11 Beleidsplan openbare verlichting (3 bijlage Beleidsplan)
Tekst van het document
........
Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Hilvarenbeek Voor de periode 2025-2029
Colofon Beleidsplan Openbare Verlichting gemeente Hilvarenbeek voor de periode 2025 - 2029
Gemeente Hilvarenbeek M. Riepe
Nobralux M. Mus Project: Versie: Status: Datum:
HI-24-01 V2 Concept 17 januari 2025
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .......................................................................................................... 3 Leeswijzer ................................................................................................................. 4 1 Inleiding ............................................................................................................. 5 1.1 Algemeen ..........................................................................................................................5 1.2 Doel openbare verlichting ................................................................................................5 Sociale veiligheid .................................................................................................. 5 Verkeersveiligheid ................................................................................................ 6 Leefbaarheid ......................................................................................................... 6 1.3 Geldigheid en actualisatie ................................................................................................6
2
Huidige situatie .................................................................................................. 7 2.1 Resultaat vorige beleidsplan .............................................................................................7 2.2 Huidige areaal ...................................................................................................................7
3
Beleid ...............................................................................................................11 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Beheer en onderhoud ........................................................................................13 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5
Doelen en beleidskeuzes ................................................................................................11 Wet- en regelgeving .......................................................................................................11 Normen en richtlijnen .....................................................................................................12 Veiligheid ........................................................................................................................12 Beheer ............................................................................................................................13 Preventief onderhoud ....................................................................................................13 Correctief onderhoud .....................................................................................................14 Circulariteit .....................................................................................................................15 Overige uitgangspunten .................................................................................................16
Planning en financiën ........................................................................................20 5.1 Meerjarenplanning .........................................................................................................20 5.2 Financiën.........................................................................................................................21
Bijlagen ..................................................................................................................23 A A.1 A.2 A.3 A.4 A.5 A.6 B B.1 B.2 B.3 C C.1 C.2 C.3
Wet- en regelgeving .......................................................................................................24 Elektriciteitswet ..............................................................................................................24 Omgevingswet ................................................................................................................24 Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) .........................................................................24 WIBON / CROW-500 .......................................................................................................25 CROW 400 .......................................................................................................................25 Europese regelgeving .....................................................................................................25 Normen en richtlijnen .....................................................................................................27 Richtlijn openbare verlichting .........................................................................................27 Lichthinder ......................................................................................................................27 Klimaatakkoord ...............................................................................................................27 Innovaties
.......................................................................................................................29 De mast staat er toch, wat kan er nog meer aan? ..........................................................29 Via smart lighting naar smart city ...................................................................................31 Regeren is vooruitzien ....................................................................................................32
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
3
Leeswijzer Dit beleidsplan bestaat uit zes delen en is als volgt opgebouwd: Deel 1: Inleiding In deel 1 wordt het doel en de doelstellingen (missie en visie) van de openbare verlichting (OVL) in de gemeente beschreven. Deel 2: Wat hebben we gedaan? Deel 2 start met een terugblik naar de voorgaande beleidsperiode. Hierna wordt een uiteenzetting gegeven van het huidige areaal Deel 3: Beleidsstrategie In deel 3 worden doelen voor deze beleidsperiode gegeven en worden de uitgangspunten van het beleid uiteengezet. Deel 4: Beheerstrategie In deel 4 worden de uitgangspunten voor de instandhouding van de openbare verlichting benoemd. Ook wordt het uit te voeren onderhoud uiteengezet. Op basis van het voorgaande wordt een samenvatting gegeven van de onderhoud- en beheerkosten. Deel 5: Meerjarenplanning en financiën In deel 5 staat de meerjarenplanning voor de gemeente. Hierin aangegeven hoe het areaal in stand wordt gehouden met hierbij de benodigde budgetten voor deze beleidsperiode. Deel 6: Bijlagen In deel 6 staan de bijlagen.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
4
1 1.1
Inleiding Algemeen De gemeente heeft een gevarieerde openbare ruimte. Een deel van deze openbare ruimte is voorzien van openbare verlichting (OVL), op locaties waar het een bijdrage levert aan de verkeersveiligheid, sociale veiligheid en/of leefbaarheid. De gemeente is als beheerder van de openbare ruimte ook verantwoordelijk voor de instandhouding van de openbare verlichting. In het voor u liggende plan zijn de beleidskeuzes vastgelegd en wordt beschreven hoe het beheer en onderhoud in de periode 2025 tot en met 2029 uitgevoerd gaat worden en tegen welke kosten. Het doel van dit document is: Het inzichtelijk maken van de kwantiteit en kwaliteit van het te beheren areaal openbare verlichting. Het vastleggen van de beleidsuitgangspunten en beheerstrategie die aansluit bij de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte. Het vastleggen van de reguliere onderhoudswerkzaamheden voor deze beleidsperiode. Het verkrijgen van inzicht in de benodigde onderhouds-, beheer- en vervangingsbudgetten voor het in stand houden van het areaal.
1.2
Doel openbare verlichting Verlichting zorgt ervoor dat wij in staat zijn bij duisternis de omgeving waar te nemen. Openbare verlichting (OVL) moet zaken zichtbaar maken die voor een veilig en doelmatig gebruik van de openbare ruimte van belang zijn. Het doel van openbare verlichting is om optimaal bij te dragen aan de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de kwaliteit van de openbare ruimte (leefbaarheid). Belangrijke randvoorwaarden daarbij zijn: 1. een zo laag en duurzaam mogelijk energieverbruik 2. het toepassen van duurzame oplossingen 3. borging van een veilige, goed functionerende en kosten efficiënte installatie OVL is het geheel aan masten, armaturen en kabels om openbaar toegankelijk gebied te verlichten. De gemeente is eigenaar van het bovengrondse gedeelte van de OVL. De netbeheerder is de eigenaar van het ondergrondse gedeelte. In Hilvarenbeek is dit Enexis. Tot het ondergrondse gedeelte behoren de (ondergrondse) voedingskabels tot en met de overdrachtspunten (aansluitblokken) in de lichtmast en de systemen/installaties om de verlichting in- en uit te schakelen.
Sociale veiligheid Het gevoel van veiligheid ontstaat vooral als de openbare ruimte als overzichtelijk wordt ervaren. Dit houdt onder meer in dat men anderen op voldoende afstand kan herkennen en men hun intenties kan inschatten. Deze overzichtelijkheid ontbreekt als het zicht niet vrij is. Denk aan pilaren in een tunnel of donkere struiken. Er moet afstemming zijn tussen de openbare ruimte en de verlichting. Naast de verlichtingssterkte speelt gelijkmatigheid van het licht een belangrijke rol. Als er veel donkere plekken in een verder verlicht oppervlak zijn, kan dit als onveilig worden ervaren. Factoren waarvan gelijkmatigheid afhankelijk is zijn onder andere positionering van masten en armaturen, kleurtemperatuur, kleurweergave en lichtverstrooiing. Een goed lichtontwerp draagt bij aan het bevorderen van de sociale veiligheid.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
5
Verkeersveiligheid Goede openbare verlichting (OVL) helpt weggebruikers veilig te reizen. Met goede verlichting zijn de weg, obstakels en oneffenheden in het wegdek goed zichtbaar. Het is belangrijk dat de verlichting overal gelijkmatig is. Als het licht veel verschilt, moet het oog steeds wennen aan de overgang tussen licht en donker. Dit kost tijd. Tijdens deze korte tijd kan een weggebruiker minder goed zien. Hoe sneller iemand rijdt, hoe groter dit probleem wordt. Het juiste verlichtingsniveau hangt af van de weg en het verkeer. Drukke wegen hebben meer licht nodig dan rustige wegen. Ook wordt er extra licht gebruikt op plekken waar meer risico is, zoals kruispunten en zebrapaden. Goede verlichting maakt deze onoverzichtelijke plekken veiliger. Heldere en gelijkmatige verlichting helpt iedereen om de weg goed en veilig te gebruiken.
Leefbaarheid Leefbaarheid heeft betrekking op herkenbaarheid, sfeer en/of het benadrukken van het bijzondere karakter van de openbare ruimte: de beleving van de openbare ruimte. Dit wordt bevorderd als gebruikers van de ruimte zich prettig voelen en de behoefte ervaren om in de ruimte te zijn. Het bijzondere karakter van de openbare ruimte kan zowel in donkere als in lichte momenten met behulp van de verlichtingsmaterialen tot uitdrukking worden gebracht. Denk aan het plaatsen van decoratieve verlichting in een historische omgeving of het plaatsen van modern vormgegeven verlichting op een recent ontwikkeld plein. Functionele verlichting beïnvloedt de leefbaarheid. Dit kan op een negatieve manier wanneer de installatie niet functioneert (niet brandend, scheef en/of beschadigd, beklad of bevuild) en positief als het onderhoud netjes wordt bijgehouden. Verlichting kan sfeer verhogend werken door middel van een weloverwogen lichtkleur. Het aanlichten van gebouwen en het gebruik van bijzondere verlichting kan de kwaliteit en de leefbaarheid van de openbare ruimte verbeteren, maar valt niet binnen de scope van het beleid voor openbare verlichting.
Doel van de openbare verlichting
Sociale veiligheid
Verkeersveiligheid
Leefbaarheid
Vlotte en veilige afwikkeling van verkeer
Identiteit & sfeer Oriëntatie & informatie
Veilig gevoel Lage risicoaansprakelijkheid
Structuur & samenhang
Kwaliteit van de openbare verlichting
1.3
Geldigheid en actualisatie Dit beleidsplan wordt vastgesteld voor de periode van vijf jaar, van 2025 tot en met 2029. Ook geeft dit plan alvast een financiële doorkijk naar 2034. In 2029 wordt het beleidsplan opgesteld voor de eerstvolgende beleidsperiode. Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
6
2 2.1
Huidige situatie Resultaat vorige beleidsplan In de vorige beleidsperiode zijn er verschillende ambities uitgesproken. Zoals ook in dit plan was het basisuitgangspunt van de gemeente “Niet verlichten tenzij…”. De belangrijkste uitgangspunten uit het Beleidsplan uit 2011 waren: Het uitgangspunt voor het toepassen van openbare verlichting is “Niet verlichten, tenzij…”. De visie op verlichting is “Goed is goed”, alle verlichting zal sober en doelmatig uitgevoerd worden. Bij het ontwerpen en installeren van openbare verlichting wordt met het milieu rekening gehouden. Bij het ontwerpen van openbare verlichting wordt met het besparen van energie rekening gehouden. Er wordt bij het ontwerpen van openbare verlichting rekening gehouden met het voorkomen van lichthinder en lichtvervuiling.
2.2
Huidige areaal Deze paragraaf omschrijft de huidige situatie en de kwaliteit en kwantiteit van de aanwezige openbare verlichting. Het OVL-areaal binnen de gemeente is als volgt samengesteld (peildatum oktober 2024): 4.366 lichtmasten 4.471 armaturen 4.568 lichtbronnen Genoemde aantallen betreffen de functionele en decoratieve openbare verlichtingsobjecten in het beheer van de gemeente. Daarnaast omvat het areaal ook 11 abri’s, 8 plattegrondborden, 30 schijnwerpers, 32 grondspots en 16 verlichte ANWB-vlaggen. Deze verlichting is geen onderdeel van dit beleidsplan. Vanuit het areaalbestand is een selectie gemaakt met de leeftijdsopbouw van masten en armaturen. In onderstaande grafieken is de leeftijdsopbouw van masten en armaturen weergegeven.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
7
De technische levensduur van standaard masten is gesteld op 40 jaar, de technische levensduur van standaard armaturen op 25 jaar. In bovenstaande grafieken is te zien dat 431 lichtmasten ouder dan 40 jaar zijn. Binnen het areaal armaturen zijn 223 armaturen met conventionele lamp ouder dan 25 jaar. Daarnaast zijn drie armaturen ouder dan 25 jaar voorzien van een retrofit LED-lamp waarvan de levensduur in 2025 eindigt. In onderstaande grafieken is een overzicht weergegeven van het energieverbruik (per jaar) van de verschillende lampsoorten in armaturen, en een overzicht met de toegepaste brandroosters. Te zien is dat het een groot gedeelte van de verlichting met een dimregime is toegerust. Afhankelijk van het dimregime en het lamptype is de besparing door te dimmen ongeveer 27% ten opzichte van ongedimde verlichting.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
8
De gemeente heeft 70% van haar areaal uitgevoerd in energiezuinige LED-verlichting. De ledverlichting verbruikt 60% van het totale energieverbruik voor de openbare verlichting. De verouderde armaturen met conventionele lampen, met over het algemeen lagere vermogens, betreft 30% van het areaal. Deze lichtbronnen zijn goed voor 40% van het energieverbruik van de openbare verlichting.
Categorie
Gemiddeld vermogen
%Areaal (aantal)
LED
21 Watt
70%
225.000
60%
Conventioneel (PL/TL/SON)
38 Watt
30%
150.000
40%
Totaal
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
9
Energieverbruik
375.000
%Areaal (verbruik)
Op dit moment heeft de gemeente 1.309 reguliere conventionele armaturen in haar areaal. Wanneer deze armaturen worden vervangen voor dimbare LED-varianten met dimprofiel 4A neemt het totale energieverbruik af van 375.000 kWh naar ongeveer 288.000 kWh. Dit is een reductie van 23% ten opzichte van het huidige energieverbruik.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
10
3 3.1
Beleid Doelen en beleidskeuzes De gemeente wil in deze beleidsperiode het volgende realiseren: De openbare verlichting draagt bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en een leefbare openbare ruimte. De masten en armaturen zijn kwalitatief goed. Het energieverbruik voor de openbare verlichting wordt verder terug gedrongen. De gemeente geeft invulling aan circulariteit in haar afweging wel of niet te verlichten, het niveau van verlichten, en de aanschaf, instandhouding en verwerking van materialen. Om deze doelen te bereiken hanteert de gemeente de volgende algemene uitgangspunten: De gemeente volgt geldende wet- en regelgeving en relevante normen en richtlijnen voor ontwerp en instandhouding van een veilige installatie. De gemeente voert periodiek en systematisch inspecties en onderhoud uit. Het onderhoud van de openbare verlichting wordt verzorgd door de onderhoudsaannemer. De gemeente controleert de werkzaamheden en voert inspecties uit. De gemeente hanteert een goed werkend meldingenproces. De gemeente gebruikt een extern meldingensysteem waarin het proces van melding tot en met financiële afhandeling gemanaged wordt. De gemeente hanteert een systeem van planmatig beheer. De gemeente vervangt tijdig armaturen op basis van leeftijd of lampuitval.
Lichtmasten worden op basis van leeftijd vervangen, bij twijfel over de kwaliteit kunnen lichtmasten incidenteel op kwaliteit en stabiliteit beproefd worden. Wanneer armaturen moeten worden vervangen, worden energiezuinige LED-armaturen voorzien van dimfunctionaliteit toegepast. Bij (grootschalige) vervanging en nieuw te plaatsen verlichting wordt het minimale lichtniveau conform de NPR13201 gehanteerd. Bij vervanging of (een verzoek voor) uitbreiding van verlichting in het buitengebied worden eerst alternatieven voor verlichting overwogen en kan verlichting afwijken van de geadviseerde waarden uit NPR13201. In de contracten met aannemer(s) worden afspraken gemaakt over de aanschaf, instandhouding en retourstroom van materialen.
3.2
Wet- en regelgeving De installatie voor openbare verlichting en instandhouding daarvan moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Hoewel het wettelijk niet is vastgelegd dat een weg of openbare ruimte verlicht moet worden, kan het ontbreken van verlichting, onjuiste verlichting of onveilige verlichting wel worden aangemerkt als het plegen van een onrechtmatige daad, waaruit schadeplichtigheid kan ontstaan. Relevant zijn: de Elektriciteitswet; de Omgevingswet; de Arbeidsomstandighedenwet; de Wet Informatie-uitwisseling Boven en Ondergrondse netten + Netwerken (WIBON); regelgeving met betrekking tot werken in vervuilde grond (CROW 400/500); Europese regelgeving over te gebruiken producten. In bijlage A Wettelijke kaders is een gedetailleerde beschrijving te vinden van de wettelijke kaders. Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
11
3.3
Normen en richtlijnen Aanvullend op de wettelijke kaders zijn er landelijke normen en richtlijnen die ondersteunen in het (proces van) beheren en in stand houden van de openbare verlichting. Relevant zijn: NEN 1010 ‘Elektrische installaties voor laagspanning’; NEN 3140 ‘Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Laagspanning’; Praktijkrichtlijn NPR 3201 ‘Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting’; NSVV ‘Richtlijn lichthinder’; NSVV ‘Gedragscode lichtberekeningen’. In bijlage B Richtlijnen worden de normen en richtlijnen verder toegelicht.
3.4
Veiligheid De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van haar burgers en ambtenaren. Het is belangrijk om een zogenaamde installatieverantwoordelijke aan te wijzen. Hiermee wordt de verantwoording voor een veilige elektronische bedrijfsvoering bij een (rechts)persoon neergelegd. De aanwijzing dient ook te worden geaccepteerd door de installatieverantwoordelijke. De installatieverantwoordelijke kan een persoon zijn uit eigen organisatie of worden ingeleend. Ook een rechtspersoon kan worden aangewezen als installatieverantwoordelijke. Als er binnen de gemeente geen installatieverantwoordelijke expliciet is aangewezen, dan wordt de werkgever automatisch als Installatieverantwoordelijke beschouwd volgens de wet. Dit betekent dat de werkgever volgens de Arbowet de verantwoordelijkheid draagt voor een veilige werkomgeving en om maatregelen te treffen die de veiligheid en gezondheid van werknemers waarborgen. Dit omvat ook het naleven van de NEN 3140, die specifieke eisen stelt aan de veiligheid van elektrische installaties. Als een werkgever deze verplichtingen niet nakomt en dit leidt tot een ongeval of schade, kan de werkgever aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen: civielrechtelijk voor de schade die een werknemer lijdt tijdens het werk en strafrechtelijk als er sprake is van ernstige nalatigheid die heeft geleid tot gevaarlijke situaties.
De gemeente kan haar installatieverantwoordelijkheid op de juiste wijze organiseren door: Een inventarisatie uit te voeren. Procedurehandboek en veiligheidsmaatregelen vast te leggen. Instructies te verzorgen en te controleren op naleving. Controlemaatregelen voor de elektrotechnische bedrijfsvoering (RI&E) uit te voeren. Periodieke elektrotechnische inspecties uit te voeren en rapportages te verzorgen. De gemeente gaat in de komende beleidsperiode op bovenstaande manier invulling geven aan haar installatieverantwoordelijkheid.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
12
4
Beheer en onderhoud De gemeente voert zelf het beheer, bijgestaan door een gespecialiseerde marktpartij. Voor het onderhoud is middels een aanbesteding een onderhoudsaannemer gecontracteerd.
4.1
Beheer De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer met betrekking tot OVL. De gemeente voert regie, bijgestaan door marktpartijen. Als opdrachtgever is de gemeente verantwoordelijk voor het budget en sluit overeenkomsten met derden voor projecten en onderhoud van OVL. Namens de gemeente vindt het operationeel beheer plaats door een marktpartij. Dit omvat de administratieve taken met betrekking tot het correctief onderhoud, voorbereiding van het preventief onderhoud en externe inspecties. Maar ook het storingsmanagement, areaalmutaties en controle op het contract met de aannemer in termen van tijdigheid en kwaliteit van de uitvoering.
4.2
Preventief onderhoud De werkzaamheden die voor preventief onderhoud worden uitgevoerd zijn: Schilderen Reinigen Inspecties Schilderen Het schilderen van stalen masten vindt uitsluitend plaats bij lichtmasten die al geschilderd of gepoedercoat zijn. Deze masten worden eens per 10 jaar opnieuw geschilderd. Vanuit bestandbeheer wordt een lijst gegenereerd van de te schilderen masten. Er wordt nagegaan of er op korte termijn andere (civiele) werkzaamheden plaatsvinden, waarbij deze masten het risico lopen beschadigd te worden: bijvoorbeeld bij graaf- en bestratingswerkzaamheden of verplaatsingen. Als dit het geval is dan worden de schilderwerkzaamheden uitgesteld tot na de uitvoering van de andere werkzaamheden. Voor het schilderen wordt een gespecialiseerd schilderbedrijf ingeschakeld. Reinigen Het reinigen van armaturen is, buiten het esthetische, om verschillende redenen belangrijk. Allereerst wordt met het reinigen van armaturen de lichtkwaliteit behouden. Na verloop van tijd kan het armatuur bedekt raken met vuil, stof, insecten en andere verontreinigingen. Hierdoor kan de lichtopbrengst verminderen. Een andere belangrijke reden om armaturen te reinigen is het behoud van lichtopbrengst. Vuil en stof kunnen het licht blokkeren en de verspreiding ervan belemmeren, waardoor licht (en energie) verloren gaat.
De laatste reden om (met name LED-) armaturen te reinigen is het feit dat vuil en andere verontreinigingen de warmteafvoer van armaturen kunnen belemmeren. Hierdoor zouden interne componenten oververhit kunnen raken en dit kan leiden tot een kortere levensduur van de LED’s in het armatuur. Het reinigen van armaturen houdt hiermee de levensduur van LED-armaturen in stand en vermindert de frequenties van reparaties en vervangingen, hetgeen kostenbesparend is. Het reinigen van armaturen is onderdeel van het contract met de onderhoudsaannemer.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
13
Inspecties In het kader van de elektrische en mechanische veiligheid van het areaal in de openbare ruimte is de gemeente verplicht om periodieke inspecties uit te voeren. Tijdens deze inspecties wordt het functioneren en de staat (en daarmee de veiligheid) van (delen van) de installatie visueel geïnspecteerd, gemeten en/of beproefd. Dit betreft enkel de installatiedelen die eigendom zijn van de gemeente en niet de installaties, bekabeling, veiligheden en overdrachtspunten die onder de verantwoordelijkheid van netbeheerder Enexis vallen. Er zijn drie soorten inspecties die aan de gemeentelijke installatie uitgevoerd worden: Visuele controle op het functioneren en de stand van het lichtobject. Deze controle wordt uitgevoerd door de onderhoudspartij tijdens reguliere onderhoudswerkzaamheden en door de onderhoudsaannemer tijdens het uitvoeren van een periodieke schouw uitgevoerd. De beheerder bepaalt de omvang en frequentie van de schouw. Meting en beproeving van de elektrische veiligheid van de installatie volgens de normen die de NEN 3140 (Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Laagspanning) hieraan stelt. Deze inspectie wordt uitgevoerd door gespecialiseerde en gecertificeerde (externe) inspecteurs, en omvat de elektrische installatiedelen die eigendom zijn van de gemeente, en omvat ook de eigen voedingskasten, veiligheden, schakelsystemen, kabels en snoeren.
De gemeentelijk Installatieverantwoordelijke bepaalt de omvang en frequentie. Meting en beproeving van de mechanische veiligheid van lichtmasten (inclusief uithouder). Deze inspecties worden uitgevoerd door een gespecialiseerd meetbedrijf en omvat de sterkte van de constructie en stabiliteit van de fundatie. Bij positief testresultaat wordt de stabiliteit van de lichtmast voor een bepaalde periode gegarandeerd (mits ongewijzigd) en het meetbedrijf geeft een verwachte restlevensduur. Door het uitvoeren van sterkte en stabiliteitsmetingen worden potentiële risico’s en gebreken tijdig geïdentificeerd en verholpen, waardoor schades en ongevallen kunnen worden voorkomen. De beheerder bepaalt de omvang en frequentie. Bovenstaande inspecties worden opgenomen in een inspectieplan.
4.3
Correctief onderhoud Correctief onderhoud omvat het oplossen van storingen, schades en incidentele gebreken. Storingen Storingen worden verholpen volgens het onderhoudscontract. Dit betreft het bovengrondse deel van de installatie wat in eigendom en beheer is van de gemeente. In het geval dat de veiligheid in het geding is of er een hinderlijke situatie is, wordt direct gereageerd op de melding. Responstijden en uitvoeringsvereisten zijn vastgesteld in een meerjarig onderhoudscontract, dat periodiek (eens per vier jaar) middels een openbare aanbesteding aan een deskundige onderhoudsaannemer wordt gegund. De contractvorm en omvang van het werk wordt bepaald op basis van actuele inzichten. Het aantal storingen was in 2023 en 2024 ongeveer 120 stuks per jaar. Het voedingsnet behoort tot het eigendom en verantwoordelijkheid van het netwerkbedrijf Enexis. Storingen aan het ondergrondse kabelnet worden daarom aan dit bedrijf doorgegeven. Reparatie van deze storingen vallen binnen de verantwoordelijkheid van Enexis. Het aantal kabelstoringen was in 2023 en 2024 ongeveer 50 stuks per jaar. Schade en vernieling Het herstel van schade (vandalisme, storm- en/of aanrijdschade) of vernieling aan openbare verlichting wordt middels een onderhoudscontract met een aannemer geregeld. Het schadeverhaal is extern belegd.
Als de veroorzaker van schade onbekend blijft, worden schades, wanneer mogelijk, verhaald bij het Waarborgfonds Motorverkeer. Het aantal schademeldingen was in 2023 en 2024 ongeveer 30 stuks per jaar. Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
14
Incidentele gebreken Incidentele gebreken aan verlichtingsobjecten zijn gebreken die niet als storing of schade worden gecategoriseerd. Hieronder vallen bijvoorbeeld onjuiste uitlijning, het veroorzaken van lichthinder of vervuiling, het verkleuren van verlichting door ouderdom of verkeerde inregeling van het dimregime. In 2023 en 2024 zijn ongeveer 25 van dit soort meldingen geregistreerd.
4.4
Circulariteit De ambitie van Rijksoverheid is dat Nederland in 2050 100% circulair is. De circulaire economie is een economie waarin geen afval meer is, in tegenstelling tot een lineaire economie. Alles wordt in een circulaire economie opnieuw gebruik als grondstof, maar er wordt ook gekeken naar de (afwegingen voor) aanschaf, instandhouding en verwerking van producten. Door schaarste wordt de noodzaak om grondstoffen in de keten te houden steeds groter. Circulariteit kijkt verder de toekomst in dan recycling. Het kijkt naar een mogelijkheid om producten/grondstoffen aan het einde van de levensduur opnieuw in de keten op te laten nemen. Er zijn meerdere rollen/taken die de gemeenten op zich kan nemen om de circulaire economie te stimuleren. Bijvoorbeeld bij het inkopen van producten en diensten. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft een handvat met strategieën ontwikkeld om tot meer circulariteit te komen, de zogenaamde R-ladder.
Brancheorganisatie OVLNL heeft op basis van deze R-ladder voor gemeenten een tabel opgesteld om tot meer circulariteit in de openbare verlichting te komen. De tabel is hieronder uitgewerkt voor de gemeente Hilvarenbeek.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
15
Label R1 Refuse & Rethink
R2 Reduce
R3 Reuse
Hergebruiken: afgedankt maar nog goed armatuur of mast hergebruiken in dezelfde functie.
R4 Repair & Remanufacturing
Repareren: Onderhouden en repareren van armaturen en masten. Opnieuw maken: onderdelen van afgedankte armaturen of masten hergebruiken in nieuwe product met dezelfde functie. Herwinnen: materialen uit armaturen, masten, lichtbronnen, etc. verwerken tot nieuwe grondstoffen.
R5 Recycling
R6 Recover
4.5
Omschrijving Weigeren: verlichting overbodig maken door van z’n functie af te zien of die met een wezenlijk ander product te leveren. Anders denken: Bijv. bij het maken van het lichtontwerp of bij het ontwerpen van een lichtmast of armatuur Verminderen: lichtbronnen, armaturen, masten efficiënter fabriceren/ gebruiken, waardoor minder materiaal nodig is
Energieterugwinning door het verbranden van afvalmaterialen
Keuze gemeente Hilvarenbeek Bij het (her-) ontwerp van verlichting, worden eerst alternatieven overwogen. Indien verlichting nodig is, streeft de gemeente - binnen de richtlijn - het minimaal te plaatsen lichtpunten en lichtniveau na. Zoveel als mogelijk worden andere functies gekoppeld (o.a. VRI, bebording) om het aantal masten/dragers te beperken. In de komende periode gaat de gemeente onderzoeken in welke situaties bestaande verlichting verwijderd kan worden, bijvoorbeeld in parken en langs recreatieve fiets- en wandelroutes. De gemeente schrijft voor dat bij vervanging van materialen deze door de aannemer worden teruggenomen om opnieuw ingezet te worden, al dan niet als tijdelijke voorziening. De gemeente kiest voor armaturen waarvan losse onderdelen makkelijk te vervangen/uitwisselbaar zijn.
In de vervangings- en onderhoudsbestekken schrijft de gemeente voor dat bij vervanging van materialen deze door de aannemer worden teruggenomen en op de juiste manier worden aangeboden voor recycling (WEEELABEX gecertificeerde verwerker). N.v.t.
Overige uitgangspunten Algemeen Bij het aanbrengen van openbare verlichting wordt rekening gehouden met de Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR 13201:2017) en de richtlijn Lichthinder van de NSvV, om overlast voor de omgeving te beperken. Nieuw te plaatsen openbare verlichting wordt in overeenstemming met de Omgevingswet geplaatst en bestaande verlichting wordt bij vervanging aan deze wet getoetst en waar nodig aangepast. De gemeente verlicht geen particulier terrein. In openbaar gebied met een recreatief karakter zoals natuurgebied, recreatieve wandel- of fietspaden, parken en honden uitlaatplekken wordt geen nieuwe verlichting aangebracht. Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
16
In de komende periode wordt onderzocht of bestaande verlichting verwijderd kan worden in gebieden met een recreatief karakter. Ontwerp en aanleg Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) en de functie van de weg (verkeer of verblijf), is leidend voor het soort openbare verlichting. Voor de afweging om te verlichten en met welk lichtniveau, en als vanwege de verkeersen/of sociale veiligheid toch verlichting noodzakelijk is, worden de determineertabellen uit de richtlijn NPR-13201 gehanteerd. De gemeente overweegt verlichting in het buitengebied alleen op die locaties waar dit voor de verkeersveiligheid nodig is, waar de eigen voertuigverlichting en andere mogelijkheden (zoals inrichting van de weg en markering) niet voldoende verkeersveiligheid bieden. Deze verlichting verlicht dan een discontinuïteit, zoals bij kruisingen, zijwegen, inritten en onoverzichtelijke bochten en kan een oriënterend karakter hebben. Bij de vervanging van de bestaande verlichting maakt de gemeente een afweging tussen hergebruik van de bestaande locatie (minder netwerkkosten, meer materiaalkosten) en herverdeling van masten om het aantal objecten te beperken (minder materiaalkosten, meer netwerkkosten). Indien sprake is van lichthinder in woningen, worden passende maatregelen getroffen.
De gemeente maakt gebruik van armaturen waarbij er een mogelijkheid is na plaatsing van het armatuur een extra afscherming te kunnen plaatsen. Bij het ontwerp en het plaatsen van lichtmasten wordt rekening gehouden met perceelgrenzen en gevels. Indien sprake is van lichthinder in woningen, dan worden maatregelen getroffen in het afschermen van de lichtbundel. Bij het ontwerp en het plaatsen van lichtmasten wordt rekening gehouden met vrije doorgang voor gebruikers van de openbare ruimte die extra ruimte nodig hebben. Bijvoorbeeld gebruikers die gebruik maken van een rolstoel, scootmobiel of kinderwagen. Materialen De gemeente maakt overwegend gebruik van stalen masten die financieel in 40 jaar worden afgeschreven en hanteert een technische levensduur van 40 jaar. Nostalgische masten van gietijzer worden na 40 jaar iedere vijf jaar visueel gecontroleerd en op stabiliteit beproefd. De financiële afschrijvingstermijn en technische levensduur van armaturen is 25 jaar. Nieuw toe te passen producten (lichtmasten en armaturen) voldoen aan het landelijk criterium voor duurzaam inkopen en zijn voorzien van een CE-keurmerk.
De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten voor armaturen: • Kleurtemperatuur: - Centrumgebied en ontsluitingswegen : kleurtemperatuur 3000K - Gebiedsontsluitingsweg categorie I : kleurtemperatuur 4000K - Verkeerswegen : kleurtemperatuur 4000K - Wijken en Erftoegangsweg I : kleurtemperatuur 3000K - Industrieterreinen : kleurtemperatuur 4000K - Buitengebied : amberkleurige verlichting • Bij vervanging naar led armaturen past de gemeente statisch dimmen met dimregime 4A toe om het energieverbruik verder terug te dringen. Bij dit dimregime wordt de verlichting in de nachtelijke uren naar 50% gedimd en in de late avond en vroege ochtend naar 70%. Hiermee wordt ongeveer 27% op energieverbruik bespaard.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
17
Onderhoud Correctief onderhoud wordt middels een aanbesteding in de markt gezet. In het onderhoudscontract zijn verplichtingen opgenomen ten aanzien van prioriteiten en hersteltijden. Bij het onderhouden van een installatie wordt rekening gehouden met de duurzaamheidscriteria ten aanzien van energieverbruik en belasting van het milieu. De installatiekwaliteit wordt gecontroleerd tijdens incidentele storingen en bij specifieke meldingen. Het schadeverhaal is extern belegd. Aanrijdschades worden - zoveel mogelijk - verhaald op de veroorzaker of, indien onbekend, bij het Waarborgfonds Motorverkeer. Stabiliteitsmetingen De gemeente voert incidenteel stabiliteitsmetingen uit, wanneer er twijfel is over de kwaliteit van een oudere lichtmast. Wanneer een oudere mast moet worden verplaatst of van een nieuw armatuur moet worden voorzien, kan de gemeente er voor kiezen om een stabiliteitsmeting uit te laten voeren. Wanneer een vervangingsmoment moet worden uitgesteld, bijvoorbeeld vanwege het combineren met civiele werkzaamheden of een herinrichting, kan stabiliteitsmeting door een gespecialiseerd bedrijf uitsluitsel geven over de risico’s. Lichtmastreclame en “vreemde gebruikers” De gemeente heeft een aantal lichtmasten die zijn voorzien van reclamebakken, banieren, bloembakken of (aansluitingen voor) feestverlichting.
De gemeente is terughoudend met het voeren van reclames, zo ook met het aanbrengen van reclame aan lichtmasten. Voor het aanbrengen van “vreemde gebruikers” aan lichtmasten dient een aanvraag ter goedkeuring te worden voorgelegd bij de beheerder OVL. Deze aanvragen worden door de beheerder OVL beoordeeld op constructie en geschiktheid van de lichtmast. Een uitzondering wordt gemaakt voor de objecten waar in het verleden specifieke afspraken voor zijn gemaakt met derden en ondernemingsverenigingen, en waar de lichtmast in het verleden al is voorzien van een aansluiting of montagevoorziening. De installatieverantwoordelijke van de gemeente stelt voorwaarden aan de mechanische belasting voor de mast, de elektrische eigenschappen van de aansluiting en het aan te sluiten object. Deze voorwaarden richten zich er met name op dat: • De objecten apart moeten worden gezekerd boven het aansluitblok van de openbare verlichting. Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
18
• • •
De objecten uitsluitend geplaatst mogen worden op daarvoor constructie technisch berekende masten. De verlichte objecten dienen van LED-verlichting te zijn voorzien. Toepassen beschermrubbers onder de bevestigingsklemmen om beschadiging van de mast te voorkomen.
De installatieverantwoordelijke is te allen tijde bevoegd de randvoorwaarden aan te passen op basis van nieuw/gewijzigde inzichten of regelgeving. Buitengebied In het buitengebied wordt, waar nodig, vleermuisvriendelijke verlichting toegepast ter voorkoming van hinder voor flora en fauna. Dit type verlichting is amberkleuring in tegenstelling tot de standaard witte verlichting, het kleurenspectrum bevat nauwelijks blauw licht. Het toepassen van deze verlichting vormt minder verstoring voor de aanwezige fauna zoals vleermuizen, insecten, kleine zoogdieren en nacht-actieve vogels. Dit bevordert de biodiversiteit in het buitengebied en het ecosysteem als geheel. Amberkleurige verlichting heeft geen nadelige effecten op mensen. Slimme verlichting De mogelijkheden, voordelen en nadelen van slimme verlichting en SmartCity oplossingen worden omschreven in bijlage C. De gemeente houdt ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend in de gaten. Wanneer de voordelen van toepassing van slimme verlichting wordt ingezien kan dit worden toegepast. Bij de aan te leggen snelfietsroute langs het kanaal richting Tilburg zal, in samenwerking met de provincie, hoogstwaarschijnlijk gekozen worden voor dynamische verlichting. Deze verlichting dimt automatisch terug naar een laag lichtniveau als er geen fietsers of voetgangers van het pad gebruik maken.
Zodra een fietser of voetganger wordt gedetecteerd zal de verlichting naar een hoger lichtniveau geschakeld worden. De ingeschakelde verlichting ‘volgt’ de gebruiker, zodat deze goed zicht op het pad vóór en achter zich behoudt.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
19
5 5.1
Planning en financiën Meerjarenplanning In deze paragraaf wordt omschreven hoe de gemeente de openbare verlichting in deze beleidsperiode gaat verbeteren en geeft inzicht in de financiële gevolgen. Op basis van de levensduur van materialen en een gemiddeld tarief per lichtobject (inclusief arbeid) kan de jaarlijkse noodzakelijke vervanging worden bepaald. Er is voor vervangingen met de volgende uitgangspunten rekening gehouden: Op het moment dat een armatuur technisch is afgeschreven wordt deze vervangen voor een energiezuinig led-armatuur met statische dimfunctionaliteit (regime 4A). De technische levensduur voor masten is gesteld op 40 jaar, voor armaturen is dit 25 jaar. In de kosten zijn leveringen en handelingen inbegrepen: afgerond gemiddeld €615 per mast en € 610 per armatuur. De netwerkkosten (Enexis) voor het losnemen en heraansluiten van een lichtmast zijn inbegrepen: € 77,42 bij projectmatige werkzaamheden. In de kosten zijn 8% kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (V.A.T.) inbegrepen. Voor de energie- en netwerkkosten zijn de uitgangspunten: Voor de leveringskosten is gerekend met de huidige tarieven (2025): €0,16 (piek) en €0,13 (dal) per kWh, exclusief belastingen. De tarieven voor energiebelasting zijn als volgt (tarieven 2025) - 0 t/m 10.000 kWh: € 0,10154 - 10.001 t/m 50.000 kWh: € 0,06937 - 50.001 t/m 10 mln. kWh: € 0,03868 - >10 mln.
kWh € 0,00321 Het netwerk is eigendom van het netwerkbedrijf Enexis. Per OVL-aansluiting betaalt de gemeente in 2025 een vaste vergoeding van € 14,03 per jaar voor instandhouding van het netwerk (netbeheerkosten). Lichtmasten In het opgestelde scenario wordt rekening gehouden met het vervangen van lichtmasten bij het bereiken van de afschrijvingstermijn van 40 jaar. In de komende periode tot en met 2029 bereiken 367 lichtmasten deze leeftijd. Van 431 lichtmasten is de afschrijvingstermijn van 40 jaar reeds verstreken. Deze masten worden verspreid over vijf jaar vervangen. 2025 Aantal masten >40 jaar Aantal masten obv leeftijd Totaal aantal masten Investering masten
€
15 145 160 98.500
€
2030 Aantal masten >40 jaar Aantal masten obv leeftijd Totaal aantal masten Investering masten
2031 -
€
430 430 265.500
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
20
2026 146 14 160 98.500
€
41 41 25.500
beleidsperiode 2027 142 18 160 € 98.500 €
doorkijk 2032 25 25 € 15.500
2028
2029
98 62 160 98.500
€
2033
2034 -
€
30 128 158 97.500
33 33 20.500
€
120 120 74.000
Armaturen Armaturen worden vervangen bij het bereiken van de afschrijvingstermijn van 25 jaar. In de komende periode tot 2029 bereiken 148 armaturen deze leeftijd. Van 226 armaturen is de afschrijvingstermijn van 25 jaar reeds verstreken. Hiervan worden drie armaturen (met retrofit LED-lamp) in 2025 vervangen, de overige 223 worden verspreid over vijf jaar vervangen. beleidsperiode 2027 37 68 38 7 75 75 46.000 € 46.000 €
2025 Aantal armaturen achterstand Aantal conventionele armaturen Aantal retrofit LED armaturen Aantal LED armaturen Totaal aantal armaturen Investering armaturen
2026 44 28 3
€
75 46.000
€
2030 Aantal armaturen achterstand Aantal conventionele armaturen Aantal retrofit LED armaturen Aantal LED armaturen Totaal aantal armaturen Investering armaturen
5.2
2031 -
1
16
1 500
16 10.000
€
€
doorkijk 2032 23 23 € 14.000
2028
2029 17 58
57 17
75 46.000
74 45.000
€
2033
2034 -
10
10 6.000
€
15 15 9.000
€
Financiën Onderstaand zijn de kosten zoals gepresenteerd op de volgende pagina toegelicht: Beheerkosten zijn gebaseerd op basis van het aantal objecten in 2025, € 21.500 per jaar. Eventuele wijzigingen in de omvang van het areaal zijn niet meegenomen. Correctief onderhoud is gebaseerd op historische gegeven en marktconforme tarieven voor onderhoudscontracten. Voor het oplossen van storingen en niet verhaalbare schades: € 41.000 per jaar. Incidentele werkopdrachten en bewonersverzoeken wordt rekening gehouden met € 5.000 per jaar. Schilderwerk wordt rekening gehouden met gemiddeld 400 masten per jaar (€ 19.500). Armaturen met lichtpunthoogte groter dan 4 meter worden gedurende de levensduur vier keer gereinigd: gemiddeld 400 armaturen per jaar à €15 (€ 6.000). Incidentele kosten voor ondersteunende werkzaamheden In 2025 is € 15.000 opgenomen voor het organiseren van Installatieverantwoordelijkheid. Daarna jaarlijks € 5.000 voor het instandhouden hiervan (scholing, R.I.E.). Jaarlijks € 5.000 voor het (laten) uitvoeren van inspecties aan de elektrische installaties. Incidentele stabiliteitsmeting van lichtmasten wordt rekening gehouden met 65 masten per jaar à €75 (€ 5.000).
Totaal Investeringen Investering masten Investering armaturen
€ € €
2025 144.500 98.500 46.000
Exploitatiekosten Beheer- en Onderhoudskosten Beheerkosten Storingen en schade Incidentele werkopdrachten Periodiek schilderen Periodiek reinigen Overige kosten Instandhouding IV-schap Inspecties Incidentele stabiliteitsmetingen Energie- en netbeheerkosten Energiekosten Energiebelasting Netbeheerkosten Enexis
€ € € € € € € € € € € € € € €
255.500 92.000 20.500 41.000 5.000 19.500 6.000 25.000 15.000 5.000 5.000 138.500 56.500 16.500 65.500
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
21
€ € €
2026 144.500 98.500 46.000
€ € € € € € € € € € € € € € €
245.000 92.000 20.500 41.000 5.000 19.500 6.000 15.000 5.000 5.000 5.000 138.000 56.000 16.500 65.500
beleidsperiode 2027 € 144.500 € € 98.500 € € 46.000 € € € € € € € € € € € € € € € €
243.500 92.000 20.500 41.000 5.000 19.500 6.000 15.000 5.000 5.000 5.000 136.500 55.000 16.000 65.500
€ € € € € € € € € € € € € € €
2028 144.500 98.500 46.000
€ € €
2029 142.500 97.500 45.000
243.000 92.000 20.500 41.000 5.000 19.500 6.000 15.000 5.000 5.000 5.000 136.000 54.500 16.000 65.500
€ € € € € € € € € € € € € € €
241.500 92.000 20.500 41.000 5.000 19.500 6.000 15.000 5.000 5.000 5.000 134.500 53.500 15.500 65.500
Totaal Investeringen Investering masten Investering armaturen
€ € €
2030 266.000 265.500 500
Exploitatiekosten Beheer- en Onderhoudskosten Beheerkosten Storingen en schade Incidentele werkopdrachten Periodiek schilderen Periodiek reinigen Overige kosten Instandhouding IV-schap Inspecties Incidentele stabiliteitsmetingen Energie- en netbeheerkosten Energiekosten Energiebelasting Netbeheerkosten Enexis
€ € € € € € € € € € € € € € €
241.000 92.000 20.500 41.000 5.000 19.500 6.000 15.000 5.000 5.000 5.000 134.000 53.000 15.500 65.500
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
22
€ € €
2031 35.500 25.500 10.000
doorkijk 2032 € 29.500 € 15.500 € 14.000
€ € €
2033 26.500 20.500 6.000
€ € €
2034 83.000 74.000 9.000
€ € € € € € € € € € € € € € €
241.000 92.000 20.500 41.000 5.000 19.500 6.000 15.000 5.000 5.000 5.000 134.000 53.000 15.500 65.500
€ € € € € € € € € € € € € € €
€ € € € € € € € € € € € € € €
240.500 92.000 20.500 41.000 5.000 19.500 6.000 15.000 5.000 5.000 5.000 133.500 52.500 15.500 65.500
€ € € € € € € € € € € € € € €
240.500 92.000 20.500 41.000 5.000 19.500 6.000 15.000 5.000 5.000 5.000 133.500 52.500 15.500 65.500
240.500 92.000 20.500 41.000 5.000 19.500 6.000 15.000 5.000 5.000 5.000 133.500 52.500 15.500 65.500
Bijlagen
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
23
A A.1
Wet- en regelgeving De openbare verlichting moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Relevant zijn de Elektriciteitswet, de Omgevingswet, de Arbeidsomstandighedenwet (installatieverantwoordelijkheid), Wet Informatie-uitwisseling Boven en Ondergrondse netten + Netwerken (WIBON), regelgeving met betrekking tot werken in vervuilde grond (CROW 400) en Europese regelgeving over te gebruiken producten.
Elektriciteitswet De Elektriciteitswet is een Nederlandse wet die het kader biedt voor de productie, transport, distributie en levering van elektriciteit. De wet is oorspronkelijk in 1998 ingevoerd (Elektriciteitswet 1998) en sindsdien regelmatig aangepast om in te spelen op ontwikkelingen in de energiemarkt, zoals de liberalisering van de markt en de energietransitie. De wet waarborgt een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam elektriciteitssysteem en legt verantwoordelijkheden vast voor de verschillende partijen in de elektriciteitssector, zoals netbeheerders, producenten, leveranciers en afnemers. De wet regelt de taken en verantwoordelijkheden van netbeheerders, zoals het waarborgen van een betrouwbare infrastructuur, het transporteren van elektriciteit en het faciliteren van toegang tot het netwerk voor alle partijen. Binnen de Elektriciteitswet zijn verschillende codes opgenomen. Deze codes vormen een gedetailleerde uitwerking van de wet en bevatten technische en organisatorische regels die van toepassing zijn op de elektriciteitsmarkt. Voorbeelden van deze codes: De netcode bevat eisen voor ontwerp, aanleg en beheer van elektriciteitsnetten en aansluitingseisen voor afnemers zoals (gemeentelijke) openbare verlichting. De meetcode beschrijft onder andere hoe elektriciteitsverbruik wordt gemeten en hoe die meetgegevens worden gedeeld met leveranciers en afnemers.
De allocatie- en reconciliatiecode regelt onder andere hoe energie wordt verrekend in onbemeten OVL-netten.
A.2
Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, waarmee onder andere de Wet natuurbescherming is opgenomen in één geïntegreerde wet voor ruimtelijke ordening en milieu. De Omgevingswet heeft als doel een balans te vinden tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, waaronder het behoud van leefgebieden voor diverse dieren- en plantensoorten. In relatie tot openbare verlichting legt de Omgevingswet extra nadruk op het voorkomen van negatieve effecten van verlichting op natuur en milieu. Dit is met name van belang in gebieden met kwetsbare flora en fauna, zoals Natura 2000-gebieden en andere ecologisch waardevolle zones. Hier moet bij het ontwerp, de plaatsing en het beheer van verlichting zorgvuldig worden afgewogen welke impact het licht kan hebben op de natuur.
A.3
Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van haar burgers en ambtenaren. Voor wat betreft het veilig werken met elektrische installaties is in de Arbowet vastgelegd hoe de veiligheid gewaarborgd moet worden. Onder deze installaties vallen onder meer de openbare verlichting, verkeerregelinstallaties maar ook bijvoorbeeld installaties in tunnels, sluizen, gemalen en rioleringsinstallaties. Op vrijwel alle installaties in de openbare ruimte zijn de laagspanningsnormen NEN1010 en NEN3140 van kracht, en op sommige installaties de Bedrijfsvoering van elektrische installaties Hoogspanning NEN 3840 nl, NEN-EN-IEC 61936 en NEN-EN 50522. Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
24
In de Arbowetgeving is voor elektrotechnische installaties voorgeschreven dat de eigenaar van deze installaties de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit aanleg, beheer en onderhoud van deze installaties, moet vastleggen in schriftelijke procedures. Het is belangrijk om een zogenaamde installatieverantwoordelijke aan te wijzen. Hiermee wordt de verantwoording voor een veilige elektronische bedrijfsvoering bij een (rechts)persoon neergelegd. De aanwijzing dient door de bestuurder te worden gedaan en dient ook te worden geaccepteerd door de installatieverantwoordelijke. De installatieverantwoordelijke kan een persoon zijn uit de eigen organisatie of worden ingeleend. Ook een rechtspersoon kan worden aangewezen als installatieverantwoordelijke
A.4
WIBON / CROW-500 De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION), ook wel grondroerdersregeling genoemd, is een Nederlandse wet die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Sinds 1 oktober 2008 is het verplicht om bij elke ‘mechanische grondroering’ een graafmelding bij het Kadaster te doen. Vanaf 31-03-2018 de WIBON: Wet Informatie-uitwisseling Boven en Ondergrondse netten + Netwerken. De wet beoogt gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen. Jaarlijks vinden in Nederland ongeveer 34.000 incidenten plaats waarbij kabels of leidingen beschadigd raken bij mechanische graafwerkzaamheden. De wet vervangt ook de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC). Dit is in 2008 opgegaan in het Kadaster. De wet voorziet niet in een verdere inhoudelijke uitwerking van het proces en kennis. Deze is verder uitgewerkt in de CROW 500-richtlijn. De CROW-500 verplicht gravers tot het melden van elke ‘mechanische grondroering’, zoals graven, heien, intrillen, baggeren en het leggen van leidingen. Kabel- en leidingbeheerders moeten al hun (ondergrondse) kabels en leidingen binnen vastgestelde nauwkeurigheid digitaal beschikbaar hebben en melden bij het kadaster.
De uitwisseling van die digitale informatie verloopt volgens het verplichte Informatiemodel Kabels en Leidingen (IMKL). De Check & Go kaart, beschikbaar gesteld door het Kabel en Leiding Overleg (KLO), laat zien welke stappen van initiatief- tot en met uitvoeringsfase genomen moet worden om graafschade te voorkomen. Belangrijk hierin voor de gemeente is haar verantwoordelijkheid als initiatiefnemer/ontwerper.
A.5
CROW 400 Vanaf 1 januari 2018 heeft er een overgang plaatsgevonden van de CROW132 naar de CROW400, dit betreft een aanpassing in de regelgeving met betrekking tot werken in vervuilde grond. De opdrachtgever heeft een ongewijzigde verplichting om bij opdrachtverstrekking te kunnen verklaren dat de grond waarin gewerkt wordt “schoon” is of anderzijds aan te leveren wat de vervuilingsklasse is en dit te onderbouwen in een actueel rapport. Alle informatie met betrekking tot de overgang naar de CROW400 is terug te vinden op de website van de CROW: www.crow.nl.
A.6
Europese regelgeving Waar materialen aan moeten voldoen is beschreven in de Europese Regelgeving. Bepaalde producten mogen in Europa alleen op de markt worden gebracht als zij voorzien zijn van een CEmarkering. Op het gebied van OVL dienen alle materialen te zijn voorzien van het CE-merkteken. De gemeente schaft alleen producten aan die voorzien zijn van het CE-keurmerk.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
25
Vanuit Europese regelgeving is een afvalstoffenlijst opgesteld. Gasontladingslampen staan op deze lijst en behoren tot chemisch afval, dat via erkende verwerkingsbedrijven verwerkt moet worden. Het verantwoord verwerken van vrijgekomen gasontladingslampen, door de onderhoudsaannemer, is geregeld in het onderhoudsbestek.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
26
B B.1
Normen en richtlijnen Richtlijn openbare verlichting Naast de wettelijke kaders zijn er ook richtlijnen en aanbevelingen die als uitgangspunten voor het OVL-beleid dienen. In het bijzonder de richtlijnen die de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) uitvaardigt. De NSVV heeft in samenwerking met NEN de praktijkrichtlijn ‘Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting’, NPR 13201:2017 opgesteld (hierna te noemen NPR). Deze NPR vervangt de Richtlijn Openbare Verlichting (ROVL) uit 2011. De richtlijn is gebaseerd op Europese normen (2015) en aangevuld met ervaringen uit de ROVL-2011. In de NPR is het standaard verlichten van een situatie als uitgangspunt verlaten. Er is ook aandacht voor donkergebieden. Ook de huidige techniek stelt ons in staat om meer maatwerk te leveren. Er is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van (oriëntatie)verlichting ook worden gekozen voor actieve markering, zoals de led-lampjes in een fietspad. Met de nieuwe NPR zijn er voor beheerders praktische handvatten beschikbaar om beleidskeuzes in relatie tot diverse kwaliteitsaspecten en energiebesparing te kunnen maken voor verlichting in de openbare ruimte. De richtlijn wordt in veel gemeenten als leidraad voor de OVL gehanteerd.
Het soort openbare verlichting wordt bepaald door het Gemeentelijk Mobiliteitsplan en de functie van de weg (verkeer of verblijf). Om de kwaliteit van de verlichting te bepalen bevat de NPR determineertabellen. Op basis van de inrichting, het doel en het gebruik van de openbare ruimte wordt een indicatie gegeven voor de te hanteren verlichtingsklasse.
B.2
Lichthinder Lichthinder is de overlast die mensen en dieren hiervan ondervinden. De richtlijn NPR 13201 en de Richtlijn Lichthinder van de NSvV geven een gemeente houvast om naar een standaard te werken. Lichthinder kan vaak worden voorkomen door in het ontwerp deze zaken goed te betrekken. De gemeente wil lichthinder voorkomen bij het ontwerp. Hierbij wordt instralen in woningen en verblinding van weggebruikers zo veel mogelijk te voorkomen. De gemeente weegt de Richtlijnen mee in het ontwerp. Lichtvervuiling wordt tegen gegaan door materialen te gebruiken die straling van licht naar boven voorkomen. Ook wordt lichtvervuiling tegengegaan door, waar mogelijk in het buitengebied verlichting niet toe te passen. Over verlichting in het buitengebied wordt in de volgende paragraaf meer uitleg gegeven.
B.3
Klimaatakkoord In 2019 is het Klimaatakkoord tot stand gekomen. Hierin ligt de nadruk op CO2-reductie. Deze afspraken zijn met meer dan honderd partijen gemaakt, waaronder veel partijen uit het Energieakkoord. De nog lopende afspraken voor openbare verlichting uit het Energieakkoord zijn integraal opgenomen in het Klimaatakkoord: 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013; 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement in 2020 (dimmen en andere schakeltijden dan het standaard nachtrooster); 40% van de OVL is energiezuinig in 2020. Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
27
De landelijke ambitie is om in het jaar 2030, minimaal 50% energiebesparing te hebben bereikt ten opzichte van het verbruik in 2013. In 2014 heeft de gemeente Hilvarenbeek de volgende gegevens aangeleverd voor de Energiemonitor: Aantal lichtbronnen in 2013: 4.118 stuks. Energieverbruik in 2013: 713.500 kWh. De huidige omvang van het areaal (zie paragraaf 2.2) is 4.568 stuks lichtbronnen. Dit is een toename van 450 stuks (+11%) ten opzichte van de areaalomvang in 2013. Het huidige energieverbruik is 375.000 kWh. Ondanks de toename van de areaalomvang is het verbruik afgenomen met 338.000 kWh (-47%) ten opzichte van het verbruik in 2013. Op basis van het meerjarenplan zal in 2030 het energieverbruik ongeveer 350.000 kWh zijn. Dat is een besparing van 51% ten opzichte van het verbruik in 2013. De doelstelling in het kader van het Klimaatakkoord om minimaal 50% op energieverbruik te besparen wordt behaald. Het energieverbruik, op het moment dat alle verlichting is vervangen door LED-verlichting, zal naar verwachting ongeveer 288.000 kWh zijn. Dit een afname van 425.500 kWh (-59%) ten opzichte van het verbruik in 2013.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2025 - 2029
28
C C.1
Innovaties De mast staat er toch, wat kan er nog meer aan? Slimme verlichting (smart lighting) Vanaf de introductie van led armaturen in 2008 heeft het gebruik van led een vlucht genomen. In minder dan 10 jaar tijd is de gehele OVL-vervangingsmarkt overgegaan van conventionele verlichting naar led verlichting. Achtergrond hiervan zijn de duidelijke voordelen van ledverlichting. Deze voordelen zijn met name de lagere exploitatiekosten. Het op afstand aansturen van verlichting via het internet kent ongeveer eenzelfde ontstaansmoment. De overgang naar deze slimme verlichting heeft een veel minder snelle ontwikkeling doorgemaakt. Voordelen slimme verlichting Nieuwe technologie verandert het beheer van de openbare verlichtingsinstallatie. Door connectiviteit via het internet is het mogelijk op afstand openbare verlichting te besturen. Dit maakt het mogelijk om vanachter een computer te communiceren met het lichtpunt. Met behulp van deze technologie kan: • Online het verlichtingsniveau worden gedimd, eventueel dynamisch via sensoren. • Het energieverbruik per lichtmast exact worden vastgesteld. • Storingen automatisch worden gesignaleerd. Met behulp van dergelijke systemen kan het energieverbruik verder naar beneden worden gebracht. Doordat storingen online kunnen worden waargenomen, zijn aan/uit controles (schouw) niet meer nodig en kunnen storingen snel worden verholpen.
Gevolg is dat een groter deel van de installatie dan nu het geval is - ook daadwerkelijk doet waarvoor zij is neergezet. In onderstaande tabel zijn de voordelen uitgewerkt. Deze voordelen zijn geclusterd in vijf categorieën, omdat sommige voordelen in elkaars verlengde liggen. Tevens is per voordeel aangegeven of het voordeel een kostenbesparing oplevert (Euro), of dat de toepassing leidt tot meer duurzaamheid, veiligheid of comfort. Waarbij comfort betrekking heeft op de eindgebruiker, maar ook op comfort of gemak van de gemeente of de beheerder zelf. €uro Storingen real time zichtbaar / bekend Alle kapotte verlichting sneller bekend (én opgelost) Minder meldingen bij het KCC van de gemeente Schouwrondes niet meer nodig Gericht oorzaak van de storing bekend Dim mogelijkheden / Real time verlichten Makkelijker om meer te gaan dimmen Verlichten op basis van bijv. verkeersintensiteit Evenementen verlichten Incidenten verlichten Kleuren verlichting Areaalgegevens automatisch beschikbaar / bijgewerkt Handmatig inventariseren niet meer nodig Handmatig muteren niet meer nodig Voorspelbaar onderhoud Mogelijkheid om storingen te gaan voorspellen Investeren in oplossingen voor de toekomst Ervaringen opdoen Imago Infrastructuur voor smart city