12 bestemmingsplan Vossenhol ong. (naast nr. 10), Biest-Houtakker (7 Nota van beantwoording zienswijzen [geanonimiseerd]
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Vossenhol ong. (naast nr. 10), BiestHoutakker’ In het kader van de ruimtelijke procedure van het ontwerpbestemmingsplan “Vossenhol ong. (naast nr. 10), Biest-Houtakker”, zijn hieronder de ingediende zienswijzen samengevat en beantwoord. Tevens is aangegeven of er naar aanleiding van de zienswijze aanpassingen zijn gedaan i n het bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor 6 weken ter inzage gelegen van 24 november 2022 tot en met 4 januari 2023. Nummer
Zienswijzen (samengevat)
1
Waterschap De Dommel
1.1
Het waterschap verzoekt de begrenzing van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – reserveringsgebied waterberging’ in lijn te brengen zoals in de provinciale Interim Omgevingsverordening wordt aangegeven. Daarnaast verzoekt het Waterschap om de begrenzing van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – beschermingszone natte natuurparel’ in lijn te brengen zoals in de Keur wordt aangegeven.
1.2
Reactie gemeente
Het waterschap verzoekt in de toelichting meer informatie op te nemen over de hydrologische omstandigheden ter plaatse én het meest recente waterbeleid op nationaal, provinciaal, gemeentelijk niveau en die van het waterschap.
De begrenzingen van de dubbelbestemmingen op de verbeelding zijn in lijn gebracht met de Interim Omgevingsverordening en de Keur. >> Deze zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. Paragraaf 4.5 (wateraspecten) van de toelichting is aangevuld met meer informatie over de hydrologische omstandigheden ter plaatse en het meest recente waterbeleid op nationaal, provinciaal, gemeentelijk niveau en die van het waterschap. >> Deze zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan
2
Bewoner(s) […]
2.1
Indiener geeft aan dat als de voorgrondbelasting meer is dan de helft van de achtergrondbelasting, dan is de voorgrondbelasting bepalend voor het percentage geurgehinderden in het kader van de afweging/beoordeling van het woon- en leefklimaat. Volgens indiener betekent dat dat het hinderpercentage moet worden afgeleid uit tabel B in plaats van tabel A in het bestemmingsplan.
Deze redenering klopt. Er wordt gebruik gemaakt van tabel B. De geurberekening in bijlage 3 van de toelichting (notitie woon- en leefklimaat) is op basis van de volledige zienswijze opnieuw uitgevoerd en aangepast. >> Deze zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
1
2.2
Uit de geurberekening volgt volgens indiener dat de geurbelasting voorgrond tussen 5,4 en 6,8 OU is. Uit de tabel volgt dan een hinderpercentage van meer 12%. Nu de belasting hoger is dan 12% volgt de conclusie dat sprake is van een niet acceptabel woon- en leefklimaat, zoals de gemeente dat voor ogen heeft binnen de bebouwde kom.
De gemeente heeft er met de geurverordening voor gekozen om de landelijke normen aan te scherpen. Hoewel dit impliceert dat de gemeente een lager hinderniveau voor haar bewoners beoogt, betreft het voorliggende plan onder andere het wegbestemmen van een agrarisch bedrijf. Daardoor wordt het hinderniveau van omwonenden in een straal van ca. 100 meter verminderd en is er dus duidelijk sprake van een verbetering voor omwonenden. Conform artikel 4 lid 1 van de Wet geurhinder en veehouderij geldt namelijk voor nieuwe geurgevoelige bestemmingen een vaste aan te houden afstand van 100 meter. Dit vervalt met het wegbestemmen van het agrarisch bedrijf. Dat de nieuwe woningen in dit geval een hinderpercentage van meer dan 12% krijgen, heeft de gemeente meegenomen in haar overwegingen. Vanwege het algemene belang dat de geuremissie op omliggende bestaande woningen verbetert, acht de gemeente het woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen aanvaardbaar. De geurberekening in bijlage 3 van de toelichting (notitie woon- en leefklimaat) is op basis van de volledige zienswijze opnieuw uitgevoerd en aangepast.
2.3
Op basis van de geurverordening van de gemeente Hilvarenbeek is volgens indiener sprake van een norm van maximaal 2 OU voorgrondbelasting met bijbehorend hinderpercentage ca. 6%. Nu het bedrijf van indiener voor zowel voor- als achtergrondbelasting het bepalende bedrijf is het kader van de geurbelasting in het gebied, is zelfs een hinderpercentage van 12% als maximale norm voor een acceptabel woon- en leefklimaat al hoog. Met het vaststellen van de geurnorm 2 OU kan dan ook worden vastgesteld dat de gemeente eigenlijk een strengere bescherming van woonkernen nastreeft dan 12% voor een acceptabel woon- en leefklimaat. Daarmee leidt de voorgenomen toevoeging van nieuwe burgerwoningen op de locatie Vossenhol 10 tot extra blootgestelden aan geurhinder als gevolg van het bedrijf van indiener. Indiener maakt kenbaar dat dit tot beperkingen leidt voor het bedrijf.
2
>> Deze zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. Zie de beantwoording onder 2.2. Daarnaast liggen er meerdere bestaande burgerwoningen rondom het bedrijf. De beoogde woningen liggen op grotere afstand van het bedrijf dan de bestaande woningen en vormen daarom geen nieuwe beoordelingspunten. Het woonbestemmingsvlak op de verbeelding is daarnaast deels naar achter verschoven, waardoor er geen nieuwe of extra beperkingen voor het bedrijf van indiener van de zienswijze ontstaan.
De geurberekening in bijlage 3 van de toelichting (notitie woon- en leefklimaat) is op basis van de volledige zienswijze opnieuw uitgevoerd en aangepast.
2.4
>> Deze zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. De betreffende bijlagen zijn aan het bestemmingsplan toegevoegd.
De geurbelasting is niet verifieerbaar omdat de bijlagen ontbreken.
>> Deze zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
3