CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 bp De Wederloop fase 1 (5 toelichting bijlage 9 Bodemonderzoek Lage Haghorst 9)

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "De Wederloop".22.123 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bodem en Bouwstoffen

Verkennend Bodemonderzoek Lage Haghorst 9 te Haghorst rapport C217819.017/PHE

datum: opdrachtgever:

11 oktober 2021 den De Wederloop, Postbus 83 9 Lage Haghorst 5400 UDEN 5087 AB TX DIESSEN

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

I

VERANTWOORDING

P. Heesakkers Adviseur

Ing. B. van den Bosch Teamleider

Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818 – Faxnr. 0493-671800, Email: info@archimil.nl Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

II

SAMENVATTING Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘Circulaire Bodemsanering 2013’ en het ‘Besluit bodemkwaliteit’. Op een terrein aan de Lage Haghorst 9 te Haghorst is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5740. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Hilvarenbeek

Adres

Lage Haghorst 9 te Haghorst

Kadastraal

Sectie: N

Nr: 1536 en 1539

Coördinaten

X: 141.635

Y: 388.570

Oppervlakte onderzoekslocatie

Circa 16.735 m2

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie grotendeels als niet-verdacht beschouwd. Ter plaatse van de onverharde regendrupzone is de toplaag verdacht voor een verontreiniging met asbest. Veld- en laboratoriumwerkzaamheden zijn derhalve uitgevoerd conform de strategie nader onderzoek uit de NEN 5707 en de strategie onverdacht uit de NEN 5740. Regendrupzone Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van de onverharde regendrupzone op het maaiveld geen asbest is waargenomen. In de grove fractie (>20 mm) van de inspectiesleuven is geen asbest aangetroffen. In het mengmonster van de fijne fractie (<20 mm) is een gehalte asbest aangetoond van 94 mg/kgds. Het onderzoek heeft direct plaatsgevonden volgens de strategie voor nader onderzoek naar asbest. Derhalve is er geen sprake van een overschrijding van de interventiewaarde (van 100 mg/kgds) en is er ter plaatse van de onverharde regendrupzone geen sprake van een bodemverontreiniging met asbest. Hoewel geen sprake is van een bodemverontreiniging met asbest willen wij adviseren om, gelet op het aangetroffen gehalte aan asbest en het gebruik van de locatie (zorgboerderij), de toplaag van de onverharde drupzone te (laten) verwijderen en af te voeren naar een erkende verwerker.

Indien het dak behouden blijft dan adviseren wij om ter plaatse een regengoot aan te brengen. Resterend terrein De sterk puin en matig slakkenhoudende grond uit de bovenlaag (0,27-0,32 m-mv) van boring 211 is licht verontreinigd met minerale olie (3,16x AW). De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van het noordelijke terrein is licht verontreinigd met PCB’s (1,7x AW). De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van het resterend terrein is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De grond uit de onderlaag (0,5-1,5 m-mv) van het zuidelijke terrein is licht verontreinigd met zink (1,46x AW). De onderlaag (0,5-1,5 m-mv) van het resterend terrein is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met dichloormethaan of barium.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

III

De hypothese niet-verdachte locatie dient formeel te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat er ons inziens, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld hoeven te worden aan de gewenste bestemmingswijziging en toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie. De lichte verontreinigingen met PCB’s, minerale olie en zink in de boven- of ondergrond vormen geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering [8]. De aanwezigheid van bovengenoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar. Gelet op de aangetroffen concentratie aan dichloormethaan en barium in het is het uitvoeren van een nader onderzoek naar de herkomst volgens de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering niet noodzakelijk. Aangezien direct contact met het grondwater niet te verwachten is blijft het risico uit oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne beperkt. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

IV

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1 2. VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 3 2.1. GEOGRAFISCHE GEGEVENS.......................................................................................................... 3 2.2. HUIDIG EN VOORMALIG BODEMGEBRUIK ........................................................................................ 3 2.3. MILIEUVERGUNNINGEN .............................................................................................................. 5 2.4. BODEMONDERZOEKEN ............................................................................................................... 6 2.5. TOEKOMSTIG GEBRUIK .............................................................................................................. 6 2.6. BODEMOPBOUW EN (GEO-)HYDROLOGIE ......................................................................................... 7 2.6.1. Algehele bodemkwaliteit .............................................................................................. 7 2.6.2. PFAS ........................................................................................................................... 8 2.7.

CONCLUSIE VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 8 3. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK.......................................................................... 9 3.1. VISUELE INSPECTIE MAAIVELD ................................................................................................ 9 3.2. OPZET REGENDRUPZONE ............................................................................................................ 9 3.3. OPZET RESTEREND TERREIN ....................................................................................................... 9 3.4. ANALYSEPAKKETTEN .............................................................................................................. 10 3.5. UITVOERING BODEMONDERZOEK ................................................................................................ 10 4. WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE ........................................................................11 5. RESULTATEN...............................................................................................................................12 5.1. MAAIVELDINSPECTIE ............................................................................................................... 12 5.2.

VELDWERK ASBESTONDERZOEK ................................................................................................. 12 5.3. VELDWERK GROND .................................................................................................................. 12 5.4. AANPASSING ONDERZOEKSOPZET .............................................................................................. 12 5.5. VELDWERK GRONDWATER ........................................................................................................ 13 5.6. ANALYSERESULTATEN ............................................................................................................. 13 5.6.1. Asbestanalyses .......................................................................................................... 13 5.6.2. Grondmengmonsters .................................................................................................. 13 5.6.3. Grondwatermonsters ................................................................................................. 14 6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................15 TABELLEN ...........................................................................................................................................17 Bijlage 1 ............................................................................................................ overzichtstekening Bijlage 2 .................................................................................................................. vooronderzoek Bijlage 3 ............................................................................................................locatie en boringen Bijlage 4 ........................................................................................................................ boorstaten Bijlage 5 ............................................................................................................. analyseresultaten Bijlage 6 ........................................................................................................................ referenties Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

1.

1

INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK

In verband met de gewenste bestemmingswijziging van het terrein aan de Lage Haghorst 9 te Haghorst is door De Wederloop schriftelijk opdracht verleend om een verkennend bodemonderzoek op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de grond en het freatische grondwater op het te onderzoeken terrein. Voor de milieuhygiënische verklaring kan dit onderzoek dienen als bewijs voor de kwaliteit van de ontvangende bodem (Regeling bodemkwaliteit artikel 4.3.4) in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van NEN 5740 [2] conform de BRL2000 met bijhorende protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsboring Bodemonderzoek [3]. De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de parameters welke opgenomen zijn in het NEN-pakket of op eventueel verdachte componenten. De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering 2013 [8]. Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de verzamelde gegevens van de onderzoekslocatie en/ of de daaromheen liggende percelen, welke tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. De opzet en uitvoering van het onderzoek worden besproken in hoofdstuk 3.

In hoofdstuk 4 wordt het toetsingskader van de resultaten gepresenteerd waarna in hoofdstuk 5 de gevonden resultaten besproken zullen worden. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies besproken en worden enkele aanbevelingen gedaan. De in de tekst aangehaalde literatuurbronnen zijn opgenomen in bijlage 6. Contactpersoon voor de opdrachtgever was mevrouw C. Reijrink-Raijmakers.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

2

Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

2.

3

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek, door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Hiervoor worden de volgende informatiebronnen geraadpleegd: milieuvergunningdossiers, archief bodemonderzoeken, etc. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van deze (geraadpleegde) informatiebronnen en de verkregen informatie. Op basis van de verzamelde informatie wordt het veld- en chemisch onderzoek goed voorbereid en wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend of nader bodemonderzoek opgesteld. Ook worden de resultaten van het vooronderzoek gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. 2.1.

Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Hilvarenbeek

Adres

Lage Haghorst 9 te Haghorst

Kadastraal

Sectie: N

Nr: 1536 en 1539

Coördinaten

X: 141.635

Y: 388.570

Oppervlakte onderzoekslocatie

Circa 16.735 m2

Op de onderzoekslocatie is er voor zover bekend geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet Milieubeheer en/of Wet Bodembescherming en/of andere milieuregelgeving. 2.2. Huidig en voormalig bodemgebruik Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een agrarisch bedrijf (intensieve veehouderij) met varkens en een melkveehouderijtak gevestigd. Tevens is er op een gedeelte van het agrarische bedrijf een zorgboerderij als nevenfunctie aanwezig. De achtergelegen gronden zijn in gebruik voor de akkerbouw, als grasland en voor boomteelt. Er zijn een aantal gebouwen gedekt met asbesthoudende golfplaten, maar enkel bij de meest noordoostelijk gelegen stal is een onverharde regendrupzone aanwezig. De overige asbesthoudende daken zijn voorzien van regengoten, welke afwateren op riolering.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

4

Binnen de planlocatie zijn aanwezig: een vlees- varkensstal (1), een jongveestal (2), een biggenstal (3), een spuiwatersilo (4) een zorgboerderij (5), een tuinhuis dat gebruikt wordt als rokersruimte voor de zorgboerderij (6), een bedrijfswoning (7), een bijgebouw met kantine, een hygiënesluis, agrarische opslag, een paardenstal en een timmerruimte voor de zorgboerderij (8), een zeugenstal met aangebouwde opslagschuur voor machines en een werkbank (9), een kraamstal (10), een koeienstal (11) en kuilplaten (12). Aansluitend op de zorgboerderij is een boerenterras gemaakt met daarnaast een kleine tuin, een dierenperk en een vijver. Zorgboerderij ‘De Wederloop’ richt zich op dagbesteding voor specifieke doelgroepen. Op maandag tot en met zaterdag wordt zorg in de vorm van dagbesteding aangeboden. De activiteiten vinden plaats op een apart gedeelte aan de zuidwestkant van het erf. Een aantal gebouwen binnen de planlocatie zijn specifiek ingericht voor deze zorgverlening. De planlocatie is thans in beperkte mate landschappelijk ingepast. Deze landschappelijke inpassing vormt onderdeel van het boerenerf. Het onderzoeksterrein is voor zover bekend niet opgehoogd met bodemvreemde materialen zoals puin, sintels of gebroken asfalt. Op de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen olietanks in of op de bodem gelegen.

Er zijn, behoudens de beperkte onverharde drupzone, geen gegevens bekend omtrent eventuele activiteiten of calamiteiten op de onderzoekslocatie welke geleid kunnen hebben tot een bodemverontreiniging. Uit de historische kaarten (bron: http://www.topotijdreis.nl) blijkt dat de locatie tot het begin van de jaren ’30 van de vorige eeuw onbebouwd is geweest. Medio jaren ’30 van de vorige eeuw is de huidige bedrijfswoning gebouwd. In de jaren ’50 en ’70 van de vorige eeuw is de bebouwing uitgebreid. In 2008 is de meest westelijke stal gebouwd. Tot de ontwikkelingen in de jaren ’70 van de vorige eeuw is over de locatie een zandpad aanwezig geweest.

omstreeks 1935

Archimil BV

1965

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

1990

5

2010

2.3. Milieuvergunningen Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe nabijheid zijn in het verleden diverse vergunningen verleend, meldingen ingediend en/of controles uitgevoerd. Op 16 augustus 2021 en 21 september 2021 is door de gemeente Hilvarenbeek hierover informatie verstrekt Voor zover hier potentieel bodembedreigende activiteiten of opmerkingen zijn staan deze in onderstaand overzicht vermeld: 27 juni 1979 14 april 1989 19 januari 1993 23 januari 1996 22 oktober 2002

16 juni 2005

7 november 2008 17 augustus 2010 24 december 2013

Archimil BV

Oprichtingsvergunning voor een varkenshouderij Melding Hinderwet Melding milieubeheer Revisievergunning Revisievergunning Een tweetal stallen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw, waardoor het veebestand wordt uitgebreid. Binnen de inrichting zou sprake zijn van een bovengrondse brandstoftank van 1100 L. Door het ontbreken van een tekening is de locatie echter onbekend. Ook bij de opdrachtgever is de locatie van een eventuele tank onbekend. Veranderingsvergunning voor het uitbreiden van de activiteiten met Dagbesteding (verleend op 20 december 2005) Binnen de inrichting is een koelinstallatie aanwezig welke voorzien is van CFK’s en is in beperkte mate sprake van opslag van bestrijdingsmiddelen (inpandig in een daarvoor bestemde kast). Wet milieubeheer vergunning voor het veranderen van de inrichting. Door de bouw van een extra stal zal het aantal varkens fors toenemen. Melding Wet milieubeheer, door ingang van het Activiteitenbesluit Het gebruik van de inrichting blijft ongewijzigd Melding verandering van de inrichting Door een herinrichting is sprake van en beperkte wijziging van het veebestand. Boven een lekbak vind de opslag plaats van oliën en afgewerkte oliën. Daarnaast is een beperkte opslag van reinigings- en bestrijdingsmiddelen. De opslag bevind zich in de werktuigenstal.

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

20 mei 2021

21 juli 2021

6

Melding Activiteitenbesluit Betreft het verzoek om het onderdeel varkenshouderij in te trekken. De rundveehouderij blijft gelijk aan de vergunde situatie. Boven een lekbak vind de opslag plaats van oliën en afgewerkte oliën. Daarnaast is een beperkte opslag van reinigings- en bestrijdingsmiddelen. De opslag bevind zich in de werktuigenstal. Instemming met gedeeltelijke intrekking van het veebestand

2.4. Bodemonderzoeken In het archief van de gemeente Hilvarenbeek noch in het eigen archief van Archimil zijn gegevens bekend van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op deze locatie. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Lage Haghorst 1 In 2016 is, voor de bouw van een groepsaccomodatie, op de locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport BM.0516147, Bodex Milieu, d.d. 2 juni 2016). Uit de rapportage volgt dat in de bodem geen bodemvreemde bijmengingen zijn waargenomen. Het mengmonster van de bovengrond was zeer licht verontreinigd met kobalt. De ondergrond bleek niet verontreinigd te zijn met één van de componenten waarop was onderzocht. Het grondwater was licht verontreinigd met barium. Opgemerkt wordt dat in beide mengmonsters zandlagen zijn opgemengd met zwak/matig humeuze grond, waardoor sprake zou kunnen zijn van verdunning. 2.5. Toekomstig gebruik De onderzoekslocatie neemt deelt aan de Saneringsregeling varkenshouderijen. Daarvoor zullen de stallen voor de intensieve veehouderij worden gesloopt en wordt het bouwvlak heringedeeld en zal een uitbreiding van de zorgfunctie plaatsvinden. Hiermee krijgt de locatie een maatschappelijke bestemming, waarbij de rundveetak behouden blijft als nevenfunctie bij de zorgverlening.

Het is de bedoeling de zorgboerderij uit te bouwen tot een volwaardige zorgvoorziening. In de eerste fase wordt de intensieve varkenshouderij gesaneerd en zullen de gebouwen daarvan worden afgebroken. Het betreft dan specifiek de vleesvarkensstal, de biggenstal, de spuiwatersilo, de zeugenstal met opslag en stalling, de kraamstal en de kuilplaten. Daarna wordt de uitbreiding van de dagbesteding gerealiseerd. Ter plaatse van de huidige biggenstal zullen een bespreekruimte, sport- en toiletvoorzieningen worden gerealiseerd. Ter plaatse van een gedeelte van de te slopen zeugenstal wordt een nieuw gebouw opgetrokken ten behoeve van opslag, stalling van machines, werkbank en toebehoren. Ter plaatse van de huidige kraamstal is eveneens functionele nieuwbouw voor opslag voorzien. De huidige rokersruimte, bedrijfswoning en bijgebouw met kantine, paardenstal en timmerruimte blijven gehandhaafd. Ook de huidige koeienstal en jongveestal blijven gehandhaafd en als zodanig in gebruik.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

7

2.6. Bodemopbouw en (geo-)hydrologie Het te onderzoeken terrein heeft een hoogteligging gelijk aan circa 15,7 m + N.A.P. De opbouw van de ondergrond is schematisch weergegeven in figuur A. Figuur A: opbouw ondergrond. Formatie van Boxtel Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy Formatie van Peize / Waalre

Zwak siltig fijn tot matig grof zand Grof zand en grind Uiteenlopende korrelgroottes, met plaatselijke leem, grind en kleilagen Fluviatiel wit of grijs grof zand en grind

De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 2 m-mv. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal noordelijk gericht. Voorgenoemde geohydrologische gegevens zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland [6]. 2.6.1. Algehele bodemkwaliteit De gemeente Hilvarenbeek maakt gebruik van een goedgekeurde bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan (oktober 2017) waarin diffuus verhoogde achtergrondgehalten aan verontreiniging zijn vastgelegd. De locatie valt in de zone "agrarisch buitengebied", in deze zone komen gemiddeld genomen geen tot lichte verontreinigingen voor. De gemeente Hilvarenbeek maakt gebruik van een goedgekeurde bodemfunctieklassenkaart. Hierin heeft de locatie de functie Agrarisch buitengebied toegekend gekregen. Van de regio zuidoost Brabant, noord- en midden Limburg is bekend dat er zich verhoogde achtergrondwaarden aan zware metalen in het grondwater manifesteren. Deze zijn enerzijds toe te schrijven aan uitloging uit deze verhardingen van zinkassen en depositie van zware metalen door het productieproces van deze zinkassen in de fabriek in Budel-Dorplein (diffuse verontreinigingen). Wanneer dit het geval is op een locatie zal de stof zink overheersen bij de verontreinigingen.

Een andere bron van verontreiniging met zware metalen in het grondwater zijn de chemische processen die optreden wanneer anaeroob grondwater opkwelt. Doordat in de bodem ijzerhoudende lagen aanwezig zijn kunnen zware metalen in oplossing gaan en in het grondwater terechtkomen. Over het algemeen zijn arseen en nikkel overheersende componenten wanneer deze situatie zich voordoet.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

8

2.6.2. PFAS In het rapport “Aanwezigheid PFAS in Nederland Deelrapport B Verdachte locaties” 2 is een overzicht opgenomen van potentiële risico-locaties voor het voorkomen van PFAS-verbindingen. Voor de locatie is, voor zover bekend, geen sprake van een bronlocatie. Opgemerkt wordt dat op basis van recente gegevens de bovengrond van een groot deel van Nederland mogelijk in lichte mate verontreinigd is met PFAS-verbindingen1 en dat uitspoeling naar de ondergrond kan plaatsvinden. Door het ministerie is een tijdelijk handelingskader PFAS opgesteld (versie 2 juli 2020) voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, waarbij een achtergrondwaarde van 1,9 µg/kgds (PFOA) danwel 1,4 µg/kgds (overige PFAS) is vastgesteld 3. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Brabant maken gebruik van een Bodemkwaliteitskaart voor PFAS (d.d. 28 oktober 2020) 4. Aangezien de berekende P80 waarden lager zijn dan de landelijke maximale toepassingswaarden voor Landbouw/ Natuur, hebben de samenwerkende omgevingsdiensten ervoor gekozen om aan te sluiten bij de normen uit het geactualiseerde Tijdelijk Handelingskader van 2 juli 2020. 1

https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/grond-bagger/handelingskader-pfas/tijdelijk/ https://www.expertisecentrumpfas.nl/images/Handelingskader/DDT219-1-18-008.228-rapd-Voorkomen_PFAS_in_Nederland__deelrapport_B_Verdachte_locaties_-_definitief.pdf 3 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2020/07/03/bijlage-geactualiseerd-tijdelijkhandelingskader/bijlage-geactualiseerd-tijdelijk-handelingskader.pdf 4 http://bodemloket.odbn.nl/images/20201028_0462683.100_bodemkwaliteitskaart_pfas_noord-brabant_def_rev0.0gecomprimeerd.pdf 2

2.7. Conclusie vooronderzoek Het vooronderzoek heeft zich gericht zich op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Op basis van bovenstaande gegevens kan de locatie vooralsnog grotendeels als onverdacht worden beschouwd. Ter plaatse van de beperkte onverharde drupzone is de toplaag van de bodem verdacht voor een bodemverontreiniging met asbest. In de loods vind in beperkte mate opslag plaats van smeerolie en bestrijdingsmiddelen. Aangezien opslag plaatsvind in daarvoor bestemde voorzieningen en sprake is van een als vloeistofkerend te beschouwen betonvloer, wordt onderzoek ter plaatse weinig zinvol geacht. Op basis van de historische informatie is er vooralsnog geen aanleiding om een overschrijding van de normen uit het Tijdelijke handelingskader voor PFAS te verwachten. Onderzoek ter plaatse van de regendrupzone dient plaats te vinden conform de NEN 5707. Ter plaatse van het resterend terrein dient onderzoek plaats te vinden conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit NEN 5740. In bijlage 3 is een tekening van de geografische afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek opgenomen.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

3.

9

OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK

Visuele inspectie maaiveld Het maaiveld ter plaatse van de onverharde drupzone wordt in twee richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. Wanneer meer dan 10 cm2/m2 aan asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen dan worden voor het betreffende deel van de locatie inspectierasters van 1 x 1 m geïnspecteerd. Alle aangetroffen asbestverdachte materialen worden op kaart vastgelegd en per regendrupzone samengevoegd tot één mengmonster. Tevens wordt de inspectie-efficiency ingeschat. 3.1.

3.2. Opzet regendrupzone Aan de noordzijde van de meest noordoostelijke stal is sprake van een beperkte onverharde regendrupzone. Ter plaatse van deze regendrupzone dient een onderzoek conform NEN 5707 te worden uitgevoerd. In onderstaande tabel is, direct in lijn met de strategie voor nader onderzoek naar asbest, de onderzoeksinspanning weergegeven. Locatie

Lengte (m1) Ca. 23

noordzijde

Aantal inspectiesleuven (200x30x10 cm) 2

Analyses grove fractie (>20 mm) 1

Analyses fijne fractie (<20 mm) 1

De opgegraven grond uit de inspectiesleuven wordt gezeefd over 20 mm waarna de grove fractie (>20 mm) wordt geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Het asbest wordt per inspectiesleuf samengevoegd tot één verzamelmonster. De fijne fractie (<20 mm) wordt bemonsterd door het nemen van 20 grepen van circa 0,5 kg/greep. 3.3. Opzet resterend terrein Conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit de NEN 5740 worden verspreid over de onderzoekslocatie (circa 1,67 ha) onderstaand aantal boringen en peilbuizen geplaatst. Aantal boringen En boring tot grondwater 1)

Boring tot 0,5 m 18

6

Aantal te analyseren (meng)monsters. Grond Grondwater

En boring met peilbuis 3

Bovengrond 4

Ondergrond 3

3

1) Indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.

Van elke 50 cm bodemlaag of van iedere bodemlaag afzonderlijk worden tot de freatische grondwaterspiegel representatieve monsters genomen. De boringen worden gelijkmatig over de te onderzoeken locatie verdeeld volgens een systematisch patroon. In bijlage 3 is een situatieschets opgenomen waarin de plaatsen van de boringen en de peilbuizen zijn aangegeven.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

10

3.4. Analysepakketten De toegepaste NEN-pakketten bestaan uit: Grond: standaardpakket grond: Droge stof, Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale Olie (GC) (C10 - C40), PAK (10 VROM), PCB (7) Grondwater: standaardpakket grondwater: Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale olie (GC), Aromaten (BTEXN), Styreen, VOCl (11), Vinylchloride, 1,1 Dichlooretheen, 1,1-Dichloorpropaan, 1,2-Dichloorpropaan, 1,3-Dichloorpropaan, Bromoform

Ter bepaling van de achtergrond- en interventiewaarden worden grond(meng)monsters onderzocht op het gehalte aan lutum en organisch stof. 3.5. Uitvoering bodemonderzoek De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4]. De activiteiten bestaan uit: 1. het uitvoeren van een globale locatie-inspectie; 2. het uitvoeren van een maaiveldinspectie ter plaatse van de onverharde regendrupzones; 3. het graven en inspecteren van inspectiesleuven; 4. het verrichten van de boringen en 5. het plaatsen van de peilbuis; 6. het bemonsteren van de grond en het grondwater; 7. visueel en organoleptisch onderzoek van de monsters. De grondboringen worden voor zover mogelijk met handkracht uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van een ongelakte Edelmanboor met een diameters van 6 tot 12 cm. Voor het onderzoek ter plaatse van de drupzones wordt gebruik gemaakt van een ongelakte spade. Er wordt voor zover mogelijk geen werkwater gebruikt. Na elke boring wordt het boormateriaal met leidingwater schoongemaakt. Voor het plaatsen van de peilbuizen wordt geboord tot circa 1,5 meter beneden de freatische grondwaterspiegel. Het materiaal van de buis is slagvast P.V.C.. Het geperforeerde gedeelte wordt omgeven door een gewassen, paraffinevrije filterkous en gegloeid en gezeefd filtergrind.

Het nietgeperforeerde gedeelte wordt met de oorspronkelijke grond omstort. Het boorgat wordt afgedicht met een laag zwelklei van ca. 50 cm. De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters worden uitgevoerd door een AS3000 geaccrediteerd laboratorium. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings-, en analysemethoden zoals beschreven in de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4].

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

4.

11

WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE

Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013. Deze circulaire definieert streefwaarden, achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in grond en grondwater. In onderstaand overzicht worden deze toegelicht: - de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) geeft het niveau aan waarbij, volgens de huidige inzichten, sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In geval er curatief gehandeld moet worden, geeft deze waarde het niveau aan dat bereikt moet worden om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier of plant heeft, volledig te herstellen; - de interventiewaarde (I) geeft het niveau aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant, ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Bij gehalten boven deze waarde is normaliter sprake van een ernstige verontreiniging en zal moeten worden bekeken of sanering urgent is; - de tussenwaarde (T = [S + I] / 2) bevindt zich op de helft tussen de streef- en interventiewaarde. Boven deze waarde is in ieder geval, en onder deze waarde afhankelijk van bepaalde factoren zoals bodemtype, een nader onderzoek gewenst. Deze waarden zijn afhankelijk van de grondsoort.

Op basis van het lutum en het organische stofgehalte van de onderzochte grond, wordt een correctie uitgevoerd op de waarden zoals die voor een standaardbodem (lutum= 25% en humus= 10%) zijn vastgesteld. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - niet verontreinigd concentratie lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; - licht verontreinigd concentratie hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; - matig verontreinigd concentratie hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; - sterk verontreinigd concentratie hoger dan de interventiewaarde. Specifiek voor verontreinigingen met zware metalen ten gevolge van zinkassen in projectgebied de Kempen zijn in de Regeling Uniforme Saneringen terugsaneerwaarden vastgesteld voor wonen met moestuin (ABdKM) en wonen met siertuin (ABdK-S). Deze normen zijn verruimd ten opzichte van de algemene terugsaneerwaarden zoals deze eerder in de bodemgebruikswaarden waren vastgelegd en die sinds 1 oktober 2008 zijn vervangen door de achtergrondwaarden (AW), maximale waarden voor wonen (MWW) en maximale waarden voor industrie (MWI) uit het besluit bodemkwaliteit. Voor asbest is alleen een interventiewaarde vastgesteld, er is geen achtergrondwaarde vastgesteld.

De interventiewaarde voor vaste bodem ligt op 100 mg/kgds (concentratie serpentijn plus 10 x concentratie amfibool). De interventiewaarde is gelijk aan de hergebruikswaarde voor asbest in puin.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

5.

12

RESULTATEN

5.1. Maaiveldinspectie Op 23 augustus 2021 is ter plaatse van de onverharde regendrupzone een maaiveldinspectie uitgevoerd door SIKB2018 erkend veldwerker J. Timmermans. Ten tijde van de maaiveldinspectie was het onbewolkt en viel er geen neerslag. Doordat de regendrupzone geheel braakliggend is was sprake van een hoge inspectie-efficiency, deze is op 90-100% geschat. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. 5.2. Veldwerk asbestonderzoek Aansluitend aan de maaiveldinspectie zijn, ter plaatse van de regendrupzones, de inspectiesleuven S4 en S5 gegraven en geïnspecteerd door SIKB2018 erkend veldwerker J. Timmermans. De beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen in de boorstaten in bijlage 4. Hieruit volgt dat in de toplaag van de bodem sprake is van een zwakke bijmenging met puin. Bij elke sleuf is het vochtgehalte bepaald waarbij is vastgesteld dat deze boven de 10% lag. Er is geen noodzaak gebleken om aanvullende adembescherming te dragen. Het materiaal uit de inspectiesleuven is gezeefd over 20 mm, waarna de grove fractie (>20 mm) is geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. In de grove fractie is geen asbest waargenomen. Van de fijne fractie (<20 mm) is één mengmonster samengesteld. 5.3. Veldwerk grond De grondmonsters zijn op 24 augustus 2021, onafhankelijk van de opdrachtgever, genomen door de heer J.

Timmermans (erkend monsternemer SIKB 2001), daarbij geassisteerd door de heer R. Verhees. Voor een beschrijving van de opgeboorde grond ter plaatse wordt verwezen naar de boorstaten (bijlage 4). Bij geen van de monsters is een verdachte en/ of afwijkende geur waargenomen. Bij boring 211 is na 0,27 m-mv een sterk puinhoudende en matig slakkenhoudende bodemlaag aangetroffen. Bij boring 214 is na 0,18 m-mv sprake van een fundering van menggranulaat. In de ondergrond van boring 208 zijn sporen baksteen waargenomen. De sporadisch aangetroffen bijmengingen met puin behoeven ons inziens niet als asbestverdacht te worden beschouwd. Zintuiglijk zijn geen bijmengingen met asbest aangetroffen in of op de bodem. Een onderzoek conform NEN5707 wordt, op het terrein buiten de regendrupzone, op basis hiervan dan ook niet noodzakelijk geacht. 5.4. Aanpassing onderzoeksopzet Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is er geen noodzaak tot aanpassing van de geplande onderzoeksopzet gebleken.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

13

5.5. Veldwerk grondwater De peilbuizen zijn op 23 augustus 2021 geplaatst en voorgepompt. Het grondwater is op 1 september 2021 nogmaals voorgepompt en vervolgens bemonsterd door de heer P. Heesakkers (erkend monsternemer SIKB 2002). De in het veld bepaalde gegevens met betrekking tot het grondwater staan vermeld in het volgende overzicht: Peilbuis nr.

Filterstelling (m-mv)

Datum

Gw-stand (m-mv)

pH

Ec (µS/cm)

Troebelheid (FTU)

Opmerkingen

201.1

2,90 – 3,90

01-09-2021

2,00

6.80

428

122

geen

202.1

2,40 – 3,40

01-09-2021

2,15

7.10

222

102

geen

203.1

2,50 – 3,50

01-09-2021

2,02

6.70

1081

375

geen

Wanneer een watermonster troebel is (> 10 FTU), dus losgespoelde gronddeeltjes bevat, is er een kans dat er gronddeeltjes worden geanalyseerd in plaats van het grondwater. (An)organische stoffen (die zich hebben gehecht aan de gronddeeltjes) kunnen daardoor de analyseresultaten beïnvloeden.

5.6. Analyseresultaten De resultaten van de analyses van de grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn weergegeven in de tabellen. Tevens zijn de analyserapporten opgenomen in bijlage 5. 5.6.1. Asbestanalyses Het mengmonster van de fijne fractie is in een daarvoor geaccrediteerd laboratorium onderzocht op het gehalte aan asbest. Mengmonster M.M.2

Monsters (cm-mv)

Fractie (mm)

Chrysotiel (m/m %)

Amfibool (m/m %)

Hechtgebonden

S4 + S5 (0-10)

0,5-2 2-20

0,1-2 10-15

0,1-2 2,5

nee ja

Concentratie (mg/kg (gewogen) 94,0

Uit het analysecertificaat volgt dat verspreid over de onderzochte fracties asbesthoudend materiaal is aangetoond. Dit leidt tot een gewogen gehalte asbest van 94,0 mg/kgds. Het onderzoek is direct uitgevoerd conform de strategie voor nader onderzoek naar asbest. Aangezien op het maaiveld en in de grove fractie geen asbest is aangetroffen wordt de interventiewaarde van 100 mg/kgds niet overschreden en is er geen sprake van een bodemverontreiniging met asbest. Hoewel geen sprake is van een bodemverontreiniging met asbest willen wij adviseren om, gelet op het aangetroffen gehalte aan asbest en het gebruik van de locatie (zorgboerderij), de toplaag van de onverharde drupzone te (laten) verwijderen en af te voeren naar een erkende verwerker. Indien het dak behouden blijft dan adviseren wij om ter plaatse een regengoot aan te brengen. 5.6.2. Grondmengmonsters Van de grondmonsters zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen zeven mengmonsters samengesteld welke zijn onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grond. Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

14

Mengmonster

Monsters (cm-mv)

bg1 (midden)

201 (7-55) 207 (8-50) 208 (8-50) 214 (8-18) 220 (8-50) 221 (8-50) 223 (8-50) 203 (0-50) 205 (0-50) 216 (0-50) 217 (0-50) 219 (15-50) 211 (27-32)

bg2 (noord) bg3 (sterk puin, matig slak) bg4 (zuid)

og1 (noord) og2 (sporen baksteen) og3 (zuid)

Analyseresultaat (meetwaarde, mg/kgds) <AW

Bodemkwaliteit

PCB’s (0,0098) >AW Minerale olie (120) >MWI

Achtergrondwaarden (gehalte <2x AW) Niet elders toepasbaar

204 (0-50) 209 (0-50) 210 (11-60) 222 (15-65) 224 (0-50) 225 (0-50) 226 (0-50) 227 (0-50) 228 (0-50) 203 (50-100) 203 (100-150) 205 (50-100) 208 (50-90)

<AW

Achtergrondwaarden

<AW

Achtergrondwaarden

<AW

Achtergrondwaarden

201 (55-100) 202 (50-100) 204 (50-100) 209 (50-100) 209 (100-150)

Zink (120) >MWW

Klasse Wonen (gehalte <AW+MWW)

Achtergrondwaarden

Uit de toetsingstabellen volgt dat de sterk puin- en zwak slakkenhoudende bodemlaag licht verontreinigd is met minerale olie (0,12x I-waarde). Het mengmonster van de bovengrond van de noordelijke boringen is licht verontreinigd met PCB’s (1,7x AW). Het mengmonster van de ondergrond van de zuidelijke boringen is licht verontreinigd met zink. Voor het overige zijn de onderzochte mengmonsters niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De herkomst van de lichte verhogingen met PCB’s en zink is vooralsnog onbekend. Het licht verhoogde gehalte minerale olie kan worden toegeschreven aan de bijmenging met puin en/of slakken. Gelet op de beperkte overschrijding van de Achtergrondwaarden achten wij een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen niet noodzakelijk. 5.6.3. Grondwatermonsters Het grondwater is onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grondwater. In onderstaande tabel zijn de getoetste resultaten weergegeven. Peilbuis 201.1.1 202.1.1 203.1.1

Filtertraject (m-mv) 2,90 – 3,90 2,40 – 3,40 2,50 – 3,50

Analyseresultaat (µg/l) Dichloormethaan (0,35) >Streefwaarde <Streefwaarde Barium (95) >Streefwaarde

De herkomst van de lichte verontreiniging met dichloormethaan is onduidelijk en lijkt niet te relateren aan de bedrijfsactiviteiten. De lichte verhogingen met zware metalen kunnen worden beschouwd als diffuus verhoogde gehalten. Gelet op de beperkte overschrijding van de streefwaarde achten wij een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen niet noodzakelijk.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

6.

15

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Het onderzoek heeft betrekking op het terrein gelegen aan de Lage Haghorst 9 te Haghorst. Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Regendrupzone 1. Het onderzoek heeft direct plaatsgevonden volgens de strategie voor nader onderzoek naar asbest. 2. Ter plaatse van de onverharde regendrupzone is op het maaiveld geen asbest waargenomen. 3. In de grove fractie (>20 mm) van de inspectiesleuven is geen asbest aangetroffen. 4. In het mengmonster van de fijne fractie (<20 mm) is een gehalte asbest aangetoond van 94 mg/kgds. 5. Derhalve is er geen sprake van een overschrijding van de interventiewaarde (van 100 mg/kgds) en is er ter plaatse van de onverharde regendrupzone geen sprake van een bodemverontreiniging met asbest. Resterend terrein 6. De sterk puin en matig slakkenhoudende grond uit de bovenlaag (0,27-0,32 m-mv) van boring 211 is licht verontreinigd met minerale olie (3,16x AW). 7. De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van het noordelijke terrein is licht verontreinigd met PCB’s (1,7x AW). 8. De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van het resterend terrein is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. 9.

De grond uit de onderlaag (0,5-1,5 m-mv) van het zuidelijke terrein is licht verontreinigd met zink (1,46x AW). De grond uit de onderlaag (0,5-1,5 m-mv) van het resterend terrein is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. 10. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met dichloormethaan of barium. 11. De hypothese niet-verdachte locatie dient formeel te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij het volgende op: 1. 2.

3.

Archimil BV

Ons inziens behoeven er, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan de gewenste bestemmingswijziging en toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie. Hoewel geen sprake is van een bodemverontreiniging met asbest willen wij adviseren om, gelet op het aangetroffen gehalte aan asbest en het gebruik van de locatie (zorgboerderij), de toplaag van de onverharde drupzone te (laten) verwijderen en af te voeren naar een erkende verwerker. Indien het dak behouden blijft dan adviseren wij om ter plaatse een regengoot aan te brengen. De lichte verontreinigingen met PCB’s, minerale olie en zink in de boven- of ondergrond vormen geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering [8]. De aanwezigheid van bovengenoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar.

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

4.

5.

Archimil BV

16

Gelet op de aangetroffen concentratie aan dichloormethaan en barium in het is het uitvoeren van een nader onderzoek naar de herkomst volgens de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering niet noodzakelijk. Aangezien direct contact met het grondwater niet te verwachten is blijft het risico uit oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne beperkt. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

11 oktober 2021 rapportnummer: C217819.017/PHE

17

TABELLEN

Archimil BV voert zijn bodemonderzoeken zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk bodemonderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal grondboringen: ten opzichte van het totale bodemvolume is slechts een klein deel (chemisch) onderzocht. Het is dus mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in de bodem voorkomen, of dat zich verontreinigende stoffen in de bodem bevinden die niet met dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Een bodemonderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na monstername kan immers een nieuwe verontreiniging geïntroduceerd zijn, terwijl een mobiele verontreiniging zich misschien verplaatst. Archimil BV acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C217819 Vbo lage Haghorst / Emmerseweg

Analyse

Eenheid

23-08-2021 2021137879 26-08-2021 31-08-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

1

GSSD

Oordeel

10,5 17,5 17,5 38,5 17,5 21 122,5

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

<=AW

0,5

1,5

6,8

40

40

1,4

Altijd toepasbaar

Gebruikte afkortingen

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

920 13 190 190 36 190 100 530 720

<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35

201 (7-55) 207 (8-50) 208 (8-50) 214 (8-18) 220 (8-50) 221 (8-50) 223 (8-50)

RG Eis

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

54,25 0,241 7,383 7,241 0,0502 1,05 8,167 11,02 33,22

Monster

Achtergrondwaarde

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 <10 <20

12241638

<= AW

IW

90,2 0,7

Analytico-nr

Gestandaardiseerd gehalte

Industrie

90,2 0,7 99 <2,0

1

AW

Wonen

Uitgevoerd

Nr.

GSSD

AW

0,7 2

Legenda

Eindoordeel:

RG Eis

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C217819 Vbo lage Haghorst / Emmerseweg

Analyse

Eenheid

23-08-2021 2021137879 26-08-2021 31-08-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

2

GSSD

Oordeel

Analytico-nr

Monster

2

12241639

203 (0-50) 205 (0-50) 216 (0-50) 217 (0-50) 219 (15-50)

Eindoordeel:

Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

87 2,9 97 2,4

87 2,9

<20 <0,20 <3,0 9 <0,050 <1,5 <4,0 12 29

51,67 0,2301 7,073 17,82 0,0496 1,05 7,903 18,44 65,96

<3,0 <5,0 <5,0 <11 9,4 <6,0 <35

7,241 12,07 12,07 26,55 32,41 14,48 84,48

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 0,0012 <0,0010 0,0021 0,0024 0,002 0,0098

0,0024 0,0024 0,0041 0,0024 0,0072 0,0082 0,0068 0,0337

Wonen

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

<=AW

0,5

1,5

6,8

40

40

2,4

Gebruikte afkortingen AW

Wonen

Uitgevoerd

Altijd toepasbaar

GSSD

AW

2,9 2,4

Legenda Nr.

RG Eis

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C217819 Vbo lage Haghorst / Emmerseweg

Analyse

Eenheid

23-08-2021 2021137879 26-08-2021 31-08-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Verkleinen kaakbreker Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

3

GSSD

Analytico-nr

Monster

3

12241640

211 (27-32)

Eindoordeel:

87,2 1,2 99 2,2

87,2 1,2

Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Wonen

Industrie

IW

36 <0,20 <3,0 8,1 <0,050 <1,5 5,8 14 30

136,1 0,2403 7,225 16,64 0,0501 1,05 16,64 21,96 70,47

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88 210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

35

190

190

500

5000

2,2

<3,0 <5,0 13 75 24 <6,0 120 Zie bijl.

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW

10,5 17,5 65 375 120 21 600 Niet toepasbaar

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 0,14 <0,050 0,21 0,088 0,095 <0,050 0,063 0,051 <0,050 0,79

0,035 0,14 0,035 0,21 0,088 0,095 0,035 0,063 0,051 0,035 0,787

<=AW

0,5

1,5

6,8

40

40

Gebruikte afkortingen AW

AW

Uitgevoerd Uitgevoerd

Niet Toepasbaar > industrie

GSSD

RG Eis

1,2 2,2

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C217819 Vbo lage Haghorst / Emmerseweg

Analyse

Eenheid

23-08-2021 2021137879 26-08-2021 31-08-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

4

GSSD

Oordeel

RG Eis

AW

Wonen

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

3,1 2,1 Uitgevoerd 83,6 3,1 97 2,1

83,6 3,1

<20 <0,20 <3,0 9,5 <0,050 <1,5 <4,0 12 46

53,58 0,2291 7,303 18,87 0,0497 1,05 8,099 18,48 105,7

<3,0 <5,0 <5,0 <11 8,6 <6,0 <35

6,774 11,29 11,29 24,84 27,74 13,55 79,03

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0022 0,0022 0,0022 0,0022 0,0022 0,0022 0,0022 0,0158

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

<=AW

0,5

1,5

6,8

40

40

2,1

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW

Legenda Nr.

Analytico-nr

Monster

4

12241641

204 (0-50) 209 (0-50) 210 (11-60) 222 (15-65) 224(0-50) 225 (0-50) 226 (0-50) 227 (0-50) 228 (0-50)

Eindoordeel:

Altijd toepasbaar

Gebruikte afkortingen GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

AW

Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C217819 Vbo lage Haghorst / Emmerseweg

Analyse

Eenheid

23-08-2021 2021137879 26-08-2021 31-08-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

5

GSSD

Oordeel

Analytico-nr

Monster

5

12241642

203 (50-100) 203 (100-150) 205 (50-100)

Eindoordeel:

Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

87 3,1 97 2,6

87 3,1

<20 <0,20 <3,0 7,8 <0,050 <1,5 <4,0 10 21

50,47 0,2274 6,928 15,24 0,0493 1,05 7,778 15,26 47,08

<3,0 <5,0 <5,0 <11 13 <6,0 <35

6,774 11,29 11,29 24,84 41,94 13,55 79,03

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0022 0,0022 0,0022 0,0022 0,0022 0,0022 0,0022 0,0158

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

<=AW

0,5

1,5

6,8

40

40

2,6

Gebruikte afkortingen AW

Wonen

Uitgevoerd

Altijd toepasbaar

GSSD

AW

3,1 2,6

Legenda Nr.

RG Eis

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C217819 Vbo lage Haghorst / Emmerseweg

Analyse

Eenheid

23-08-2021 2021137879 26-08-2021 31-08-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13178767/1