11 Omgevingswet-delegatie (3 bijlage voorbeeldlijst wijzigingsbevoegdheden bestemmingsplannen)
Tekst van het document
Wijzigingsbevoegdheden BP Buitengebied i.h.k.v. delegatiebesluit Ow Wijzigingsbevoegdheden komen uit de moederplannen. Locatie specifieke plannen zijn niet gescreend op wijzigingsbevoegdheden. In de regel zijn eventuele wijzigingsbevoegdheden in deze plannen overgenomen uit het moederplan. Per wijzigingsbevoegdheid zijn in het bestemmingsplan voorwaarden opgenomen waaraan moet worden voldaan. Deze kaders blijven onverkort gelden als de wijzigingsbevoegdheden gedelegeerd worden. Ter illustratie is bij het eerstvolgende voorbeeld de voorwaarden opgenomen. Artikel 3 Agrarisch 3.6.1 Wijziging ten behoeve van het vergroten of wijzigen van het bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen ten behoeve van het vergroten of het veranderen van de vorm van de aanduiding 'bouwvlak', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zoekgebied watersystemen' mag het realiseren en toekomstig functioneren van de geprojecteerde ecologische verbindingszone, alsmede het toekomstig herstel van het natuurlijk watersysteem, niet worden geschaad; b. er dient sprake te zijn van een reëel agrarisch bedrijf danwel een te ontwikkelen reëel agrarisch bedrijf; c.
de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling waaronder tevens begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de op te nemen aanduiding 'bouwvlak'; d. de vergroting en/of vormverandering van de aanduiding 'bouwvlak' mag uitsluitend als volgt plaatsvinden: 1. voor agrarische bedrijven, inclusief paardenhouderijen, en overige nietgrondgebonden bedrijven is vergroting tot een totale omvang van 1,5 ha toegestaan; 2. op de gronden welke niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - bebouwingsconcentratie' en 'overige zone - groenblauwe mantel' is ten behoeve van permanente teeltondersteunende voorzieningen bovenop de maximaal toegestane omvang van de aanduiding 'bouwvlak' een aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorziening' toegestaan ten behoeve van de situering van permanente teeltondersteunende voorzieningen met een omvang van maximaal 2 ha; hier zijn geen gebouwen toegestaan. De aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorziening' dient noodzakelijk te zijn voor de bedrijfsvoering en de noodzaak hiervan dient te worden getoetst door de AAB; ▪
de bouwhoogte van hoge permanente teeltondersteunende voorzieningen en overige teeltondersteunende voorzieningen bedraagt niet meer dan 3 m;
▪
de bouwhoogte van lage permanente teeltondersteunende voorzieningen bedraagt niet meer dan 1,5 m;
3. voor glastuinbouwbedrijven ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' is vergroting tot een omvang van 4 ha toegestaan, waarvan maximaal 3 ha met kassen mag worden bebouwd, uitsluitend wanneer er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied. Ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - bebouwingsconcentratie' en 'overige zone groenblauwe mantel' is een vergroting ten behoeve van glastuinbouwbedrijven niet toegestaan; 4. de omvang van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bestaande voorzieningen' telt mee bij het bepalen van de omvang van de aanduiding 'bouwvlak'; e. ten behoeve van de vergroting en/of vormverandering van de aanduiding 'bouwvlak' gelden ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - overige veehouderijen' en 'intensieve veehouderij' gelden de navolgende aanvullende voorwaarden: 1. er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij, welke zijn opgenomen in de nadere regels ter uitvoering van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij, die zijn vastgesteld door Gedeputeerde Staten op grond van de Verordening Ruimte 2014, ; 2.
op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderijen' is uitsluitend een grondgebonden veehouderij toegestaan, met dien verstande dat deze grondgebonden veehouderij voldoet aan de nadere regels ter uitvoering van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij, die zijn vastgesteld door Gedeputeerde Staten op grond van de Verordening Ruimte 2014; 3. indien de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' is een intensieve veehouderij niet toegestaan; 4. er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het verlenen van de omgevingsvergunning; 5. er is aangetoond dat de geurhinder, voorgrond en achtergrond belasting afzonderlijk beschouwd, op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er – indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 6. er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 µg/m3 ; f.
er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. Landschappelijke inpassing: er is aangetoond dat binnen een jaar na realisatie van de bebouwing sprake zal zijn van een goede landschappelijke inpassing alsmede de instandhouding daarvan, welke tenminste 10% van de omvang van het bouwvlak omvat en welke is gelegen binnen het bouwvlak dan wel dat er sprake is van een
door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsontwikkelingsplan; 2. Zuinig ruimtegebruik: de inrichting van het bouwvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto (bestemmings- of bouwvlak) en netto (bebouwing) ruimtebeslag. 3. Ontstening: met het initiatief wordt eveneens bewerkstelligd, dat overtollige bebouwing (niet zijnde cultuurhistorisch waardevol) wordt gesloopt, met dien verstande dat de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt niet minder mag bedragen dan de oppervlakte aan bebouwing die nieuw wordt gebouwd. 4. de bebouwing is passend binnen de omgeving waarbij rekening is gehouden met de volksgezondheid en de effecten op het milieu; 5. Parkeren dient binnen het bouwvlak plaats te vinden; 6. er is sprake van een goede verkeersafwikkeling; 7. indien toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' leidt tot een bouwvlak van meer dan 1 ha, vindt er over het meerdere van deze oppervlakte kwaliteitsverbetering plaats; g. bij het vergroten van de aanduiding 'bouwvlak' dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal waterneutraal gebouwd dienen te worden; h.
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; i.
ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' geldt dat er sprake moet zijn van een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden van de groenblauwe mantel;
j.
de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurshistorische en natuurlijke waarden die de gebiedsaanduidingen, welke zijn opgenomen in artikel 29, beogen te beschermen;
k. er is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakemissie. 3.6.2 Wijziging ten behoeve van bebouwing voor veehouderijen aansluitend aan het bouwvlak 3.6.3 Wijziging t.b.v. omschakeling naar overig niet-grondgebonden 3.6.4 Wijziging t.b.v. omschakeling naar productiegerichte paardenhouderij 3.6.5 Wijziging naar manege (Sport) 3.6.6 Wijziging naar gebruiksgerichte paardenhouderij (Bedrijf - Agrarisch verwant) 3.6.7 Wijziging t.b.v. agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf 3.6.8 Wijziging naar niet-agrarisch bedrijf 3.6.9 Wijziging naar Wonen/ woningsplitsing 3.6.10 Wijziging naar Recreatie
3.6.11 Wijziging naar zorg (Maatschappelijk) 3.6.12 Wijziging naar Natuur 3.6.13 Wijziging naar Water 3.6.15 Wijzigingsbevoegdheid plattelandswoning
Artikel 4 Bedrijf 4.6.1 Wijziging naar andere vorm van niet-agrarisch bedrijf 4.6.2 Wijziging t.b.v. agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf 4.6.3 Wijziging naar Wonen
Artikel 5 Bedrijf - Agrarisch verwant 5.6.1 Wijziging gebruik van het agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf 5.6.2 Wijziging naar bedrijf 5.6.3 Wijziging naar Wonen
Artikel 7 Bos 7.6.1 Wijziging naar Water
Artikel 8 Horeca 8.6.1 Wijziging andere horecafunctie
Artikel 9 Maatschappelijk 9.6.1 Wijzigingsbevoegdheid m.b.t. bouw 1e bedrijfswoning
Artikel 10 Natuur 10.6.1 Wijziging naar Water
Artikel 16 Wonen 16.6.1 Woningsplitsing
Artikel 31 Algemene wijzigingsregels
31.1 Wijziging naar Recreatie ten behoeve van landschapscamping 31.2 Wijziging vormverandering bestemmingsvlak Bedrijf 31.3 Wijziging vormverandering bestemmingsvlak Bedrijf - Agrarisch verwant 31.4 Wijziging bebouwingsconcentraties
Wijzigingsbevoegdheden komplannen 19.6.1 Wijziging verwijdering dubbelbestemming