CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Onderzoeksgebied Gebiedsontwikkeling de Baars (5 RIB 2024-23 informatiebrief bestuursopdracht en parallel spoor de Baars (+))

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Gebiedsontwikkeling De Baars en Kattenberg.24.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

www.anteagroup.nl

PARTICIPATIEPLAN DE BAARS Versie 23 januari 2023

In de Baars gaan we iets unieks doen: een dialoog-infrastructuur voor gebiedsontwikkeling Een Toekomsttuin van en voor ons allemaal. Tilburg, Hilvarenbeek, Goirle, Oisterwijk, provincie Noord-Brabant en Waterschap de Dommel slaan de handen in elkaar voor een unieke gebiedsparticipatie om samen met omwonenden en belangrijke partners het gebied de Baars een nieuwe bestemming te geven. De opgaven rond klimaat, energie en landschap zijn groot. Onderstaand participatieplan schetst hoe we dit unieke gebiedsproces uitrollen om tot een gedragen gebiedsvisie te komen voor Toekomsttuin de Baars. LEESWIJZER Van waar komen we?

Handvaten uit het voortraject. 1. Uitgangspuntennotitie 2. Voorbereidende Factor C – sessies 3. Communicatiestrategie Toekomsttuin de Baars

2 2 2 3

Waar werken we naar toe?

De stip op de horizon.

4

Wat gaan we doen?

Een hybride proces voor gebiedsparticipatie 1. 1e lijn, vanuit de overheid: kader van randvoorwaarden 2. 2e lijn, vanuit de stakeholders met positie: gebiedsbeheergroep 3. 3e lijn, vanuit de inwoners: online dialoog en burgertafel

4 4 5 5

1

Van waar komen we?

Handvaten uit het voortraject. 1. Uitgangspuntennotitie In de Uitgangspuntennotitie van 14 oktober 2021 vinden we onderstaande paragrafen, dit is de basis voor de communicatie- en participatiestrategie. “Uitgangspunt is om samen met betrokken inwoners, ondernemers en organisaties in het gebied een nieuwe toekomst voor De Baars uit te werken. Zij zijn immers bewoners en gebruikers van het gebied.” ”De 2de stap is om begin 2022 samen met betrokkenen de visie verder vorm te geven en in te kleuren. Bij de uitwerking willen we ophalen wat belangrijk is en welke ideeën, zorgen en wensen er leven. Inwoners, ondernemers en andere stakeholders uitnodigen voor een dialoog. We gaan de input bij verschillende partijen in het gebied op verschillende manieren (fysiek, digitaal) ophalen, zodat men zoveel mogelijk op een eigen gewenste manier een bijdrage kan leveren. Dit proces wordt met de communicatieadviseur nog verder uitgewerkt. Hierbij denken wij aan een hybridevariant waarbij we webinars combineren met een aantal fysieke werkateliers. In de werkateliers kunnen we samen werken om te komen tot een gedragen gebiedsvisie. Deze gebiedsvisie zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad van de gemeente Hilvarenbeek, Goirle, Oisterwijk en Tilburg.”

2. Voorbereidende Factor C-sessies In het voorjaar van 2022 startten de voorbereidingen voor de communicatie- en participatiestrategie. Er werd grondig te werk gegaan aan de hand van Factor C-technieken: een Ringen van Invloed-sessie en aparte Belangenanalyses met alle 1e lijn stakeholders (Tilburg, Goirle, Hilvarenbeek, Oisterwijk, Waterschap de Dommel en provincie Noord-Brabant). De workshops bevestigden de eerder vastgestelde Uitgangspuntennotitie: vanuit alle partijen is er nadrukkelijk de wens om de belangen van de tweede lijn stakeholders (Beekse Bergen, Upcycle Village, defensie, agrariërs, Natuurorganisaties, Bakertant, ETZ, LEC’s en RWS) én van de inwoners mee te nemen in de ontwikkeling van een gebiedsvisie. We willen hen laten meewerken.

2

3. Communicatiestrategie Toekomsttuin de Baars Op 11 mei 2022 werd de communicatiestrategie “Toekomsttuin de Baars” voorgesteld en goedgekeurd door stuurgroep de Baars. Deze communicatiestrategie werd gezamenlijk opgesteld rekening houdend met de belangen en bezorgdheden van alle 1e lijn stakeholders. De volledige communicatiestrategie staat op één pagina in een strategisch en agile communicatie frame (zie bijlage). Naast een schets van de interne en externe situatie, bevatten vooral de visie en ambitie enkele belangrijke punten voor voorliggend participatieplan: -

Visie: o “De burger wordt aan de voorkant betrokken en zijn/haar belang telt.” Ambitie: o “Iedereen kan meedoen.” o “Als we kijken naar de participatieladder: minstens informeren, raadplegen én adviseren. Dat wil zeggen dat we de deskundigheid van de stakeholders actief gaan bevragen en inzetten.” o “We staan voor een omgevingsdialoog.” o “Opzetten van een burenregeling, samen met de omgeving.”

Het strategisch communicatieframe focust vervolgens op drie sporen: o o o

Basis op orde: omgevingsteam, basisboodschap, website, centraal contactpunt, .. Exclusiviteit voor de belangrijkste stakeholders: stakeholdergesprekken, stakeholderupdate en een stakeholderwerkgroep. Transparantie op weg naar een toekomsttuin van en voor ons allemaal: online dialoog in combinatie met een burgertafel.

In voorliggend participatieplan bouwen we verder op de lijnen uitgezet in de communicatiestrategie.

3

Waar werken we naar toe?

De stip op de horizon.

We werken aan een integrale gebiedsvisie voor Toekomsttuin de Baars. Een gebiedsvisie is een complex proces met structurele ingrepen op lange termijn. Sommige acties zijn voor de korte termijn en andere acties zijn voor de lange termijn. Beide snelheden kunnen plaatsvinden langs de lijnen van een gebiedsvisie. Daar moet ook het participatieproces op afgestemd worden. Het uitgangspunt is dat we dit samen met de omgeving doen. Daarom hebben we een participatiestructuur ontwikkeld die flexibel inzetbaar is over een langere periode.

Wat gaan we doen?

Een hybride proces voor gebiedsparticipatie In de Baars gaan we iets unieks doen. Zoals de basisboodschap zegt: “De Baars is een toekomsttuin van en vóór ons allemaal”. En die gaan we samen vormgeven aan de hand van een uniek gebiedsparticipatieproces.

1. 1e lijn, vanuit de overheid: kader van randvoorwaarden Omdat een gebiedsvisie een complex proces is waarin het belangrijk is tussentijds resultaten te consolideren, is er door de stuurgroep de Baars een kader van randvoorwaarden voor klimaatadaptatie, landschap, economie en energie opgesteld. Dit document schetst de opgaven, voorwaarden en de minimaal gestelde eisen voor de gebiedsvisie. De wettelijke kaders worden hierin niet opgesomd. Die zijn voor elke ontwikkeling van toepassing. -

Het kader van randvoorwaarden is de basis waarmee we gesprekken aangaan met de belangrijke stakeholders in het gebied én de inwoners. Het kader maakt duidelijk waar we in dialoog over kunnen gaan, en vooral ook waar géén ruimte is voor dialoog.

4

“Uiteindelijk wil je een proces ontwerpen waarmee actoren en bestuur tevreden kunnen zijn. Daarom is het belangrijk om alle actoren een stem te geven in het proces. En daar ook naar te luisteren.”

5

2. 2e lijn, vanuit de stakeholders met positie: gebiedsbeheergroep In en rondom het gebied de Baars bevinden zich enkele belangrijke stakeholders die we niet alleen meenemen in het proces, maar er ook echt deel van laten uitmaken. We hebben het over bedrijven als de Beekse Bergen, de ondernemers achter de Upcycle Village, het ETZ, maar ook agrariërs (ZLTO/De Hilver), natuurorganisaties en de Koningshoeve. Het zijn stakeholders met een sterke positie in het gebied. Door samenwerking streven we naar de creatie van eigenaarschap bij deze stakeholders. Eigenaarschap leidt tot actief deelnemen en dat creëert kansen. Door bijvoorbeeld de intensieve samenwerking met de ondernemers kunnen de 2e lijn stakeholders een goede ruimtelijke en economische bijdrage leveren in de opgaven binnen het gebied. De gebiedsbeheergroep zal in deze fase een viertal keer samen komen. Gevoed door experts en begeleid door gesprekbegeleiders trachten we samen een advies op te maken over de toekomst van de Baars. Om tot eigenaarschap in de gebiedsbeheergroep – en dus meerwaardecreatie – te komen werden reeds gesprekken met de 2e lijn stakeholders opgestart. Er waren 1 op 1 gesprekken met onder meer de Beekse Bergen, Rijkswaterstaat, ETZ, Brabants Landschap, de LEC’s en de ondernemers van de Upcycle Village.

Deze samenwerking zal verder gevoed worden door de introductie van een stakeholderupdate, waarmee iedereen die direct betrokken is op de hoogte wordt gehouden van de interne en externe ontwikkelingen.

3. 3e lijn, vanuit de inwoners: online dialoog en burgertafel Met het proces voor inwonersparticipatie willen we de deskundigheid inroepen van inwoners en luisteren naar hun bezorgdheden, suggesties en wensen. Het wordt een hybride proces. Dat is een combinatie van online dialogen met véel deelnemers waaruit de tussenresultaten worden ingebracht in een kleinere fysieke relfectiegroep: een burgertafel van zo’n twintig personen. Door de opbouw vanuit het kader van randvoorwaarden, naar een mogelijk toekomstbeeld waarop input gevraagd wordt van inwoners, creëren we samen met alle stakeholders een finaal en gedragen advies voor Toekomsttuin de Baars. Dat doen we niet alleen. Voor dit derde luik van het participatieplan (online dialoog en burgertafel), hebben we de hulp ingeroepen van een gespecialiseerd bureau “Transitiefocus”. Transitiefocus is Harry ten Riele en Esther van der Valk. Harry is erkend expert transities. Esther is een ervaren transitiecoach en ontwerpt transitieprocessen & interventies. Transitiefocus combineert kennis van transities met sensitiviteit voor psychologische en sociale processen in tijden van diepgaande verandering. Ze begeleidden eerder Tilburg met de Tilburgertafel naar een gedragen advies over de warmtetransitie.

Transitiefocus heeft het tot hun tweede natuur gemaakt om de beweegredenen te begrijpen van mensen die wel of juist niet hun hakken in het zand zetten zodra het serious business wordt in een transitie. Informatiecampagne De inwonersparticipatie start met een informatiecampagne. Hiermee willen we inwoners zo breed mogelijk bereiken en informeren over Toekomsttuin de Baars en de mogelijkheden voor iedereen om hier mee over na te denken. We informeren over het gebiedsproces en de Toekomsttuin (wat gaan we doen in de Baars?), maar ook over het participatieproces (hoe kan je meedoen?) en we doen aan verwachtingmanagement (wat kan je verwachten als je je inspant om advies te leveren, welk mandaat geeft de politiek aan dit proces?).

6

De informatiecampagne wordt breed opgezet door de inzet van on- en offline communicatie zoals sociale media, huis-aan-huiskrantjes, lokale en nationale pers. We roepen hiervoor de hulp in van enkele belangrijke partners zoals de gemeenten, maar zeker ook de LEC’s, Midpoint, natuurorganisaties. Iedereen kan meedoen! Twee online dialogen De online dialogen, houden we met veel – hopelijk minstens duizend – inwoners. Ze omvatten open vragen opgesteld door de gebiedsbeheergroep(en) (bijvoorbeeld “Het gebied langs de A58 moet van schone elektriciteit worden voorzien. De gebiedsbeheergroep denkt hier en hieraan. Lijkt u dat wel of niet een goed idee? Waarom? Heeft u suggesties?”) en gesloten vragen (“Wat is uw postcode?”). Strategische vragen zullen afwisselen met praktische (“familie X wil op die plek een zonnehuis bouwen. Vindt u dat wel of niet een goed idee? Licht uw antwoord toe. Heeft u misschien suggesties voor familie X of voor de vergunning?”). Vervolgens worden zowel in dialoog 1 en in dialoog 2 setjes antwoorden in een reactieronde uitgezet onder inwoners met het verzoek ze te lezen, te rangschikken en van commentaar te voorzien. Willen deelnemers meer antwoorden beoordelen, dan klikken ze gewoon door. Uit ervaring blijkt dat deelnemers er zelf de extremen uitfilteren.

Zo voorkomen we dat alleen de tegenstanders aandacht krijgen en voorstanders en het algemeen belang naar de achtergrond verdwijnen. De burgertafel De tussenresultaten uit de online dialoog voeren we in op de burgertafel. De burgertafel bestaat uit zo’n 20 personen, nauwkeurig en representatief samengesteld dankzij de expertise van Transitiefocus. In vier fysieke bijeenkomsten vindt hier, na een kennismaking en introductie, reflectie plaats, evenals discussie en menging met deelverhalen over de streek (het narratief). De burgertafel wordt bijgestaan door inhoudelijk specialisten vanuit de gebiedsbeheergroep(en) en kan ook zelf thema’s of expertises aanbrengen. Bovendien zal omgekeerd, ook de input uit de burgertafel gebruikt worden in de gebiedsbeheergroep(en). Zo ontstaat er een loop van kruisbestuiving en krijgen ze inzicht in elkaars belangen, bezorgdheden én deskundigheid. De burgertafel komt in deze fase in totaal vier keer samen: 1. 2. 3. 4.

Startsessie, kennismaking met elkaar en met Toekomsttuin de Baars Inhoudelijke sessie Inhoudelijke sessie Slotsessie, presentatie eindadvies en laatste aanvullingen

De eerste keer komen we samen om kennis te maken met elkaar en het project. Wat zijn de randvoorwaarden en de opgaven? Waarom zitten we hier? We koppelen de eerste resultaten uit de online dialoog terug: wat zijn de signalen die we opvangen? In de twee volgende tafels gaan we dieper in op de inhoud en de resultaten uit de online dialoog. In de laatste sessie presenteren we het eindadvies van Transitiefocus: wat hebben we opgehaald en wat zullen we adviseren aan het beleid? We nodigen de raadsleden van de vier gemeenten (en eventueel andere belangrijke partners) uit om mee te kijken. Dat bleek in andere projecten zeer leerrijk en interessant. Vanaf de eerste bijeenkomst tekent een penvoerder fragmenten op voor het finale advies. De kans is aanzienlijk dat inwoners naast inhoudelijke antwoorden ook processuggesties geven. De problemen en oplossingen die aangeboden worden door het participatieproces met inwoners, moeten een belangrijke plek krijgen in de ontwikkeling van het finale advies voor de gebiedsvisie. Door met de gebiedsbeheergroep(en) aan de voorkant goed na te denken over de thema’s waarop we de inwoners bevragen, proberen we dat te waarborgen. We verwachten dat er vanuit de 1e lijn stakeholders ook echt de intentie is om de adviezen van de inwoners mee te nemen het finaal advies over Toekomsttuin de Baars.

7

Speelveld = kader van randvoorwaarden

Notitie reikwijd te en detailni veau

Gemeenten Hilvarenbeek Oisterwijk Goirle Tilburg

Gebiedsbeheergroep

Waterschap de Dommel Provincie Noord Brabant

Online dialoog & burgertafel

experts

Advies gebieds visie de Baars

Advies gebieds visie de Baars

Advies gebiedsvisie de Baars

Advies gebiedsvisie de Baars

Representativiteit Uit ervaring met hybride dialoogconstructies weten we dat de input van burgers de kwaliteit van proces én inhoud verhoogt. Representativiteit van de deelnemers is daarbij belangrijk – maar vooral de verdeling van de psychologische karakters. Lang niet iedereen is pro-verandering. Lang niet iedereen heeft gevoel voor inhoud. Lang niet iedereen voelt het belang van sociale relaties goed aan. Lang niet iedereen overziet wat de zogenaamde explorerende karakters én de optimaliserende uitspoken. Bij grote groepen online deelnemers zijn deze karakters meestal goed verdeeld onder de deelnemers. Bij kleinere reflectiegroepen hoeft dat niet zo te zijn, terwijl je zo’n verdeling wel nodig hebt voor complexe probleemoplossing. De literatuur is helder: zorg dat reflectiegroepen - zoals dat heet - cognitief gevarieerd zijn. Transitiefocus zal ons begeleiden om de representativiteit van zowel de online dialoog (door bijvoorbeeld inkopen van jongere deelnemers via sociale media advertising) als de burgertafel te waarborgen. Bij de samenstelling van de burgertafel checkt Transitiefocus op transitie-compleetheid. Hierbij gebruiken ze de AEM-typologie van Peter Robertson (literatuur bijv: Always change a winning team’). Daarbij hebben we ook oog voor een gelijkwaardige verdeling over de vier gemeenten.

Inwonersparticipatie maakt plaats voor gebiedsparticipatie De 1e, 2e en 3e lijn stakeholders bekruissttuiven elkaar. Het kader van randvoorwaarden is de basis, de onderlegger. Hiermee gaat de gebiedsbeheergroep aan de slag om vervolgens in een cyclische loop met de burgertafel toe te werken naar een finaal advies voor Toekomsttuin de Baars. De gebiedsbeheergroep en de burgertafel gaan met elkaar in interactie en roepen elkaars advies en deskundigheid in om de finale gebiedsvisie kwalitatief, waardevol en gedragen op te leveren. Dat maakt dit proces uniek. Het werkt als een soort van preventie voor vertragende bezwaren later in het proces. We spreken daarom ook van veel meer dan inwonersparticipatie, maar eigenen ons graag de term “gebiedsparticipatie” toe. Gebiedsontwikkeling, laat staan gebiedsparticipatie, kan nog niet bogen op routines. Bovendien is hybride participatie (online en offline dialoog en reflectie) nog niet toegepast op deze schaal. Lukt het echter in de Baars, dan komt de ontwikkeling uit haar impasse, komt er een inspirerende werkwijze beschikbaar voor andere gebiedsontwikkelingen, en ontstaat er een groep inwoners die mobiliseerbaar is komende jaren – ook op andere kwesties in gemeenten of regio.

8

Er is ook een droom: flexibele gebiedsparticipatie met álle partijen, langjarig functionerend Voorliggend participatieplan richt zich op de volgende fase: toewerken naar NRD, MER en uiteindelijk het voorkeursalternatief. De flexibel in te zetten participatiestructuur biedt echter ook heel wat mogelijkheden op lange termijn. De structuur van gebiedsbeheergroep, online dialoog en burgertafel kan blijvend en op afroep ingezet worden wanneer nieuwe issues spelen. Of wanneer we opbrengsten van duurzame opwek via een Klimaatfonds weer in de omgeving willen laten landen. Toekomsttuin de Baars krijgt met andere woorden een met elkaar optrekkende gemeenschap die periodiek online wisdom of the crowd inzet en uitkomsten daarvan inbrengt in reflectiegroepen (burgertafel en/of expertengroep). Ze kan gebruik maken van inhoudelijk specialisten. Omdat bij uiteenlopende transities veel dynamiek verwacht wordt en de toekomst verre van eenduidig is, is er behoefte aan zo’n continu-dialoogmodel voor besluitvorming op gebiedsonderwerpen. Dit model kan eenvoudig ingezet worden voor participatie in andere energiehubs en zelfs voor andere thema’s en projecten binnen de regio of gemeente.

Samengevat laat de dialoog-infrastructuur van Toekomsttuin de Baars toe om snel op en met elkaar te kunnen reageren, nu en in de toekomst, waaraan 1) per onderwerp alle partijen die nodig zijn, meedoen (ze is maatschappelijk-compleet), waarin 2) een dialoog tegelijk meerdere schaalniveaus mag bevragen (ze is transdisciplinair: én vragen over strategie, én over uitvoering én over alles ertussen), en die 3) langjarig overeind blijft zodat partijen elkaar periodiek bevragen tot de belangrijkste transitierimpelingen wegebben. Rol van de overheid Overheden maken uitdrukkelijk deel uit van het hierboven beschreven systeem. Politici checken of de processen goed verlopen en geen partijen onevenredig bevoordeeld worden. Ze stellen voorgedragen besluiten vast. Ze reageren op de monitoring, nemen adviezen over in beleid en komen in actie als de gebiedsbeheergroep en burgertafel er zelf niet uit komen. Ze spiegelen en organiseren wat buiten gewenst wordt binnen de eigen organisatie om hun eigen flexibiliteit, responsiviteit en snelheid te vergroten en teleurstelling te voorkomen. Ze blijven desgewenst de dialoog-infrastructuur inzetten. Dat is een dialoog waarin alle partijen naar elkaar toe bewegen omdat ze elkaars argumenten lezen of horen. Dit zorgt voor beleid dat beter aansluit op de wensen uit de samenleving.

Waardering en meerwaardecreatie Door partijen te betrekken en een stem te geven, gaan ze meedenken en meewerken. We waarderen hun inspanning en dat zien de deelnemers in de uiteindelijke resulaten. We laten de omgeving mee de vruchten plukken: zo zou er misschien vanuit de omgeving gevraagd kunnen worden om de Oostplas recreatief te ontwikkelen en van zwemmogelijkheden te voorzien, een nieuw fietspad aan te leggen tussen Goirle en Oisterwijk of een mooi uitzicht op het beekdal te creëren. Mogelijks gaan betrokken partijen ook zelf initiatieven nemen om publieke waarde te genereren zonder dat wij als overheid daarbij betrokken zijn (of met een beperkte of ondersteunende rol van de overheid). Dat levert heel wat kansen en meerwaarde op. Het proces en procesmanagement is hierbij essentieel. Met de voorliggende flexibel in te zetten dialoog structuur komen we hieraan tegemoet en bouwen we een samenwerkend netwerk voor de Baars.

9

Vrijthof 10 5081 CA Hilvarenbeek Postbus 3 5080 AA Hilvarenbeek T: (013) 505 83 00 F: (013) 505 43 80 E: gemeente@hilvarenbeek.nl IBAN NL85BNGH0285003933

Stuurgroep De Baars

datum

: 22 maart 2023

behandeld

: Rik Heesters, Jeske van Dommelen

ons kenmerk

: 1004698

betreft

: Gebiedsvisie De Baars

telefoonnr.

: (013) 505 83 00

Geachte leden van stuurgroep De Baars, Tijdens de stuurgroep van 12 januari jl. gaf ik aan het Kader van Randvoorwaarden en het participatieplan door middel van een vrijwillige voorhangprocedure voor te willen leggen aan onze raadscommissie Ruimte. Dat hebben wij gedaan nadat de Raadsinformatiebrief naar alle raden van de betrokken gemeenten is verstuurd. Op 2 maart jl. hebben wij wensen en bedenkingen op het Kader van Randvoorwaarden en het participatieplan opgehaald bij onze raadscommissie Ruimte. In deze brief geven wij u hier een terugkoppeling op. De opmerkingen die zijn gemaakt tijdens de Raadscommissie Ruimte zijn voor ons geen aanleiding om aanpassingen te willen maken De opmerkingen die tijdens de Raadscommissie Ruimte zijn gemaakt zien toe op de uitwerking en het vervolgproces dat doorlopen wordt om tot een gebiedsvisie voor De Baars te komen. Daarom geven ze geen aanleiding om het Kader van Randvoorwaarden en het participatieplan aan te willen passen. We vragen nadrukkelijk uw aandacht voor een aantal cruciale aspecten die voor Hilvarenbeek van belang zijn bij de verdere uitwerking Wij brengen graag de volgende – voor Hilvarenbeek cruciale – onderdelen onder uw aandacht: - De afbakening van het gebied: de commissie heeft haar bedenkingen geuit over de afbakening van het gebied.

Wij vinden het belangrijk dat tijdens het participatietraject duidelijkheid wordt geboden over de keuzes die hierin zijn gemaakt. Voor Hilvarenbeek is het van belang dat duidelijk wordt gemaakt dat het gaat om een relatief kleine zone waar gezocht kan worden naar grootschalige zon- en windenergie (voor Hilvarenbeeks grondgebied: 750 meter zone) en een groter gebied waar we aan de klimaatopgaven willen gaan werken. - De haalbaarheid van de planning: de commissie heeft haar bedenkingen geuit met betrekking tot de haalbaarheid van de planning. We vinden het belangrijk om zo spoedig mogelijk te starten met het participatietraject om de REKS doelen en de deadlines die gelden voor het aanvragen van SDE-subsidies nog te kunnen behalen. - De betrokkenheid van de gemeenteraden tijdens het proces: de gemeenteraden zijn tot nu toe weinig geïnformeerd over de voortgang in het proces om te komen tot een

Ons kenmerk: 1004698

-

-

gebiedsvisie voor De Baars. We willen daarom de betrokkenheid van de gemeenteraden borgen in het participatieproces en met enige regelmaat terugkoppelingen geven. De urgentie om te starten met het participatietraject en duidelijkheid te bieden aan inwoners: de commissie heeft de wens uitgesproken om duidelijkheid te bieden richting inwoners in het gebied. De betrokkenheid van inwoners wordt groter als we starten met het participatietraject. Gaandeweg het proces zal er meer duidelijkheid komen voor inwoners. We willen daarom graag zo snel als mogelijk starten met het participatietraject waarbij gezorgd wordt voor een goede vertegenwoordiging van bewoners en bedrijven uit Hilvarenbeek. We willen u vragen om in het participatieplan niet te praten over ‘exclusiviteit’ voor de belangrijkste stakeholders en geen voorkeursbehandeling te geven aan bepaalde partijen. Ook vragen we aandacht voor het gebruik van begrijpelijke taal tijdens het participatieproces. De 750 meter zone blijft een randvoorwaarde voor de gemeenteraad van Hilvarenbeek: de commissie heeft aangegeven dat de 750 meter zone – zoals aangegeven in amendement A01 – erg belangrijk is. Zowel voor de grootschalige opwek van windenergie, als voor de grootschalige opwek van zonne-energie. Dit blijft voor ons een belangrijke randvoorwaarde.

Tevens heeft de commissie aangegeven dat zij al bij start van het participatietraject duidelijkheid wil geven aan de participanten over de aanwezige belemmeringen voor opwek zon- en windenergie. Een kaart met alle belemmeringen (luchthavenbesluit, radarbeperkingen, laagvliegcorridors enz.) moet aan het begin van het proces gedeeld worden met de participanten.

Tijdens de stuurgroep van 6 april zal ik deze brief nader toelichten en kan ik eventuele vragen beantwoorden.

Met vriendelijke groet, Wethouder Piet Machielsen

Technische studie windturbines Hilvarenbeek Wat is mogelijk in de ‘750 meter-zone’? 4 maart 2024

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

Contactpersoon ARCADIS • •

Lou Brandjes – adviseur energietransitie Jessica Klop – GIS-adviseur

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2

Datum: 4 maart 2024

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

Inhoudsopgave

1

2

3

4

Inleiding en aanpak

4

1.1

Inleiding

4

1.2

Aanpak

5

Uitgangspunten

6

2.1

Referentieturbine

6

2.2

Richtafstanden belemmeringen

6

Resultaten ruimtelijke analyse

8

3.1

Woningen en kwetsbare objecten

8

3.2

Infrastructuur

9

3.3

Externe veiligheid

9

3.4

Natuur

9

3.4.1

Natura 2000-gebieden

9

3.4.2

NNB-gebieden

10

3.4.3

Stiltegebieden

10

Belemmeringenkaarten en witte vlekken per scenario

Colofon

Datum: 4 maart 2024 3

11

15

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

1

Inleiding en aanpak

1.1

Inleiding

Door Arcadis is een technische studie opgesteld om de ruimtelijke belemmeringen en kansen voor windenergie inzichtelijk te maken voor een contour van 750 meter vanaf de A58. Dit naar aanleiding van een amendement in de Hilvarenbeekse gemeenteraad. Met de technische studie die nu voor u ligt wordt duidelijk wat de ruimtelijke belemmeringen zijn voor de realisatie van windturbines en wat de mogelijkheden zijn voor windturbines binnen de 750 meter contour in de gemeente Hilvarenbeek. Richtafstanden De ruimtelijke analyses in deze technische studie zijn uitgevoerd op basis van richtafstanden. Dat leidt tot een indicatie van het plaatsingspotentieel van windturbines binnen de aangewezen contour binnen de gemeente. De technische studie biedt geen zekerheid of plaatsing mogelijk is en in welke omvang. Daarvoor zal nader onderzoek moeten worden verricht op basis van specifieke maatvoering, op basis waarvan de reikwijdte van effecten op basis van een doorrekening kunnen worden bepaald.

Nieuwe normen uit het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving Kort voor de totstandkoming van deze notitie heeft het Ministerie van I&W de nieuwe windturbinebepalingen ontwerp gepubliceerd en vrijgegeven voor het indienen van zienswijzen. De verwachting is dat deze bepalingen medio 2024 worden vastgesteld. Kijkend naar de ontwerpnormen zien wij dat deze redelijk in lijn zijn met een aantal uitgangspunten die in deze ruimtelijke analyse zijn gehanteerd. Zo is in dit scenario reeds rekening gehouden met een afstand van 2x de tiphoogte en een richtafstand voor geluid gebaseerd op 45 dB lden.

4

Datum: 4 maart 2024

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

Figuur 1-1 750 meter contour binnen de gemeente Hilvarenbeek

1.2

Aanpak

In deze technische studie wordt een ruimtelijke analyse uitgevoerd op basis van ruimtelijke belemmeringen. De analyse wordt uitgevoerd met GIS waarbij gebruikt wordt gemaakt van contouren rondom de belemmeringen. Deze analyse resulteert in meerdere onafhankelijke belemmeringen waar windenergie niet mogelijk is. Alle belemmeringen over elkaar heen gelegd leidt tot de belemmeringenkaart. Voor deze technische studie is gebruikgemaakt van de uitgangspunten die in een verkennend onderzoek 1 zijn gedaan (zie voor een overzicht van de gehanteerde contourafstanden, zie paragraaf 2.2). Hieruit volgt dat er twee scenario’s zijn onderzocht: 1. Scenario A tiphoogte 150 meter: in dit scenario worden richtafstanden voor de windturbines met een tiphoogte van 150 meter gehanteerd. De contouren rondom de belemmeringen zijn hier kleiner. Er is gekozen om dit scenario in kaart te brengen vanwege de randvoorwaarden van de defensieradar. 2. Scenario B tiphoogte 225 meter: in dit scenario worden richtafstanden voor de windturbines met een tiphoogte van 225 meter gehanteerd. De contouren rondom de belemmeringen zijn hier groter. Dit is het scenario met optimale opbrengst aan duurzame elektriciteit.

1 Bosch en van Rijn: Energiehubs Tilburg - Ruimtelijke studie Kattenberg & De Baars. Februari 2022 (niet openbaar)

Datum: 4 maart 2024 5

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

2

Uitgangspunten

2.1

Referentieturbine

Als referentieturbine zijn voor beide scenario’s verschillende windturbines gehanteerd. Ashoogte

Rotordiameter

Tiphoogte

Scenario A

90 meter

120 meter

150 meter

Scenario B

150 meter

150 meter

225 meter

2.2

Richtafstanden belemmeringen

In de onderstaande tabel zijn de richtafstanden van de verschillende scenario’s opgenomen. Per criterium is neergezet waar deze richtafstanden op gebaseerd is. Waar HRW2020 staat, is het criterium een van de Handreiking Risicozonering Windturbines uit 2020. De argumentatie van de verschillende richtafstanden volgt in hoofdstuk 3. Criterium

Type scenario

Bron

Richtafstand

Kwetsbare objecten

Scenario A

Nieuwe normen uit het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving2

300 meter

300 meter

Scenario B

Nieuwe normen uit het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving

Scenario A

Expert Judgement3

360 meter

Scenario B

Woningen

Bestaande windturbines

Scenario A

Scenario B NWB vaarwegen

Scenario A

Scenario A

Rijkswaterstaat4

Scenario A Scenario B

90 meter 105 meter

Rijkswaterstaat5

Scenario B Provinciale wegen

450 meter

450 meter

Scenario B Snelwegen

450 meter

60 meter 75 meter

Expert judgement6

20 meter 20 meter

2 Kort voor de totstandkoming van deze notitie heeft het Ministerie van I&W de nieuwe windturbinebepalingen ontwerp gepubliceerd en vrijgegeven

voor het indienen van zienswijzen. De verwachting is dat deze bepalingen medio 2024 worden vastgesteld. Kijkend naar de ontwerpnormen zien wij dat deze redelijk in lijn zijn met een aantal uitgangspunten die in deze ruimtelijke analyse zijn gehanteerd. Zo is in dit scenario reeds rekening gehouden met een afstand van 2x de tiphoogte en een richtafstand voor geluid gebaseerd op 45 dB lden. 3 Om een verminderde elektriciteitsopbrengst ten gevolge van een verstoord windaanbod te voorkomen, wordt gerekend met een minimale onderlinge afstand tussen windturbines van 3 – 4 maal de rotordiameter (afhankelijk van in hoeverre de windturbine zich in de dominante windrichting bevindt). 4 Rijkswaterstaat staat windturbines toe bij een afstand van ten minste een halve rotordiameter plus 30 meter tot aan de rand van de vaarweg 5 Langs rijkswegen wordt plaatsing van windturbines toegestaan bij een afstand van ten minste 30m uit de rand van de verharding of, bij een rotordiameter groter dan 60m, ten minste de halve diameter. In dit geval is dit 75m (en 60m in hoogtebeperkte gebieden). 6 Tot provinciale en gemeentelijke wegen gelden geen voorgeschreven minimumafstanden zoals bij rijkswegen het geval is. Om genoeg ruimte voor het plaatsen windturbines vrij te houden wordt toch een korte afstand (tot rand weg) tot overige wegen ingetekend.

6

Datum: 4 maart 2024

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

Criterium

Type scenario

Bron

Richtafstand

Spoorwegen

Scenario A

ProRail7

71 meter

Scenario B Hoogspanningslijnen

Scenario A

86 meter Tennet8

Scenario B Buisleidingen

Scenario A Scenario B

NNB

Scenario A Scenario B

Natura 2000

Scenario A

225 meter Handreiking Risicozonering Windturbines 20209

150 meter

Provincie NoordBrabant10

60 meter

Ministerie van LNV11

60meter

Scenario B Stiltegebieden

Scenario A Scenario B

150 meter

225 meter

75 meter

75 meter Provincie NoordBrabant12

250 meter 250 meter

7 ProRail hanteert een afstandseis van 11m + ½ x rotordiameter (met een minimum van 30m) vanaf het hart van het buitenste spoor. 8 TenneT houdt voor hoogspanningslijnen als risicoafstand de grootste waarde aan van:

- De tiphoogte - De maximale werpafstand bij nominaal toerental Voor de windturbine in dit onderzoek is de tiphoogte als hoogste waarde aangehouden. Ook zijn het nieuwe onderstation van Tennet (380 kV) op de Spinder en nieuw bijhorend tracé als belemmeringen meegenomen. 9 Handreiking Risicozonering Windturbines 2020 houdt voor ondergrondse gasleidingen als risicoafstand de grootste waarde aan van: - De tiphoogte - De maximale werpafstand bij nominaal toerental Voor de windturbines in dit onderzoek is de tiphoogte als hoogste waarde aangehouden. 10 Bij Natuurnetwerk Brabant dient minimaal één wieklengte afstand te worden gehouden. 11 Het is niet toegestaan om windturbines in Natura2000-gebied te plaatsen. Er dient minimaal één wieklengte afstand te worden gehouden. 12 De provincie Noord-Brabant heeft 31 stiltegebieden binnen het eigen grondgebied aangewezen. Deze gebieden zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening. Ook is er een attentiezone van 250m rond de gebieden. Dit is als een zachte belemmering meegenomen.

Datum: 4 maart 2024 7

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

3

Resultaten ruimtelijke analyse

In dit hoofdstuk worden stuk voor stuk de resultaten van de ruimtelijke analyse besproken. De belemmeringen zijn gegroepeerd op thema: 1. Kwetsbare objecten en woningen 2. Infrastructuur 3. Externe veiligheid 4. Natuur

3.1

Woningen en kwetsbare objecten

Windturbines mogen een maximale hoeveelheid geluidsbelasting leveren op woningen en andere geluidsgevoelige objecten. Per type turbine kan de mate van geluidsproductie verschillen. Daarom er gebruikt gemaakt van een inschatte gemiddelde afstand dat vereist is om aan de geluidsnorm te voordoen. Voor geluid wordt veelal als contour 45 of 47 dB Lden gebruikt. Hierbij geldt 47 dB Lden als norm die voorheen werd gehanteerd in het activiteitenbesluit (en nog steeds geldt voor een opstelling van 1 of 2 turbines). De 45 Lden is een richtlijn die door de WHO is opgesteld, maar die niet als vaste norm één-op-één naar de Nederlandse situatie kan worden vertaald. Daarom kan van de 45 Lden worden afgeweken tot aan de grenswaarde van 47 DB Lden,. Voor de 47 Lden norm geldt geen wettelijke richtafstand. Deze norm kan alleen exact inzichtelijk worden gemaakt middels geluidsberekeningen per windturbine, waarbij ook omgevingsfactoren (bijvoorbeeld geluidswerende objecten, reliëf en hoofdwindrichting) van belang zijn. Modernere en grotere turbines maken niet automatisch meer geluid. In beide scenario’s is ervoor gekozen om de contour rondom alle woningen te leggen. Het is echter soms ook mogelijk om specifieke maatregelen te nemen bij zogenaamde ‘solitaire woningen’ waardoor er in het kader van geluid minder afstand tot woningen kan worden aangehouden.

Het gaat dan om specifieke mitigerende maatregelen of het hanteren van maatwerkvoorschriften waarbij windturbines dichter bij een solitaire woning kunnen staan dan de gehanteerde richtafstand. Een woning wordt getypeerd als ‘solitair’ wanneer er minder dan 5 woningen binnen 100 meter vanaf deze woning zijn gelegen. Anders spreken we over ‘geclusterde woningen’. Het is trouwens niet zo dat enkele woningen uitgesloten zijn van regelgeving, de normstelling in Nederland maakt geen onderscheid tussen geclusterde woningen en solitaire woningen. Naast afstond tot woningen in het kader van geluid dient er volgens de HRW2020 ook voldoende afstand tot kwetsbare objecten te worden aangehouden in het kader van externe veiligheid. Om de omgeving te beschermen stelt het Activiteitenbesluit een norm voor het risico van windturbines voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten: •

Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, mag niet hoger zijn dan 10 -6 per jaar. De norm betekent in de praktijk dat iemand die voortdurend en zonder bescherming op de 10 -6-contour verblijft, een risico op overlijden heeft van één keer in de miljoen jaar als direct gevolg van een falende windturbine. Op de 10 -5contour is dit risico één keer in de honderdduizend jaar. De definities voor kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten zijn vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen en betreffen woningen, Gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, Gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn en Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. Vooruitlopend op de nieuwe regelgeving voor windturbines uit het concept besluit windturbines leefomgeving is een richtafstand van minimaal 2x de tiphoogte ten opzichte van woningen en kwetsbare objecten gehanteerd. In deze technische studie wordt daarom voor woningen en kwetsbare objecten de volgende contour gehanteerd: •

Scenario A tiphoogte 150 meter: •

•

8

Contour kwetsbare objecten: 300 meter

Scenario B tiphoogte 225 meter:

Datum: 4 maart 2024

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

•

3.2

Contour kwetsbare objecten: 450 meter

Infrastructuur

In deze technische studie is gekeken voor het thema infrastructuur naar rijkswegen, provinciale wegen, spoorwegen en vaarwegen. Windturbines moeten een minimale afstand tot infrastructuur bewaren om ervoor te zorgen dat de veiligheid van de voertuigen, treinen en schepen gewaarborgd is. De geldende regels zijn: Type

Regel

Rijkswegen

Ten minste een halve rotordiameter uit de rand van de verharding.

Spoorwegen Minimaal 7,85 meter + halve rotordiameter, gemeten vanuit het hart van het dichtstbijzijnde spoor, met een minimum van 30 meter. Vaarwegen

Binnen 50 meter geen windturbines

Deze belemmering is als volgt als contour opgenomen voor beide scenario’s: •

•

3.3

Scenario A tiphoogte 150 meter o Snelwegen contour: 60 meter o Provinciale wegen contour: 20 meter o Spoorwegen contour: 71 meter o Vaarwegen contour: 90 meter Scenario B tiphoogte 225 meter o Snelwegen contour: 75 meter o Provinciale wegen contour: 20 meter o Spoorwegen contour: 86 meter o Vaarwegen contour: 105 meter

Externe veiligheid

In deze technische studie is gekeken voor het thema externe veiligheid naar de aanwezigheid van hoge druk buisleidingen met gevaarlijke stoffen en hoogspanningsverbindingen. Bij het falen van een windturbine kunnen mogelijk onderdelen van de turbine de buisleidingen en/of hoogspanningsverbindingen raken en beschadigen. Daarom is het aanbevolen een bepaalde afstand tot deze buisleidingen en/of hoogspanningsverbindingen te hanteren om dit risico te mitigeren. Deze belemmering is als volgt als contour opgenomen voor beide scenario’s: • •

3.4

Scenario A tiphoogte 150 meter o Hoogspanningslijnen contour: 150 meter o Buisleidingen contour: 150 meter Scenario B tiphoogte 225 meter o Hoogspanningslijnen contour: 225 meter o Buisleidingen contour: 225 meter

Natuur

Voor de belemmering natuur worden de Natura 2000-gebieden, de NNB-gebieden voor de provincie Noord-Brabant en de stiltegebieden gebruikt. Voor windenergie geldt voornamelijk ligging binnen of beperkte afstand tot Natura2000 als een beperkende factor.

3.4.1

Natura 2000-gebieden

Voor een windpark in of nabij Natura 2000-gebieden geldt een onderzoeksplicht. Wanneer wordt aangetoond dat windturbines geen belangrijke effecten hebben op de planten- en diersoorten of de leefomgeving waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen, zijn windturbines in of nabij dit gebied mogelijk. Toch is ervoor gekozen om Natura 2000Datum: 4 maart 2024 9

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

gebieden als belemmering op te nemen in beide scenario’s, omdat hier niet zonder meer windturbines mogen worden geplaatst. Ook wordt voor Natura 2000 gebieden, een contour opgenomen om overdraai te vermijden: • •

3.4.2

Scenario A tiphoogte 150 meter o Natura 2000 contour: 60 meter Scenario B tiphoogte 225 meter o Natura 2000 contour: 75 meter

NNB-gebieden

Naast Natura 2000-gebieden wordt in het scenario ‘zachte belemmeringen’ ook naar NNB-gebieden gekeken. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt vast in de Wet ruimtelijke ordening. Het beschermingsregime lijkt op dat voor Natura 2000-gebieden, maar is wel beperkter. Als een windproject de belangrijkste waarden en kenmerken van het gebied aantast, is het niet toegestaan. Maar binnen het NNN kunnen plekken zijn waar windturbines de natuur weinig schade toebrengen en ligt over het algemeen iets meer juridische ruimte dan binnen Natura 2000-gebieden. Toch is voor beide scenario’s ervoor gekozen om ook voor NNB-gebieden contouren op te nemen, omdat hier niet zonder meer windturbines mogen worden geplaatst: • •

3.4.3

Scenario A tiphoogte 150 meter o Natura 2000 contour: 60 meter Scenario B tiphoogte 225 meter o Natura 2000 contour: 75 meter

Stiltegebieden

Een stiltegebied is een milieubeschermingsgebied waarin de geluiden van de omgeving (flora en fauna) overheersen. Een stiltegebied betekent niet dat er geen geluid in het gebied waarneembaar en toegestaan is, maar staat voor de afwezigheid van storende, voor de omgeving vreemde geluiden. Onder 'stil' worden geluiden verstaan die tussen de 35 en 40 dB(A) liggen. Activiteiten die de geluidsbelasting negatief beïnvloeden, zijn niet meer mogelijk in het gebied dat als stiltegebied is aangewezen. Gebiedseigen geluiden, zoals die van de landbouw, zijn hiervan uitgesloten. Voor beide scenario’s is ervoor gekozen om voor stiltegebieden contouren op te nemen: • •

10

Scenario A tiphoogte 150 meter o Stiltegebied contour: 250 meter Scenario B tiphoogte 225 meter o Stiltegebied contour: 250 meter

Datum: 4 maart 2024

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

4

Belemmeringenkaarten en witte vlekken per scenario

Hieronder zijn per scenario de totale belemmeringenkaarten weergegeven, waarop elke belemmering zoals in hoofdstuk 3 besproken, is weergegeven. Daar waar geen belemmeringen gelden, wordt gesproken over ‘witte vlekken’. Dit zijn locaties waar, op basis van deze technische studie, het waarschijnlijk is dat er geen belemmeringen gelden voor het plaatsen van windturbines. Nader onderzoek en berekeningen dienen echter uit te wijzen of het plaatsen van windturbines hier inderdaad mogelijk (en wenselijk) is. Een paar belangrijke opmerkingen vooraf: 1. Een belangrijke belemmering die niet in dit onderzoek is meegenomen, zijn de randvoorwaarden vanwege de defensieradar. Die gelden in de gehele 750 meter-zone. 2. Voor een aantal belemmeringen geldt dat de initiatiefnemer of het bevoegd gezag / de gemeente met de betrokken instantie(s) in gesprek kan gaan over de mogelijkheid om hiervan af te wijken. Hierdoor kan de kaart er in de praktijk anders uit komen te zien. 3. Er zijn geen harde eisen voor de onderlinge afstand tussen windturbines. Om te voorkomen dat windturbines niet optimaal presteren is de vuistregel dat de onderlinge afstand minimaal drie tot vier keer de diameter van de rotor is. Dit komt neer op een onderlinge afstand van minimaal 360 tot 480 meter. 4. De Provincie Brabant heeft in haar beleid staan dat een windpark uit ten minste drie windturbines bestaat.

Kijkend naar de ‘witte vlekken’ die overblijven waar geen belemmeringen gelden, zijn de volgende conclusies te trekken: Scenario A: tiphoogte 150m: • •

•

Er zijn in totaal drie ‘witte vlekken’ te zien waar in theorie geen belemmeringen gelden. Nader onderzoek en berekeningen dienen uit te wijzen of het plaatsen van windturbines hier inderdaad mogelijk en wenselijk is. Gezien de minimale onderlinge afstand van 360 tot 480 meter tussen windturbines is het niet mogelijk om meer dan twee turbines in de witte vlekken te plaatsen. In de grootste en middelste witte vlek past één windturbine. De onderlinge afstand tussen deze witte vlekken is voldoende om hier twee turbines te plaatsen. De kleinste vlek is echter te klein voor de plaatsing van een turbine. Het is hiermee niet mogelijk om een windpark van minimaal drie turbines (provinciaal beleid) in te passen in dit gebied.

Scenario B: tiphoogte 225m: •

In scenario B: tiphoogte 225m is één ‘witte vlek’ te zien waar in theorie geen belemmeringen gelden. Deze ‘witte vlek’ is echter zo klein in diameter, dat een windturbine hier niet past.

Datum: 4 maart 2024 11

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

Figuur 4-2 Belemmeringen windturbines scenario A: 750 meter contour binnen de gemeente Hilvarenbeek

Datum: 4 maart 2024 13

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

Figuur 4-3 Belemmeringen windturbines scenario B: 750 meter contour binnen de gemeente Hilvarenbeek

14

Datum: 4 maart 2024

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

Colofon TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK UITSLUITINGSGEBIEDEN WINDTURBINES

KLANT Gemeente Hilvarenbeek AUTEUR Arcadis Lou Brandjes Jessica Klop DATUM 4 maart 2024 STATUS Definitief

Datum: 4 maart 2024 15

TECHNISCHE STUDIE WINDTURBINES HILVARENBEEK

Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende ontwerp- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij helpen onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Wij zijn met 36.000 mensen actief die in ruim zeventig landen meer dan €4,2 miljard aan omzet genereren. Wij helpen UN-Habitat met onze mensen, die kennis en expertise leveren om de moeilijke leefomstandigheden te verbeteren in gebieden die lijden onder de gevolgen van klimaatverandering. www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life 16

Datum: 4 maart 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14031496/1