12 Bestemmingsplan Heikant 25, Baarschot (4a Bijlage 10 bij toelichting Ecologisch onderzoek, quickscan)
Tekst van het document
Bijlage: 10
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Heikant 25, Diessen Rapportnummer: 2021-BE-0930 In opdracht van: CS BV 64 Heikant 25 5087 TA Baarschot
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0930 Opdrachtgever CS BV 64 Contactpersoon De heer C. Snelders Locatie Heikant 25, Baarschot Auteur Susanne Overdijk Collegiale controle Frenk van de Wal Opleverdatum 5 augustus 2021 Uitvoerder
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling ...................................................................................................... 4 1.4 Criteria.............................................................................................................................. 4
2.
BELEIDSKADER .......................................................................................................... 5 2.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ........................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden .................................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ......................................................................................................................... 7
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 8 3.1 Huidige situatie ................................................................................................................ 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ............................................................................................. 9
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN ....................................................................... 10 4.1 Bureauonderzoek ........................................................................................................... 10 4.2 Veldonderzoek................................................................................................................ 11 4.3 Beschrijving plangebied ................................................................................................. 11
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN ........................................................................... 14 5.1 Gebiedsbescherming ...................................................................................................... 14 5.2 Soortenbescherming ...................................................................................................... 15
6.
RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 23 6.1 Voorkomende diersoorten ............................................................................................. 23 6.2 Resultaten ...................................................................................................................... 23 6.3 Advies en aanbevelingen ................................................................................................ 23
7.
BRONNEN ............................................................................................................... 24
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
SAMENVATTING
Opdrachtgever heeft concrete plannen voor de sloop van een gedeelte van de bebouwing aan de Heikant 25, te Baarschot in de gemeente Hilvarenbeek. De voormalige rundveestal wordt omgebouwd naar een kantoorruimte en een paardenstal en er zal een nieuwe bedrijfswoning worden gebouwd. De bestaande in vervallen staat zijnde woning, bedrijfsgebouw en varkensstal zullen worden gesloopt. De bestemming zal veranderen in paardenhouderij. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Susanne Overdijk en Frenk van de Wal Brabant Eco Augustus 2021
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever de CS BV 64 zullen de bedrijfswoning, de varkensstal en de voorstal rundvee worden gesloopt om vervolgens een nieuwe woning te bouwen. De voormalige rundveestal wordt omgebouwd naar een kantoorruimte en een paardenstal. De bestemming wordt gewijzigd van agrarisch naar paardenhouderij. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
o
o
Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Heikant 25 ten zuiden van de kernen van Diessen en Baarschot in de gemeente Hilvarenbeek. Hilvarenbeek is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 96,51 km2. De gemeente telt 15.698 inwoners (1 januari 2021) en bestaat uit de kernen Baarschot, Biest-Houtakker, Diessen, Esbeek, Haghorst en Hilvarenbeek. Baarschot ligt ten zuiden van Diessen. Het plangebied ligt in het buurtschap Heikant. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen en bedrijfsbestemmingen. Er zijn gen grote wegen aanwezig in de nabijheid van het plangebied. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.
Het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning met een aangebouwde rundveestal met voorstal. Aan de zuidzijde van het plangebied staat een voormalige varkensstal en aan de noordzijde een veldschuur. Aan de achterzijde (oostzijde) van het plangebied ligt een rijbak voor paarden en het plangebied wordt aan de noord en zuid zijde begrenst door een bomenrij. Aan de westzijde ligt de doorgaande weg. Het plangebied wordt omringd door een perceel, welke wordt gebruikt als akkerland.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
Globaal omlijnde planlocatie in blauw met de te slopen gebouwen in rood en de te behouden gebouwen in geel. Bron: Google Earth.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling De bestaande bedrijfswoning met erachter aan vast gelegen rundveestal met de daarnaast gelegen varkensstallen zullen worden gesloopt. Er zal een nieuwe bedrijfswoning worden gebouwd aan de zuid zijde van het plangebied. De te behouden rundveestal wordt omgebouwd naar een kantoorruimte/paardenstal. Ook de achter de rundveestal gelegen paddock en veldschuur zullen blijven. Het perceel om het plangebied heen zal landschappelijk worden ingepast. De bestemming zal worden omgezet in een paardenhouderij.
Beoogde herontwikkeling. Bron: R&S Advies.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1), aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Dit overzicht is te vinden in bijlage 1.
Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
4.1.1 Waarnemingen flora en fauna Volgens waarneming.nl zijn er in de 10 dagen voor het veldbezoek 271 waarnemingen van flora en fauna soorten in een straal van vijf kilometer rond het plangebied. Dit betreft voornamelijk algemene flora en fauna soorten, maar ook enkele zeldzamere soorten, waaronder de gele snuituil en het rapunzelklokje. Binnen een kilometer rond het plangebied is er 1 waarneming van een faunasoort, namelijk het bont zandoogje.
Recente waarnemingen van flora en fauna soorten. Bron: waarneming.nl
4.2 Veldonderzoek Op dinsdag 3 augustus 2021 in de ochtend hebben ecologen Susanne Overdijk en Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een noordoostenwind met windkracht 1 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 19 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.
4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding en vegetatie. De bebouwing omvat een bedrijfswoning, 4 stallen en een opslagloods. De erfverharding bestaat uit betonklinkers en omvat een groot deel van het plangebied. De aanwezige vegetatie is onder te verdelen in drie delen. De gecultiveerde voortuin welke bestaat uit een gazon met daaromheen een jonge beukenhaag en een wilg. De groenstroken aan weerszijden van het plangebied. De groenstroken bevatten Engels raaigras met notenbomen en sparren. Daarnaast zijn er verspreid over het plangebied kleine vegetatielocaties met verwilderde planten,
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot waaronder grassen, knopkruid en paardenbloem. Aan de oostzijde van het plangebied is een rijbak voor paarden aanwezig. De bedrijfswoning De bedrijfswoning is in vervallen staat en bestaat uit een stenen muur en een wolfsdak met dakpannen. Aan de zuidzijde van de woning is een aangebouwde keuken met plat dak aanwezig. De ramen zijn uit de kozijnen verwijderd waar door het erg tocht in de woning. Er zijn geen sporen van de aanwezigheid van faunasoorten in of rond de woning.
Bedrijfswoning
Bedrijfswoning
Voorstal rundvee De voorstal rundvee is gedeeltelijk afgebroken waardoor de helft van de muren en het dak ontbreken. De overgebleven muren bestaan uit een oude stenen muur met daarbuiten isolatiemateriaal en een buitenmuur. Het houten frame van het dak is nog aanwezig maar er is geen dakbedekking.
Voorstal
Vervallen muur voorstal
Rundveestal De voormalige rundveestal is grotendeels omgebouwd naar een kantoor en een paardenstal. De stenen muren zijn gedeeltelijk betimmerd met planken. Het vervangen dak bestaat uit golfplaten welke geïsoleerd zijn aan de onderzijde. Aan de zijkanten van de stal bevindt zich de open luchtinlaat. Er zijn geen sporen van de aanwezigheid van zwaluwen in de stal, terwijl de stal potentieel geschikt is als nestplaats locatie voor de boerenzwaluw.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
Verbouwde rundveestal
Achterzijde verbouwde rundveestal
Varkensstallen De varkensstallen bestaan uit een kleine stal met omgebouwde garage en een grotere stal daarachter. De kleine stal heeft een halfsteense muur welke aan de binnenzijde besmeerd is. Het dak bestaat uit een houten frame en dakpannen welke met mos zijn begroeid. De ramen van het gebouw zijn gedeeltelijk kapot en er zitten gaten in het dak. Er is een houten verdieping aanwezig. De grote stal is in vervallen staat. De stenen muur staat grotendeels overeind, maar van het dak is alleen het houten dakbeschot deels nog aanwezig. Er zijn geen aanwijzingen van de aanwezigheid van uilen of marterachtigen in de stallen aangetroffen.
Kleine varkensstal met garage
Grote varkensstal
Loods De loods heeft een muur van damwandprofielen en een golfplaten dak met ijzeren spanten. De opslag werd ten tijde van het veldbezoek gebruikt als opslag voor hooibalen. De loods blijft behouden in de voorgenomen ontwikkeling.
Opslagloods
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Binnenzijde opslagloods
13
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 460 meter afstand van gronden die tot Natura 2000 gebied KempenlandWest behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in geel aangegeven.
Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 270 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN gebieden in de kleuren groen, blauw, roze, geel en bruin.
Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant.
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.
5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot Volgens de NDFF is er 1 beschermde plantensoort waargenomen binnen een straal 5 kilometer van het plangebied. Deze plant staat op de rode lijst en is sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoort is te vinden in de onderstaande tabel. Soort Drijvende waterweegbree
Afstand plangebied 5 km
Habitat helder, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur water
Het plangebied bestaat naast de bebouwing en verharding uit een gecultiveerde tuin en groenstroken en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Ondanks gericht zoeken zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten waargenomen. Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. De oppervlakte van de te verwijderen vegetatie is te klein om te vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing voor houtopstanden is daarom niet nodig.
5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er 18 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 6 vleermuissoorten, 4 marterachtigen en 8 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer zijn te vinden in de onderstaande tabel. Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land daarnaast ook o.a. watervleermuis en kleine dwergvleermuis voorkomen.
Ook deze zijn opgenomen in de tabel. Vleermuis soort
Afstand plangebied 5 km 1 km
Habitat en bescherming
5km
Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd
5 km
Vooral bebouwing, strikt beschermd
Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis
Nvt 5 km 5 km
Vooral bebouwing, soms bomen, strikt beschermd Vaak bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd
Watervleermuis
Nvt
Vooral bomen, strikt beschermd
Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis
Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bebouwing, strikt beschermd
Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot De bomen in het plangebied zijn niet geschikt als vleermuisverblijfplaats aangezien holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben ontbreken. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. Door het zeer open karakter van de woning en te slopen stallen ontstaat veel tocht. Hierdoor zijn de gebouwen volledig ongeschikt als verblijfslocatie voor vleermuizen. Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. De aanwezige bomenrijen zijn niet lang genoeg om als vliegroute te dienen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen.
Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens het NDFF aanwezig kunnen zijn binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Boommarter Bunzing Steenmarter Wezel
Afstand plangebied 5 km 1 km 5 km 5 km
Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd
Boommarter De schuilplaats van de boommarter bestaat meestal uit een holle boom, de nestplek evenzeer en hun leefgebied bestaat doorgaans uit bos. Zowel loof- als naaldbos en gemengd bos, jong en oud. Toch wagen ze zich ook buiten bosgebieden, maar bomen zijn nooit ver weg. De dieren leven solitair en kunnen goed zwemmen. ’s Nachts legt een boommarter 2 tot 20 kilometer af. Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen.
De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. De voorstal en varkensstal in het plangebied zijn tot zekere staat vervallen en gesloopt dat er bijna niets meer van over is. Er staan nog enkele halve muren, maar deze bieden geen schuilmogelijkheden voor steenmarters wegens het ontbreken van enige vorm van een dak. Er zijn geen holen in de grond in het plangebied aanwezig waarin marterachtigen kunnen schuilen. De bedrijfswoning bevat ingangen voor
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot marters om het gebouw te betreden, maar biedt geen schuilmogelijkheden aangezien het gebouw volledig leeg en bezemschoon is. De kleine varkensstal/garage is onderzocht op de aanwezigheid van steenmarters, maar er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er een steenmarter aanwezig is (geweest), zoals oude prooiresten of uitwerpselen. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen, maar er zijn geen sporen gevonden. Tijdens de werkzaamheden zijn er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig waar de dieren heen kunnen vluchten. In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en veel groen bestaan. Er zijn daarom geen negatieve effecten op kleine marterachtigen. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten voor knaagdieren en algemeen voorkomende soorten.
Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Overige soort Bever Damhert Eekhoorn Egel Haas Konijn Rosse Woelmuis Wild zwijn
Afstand plangebied 1 km 5 km 1 km 5 km 1 km 1 km 1 km 5 km
Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Alleen in natuurgebieden
Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever, het damhert en het wild zwijn. Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn. Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In de huidige en ook in de beoogde situatie zullen er schuilhoekjes blijven voor marterachtigen. Tijdens de werkzaamheden zijn er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig waar de dieren heen kunnen vluchten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot Er zijn daarom geen effecten op kleine marters. Het is uit te sluiten het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving van bevers, damherten, wilde zwijnen en eekhoorns. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.
5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
Afstand plangebied 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 5 km 5 km 5 km 1 km 5 km 1 km 1 km 1 km 5 km
Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 4, boom bewonend 4, boom bewonend
* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zou de bedrijfswoning de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. Het plangebied ligt echter op een afgelegen locatie en is daarom niet geschikt als nestlocatie.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
19
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Binnen het plangebied zijn er enkele locaties waar uilen eventueel zouden kunnen nestelen, zoals de zolder van de varkensstal. Er zijn echter geen sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil aangetroffen, zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien en er zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig in het plangebied. De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de gebouwen.
Door de voorgenomen landschappelijke inpassing van het perceel rondom het plangebied zullen foerageer- en schuilmogelijkheden voor huismussen toenemen. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust.
Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. In het plangebied is geen bos of open vlakte aanwezig. Daarnaast zijn er geen nesten van roofvogelsoorten aangetroffen in de bomen. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de habitat van een boom bewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen.
Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Boerenzwaluw De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd. Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie, al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
20
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot In het plangebied zijn geen zwaluwen of zwaluwennesten aangetroffen. De reeds verbouwde rundveestal is echter een potentieel goede verblijfplaats voor zwaluwen. Door plankjes aan de binnenzijde tegen de gevels onder het dak te maken zullen er meer nestgelegenheden ontstaan voor de boerenzwaluw, waardoor de populatie die zich in de omgeving van het plangebied bevindt zich kan uitbreiden naar het plangebied. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels toenemen. Conclusie In het plangebied zijn verschillende gebouwen aanwezig, maar geen van deze gebouwen is geschikt als nestlocatie voor beschermde vogelsoorten. Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten in bomen waargenomen waarvan beschermde soorten gebruik kunnen maken. De verwilderde vegetatie biedt wel schuil- en foerageer mogelijkheden voor kleine vogelsoorten, zoals de huismus.
Indien deze vegetatie wordt verwijderd, zijn er nog voldoende schuil en foerageermogelijkheden aanwezig in de omgeving van het plangebied. Als het verwijderen van deze bomen en struiken buiten het broedseizoen plaatsvindt, wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als vink en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.
5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens het NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Alpenwatersalamander Bastaardkikker Heikikker Poelkikker Vinpootsalamander Hazelworm Levendbarende hagedis Beekprik Kwabaal
Afstand plangebied 1 km 1 km 5 km 5 km 1 km 1 km 5 km
Soortgroep en bescherming
1 km 5 km
Vissen, beschermd Vissen, beschermd
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Reptielen, beschermd Reptielen, beschermd
21
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemene amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan ze vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er 2 libellensoorten en 3 dagvlindersoorten waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied.
Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Bosbeekjuffer Gevlekte witsnuitlibel
Afstand plangebied 1 km 5 km
Grote vos
5 km
Grote weerschijnvlinder Kleine ijsvogelvlinder
5 km 5 km
Soortgroep en habitat Libellen, bosbeken Libellen, laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen Dagvlinders, vochtige open bossen, waardplant: Iep, kers en wilgen Dagvlinders, loofbossen, of bosjes in beekdalen, waardplant: boswilg Dagvlinders, vochtige gemengde bossen en loofbossen, waardplant: wild kamperfoelie
In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Er zouden wel algemene vlindersoorten in het plangebied voor kunnen komen zoals klein koolwitje, boomblauwtje en citroenvlinder. Overige soorten Er zijn in een straal van vijf kilometer om het plangebied waarnemingen van één beschermde soort. Deze is terug te vinden in de onderstaande tabel. Soort Vermiljoenkever
Afstand plangebied 5 km
Soortgroep en habitat Kever, rottend hout
Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
22
Ecologische quickscan Heikant 25, Baarschot
6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.
6.1 Voorkomende diersoorten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van beschermde flora en fauna in het plangebied. Eventueel aanwezige kleine zoogdiersoorten zullen niet worden verstoord door de werkzaamheden. Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming.
6.2 Resultaten De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie aan de Heikant 25 verouderde bebouwing en verwilderde vegetatie bevat. Door de herontwikkeling, waarbij de voormalige rundveestal geschikt gemaakt wordt als nestlocatie voor de boerenzwaluw en waarbij de omgeving van het plangebied landschappelijk wordt ingepast, zal de biodiversiteit in het gebied toenemen.
6.3 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming o De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Ook effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn er niet. Een nadere toetsing is dus niet aan de orde.
o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren