CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Bestemmingsplan Hakvoortseweg 26 (3e toelichting bijlage 5 - quickscan flora en fauna)

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan Hakvoortseweg 26.11.279 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

QuickScan Flora en Fauna

Hakvoortseweg 26, Biest-Houthakker.

Pagina 1 van 21

QuickScan Flora en Fauna Opdrachtgever:

Van Doormaal Advies B.V. Dhr. van Doormaal Meiraap 2B 5087 CS Diessen 06-22357862 bas@vandoormaaladvies.nl

Locatie:

Vermeulen Hakvoortseweg 26 5084 HA Biest-Houthakker Anton69v@gmail.com

Opdrachtnemer:

RKS Advies V.o.f. Airborneweg 43 5691 PS Son 0413-475450 info@rks-advies.nl

Projectnummer: Versienummer: Status rapport: Datum inspectie: Datum rapport:

2021255 1 Eindrapport versie 2 23-12-2022 20-04-2023

Uitvoerder: Collegiale check:

J.J.M. Rooijakkers A.E.F. Rooijakkers – van de Laar

Paraaf:

Pagina 2 van 21

Inhoudsopgave QuickScan Flora en Fauna 1.

Inleiding

4

2.

Nationale natuurwetgeving

6

2.1 Gebiedsbescherming

6

2.2 Soorten bescherming

7

2.3 Houtopstanden

9

3.

Bronnenonderzoek

10

4.

Veldonderzoek

11

5.

Samenvatting

18

6.

Conclusie

19

7.

Werkwijze en aansprakelijkheid

21

8.

Geraadpleegde bronnen en websites

21

Bijlage: Natura 2000 gebieden Bijlage: Natuurnetwerk Nederland Bijlage: Nationale Databank Flora en Fauna Bijlage: Vrijgestelde soorten per provincie Bijlage: Ruimtelijke plannen Bijlage: Foto’s Bijlage: Certificaat controleur Bijlage: Certificaat inspecteur

Pagina 3 van 21

1. Inleiding Beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling op de locatie:

Aanleiding onderzoek: De projectlocatie is gelegen aan de Hakvoortseweg 26 te Biest-Houthakker. Op dit adres is gesitueerd een woning met een loods, een open kapschuur en twee kippenhokjes. Geplande activiteiten: Doelstelling is de planlocatie te herbestemmen van een agrarische bestemming naar een woonbestemming waarbij kleinschalig logeren in een vrijstaand bijgebouw is toegestaan. De locatie wordt ruim landschappelijk ingepast door het aanplanten van natuur in de vorm van een hakhoutsingel ten zuiden van de planlocatie, aansluitend op de reeds gerealiseerde natuur bij Hakvoortseweg 24. Passend bij het landschap en verwijzend naar de voormalige agrarische functie wordt een boomgaard aangelegd en zal door de jaren heen de noordelijk gelegen coniferenhaag worden herplant naar een gemengde haag met inheemse soorten. Bij de geplande activiteiten/ ruimtelijke ontwikkelingen dient men in het kader van de Wet natuurbescherming met de in deze wet als beschermd aangeduide soorten rekening te houden. Indien de uitvoering van de activiteiten leidt tot overtreding van verbodsbepalingen betreffende deze beschermende soorten dient men een vrijstelling of ontheffing aan te vragen bij het daarvoor bevoegde gezag. Deze QuickScan is een inventarisatie van de actuele aanwezigheid van beschermde soorten Flora en Fauna in- en om de projectlocatie.

Tevens worden de te verwachten effecten van de activiteiten op de projectlocatie beoordeelt.

Pagina 4 van 21

Locatie: De projectlocatie is gelegen buiten de bebouwde kom in het buitengebied van Biest-Houthakker, in de gemeente Hilvarenbeek, in een open gebied met weilanden en akkers met voornamelijk agrarische activiteiten. De projectlocatie ligt aan de Hakvoortseweg, de weg die Biest-Houthakker met Hilvarenbeek verbindt. De omgeving kenmerkt zich als een bebouwingslint waar men burgerwoningen vindt afgewisseld met agrarische en niet agrarische activiteiten. Ten zuiden van de projectlocatie bevindt zich op 1 kilometer afstand de bosrijke omgeving van Annanina’s Rust. Ruim een kilometer naar het oosten ligt het dal van de Reusel met haar kenmerkende beemdgebieden.

Onderzoeksmethodiek: Het onderzoek bestaat uit een gedeelte veldonderzoek en een gedeelte bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van een geschikte leefomgeving en de te verwachten beschermde soorten op en nabij de geïnventariseerde locatie. Op 23 december 2022 is van 10.00 tot 12.00 uur de projectlocatie bezocht en beoordeeld of op basis van de aanwezige leefomgeving beschermde soorten aanwezig zijn. De weersomstandigheden waren redelijk: het was droog na een regenachtige nacht, bewolkt, 9 graden en er stond een zuiden wind; windkracht 2. Verder is aan de hand van literatuurstudie en de ervaring van de uitvoerder van de QuickScan nagegaan welke beschermde soorten er voor kunnen komen op de projectlocatie. Bij de Provincie Noord Brabant zijn gegevens betreffende de gebiedsbescherming bestudeerd. Verdere actuele gegevens van Flora en Fauna zijn opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).

Pagina 5 van 21

2.

Nationale natuurwetgeving

De bescherming van de natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wet- en regelgeving, geïmplementeerd vanuit de Europese wetgeving. De Wet natuurbescherming richt zich op behoud en herstel van de biodiversiteit en de daarvoor noodzakelijke leefgebieden. De doelstelling van de wet bestaat uit 3 onderdelen: ✓ Behouden en herstellen van de biodiversiteit. ✓ Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies. ✓ Samenhangend beleid gericht op het behoud van landschappen, ter vervulling van maatschappelijke functies.

Zorgplicht: In de Wet natuurbescherming is de zorgplicht opgenomen. Ingrepen mogen in het kader van deze zorgplicht geen nadelige gevolgen hebben voor beschermde gebieden en alle in het wild levende Flora en Fauna en hun leefomgeving.

2.1 Gebiedsbescherming Van belang is het effect van de geplande activiteiten in het betreffende, eventueel beschermde gebied, of een gebied in de nabijheid hiervan. Het betreft in deze de Natura 2000, gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland en overige aangewezen gebieden met natuurlijke en landschappelijke waarden.

Natura 2000 gebieden: Natura 2000 gebieden is de omschrijving van een Europese keten van natuurgebieden met hun specifieke Flora en Fauna gezien vanuit Europees oogpunt en regelgeving. Met deze Natura 2000 opzet wil men Flora en Fauna op een duurzame manier bescherming bieden. Nederland heeft 164 Natura 2000 gebieden aangewezen op basis van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die aangewezen zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Doel is het behoud van de biodiversiteit. Uitgevoerde ruimtelijke ontwikkelingen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhouding van deze Natura 2000 gebieden. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als gevolg van de op de projectlocatie geplande activiteiten zijn gezien de afstand niet te verwachten. Voor verdere effecten van de geplande ruimtelijke ontwikkeling heeft hier, zover van toepassing, afzonderlijk van deze rapportage een toetsing plaatsgevonden. In deze QuickScan wordt op deze toetsing verder niet ingegaan.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlandse Netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincie heeft de taak om dit netwerk natuurgebieden met het omringende agrarische landschap te verbinden. De uitvoering hiervan ligt voornamelijk in provinciale ruimtelijke verordeningen.

Overige gebieden met natuur- en landschappelijke waarden Het betreft hier bijzondere provinciale natuurgebieden; bijzondere provinciale landschappen of nationale parken. Tevens valt hier onder het bijzonder nationaal gebied, het voorstadium van een natura 2000 gebied. De bescherming van deze gebieden vind eveneens plaats via het ruimtelijk spoor.

Pagina 6 van 21

2.2 Soorten bescherming In deze QuickScan wordt in beeld gebracht of er potentiële vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of ingrepen verstorend zijn en of er een eventueel noodzakelijk nader onderzoek dient te worden uitgevoerd. De Wet natuurbescherming kent, ter bescherming van soorten, 3 beschermingsregimes. Deze zijn gebaseerd op internationale verdragen aangevuld met soorten die vanuit Nationaal oogpunt beschermd worden. ✓ A. (artikel 3.1) Beschermingsregime soorten vanuit de Vogelrichtlijn; ✓ B. (artikel 3.5) Beschermingsregime soorten vanuit de Habitatrichtlijn; ✓ C. (artikel 3.10) Beschermingsregime onder soorten (geen Europese verplichting ter bescherming).

A. Bescherming vanuit de Vogelrichtlijn Dit betreft alle van nature in het wild levende vogels in Nederland. Het is verboden om: ✓ opzettelijk vogels te doden of te vangen; ✓ opzettelijk vogelnesten, vogelrustplaatsen, vogeleieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; ✓ eieren van vogels te rapen of te bezitten; ✓ opzettelijk vogels te verstoren, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

B. Bescherming vanuit de Habitatrichtlijn Dit betreft alle soorten genoemd in de bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en 2 van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn. Inclusief de in de verdragen van Bern en Bonn genoemde vogels. Het is verboden betreffende soorten: ✓ opzettelijk dieren te doden of te vangen; ✓ opzettelijk dieren te verstoren; ✓ opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; ✓ rust- en voortplantingsplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. ✓ opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Tevens is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren en planten.

C. Bescherming van andere soorten Dit betreft de nationale beschermende soorten. De provincie heeft de bevoegdheid om met een provinciale verandering vrijstelling te verlenen voor deze nationaal beschermde soorten. Het is verboden om: ✓ opzettelijk dieren te doden of te vangen; ✓ rust – of voortplantingsplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; ✓ opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vrijgestelde soorten: De zwarte rat, bruine rat, mol, huismuis en exoten vallen niet onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tevens zijn beschermende regimes niet van toepassing op de zich in- of op gebouwen en bij behorende erven of roerende zaken bevindende bosmuis, huisspitsmuis en veldmuizen.

Pagina 7 van 21

Jaarrond beschermde vogelnesten: Deze lijst met daarop de jaarrond beschermde nesten komt voort uit de voormalige Flora en Faunawet en is opgenomen in de Wet natuurbescherming. De nesten zijn jaarrond beschermd met uitzondering van categorie 5. Deze categorie is alleen beschermd als er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn 1. Nesten heel het jaar in gebruik: zowel als broed- als rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders elk jaar terugkerend om te broeden op dezelfde plaats. 3. Nesten van niet koloniebroeders; elk jaar terugkerend om te broeden op dezelfde plaats. De omstandigheden van de nest locatie zijn sterk bepalend. 4. Vogels elk jaar terugkerend op hetzelfde nest niet in staat zijnde zelf een nest te bouwen. 5. Vogels elk jaar terugkerend naar dezelfde locatie of directe omgeving zelf wel in staat zijnde indien noodzakelijk een nieuwe broedplaats elders te realiseren.

Pagina 8 van 21

2.3 Houtopstanden Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken met een oppervlakte van 10 are of meer of een rij en beplanting die meer dan 20 bomen omvat. De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. De regels van de Boswet zijn overgenomen in de Wet natuurbescherming. Niet beschermd zijn: ✓ houtopstanden binnen de bebouwde kom; ✓ houtopstanden op erf en in tuinen; ✓ fruitbomen in boomgaarden inclusief windschermen; ✓ kerstdennen (naaldbomen) jonger dan 20 jaar; ✓ kweekgoed: ▪ uit populieren of wilgen bestaande uit wegbeplanting ▪ beplanting langs waterwegen ▪ eenrijige beplantingen langs landbouwgronden ✓ het dunnen van houtopstanden ✓ beplantingen bedoelt voor de productie van biomassa bestaande uit populieren, wilgen en elzen indien zij: ▪ tenminste eens per tien jaar worden geoogst ▪ bestaan uit minstens 10.000 per hectare beplantingseenheid ▪ bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter ▪ zijn aangelegd na 2013.

Omdat er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

Pagina 9 van 21

3. Bronnenonderzoek Ten behoeve van het verkrijgen van achtergrondinformatie zijn de volgende databanken geraadpleegd: ✓ A. Nationale bank Flora en Fauna ✓ B. Waarneming.nl

A. Nationale bank Flora en Fauna: In deze data zijn waarnemingen van Flora en Fauna over geheel Nederland verzameld. De waarnemingen worden gevalideerd door de Gegevens Autoriteit Natuur. De exacte locatie en de tijd van de waarnemingen zijn niet bekend. De gegevens uit deze databank geven een overzicht van alle in de buurt van de projectlocatie waargenomen planten- en dierensoorten en geeft zo een indicatie op welke soorten extra focus dient te komen liggen tijdens de veldinspectie.

B. Waarneming.nl: Ook de website waarneming.nl is een databank die samen met vergelijkbare sites geraadpleegd is. Vanwege de beperkte verifiëring nemen we deze data niet op in de QuickScan. Ze bieden ons echter een indicatie van aanwezige soorten waaraan tijdens de veldinspectie extra aandacht aan dient te worden besteed.

Natuurnetwerk Nederland: Zoals eerder vermeld hebben we in het kader van het Natuurbeheersplan met het Natuurnetwerk Nederland te maken. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar natuurvernieuwing plaats vind, landbouwgebieden worden beheerd en ingericht volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000 gebieden. Voorheen was dit de Ecologische Hoofd Structuur. Onderdeel van Natuurnetwerk Nederland is Natuurnetwerk Brabant. Dit netwerk verbindt Brabantse bestaande en nieuwe natuurgebieden met elkaar. Deze verbindingen; de zogenaamde ecologische verbindingszones maken het voor dieren gemakkelijker zich te verplaatsen tussen natuurgebieden. Het grootste gedeelte van het Natuurnetwerk Brabant wordt ingevuld door natuurgebieden. Een verbeterde verbinding tussen de gebieden is een belangrijke schakel naar een betere biodiversiteit. Met deze verbetering van biodiversiteit als doel heeft de provincie Noord Brabant het Natuurbeheersplan opgesteld. In dit plan is beschreven per gebied welke natuur en landschapsdoelen nagestreefd worden. Op deze manier ontstaat een begrenzing van de natuur- en agrarische gebieden, met name toegespitst op de internationale agro milieu, water- en klimaatdoelen. Het natuurbeheersplan is het beleidskader voor het provinciaal natuurbeleid.

Ligging project locatie: De projectlocatie ligt buiten Natuur Netwerk Nederland en ligt buiten een Natura 2000 gebied. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als gevolg van de op de projectlocatie geplande activiteiten zijn gezien de afstand t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland en de Natura 2000 gebieden niet te verwachten. • • •

Natura 2000 gebied Kempenland-West (ligging op circa 1,5 en 4 km). Natura 2000 gebied Kampina en Oisterwijkse vennen (ligging op circa 5,4 km). Natura 2000 gebied Rechte Heide & Riels Laag (ligging op circa 8 km).

Pagina 10 van 21

4. Veldonderzoek Tijdens de veldinspectie is de projectlocatie beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de geschiktheid van de leefomgeving (habitat) voor deze beschermde soorten. De projectlocatie is geheel geïnspecteerd en er zijn waarnemingen verricht. Deze waarnemingen worden op foto vastgelegd. De Flora en Fauna is gedetermineerd met behulp van literatuur en eigen expertise. Extra aandacht is besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vogelnesten en vleermuizen.

Beeld grondgebonden zoogdieren: Gezien de aangetroffen inrichting en omgeving richt het onderzoek zich extra op enkele streng beschermde zoogdieren; de das, de eekhoorn, de bever, de steenmarter en de kleine marterachtingen.

Das: De NDFF data vermelden geen activiteiten van dassen binnen een straal van 2,5 km rondom de projectlocatie. Tijdens de inspectie zijn geen kenmerken aangetroffen die duiden op de aanwezigheid (eventueel tijdelijk) van een das op de projectlocatie. Er zijn geen sporen, latrines, wissels of eetsporen aangetroffen. Hoewel de das het leefgebied kan hebben in de weilanden, akkers en de omringende bossen en natuurgebieden duidt niets erop dat een das gebruik maakt van de projectlocatie. De activiteiten die plaatsvinden op de projectlocatie zullen derhalve geen negatief effect hebben op het leefgebied van de das.

Eekhoorn: De NDFF data vermelden geen activiteiten van de eekhoorn binnen een straal van 250 meter rondom de projectlocatie. De habitat van de eekhoorn kenmerkt zich onder andere door de aanwezigheid van een grote hoeveelheid bomen. Ondanks de aanwezigheid van de enkele bomen zijn op de projectlocatie geen eekhoornnesten, of sporen die duiden op de aanwezigheid van de eekhoorn, aangetroffen. Op de projectlocatie worden zeer beperkt groenstructuren verwijderd. Bovendien vind compensatie hiervan plaats. Vanwege het beperkt ingrijpen in de groenstructuur rondom de projectlocatie is een negatief effect op het leefgebied van de eekhoorn als gevolg van de activiteiten minimaal.

Bever: De NDFF data vermelden geen activiteiten van bevers binnen een straal van 250 meter rondom de projectlocatie. De projectlocatie is geen geschikt habitat voor de bever. Een vaste rust- en voortplantingsplaats kan derhalve worden uitgesloten.

Steenmarter: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid van steenmarters. De te inspecteren projectlocatie vormt een geschikt leefgebied voor de steenmarter. De aanwezigheid van loze ruimten, zolders, loodsen, schuren en daken past prima in de habitat van de steenmarter. De steenmarter heeft binnen zijn territorium meerdere verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters veel sporen achter zoals prooiresten en uitwerpselen. Vaak is een typische zure geur waar te nemen; een mix van urine en prooiresten veroorzaakt deze geur. Het aantreffen hiervan kan duiden op een vaste rust- en voortplantingsplaats van deze soort. Rondom de gebouwen is sporenonderzoek uitgevoerd. De zolders van de gebouwen zijn intensief gecontroleerd op sporen, prooiresten en uitwerpselen. Er is echter niets aangetroffen wat duidt op de aanwezigheid van een steenmarter op de projectlocatie.

Kleine marterachtigen: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid van kleine marterachtigen. De projectlocatie biedt geschikte verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen (hermelijn, wezel en bunzing). Deze maken gebruik van oude holen van konijnen, mollen en muizen. Ook leven ze onder boomwortels, houtwallen af steenhopen. De kleine marterachtigen hebben binnen hun territorium meerdere verblijfplaatsen. Er zijn echter geen marters of sporen van marters aangetroffen. Wel kan het gebied in gebruik zijn als migratieroute. Omdat de oppervlakte van de projectlocatie kleiner is dan 1 hectare kan echter gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van een van de genoemde soorten (Bouwens 2017). Indien rondom de projectlocatie de groenstructuur intact blijft is geen sprake van een negatief effect op kleine marterachtigen.

Pagina 11 van 21

Beeld grondgebonden zoogdieren (Algemene soorten) Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld.

Beeld vleermuizen: Bij de beoordeling op aanwezigheid van vleermuizen richt de aandacht zich op de volgende zaken: ✓ A. De verblijven (winter-, zomer en paarverblijven). ✓ B. De foerageer habitat (vleermuizen uit de omgeving foerageren eventueel op de projectlocatie). ✓ C. Vliegroutes; ter verplaatsing maken vleermuizen gebruik van lijnvormige, donkere landschapselementen zoals houtsingels, beken of lanen. De elementen worden gebruikt als oriëntatie bij verplaatsing tussen verblijfplaats en foerageer gebied. A.

B.

C.

Er zijn geen vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten aangetroffen op- of in de bebouwing. De zolders in de loods zijn hier met extra aandacht op geïnspecteerd. Door de lage muurplaathoogte zijn invliegmogelijkheden in de gebouwen zeer beperkt. Een gedeelte van de begroeiing bevindt zich bovendien dicht bij de woning en de loods; takken beperken het invliegen van vleermuizen in de loods aan de noordzijde en aan de zuidkant van de woning. Het woonhuis toont alleen geschikte verblijfsmogelijkheden onder de dakpannen die aanvliegbaar zijn via overhangende dakpannen. Echter de dakpannen hangen over een gladde windveer waarop vleermuizen moeilijk grip kunnen krijgen bij aanlanding. Bovendien is vogelschroot aangebracht onder de dakpannen, ook bij de dakkapellen. Ook de zolderruimte van de woning is intensief geïnspecteerd. Omdat geen stootvoegen aanwezig zijn is de spouw derhalve niet toegankelijk. De pannen zijn goed aangesmeerd met specie. In de nok van de loods is vogel werend gaas aanwezig wat tevens eventueel invliegen van de vleermuizen belemmerd. Een groot gedeelte van de loods is niet geïsoleerd. Mede door het instabiele klimaat in deze niet geïsoleerde ruimtes door de wisselende temperatuurverschillen en tocht zullen vleermuizen deze ruimtes niet gebruiken als vaste rust en verblijfplaats. De ruimtes zijn bovendien niet vorstvrij.

Verder leven in de gebouwen katten wat de aanwezigheid van vleermuizen en vogels sterk belemmerd. Het open karakter van de kapschuur in combinatie met de constante in en uitloop van runderen maakt deze niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De geplande activiteiten hebben geen negatief effect op een eventueel foerageer habitat van vleermuizen. In de omgeving zijn voldoende alternatieven als foerageergebied voor vleermuizen in de vorm van boomstructuren die zich langs de Hakvoortseweg, de wegen rondom de projectlocatie en de op afstand gelegen bosrijkere omgeving in bevinden. Er worden geen lijnvormige landschapselementen in de directe en verdere omgeving omgevormd, derhalve worden geen potentiële vliegroutes verstoord.

Bescherming en voorkomen: Alle in Nederland voorkomende vleermuizen staan vermeld in Tabel 3 bijlage IV van de Europese habitatrichtlijn en zijn daardoor op Europees niveau beschermd. Deze bescherming betreft ook de vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan:” het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort”. Vleermuizen onderhouden verschillende type verblijfplekken als paarverblijven, winterverblijven, kraamverblijven en zomerverblijven. Voor de staat van instandhouding van de lokale populatie van de soort zijn de kraamverblijven en de grote winterverblijven van het grootst belang. In gebruik van paarverblijven zijn vleermuizen het meest flexibel. In de loop van het seizoen wisselen vleermuizen regelmatig van verblijfplaats waarbij gebruik wordt gemaakt van vaste routes tussen de verblijfplekken. Eveneens tussen foerageergebieden en verblijfplaatsen onderhouden vleermuizen vaste routes. Bij het gebruik van deze routes oriënteren vleermuizen zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen en houtwallen. Dit gehele systeem van verbindingsroutes en foerageergebieden die het functioneren van de verblijfplaatsen voor hun specifieke functies mogelijk maakt wordt de functionele leefomgeving genoemd.

Ingrepen binnen de functionele leefomgeving die het functioneren van de verblijfplaatsen aantasten worden door de wetgever gelijkgesteld aan de aantasting van verblijfplekken zelf. In deze zin is de functionele leefomgeving even strikt beschermd als de verblijfplekken.

Pagina 12 van 21

Bronnenonderzoek en geschiktheid: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid van vleermuizen. Binnen de 0,25 - 5 km worden meerdere vleermuissoorten vermeld, wat alles te maken heeft met de nabijheid van weilanden, akkers, meer bosrijke gebieden met een hogere onderzoekintensiteit daarvan. Naast algemene soorten als de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger, de gewone grootoorvleermuis kunnen zeldzame soorten als de watervleermuis, de bosvleermuis en de Meervleermuis aangetroffen worden op geruime afstand in het buitengebied en de bosrijkere gebieden. Het plangebied toont derhalve geschiktheid om meerdere soorten foeragerende vleermuizen te verwachten. De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger zijn de meest algemene vleermuizen in Nederland die zowel binnen als buiten de bebouwde kom veel worden waargenomen. De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger verblijven uitsluitend in bebouwing. De laatvlieger foerageert minder nabij bebouwing en meer langs boomrijen en boven open terreinen. De overige soorten die de NDFF vermeldt zijn meer gebonden aan de bosgebieden of kennen een breder landschappelijk gebruik waarbinnen het plangebied weinig relevant is. De algemene rosse vleermuis is een specifiek bewoner van holten in bomen en daardoor voor zijn verblijfplekken afhankelijk van oude bomen van lanen, bossen en stadsparken.

De soort kan overvliegend verwacht worden en foeragerend langs de bomen langs de straten en zandpaden. Waarneming: Het onderzoek vond plaats op een tijd van de dag waarop vleermuizen niet actief zijn. Tijdens het veldbezoek kon daarom alleen onderzoek gedaan naar verblijvende vleermuizen, verblijfssporen, verblijfsmogelijkheden en naar de algehele gebiedsgeschiktheid voor vleermuizen. Er werden geen verblijvende vleermuizen geconstateerd, noch verblijfssporen. Toelichting: Tijdens de veldbezoeken wordt onderzoek gedaan naar verblijfplekken, verblijfssporen en verblijfsmogelijkheden in en aan bebouwing en bomen. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen in het algemeen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. In bomen kan verblijf gevonden worden in holtes, gaten en diepe spleten en achter loshangende schors. Tijdens inspecties op zicht worden zelden verblijvende vleermuizen aangetroffen. Ook sporen die wijzen op vleermuizenverblijf zijn meestal schaars. De verblijfplekken worden meestal ontdekt op basis van het gedrag van vleermuizen na het verlaten van de verblijfplek. Effectenbeoordeling verblijfplekken: Door de lage muurplaathoogte zijn invliegmogelijkheden in de gebouwen zeer beperkt.

Een gedeelte van de begroeiing bevindt zich bovendien dicht bij de woning en de loods ; takken beperken het invliegen van vleermuizen in de loods aan de noordzijde en aan de zuidkant van de woning. Het woonhuis toont alleen geschikte verblijfsmogelijkheden onder de dakpannen die aanvliegbaar zijn via overhangende dakpannen. Echter de dakpannen hangen over een gladde windveer waarop vleermuizen moeilijk grip kunnen krijgen bij aanlanding. Bovendien is vogelschroot aangebracht onder de dakpannen, ook bij de dakkapellen. De zolderruimte van de woning is intensief geïnspecteerd. Omdat geen stootvoegen aanwezig zijn is de spouw derhalve niet toegankelijk. De pannen zijn goed aangesmeerd met specie. In de nok van de loods is vogel werend gaas aangebracht wat tevens eventueel invliegen van de vleermuizen belemmerd. Een groot gedeelte van de loods is niet geïsoleerd. Mede door het instabiele klimaat in deze niet geïsoleerde ruimtes door de wisselende temperatuurverschillen en tocht zullen vleermuizen deze ruimtes niet gebruiken als vaste rust en verblijfplaats. De ruimtes zijn bovendien niet vorstvrij. Verder leven in de gebouwen katten wat de aanwezigheid van vleermuizen sterk belemmerd. Het open karakter van de kapschuur in combinatie met de constante in en uitloop van runderen maakt deze niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

Pagina 13 van 21

Leefgebied: Door de begroeiing op de projectlocatie toont het plangebied een geschiktheid als foerageergebied. Aantasting van essentieel foerageergebied is echter uitgesloten; er worden zeer beperkt groenstructuren aangetast. De bomen rondom de projectlocatie langs de Hakvoortseweg kunnen van belang zijn als trek- en foerageerstructuur; deze groenstructuren vallen echter buiten de ingreep. Wel dient verstoring voorkomen te worden ten gevolge van een te grote toename aan lichtbelasting zowel in de uitvoerende als gebruiksfase. Conclusie: Verblijfplekken van vleermuizen binnen het plangebied en invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden niet verwacht en daarmee ook geen negatieve effecten op jaarrond beschermde verblijfsplaatsen van vleermuizen. Op basis van inrichting en oppervlak wordt het plangebied momenteel van weinig betekenis geacht binnen het leefgebied van vleermuizen. Ten gevolge van de voorgenomen geplande activiteiten wordt geen aantasting van essentieel foerageergebied verwacht, nog aantasting van structuren die van belang zijn als trek en foerageerroute.

Beeld vogels: Van bepaalde broedvogels zijn de nesten het jaarrond beschermd. Deze vogels gebruiken hun nest buiten de broedperiode als vaste rust- en verblijfplaats. In een open landelijke omgeving tussen verstedelijkt gebied omringt door bossen en voornamelijk weilanden kunnen dit zijn; de huismus, de kerkuil en de steenuil, de wespendief en de sperwer, de boomvalk, de buizerd en de havik.

Huismus: De nesten van de huismus zijn het jaarrond beschermd. Hoewel de data van de NDFF geen aanwezigheid van de huismus vertonen ligt de projectlocatie wel in een gebied wat geschikt is als habitat voor de huismus. De daken van de loods en de woning zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van nesten, nestmateriaal en uitwerpselen op de daken en de goten van de bebouwing. Mede als gevolg van de aangebrachte vogelschroot en gaas rond de dakranden van de woning zijn echter geen nesten van de huismus aangetroffen. Op de zolders van de loods zijn geheel geen uitwerpselen of restanten van nestmateriaal aangetroffen. Ook in de open kapschuur zijn geen nesten aangetroffen. Eventuele foerageer behoeftes worden niet verkleind als gevolg van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen; er is geen afname van foerageergebied en er is voldoende foerageer gebied aanwezig in de omgeving. De geplande werkzaamheden hebben derhalve geen negatief effect op de aanwezige huismus op de projectlocatie.

Kerkuil en de steenuil: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid van steenuilen en/of kerkuilen. Zowel de kerkuil als de steenuil broedt in gebouwen. De steenuil broedt ook in grote holen van bomen. De gebouwen en bomen op en rondom de projectlocatie zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van kerk- en steenuilen. In de gebouwen zijn geen nesten aangetroffen. Ook zijn geen sporen in de vorm van braakballen, veren en uitwerpselen gezien. De geplande werkzaamheden zullen derhalve geen negatief effect hebben op de aanwezigheid van kerk- en steenuilen. Eventuele foerageer behoeftes worden niet verkleind; er is geen afname van foerageergebied en er is voldoende foerageer gebied aanwezig in de omgeving.

Wespendief en sperwer: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid van de sperwer en de wespendief. De wespendief en de sperwer bouwen hun nest in een bosrijke omgeving. De wespendief geeft de voorkeur aan een bos met naald- en loofbomen, indien mogelijk met open plekken in de bosrijke omgeving. De sperwer bouwt zijn nest het liefst in een dicht begroeid bos van naaldbomen. De projectlocatie heeft niet de kenmerken van de leefomgeving van de sperwer en de wespendief. Tijdens de controle zijn geen nesten aangetroffen. Nesten van de sperwer en de wespendief zijn derhalve uitgesloten.

Pagina 14 van 21

Boomvalk De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid een boomvalk. De boomvalk maakt zelf geen nest maar broedt in gebruikte kraaien- of eksternesten in een bosrijke omgeving maar ook in solitaire bomen. De boomvalk komt voor in het open en half open landschap maar ook aan de rand van stedelijke bebouwing. De bomen op de projectlocatie zijn geïnspecteerd op nesten van boomvalken. Er zijn geen nesten aangetroffen. De geplande activiteiten op de projectlocatie zullen geen negatief effect hebben op de boomvalk, mede omdat de bomen op de locatie niet worden verwijderd.

Buizerd en havik: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter waarnemingen van een buizerd (20132018-2020-2022). Het betreft hier foeragerende activiteiten; geen verblijfplaats. De horsten van de buizerd en de havik kenmerken zich door hun grote omvang. Deze grote horsten bevinden zich hoog in de bomen. Op de projectlocatie zijn geen van deze grote buizerd en/of havik nesten die het jaarrond in gebruik zijn aangetroffen. Mede omdat tijdens de uitvoering van de geplande activiteiten de bomen niet worden verwijderd kan aangenomen worden dat het weghalen van een jaarrond beschermde rust- en voorplantingsplaats van de buizerd en havik is uitgesloten. De natuuruitbreiding bij de geplande ontwikkelingen op de projectlocatie vergroten het foerageergebied van de buizerd.

Gierzwaluw: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid van gierzwaluwen. De projectlocatie ligt in een gebied wat geschikt is als habitat voor de gierzwaluw. Het dak van de woning is geïnspecteerd op de eventuele aanwezigheid van gierzwaluwen. Er is echter geen enkele aanwijzing die duidt op de aanwezigheid van gierzwaluwen. De zolderruimtes zijn met extra aandacht hier op geïnspecteerd. In de tabel van de NDFF zijn geen waarnemingen van gierzwaluwen opgenomen binnen een zone van 3 kilometer vanaf de projectlocatie. Hoewel door ons niet waargenomen, foerageren eventueel gierzwaluwen op afstand van de woning. Dit foerageergebied van de gierzwaluwen wordt echter door de activiteiten op de projectlocatie niet aangetast.

Overige broedvogels: Ekster: In een boom aan de voorzijde van de woning bevind zich een eksternest. De bomen langs de Hakvoortseweg vallen buiten de ingreep, derhalve is de verstoring van dit nest uitgesloten. De bomen en struiken op en rondom de projectlocatie kunnen dienen als nestgelegenheid voor vogels met een tijdelijke rust- en voortplantingsplaats. Na het broedseizoen zijn de nesten niet meer in gebruik. Deze vogelsoorten bouwen in het nieuwe broedseizoen een nieuw nest. Voorbeelden hiervan zijn: de merel, het roodborstje en de winterkoning. Lijst van waargenomen vogels: Kauwen, ekster, houtduif, kraai.

Pagina 15 van 21

Beeld flora: De projectlocatie is omgeven door weilanden en akkerland. Langs de Hakvoortseweg zijn boomstructuren aanwezig in de vorm van lijnvormige landschapselementen. Deze groenstructuren bestaan voornamelijk uit eikenbomen. Aan de wegzijde van het aangrenzende weiland ligt een sloot. Ook aan de overkant van de weg ligt een sloot. Achter de loods richting de kapschuur bevinden zich eiken-,berkenbomen een rij Italiaanse populieren. In de tuin achter de woning staat een oude notenboom en naast de woning een grote conifeer. In de tuin staan verder hulst, en rododendronstruiken, kleine coniferen en enkele andere kleinere boompjes. Rondom het perceel, op de erfgrens aan de westzijde, rondom de woning en de loods vinden we beuken- taxus-coniferen- en laurierhagen. Ook aan de overzijde van de weg zien we veel beukenhagen. Er is gelet op eventuele aanwezige beschermde muurvegetatie. Er zijn op de projectlocatie geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Bij de geplande ruimtelijke ontwikkelingen zullen de gebouwen aanwezig blijven; de rundveestal en de kapschuur blijven bestaan, enkel het kippenhokje wordt verwijderd. In de geplande situatie zal uitgebreid natuur aanwezig zijn in de vorm van nieuwe groenstructuren. Deze groenstructuren bestaan uit knip/scheerhagen, een boomgaard van 1000 m² en een hakhoutsingel van 600 m².

De groenstructuren zijn doorweven door zones met extensieve beweiding. De uitbreiding van natuur op deze wijze heeft een gunstig effect op de aanwezige fauna op de projectlocatie.

Beeld reptielen, amfibieën en vissen: Reptielen: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid van reptielen. De in Nederland voorkomende beschermde reptielsoorten komen vrijwel alleen voor in specifieke natuurgebieden. Voorbeelden hiervan zijn: de ringslang, de levend barende hagedis en de hazelworm. Op de projectlocatie zijn geen reptielsoorten aangetroffen.

Amfibieën: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid van amfibieën . De in Nederland voorkomende beschermde amfibieën hebben vrijwel allen een habitat met ruim voldoende oppervlakte water. De onvoldoende aanwezigheid van oppervlakte water op de projectlocatie maakt de locatie tot een minder geschikt leefgebied voor deze soorten; de sloot ten westen van de projectlocatie is te beperkt in omvang en valt in de zomer volledig droog. Voorbeelden zijn: de alpenwatersalamander, de heikikker, de vispootsalamander, de poelkikker en de rugstreeppad. Op de projectlocatie zijn geen amfibieën aangetroffen. De projectlocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibiesoorten. De nattere lagere gedeeltes op het terrein kunnen als rust- en voortplantingsplaats dienen voor de bruine kikker en de gewone pad. Tijdens de voorgenomen activiteiten kunnen deze soorten beschutting en bescherming zoeken in de begroeiing op de projectlocatie. De gewone pad en bruine kikker zijn in het kader van de Wet natuurbescherming provinciaal vrij gesteld. Een ontheffingsaanvraag is derhalve niet noodzakelijk. Wel is men gebonden aan de zorgplicht. Er dient derhalve zo zorgvuldig mogelijk omgegaan te worden in dit leefgebied van deze genoemde amfibiesoorten.

Pagina 16 van 21

Overige soortgroepen: Gedurende het hele jaar kunnen overige soortgroepen zoals libellen, insecten en dagvlinders aanwezig zijn op de projectlocatie. Specifiek beschermde soorten zijn afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke deelleefgebieden. Op de projectlocatie zijn geen deelleefgebieden aangetroffen die duiden op een specifiek beschermde soort zoals libelle, insecten of vlinders.

Vissen: Deze soortgroep kan buiten beschouwing gelaten worden. De projectlocatie beschikt niet over oppervlaktewater; een noodzakelijk onderdeel voor het habitat van de soortgroep vissen.

Pagina 17 van 21

5. Samenvatting: Met behulp van deze QuickScan is in beeld gebracht wat het effect is op de in de inleiding omschreven voorgenomen activiteiten op de projectlocatie aan de Hakvoortseweg 26 te BiestHouthakker. Grondgebonden zoogdieren: ✓ Er zijn op de projectlocatie geen rust- en voortplantingsplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren aangetroffen. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Vleermuizen: ✓ Er zijn geen vaste- en/of tijdelijke voortplantingsplaatsen van de vleermuis aangetroffen. Een aanvullend onderzoek in het kader van de soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Vogels: ✓ Er zijn geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen van vogels aangetroffen op de projectlocatie. Door de voorgenomen activiteiten worden geen nesten beschadigd. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Reptielen, amfibieën en vissen: ✓ Er zijn geen reptielen, amfibieën en vissen waargenomen. De instandhoudingsdoelen komen niet in het gedrang. Een aanvullen onderzoek is niet noodzakelijk. Overige soortgroepen: (libellen, insecten, vlinders) ✓ Er zijn geen kenmerkende deelleefgebieden voor deze soortgroep aangetroffen derhalve is een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Flora: ✓ Er is geen bijzonder flora aangetroffen op de projectlocatie en de directe omgeving hiervan. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Bij de geplande ruimtelijke ontwikkelingen blijven de gebouwen aanwezig. In de geplande situatie zal de natuur uitgebreid worden in de vorm van nieuwe groenstructuren doorweven door zones met extensieve beweiding. De uitbreiding van natuur op deze wijze heeft een gunstig effect op de aanwezige fauna op de projectlocatie.

Pagina 18 van 21

6. Conclusie: Op 23-12-2022 heeft RKS Advies B.V. een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd op de projectlocatie Hakvoortseweg 26 te Biest-Houthakker. Met behulp van deze QuickScan is in beeld gebracht wat de effecten zijn van de in de inleiding beschreven voorgenomen activiteiten op de aanwezige Flora en Fauna op deze projectlocatie en of daarmee de voorgenomen activiteiten in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Extra focus in deze QuickScan ligt op de aanwezigheid van beschermde soorten en hun status. Onderzocht is wat de invloed van de voorgenomen activiteiten is op deze beschermde soorten en hun instandhouding. Bij overtreding van de Wet natuurbescherming wordt aangegeven op welke manier de negatieve effecten kunnen worden geminimaliseerd en welke stappen kunnen worden genomen om een eventuele ontheffing te verkrijgen. Uit de QuickScan is naar voren gekomen dat bij de uitvoering van de in de inleiding omschreven voorgenomen activiteiten geen onevenredig negatief effect uitgeoefend wordt op de in de zoals in de Wet natuurbescherming omschreven beschermde Flora en Fauna op de projectlocatie en directe omgeving. Op de projectlocatie zijn geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen aangetroffen. Er behoeft geen aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Een ontheffing noodzakelijk bij een negatief effect op beschermde soorten is niet noodzakelijk.

Incidenteel kunnen de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op algemene soorten. Van toepassing hierop is een provinciale vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling. Plaatselijk kunnen deze aanwezige algemene soorten de projectlocatie verlaten en eventueel tijdelijk een vervangend deelleefgebied opzoeken. De algemene Zorgplicht opgenomen in de Wet natuurbescherming blijft onverminderd van toepasing. In het kader van deze zorgplicht de volgende extra aandachtspunten: ➢ Voor algemeen voorkomende broedvogels (waarvan het nest gedurende de broedperiode beschermd is) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden: • Voer eventuele snoeiwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. • Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond. • Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn. ➢ Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven.

De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden deze soorten: • Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels), maar ook voor vogels, om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf een zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.

Pagina 19 van 21

•

➢

➢

Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken en groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. • Ook voor mogelijke aanwezigheid van egel en vestiging van de rugstreeppad dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein dient gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april) te worden voorkomen. Als deze soorten worden waargenomen, dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. Indien een soort die niet in de QuickScan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.

Pagina 20 van 21

7. Werkwijze en aansprakelijkheid: Deze QuickScan is met de grootst mogelijke zorg en nauwkeurigheid uitgevoerd door deskundige en gekwalificeerde medewerkers welke minimaal in bezit zijn van de wettelijk vereiste opleidingen en certificaten. Desondanks is het mogelijk dat zich door omstandigheden op de projectlocatie bepaalde soorten bevinden welke een zwaardere beschermde status bezitten als aangemerkt door de onderzoeker. Bij het uitvoeren van deze QuickScan wordt uitgegaan van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Indien tijdens de geplande ruimtelijke activiteiten/ontwikkelingen alsnog beschermde soorten aangetroffen worden draagt RKS Advies V.O.F. hiervoor geen verantwoordelijkheid. Wel dient dit direct aan RKS Advies V.O.F. gemeld te worden zodat, eventueel met spoed, een aanvullend onderzoek door RKS Advies V.O.F. uitgevoerd kan worden. RKS Advies V.O.F. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor niet waargenomen beschermde soorten of effecten van de activiteiten tenzij sprake is van grove nalatigheid.

8. Geraadpleegde bronnen en websites ✓ Wet Natuurbescherming. ✓ Provinciale verordening Wet natuurbescherming. ✓ Rode Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. ✓ Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). ✓ Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit. ✓ www.natura2000.nl ✓ www.ruimtelijkeplannen.nl ✓ www.atlasleefomgeving.nl ✓ www.waarnemingen.nl ✓ www.zoogdierenvereniging.nl Bijlagen: ✓ 1. Ligging t.o.v. Natura 2000 gebieden ✓ 2. Ligging t.o.v. Natuurnetwerk Nederland ✓ 3. Overzicht NDFF ✓ 4. Vrijgestelde soorten per provincie ✓ 5. Ruimtelijke plannen ✓ 6. Foto’s ✓ 7. Certificaat controleur ✓ 8. Certificaat inspecteur

Pagina 21 van 21

Natura 2000 gebieden Hakvoortseweg 26 Biest-Houthakker 23-12-2022 Ligging Natura 2000: circa 1,5, 4, 5,4 en 8 k.m. vanaf projectlocatie

Kampina & Oisterwijkse Vennen

Rechte Heide & Riels Laag

Kempenland-West

Kempenland-West

NatuurNetwerk Nederland Hakvoortseweg 26 Biest-Houthakker 23-12-2022 Ligging t.o.v. NatuurNetwerk Nederland: 150-200 m.

(bron: Atlas Leefomgeving)

Uitvoerportaal Hakvoortseweg 26 Biest-Houthakker

Alle soorten straal 250 M

278 records Middelpunt < 1km2

Middelpunt > 5km2

Middelpunt 1km2 - 5km2

Vlak

schaal 1 : 1000

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

23 december 2022 20:01:05

1

Auteur: Jacques Rooijakkers

Uitvoerportaal Hakvoortseweg 26 Biest-Houthakker

Alle soorten straal 250 M Zoekvraag Soort

Soortgroep

Alle

Alle

Wet en Beleid

Einddatum

Periode

Bronhouder

Zoekgebied

Alle jaren

Alle

Alles vollledig binnen zoekgebied

Wet natuurbescherming

Ffwet tabel

Vrl

1

Soort

Datum

Aantal

Gedrag

Akkerdistel

5 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Hrl

Andere

2

3

Rode Liijst

Akkerdistel

22 juni 2017

30 - 40

niet van toepassing

Basterdwederik (G)

2 augustus 2020

10 - 20

niet van toepassing

Bijvoet

22 juni 2017

10 - 20

niet van toepassing

Bijvoet

2 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Bijvoet

5 augustus 2020

10 - 20

niet van toepassing

Boerenzwaluw

17 april 2016

1

Boerenzwaluw

24 april 2022

24 april 2022

2

ter plaatse

x

Gevoelig

foeragerend

x

Bonte gele dovenetel

22 juli 2017

22 juli 2017

1

ter plaatse

Gevoelig

Bonte gele dovenetel

22 juli 2017

22 juli 2017

1

ter plaatse

Bont zandoogje

10 september 2009

Bont zandoogje

22 juli 2017

22 juli 2017

1

ter plaatse

Bont zandoogje

27 juli 2017

27 juli 2017

1

ter plaatse

Bont zandoogje

22 juli 2017

22 juli 2017

2

ter plaatse

Bont zandoogje

10 september 2009

Bont zandoogje

18 juli 2017

18 juli 2017

1

ter plaatse

Bont zandoogje

27 juli 2017

27 juli 2017

1

ter plaatse

Bont zandoogje

12 april 2015

1

ter plaatse

Boomblauwtje

17 juli 2017

17 juli 2017

1

ter plaatse

Boomkruiper

1 januari 2000

1 januari 2001

1

vastgesteld territorium

Bosbies

19 juli 2000

3

niet van toepassing

Bosbies

19 juli 2000

2

niet van toepassing

Bosbies

19 juli 2000

3

niet van toepassing

Braam (G)

2 augustus 2020

90 - 100

niet van toepassing

Brede wespenorchis / Duinwespenorchis

22 juli 2017

1

ter plaatse

Buizerd

20 augustus 2013

1

roepend

x

Buizerd

20 augustus 2013

1

overvliegend

x

Buizerd

30 juni 2013

1

overvliegend

x

Buizerd

17 mei 2020

1

roepend

x

Buizerd

30 juni 2013

1

overvliegend

x

Buizerd

8 mei 2022

1

ter plaatse

x

Buizerd

20 augustus 2013

1

overvliegend

x

Buizerd

27 oktober 2018

1

ter plaatse

x

Canadese fijnstraal

5 augustus 2020

40 - 50

niet van toepassing

Citroenvlinder

22 juli 2017

22 juli 2017

1

ter plaatse

Citroenvlinder

18 juli 2017

18 juli 2017

7

ter plaatse

Distelvlinder

18 juli 2017

18 juli 2017

1

ter plaatse

Doodskopzweefvlieg

13 juni 2021

13 juni 2021

1

ter plaatse

Duizendblad

2 augustus 2020

60 - 70

niet van toepassing

Duizendblad

22 juni 2017

40 - 50

niet van toepassing

Duizendblad

27 juni 2017

70 - 80

niet van toepassing

Duizendblad

5 augustus 2020

80 - 90

niet van toepassing

Ekster

1 januari 2000

1 januari 2001

1

vastgesteld territorium

Ekster

6 juni 2022

6 juni 2022

1

ter plaatse

x

Ekster

15 september 2018

15 september 2018

4

foeragerend

x

Engels raaigras

5 augustus 2020

30 - 40

niet van toepassing

Engels raaigras

2 augustus 2020

90 - 100

niet van toepassing

Engels raaigras

27 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

1

1

22 juli 2017

17 mei 2020 8 mei 2022 27 oktober 2018

x

x

x

x

x

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

23 december 2022 20:01:05

2

Auteur: Jacques Rooijakkers

Uitvoerportaal Hakvoortseweg 26 Biest-Houthakker

Alle soorten straal 250 M Wet natuurbescherming

Ffwet tabel 1

Soort

Datum

Einddatum

Aantal

Gedrag

Vrl

Fazant

22 maart 2021

22 maart 2021

1

baltsend/zingend

x

Fazant

20 oktober 2022

20 oktober 2022

1

alarmerend

x

Fazant

6 juni 2022

6 juni 2022

1

ter plaatse

x

Fazant

21 maart 2021

21 maart 2021

3

ter plaatse

Fitis

1 januari 2000

1 januari 2001

1

vastgesteld territorium

Fluitenkruid

27 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Fluitenkruid

2 augustus 2020

10 - 20

niet van toepassing

Fluitenkruid

22 juni 2017

20 - 30

niet van toepassing

Gaai

9 februari 2014

9 februari 2014

1

ter plaatse

x

Gaai

16 november 2021

16 november 2021

1

ter plaatse

x

Gaai

14 april 2017

14 april 2017

2

ter plaatse

x

Gestreepte witbol

27 juni 2017

70 - 80

niet van toepassing

Gestreepte witbol

5 augustus 2020

10 - 20

niet van toepassing

Gewone berenklauw

2 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Gewone berenklauw

22 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Gewone hoornbloem

5 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Gewone hoornbloem

27 juni 2017

40 - 50

niet van toepassing

Gewone hoornbloem

22 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Gewone hoornbloem

2 augustus 2020

40 - 50

niet van toepassing

Gewone kropaar

27 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Gewone kropaar

5 augustus 2020

60 - 70

niet van toepassing

Gewone kropaar

2 augustus 2020

40 - 50

niet van toepassing

Gewone melkdistel

2 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Gewone melkdistel

5 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Gewone veldbies

27 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Gewone vogelmelk

29 mei 2021

1

ter plaatse

Gewoon biggenkruid

5 augustus 2020

30 - 40

niet van toepassing

Gewoon biggenkruid

27 juni 2017

10 - 20

niet van toepassing

Gewoon biggenkruid

22 juni 2017

40 - 50

niet van toepassing

Gewoon jakobskruiskruid

27 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Gewoon jakobskruiskruid

22 juni 2017

70 - 80

niet van toepassing

Gewoon jakobskruiskruid

5 augustus 2020

60 - 70

niet van toepassing

Gewoon jakobskruiskruid

2 augustus 2020

60 - 70

niet van toepassing

Gewoon langbaardgras

5 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Gewoon reukgras

2 augustus 2020

70 - 80

niet van toepassing

Gewoon reukgras

27 juni 2017

70 - 80

niet van toepassing

Gewoon reukgras

5 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Gewoon struisgras

5 augustus 2020

80 - 90

niet van toepassing

Gewoon struisgras

27 juni 2017

70 - 80

niet van toepassing

Gewoon timoteegras

2 augustus 2020

30 - 40

niet van toepassing

Gewoon varkensgras

2 augustus 2020

50 - 60

niet van toepassing

Glanshaver

2 augustus 2020

10 - 20

niet van toepassing

Goudhaan

17 mei 2020

17 mei 2020

1

baltsend/zingend

x

x

Goudhaan

1 januari 2000

1 januari 2001

1

vastgesteld territorium

x

x

Grasmus

1 januari 2000

1 januari 2001

1

vastgesteld territorium

x

x

Grasmus

1 januari 1985

1 januari 1986

1

vastgesteld territorium

x

x

Grasmus

1 januari 1985

1 januari 1986

1

vastgesteld territorium

x

x

Grasmuur

27 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Grasmuur

2 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Groene eikenbladroller

6 juni 2022

1

ter plaatse

Groenling

30 juni 2013

1

baltsend/zingend

x

x

Groenling

30 juni 2013

1

baltsend/zingend

x

x

Groot dikkopje

27 juni 2017

1

ter plaatse

29 mei 2021

6 juni 2022

Hrl

Andere

2

3

Rode Liijst

x

x x

x

x

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

23 december 2022 20:01:05

3

Auteur: Jacques Rooijakkers

Uitvoerportaal Hakvoortseweg 26 Biest-Houthakker

Alle soorten straal 250 M Wet natuurbescherming

Ffwet tabel

Vrl

1

Soort

Datum

Einddatum

Aantal

Gedrag

Grote bonte specht

1 januari 2018

2 januari 2020

1

territorium indicerend

x

Grote bonte specht

17 april 2016

1

ter plaatse

x

Grote bonte specht

17 mei 2020

17 mei 2020

1

ter plaatse

Grote bonte specht

1 januari 2000

1 januari 2001

1

vastgesteld territorium

Grote bonte specht

23 oktober 2021

23 oktober 2021

1

roepend

Grote brandnetel

2 augustus 2020

20 - 30

niet van toepassing

Grote brandnetel

27 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Grote kattenstaart

2 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Grote wederik

27 juni 2017

10 - 20

niet van toepassing

Grote wederik

2 augustus 2020

10 - 20

niet van toepassing

Haas

8 augustus 2022

1

ter plaatse

Haas

27 augustus 2009

Heggenmus

23 oktober 2021

Hoge fijnstraal Houtduif

8 augustus 2022

Andere

2

3

Rode Liijst

x x

x x

2 23 oktober 2021

Hrl

x

x

x

x

Gevoelig Gevoelig

1

roepend

x

2 oktober 2013

101

ter plaatse

17 april 2016

1

ter plaatse

Houtduif

20 augustus 2013

1

baltsend/zingend

Hulst

14 augustus 2001

3

niet van toepassing

IJle zegge

19 juli 2000

2

niet van toepassing

IJle zegge

19 juli 2000

3

niet van toepassing

IJle zegge

19 juli 2000

2

niet van toepassing

IJle zegge

19 juli 2000

2

niet van toepassing

Japanse duizendknoop

15 juli 2022

15 juli 2022

11

ter plaatse

Keep

23 oktober 2021

23 oktober 2021

35

foeragerend

x

Gevoelig

Keep

23 oktober 2021

23 oktober 2021

15

foeragerend

x

Gevoelig

Kievit

26 januari 2020

26 januari 2020

200

overvliegend

x

Kievit

1 januari 2000

1 januari 2001

1

vastgesteld territorium

Kleine klaver

22 juni 2017

30 - 40

niet van toepassing

Kleine maagdenpalm

18 juli 2017

18 juli 2017

1

ter plaatse

Kleine vuurvlinder

18 juli 2017

18 juli 2017

1

ter plaatse

Kleine zwaan

18 februari 2021

18 februari 2021

12

foeragerend

x

Kleine zwaan

19 februari 2021

19 februari 2021

13

ter plaatse

x

Kleine zwaan

17 februari 2021

17 februari 2021

10

ter plaatse

x

Kleine zwaan

17 februari 2021

17 februari 2021

5

ter plaatse

x

Kleine zwaan

19 februari 2021

19 februari 2021

13

foeragerend

x

Kleine zwaan

21 februari 2021

21 februari 2021

7

ter plaatse

x

Kleine zwaan

17 februari 2021

17 februari 2021

15

ter plaatse

x

Klein streepzaad

5 augustus 2020

40 - 50

niet van toepassing

Klein streepzaad

22 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Klein streepzaad

27 juni 2017

10 - 20

niet van toepassing

Klein streepzaad

2 augustus 2020

90 - 100

niet van toepassing

Knobbelzwaan

18 januari 2021

18 januari 2021

40

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

21 februari 2021

21 februari 2021

12

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

25 januari 2021

25 januari 2021

15

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

20 februari 2021

20 februari 2021

2

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

20 februari 2021

20 februari 2021

1

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

21 februari 2021

21 februari 2021

27

foeragerend

x

Knobbelzwaan

5 februari 2022

5 februari 2022

30

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

17 februari 2021

17 februari 2021

5

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

20 februari 2021

20 februari 2021

4

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

20 februari 2021

20 februari 2021

1

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

17 februari 2021

17 februari 2021

7

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

17 februari 2021

17 februari 2021

2

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

26 januari 2020

26 januari 2020

18

ter plaatse

x

Knobbelzwaan

18 februari 2021

18 februari 2021

6

foeragerend

x

x x

x

x

x

x

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

23 december 2022 20:01:05

4

Auteur: Jacques Rooijakkers

Uitvoerportaal Hakvoortseweg 26 Biest-Houthakker

Alle soorten straal 250 M Wet natuurbescherming

Ffwet tabel

Vrl

1

Soort

Datum

Einddatum

Aantal

Gedrag

Knobbelzwaan

19 februari 2021

19 februari 2021

4

ter plaatse

Koekoek

1 januari 2000

1 januari 2001

1

vastgesteld territorium

Kokmeeuw

18 februari 2021

18 februari 2021

150

foeragerend

x

Kokmeeuw

17 februari 2021

17 februari 2021

300

foeragerend

x

Kramsvogel

7 januari 2022

7 januari 2022

150

ter plaatse

x

Kuifmees

1 januari 2018

2 januari 2020

1

territorium indicerend

x

Kuifmees

1 januari 2000

1 januari 2001

1

vastgesteld territorium

Kweek

2 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Merel

2 juli 2021

1

ter plaatse

Metaalvlinder

27 juni 2017

1

ter plaatse

Moerasrolklaver

22 juni 2017

10 - 20

niet van toepassing

Moerasrolklaver

27 juni 2017

10 - 20

niet van toepassing

Moeraszegge

19 juli 2000

3

niet van toepassing

Mol

7 september 2009

1

Muizenoor

19 juli 2000

7

niet van toepassing

Nijlgans

22 januari 2018

22 januari 2018

2

ter plaatse

Nijlgans

17 maart 2022

17 maart 2022

2

ter plaatse

Nijlgans

26 januari 2020

26 januari 2020

2

ter plaatse

Ooievaar

6 maart 2021

6 maart 2021

7

ter plaatse

x

Ooievaar

24 april 2021

24 april 2021

3

foeragerend

x

Ooievaar

22 januari 2018

22 januari 2018

2

ter plaatse

x

Oranjetipje

25 mei 2019

25 mei 2019

1

ter plaatse

Oranje zandoogje

18 juli 2017

18 juli 2017

1

ter plaatse

Gevoelig

Oranje zandoogje

18 juli 2017

18 juli 2017

1

ter plaatse

Gevoelig

Oranje zandoogje

18 juli 2017

18 juli 2017

2

ter plaatse

Gevoelig

Oranje zandoogje

18 juli 2017

18 juli 2017

3

ter plaatse

Gevoelig

Paardenbloem

22 juni 2017

70 - 80

niet van toepassing

Pijpenstrootje

2 augustus 2020

10 - 20

niet van toepassing

Ratelaar

22 juli 2017

22 juli 2017

1

ter plaatse

Ratelaar

18 juli 2017

18 juli 2017

1

ter plaatse

Ree

7 mei 2019

7 mei 2019

2

ter plaatse

Riet

5 augustus 2020

40 - 50

niet van toepassing

Robertskruid

22 juli 2017

22 juli 2017

1

ter plaatse

Robertskruid

22 juli 2017

22 juli 2017

1

ter plaatse

Rode klaver

22 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Rode klaver

5 augustus 2020

20 - 30

niet van toepassing

Rode klaver

2 augustus 2020

30 - 40

niet van toepassing

Rode klaver

27 juni 2017

10 - 20

niet van toepassing

Roodborst

23 oktober 2021

1

rustend

Rood zwenkgras

5 augustus 2020

10 - 20

niet van toepassing

Rood zwenkgras

2 augustus 2020

30 - 40

niet van toepassing

Schapenzuring

2 augustus 2020

50 - 60

niet van toepassing

Schapenzuring

27 juni 2017

80 - 90

niet van toepassing

Schapenzuring

22 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Schapenzuring

5 augustus 2020

40 - 50

niet van toepassing

Schermhavikskruid

5 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Scherpe boterbloem

22 juni 2017

5 - 10

niet van toepassing

Scherpe boterbloem

2 augustus 2020

20 - 30

niet van toepassing

Scherpe boterbloem

27 juni 2017

40 - 50

niet van toepassing

Sint-Janskruid

27 juni 2017

10 - 20

niet van toepassing

Sint-Janskruid

2 augustus 2020

10 - 20

niet van toepassing

Sint-Janskruid

5 augustus 2020

5 - 10

niet van toepassing

Sleedoorn

25 april 2021

1

niet van toepassing

Smalle weegbree

27 juni 2017

90 - 100

niet van toepassing

2 juli 2021

23 oktober 2021

25 april 2021

Hrl

Andere

2

3

Rode Liijst

x x

x

x

Kwetsbaar

Gevoelig

x

x

x

x

x

x

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13892839/1