CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 bp De Wederloop fase 1 (5 toelichting bijlage 5 Flora en fauna onderzoek)

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "De Wederloop".10.910 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Lage Haghorst 4+9 & Emmerseweg 9s, Diessen Rapportnummer: 2021-BE-0915 In opdracht van: De Wederloop Lage Haghorst 9 5087 TX Diessen

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0915 Opdrachtgever De Wederloop Contactpersoon Mevrouw C. Reijrink-Raijmakers Locatie Lage Haghorst 4+9 & Emmerseweg 9s, Diessen Auteur Susanne Overdijk Collegiale controle Frenk van de Wal Opleverdatum 2 augustus 2021 Uitvoerder

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................... 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling ...................................................................................................... 4 1.4 Criteria.............................................................................................................................. 4

2.

BELEIDSKADER .......................................................................................................... 5 2.1 Gebiedsbescherming........................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming........................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden .................................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ......................................................................................................................... 8

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 9 3.1 Huidige situatie ................................................................................................................ 9 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ........................................................................................... 12

4.

PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN ....................................................................... 13 4.1 Bureauonderzoek ........................................................................................................... 13 4.2 Veldonderzoek................................................................................................................ 14 4.3 Beschrijving plangebied ................................................................................................. 14

5.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN ........................................................................... 20 5.1 Gebiedsbescherming...................................................................................................... 20 5.2 Soortenbescherming...................................................................................................... 22

6.

RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 30 6.1 Voorkomende diersoorten ............................................................................................. 30 6.2 Resultaten ...................................................................................................................... 30 6.3 Advies en aanbevelingen................................................................................................ 30

7.

BRONNEN ............................................................................................................... 32

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

SAMENVATTING

Opdrachtgever heeft het varkensbedrijf aan de Lage Haghorst 9 te Diessen bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) aangemeld voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Daardoor zullen de aanwezige varkensstallen worden gesloopt en zal het huidige bestemmingsplan worden omgezet van intensief agrarisch naar een zorglandgoed. Om de zorg uit te breiden en woningbouw te realiseren zullen de varkensbedrijven aan de Lage Haghorst 4 en Emmerseweg 9s deelnemen aan de regeling Ruimte voor Ruimte. Daarnaast wordt in samenhang met de sanering van de veehouderij aan Lage Haghorst 4 nieuwe natuur aangelegd. De op alle drie de percelen gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen waardoor er een verbetering van de milieukwaliteit zal plaatsvinden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot van stikstof. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek.

Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Susanne Overdijk en Frenk van de Wal Brabant Eco Augustus 2021

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever De Wederloop neemt de varkenshouderij aan de Lage Haghorst 9, te Diessen deel aan de warme sanering varkenshouderij 2020. Daarnaast zullen de varkensbedrijven aan de Emmerseweg 9s en Lage Haghorst 4 deelnemen aan de Ruimte voor Ruimte regeling. Hierdoor zullen de aanwezige bedrijfsgebouwen worden gesloopt en zal de intensieve varkenshouderij volledig verdwijnen. Daarnaast wordt in samenhang met de sanering van de varkenshouderij aan de Lage Haghorst 4 nieuwe natuur aangelegd. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

2. BELEIDSKADER

De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan:

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

o o

o

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in standhouden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3).

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Huidige situatie De planlocaties zijn gelegen aan de Lage Haghorst 4 en 9 en aan de Emmerseweg 9s, ten noordoosten van de kern van Diessen in de gemeente Hilvarenbeek. Hilvarenbeek is een gemeente in de provincie NoordBrabant en heeft een totale oppervlakte van 96,51 km2. De gemeente telt 15.698 inwoners (1 januari 2021) en bestaat uit de plaatsen, Baarschot, Biest-Houtakker, Diessen, Esbeek, Haghorst en Hilvarenbeek. Diessen ligt ten zuidoosten van Hilvarenbeek en ten westen van Middelbeers. Het plangebied ligt in het buitengebied van het dorp, tussen Diessen en Haghorst. De Emmerseweg is de verbinding tussen Diessen en Haghorst. De Lage Haghorst is hiervan een zijstraat. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen en andere bedrijfsbestemmingen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld (3 percelen). Bron: Google Earth

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

Het plangebied bestaat uit 3 locaties: De Lage Haghorst 4, Lage Haghorst 9 en Emmerseweg 9s. De lage Haghorst 4 bevat bebouwing in de vorm van 2 stallen en er zijn erfverharding en verwilderde planten aanwezig. De locatie aan de Lage Haghorst 9 bevat bebouwing, erfverharding en een gecultiveerde tuin met gazon, struiken en heggen. De bebouwing bestaat uit een bedrijfswoning, 6 stallen, een zorgboerderij en een tuinhuis. Daarnaast zijn er een spuiwatersilo en kuilplaten aanwezig in het plangebied. De locatie aan de Emmerseweg 9s bevat een varkensstal. Daarnaast is er erfverharding en verwilderde vegetatie aanwezig. Op onderstaande afbeeldingen wordt het plangebied globaal aangegeven met in detail de te slopen gebouwen en de te behouden bebouwing.

Globaal omlijnd de totale planlocatie aan de Lage Haghorst 9 in blauw, de te slopen bedrijfsgebouwen in rood en blijvende gebouwen in geel. Bron: google Earth.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

Globaal omlijnd de totale planlocatie aan de Lage Haghorst 4 in blauw en de te slopen bedrijfsgebouwen in rood. De noordelijke stal is niet te zien op deze afbeelding aangezien deze zeer recent in aanbouw is. Bron: google Earth.

Globaal omlijnd de totale planlocatie aan de Emmerseweg 9 in blauw en het te slopen bedrijfsgebouw in rood. Bron: google Earth.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Nadat alle stalen zijn gesloopt zal de aanwezig zorgboerderij aan de Lage Haghorst 9 worden uitgebreid naar het volledige perceel. De bedrijfswoning zal worden behouden als bedrijfswoning voor de zorgboerderij. De bestemming zal een niet intensieve agrarische bestemming worden. De locatie aan de Lage Haghorst 4 zal gedeeltelijk worden verkocht aan de eigenaren van Emmerseweg 13 en het resterende deel van deze locatie zal worden omgezet in natuurgebied. Hiervoor zullen de aanwezige stallen worden gesloopt. Op de locatie aan de Emmerseweg 9s zal de aanwezige stal worden gesloopt om vervolgens een nieuw woonhuis te bouwen. De bestemming wordt een woonbestemming.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN

Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1), aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Dit overzicht is te vinden in bijlage 1.

Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

4.2.1 Waarnemingen flora en fauna Volgens waarneming.nl zijn er in de 10 dagen voor het veldbezoek 302 waarnemingen van flora en fauna soorten in een straal van 5 kilometer rondom het plangebied. Dit betreft voornamelijk algemeen voorkomende soorten, maar ook 13 zeldzamere insecten en platensoorten, namelijk de pijpenstro-uil, gele uil, esdoorndwergspanner, zwervende panserjuffer, tangpanserjuffer, gaffelwaterjuffer, bosbeekjuffer, zomerfijnstraal, teer guichelheil, moerasweegbree, moeraskartelblad, geelgroene zegge en boslathyrus. Binnen een straal van 1 kilometer rond het plangebied zijn er geen waarnemingen gedaan in de 10 dagen voor het veldbezoek.

Recente waarnemingen van flora en fauna in een straat van 5 kilometer rond het plangebied. Bron: waarneming.nl

4.2 Veldonderzoek Op maandag 19 juli 2021 in de ochtend hebben ecologen Susanne Overdijk en Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, onbewolkt met een noorderwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 24 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.

4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied bestaat uit 3 afzonderlijke locaties welke circa 300 meter van elkaar verwijderd zijn. Deze locaties zijn gelegen aan de Lage Haghorst 9, Lage Haghorst 4 en de Emmerseweg 9s.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

4.3.1 Lage Haghorst 9 Het perceel aan de Lage Haghorst 9 bestaat uit bebouwing, erfverharding en beplanting. De bebouwing omvat 10 gebouwen, welke kunnen worden opgedeeld in bebouwing voor bewoning (1), bebouwing voor de veehouderij (3,6,7,8,9,10) en bebouwing voor de zorgboerderij functie (2,4,5). Het erf is grotendeels verhard in de vorm van betonklinkers en tegels. Tussen het perceel en de weg staan 8 lindebomen in de berm.

Globaal omlijnd de totale planlocatie aan de Lage Haghorst 9 in blauw, de te slopen bedrijfsgebouwen in rood en blijvende gebouwen in geel. Bron: google Earth.

De bedrijfswoning (1) De bedrijfswoning heeft een stenen muur en een wolfsdak gemaakt van dakpannen. Het gebouw heeft een spouw. Aan de linker, rechter en achterzijde van het dak is een dakoverstek aanwezig waaronder huiszwaluwen broeden. Aan de rechterzijde zijn er 8 huiszwaluwennesten aanwezig en aan de achterzijde zijn er 5 huiszwaluwnesten aangetroffen. De ruimte onder de dakpannen is geschikt als nestlocatie voor huismussen. Dit gebouw wordt niet gesloopt of gerenoveerd. Aan de voorzijde is een gecultiveerde tuin met gazon en ligusterheg aanwezig. Aan de achterzijde is eveneens een gecultiveerde tuin aanwezig met gazon en verschillende tuinplanten en bomen, waaronder een acacia en een kastanjeboom. In een rozenstruik in de achtertuin was ten tijde van het veldbezoek een bewoond merelnest aanwezig.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

Voorzijde bedrijfswoning

Achterzijde bedrijfswoning

De garage/ timmerplaats (2) De garage heeft een stenen muur en een dak van dakpannen. Er is aan de linker en rechterzijde van het gebouw een dakoverstek aanwezig waaronder 5 huiszwaluwen (linkerzijde). Aan de rechterzijde van het gebouw is een paardenstal gevestigd welke een aparte ingang heeft. Aan deze zijde is 1 huiszwaluwnest aangetroffen.

Voorzijde garage

Linkerzijde garage met zwaluwnesten

Loods (3) De loods wordt gebruikt als opslag en als werkplaat. Deze heeft een stenen muur en een dakconstructie van staal en hout. Het gebouw heeft een golfplaten dak en is niet geïsoleerd. Aan de rechterzijde van het gebouw is een hooizolder aanwezig, waaronder een voormalige varkensstal is gevestigd. Deze varkensstal heeft een aparte ingang en heeft ramen aan de zijkant. Een van de kozijnen is open, waardoor het gebouw toegankelijk is voor zwaluwen. Er zijn minimaal 7 boerenzwaluwnesten aanwezig in deze oude stal. Aan de achterzijde van de loods is een afhang aanwezig met een golfplaten dak welke geïsoleerd is met dupanel. Er zijn geen gaten of kieren aanwezig tussen de muren en het dak. Opdrachtgever zal deze loods annex varkensstal amoveren in het kader van de warme saneringsregeling. Daarna zal de loods weer worden opgebouwd.

Opslagloods (links) en kraamstal (rechts)

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

Zorgboerderij (4 en 5) De zorgboerderij omvat 2 losse gebouwen. Het eerste gebouw (4) is losstaand met een stenen muur en een dak van dakpannen. Aan de voorzijde van het gebouw is een overkapping aanwezig die gebouwd is op een houten constructie en een dak van dakpannen heeft. Vanaf een hoogste van 2,5 meter is de voorgevel betimmerd. Het tweede gebouw (5) heeft een stenen muur welke gedeeltelijk betimmerd is het dak bestaat uit sandwichpanelen en aan de voor- en zijkant van het gebouw is een overkapping aanwezig. Naast het gebouw is een kippenweide aanwezig waar een houten schuurtje in staat. Er zijn naast kippen geen andere fauna soorten aanwezig in dit schuurtje.

Gecultiveerde tuin en klein gebouw zorgboerderij

Hoofdgebouw zorgboerderij

Biggenstal (6) Deze stal heeft een stenen muur en een golfplaten dak. Het dak heeft een houten frame en is niet geïsoleerd. De binnenkant van de stal is volledig leeggeruimd. De stal wordt bezemschoon gehouden. Er zijn geen aanwijzingen van de aanwezigheid van faunasoorten aangetroffen in deze stal.

Binnenzijde biggenstal

Vleesvarkensstal (7) De vleesvarkensstal is gebouwd in 2011 en heeft een stenen muur en een golfplaten dak. De muren zijn van rode baksteen met een spouwmuur, afgedekt met een muurplaat en aan de binnenzijde kalkzandsteen. De voor- en achtergevels zijn deels gemetseld met rode bakstenen en deels van geïsoleerde damwand. Ook deze zijn volledig dicht en zonder stootvoegen. Alle kieren en mogelijke openingen in muren of dakranden zijn volledig afgesloten door middel van vogelschroot. De bedrijfsgebouwen hebben dienst gedaan in het professioneel en intensief huisvesten van varkens. Zodoende zijn er altijd afdoende maatregelen genomen om andere dieren buiten te sluiten van deze varkensstallen. Om de bio security van het bedrijf te waarborgen zijn alle stallen rondom voorzien van vogelschroot en zijn alle luchtinlaten ook afgeschermd voor dieren.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

Vleesvarkensstal

Jongveestal (8) De jongveestal was ten tijde van het veldbezoek in gebruik als stal en opslagplaats. Het gebouw heeft een open voorkant en betimmerde muren. Het dak heeft een constructie van staal en hout met daarop golfplaten. Deze stal wordt behouden in de voorgenomen ontwikkeling.

Jongveestal

Dragende zeugenstal/kraamstal (9) De stal heeft een rode bakstenen muur met spouw en een golfplaten dak. Het dak is geïsoleerd met dupanel. In de stal zijn verschillende afdelingen gemaakt door middel van kunststof wanden. De luchtinlaat is gevestigd aan de zijkanten van de stal. De voorkant van de stal is verhoogd en de voorgevel is betimmerd vanaf een hoogte van 3,5 meter. Het dakoverstek van deze stal is strak tegen de muur geplaatst. Er zijn 2 huiszwaluwnesten aanwezig aan de voorzijde van de stal, onder het dakoverstek. Rundveestal (10) De oude koeienstal werd ten tijde van het veldbezoek gebruikt voor opslag. Het gebouw heeft een stenen muur waarvan de kopgevels vanaf een hoogte van 5 meter is betimmerd. Aan de kopgevels is een dakoverstek aanwezig welke strak tegen de muur is geplaatst. Bij de betimmering missen 2 planken waardoor er een gat is de muur is ontstaan. In dit gat is een merelnest aanwezig. Het gebouw heeft een golfplaten dak welke gedeeltelijk is geïsoleerd met dupanel. Over de gehele lengte van het dak is een opening van ongeveer 30 centimeter aanwezig voor de luchtinlaat. Aan de voorzijde van deze stal is een tweede merelnest aangetroffen. Daarnaast zijn er mestsporen van een steenuil aangetroffen. Aangezien er geen uilennest aanwezig is en er geen braakballen zijn gevonden, is het aannemelijk dat de stal wordt gebruikt als rustplaats.

De stal blijft behouden, dus ook een eventuele rustplaats blijft bestaan. Naast de rundveestal liggen enkele kuilplaten welke ook verwijderd zullen worden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

4.3.2 Lage Haghorst 4 De locatie aan de Lage Haghorst 4 bevat een vervallen varkensstal en de fundering voor een nieuwe varkensstal. De oude stal heeft een stenen muur en het dak is reeds verwijderd. Er liggen stenen verspreid langs het gebouw. Er zijn geen schuilmogelijkheden aanwezig voor marters of andere faunasoorten. Er zijn eveneens geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van marterachtigen op dit perceel, zoals uitwerpselen of prooiresten. Het terrein is begroeid met verwilderde vegetatie, waaronder grassen, paardenbloem en margriet.

Vervallen stal

Fundering nieuwe stal

4.3.3 Emmerseweg 9S De Emmerseweg 9s bevat naast erfverharding in de vorm van betonklinkers, een oude stal. De stal heeft een stenen muur en een golfplaten dak. De luchtinlaat van de stal bevindt zich aan de zijkant van het gebouw en is open waardoor verschillende diersoorten het gebouw zouden kunnen betreden. De stal is intensief onderzocht op aanwijzingen voor de aanwezigheid van faunasoorten. Er zijn geen uitwerpselen, braakballen, rui-veren of andere aanwijzingen gevonden die kunnen duiden op de aanwezigheden van faunasoorten. Op het gehele percelen groeien verwilderde platen waaronder grassen, ooievaarsbek, margriet, fluitenkruid en paardenbloem. Aan de achterzijde van het perceel is een berk aanwezig.

Oude stal

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 740 meter afstand van gronden die tot Natura 2000 gebied KempenlandWest. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in geel aangegeven.

Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten.

5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 410 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN gebieden in de kleuren groen, blauw, roze, geel en bruin.

Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant.

In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.

5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Volgens de NDFF zijn er 2 beschermde plantensoorten waargenomen binnen een straal 5 kilometer van het plangebied. Deze planten staan op de rode lijst en zijn sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Drijvende waterweegbree Kruipend moerasscherm

Afstand plangebied 1 km

Habitat

5 km

zonnige, open plekken op natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, zwak zure veen- of kleibodems, die ’s winters ondiep overstroomd worden.

helder, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur water

Het plangebied bestaat naast de bebouwing en verharding uit een gecultiveerde tuin en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Ondanks gericht zoeken zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten waargenomen. Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. De oppervlakte van de te verwijderen vegetatie is te klein om te vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing voor houtopstanden is daarom niet nodig.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er 18 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 7 vleermuissoorten, 4 marterachtigen en 7 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuis soort Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis

Afstand plangebied 5 km 1 km

Habitat en bescherming

5 km

Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd

5 km

Vooral bebouwing, strikt beschermd

5km 5 km 5 km

Vaak bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bebouwing, strikt beschermd

22

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. Veel van de gebouwen in het plangebied zijn niet geïsoleerd, waardoor er geen geschikte verblijfslocaties zijn voor vleermuizen. De gebouwen die wel geïsoleerd zijn, zijn goed afgesloten waardoor er geen kieren aanwezig zijn die als invliegopeningen kunnen dienen voor vleermuizen. De stallen bevatten eveneens geen stootvoegen. In de te slopen afgesloten varkensstal 7 zijn geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De te slopen varkensstallen zijn opgetrokken uit geheel dichte stenen spouwmuren zonder stootvoegen en gedekt met golfplaten dak met afgedichte ruimtes voorzien van isolatiepanelen of geheel dichtgespoten met purschuim aan de onderzijde.

Er is vastgesteld dat er geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de te slopen stallen. Er zouden vleermuisverblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn in de bedrijfswoning, de garage en in het pannendak van het kleine gebouw van de zorgboerderij. Deze gebouwen blijven behouden en een eventueel vleermuishabitat zal hier dan ook behouden worden. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank.

De marterachtigen die volgens het NDFF aanwezig kunnen zijn binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Boommarter Bunzing Steenmarter Wezel

Afstand plangebied 5 km 1 km 1 km 1 km

Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd

Boommarter De schuilplaats van de boommarter bestaat meestal uit een holle boom, de nestplek evenzeer en hun leefgebied bestaat doorgaans uit bos. Zowel loof- als naaldbos en gemengd bos, jong en oud. Toch wagen ze zich ook buiten bosgebieden, maar bomen zijn nooit ver weg. De dieren leven solitair en kunnen goed zwemmen. ’s Nachts legt een boommarter 2 tot 20 kilometer af. Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

23

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Verder zijn groenstroken heggen, bosjes, bermen en greppels voor de steenmarter van belang omdat hij daar zijn voedsel zoekt. Het is niet uitgesloten dat de steenmarter het plangebied gebruikt als onderdeel van zijn leefgebied. Het leefgebied van de steenmarter is relatief groot en de soort kan per nacht 10 tot 15 kilometer afleggen. Het ontbreekt binnen het plangebied aan geschikte locaties die kunnen dienen als verblijfplaats. Het plangebied is opgeruimd en het ontbreekt aan schuilplaatsen en mogelijkheden om de ruimtes in de stallen binnen te dringen. Zodoende is het uitgesloten dat het plangebied een belangrijk onderdeel vormt van het leefgebied van de steenmarter. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen.

Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. De locatie aan de Lage Haghorst 9 wordt intensief gebruikt, waardoor er geen rustige schuilplaats aanwezig kan zijn voor marterachtigen. In alle gebouwen zijn regelmatig mensen aanwezig en de gebouwen bevatten geen geschikte ingangen voor marterachtigen. De locatie aan de Lage Haghorst 4 bevat een vervallen gebouw. Dit gebouw heeft echter geen dak waardoor er geen geschikte verblijfslocaties voor marters aanwezig zijn. De locatie aan de Emmerseweg 9S bevat leegstaand gebouw welke geschikt zou kunnen zijn als verblijfslocatie voor marterachtigen. Vooral op deze locatie is intensief gezocht naar sporen van aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van marters, het is daarom uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van een essentieel leefgebied van marterachtigen. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten knaagdieren en algemeen voorkomende soorten.

Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Overige soort Bever Eekhoorn Egel Haas Konijn Rosse Woelmuis Wild zwijn

Afstand plangebied 5 km 1 km 1 km 1 km 1 km 5 km 5 km

Bescherming Beschermd Beschermd Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Alleen in natuurgebieden

Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever en wild zwijn. Er zijn geen bomen waargenomen in het plangebied met potentiële plaatsen voor eekhoornnesten. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

een eekhoorn. Het is echter wel aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Daarnaast is het uit te sluiten het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving van bevers, wilde zwijnen en eekhoorns. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

Afstand plangebied 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 5 km 5 km

Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 4, boom bewonend 4, boom bewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zouden de bedrijfswoning en de garage de enige plaatsen kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. De woning en garage blijven zoals deze zijn dus blijft ook deze eventuele biotoop bestaan. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. In de koeienstal aan de Lage Haghorst 9 is een steenuil gezien en zijn er sporen gevonden van de aanwezigheid van de steenuil, namelijk mestsporen. Er zijn geen nestmateriaal en braakballen aangetroffen. Navraag bij de uilenwerkgroep geeft duidelijkheid over aanwezige nestkasten voor steenuilen in de omgeving van het plangebied. De locatie wordt daarom naar alle waarschijnlijkheid gebruikt als rustlocatie. Het gebouw blijft behouden, waardoor de rustplaats van de steenuil zal blijven bestaan. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al.

2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Er zijn tijdens het veldbezoek huismussen gezien op de daken van de stallen en de bedrijfswoning. Deze mussen hebben geen nesten in de te slopen gebouwen maar nestelen onder het pannendak van de bedrijfswoning en de garage. Aangezien deze gebouwen behouden blijven in de voorgenomen situatie worden er geen huismusnesten verstoord. De foerageermogelijkheden van huismussen zullen naar verwachting niet afnemen in de voorgenomen ontwikkeling. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig.

Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. Rondom het plangebied zijn open vlaktes aanwezig welke als leefgebied voor roofvogels kunnen dienen. Tijdens het veldbezoek zijn er twee torenvalken gespot boven het weiland achter de Emmerseweg 9s. Er zijn echter geen nesten van roofvogelsoorten aangetroffen in de bomen. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een boom bewonende

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

26

Ecologische quickscan Lage Haghorst 4 + 9; Emmerseweg 9s, Diessen

roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Er zijn echter wel meerdere individuen van de boerenzwaluw aangetroffen in het plangebied welke daar nestgelegenheid hebben gevonden. Boerenzwaluw De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd. Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie, al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Boven het plangebied zijn meerdere foeragerende en overvliegende boerenzwaluwen aangetroffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13178752/1