10 Wijziging omgevingsplan Biest-Houtakker (9 bijlage 3c RIB 2024-43 Werkwijze omgevingsplan)
Tekst van het document
Zaaknummer: 1018008
Raadsinformatiebrief
Nr.: 2024-43
Aan Van Behandeld in collegevergadering van Datum Portefeuillehouder Contactpersoon
: Raad : College van B&W : 7 mei 2024 : 29 april 2024 : Wethouder Machielsen : Karen Diederiks
Onderwerp: Werkwijze omgevingsplan
Inleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn er twee instrumenten beschikbaar om een initiatief mogelijk te maken dat niet binnen de regels van het omgevingsplan past: de procedure tot wijziging omgevingsplan, en de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa).
Kennisnemen van Het besluit van het college over de werkwijze Omgevingsplan en daarbij te besluiten geen gebruik te maken van het instrument TAM-IMRO en gezien de (tijdelijke) onmogelijkheid om meer dan één wijziging van het omgevingsplan gelijktijdig in procedure te hebben te werken met een planning. Elke gemeente in Nederland heeft (tijdelijk) te maken met deze onmogelijkheid. Uit overleg met de raadswerkgroep van 15 april is de wens naar voren gekomen graag in een raadinformatiebrief nog eens uitleg te krijgen over de instrumenten die Omgevingswet heeft . Op beide onderdelen wordt in deze raadsinformatiebrief ingegaan.
Informatie De procedure van het wijziging van een omgevingsplan is te vergelijken met een bestemmingsplanwijziging. Een buitenplanse afwijking (Bopa) kan door het college op worden besloten met een korte procedure met eventueel een bindend adviesrecht. De procedure tot wijziging van het omgevingsplan is te vergelijken met wat voorheen de procedure was om een (postzegel)bestemmingsplan te wijzigen of vast te stellen: het zijn dezelfde procesmatige stappen, met soms een andere naam, en met meer nadruk op participatie. Het omgevingsplan, inclusief wijzigingen van het omgevingsplan, wordt door de gemeenteraad vastgesteld. In tegenstelling tot de bestemmingsplannen is het omgevingsplan een digitaal document. Het wordt gemaakt in de plansoftware en integraal getoond via he t nieuwe Omgevingsloket (“Digitaal Stelsel Omgevingswet”, DSO). De buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een vergunning, waarop meestal de reguliere (8 weken) en soms de uitgebreide (26 weken) procedure van toepassing is. Besluitvorming voor een Bopa ligt daarom bij het college van Burgemeester & Wethouders. Als het gaat om een Bopa die is aangewezen voor bindend adviesrecht, vraagt het college de gemeenteraad om advies voorafgaand aan besluitvorming. Dit gebeurt ook wanneer de Bopa binnen vastgesteld beleid valt.
Zaaknummer:
Beide instrumenten worden navolgend in meer detail toegelicht. Komende jaren werken we volgens het transitieplan van een tijdelijk omgevingsplan, met daarbij een bruidsschat en andere fysieke regels naar één omgevingsplan. Met ingang van 1 januari 2024 beschikt elke gemeente over één omgevingsplan. Op dit moment hebben wij een zogenaamd “tijdelijke omgevingsplan”. Dat bestaat uit alle geldende bestemmingsplannen plus de bruidsschat 1 plus regels uit verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. Hoewel dit juridisch één omgevingsplan is, zijn dit technisch losse documenten.
De komende jaren richten we ons erop om de transitie te maken vanuit het tijdelijke omgevingsplan. Dat noemen we het “nieuwe omgevingsplan” of het “definitieve omgevingsplan”, met de opmerking dat deze transitie jaren zal duren en het omgevingsplan inherent een dynamisch document is. Tijdens deze transitiefase verwerken we stapsgewijs bestaande gemeentelijke regels (zoals die staan in het tijdelijke omgevingsplan) in het nieuwe omgevingsplan. Hierop is de procedure van toepassing voor het wijzigen van het omgevingsplan, wat betekent dat de gemeenteraad besluit om het gewijzigde omgevingsplan wel of niet vast te stellen. Het omgevingsplan wordt volledig gemaakt in de plansoftware, met de techniek STOP-TPOD. Dat staat voor Standaard Officiële Publicaties en ToepassingsProfielen voor OmgevingsDocumenten. Daarmee voldoet een omgevingsplan aan de technische eisen van het Omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en is het digitaal raadpleegbaar en doorzoekbaar. Er is één omgevingsplan. Dat betekent dat bij elke wijziging van het omgevingsplan het gehele omgevingsplan, inclusief ongewijzigde delen, opnieuw wordt vastgesteld en gepubliceerd. Een wijziging van het omgevingsplan zal daarmee in principe altijd bestaan uit delen waarover niet opnieuw besloten wordt (en die ook niet opnieuw appellabel zijn), en delen die wel ter
1
De bruidsschat is de term voor de set aan gedecentraliseerde Rijksregels die per 1 januari 2024 zijn overgedragen aan gemeenten. Dit zijn o.a. regels die voorheen in het Activiteitenbesluit stonden en regels over de ruimtelijke eisen aan bouwwerken. Deze regels maken van rechtswege onderdeel uit van het omgevingsplan. Zie voor meer toelichting: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/omgevingsplan-rechtswege/bruidsschatomgevingsplan/
2
Zaaknummer:
besluitvorming worden aangeboden en waar zienswijzen, bezwaar en beroep tegen mogelijk is. Het onderscheid tussen deze delen wordt overzichtelijk getoond. Voor het wijzigen van het omgevingsplan is een belangrijk aandachtspunt dat er een beperking is voor het doorvoeren van wijzigingen aan het omgevingsplan. Deze beperking betekent dat het vooralsnog pas mogelijk is om een volgend ontwerp-omgevingsplan te publiceren nadat de vorige wijziging van het omgevingsplan de status “definitief” heeft bereikt. In hoofdzaak komt deze beperking doordat het technisch en praktisch nog niet mogelijk is om een ontwerpomgevingsplan te consolideren (samen te voegen) met een ander ontwerp-omgevingsplan. Bij elke gemeente in Nederland speelt deze (tijdelijke) beperking. Vandaar dat er vooralsnog maar één ontwerp-omgevingsplan kan zijn. Een optimistische verwachting is dat dit vanaf begin 2025 wel kan. Tot die tijd werken we met een heldere, beheersbare planning (zie bijlage 1). Dit leidt tot houvast bij initiatiefnemers en de medewerkers die het omgevingsplan maken. Vasthouden aan de planning voorkomt tevens dat andere plannen vertraging oplopen. De transitiefase om te komen tot het definitieve omgevingsplan starten we met een eerste kleine wijziging van het omgevingsplan.
Voor het gebied Biest-Houtakker hebben we de bestaande regels uit het tijdelijk deel omgevingsplan vertaald naar regels die juridisch en technisch voldoen aan de eisen van een omgevingsplan. Hierbij is het uitgangspunt om deze omzetting waar mogelijk beleidsneutraal te doen. We volgen hiermee de eerder vastgestelde transitiestrategie. Navolgend is dit uitgebreider toegelicht. Als deze wijziging in procedure wordt gebracht, bevat deze ook delen die niet voor besluitvorming vatbaar zijn. Dat zijn met name de regels die ongewijzigd in de bruidsschat blijven staan. De voor Biest-Houtakker vertaalde regels maken wel onderdeel uit van de besluitvorming, ook wanneer deze zonder inhoudelijke wijziging zijn omgezet. Op de website van de VNG (link: https://vng.nl/artikelen/stappenplan-wijzigen-omgevingsplan-0) staat een uitgebreide omschrijving van de stappen die nodig zijn om het omgevingsplan te wijzigen. Dit zijn op hoofdlijnen dezelfde stappen die ook gevolgd werden bij de vaststelling van een nieuw of gewijzigd (postzegel)bestemmingsplan. Binnen de gemeente spreken we soms ook van een zogenaamd “hoofdstuk 99” plan. Dit is geen op zichzelf staand omgevingsplan, zoals toegelicht in de transitiestrategie.
Er kan sprake zijn van een “hoofdstuk 99” plan wanneer de gebiedsontwikkeling alleen mogelijk is met een wijziging omgevingsplan en de structuur van het omgevingsplan onvoldoende zekerheid biedt waar de planregels van deze ontwikkeling in onder te brengen. Er kan dan voor gekozen worden om deze planregels tijdelijk onder te brengen in een voor deze ontwikkeling bestemd hoofdstuk. Op een later moment, wanneer het omgevingsplan meer gevuld is, wordt de inhoud van een “hoofdstuk 99” plan via een technische wijziging verhuisd naar de juiste locatie. Van het omgevingsplan bestaat één variant: een zogenaamd TAM-IMRO omgevingsplan. Een TAM-IMRO omgevingsplan is juridisch onderdeel van het omgevingsplan, maar staat hier technisch los van. TAM staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel, wat aangeeft dat het om een maatregel gaat die is bedoeld voor wanneer het niet mogelijk is om met de nieuwe techniek het omgevingsplan te wijzigen. IMRO staat voor InformatieModel Ruimtelijke Ordening, dit is de techniek achter de bestemmingsplannen. In lijn met de reeds vastgestelde transitiestrategie kiezen we er als gemeente voor om het TAM IMRO omgevingsplan in principe niet toe te passen. Daar zijn meerdere redenen voor. Een
3
Zaaknummer:
daarvan is dat wij als gemeente technisch in staat zijn om het omgevingsplan te wijzigen met de nieuwe techniek (in de plansoftware). De juridische houdbaarheid van een TAM-IMRO omgevingsplan is beperkt. Het is momenteel wettelijk zo geregeld in het Besluit elektronische publicaties dat een TAM -IMRO omgevingsplan uiterlijk op 31 december 2024 de status “definitief” moet hebben. Dat houdt in dat het TAM-IMRO omgevingsplan als “definitief” is gepubliceerd én bekend is gemaakt. Het TAM-IMRO omgevingsplan als ontwerp te hebben gepubliceerd is niet voldoende. Een nog op te starten TAM-IMRO omgevingsplan procedure kan, gezien de benodigde voorbereidingstijd, deze status naar verwachting niet bereiken voor 31 december 2024. Het plan moet in dat geval handmatig worden omgebouwd in de plansoftware en opnieuw in procedure worden gebracht via publicatie van een ontwerp-omgevingsplan. Door de Rijksoverheid is in de Kamerbrief voortgang implementatie Omgevingswet 1e kwartaal 2024 aangegeven dat het Besluit elektronische publicaties zal worden aangepast. Per wanneer en op welke wijze is niet bekend. Ook is (nog) niet bekend of het gebruik van TAM-IMRO wordt verlengd, en als er wordt verlengd, met welke termijn. Bij gebruikmaking van een TAM-IMRO omgevingsplan wordt twee keer het besluitvormingsproces met dus ook twee keer rechtsbescherming doorlopen.
Een vastgesteld TAM-IMRO omgevingsplan moet uiterlijk in 2031 zijn opgenomen in het omgevingsplan. Het advies van onder andere de VNG is om een TAM-IMRO omgevingsplan zo snel mogelijk te verwerken. Bij het verwerken van het TAM-IMRO omgevingsplan is het mogelijk om opnieuw een zienswijze in te dienen, bezwaar te maken en beroep aan te tekenen voor delen die uit het TAM-IMRO omgevingsplan komen. Daarnaast mag ook de raad opnieuw besluiten om deze plandelen wel of niet opnieuw vast te stellen. Als een TAM-IMRO omgevingsplan in één keer wordt overgezet, is het TAM-IMRO omgevingsplan effectief twee keer appellabel. Gebeurt dit in twee fasen, is het TAM-IMRO omgevingsplan drie keer appellabel. Afhankelijk van de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt met een TAM-IMRO omgevingsplan is het opnieuw appellabel worden van planregels en andere bepalingen een klein tot een groot risico voor de initiatiefnemer of (project)ontwikkelaar. Dit is ook een risico voor de gemeente. Door de Rijksoverheid is aangegeven dat zij voornemens zijn om het opnieuw appellabel worden van een TAM-IMRO omgevingsplan bij opname in het omgevingsplan te adresseren. Per wanneer en op welke wijze is nog niet duidelijk.
Door toepassing van een TAM-IMRO omgevingsplan ontstaan juridische risico’s en onduidelijkheid Een TAM-IMRO omgevingsplan staat technisch los van het omgevingsplan dat met de nieuwe softwaretechniek is gemaakt. Dit introduceert per TAM-IMRO omgevingsplan een aparte laag. Dit is enigszins te vergelijken met de situatie dat op één locatie meerdere bestemmingsplannen gelden en door middel van voorrangsregels is aangegeven wat geldig is. Na definitieve vaststelling van een TAM-IMRO omgevingsplan geldt dat bij elke daaropvolgende afwijking of wijziging van het omgevingsplan (inclusief een eventueel ander TAM-IMRO omgevingsplan) getoetst dient te worden of er een raakvlak is met een eerder TAM-IMRO omgevingsplan. Als er sprake is van een raakvlak dient dit zo juridisch geregeld te worden dat er geen sprake is van strijdigheid. Dit betekent extra werk voor de gemeente en onduidelijkheid over wat van toepassing is voor wie regels uit het omgevingsplan raadpleegt via het Omgevingsloket. Dit is bevestigd door de VNG. Aan een TAM-IMRO omgevingsplan zitten praktische risico’s Het toepassing van een TAM-IMRO omgevingsplan betekent een capaciteitsvraag die niet kan worden ingezet op het ontwikkelen van het omgevingsplan. Waar het inzetten van een TAM IMRO omgevingsplan op korte termijn verlichting kan bieden om gebiedsontwikkeling mogelijk te
4
Zaaknummer:
maken heeft dit ook als consequentie dat het langer duurt voordat het omgevingsplan voldoende gereed. Dat heeft een vertragend effect op het mogelijk kunnen maken van zowel de grote opgaven als kleine(re) ontwikkelingen vanuit burgers en het MKB. Aan een TAM-IMRO omgevingsplan zitten ook voordelen Er zijn ook voordelen aan het TAM-IMRO omgevingsplan. Het belangrijkste voordeel is dat gebiedsontwikkeling door kan gaan wanneer wijziging van het omgevingsplan via de nieuwe softwaretechniek niet mogelijk is. Juist omdat een TAM-IMRO omgevingsplan technisch los staat van het omgevingsplan is er geen beperking op het aantal parallelle TAM-IMRO ontwerpomgevingsplannen. De voor- en nadelen van een TAM-IMRO zijn door het college afgewogen en besloten is daar geen gebruik van te gaan maken. De buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) is een nieuw instrument, een vergunning, die later in het omgevingsplan moet worden verwerkt. De buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) is een nieuw instrument en kent geen duidelijke voorganger onder het oude recht. De Bopa is het beste te vergelijken met de “buitenplanse afwijking bestemmingsplan” van de Wet ruimtelijke ordening en de nog oudere “artikel 19 vrijstellingsprocedure” die gold voordat de Wet ruimtelijke ordening in 2008 van kracht werd.
De Bopa is een vergunning, en heet officieel de “omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit”. Net als andere omgevingsvergunningen ligt besluitvorming bij het college. Voor een Bopa geldt dat deze binnen vijf jaar na verlening in het omgevingsplan moet worden verwerkt. Deze termijn gaat lopen vanaf 1 januari 2027, wat betekent dat Bopa’s die voor deze datum zijn verleend uiterlijk in december 2031 in het omgevingsplan moeten zijn verwerkt. Vanzelfsprekend wordt een Bopa bij een procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan niet opnieuw ter besluitvorming aangeboden (het is daarmee ook niet mogelijk om zienswijzen, beroep of bezwaar in te dienen) omdat besluitvorming reeds heeft plaatsgevonden door het college. Naast de Bopa bestaat ook de “Opa”: de omgevingsplanactiviteit. Een Opa is een activiteit waarvoor in het omgevingsplan staat dat een omgevingsvergunning nodig is om deze activiteit uit te voeren. Voorbeelden zijn een ruimtelijke bouwvergunning (bijvoorbeeld om af te wijken van de toegestane bouwhoogte) of een milieuvergunning voor bedrijfsmatige activiteiten. Voor een Opa staat in het omgevingsplan ook aan welke voorwaarden voldaan moet worden om deze vergunning te verlenen. Als hier niet aan voldaan kan worden, kan het college de Opa niet verlenen. In dat geval kan in plaats van een Opa een Bopa worden aangevraagd.
Het bijzondere aan de Opa is dat de bevoegdheden van de gemeenteraad en het college samenkomen. In het door de raad vastgestelde omgevingsplan staat wanneer een Opa nodig is en hoe getoetst wordt, het verlenen (of afwijzen) van de vergunning voor de Opa gebeurt door het college. Naar verwachting zal de meerderheid van de Bopa’s gaan om kleine afwijkingen. Deze zijn het best te vergelijken met de inmiddels vervallen “kruimellijst”. Voor deze “kleine Bopa’s” zijn we voornemens beleid op te stellen om deze afwijkingen consequent te beoordelen. Dit voorkomt ook rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid omdat vooraf duidelijk is onder welke voorwaarden medewerking kan worden verleend mits er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies
5
Zaaknummer:
aan locaties. Naar verwachting zal dit beleid op termijn worden vertaald naar het omgevingsplan, bijvoorbeeld in de vorm van een Opa. De basisvariant van de Bopa is een omgevingsvergunning die volgens de reguliere procedure wordt behandeld door het college. Tenzij anders bepaald valt elke Bopa in deze categorie. Er zijn drie andere typen Bopa’s die kunnen voorkomen. Een Bopa kan geen, één, twee of alle drie de onderstaande eigenschappen hebben. Er zijn drie redenen waarom bij een Bopa een langere, uitgebreidere procedure kan of moet worden toegepast. Er zijn drie redenen waarom de uitgebreide procedure van toepassing kan zijn: 1. De aanvrager verzoekt hier zelf om. 2. De uitgebreide procedure is verplicht op grond van de Omgevingswet 2. Dit gaat onder andere over een aantal activiteiten bij een Rijksmonument, als er sprake is van een zogenaamd complex bedrijf (bevoegd gezag: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant) of een zogenaamde Natura-2000 activiteit. 3. Het bevoegd gezag (college B&W) maakt gebruik van haar bevoegdheid 3 om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. Er moet sprake zijn van aanzienlijke gevolgen voor de omgeving én de verwachting dat verschillende belanghebbenden bedenkingen hebben. Dit vraagt om een onderbouwde motivering aangezien de aanvrager bezwaar kan maken tegen dit besluit.
Opgemerkt wordt dat het al dan niet van toepassing zijn van verplichte participatie en/of bindend adviesrecht niet op zichzelf een aanleiding kan zijn om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. Participatie bij een Bopa is altijd gewenst, maar in sommige gevallen verplicht De gemeenteraad heeft gevallen aangewezen waarvoor participatie verplicht is, dit kan alleen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het is niet mogelijk om de wijze waarop invulling aan participatie wordt gegeven verplicht te stellen. De beoordeling of er wel of niet voldoende aan participatie is gedaan ligt bij het college als onderdeel van de toetsing van de Bopa. Ook wanneer participatie verplicht is, is het niet of onvoldoende uitvoeren van participatie geen weigeringsgrond. Het college is bevoegd om te bepalen wanneer er sprake is van voldoende participatie. Als participatie verplicht is, kan het college enkel de aanvraag voor een Bopa buiten behandeling laten bij onvoldoende participatie, de aanvraag mag niet geweigerd worden. Voorwaarde is dat het college de aanvrager in de gelegenheid stelt om dit gebrek te herstellen en alsnog aan (verbeterde) participatie te doen. De raad wordt bij een Bopa met bindend adviesrecht altijd bevraagd over de wenselijkheid van een initiatief.
Een Bopa waarop bindend adviesrecht van toepassing is, is het enige type Bopa die tijdens de beoordelingsfase aan de gemeenteraad wordt voorgelegd voor advies. De gemeenteraad heeft zelf de categorieën vastgesteld waarop bindend adviesrecht van toepassing is. Het kan in zeldzame gevallen voorkomen dat een Bopa die binnen gemeentelijk beleid valt ook is aangewezen voor bindend adviesrecht. Ook dan wordt de gemeenteraad gevraagd om advies over de wenselijkheid van het initiatief.
2 3
De volledige lijst staat in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit. Deze bevoegdheid is op basis van artikel 16.52, lid 3, Omgevingswet.
6
Zaaknummer:
Als er bindend adviesrecht van toepassing is, vraagt het college de gemeenteraad of zij een bepaalde ontwikkeling op een bepaalde locatie wenselijk vinden. De toetsing op haalbaarheid ligt bij het college. De gemeenteraad neemt daarmee geen besluit over de Bopa en adviseert het college enkel over de wenselijkheid van de ontwikkeling. Het opnemen van kaders, voorwaarden en andere criteria is geen onderdeel van het adviesrecht, aangezien dit onderdeel uitmaakt van de bevoegdheid van het college om voorschriften op te stellen. Wel onderdeel van het advies is een korte toelichting op hoe tot de wenselijkheidsbeoordeling is gekomen. Het college moet het advies van de raad opvolgen. Bij een negatief advies zal het college de aanvraag moeten weigeren. Bij een positief advies zal het college in principe de vergunning verlenen voor zover er geen andere weigeringsgrond bestaat. Uit toetsing van de stukken die onderdeel uitmaken van de aanvraag kan bijvoorbeeld blijken dat het initiatief wel wenselijk maar niet haalbaar is, waarmee de Bopa alsnog wordt geweigerd. Aandachtspunt is dat een Bopa waarop bindend adviesrecht van toepassing is ook de reguliere procedure kan volgen. Daarmee geldt in principe een proceduretermijn van 8 weken waarin de gehele beoordeling, inclusief het bindend advies van de gemeenteraad, plaats moet vinden.
Overschrijding van de termijn betekent niet dat de vergunning automatisch wordt verleend. Wel kan de initiatiefnemer het college in gebreke stellen bij te late besluitvorming en een dwangsom opeisen. Gelet op de aard hoe het bindend adviesrecht is bedoeld door de wetgever, zal voor in ieder geval Bopa’s waarop de reguliere procedure van toepassing is het college vroeg in de proceduretermijn de raad om bindend advies vragen. In die fase heeft het college de volledige toetsing op de stukken en de haalbaarheidsbeoordeling nog niet afgerond. Hierop wachten behoort, gezien de van toepassing zijnde proceduretermijn, de vergaderfrequentie van de gemeenteraad en de tijd die de raad nodig heeft om tot een advies te komen, niet tot de mogelijkheden. Als in deze vroege fase de gemeenteraad in haar advies opneemt dat zij het nog niet rijp vinden voor besluitvorming, zal het college dit moeten interpreteren als een negatief advies en daarop moeten besluiten tot het niet verlenen van de Bopa. Omgekeerd: als de raad een positief advies afgeeft en later uit de haalbaarheidstoetsing een weigeringsgrond blijkt, mag het college de Bopa niet verlenen. Hiermee wordt geborgd dat alleen Bopa’s die zowel wenselijk als haalbaar zijn worden verleend. Bij de toepassing van de procedure wordt altijd gekozen voor de korte procedure van een Bopa, tenzij een wijziging van het omgevingsplan verplicht is.
Een initiatief dat niet past binnen de regels van het omgevingsplan kan mogelijk worden gemaakt via een wijziging van het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Als uitgangspunt hanteren we dat de Bopa wordt toegepast waar mogelijk, en een wijziging omgevingsplan wanneer dit moet. Die verplichting is gelegen in de noodzaak van het weg bestemmen van een functie. Bijvoorbeeld bij een sanering van bedrijfslocatie. Of wanneer provinciale of rijksregels ons daartoe verplichten. De eerste wijziging van het omgevingsplan gaat binnenkort in procedure In de vastgestelde transitiestrategie is aangegeven dat gestart wordt met een naar verhouding eenvoudig deelgebied binnen de gemeente. Er is gekozen voor het dorp Biest-Houtakker om diverse redenen. Het onderliggende bestemmingsplan wordt u ter vaststelling aangeboden in raadscyclus van 4 juli. Regels uit oudere bestemmingsplannen van de kommen zijn in dit komplan samengevoegd, geactualiseerd en gestandaardiseerd waar nodig. Hierdoor vormt dit komplan een mooie basis om
7
Zaaknummer:
als eerste om te zetten naar de juridische structuur van een omgevingsplan, omdat er geen inhoudelijke aanpassing van de regels nodig is. De eerste wijziging van het omgevingsplan voor een recent overzichtelijk plan geeft de mogelijkheid te focussen op de andere juridische opzet van de regels en het raadplegen en controleren van de regels. Deze eerste wijziging van het omgevingsplan biedt de gemeente een unieke mogelijkheid om ervaring op te doen met het ombouwen van regels omdat er gefocust kan worden op de juridische structuur van het omgevingsplan. Tevens kan deze wijziging van het omgevingsplan eenvoudiger worden uitgelegd omdat er nagenoeg geen regels inhoudelijk zijn gewijzigd. Niet alleen de juridische opzet van de regels is anders, ook de manier van raadplegen en controleren van een omgevingsplan is beduidend anders. De eerste wijziging geeft een regelset voor wonen die in andere deelgebieden kan worden toegepast. Gekozen is voor het dorp Biest-Houtakker omdat de functie wonen sterk aanwezig is. Dat betekent dat in het omgevingsplan, na deze wijziging, een regelset aanwezig is voor wonen. Op deze manier sorteren we voor op de uitdaging om meer woningen te creëren. In ons omgevingsplan hebben we dan de tools om kleine en grote ontwikkelingen voor wonen mogelijk te maken. Niet alleen in Biest-Houtakker, ook elders in de gemeente.
Vervolg De eerste wijziging van het omgevingsplan wordt naar verwachting uiterlijk in augustus 2024 als ontwerp gepubliceerd. Dit zijn inhoudelijk geen andere regels dan die gelden op grond van de dan in werking zijnde bestemmingsplannen voor het dorp Biest-Houtakker. Door de werkgroep omgevingsplan wordt de wijziging van het omgevingsplan aan de gemeenteraad (en het college) toegelicht nadat deze als ontwerp is gepubliceerd. Hier besteden we ook aandacht aan hoe een omgevingsplan te raadplegen, erop gelet dat dat anders werkt dan voor een bestemmingsplan. Het is vervolgens de bevoegdheid van de raad om te besluiten om deze wijziging van het omgevingsplan wel of niet vast te stellen. We gaan ook een bijeenkomst organiseren met het doel om aan de inwoners en bedrijven in Biest-Houtakker het omgevingsplan toe te lichten. Bijvoorbeeld via een informatieavond. Die zal na de zomervakantie plaatsvinden om zo veel mogelijk mensen en bedrijven te kunnen bereiken, waarschijnlijk begin september. Via de raadswerkgroep wordt de gemeenteraad op de hoogte gehouden van de voorbereiding en planning. Als besloten wordt tot vaststelling van dit omgevingsplan zal daarna een volgend ontwerpomgevingsplan worden gepubliceerd (zie ook bijlage 1).
Het streven is om de tijd tussen vaststelling van het Biest-Houtakker omgevingsplan en deze volgende wijziging van het omgevingsplan zo kort mogelijk te houden. We verwachten dat een streefdatum om het volgende omgevingsplan in januari 2025 optimistisch maar realistisch is. Terwijl het ontwerpomgevingsplan Biest-Houtakker in procedure zit, kan er gewerkt worden aan de regels van de volgende wijziging omgevingsplan om tijd te winnen. In de ronde na Biest-Houtakker zal ten minste één initiatief van een ontwikkelaar zitten. Dat betekent dat die wijziging van het omgevingsplan niet beleidsneutraal is en gebiedsontwikkeling mogelijk zal maken. Hierover zal tijdig worden gesproken met zowel het college als de raad.
Communicatie
8
Zaaknummer:
Het voorgaande is toegelicht in de Raadswerkgroep van 15 april en is tevens besproken met wethouder Machielsen. Met enkele grote initiatiefnemers is besproken wat de beperkingen zijn aangaande het wijzigen van het omgevingsplan. Erop gelet dat deze situatie bij alle gemeenten speelt wordt er met verbazing gereageerd. Er is onbegrip dat er sprake is van deze situatie maar begrip dat dit buiten de controle van de gemeente ligt. Ook omdat dit probleem bij alle gemeenten speelt. Dat een volgende wijziging van het omgevingsplan afhankelijk is van het besluiten op een voorgaande wijziging van het omgevingsplan wordt als een nadeel ervaren. Onderkend wordt dat gebiedsontwikkeling, evenals kleinere initiatieven van derden, pas mogelijk gemaakt kan worden in een wijziging omgevingsplan als er een structuur in het omgevingsplan staat. Via het omgevingsplan Biest-Houtakker zorgen we hiervoor.
Bijlagen Bijlage 1 – Planning rondes wijziging omgevingsplan
9
Bijlage 1 – Planning rondes wijziging omgevingsplan Totdat het mogelijk is om meerdere wijzigingen van het omgevingsplan gelijktijdig in procedure te hebben werken wij met een planning van rondes. Dit is gebaseerd op de eerder vastgestelde Transitiestrategie. Voor de rondes werken we met diverse data: -
-
-
-
Sluitingsdatum aanmelden initiatief. Uiterlijk op deze datum moet een initiatief zijn aangemeld bij de werkgroep omgevingsplan. Een initiatief dat na deze datum wordt aangemeld kan niet meer worden meegenomen in de voorbereiding van de eerstvolgende wijziging omgevingsplan. Een initiatief wordt beschouwd als aangemeld op het moment dat een positief principebesluit is afgegeven. Periode bespreken concepten. Deze periode start vanaf de datum dat een initiatief is aangemeld (dus uiterlijk op de sluitingsdatum aanmelden initiatief) en eindigt op de sluitingsdatum aanleveren stukken. Sluitingsdatum aanleveren stukken. Uiterlijk op deze datum moeten alle benodigde stukken akkoord zijn bevonden. Een initiatief dat voor één of meerdere stukken nog geen akkoord heeft na de sluitingsdatum kan niet meer worden meegenomen in de voorbereiding van de eerstvolgende wijziging omgevingsplan. Periode opstellen en beoordelen planregels. Deze periode start vanaf de datum dat alle stukken van een initiatief akkoord zijn bevonden (dus uiterlijk op de sluitingsdatum aanleveren stukken) en eindigt minimaal twee weken voorafgaand aan de geplande datum publicatie ontwerp omgevingsplan. Elke ronde is afhankelijk van de vorige ronde. Ter illustratie: de planningsdata van ronde 2 schuiven evenredig mee met eventuele vertraging voor ronde 1 (omgevingsplan Biest-Houtakker).
Vooralsnog zijn drie rondes in de planning opgenomen. Dit omdat verwacht wordt dat uiterlijk medio 2025 de mogelijkheid beschikbaar komt om meerdere wijzigingen aan het omgevingsplan gelijktijdig in procedure te hebben. Zodra deze mogelijkheid beschikbaar komt, vervalt in principe deze planning met deadlines en hanteren we de strategie zoals bepaald in de reeds vastgestelde Transitiestrategie.