CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Bestemmingsplan Koningin Julianaweg 1 en 1B en Turkaaweg ong (03 bijlage 1 -Tabel zienswijzen (geanonimiseerd))

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Koningin Julianaweg 1 – 1B en Turkaaweg ong.”.2.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons kenmerk: 60438

Tabel zienswijzen ontwerp bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1, 1B en Turkaaweg ong., Hilvarenbeek’. Zienswijzen bestemmingsplan 1. S.A.M.J. Sadelmaier en M. Fransen, Turkaaweg 2b, 5087 KZ Diessen d.d. 27-032023 (ingekomen 29-03-2023).

Standpunt gemeente

• Reclamanten baseerden de aankoop van hun kavel destijds op de gedachte dat Ruimte voor Ruimte-ontwikkelingen alleen mochten plaatsvinden op locaties van gesaneerde intensieve veehouderijen. Zij waren hierdoor in de veronderstelling dat in de nabijheid van hun woning geen nieuwe woningen zouden kunnen ontstaan. Zij zijn van mening dat de ruimte die voor de beoogde woningen ontstaat als gevolg van de sanering van een intensieve veehouderij op 8 kilometer afstand dan ook willekeurig.

Op basis van de Visie Ruimte voor Ruimte van de gemeente Hilvarenbeek en op basis van de Interim Omgevingsverordening (IOV) van de provincie Noord-Brabant mogen Ruimte voor Ruimtewoningen gerealiseerd worden in een bebouwingsconcentratie. Hiervan is voor de betreffende locatie aan Turkaaweg sprake. Voor de betreffende woningen zijn bouwtitels verworden bij de ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte. De woningen hebben dus geen directe relatie met de intensieve veehouderij aan Koningin Julianaweg 1B.

• Reclamanten vrezen een negatieve invloed van hun woongenot als gevolg van de in het plan opgenomen goothoogte van 6 meter.

De goothoogte was afkomstig van het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Dit wordt aangepast naar 4,5 meter met uitzondering van eventueel ondergeschikte dakdelen. Dit komt overeen met de regels die ook gelden voor de woning van reclamant. Regels worden als volgt aangepast: Artikel 6.2.2, sub b “de goothoogte bedraagt maximaal 4,5 meter, met uitzondering van ondergeschikte dakdelen, waarbij geldt dat de goothoogte hiervoor niet meer bedraagt dan 6 meter”.

• Reclamanten stellen dat zij bezwaar hebben tegen het feit dat in het voorliggende bestemmingsplan geen beperkingen en/of verboden zijn opgenomen voor het plaatsen en gebruiken van stikstofuitstotende installaties.

Ten behoeve van het bestemmingsplan is een Aerius(stikstof)berekening uitgevoerd voor zowel de aanleg- als voor de gebruiksfase. Uit deze berekening blijkt dat er ten aanzien van de stikstofuitstoot geen beperkingen zijn. Bovendien mogen nooit zonder meer stikstofuitstotende installaties worden

geplaatst. Daarvoor geldt altijd een vergunningplicht. • Reclamanten stellen dat onvoldoende is aangetoond dat wordt voldaan aan de geldende regelgeving ten aanzien van geurhinder.

In de toelichting voldoende is aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op basis van de daarvoor geldende normen.

• Reclamanten stellen dat niet duidelijk blijkt of wordt voldaan een de geldende regelgeving ten aanzien van fijnstof.

Ter plaatse van de planlocatie Turkaaweg ong. is sprake van een jaargemiddelde concentratie PM10 van 18-19 µg/m³. Volgens de Europese richtlijn luchtkwaliteit geldt een grenswaarde van 40 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 10-12 µg/m³. Volgens de Europese richtlijn luchtkwaliteit geldt hiervoor een grenswaarde van 25 µg/m³. In deze jaargemiddelde concentratie is alle emissie van zowel wegverkeer als van bedrijvigheid meegenomen. Ruim voldaan wordt aan de grenswaarden. Op basis hiervan kan worden gesteld dat op basis van fijnstof sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

• Reclamanten stellen dat de wijze waarop de endotoxine emissie is berekend onvoldoende duidelijk is en derhalve de toetsing en beoordeling niet mogelijk is. De berekende overschrijding van de maximaal toegestane emissie gaat voorbij aan de relevante criteria.

Voor de berekening van de endotoxine contour is gebruik gemaakt van het door de Omgevingsdienst uitgebrachte model. Totdat er een daadwerkelijk toetsingskader geldt is dit een algemeen geaccepteerde handreiking. Uit deze formule blijkt dat voor de vleeskuikenhouderij aan Beerseweg 6 een endotoxinecontour wordt aangehouden van 164 meter. De beoogde woningen aan Turkaaweg ong. zijn gelegen binnen deze contour. Dit is echter slechts een advies, waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Gezien de ligging in de directe nabijheid van de bebouwde kom, waarbij meer bestaande woningen binnen de contour liggen, is sprake van een aanvaardbare situatie. Door de realisatie van de beoogde woningen wordt de veehouderij niet meer belemmerd dan in de huidige situatie. Uitbreiding van de milieuhinder ligt niet in de lijn der verwachting. Het woon- en leefklimaat ter plaatse kan in de toekomst enkel nog verbeteren als het gaat om milieuhinder zo dicht tegen de bebouwde kom. Alle factoren

2

in ogenschouw nemend is woningbouw binnen de contour acceptabel. De ingediende zienswijze is gedeeltelijk gegrond en leidt dus tot aanpassing van de regels zoals bij de beantwoording van de 2 e bullit is aangegeven. 2. Provincie Noord-Brabant, Postbus 90151, 5200 MC ’s-Hertogenbosch d.d. 29-032023 (ingekomen 29-03-2023). • In het kader van zuinig ruimtegebruik stelt reclamant dat sprake is van een overmaat voor de in het plan opgenomen maatvoering van ca. 8.000 m² ten behoeve van een ‘agrarisch verwant bedrijf’, omdat maximaal 1.000 m² aan bebouwing is toegestaan. Het plan geeft onvoldoende inzicht in de noodzaak van een dergelijk groot bestemmingsvlak en strookt niet geheel met het beleid zoals aangegeven in artikel 3.2 e.v. van de IOV.

Het totale bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5.000 m². Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan Buitengebied en het Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019. Hiermee wordt ook voldaan aan het beleid zoals is aangegeven in artikel 3.2 e.v. van de IOV. De verbeelding (zie bijlage verbeelding KJW 1B)) wordt aangepast en in de toelichting wordt de tekst hierop aangepast.

• Voor het onderdeel Kwaliteitsverbetering van het landschap moet de voorgenomen ontwikkeling worden aangemerkt als categorie 3 ontwikkeling. Op basis hiervan moet 20% van de bestemmingswinst worden geïnvesteerd in het landschap. Een goede verantwoording met een berekening en landschappelijk inpassingsplan van deze kwaliteitsverbetering ontbreekt nog, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan artikel 3.9 van de IOV.

Als gevolg van de verkleining van het bestemmingsvlak zoals onder de 1 e bullit staat vermeld is voor de beoogde ontwikkeling sprake van een categorie 2-ontwikkeling. Een berekening van de bestemmingswinst is nu dan ook niet meer aan de orde. Met de in het plan opgenomen groenstrook van 10 meter breed en de beoogde landschappelijke inpassing wordt aan de voorwaarden voor een categorie 2 ontwikkeling voldaan. Het landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage landschappelijke inpassing KJW 1B) is in het plan als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen.

• In de toelichting wordt aangegeven dat 500 m² aan overtollige bebouwing wordt gesloopt. Dit is niet geborgd in de regels via een voorwaardelijke verplichting.

In de regels is reeds opgenomen dat sprake mag zijn van maximaal 1.000 m² aan bedrijfsgebouwen. Daar bovenop wordt in het nieuwe artikel 4.4.2 een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor sloop van de overtollige bebouwing bovenop de 1.000 m².

• In de toelichting wordt nog uitgegaan van de oude regeling Ruimte voor

Inmiddels zijn de bouwtitels aangekocht en in bezit. De bewijsstukken dat voldaan wordt

3

Ruimte. De toetsingsgrond is artikel 3.79 in plaats van artikel 3.80 van de IOV. De benodigde Ruimte voor Ruimtetitels moeten zijn verworven vóór de vaststelling van het bestemmingsplan.

aan de regeling Ruimte voor Ruimte zijn als bijlage aan het plan toegevoegd.

De zienswijze is gegrond en leidt tot aanpassing van het bestemmingplan zoals hierboven wordt voorgesteld. 3. J.A.J. Rombouts, Koningin Julianaweg 1, 5089 PH Haghorst d.d. 28-03-2023 (ingekomen 29-03-2023). • Reclamant stelt dat het geldende vigerende bestemmingsplan Buitengebied alleen milieucategorie 1 en 2 toestaat voor bedrijven.

Op basis van het geldende bestemmingsplan mag de bestemming van een agrarisch bedrijf worden gewijzigd t.b.v. een agrarisch verwant bedrijf/agrarisch technisch hulpbedrijf als de activiteit behoort tot milieucategorie 1 of 2 van de in Bijlage 1 opgenomen Bedrijvenlijst, alsmede naar aard en omvang vergelijkbare activiteiten. Op basis van de ze bedrijvenlijst is een bedrijf in dienstverlening t.b.v. de landbouw toegestaan, waaronder een loonbedrijf.

• Op basis van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied is slechts een bedrijf met een omvang van 5.000 m² toegestaan.

Het totale bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5.000 m². De verbeelding wordt overeenkomstig aangepast.

• Reclamant vreest dat er een vrijbrief wordt gegeven met het voorliggende plan als niet bekend is wat de exacte invulling van het bedrijf wordt. Daarmee kan niet worden voldaan aan de regels van het geldende bestemmingsplan.

In de regels van het voorliggende plan is afgebakend welke activiteiten zijn toegestaan. Er mag maximaal 1.000 m² aan bedrijfsgebouwen aanwezig zijn en er is geen buitenopslag toegestaan.

• Reclamant stelt dat niet aan de minimale afstand kan worden voldaan voor een categorie 3.1 bedrijf van 50 meter tot een gevoelig object, omdat sprake zou zijn van een rustig buitengebied.

Er is sprake van een primair agrarisch gebied met verschillende activiteiten, waaronder (intensief) agrarisch, hoveniersbedrijf met bijbehorende verkeersbewegingen etc.. Er is hier duidelijk sprake is van een ‘gemengd gebied’. De in het plan opgenomen bestemming voor de locatie Koningin Julianaweg 1B is passend in dit gebied. De woning van reclamant betreft een bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf.

4

• Reclamant stelt dat de Koningin Julianaweg een doodlopende weg betreft en door de te verwachten toename van zwaardere voertuigen de verkeersveiligheid niet kan worden geborgd.

De betreffende weg Koningin Julianaweg is weliswaar doodlopend maar is qua breedte en aard geschikt voor de eventuele verkeerstoename als gevolg van de beoogde ontwikkeling aan Koningin Julianaweg 1B. In het recente verleden was ook sprake van zwaardere voertuigen ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Dit leidde ook niet tot verkeersproblemen in of aan de straat.

• Reclamant stelt dat een grondverzet en stratenmakersbedrijf geen gebondenheid heeft aan het buitengebied en de daarbij behorende activiteiten. Bovendien is naar de mening van reclamant de verkeerstoename niet geborgd en wordt op basis van de voorgestelde afmetingen van het bedrijfsvlak niet voldaan aan de definitie van kleinschalig bedrijf.

Reclamant stelt dat ter plaatse aan Koningin Julianaweg een grondverzet en stratenmakersbedrijf gevestigd kan worden. De bestemming wordt ‘Bedrijf-agrarisch verwant’. Deze bestemming biedt ruimte voor een loonbedrijf t.b.v. agrarische dienstverlening. Aangezien de totale bedrijfsbestemming wordt nu gemaximeerd op 5.000 m² met maximaal 1.000 m² aan bedrijfsbebouwing is er geen sprake van een grootschalig bedrijf. Zie hiervoor ook de beantwoording onder de 1e bullit van de onder 2 genoemde zienswijze van de provincie Noord-Brabant.

• Reclamant stelt dat de in het plan beschreven landschappelijke inpassing alleen maar voorziet in herplant van de verwijderde beplanting.

Het plan voorziet in een groenstrook van 10 meter breed tegen het bestemmingsvlak van reclamant en wordt ook als zodanig bestemd in het voorliggende plan. Daarnaast wordt het nieuwe bestemmingsvlak landschappelijk ingepast.

• In het plan wordt gesproken over een onverhard pad aan de zuidzijde van het bestemmingsvlak terwijl dit pad een verharde uitrit betreft.

Het betreffende pad waar reclamant op doelt is destijds aangelegd ten behoeve van de intensieve veehouderij. Dit pad is geen formele ontsluiting van de voorgenomen ontwikkeling van de locatie Koningin Julianaweg 1B. De ontsluiting van het te vestigen bedrijf moet binnen de bestemming ‘Bedrijf-agrarisch verwant’ gesitueerd worden. Dit pad maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

• Reclamant stelt dat de beoogde bestemming een categorie 3.1 activiteit betreft, terwijl maximaal categorie 2 is toegestaan.

Zie beantwoording onder de 1 e bullit.

5

• Reclamant stelt dat onderzocht had moeten worden of de beoogde bedrijfsvoering in combinatie met omliggende activiteiten geen overlast veroorzaakt.

De beoogde bedrijfsvoering past binnen de in het bestemmingsplan Buitengebied toegestane milieucategorie. Bovendien komt het bestemmingsvlak nu verder van de locatie van reclamant te liggen en heeft de beoogde bestemming een lagere milieucategorie dan de huidige intensieve veehouderij.

• Reclamant stelt dat het overgangsrecht zoals omschreven in artikel 14.1 en 14.2 van de regels verwijderd moet worden om te voorkomen dat het huidige gebruik in dezelfde omvang kan worden voortgezet.

Ten aanzien van de sloop van overtollige (bedrijfs)bebouwing wordt in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waardoor maximaal 1000 m² aan bedrijfsgebouwen is toegestaan. Op basis van het Bro (art. 3.2.1 en 3.2.2) moeten verplicht standaard overgangsbepalingen in bestemmingsplannen worden opgenomen. Mocht men zich hierop beroepen dan moet altijd worden afgewogen of dit al dan niet aan de orde is. Overgangsrecht hoort in de regels thuis. De zienswijze is gedeeltelijk gegrond en leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13738523/1