10 vastgestelde kaders (gewijzigd obv aangenomen amendement)
Tekst van het document
Kaders voor het opstellen van de Hilvarenbeekse Omgevingsvisie
Behoort bij besluit van de raad d.d. 21 juli 2022 (agendapunt 10), Mij bekend,
De griffier
Versie 16-6-2022
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1.
Aanleiding ................................................................................................................................ 3
1.2.
Doel van de Omgevingsvisie .................................................................................................... 3
Kaders .............................................................................................................................................. 3 2.1
Wettelijke kaders ..................................................................................................................... 3
2.2
Samenhang met nationale en provinciale omgevingsvisie ..................................................... 4
2.3
Samenhang met de regio ........................................................................................................ 5
2.4
Relatie met Omgevingswetinstrumentarium .......................................................................... 5
Uitgangspunten ............................................................................................................................... 6 3.1.
Algemene filosofie van de omgevingswet............................................................................... 6
3.2.
Kwaliteit ................................................................................................................................... 6
3.3.
Sturingsstijl .............................................................................................................................. 7
3.4.
Participatie .............................................................................................................................. 7
3.5.
Rollen ....................................................................................................................................... 8
3.6.
Bestaand beleid ....................................................................................................................... 8
4.
Aanpak ............................................................................................................................................. 8
5.
Planning ........................................................................................................................................... 9
6.
Organisatie ...................................................................................................................................... 9
7.
Middelen ....................................................................................................................................... 10
8.
Kansen en risico’s .......................................................................................................................... 10
2
1. Inleiding 1.1. Aanleiding De Omgevingswet treedt in werking per 1 januari 2023 (mogelijk verandert deze datum, maar op dit moment is dat nog niet duidelijk en gaan we daar nog niet vanuit). Op basis van deze wet is de gemeenteraad verplicht een Omgevingsvisie vast te stellen. Voor de totstandkoming van deze visie is het wenselijk een duidelijk proces vorm te geven. Dit document bevat uitgangspunten om tot een Hilvarenbeekse Omgevingsvisie te komen.
1.2. Doel van de Omgevingsvisie Het doel is tijdig een omgevingsvisie realiseren die voldoet aan de gestelde (minimale wettelijke) eisen, en bruikbaar is als richtinggevende strategische lange termijn visie over de noodzakelijke en gewenste ontwikkeling van de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente. Het uitgangspunt is om vóór 31 december 2024 een Hilvarenbeekse omgevingsvisie te hebben vastgesteld die inhoudelijk toepasbaar en bruikbaar is voor: • • • •
gemeentebestuur ambtelijke organisatie en alle belanghebbenden waaronder inwoners en ondernemers
2. Kaders De omgevingsvisie is een strategisch instrument. De omgevingsvisie bevat het langetermijnbeleid van de gemeente. De omgevingsvisie is 'zelfbindend' voor de bestuurslaag die het heeft opgesteld1. Dat betekent dat het opgestelde document, de omgevingsvisie, alleen verplichtingen schept voor degene die het document heeft gemaakt. 2.1 Wettelijke kaders De omgevingsvisie is vormvrij, want de Omgevingswet biedt geen grondslag om verdere inhoudelijke regels te stellen over de omgevingsvisie. De gemeenteraad bepaalt zelf het detailniveau en kan een eigen invulling kiezen om op de Hilvarenbeekse behoefte in te spelen. Toch zijn er wel een paar artikelen om rekening mee te houden, als volgt. Op basis van artikel 2.1, lid 2 van de Omgevingswet, is de omgevingsvisie bij uitstek het instrument om invulling te geven aan het begrip samenhang. Hierin staat: Het bestuursorgaan houdt daarbij rekening met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen. Het bestuursorgaan maakt daarbij de afweging tussen het beschermen en benutten van alle relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving.
Op basis van artikel 3.2 van de Omgevingswet, bevat de omgevingsvisie: • de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving • de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en • de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving.
1
Bron: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsvisie/wisselwerking-tussen/
3
Bij 'ontwikkeling' (zie bullet 2) valt te denken aan de aanleg van woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructuur. Maar ook bijvoorbeeld ondergronds bouwen, windturbines, energietransitie, klimaatbestendigheid en dergelijke maken deel uit van de omgevingsvisie. Tot het begrip 'grondgebied' (zie ook bullet 2) behoort de onder- en bovengrond op verschillende niveaus en het water. Op basis van artikel 3.3 van de Omgevingswet houdt de gemeente rekening met een aantal beginselen bij het opstellen van de omgevingsvisie: • het voorzorgsbeginsel • het beginsel van preventief handelen • het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden • het beginsel dat de vervuiler betaalt Verder zijn er vanuit de Omgevingswet nog een aantal belangrijke uitgangspunten waarmee rekening gehouden moet worden: •
•
•
2.2
Participatie; participatie is een sleutelbegrip in de Omgevingswet. Specifiek voor de Omgevingsvisie geldt een motiveringsplicht. Bij het vaststellen van een Omgevingsvisie moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. De wijze waarop participatie wordt vormgegeven is niet beschreven. Hierin zijn we als gemeente vrij. De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het monitoren en bewaken van het participatieproces. Integraal; de Omgevingsvisie moet tenminste alle in de wet gespecificeerde thema’s bevatten: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed, werelderfgoed. Het staat gemeenten vrij de reikwijdte van de Omgevingsvisie verder te verbreden. Elektronisch raadpleegbaar; de Omgevingsvisie moet voldoen aan de landelijke (digitale) eisen. Het is elektronisch raadpleegbaar en voldoet aan de vastgestelde publicatiestandaarden2.
Samenhang met nationale en provinciale omgevingsvisie
Integraliteit kan op inhoud en belang (en qua proces en besluit) op drie niveaus van belang zijn, namelijk op gebiedsniveau, rijksniveau en individueel (rijkspartij) niveau. De gemeenteraad moet in zijn omgevingsvisie laten zien dat hij de omgevingsvisies van andere relevante bestuursorganen heeft betrokken bij het opstellen van zijn eigen visie (artikelen 2.2 en 3.3 Omgevingswet). De wet doet geen uitspraken over wat dat precies is, 'hebben betrokken'. Verondersteld mag worden dat de minimale eis is dat het bestuursorgaan naar de andere omgevingsvisies heeft gekeken. En dat het er zo mogelijk wat mee doet in de eigen omgevingsvisie3. Bij het opstellen van de omgevingsvisie moeten we rekening houden met de Nationale Omgevingsvisie, de provinciale omgevingsvisie en -verordening en de Waterschapsverordening. De nationale en provinciale omgevingsvisies benoemen onderwerpen die het Rijk en de provincie belangrijk vinden en hoe zij daaraan uitvoering willen geven. Daarom zijn deze visies vooral
2
Bron: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/implementatie/implementatie-wet/minimale-eiseninvoering-omgevingswet/ 3 Bron: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsvisie/wisselwerking-tussen/
4
agenderend voor de gemeentelijke visie. Hierop aansluiten is als gemeente ook belangrijk om een beroep te kunnen doen op rijks- en provinciale middelen.
2.3
Samenhang met de regio
We maken geen regionale omgevingsvisie, maar werken wel regionaal samen zodat we het gesprek aan kunnen gaan over (gezamenlijke) opgaven en ambities in het gebied. Voorbeelden zijn de woningbouw(programmering), mobiliteit en afspraken over bedrijventerreinen. Daarnaast op ‘nieuwe’ thema’s zoals duurzaamheid (regionale energie- en klimaatstrategie) en gezondheid (bijvoorbeeld de regionale nota publieke gezondheid van de GGD). Deze onderwerpen krijgen een plek in de Regionale Omgevingsagenda (ROA) van Hart van Brabant.
2.4
Relatie met Omgevingswetinstrumentarium
Het uitgangspunt is de beleidscyclus onder de Omgevingswet (afbeelding). Hier is te zien dat de Omgevingsvisie een belangrijke basis is, en doorwerkt naar optionele programma’s en naar het omgevingsplan en vervolgens de uitvoering en evaluatie. We zorgen ervoor dat het omgevingsplan aansluit bij de omgevingsvisie en vice versa. Dat geldt ook voor optioneel op te stellen ‘programma’s’.
5
3. Uitgangspunten In dit hoofdstuk beschrijven we een aantal uitgangspunten voor het opstellen van de omgevingsvisie.
3.1. Algemene filosofie van de omgevingswet De Omgevingswet is de basis voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet vereenvoudigt en bundelt de wetgeving en regels voor infrastructuur, natuur, milieu, ruimte, wonen en water4. Het geeft ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast wordt participatie bevorderd, doordat inwoners en ondernemers zo goed mogelijk betrokken worden bij de ontwikkeling van de leefomgeving. Het waarmaken van de verbeterdoelen van de Omgevingswet vraagt om ‘anders werken’. Zoals een andere manier om belangen te wegen, anders kijken naar regels, en het samenwerken met ketenpartners en inwoners.
3.2. Kwaliteit De kwaliteit van de omgevingsvisie houdt in het opleveren van een uitnodigende, aansprekende omgevingsvisie: • met draagvlak • die inwoners inzicht geeft in de mogelijkheden • passend bij de Hilvarenbeekse omgevingskwaliteiten • passend bij de opgave en ambitie van de gemeenteraad • die de raad helpt om keuzes te maken(waaronder zoekgebieden) We streven er naar dat de omgevingsvisie aan de volgende aspecten bijdraagt: •
De fysieke leefomgeving vorm te geven met objectieve gezondheidscriteria als sturend principe; De verbinding te leggen met de Global Goals;
• • • • • •
bevat duidelijke keuzes maakt integraal werken (anders werken) mogelijk integrale intake bij (complexe) vergunningaanvragen vergemakkelijkt besluitvorming over initiatieven in de fysieke leefomgeving heeft draagvlak is authentiek
De gemeenteraad kan op meerdere manieren sturing geven aan de inhoud en kwaliteit van de omgevingsvisie. - We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak bij het maken van de omgevingsvisie, tenzij er sprake is van gebiedsoverstijgende belangen. Daar waar dat nodig is, maken we onderdelen gebiedsoverstijgend. - Er wordt een keuze gemaakt welke thema’s een plaats krijgen in de integrale visie. In het proces van de omgevingsvisie met stakeholders wordt bepaald welke thema’s per gebied belangrijk zijn. Keuzes worden op themaniveau gemaakt. De thema’s worden gekozen nadat een ‘foto van de leefomgeving’ is gemaakt, zodat de opgaven en speerpunten van nu in beeld zijn. - Abstractieniveau: de Omgevingsvisie is niet bedoeld om allerlei afzonderlijke taken en problemen aan te pakken. Voorkomen dat we verzanden in detail. Details en beleidsregels kunnen namelijk in een optioneel Programma of het Omgevingsplan worden opgenomen. - De omgevingsvisie wordt alleen in een optioneel instrument ‘programma’ uitgewerkt in gevallen dat we het noodzakelijk vinden voor de uitvoering van de omgevingsvisie. Bijvoorbeeld wanneer 4
Bron: https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/uitgangspunten/
6
-
de gemeente op een onderwerp extra normen wil stellen, die hoger liggen dan landelijk noodzakelijk is. We kiezen voor een horizon tot het jaar 2035. De beschikbare middelen, capaciteit en het tijdspad zijn naast de ambitie bepalend voor de invulling van de omgevingsvisie.
De omgevingsvisie is bedoeld om een lange termijn visie te bieden voor alle belanghebbenden. Echter kunnen onderdelen wel vernieuwd worden indien maatschappelijke ontwikkelingen daarom vragen.
3.3. Sturingsstijl Bij het opstellen van de omgevingsvisie dient uw raad een keuze te maken voor de sturingsfilosofie en -stijl. De sturingsstijl is de overheidsrol die de gemeente kiest, zoals reguleren, samenwerken of ondersteunen5. De basis voor die keuze en de uitwerking van de concrete sturingsstijl wordt in de omgevingsvisie beschreven. Dit kan desgewenst ook per thema nader bepaald worden.
3.4. Participatie Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Volgens artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit moet de gemeente in de Omgevingsvisie aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn en wat de resultaten hiervan zijn. De gemeente geeft hierbij ook aan hoe invulling is gegeven aan het participatiebeleid. Dat noemen we de ‘motiveringsplicht’. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeenteraad, neemt deze motivering op in het vaststellingsbesluit. Uitgangspunten voor participatie bij het maken van de omgevingsvisie zijn: -
-
het niveau van participatie bepalen we aan de hand van de ladder uit het Beeks model Inwonersparticipatie. Per fase in het proces benoemen we het doel, de grenzen van de inspraak en de randvoorwaarden, zodat de verwachtingen duidelijk zijn. Onder ‘belanghebbenden’ verstaan wij de volgende externe doelgroepen: ▪ inwoners (als belanghebbenden of initiatiefnemers) ▪ ondernemers (als belanghebbenden of initiatiefnemers) ▪ (maatschappelijke) organisaties & ketenpartners ▪ grondeigenaren ▪ terreinbeheerders ▪ bezoekers ▪ andere overheden (waaronder (Belgische) buurgemeenten, regionale samenwerkingsverbanden).
De interne doelgroepen zijn de ambtelijke organisatie en het gemeentebestuur. -
5
Aan het begin van het traject wordt een stakeholderanalyse gemaakt. We zorgen voor inclusie, zodat alle doelgroepen en niet alleen de ‘usual suspects’ hun inbreng geven. Daarom hanteren we een mix aan werkvormen en instrumenten voor participatie. Een voorbeeld is het digitale instrument ‘maptionnaire’, maar ook mondelinge inbreng, enquête, social media, prijsvraag, stellingen, etc..
Bron: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/samenhang-instrumenten/omgevingswet-alleen/bewustwording/
7
▪
-
We kiezen voor aansprekende werkvormen (bottom-up en laagdrempelig) om zoveel mogelijk inwoners te bereiken en zo divers mogelijke input (positief, negatief, verbeterpunten) op te halen; ▪ verwachtingen bij inwoners peilen en managen; ▪ gemeenteraad vroeg betrekken en helder hebben wat we van hem verwachten. Streven is om de visie op een duidelijke, leesbare wijze vorm te geven. Hiermee willen we bereiken dat het een toepasbare visie wordt voor alle belanghebbenden. Er kunnen tegengestelde belangen naar voren komen. Uiteindelijk zullen afgewogen keuzes gemaakt worden met respect voor deze verschillende belangen. Tijdens het proces van de omgevingsvisie communiceren we open, transparant en regelmatig. Dat doen we om de aandacht en betrokkenheid vast te houden.
3.5. Rollen De rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van Burgemeester & Wethouders (hierna: het college) blijft na inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad stelt de kaders en de omgevingsvisie vast en toetst en controleert of het college het beleid volgens afspraak en naar tevredenheid uitvoert. De gemeenteraad maakt keuzes over onderwerpen aangaande de fysieke leefomgeving en legt die vast in de omgevingsvisie.
3.6. Bestaand beleid De gemeente heeft al een aantal visies op verschillende onderwerpen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, die overgenomen worden binnen de Omgevingsvisie. Voorbeelden van deze visies zijn: centrumvisie, woonvisie, erfgoedvisie, transitievisie warmte, beleid arbeidsmigratie, visie op dienstverlening en het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP). De structuurvisie dateert uit 2010 en is behoorlijk verouderd. In de omgevingsvisie maken we een actualiseringsslag hiermee. Uitgangspunt daarbij is dat de omgevingsvisie actueel (aansluitend bij de context van nu) en integraal wordt. Voor het opstellen van de omgevingsvisie maken we een inventarisatie van ons huidige beleid.
4. Aanpak In onderstaande figuur zijn de processtappen van het opstellen van de omgevingsvisie zichtbaar gemaakt.
8
De ‘foto van de fysieke leefomgeving’ laat zien wat de huidige situatie van de leefomgeving is, zodat de kansen, knelpunten en opgaven goed in beeld zijn. Op basis van een inventarisatie van beleid (gemeentelijk, regionaal, provinciaal en landelijk), een inventarisatie en analyse van trends en ontwikkelingen en een analyse van de kwaliteiten en waarden van ons grondgebied moet er een foto van onze leefomgeving worden gemaakt. Het is het vertrekpunt van de visie, op basis van bestaande informatie en kaartmateriaal. Daarop kunnen vervolgens ambities en keuzes worden gemaakt. Het bevat ook een stakeholderanalyse, omdat dat handig is voor het uitwerken van de participatie. De ambities en keuzes worden in de omgevingsvisie verder uitgewerkt. In de omgevingsvisie moet blijken op welke wijze we daar invulling aan geven. Het kan zijn dat bepaalde onderwerpen te specifiek zijn voor de omgevingsvisie en dat die daardoor in een afzonderlijk (eventueel parallel) traject worden uitgewerkt.
5. Planning De datum voor inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorlopig bepaald op 1 januari 2023. Uiterlijk 31 december 2024 moet de omgevingsvisie in werking treden. We gaan er in onze planning vanuit dat we de visie in het eerste kwartaal van 2024 aan de gemeenteraad kunnen aanbieden ter vaststelling. Dit betekent dat we na de zomer van 2022 opdracht verlenen aan een adviesbureau, dat we in het vierde kwartaal van 2022 en eerste kwartaal van 2023 werken aan de foto van de fysieke leefomgeving en het daarop volgende ambitiedocument. We gaan in 2023 de visie opstellen.
6. Organisatie De organisatie bestaat uit een eerste kring van betrokkenen die de omgevingsvisie maakt en het proces bepaalt. Om participatie mogelijk te maken creëren we er een tweede kring van betrokkenen omheen. De tijd ontbreekt om de omgevingsvisies helemaal zelf op te stellen. Wij willen daarom een bureau inhuren, dat zorg kan dragen voor de benodigde tijd, middelen en capaciteit, up to date expertise en creativiteit. In overleg met het te kiezen begeleidend (advies-)bureau maken we deze organisatie concreet. Eerste kring: ▪ ▪ ▪
Stuurgroep: neemt besluiten en koppelt terug naar management en/of bestuur Projectgroep: voert taken uit en bereidt besluitvorming voor Projectleider: eerste aanspreekpunt en coördineert, bewaakt geld, organisatie, tijd, informatie en kwaliteit
Tweede kring van betrokkenen: ▪ ▪
Kan per fase wisselen Mogelijke deelnemers: onder andere inwoners, ondernemers, medewerkers ambtelijke organisatie, raadswerkgroep
9
7. Middelen Voor de omgevingsvisie is €75.000 opgenomen in de begroting. Hieronder valt de begeleiding door een extern bureau (en niet de ambtelijke uren-inzet).
8. Kansen en risico’s Kansen: • •
De verouderde structuurvisie te actualiseren met de omgevingsvisie. Een omgevingsvisie biedt de kans voor lokaal maatwerk. De omgevingswet gaat namelijk uit van het principe ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Dat geeft de gemeente meer afwegingsruimte voor lokaal maatwerk.
Risico’s: • •
• • •
•
•
Een te hoog abstractieniveau van de visie en/of het proces, waardoor mensen zich minder betrokken voelen. De omgevingsvisie moet juist wel begrijpelijk en toepasbaar worden. Mensen kunnen een omgevingsvisie een ‘ver van hun bed show’ vinden. Hierdoor kunnen mensen afhaken in het participatietraject. Dit voorkomen we door onder andere met herkenbare onderwerpen en concrete voorbeelden te werken. Het is een risico om de lat te hoog leggen. Het ambitieniveau moet in balans zijn met tijd, geld en capaciteit. We zijn een kleine gemeente en beschikken over beperkte ambtelijke capaciteit. We moeten het proces van de visie naast de reguliere werkzaamheden oppakken. Onvoldoende keuzes maken in de omgevingsvisie. Hierdoor hebben we te weinig richting en houvast om te bepalen of een initiatief de Hilvarenbeekse leefomgeving versterkt of niet. We zorgen voor een visie met een bandbreedte waarbinnen toetsing kan plaatsvinden. Inventarisaties kosten meer tijd dan voorzien, bijvoorbeeld het in kaart brengen van de huidige situatie van de leefomgeving en bestaand beleid. Dit risico lijkt echter klein, door de vele beschikbare (digitale) data, kaartmateriaal en informatie. Er is nog steeds onzekerheid over de invoeringsdatum van de Omgevingswet. De omgevingsvisie kan echter onafhankelijk van inwerkingtreding worden opgesteld. De actualisering van het beleid is nodig, los van de Omgevingswet.
Disclaimer: processtappen en planning zijn nog onder voorbehoud vanwege het benutten van de input van het te betrekken begeleidend bureau.
10