd wordt om de bestaande regeling op de juiste plaats van het bestemmingsplan op te nemen, zijnde artikel 5.4 Specifieke gebruiksregels. Geadviseerd wordt om voor bedrijven met een hogere milieucategorie het toegestane en toelaatbare gebruik rechtstreeks te koppelen aan de geldende omgevingsvergunningen milieu en/of toestemming(en) op grond van het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer.
2.
BIJLAGE 1 – RELEVANTE REGELS UIT DE ONTWERP BESTEMMINGSPLANNEN
Artikel 5 Bedrijventerrein 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven als vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de volgende daarin opgenomen categorie-indeling: a. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf van categorie 2": bedrijven in milieucategorie 2; b. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 2": bedrijven in milieucategorie 1 en 2; c. ter plaatse van de aanduiding “bedrijf tot en met categorie 3.1”: bedrijven in milieucategorie 2 en 3.1; d. ter plaatse van de aanduiding “bedrijf tot en met categorie 3.2”: bedrijven in milieucategorie 2, 3.1 en 3.2; met dien verstande dat: e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bouwmarkt': volumineuze detailhandel is toegestaan; f. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' een kantoor is toegestaan; g. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - verkooppunt motorbrandstoffen' een verkooppunt voor motorbrandstoffen (met uitzondering van de verkoop van lpg) is toegestaan; h. uitsluitend voor al gevestigde bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt, reeds tot een lagere milieucategorie behoren dan blijkens de categorieaanduiding is toegestaan, die lagere milieucategorie eveneens als toelaatbaar geldt; i.
uitsluitend voor al gevestigde bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt reeds tot een hogere milieucategorie behoren dan blijkens de categorieaanduiding is toegestaan, het reeds aanwezige bedrijfstypen eveneens als toelaatbaar geldt; alsmede voor: j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - stalling auto's': het parkeren en stallen van auto's; k. ter plaatse van de aanduiding 'antennemast': een zendmast met antenne voor mobiele telecommunicatie en/of radio-/televisieontvangst met bijbehorende voorzieningen; l. ter plaatse van de aanduiding 'brandweerkazerne': een brandweerkazerne; m. ter plaatse van de aanduiding 'museum': een museum; n. ter plaatse van de aanduiding 'sport': een tennishal en/of een tennisbaan, en een sportschool met zwembad; o. ter plaatse van de aanduiding 'opslag' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - opslag': een buitenopslag; p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - straalcabine': een straalcabine; q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - puinbrekerij': een puinbrekerij; r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - rolkraan': een rolkraan; s. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - silo': een silo; t.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - stucadoorsbedrijf': een stucadoorsbedrijf; u. ter plaatse van de aanduiding 'transportbedrijf': een transportbedrijf; v. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - langzaam verkeer': een langzaamverkeersroute; w. ter plaatse van de aanduiding 'waterberging': de instandhouding van waterberging;
REGELING VOOR BEDRIJVEN IN ANDERE MILIEUCATEGORIE, BESTEMMINGSPLANNEN KOMGEBIEDEN
x. bedrijfswoningen; y. productiegebonden detailhandel; z. erven en terreinen; aa. nutsvoorzieningen; bb. paden, parkeervoorzieningen, groen en water; cc. waterhuishoudkundige voorzieningen; dd. overige bijbehorende voorzieningen; met de daarbij behorende: ee. hoofdgebouwen; ff. bijbehorende bouwwerken; gg. overkappingen; hh. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving Ten aanzien van de in artikel 5 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. zelfstandige kantoren en detailhandel zijn niet toegestaan, met uitzondering van productiegebonden detailhandel en zelfstandige kantoren ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; b. geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn niet toegestaan; c. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning". 5.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 5 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 5.2.1 Algemeen a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage; c. per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd; 5.2.2 Bedrijfsgebouwen a.
de goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten; b. aan- en uitbouwen mogen niet aan bedrijfsgebouwen worden gebouwd; 5.2.3 Bedrijfswoningen a. de inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 500 m 3 bedragen, dan wel de bestaande inhoud indien deze hoger is; b. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6 m; c. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 9 m; d. op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 36 lid 4 van toepassing; e. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning worden gebouwd; f. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m; g. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd;
REGELING VOOR BEDRIJVEN IN ANDERE MILIEUCATEGORIE, BESTEMMINGSPLANNEN KOMGEBIEDEN
b.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte
1.
overkappingen
3 m;
2.
een overkapping in de vorm van een luifel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - verkooppunt motorbrandstoffen'
6 m;
3.
bedrijfsinstallaties
6 m;
4.
erfafscheidingen
2 m;
5.
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
5.2.5 Antennemast Ter plaatse van de aanduiding “antennemast” mag een zendmast met antenne met een maximale bouwhoogte van 44 m worden gebouwd alsmede voorzieningen in de vorm van apparatuurkasten en terreinafscheidingen met een maximale oppervlakte en bouwhoogte van 10m 2 respectievelijk 2 m. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Bebouwingspercentage Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits: a. het aantal bedrijven niet wordt vergroot; b. is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd; 5.3.2 Bouwhoogte gebouwen Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5 lid 2.2 sub a voor het bouwen van gebouwen met een maximale bouwhoogte van 12 meter, onder de volgende voorwaarden: a. afwijking is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone afwijkingsgebied 1'; b.
dit vanuit een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. bij de aanvraag van de omgevingsvergunning dienen de genoemde voorwaarden schriftelijk te worden onderbouwd/gemotiveerd door de aanvrager van de omgevingsvergunning. 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Buitenopslag Buitenopslag hoger dan 2 meter buiten gebouwen is niet toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'opslag' buitenopslag is toegestaan met een maximale hoogte van 10 meter en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - opslag' met een maximale hoogte van 7 meter; 5.4.2 Bufferzone Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bufferzone' is parkeren, laden en lossen niet toegestaan.
REGELING VOOR BEDRIJVEN IN ANDERE MILIEUCATEGORIE, BESTEMMINGSPLANNEN KOMGEBIEDEN
5.4.3 Calamiteitenroute Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - langzaam verkeer' dient een langzaamverkeersroute en een calamiteitenroute aangelegd en in stand te worden gehouden. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Afwijking Staat van bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5 lid 1.1 voor de vestiging van een bedrijf dat niet vermeld is in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, mits: a. het bedrijf, voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten), geacht wordt te kunnen behoren tot milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. de aard en de activiteiten van het bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving. 5.5.2 Afwijking toegestane milieucategorie Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5 lid 1.1 voor de vestiging van een bedrijf dat voorkomt in één categorie hoger dan toelaatbaar gesteld, mits: a.
het bedrijf, voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten), geacht wordt te kunnen behoren tot middels een aanduiding aangegeven toelaatbare milieucategorieën van de Staat van bedrijfsactiviteiten; b. de aard en de activiteiten van het bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving. 5.5.3 Voorwaardelijke verplichting Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - stalling auto's' is het gebruik overeenkomstig artikel 5 lid 1 uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 1, is gerealiseerd en in stand wordt gehouden; 5.5.4 Verbod aantasting landschappelijke inpassing Het is niet toegestaan om het landschappelijke inpassingsplan zoals bedoeld in artikel 5 lid 5.3 te wijzigen of te verwijderen; 5.5.5 Buitenopslag Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in voor buitenopslag buiten gebouwen hoger dan 2 meter, onder de volgende voorwaarden: a. de hoogte van de buitenopslag bedraagt niet meer dan 7 meter; b. de buitenopslag is niet zichtbaar vanaf de openbare weg.
[…] Artikel 33 Algemene gebruiksregels 33.1 Algemeen Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in elk geval verstaan:
REGELING VOOR BEDRIJVEN IN ANDERE MILIEUCATEGORIE, BESTEMMINGSPLANNEN KOMGEBIEDEN
a.
b.
c. d. e. f. g.
h.
een gebruik van gronden als stort- en/of buitenopslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden als stallings- en/of buitenopslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden en bouwwerken voor inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht; een gebruik van gronden en bouwwerken voor inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen en voor vuurwerkbedrijven; een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan bij of krachtens deze regels; een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seks- of pornobedrijf dan wel prostitutiebedrijf; een gebruik van bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte, met uitzondering van zodanig gebruik dat uitdrukkelijk bij of krachtens deze regels is toegestaan; een gebruik van gronden en bouwwerken voor evenementen, met uitzondering van: 1. een gebruik voor evenementen in de bestemming ‘Groen’ en 'Verkeer Verblijfsgebied'; 2.
een gebruik voor evenementen in de overige bestemmingen, mits het aantal evenementen per locatie in totaal niet meer dan 3 per jaar bedraagt, met een maximum aantal dagen van 15 per evenement.
[…] 39.2 Overgangsrecht gebruik 39.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 39.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 39 lid 2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 39.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 39 lid 2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 39.2.4 Uitzondering Het bepaalde in artikel 39 lid 2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.