12 Bestemmingsplan Heikant 25, Baarschot (6a Zienswijze provincie)
Tekst van het document
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12
Gemeente Hilvarenbeek Postbus 3 5080 AA HILVARENBEEK
Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp
Zienswijze ontwerp bestemmingsplan Heikant 25, Baarschot
Datum
18 januari 2024 Ons kenmerk
Geachte raad, Het ontwerp-bestemmingsplan ‘Heikant 25, Baarschot‘ ligt tot en met 24 januari 2024 ter inzage. Op grond van artikel 3.8, van de Wet ruimtelijke ordening, dienen wij hierbij zienswijzen in tegen dit bestemmingsplan.
C2327024/5844087 Uw kenmerk
Contactpersoon
G.C. (Gaby) Toenbreker Telefoon
(06) 52 79 42 05 Planbeschrijving
Het ontwerp Heikant 25, Baarschot voorziet in de wijziging van een agrarische bedrijfsbestemming met de specifieke functie-aanduiding ‘paardenhouderij’ en ‘specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderij’. De locatie zal worden herbestemd naar bestemming ‘Bedrijf’ met ‘kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid’ ten behoeve van een aannemersbedrijf die bouwopdrachten coördineert en het ‘hobbymatig houden van paarden’ aan de Heikant 25 Baarschot (Diessen). Het plangebied is gelegen binnen de structuur in gemengd landelijk gebied en attentiegebied stiltegebied op grond van de Interim omgevingsverordening. Vooroverleg
Bij brief van13 april 2023, kenmerk C2312550/5253307, heeft ons Team uitvoering Wro gereageerd op het voorontwerp. Deze brief en uw reactie hierop liggen mede aan onze zienswijze ten grondslag. Daarnaast is er in de periode tussen onze reactie op het voorontwerp en het opstellen van de zienswijze ambtelijk contact geweest omtrent de planvorming. Provinciaal beleidskader
Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Op 11 maart 2022 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld die gelijktijdig met de Omgevingswet op 1 januari jl. inwerking is getreden. Eerder is op 15 april 2022 de wijziging Interim omgevingsverordening –
gtoenbreker@brabant.nl Bijlage(n)
-
actualisatie april 2022 in werking getreden. Hierin zijn een aantal thema’s opgenomen en wijzigingen aangebracht ten opzichte van de geldende Interim omgevingsverordening. De omgevingsvisie en omgevingsverordening zijn te raadplegen via www.brabant.nl/interimomgevingsverordening.
Datum
18 januari 2024 Ons kenmerk
C2327024/5844087
Inhoudelijk standpunt
In beginsel hebben we geen overwegende bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling, maar hebben we wel een aantal kanttekeningen en bezwaren bij de onderbouwing van het plan. Niet-agrarische activiteiten Onderhavige ruimtelijke ontwikkeling wordt gebaseerd op artikel 3.73 IOV /artikel 5.78 OV, waarbij een niet-agrarische functie kan worden gevestigd op een bestaand bouwperceel. Belangrijk principe daarbij is dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied.
Ontwikkelingsrichting In de Toelichting bij het plan wordt beschreven dat de functie passend is in de omgeving, kleinschalig is en er wordt een beschrijving gegeven van de bestaande waarden en functies in de omgeving. Dit is niet voldoende. Wij vragen aan de gemeente expliciet te motiveren wat de beoogde en dus gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied is en welke omgevingskwaliteit de gemeente wil nastreven. Dit is nodig om vóóraf sturing en regie te kunnen voeren op de ontwikkelingsrichting van een gebied. Het is in dit verband onvoldoende om aan de hand van een initiatief wat zich concreet voordoet, te concluderen dat de ontwikkeling niet (onevenredig) bezwarend is voor de omgeving. Wij vragen hier expliciet aandacht voor. Zorgvuldig ruimtegebruik Basisprincipe van ons provinciaal beleid is dat moet worden gestreefd naar zorgvuldig ruimtegebruik, zoals vastgelegd in artikel 3.6 IOV/ artikel 5.8 OV. Dit betekent dat het bestemmingsvlak niet royaler hoeft te zijn dan voor de functie en bebouwing nodig is. Voor de bestemming ‘bedrijf’ wordt een bestemmingsvlak van ca. 5.000 m2 opgenomen. Aan de oostzijde is het bestemmingsvlak te ruim. Bovendien constateren wij dat een bestaande paardenbak binnen de bedrijfsbestemming is opgenomen. Wij dringen erop aan deze buiten de bestemming ‘bedrijf’ te leggen.
In ieder geval moet hier een specifieke functie-aanduiding op de Verbeelding voor opgenomen worden, zodat deze gronden niet voor bedrijfsactiviteiten kunnen worden aangewend, in plaats van de paardenbak. Kwaliteitsverbetering van het landschap Elke ruimtelijke ontwikkeling moet voorzien in de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap op grond van artikel 3.9 IOV.
2/4
Op grond van de regionale afspraken Kwaliteitsverbetering Hart van Brabant gaat het hier om een categorie 3 ontwikkeling en zal 20 % van de bestemmingswinst geïnvesteerd moeten worden in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Hiervoor wordt zowel sloop van voormalige bedrijfsbebouwing aangevoerd en een landschappelijke inpassing.
Datum
18 januari 2024 Ons kenmerk
C2327024/5844087
Op bijlage 1 van de Toelichting is de te slopen bebouwing aangeduid met 675 m2. Uit de luchtfoto lijkt of dat deze bedrijfsbebouwing al gesloopt is, daar wordt op blz. 13 van de Toelichting ook aan gerefereerd (bron Hinderwet tekening besluit 11-7-96) en in artikel 4.4.5 blijkt in 2021 al een sloopmelding te zijn afgegeven. Als sloop al heeft plaatsgevonden kunnen kosten van sloop niet meer meegenomen worden in de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. De vereiste kwaliteitsverbetering en de berekening zal op dit onderdeel moeten worden herzien.
Berekening Ten aanzien van de berekening merken wij nog op dat er een groot oppervlak is aangegeven voor de bestemming ‘groen’ en aanduiding landschappelijke inpassing in de nieuwe berekening, respectievelijk 6348 m2 en 4678 m2. Wanneer we de bestemming ‘groen’ opmeten komen we maar op circa een oppervlak van 2500 m2. Het oppervlak voor agrarische gronden is in de gewenste situatie ook veel groter dan er is opgenomen in de berekening. Het oppervlak voor het onderhoud van nieuw groen of aangeduide landschappelijke inpassing vinden wij te hoog opgenomen in de berekening. Wij kunnen niet goed achterhalen waar deze getallen op gebaseerd zijn. De berekening moet op deze onderdelen ook herzien worden.
Verbeelding De landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de planregels is niet volledig vertaald op de Verbeelding omdat de fruitboomgaard aan de zuidzijde niet bestemd is binnen de bestemming ‘Groen’. Overigens is een fruitboomgaard geen onderdeel welke op grond van de regionale afspraken kwaliteitsverbetering Hart van Brabant meegewogen kan worden als landschappelijke inpassing. Wij dringen erop aan dit aan te passen, omdat op deze wijze de kwaliteitsverbetering van het landschap onvoldoende is geborgd zoals vereist op grond van artikel 3.9 lid 2 IOV. Planregels/Toelichting en Verbeelding Op blz. 12 van de Toelichting is aangegeven dat een deel van de bestaande bedrijfsbebouwing in gebruik wordt genomen en gehandhaafd als aannemersbedrijf met een bedrijfsoppervlakte van 450 m². Daarnaast worden er in deze ruimte tevens hobbymatig paarden en pony’s gehuisvest, inclusief voorzieningen (130 m2). Dit klopt niet. In de planregels wordt in artikel 4.2.7 hiervan namelijk afgeweken zodat naast de maximum aan bedrijfsbebouwing 550 m2 nog 130 m2 voor een paardenstal en 185 m2 voor een veldschuur wordt toegestaan.
3/4
Wij verzoeken dit met elkaar in overeenstemming te brengen.
Datum
18 januari 2024 Conclusie
Ons kenmerk
Wij verzoeken u om de onderdelen van het plan die nog niet in overeenstemming zijn met de Interim-Omgevingsverordening aan te passen. Mocht onze reactie aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan zijn wij graag bereid tot nader overleg.
C2327024/5844087
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,
F.T.M. Schippers, projectleider Uitvoering Wro
In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.
4/4