CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 uitwerking uitgangspunten inkoop Sociaal Domein (6 bijlage 4 Aandachtspunten Hilvarenbeek bij inkoop)

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel uitwerking regionale uitgangspunten inkoop Sociaal Domein.1.226 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Hilvarenbeek

Zaaknummer: 55483

Bijlage 4: Aandachtspunten Hilvarenbeek en uitwerking regionale inkoop sociaal domein Aandachtspunten uit de brief aan de regio:  De beste plek voor een kind is in het gezin. Uithuisplaatsingen moeten zoveel mogelijk voorkomen worden. Er moeten veel meer mogelijkheden zijn om het gezin ambulant te begeleiden/behandelen. Dit komt aan de orde bij de uitwerking van de specialistische zorg (segment 1): ontwikkelen van ambulante alternatieven voor intramurale behandeling. Daarnaast is een uitgangspunt bij wonen (segment 2): zoveel mogelijk thuis wonen en uithuisplaatsingen voorkomen. 

Als uithuisplaatsing toch noodzakelijk is, in het belang van het kind, dan moet een zo kort mogelijk traject kunnen worden ingezet, waarin toegewerkt wordt naar concrete resultaten. Plaatsing moet in een omgeving die zoveel mogelijk lijkt op een gezinssituatie. Bij het segment wonen komt dit tot uitdrukking in het zorgen voor passende woonvormen zoals pleegzorg, gezinshuizen en kleinschalig en prikkelarm, en innovatieve woonvormen. Dit zal vaak gecombineerd worden met de inzet van specialistische zorg, zoals hier boven beschreven. 

De kwaliteit en inrichting van de ondersteuning moet zodanig zijn dat jeugdigen niet meer van aanbieder naar aanbieder gaan. Daarom is opgenomen dat de aanbieders werken in een samenwerkingsverband en samen zorgen voor een integraal behandelaanbod. Daaraan worden hoge kwaliteitseisen gesteld. Voor triage en casuscoördinatie wordt regionaal een uniforme werkwijze ontwikkeld. Dit draagt er aan bij dat jeugdigen meteen de juiste zorg krijgen en zo nodig meteen in de juiste woonvorm worden geplaatst. 

Een kanttekening bij minder aanbieders is dat dit er niet toe mag leiden dat er een onvolledig aanbod aan zorgvormen ontstaat, of langere wachttijden. Alles wat nodig is moet beschikbaar zijn. Dit heeft bij jeugd vooral betrekking op de veelvoorkomende zorg (segment 4) en is een belangrijk aandachtspunt bij de uitwerking. Voor Wmo Beschermd Wonen geldt dat er wordt ingezet op strategisch partnerschap met een beperkt aantal zorgaanbieders. Voldoende professionaliteit om behandelingen in te zetten of werkafspraken te maken met andere behandelaars is hierin uitgangspunt. Dit vraagt flexibiliteit van de inzet van het zorgaanbod en innovatie. Voor Wmo begeleiding wordt gewerkt in gebieden. Elk gebied heeft één aanbieder of één samenwerkingsverband van aanbieders. Dit moet leiden tot meer lokaal maatwerk, overzicht en betere sturing. Ook hier is samenwerking en flexibiliteit van zorgaanbieders uitgangspunt. Het blijft echter, zoals bij Jeugd, een belangrijk uitgangspunt bij de uitwerking. 

Het is belangrijk dat jeugdigen zoveel mogelijk in de eigen omgeving terecht kunnen voor zorg. Bij de inkoop moet daarom voldoende ruimte zijn voor lokale aanbieders. Dit doen we door zorg dichtbij de jeugdige organiseren en de samenwerking met onderwijs te versterken. Voor de veelvoorkomende zorg willen we het aanbod organiseren op gebiedsniveau. Dat maakt het mogelijk om beter samen te werken en te verbinden met aanbod in het lokale veld. 

Wij missen een goede onderbouwing waarom de keuzes die nu voorliggen wel tot transformatie en verbetering zullen leiden.

De keuzes komen voort uit de knelpunten die we met de huidige inkoop ervaren. De belangrijkste zijn: - Toelatingseisen voor aanbieders en bijsturingsmogelijkheden zijn te beperkt (lage drempel, veel speelruimte als men eenmaal is gecontracteerd). - Teveel aanbieders gecontracteerd, waardoor weinig overzicht over het hele zorglandschap (lastig voor verwijzers als toegang en huisartsen) en moeilijk om die allemaal goed te kennen en aan te sturen. - De arrangementensystematiek blijkt een aantal nadelen te hebben, zoals de prikkel om hoog in te zetten, niet af te schalen. De arrangementen zijn te weinig gedifferentieerd (‘one size fits all’). De 4 inkoopinstrumenten (leveranciersmanagement, contractmanagement, toegang en bekostiging) zijn onvoldoende in samenhang geïmplementeerd. - We kopen producten in (of verwijzen daar naar) waarvan we vinden dat deze eigenlijk ‘in het gewone leven’ moeten worden opgepakt (normaliseren). - De druk op de gemeentelijke toegang en de huisarts om te verwijzen naar specialistische zorg is groot. Op basis van de knelpunten hebben we aangegeven welke beweging we moeten maken om de inkoop te verbeteren: meer gesloten financiering (grip op financiën), eenvoudiger en selectiever systeem, meer normaliseren, werk is de beste zorg, verbeteren lokale samenhang en misbruik voorkomen. 

Draagvlak, bij huisartsen, zorgaanbieders, lokale veld, is een essentiële voorwaarde om de veranderingen te kunnen realiseren. Het gesprek met deze partijen moet snel worden gestart. Er is bij jeugd al eerder gestart met gesprekken met aanbieders en huisartsen. Bij wmo zijn deze eind maart gestart. Iedereen die mee wil praten en informatie wil hebben kon zich inschrijven. Er zijn veel aanmeldingen binnen gekomen. Daarnaast staat al het een en ander op de website zorginregiohartvanbrabant. Daarnaast hebben de gemeenten de verantwoordelijkheid om met het lokale veld in gesprek te gaan.  We vragen ons af wat normaliseren van onze inwoners vraagt en of dit realistisch is. Momenteel werken we als regio gezamenlijk uit wat we onder normaliseren verstaan en wat dat betekent in het licht van de inkoop. Daarbij kijken we vanuit het perspectief van inwoners, aanbieders en toegangen (zowel gemeente als huisartsen). NB: dit is ook een lokale opgave, die vanuit jeugd met name vorm krijgt vanuit het positief jeugdbeleid. Daarnaast is dit ook een discussie die met u wordt gevoerd in het kader van de taakstellingen. 

In de nieuwe inkoopstrategie is sprake van taakgerichte bekostiging i.p.v. resultaat gestuurd. Wij vinden het belangrijk dat kwaliteit en resultaat geborgd zijn in de nieuwe strategie. De bekostiging is afhankelijk van wat het beste past bij de zorgvorm. Bij jeugd in het segment specialistisch is dat taakgericht. Bij dagbehandeling en –begeleiding wordt P*Q beoogd. In het segment veelvoorkomende zorg blijft de bekostiging voorlopig nog resultaatgericht. Ook voor Wmo geldt dat de bekostiging afhankelijk is van de voorziening. Voor Beschermd Wonen en Begeleiding wordt ingezet op een taakgerichte inkoop. Voor Dagbesteding is dat P*Q systematiek. Bij andere vormen van bekostiging als resultaatgericht kunnen we ook sturen op resultaat, dat blijft een belangrijk uitgangspunt voor de inkoop. 

Tot nu toe is er te weinig resultaat met betrekking tot de beoogde transformatie van het sociaal domein. Er moeten duidelijke prikkels tot innovatie worden ingebouwd, om deze beweging snel op gang te brengen. Zorgaanbieders zal worden gevraagd in de offertefase hoe zij omgaan met innovatie. Dit maakt onderdeel uit van de uitwerking in de concretiseringsfase. Een langere contractduur, zoals bij jeugd segment 1 en 2, maakt het voor aanbieders ook aantrekkelijker om te investeren in vernieuwing en samenwerking. Het geeft meer zekerheid dat innovatie, dat doorgaans tijd en geld kost, hen ook iets oplevert. 2

Motie Zorggeld naar de zorg:  beperking van het grote aantal zorgaanbieders Dit is uitgangspunt bij met name het segment veelvoorkomende jeugdzorg: een overzichtelijk zorglandschap met minder aanbieders.   

scherpere contractuele bepalingen en selectiecriteria voor zorgbedrijven; maximalisatie van de nettowinst voor zorgbedrijven tot 4%; verplichting voor Wmo-, jeugdzorg en pgb-bedrijven en daaraan gelieerde stichtingen en eenmanszaken hun jaarcijfers te publiceren en eisen te verbinden aan deze publicatie in het kader van transparantie;  voorwaarden aan bedrijfsstructuren en de verantwoording over de verschillende geldstromen in het kader van transparantie;  voorwaarden aan dividenduitkeringen, managementvergoedingen en inkoop van eigen aandelen;  gedifferentieerde tarieven voor zware en lichte vormen van jeugdhulp; Deze punten betreffen uitgangspunt 6 (notitie Uitgangspunten inkoop sociaal domein regio Hart van Brabant): “Misbruik voorkomen. In de nieuwe contractering selecteren we aanbieders strenger en maken we scherpere afspraken (kwantitatief en kwalitatief) waarop we beter kunnen handhaven. Daarbij kun je denken aan opleidingseisen, kwaliteit van interventies en normen over winst, personeelsratio’s, het volgen van de CAO, voldoen aan de Wet normering topinkomens en financiële constructies. Daarbij handhaven we door contractmanagement en toezicht.”

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10043430/1