11 2021-16 informatiebrief Reactie college op advies Participatieraad over uitgangspunten inkoop Sociaal Domein Hart van Brabant (+)
Tekst van het document
Zaaknummer: 58841
gemeente Hilvarenbeek
Raadsinformatiebrief
Nr. 2021-16
Aan Van Behandeld in collegevergadering van Datum Portefeuillehouder Contactpersoon
: Raad : College van B&W : 9 februari 2021 : 9 februari 2021 : Wethouder Overmans : Noortje Smulders
Onderwerp: Formele reactie brief Participatieraad over uitgangspunten inkoop Sociaal Domein Hart van Brabant 2022. Inleiding Op 4 februari 2021 is het advies van de Participatieraad over de uitgangspunten inkoop Sociaal Domein Hart van Brabant 2022, ter kennisname, met u gedeeld. Tijdens de commissievergadering van 4 februari 2021 is door Wethouder Overmans toegezegd, ter voorbereiding op de commissievergadering van 11 februari 2021, te komen met een formele reactie op de brief van de Participatieraad. Op 9 februari hebben wij ingestemd met deze reactie en besloten deze, ter kennisname, met u te delen. Kennisnemen van De formele reactie op de brief van de Participatieraad over de uitgangspunten Sociaal Dome in Hart van Brabant 2022. Informatie Voor de inhoud van de reactie verwijzen wij naar de brief aan de Participatieraad. Vervolg N.v.t. Communicatie De brief is op 9 februari 2021 gedeeld met de Participatieraad. Bijlagen 1. Brief aan Participatieraad over de uitgangspunten inkoop Sociaal Domein Hart van Brabant 2022
Vrijthof 10 5081 CA Hilvarenbeek Postbus 3 5080 AA Hilvarenbeek T: (013) 505 83 00 F: (013) 505 43 80 E: gemeente@hilvarenbeek.nl IBAN NL85BNGH0285003933
Stichting Participatieraad Wmo Hilvarenbeek De Klapstaarten 5 5085 GA Esbeek
datum
: 8 februari 2021
uw brief van
: 28 januari 2021
ons kenmerk
: 58841
behandeld
: Noortje Smulders
uw kenmerk
:
betreft
: Brief over uitgangspunten inkoop Sociaal Domein Hart van Brabant 2022
telefoonnr.
: (013) 505 83 00
Geachte heer Bertens, Op 28 januari 2021 ontvingen wij uw brief over de uitgangspunten inkoop Sociaal Domein Hart van Brabant 2022. Uw brief is 4 februari 2021 aan de orde gekomen tijdens de commissievergadering, tijdens deze vergadering is toegezegd om op korte termijn met een reactie te komen. Met deze brief informeren wij u over onze reactie. Wij stellen het zeer op prijs dat u meedenkt over deze uitgangspunten. Wij danken u voor uw betrokkenheid. Hieronder gaan wij in op de door u gestelde vragen en gemaakte opmerkingen. 1. De voorgestelde uitgangspunten betekenen een koerswijziging ten opzichte van de vorige uitgangspunten en met name van het resultaatgericht inkopen. Er blijkt weinig zicht te zijn op de behaalde resultaten. En de open einde financiering van Wmo en Jeugd leidt gemakkelijk tot overschrijding van budgetten. We kunnen ons voorstellen dat herbezinning daarom nodig is. Wat naar ons idee ontbreekt in de nota die als bijlage bij het raadsvoorstel zit, is een kritische blik op het niet goed werken van de in het verleden voorgestelde werkwijze.
Is er geen zicht op de resultaten, alleen omdat er heel veel aanbieders waren? Of is er ook te weinig ingezet op het benoemen en vastleggen van resultaten? Moeten bij de aanbesteding criteria opgenomen worden die vereisen dat aanbieders hier aan mee werken? En moet de eigen inkooporganisatie meer tijd en energie hierin steken? De participatieraad adviseert om nu vast te leggen dat bij de uitwerking aan deze kwesties de nodige aandacht wordt geschonken. Vanuit verschillende ontwikkelingen (o.a. onderzoek van Follow the Money) en onze eigen ervaringen, is het beeld ontstaan dat we de inkoop anders moeten organiseren. We willen met name meer grip krijgen op de kosten, maar ook streven naar meer samenhang en innovatie. Het grote aantal aanbieders maakt het inderdaad moeilijk om intensief contractmanagement en controle uit te voeren. Daarnaast bevordert het ook de samenwerking tussen aanbieders niet omdat ze elkaar vaak niet goed kennen. Medio 2020 heeft een evaluatie plaatsgevonden van het resultaatgericht inkopen van de jeugdhulp. De uitgangspunten die nu voorliggen zijn kaders op hoofdlijnen. Deze kaders
Ons kenmerk:
worden verder uitgewerkt in verschillende documenten (o.a. houtskoolschetsen). De uitgewerkte documenten zullen dienen als de basis voor de nieuwe aanbestedingen van zowel Wmo als Jeugdhulp. Wij zullen, aan de door u aangegeven kwesties, aandacht geven bij de verder uitwerking van de uitgangspunten. 2. In de discussies die we in het verleden gevoerd hebben, was samenwerking van verschillende hulpverleners belangrijk om te bewerkstelligen dat er meer samenhang tussen en zo nodig overdracht aan andere hulpverleners tot stand kwam. Een sterke en langdurige gerichtheid op deze cultuuromslag was nodig. In de huidige voorstellen komen we daar niets over tegen. Zijn deze vroegere uitgangspunten niet meer belangrijk? De participatieraad adviseert om nu vast te leggen dat hieraan bij de uitwerking de nodige aandacht wordt besteed zodat aanbieders moeten openstaan voor en bijdragen aan deze cultuuromslag. Wij zijn het met u eens dat de aanbieders essentieel zijn om een cultuuromslag te kunnen maken. Dit geldt eveneens voor de huisartsen, maar ook voor de toegang in het algemeen. Deze aspecten worden daarom expliciet en in samenhang opgenomen in de verdere uitwerking van de uitgangspunten (o.a. in het toegangsmanagement, leveranciersmanagement, contractmanagement en de bekostiging). 3. In de notitie “Uitgangspunten… “ wordt de term normaliseren ingevoerd.
Wanneer hiermee bedoeld wordt dat hulp geboden wordt aan die mensen die het ook echt nodig hebben en niet aan mensen die dat goed zelf kunnen regelen en financieren, dan kunnen we ons daarin vinden. Wanneer het effect van normaliseren is dat er minder gewerkt wordt met indicaties en beschikkingen, met als gevolg dat mensen geen bezwaar meer kunnen maken tegen besluiten van de Toegang, dan hebben we daar meer problemen mee. Wij adviseren om steeds de mogelijkheid open te houden voor mensen om wel bezwaar te maken. Met de term ‘normaliseren’ bedoelen wij dat bepaalde ‘problemen’ tot het gewone leven behoren en niet altijd meer door de overheid opgelost (moeten) worden. Wanneer mensen bezwaar willen maken, omdat ze geen of niet de gewenste indicatie krijgen, is daarvoor de mogelijkheid. Iedereen is vrij om een aanvraag te doen, ook al stelt de toegang iets anders voor. Wanneer er sprake is van een aanvraag is er altijd de mogelijkheid tot het ontvangen van een (afwijzende) beschikking. 4. Een ander aspect van normaliseren is dat er een groter beroep gedaan moet worden op versterking van de sociale basis in onze gemeente. Al eerder hebben we als participatieraad gewezen op de mogelijk afnemende bereidheid, beschikbaarheid en inzetbaarheid van vrijwilligers. Wij adviseren u niet de fout te maken die het SCP benoemde bij de evaluatie van de drie decentralisaties.
De zelfredzaamheid van mensen is overschat en die fout moet niet ook gemaakt worden bij de inzet van vrijwilligers. Wij zijn het met u eens dat de zelfredzaamheid van mensen niet overschat moet worden en dat we niet voor alles kunnen terugvallen op vrijwilligers. De samenleving is niet zo maakbaar als soms wordt verondersteld. We willen het begrip ‘normaliseren’ uitwerken in de zin zoals hierboven omschreven. Wanneer is een probleem een uitdaging, die onderdeel uit maakt van het gewone leven? En wanneer is echt professionele hulpverlening nodig? Er zijn o.a. voorbeelden van jongeren die meer baat hadden bij sporten dan bij therapie. Ook in het kader van de Wmo is er sprake van een breed scala aan voorliggende voorzieningen. De benadering van normaliseren vraagt om een
Ons kenmerk:
cultuurverandering, ook in de samenleving. Hier leggen wij nadrukkelijk de verbinding met bijvoorbeeld het positief jeugdbeleid, waar we de komende jaren flink in investeren. 5. De participatieraad beoordeelt de voorstellen vanuit het gezichtspunt van burgers en vindt de betrokkenheid van burgers bij de verdere uitwerking belangrijk. De beperking van het (te) grote aantal aanbieders is te verdedigen maar moet niet leiden tot een grote beperking in de keuzevrijheid van burgers bij de inzet van hulpverleners. De beperking van aanbieders moet ook niet leiden tot een beperking van innovatieve hulpverlening. Er bestaat inderdaad een spanningsveld tussen keuzevrijheid en beperking van het aantal aanbieders. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij de verdere uitwerking van de uitgangspunten. Inwoners uit de regio zullen zeker worden betrokken bij deze verdere uitwerking.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek
burgemeester Evert Weys
secretaris Frank Jansen