CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Ontwikkellocatie bedrijventerrein (11 bijlage aanvullende tussentijdse informatie nav commissie Ruimte 26-11-2020 (+))

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel ontwikkellocatie bedrijventerrein.3.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: 52787

Aan de raads- en commissieleden Ruimte Betreft: Advies provincie en waterschap inzake ontwikkelen bedrijventerrein Aanleiding Naar aanleiding van de discussie in de commissie Ruimte van 26 november 2020 over het raadsvoorstel ‘ontwikkellocatie bedrijventerrein’ heb ik u toegezegd met aanvullende informatie te komen. In de eerder aan u aangeboden quickscan is het ambtelijke advies vanuit de provincie opgenomen als bijlage. In de commissievergadering van 26 november is gevraagd om een formeler concept advies op te vragen bij de provincie, waarmee meer richting wordt gegeven om de afweging te kunnen maken die moet leiden tot een keuze voor een ontwikkellocatie. Adviesvraag provincie Op 10 december is door ons ambtelijk informatie gedeeld met de provincie ten behoeve van het door hen op te maken advies. Het betreft informatie over de toetsing op de haalbaarheid voor de ontwikkeling met eventuele meerwaardecreatie. Dit voor drie locaties: namelijk Ambrosiusweg, Leisenweg en Esbeek-Zuid. Daarnaast is in de ambtelijke informatie verder ingegaan op de meerwaardecreatie en de koppelkansen voor de locatie Esbeek-Zuid. Deze meerwaardecreatie bestaat uit economische, sociale en ecologische aspecten. Overleg provincie Op maandag 11 januari 2021 vindt het ambtelijk overleg met de provincie plaats. Het was niet mogelijk om op kortere termijn een overleg in te plannen.

De provincie wil onze adviesvraag namelijk vooraf intern integraal afstemmen. Wij zullen u zo kort mogelijk na het overleg informeren over de uitkomsten van het gesprek. Op 12 of 13 januari sturen we u een memo. Ik besef dat dit vrij kort voor de discussie in de commissie is. Daarom vind ik het eens temeer belangrijk om u nu hierover te informeren. Advies waterschap We hebben intussen ook ambtelijk overleg gevoerd met Waterschap De Dommel. Dit o m meer inzicht te krijgen in de belangen van het waterschap bij de beoogde ontwikkellocaties. In d e quickscan zijn we uitgegaan van algemene informatie. Het waterschap heeft nu een verdere verdieping voor ons opgesteld. Het advies van het waterschap is als bijlage bij deze memo gevoegd. Ted van de Loo | wethouder Buitenruimte, infra & economie Vrijthof 10 | 5081 CA Hilvarenbeek Postbus 3 | 5080 AA Hilvarenbeek (013) 505 83 00 | www.hilvarenbeek.nl | @gemeenteHbeek

Preadvies bij locatiekeuze bedrijventerrein Aan: Van: Datum: Kenmerk: Betreft:

Jan Peijnenburg – Gemeente Hilvarenbeek Marien Sonneveld en René de Louw – Waterschap De Dommel 16 december 2020 Z63801 reactie inzake de onderzochte locaties uit het onderzoek door Antea Group, naar aanleiding van het verzoek daartoe per e-mail van 2 dec. jl.

Aanleiding Gemeente Hilvarenbeek heeft het waterschap op 2 december jl. verzocht om een 'formeel concept advies' bij de acht locaties voor een nieuw bedrijventerrein die Antea Group heeft geïdentificeerd en beoordeeld. M.b.t. de Ambrosiusweg vraagt Hilvarenbeek specifiek naar de argumenten waarom deze uitbreidingslocatie niet verder te ontwikkelen is met 3 ha extra.

Reikwijdte van dit preadvies Wij hebben het Quick Scan-rapport van 30 september jl. van Antea Group doorgenomen en geven hier onze reactie op de acht locaties. Andere locatiemogelijkheden zijn door ons niet gezocht. We hebben vanuit ons beleidsterrein en onze kennis vooral gekeken naar de gearceerde indicatoren uit tabel 1, en enkele opmerkingen over andere aspecten gemaakt. Tabel 1: lagenbenadering en indicatoren zoals gehanteerd door Antea. De Dommel heeft zich beperkt tot inhoudelijke beschouwing van de gearceerde indicatoren. Ondergrond archeologie water bodemkwaliteit grondwaterstand en maaiveld Netwerken bereikbaarheid en ontsluiting natuurgebieden leidingen Occupatie landschappelijke en cultuurhistorische waarden ruimtelijk beleid verwerfbaarheid afstand tot woningen afstand tot veehouderijen financiële haarbaarheid Wij geven geen advies over, of rangschikking naar de beste locatie omdat we ons beperken tot indicatoren waarover De Dommel expertise heeft. Wel dragen we informatie en opvattingen aan. Bovendien noemen wij onderstaand een aantal aandachtspunten, die we van belang achten voor een goede afweging en voor draagvlak voor de te maken keuze.

Aandachtspunten Belang van afzonderlijke indicatoren De vergelijkingstabel in de samenvatting van het Antea-rapport is een handzaam overzicht, maar is – terecht – niet gebruikt als scoringstabel met een rekenkundig berekende beste oplossing. Daarvoor zijn de indicatoren te verschillend van aard en hebben zowel de indicatoren als de drie lagen een verschillende impact. Zo zijn de 'ondergrond' en 'netwerken' na een gemaakte keuze in de toekomst minder makkelijk (of niet) aan te passen in vergelijking tot 'occupatie'. De impact van de indicatoren bij 'ondergrond' en 'netwerken' is dan ook veel groter en tegelijkertijd minder zichtbaar buiten de locatiegrenzen dan die van 'occupatie'. Door rekening te houden met die grotere impact kan de afweging van locaties anders uitpakken.

Meer gedetailleerde gegevens – dieper inzicht Voor het grondwaterpeil heeft Antea gebruik gemaakt van de bodematlas van de provincie. De gegevens daaruit zijn grofmazig. Wij hebben de locaties beoordeeld met bij ons beschikbare, meer specifieke informatie over grondwaterstanden. Daaruit blijkt voor de locaties Ambrosiusweg, Laarbeek Noord en Mierbeek Oost een hogere grondwaterstand, die aanvullende maatregelen vergt om deze locaties geschikt te maken. Zijn de (ook financiële) consequenties daarvan al voldoende bekend en meegewogen?.

Invloed van aannamen, omgaan met onzekerheden De kwalitatieve waardering in de tékst van het rapport bij verschillende indicatoren en vermelde actuele ontwikkelingen komen niet steeds tot uiting in de vergelijkingstabel. Zo wordt in de samenvatting Laardal Noord afgeraden, o.a. vanwege 'andere ontwikkelingen' (die niet in de tabel staan). Maar geldt dat ook niet voor andere locaties? Daarnaast worden bij de locaties argumenten genoemd die ook voor andere locaties gelden maar daar níet zijn genoemd. Voorbeelden uit de samenvatting: 1- een bedrijventerrein bij de Groot Westerwijksestraat doet afbreuk aan landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Maar dat geldt ook voor andere locaties. 2- bij Esbeek Zuid wordt een toename van het vrachtverkeer door de kern van Esbeek verwacht. Hetzelfde geldt o.a. ook voor Buskes West en de kern van Diessen. Dat leidt tot een onevenwichtig beeld. Uiteraard blijft altijd een aantal zaken onzeker. Het helpt wellicht om de aandachtspunten van Antea te onderscheiden naar a) op feiten gebaseerd, en b) verwachtingen, aannamen of onzekerheden. Voor een goede afweging kan daarom niet worden volstaan met de vergelijkingstabel in de samenvatting. Ook de in de tekst van de Quick Scan genoemde argumenten moeten bij afweging en besluitvorming in beschouwing worden genomen.

2

Verwerfbaarheid en financiële haalbaarheid De bereidheid tot verkoop (één aspect van de verwerfbaarheid) is volgens het Antea-rapport voor vrijwel alle locaties onbekend, maar is wel van doorslaggevende betekenis. Wellicht dat het de eigenaar/eigenaren van een locatie goed past om tot verkoop over te gaan. Wat is de impact als na de locatiekeuze uit het vervolgproces blijkt dat die bereidheid er voor de gekozen locatie niet is? Of als zich op een andere, niet gekozen locatie zich een aantrekkelijke kans voordoet tot verwerving? Ziet de gemeente kans hierin meer duidelijkheid te verkrijgen? Financiële haalbaarheid van de te kiezen locatie geldt als randvoorwaarde en wordt in de vergelijking hoger gewaardeerd als het (verwerving van) agrarische grond betreft, omdat die een lagere economische waarde heeft. Grond heeft echter naast een economische ook natuur- en landschappelijke waarden en is van grote betekenis voor het bodem- en watersysteem van de omgeving. Hoe maakt de gemeente een afweging tussen deze onvergelijkbare waarden? Voor beoordeling van de financiële haalbaarheid an sich heeft Antea methodisch gewerkt, zoals blijkt uit de bijlage 'Uitgangspunten notitie business cases'. Er is op vraag van de gemeente voor vier van de acht locaties een business case doorgerekend.

De vergelijkingstabel in de Quick Scan geeft voor alle ácht locaties een waardering van de financiële haalbaarheid. Is de waardering van die acht onderling dan wel vergelijkbaar?

Belang van een goede procesgang Uitgangspunt van de gemeente is een breed gedragen locatiekeuze. De Quick Scan brengt veel gegevens bijeen, waar ambtelijk en/of binnen het College al langere tijd aan gewerkt is. Het BOB-besluitvormingsproces biedt commissie- en Raadsleden maar beperkte tijd om die informatie ook te verwerken. Te meer als zij – of de gemeentelijke organisatie – naast de feitelijke gegevens ook input of reflectie wensen vanuit bewoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties. En dat is belangrijk voor acceptatie en draagvlak voor het te nemen besluit. Het nieuwe bedrijventerrein beoogt immers bij te dragen aan zowel de lokale economie als aan het welbevinden van de lokale bevolking en een (be-)leefbare wereld (people–planet–profitprincipe).

Kans voor andere benaderingswijze De zoektocht naar een locatie voor ca. 3 ha bedrijventerrein loopt al langer en blijkt lastig. Een andere benadering biedt wellicht een oplossing. Nu wordt uitgegaan van 3 ha voor lokale bedrijven die uit willen breiden. In plaats van zoeken naar één locatie is te overwegen om te kiezen voor een maatwerkoplossing voor elk van de lokale bedrijven die uitbreiding zoeken. Dan zijn ook de specifieke wensen of eisen bekend van dat bedrijf, en zijn er wellicht (meer) inpassingsmogelijkheden binnen bestaande locaties. Dat werkt voor één of meer bedrijven wellicht sneller dan de huidige aanpak die ondernemers al te lang duurt. Tot slot kan een maatwerkaanpak mogelijk leiden tot hergebruik, revitalisering, ruil e.d. met uitsparing van kosten voor verwerving van grond, bouwrijp maken etc. Tot slot voorkomt de maatwerkaanpak het risico dat Hilvarenbeek een bedrijventerrein realiseert waar achteraf (lokale) bedrijven zich niet (willen) vestigen. Om de kosten te dekken moet de locatie dan alsnog opengesteld worden voor bedrijven van elders.

3

Beschouwing van afzonderlijke locaties Ambrosiusweg Aangewezen ruimtelijke functies Door de geringe hoogteligging is een deel van het zoekgebied in de provinciale Interim Omgevingsverordening (IOV) en op onze Legger aangeduid als regionale waterberging (donkerblauw gebied in figuur 1) en het overige deel als reservering waterberging (lichtblauw gebied in figuur 1). De artikelen 3.35 en 3.36 van de IOV (zie bijlage 1) geven de instructieregels aan gemeenten weer, die in de gebieden met de genoemde functies gelden. Samenvattend betekent dit dat in gebieden met de functie regionale waterberging het verbod om te bouwen of ophogen absoluut is, terwijl in reserveringsgebieden alleen kan worden gebouwd als de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft. Het Antea-rapport geeft voor dit gebied in de vergelijkingstabel terecht een dubbele "min" aanduiding, maar vermeldt niet deze strenge eisen uit de IOV ten aanzien van bebouwing. Bovendien ligt het beoogde gebied deels in door de Keur beschermd beekdal. Beekdalen betreffen kwelgebieden in de Agrarische Hoofd Structuur (AHS) die hydrologisch gezien tot de meest waardevolle gebieden behoren van het waterschap. Het gebied maakt onderdeel uit van de Groenblauwe mantel, die voorziet in behoud en herstel van een robuust watersysteem, inclusief natuur- en landschapswaarden.

Vooral voor dergelijke gebieden hanteert het waterschap het principe functie (occupatie) volgt bodem- en watersysteem. Bouwen in een beekdal past daar niet bij.

Figuur 1: gemiddeld hoogste grondwaterstand van het zoekgebied aan Ambrosiusweg, in cm

Oppervlaktewater Bij veel en/of langdurige regenval kan het gebied overstromen, reden waarom het ook als waterbergingsgebied fungeert. De hoogte van het maaiveld varieert van ca. 11.65 tot 12.00 m NAP in het waterbergingsgebied (figuur 1, donkerblauwe deel) en 12.00 tot 12.45 m NAP

4

in het gebied reservering waterberging (lichtblauwe deel). Volgens onze hydrologische modellen kan bij extreme of langdurige regenval het water eens per 10 jaar tot 12.30 m NAP stijgen, waarbij dus vrijwel het gehele zoekgebied onder water zou staan. Grondwater Antea gaat in de Quick Scan voor het criterium grondwaterstand uit van een peil (GHG, gemiddelde hoogste grondwaterstand) dat minimaal 80 cm onder het maaiveld ligt. Anders dan de uitsnede in de Quick Scan aangeeft, heeft het zoekgebied een GHG variërend van ca. 40 – 60 cm en voldoet dus niet aan de minimumeis. Bouwen op grond met een dergelijke GHG zou extra voorzieningen vergen die leiden tot hogere kosten. Daarnaast blijft het risico van wateroverlast bestaan. Maar de IOV geeft aan dat bouwen op een groot deel van het gebied niet is toegestaan en dat dit in het bestemmingsplan opgenomen dient te worden.

Groot Westerwijksestraat Afgezien van de A-watergang langs de weg, die uiteraard niet belemmerd mag worden, kent deze locatie geen specifieke, water gerelateerde belangen of knelpunten.

Leisenweg e.o. Bij de drie kavels aan de Leisenweg spelen geen waterbelangen.

Bukkum Oost Hilvarenbeek kijkt naar mogelijkheden om het bestaande bedrijventerrein Bukkum klimaatadaptief te maken. Dat is niet alleen gewenst; er zijn ook mogelijkheden. Zeker als de locatie kan worden vergroot voor vestiging van enkele nieuwe bedrijven, ontstaan aanvullende mogelijkheden voor een klimaatadaptief bedrijventerrein, door hergebruik van hemelwater, waterberging in verschillende vormen, en herinrichting of aanpassing van bestaande indeling en gebouwen. Als gebruik gemaakt kan worden van de bestaande ontsluiting, blijft ook de toename van verhard oppervlakte beperkt ten opzichte van locaties die nog volledig bouwrijp gemaakt moeten worden, zodat ook minder compenserende waterberging nodig is.

De Buskes West Voor deze locatie gelden geen bezwaren vanuit waterhuishoudkundig oogpunt.

Laardal Noord Het zoekgebied ligt langs de Reusel en is deels door de Keur beschermd beekdal. Beekdalen betreffen kwelgebieden in de AHS die hydrologisch gezien tot de meest waardevolle gebieden behoren van het waterschap. Bouwen in een beekdal past daar niet bij. Uit noodzaak tot herstel van watersystemen is het de bedoeling op termijn ook het beekdal van de Reusel ter plaatse te herstellen, waar de beek bij voorkeur zijn historische loop terug krijgt. Die ligt gedeeltelijk binnen het zoekgebied. Verder is het oostelijke deel van het zoekgebied aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Zoals Antea verwoordt, betekent dit 5

dat verharding, bebouwing en ophogen van gronden in strijd is met het provinciaal beleid. Zie bijlage 1 voor instructieregels uit de Interim Omgevingsverordening van provincie NoordBrabant. Tot slot maakt de Reusel onderdeel uit van de Habitatrichtlijn – Natura 2000 gebied. Antea gaat in de Quick Scan voor het criterium grondwaterstand uit van een peil (GHG, gemiddelde hoogste grondwaterstand) dat minimaal 80 cm onder het maaiveld ligt. Anders dan de uitsnede in de Quick Scan aangeeft, heeft het zoekgebied een GHG variërend van ca. 40 – 60 cm en voldoet dus niet aan de minimumeis. Bouwen op grond met een dergelijke GHG vergt dan waarschijnlijk bijzondere voorzieningen die bovendien leiden tot hogere kosten. Daarnaast blijft het risico van wateroverlast bestaan.

Figuur 2: zoekgebied Laardal – Noord met GHG-standen, historische beekloop en aanduiding van beekdal (paars), waterberging (blauw), reservering waterberging (lichtblauw) en beschermingszone Natte Natuur Parel (lichtgroen)

Mierbeek Oost Het zoekgebied oostelijk van de N269 is onderdeel van het landelijk gebied. Langs en door het gebied van beide kavels stroomt de Aalst, resp. het Spruitenstroompje. Beide beken zijn aangewezen als ecologische verbindingszone (EVZ), daarmee opgenomen in het NatuurNetwerk Brabant (NNB) en als zodanig beschermd gebied op basis van de provinciale verordening water en opgenomen in de Legger van De Dommel. Voor EVZ's geldt, zoals door Antea is opgemerkt, een beschermingszone aan weerszijden van de beek van 25 m. Voor het herstel van een veerkrachtig watersysteem en om verder invulling te geven aan de natuurdoelen wordt voor het zoekgebied momenteel gewerkt aan plannen voor realisatie van het NNB. Daartoe wil De Dommel zo mogelijk het Spruitenstroompje haar historische beekloop teruggeven. Die oude loop heeft een grote meander over het zoekgebied.

6

Verder is het gehele zoekgebied in de Keur aangewezen als beekdal. Beekdalen betreffen kwelgebieden in de AHS (Agrarische Hoofdstructuur) die hydrologisch gezien tot de meest waardevolle gebieden behoren van het waterschap. Bouwen in een beekdal past daar niet bij (zie het kader met Intermezzo).

Figuur 3: grondwaterstanden (GHG in cm) op de beoogde delen van de zoeklocatie

Intermezzo De vier Brabantse waterschappen, Brabant Water en de provincie Noord-Brabant hebben in 2017 een wateragenda (‘Water in Brabant 2030’) opgesteld als aftrap voor de dialoog over de Brabantse Omgevingsvisie. In deze agenda komt onder andere het thema ‘Ruimte voor water’ aan de orde. Daarbij wordt wederom gekozen voor de lagenbenadering als kader. Uit de wateragenda: ‘Concreet houdt de lagenbenadering in dat bodem en water (en lucht) de onderlegger van het fysieke systeem zijn; de morfologie en hydrologie van gebieden hebben zich op lange tijdschalen ontwikkeld. De afgelopen eeuwen heeft de mens rigoureus ingegrepen in dit fysieke systeem, waarbij optimalisatie van het grondgebruik via (cultuurtechnische) inrichting en beheer centraal heeft gestaan. Bodem en water werden ondergeschikt gemaakt aan de benutting ervan; de beheersbaarheid en maakbaarheid van het bodem- en watersysteem leek oneindig. De wateropgaven anno 2017 laten zien dat de natuurlijke en (geo-/hydro-)morfologische processen sterker zijn en meer oplossingen bieden dan techniek en beheersbaarheid.

We hebben ruimte nodig om hoogwater en extreme buien te kunnen opvangen, zullen ten behoeve van wateroverlast en droogte de bodem moeten revitaliseren (met een goede bodemstructuur en actief bodemleven), zullen neerslag moeten laten infiltreren in de bodem en moeten zuinig zijn op het natuurlijk kapitaal dat de bodem en het water ons biedt.’

7

Overigens voldoet de locatie niet aan de 'minimumeis' van een gemiddelde grondwaterstand (GHG) lager dan 80 cm, die Antea als uitgangspunt hanteert in het rapport. Volgens onze, meer specifieke, gegevens bedraagt de GHG op het beoogde deel van de zoeklocatie 35 – 40 cm. Aanleg van een bedrijventerrein op deze locatie zou aanvullende, kostenverhogende maatregelen vergen om de grond geschikt te maken.

Figuur 4: beekdalgebied van Spruitenstroompje en historische loop

Esbeek Zuid Voor deze locatie gelden geen waterbelangen behoudens het onbelemmerd laten functioneren van de watergangen aan de noord- en zuidzijde van het gebied. In tegenstelling tot wat Antea (waarschijnlijk abusievelijk) schrijft in de Quick Scan is het zoekgebied níet aangeduid als reservering voor waterberging. Dat is ook niet logisch of mogelijk gezien de hoogte van het maaiveld ten opzichte van het omliggende gebied.

8

Figuur 5: zoeklocatie Esbeek Zuid, op de Algemene Hoogtekaart Nederland

Samenvattend · De locatie Ambrosiusweg ligt in een Keur beschermd gebied (beekdal). Het gebied vervult een essentiële functie voor behoud en herstel van een robuust watersysteem. Bouwen in dit beekdal past hier niet. Verder ligt het grondwaterpeil hoger dan waar Antea van uitgaat en overstroomt het gebied bij flinke of aanhoudende regenval, als gevolg van lage ligging. Tot slot sluit de aanwijzing in de provinciale Interim Omgevingsverordening van deze locatie als gebied voor waterberging, resp. reservering waterberging de realisatie van een bedrijventerrein op deze locatie uit. · Ook van de locaties Laardal Noord en Mierbeek Oost ligt het grondwaterpeil hoger dan blijkt uit de Quick Scan. Dat maakt de locaties alleen al op dit punt eigenlijk onaantrekkelijk of zelfs ongeschikt, tenzij aanvullende, kostenverhogende maatregelen worden genomen. Bovendien liggen beide locaties deels in een beekdal en zijn ze ook anderszins aangemerkt als gebied voor herstel van natuurwaarden. Zogenaamde meekoppelkansen betreffen alleen mogelijke lagere kosten bij gelijktijdig herstel van natuurwaarden, maar de natuurwaarden zelf worden daarmee aangetast. · Bij de overige vijf locaties spelen geen waterhuishoudkundige aspecten van betekenis.

· Wij doen geen uitspraken over de beste locatie en maken geen rangschikking, omdat wij ons hebben beperkt tot die indicatoren die liggen binnen ons beleidsterrein en expertise. Wij vertrouwen met onze algemene aandachtspunten en locatie specifieke opmerkingen bij te dragen aan een zorgvuldig afwegings- en besluitvormingsproces.

9

Bijlage 1: Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten Afdeling 3.3 Klimaat Paragraaf 3.3.2 Waterberging

Artikel 3.35 Regionale waterberging Lid 1.

Een bestemmingsplan van toepassing op Regionale waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied.

Lid 2.

Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid: 1. bepaalt dat uitsluitend het oprichten van een gebouw ten dienste van de waterberging is toegestaan met een maximale bouwhoogte van 2 meter; 2. stelt beperkingen aan het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden, voor zover deze activiteiten niet worden uitgevoerd in het kader van normaal beheer en onderhoud.

Lid 3.

Een bestemmingsplan kan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toestaan als het plan een onderbouwing bevat dat hierdoor het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd.

Artikel 3.36 Reservering waterberging Lid 1.

Een bestemmingsplan van toepassing op Reservering waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied.

Lid 2.

De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van functies.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9658668/1