CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 bp De Wederloop fase 1 (10 bijlage Regels hygiëne protocol)

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "De Wederloop".2.770 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Protocol 1. Gezondheid van medewerkers, vrijwilligers, bezoekers encliënten  

 

 

 

 

De zorgboerderij waarborgt de handhygiëne door op strategische plaatsen (uitgang, eetvertrek, toiletten) de mogelijkheid te bieden om de handen te wassen. De medewerkers, bezoekers en cliënten krijgen voorlichting over hygiënisch werken m.b.t. overdraagbare ziekten van dier op mens. Er wordt geattendeerd op de mogelijkheid tot vaccinatie. (Ziek) meldingen in relatie tot zoönosen worden geregistreerd en er wordt direct een huisarts geraadpleegd. Wanneer blijkt dat een deelnemer ziek is geworden door zoönosen wordt direct de dierenarts ingeschakeld om de dieren te onderzoeken en maatregelen te treffen tegen verdere besmetting. Zo nodig worden de mensen voorgelicht die (mogelijk) in contact zijn geweest met het desbetreffende dier en hen wordt uitgelegd waar ze op moeten letten. Er geld een meldingsplicht bij het optreden van en ongewoon aantal van de hieronder genoemde aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard, zowel bij cliënten als personeel op basis van artikel 26 van de Wet publieke gezondheid, bij de plaatselijke GGD:  - Acute maag- en darmaandoeningen;  - Geelzucht;  - Huidaandoeningen;  - Andere ernstige aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard. De mestopslag is niet zomaar toegankelijk voor bezoekers en cliënten Lichamelijke hulpmiddelen als rollator, stok of rolstoel worden, indien noodzakelijk, schoongemaakt na bezoek aan een dierverblijf.

Hierop wordt extra toegezien wanneer er een dierziekte heerst. Verspreiding van besmettelijke ziekten die overdraagbaar zijn van mens tot mens, wordt voorkomen door adequate en specifieke hygiënemaatregelen te nemen. Algemene Informatie hierover kan worden opgezocht in de LCI-richtlijnen infectieziektebestrijding https://www.rivm.nl/ziek-door-dier of neemt u contact op met de afdeling infectieziekten of infectiepreventie van de regionale GGD. Het personeel van de zorgboerderij attendeert de bezoekers en cliënten op persoonlijke hygiëne, dit in de vorm van dagelijkse herhaling en ondersteuning indien nodig. Heeft een medewerker, bezoeker of cliënt een klacht of verbetervoorstel m.b.t. hygiëne? Dan kan het formulier klachten of verbetervoorstellen ingevuld worden.

Protocol 2. Persoonlijke hygiëne tijdens het werken en verblijf             

Draag beschermende kleding (overall) bij het werken op de boerderij. Was de handen na een vuile handeling zoals toiletbezoek en contact met dieren en/of mest met water en zeep en gebruik papieren handdoekjes. Werk in de huiskamer/kantine uitsluitend met gewassen handen en schone kleding. Doe overall of werkkleding uit bij betreden van huiskamer/kantine Trek schoenen of laarzen uit of wissel van schoeisel bij betreden van huiskamer/kantine Rook niet tijdens het werken in de kantine. Hoest en/of nies in de elleboog. Hoest of nies niet boven de eettafels of boven bereide of onverpakte producten. Gebruik wegwerpzakdoekjes eenmalig Controleer handen op wondjes (gebruik waterafstotende pleisters die de wond rondom afdekken). Draag geen hand/polssieraden omdat je geen goede handhygiëne kunt toepassen Houd nagels kort en draag geen gel nagels of nagellak, je kunt hiermee geen goede handhygiëne toepassen. Werkzaam in de keuken of de boerderij, houd lange haren kort of samengebonden

Protocol 3a. Bouw en inrichting Accommodatie 

De voorziening is altijd zonder belemmeringen bereikbaar voor hulpverleners. Er is voldoende reddingsmateriaal aanwezig en het personeel is in staat deze te gebruiken (alleen noodzakelijk indien het terrein zich in de directe omgeving van water bevindt).

Alle ruimten zijn voldoende verlicht en zodanig geconstrueerd en afgewerkt dat ze makkelijk schoon te maken zijn.

Er zijn voldoende ventilatievoorzieningen en tenminste tweemaal per dag wordt de ruimte gelucht.

De eetruimten zitten niet te dicht bij de dierverblijven.

Keuken 

Er wordt voldaan de normen die gesteld zijn in de Hygiënecode voor de Horeca of de Hygiënecode voor woonvormen. https://hygienecode.voedingscentrum.nl/hygienecode/hygienecode-voor-woonvormen.aspx

Gevaarlijke stoffen of giftige materialen (zoals schoonmaakmiddelen) worden gescheiden van voedingsmiddelen bewaard.

De vloer is goed reinigbaar, splintervrij en stroef.

De wand boven het aanrechtblad is tot tenminste 60 cm van materiaal dat glad en gemakkelijk schoon te maken is.

In of in de onmiddellijke nabijheid van de keuken is een voorziening om de handen te wassen. De handenwasgelegenheid is voorzien van een zeepdispenser en handdoekjes voor éénmalig gebruik. Er is een afvalemmer in de ruimte welke is voorzien van een plastic zak.

De afvalemmer is voorzien van een voetpedaal.

Toilet

Er is tenminste één toilet voor de cliënten aanwezig.

De vloer rondom het toilet is van materiaal dat geen vocht doorlaat of opneemt en gemakkelijk schoon te houden is.

De wanden zijn tot tenminste 1.50 meter vanaf de vloer voorzien van materiaal dat geen vocht absorbeert en gemakkelijk schoon te maken is. De overige delen (wanden en plafond) zijn van materiaal dat niet door water of waterdamp wordt aangetast.

De deuren zijn goed reinigbaar.

Er is een ventilatiemogelijkheid die goed wordt onderhouden

Er is een handenwasgelegenheid met toebehoren en een afvalbak aanwezig met voetpedaal. Er is voldoende toiletpapier.

Er zijn sanitair containers aanwezig in de damestoiletten. Er wordt aangegeven waar men melding kan maken indien de ruimte of het sanitair vervuild is.

Incontinentiemateriaal wordt ineengevouwen in plastic zak in de afvalcontainer afgevoerd.

Douches

De wanden zijn tot aan het plafond voorzien van materiaal dat geen vocht absorbeert en gemakkelijk schoon te maken is. De overige delen zijn van materiaal dat niet door water of waterdamp wordt aangetast.

De vloer is van materiaal dat geen vocht doorlaat of opneemt en gemakkelijk schoon te houden en eventueel te desinfecteren is.

De afvoer is voorzien van een afneembare rooster en een stankafsluiter.

Er is een ventilatiemogelijkheid.

De vloer ligt op afschot. Er zijn minimaal twee kledinghaakjes

Slaapplaatsen 

De slaapplaatsen zijn huishoudelijk schoon.

Iedere gast heeft een eigen bed en schoon beddengoed.

De lakens worden minimaal wekelijks verschoond.

De matrashoezen zijn niet vocht doorlatend.

Matrassen worden vervangen of gereinigd indien deze zichtbaar vuil zijn.

Wekelijks worden de bedden op huishoudelijke wijze gereinigd.

De wanden en vloeren zijn goed reinigbaar en splintervrij.

De ruimte is voorzien van ventilatiemogelijkheden en de slaapplaatsen worden dagelijks gelucht.

De temperatuur in de slaapplaatsen/ -zalen is ingesteld op 15-18 °C.

Er is verduistering in de slaapplaatsen mogelijk.

Eet- en drinkwaren zijn in de slaapplaatsen/-zalen te verboden.

De slaap- en logeerruimten worden vrij gehouden van huisdieren en ongedierte

Protocol 3b. Schoonmaak van ruimten, meubilair en wasgoed 

Er is een schoonmaak- afvinkschema en schoonmaakinstructies zijn op de locatie aanwezig voor iedere ruimte waarin staat wat, waarmee en met welke frequentie er moeten worden schoongemaakt.

Schoonmaakmaterialen en –middelen worden in een aparte werkkast opgeslagen. De werkkast wordt minimaal maandelijks gereinigd op een huishoudelijke wijze.

Bezems, schrobbers en trekkers hangen op aan een haakje aan de muur.

Het filter van de stofzuiger wordt vervangen volgens het voorschrift van de fabrikant.

Gebruikte schoonmaak materialen worden meteen na gebruik gereinigd en/of in de wasmachine op 60˚ gewassen.

Protocol 4. Voedselveiligheid 

Er wordt voldaan aan de Warenwet Hygiëne van Levensmiddelen.

Er wordt gewerkt volgens de Hygiënecode voor woonvormen of de Hygiënecode voor de Horeca. https://hygienecode.voedingscentrum.nl/hygienecode/hygienecode-voor-woonvormen.aspx

 

Bederfelijke eet- en drinkwaren wordt afgedekt en gedateerd bewaard in de koelkast bij een temperatuur van maximaal 7 °C. Er wordt gecontroleerd en geregistreerd volgens de hygiënecode. Er kan worden aangetoond dat er voedselveilig wordt gewerkt door te laten zien dat altijd op een verantwoorde en veilige manier met eet- en drinkwaren wordt omgegaan. De werking (ijken) van de thermometer wordt minimaal jaarlijks gecontroleerd. De regels over persoonlijke hygiëne worden nageleefd bij alle voedselvoorzieningen door de medewerkers en vrijwilligers. Medewerkers en/of vrijwilligers zijn op de hoogte van de meest elementaire regels op het gebied van persoonlijke hygiëne en hygiënische werkwijze tijdens de bereiding van voedsel. De beheerder houdt toezicht op de strikte naleving van deze regels.

 

In de keuken hangen de werkinstructies over persoonlijke hygiëne. De handen worden gewassen voorafgaand aan voedselbereiding,

Protocol 5. Verwonding, bijt-, krab- en prikaccidenten Bij alle vormen van verwondingen, bijt-, krab- en prikaccidenten wordt een fobo of een melding incidenten cliënten (mic)formulier ingevuld en bewaard.    

   

  

Er is een EHBO-trommel aanwezig waarvan de inhoud volledig is en met een juiste houdbaarheidsdatum. (Denk ook aan een tekentang) Twee keer per jaar wordt de EHBO-trommel gecontroleerd op de houdbaarheidsdatum Verwondingen worden gemeld bij de leiding. Bij kleine verwondingen wordt door een persoon met BHV diploma een behandeling uitgevoerd. Er dient te allen tijden een BHV-er op de zorgboerderij aanwezig te zijn wanneer een cliënten aanwezig zijn. Wondverzorging: wond uitspoelen, jodium op de wond en afdekken met pleister/ verband. Bij grote verwondingen wordt altijd de huisarts ingeschakeld. Bij bijt-, krab- en prikaccidenten wordt altijd de huisarts ingeschakeld. Indien de huisarts van de cliënt niet bekend is op de zorgboerderij, wordt er contact opgenomen met de contactpersoon/ vertegenwoordiger van de cliënt om zo de gegevens van de huisarts op te vragen. De huisarts krijgt informatie van de zorgboerderij over: o De totstandkoming van de verwonding, o De aanwezigheid/ rol van eventueel giftige stoffen en o De gezondheidsstatus van de dieren (indien van toepassing). Prikincidenten met (dier)geneesmiddelen melden bij huisartsen/of dierenarts, bedrijfsarts en betreffende fabrikant van het (dier)geneesmiddel. Dan wordt dit incident ook bij bureau bijwerkingen gemeld.

Bij inname of blootstelling aan giftige stof: bel 112, maak foto van product en neem bijsluiter mee, noteer de mogelijke hoeveelheid ingenomen gif/blootstelling Cliënten en medewerkers worden herhaaldelijk geattendeerd op vaccinatiemogelijkheden. Bij verwondingen of bijtincidenten waar een tetanus vaccinatie nodig is, wordt een deelnemer/cliënt naar de huisarts verwezen. De huisarts controleert dan wanneer de laatste vaccinatie was en oordeelt of een vaccinatie nodig is.

Protocol 6. Beheersplan ongedierte   

    

   

Er is een beheersplan ten aanzien van dierplagen. Er wordt een logboek bijgehouden met betrekking tot de beheersing van dierplagen. Er worden geen bestrijdingsmiddelen ter preventie van dierplagen gebruikt. Bestrijdingsmiddelen worden alleen toegepast door een dierplaagbestrijder met een vakbekwaamheidsdiploma. Indien zorgboer zelf geen bedrijfscertificaat IPM rattenbeheersing heeft, bevoegd bestrijdingsbedrijf inschakelen De zorgboer signaleert zelf sporen van plaagdieren, controleert voer- en voedselopslagplaatsen op vraat, sporen en keutels. Afval verwijderen, afsluitbare prullenbakken, dagelijks legen prullenbakken Voer in afsluitbare tonnen. Vermijdt restvoer, voer op maat Waar vermoeden van aanwezigheid van ongedierte bestaat, worden vallen/ klemmen op de looproutes geplaatst en dagelijks gecontroleerd op vangst. Let op dat cliënten hier niet mee in aanraking komen. Struiken rondom stallen en gebouwen snoeien. Ventilatieopeningen in muren en stootvoegen zijn beschermd. Er zijn horren geplaatst voor een aantal ramen die geopend kunnen worden. Binnenkomende goederen worden gecontroleerd op aanwezigheid van vraatschade, uitwerpselen, buiksmeersporen etc.

Aanvullende informatie 

buitengebruik rodenticiden (ratten-en muizengif) is bedrijfscertificaat IPM rattenbeheersing en werken volgens integrated pest management protocol(IPM), wettelijk verplicht. Risico analyse, bestrijdingsplan en logboek vormen basis. Jaarlijkse audit en controle door NVWA vinden op veehouderijen plaats. https://www.kpmb.nl/stichting-kpmb/ipmrattenbeheersing/positie-van-de-agrarier binnengebruik van rodenticiden  KBA cursus vereist. Waarschijnlijk gaat rond 2023 het integrale IPM-systeem voor de bestrijding van ratten ook gelden voor muizen én zowel buiten als binnen (www.ctgb.nl).

Protocol 7 . Persoonlijke hygiëne tijdens het werken met zieke dieren en het werken met zwangere, verwerpende en bevallen(de) dieren De zorgboerderij  Staat onder begeleiding vaan een vee-/dierenarts.  Heeft bij voorkeur het keurmerk zoönosen van de GD en volgt de wettelijk voorgeschreven meldingsplicht met betrekking tot zieke of verwerpende dieren.  Indien er gewerkt wordt met schapen en geiten dan is het keurmerk zoönosen een verplichting.  Per diersoort is uitgezocht welke preventieve maatregelen er genomen kunnen worden (denk aan vaccinatie en ontwormen).  Vanwege de publieksfunctie is jaarlijkse Q-koorts vaccinatie van schapen en geiten wettelijk verplicht. Vergeet tijdige registratie van de Q-koorts vaccinatie niet. Bij uitbraak van dierziektes   

       

Altijd een vee-/dierenarts raadplegen. Zieke dieren worden afgezonderd in een ziekenboeg. Zieke dieren worden verzorgd door een vaste verzorger, niet door een cliënt. Het verblijf/ stal en de omgeving waar het dier gestaan heeft wordt goed schoongemaakt. Hierna wordt ook ontsmet. Reiniging en desinfectie van de stal met middelen die N of NL nummer hebben en die geschikt zijn voor de ziektekiemen die een rol spelen op het bedrijf. Dus juiste middel, juiste dosering en inwerktijd. Het voer en de bodembedekking wordt (indien mogelijk) in de buurt van het dier bewaard. Na contact met deze dieren wordt van schoeisel en kleding gewisseld, worden handen gewassen en materialen gereinigd. De mest van deze dieren wordt (indien noodzakelijk) apart opgeslagen. Mesthoop minimaal 30 dagen afdekken met luchtdoorlatend (bv worteldoek) of afvoeren via erkende mest composterend bedrijf Geen vrije toegang tot mesthoop mogelijk Na het verzorgen van het dier is er bij voorkeur geen contact meer met soortgenoten van het dier of andere dieren (indien deze ook besmet kunnen raken). De stalgenoten/ soortgenoten van het dier worden goed in de gaten gehouden. Desnoods wordt de stal tijdelijk afgesloten bij de mogelijkheid van meer besmettingen. Een verplichte bezoekerslijst maakt het mogelijk om met mensen contact op te nemen bij een besmettelijke dierziekte of zoönose en hen hierover voor te lichten.

Zieke en verwerpende dieren  

Cliënten en mensen met verminderde afweer, zwangeren, kinderen en ouderen hebben geen contact met zieke of verwerpende dieren Wanneer er met deze dieren wordt gewerkt worden er handschoenen gedragen en wordt er gebruik gemaakt van een mond- neusmasker met minimaal FFP2 kwaliteit. Er wordt gebruik gemaakt van beschermende kleding en deze wordt na gebruik afgezonderd bewaard, gewassen of weggegooid. Bij verwerpers/abortus op een bedrijf altijd de dierenarts raadplegen en laten onderzoeken op aangifteplichtige dierziekten en/of zoönosen

Bevallen(de) dieren  

Cliënten en mensen met verminderde afweer, zwangeren, kinderen en ouderen hebben geen contact met bevallen(de) dieren Direct na het werken met deze dieren worden de handen grondig gewassen en wordt de werkkleding verschoond.

Aanvullende informatie 

https://www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2018/02/01/nvwa-wijst-publieksbedrijvenop-belang-q-koortsvaccinatie

Protocol 9. Hygiënische bedrijfsvoering 

Er is een mest-opruimbeleid.

Reinig de ruimten waar dieren hebben gestaan regelmatig.

Ongedierte wordt op een professionele wijze bestreden.

Paden en gebieden waar bezoekers toegang hebben, zijn vrij van mest.

Drinkbakken staan buiten het bereik van bezoekers en deze worden minstens eenmaal per dag gereinigd of ververst.

Vuil en afval wordt in de daarvoor bestemde afvalbakken gedeponeerd. Dieren die in aanraking kunnen komen met bezoekers zijn schoon.

 

Er is een handenwasgelegenheid op een strategische plek aanwezig.

Het gebruik van een geregistreerd reinigingsmiddel met op het gebruiksvoorschrift de juiste

De bezoekers/cliënten worden op de hoogte gebracht van de geldende hygiëneregels in de dierverblijven.

indicatie, b.v. dierverblijven is een wettelijk verplichting. 

Er wordt beschermende/aparte kleding gedragen tijdens het schoonmaken.

Strooisel, mest en voederresten worden zo vaak als mogelijk verwijderd uit de stal.

De stal is bezemschoon, voordat er nieuw strooisel/hooi/stro in de stallen wordt gebracht.

Voor aanvang van de reiniging worden de dieren, losse voerbakken en andere voorwerpen uit de stallen verwijderd.

Protocol 10. Legionellapreventie Om te voorkomen dat mensen besmet raken met legionella heeft de overheid regels opgesteld. Hieronder volgt informatie en een stappenplan voor de legionellapreventie op uw zorgboerderij. Legionellapreventie op uw zorgboerderij verplicht? Voor legionellapreventie wordt in het drinkwaterbesluit onderscheid gemaakt tussen twee soorten instellingen, vastgesteld op basis van de legionellabesmettingsrisico’s. Deze twee typen instellingen zijn: de prioritaire instellingen en de niet-prioritaire instellingen. Gezien de verschillende typen zorgboerderijen (variërend in omvang, doelgroep en faciliteiten) is het van belang om vast te stellen onder welk type uw zorgboerderij valt. Een belangrijk verschil in de legionellapreventie verplichtingen is dat niet prioritaire instellingen zelf mogen bepalen op welke wijze zij aan hun zorgplicht voldoen. Prioritaire instellingen zijn daarentegen verplicht hiervoor een gecertificeerd bureau in de arm te nemen voor het uitvoeren een risicoanalyse en het opstellen van een beheersplan. Door de inspectie leefomgeving en transport van het ministerie van infrastructuur en milieu is vastgesteld dat zorgboerderijen prioritair zijn als zij zijn aan te merken als een instelling waar cliënten overnachten.

Leidingwaterinstallaties van zorginstellingen waar patiënten/bewoners verblijven en blootgesteld worden aan waterverneveling door leidingwater én waar er casuïstiek bij dit type zorginstelling is en/of waar er een populatie verblijft die behoort tot één of meerdere risicogroepen. Locaties waarvoor dit geldt, zijn in ieder geval: - verpleeghuizen - verzorgingshuizen - revalidatiecentra - oncologische en radiotherapeutische instituten - opvanghuizen en klinieken voor verslaafden en dak- en thuislozen - GGZ-instellingen bestemd voor ouderen - privéklinieken (geen geestelijke gezondheidszorg) - zelfstandige behandelcentra met verblijf - zelfstandige revalidatiecentra zonder verblijf waar patiënten uit de risicogroep worden behandeld en de mogelijkheid hebben te douchen - zorgwoningcomplexen met een populatie die behoort tot de risicogroep Alleen als uw zorgboerderij behoort tot het bovenstaand rijtje, is een legionellabeheersplan nodig en moet er een gecertificeerd bedrijf ingeschakeld worden. Voor de overige zorgboerderijen geldt een legionella zorgplicht.

Zorgplicht houdt in dat er regulier onderhoud wordt verricht aan het waterleidingsysteem en dat temperatuurcontrole koud < 25˚ C en warm > 60˚ C op tappunten wordt gedaan en douches wekelijks worden doorgespoeld Twijfelt u of u een legionellabeheersplan moet hebben kijk dan op site van de rijksoverheid (link) of schakel een gecertificeerd bedrijf in. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/legionella/regels-voor-legionellapreventie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13178763/1