10 Omgevingsvisie Hilvarenbeek (7 bijlage Beantwoording technische vragen HOI Werkt)
Tekst van het document
Zaaknummer: 0080824
Aan de raads- en commissieleden Ruimte Betreft: Technische vragen agendapunt Raadsvoorstel vaststellen Omgevingsvisie (HOI Werkt) Datum: 4 september 2025 Bij het lezen en verdiepen in de Omgevingsvisie heeft de fractie HOI Werkt al een paar technische vragen die ze op voorhand willen neerleggen bij het college. Deze notitie beantwoordt de vragen. 1. Op pagina 42 wordt er gesproken over een landschapspark ten noorden van de Beekse Bergen. Dit is vastgelegd in de Ontwikkelstrategie Stedelijke Regio Breda-Tilburg. Hoe moeten we dit park voor ons zien? Hoe gaat dit gebied er in de toekomst uitzien als deze ambitie wordt gevolgd? De ambitie in de ontwikkelstrategie is het openhouden van landschappelijke gebieden in en tussen (meer) te verstedelijken gebied. Hoe dit er precies uit komt te zien, zal nog blijken uit verkennend onderzoek naar de ontwikkeling van stadsregionale landschapsparken in SRBT. De verkenning heeft als doel om te komen tot een ontwikkelvisie en business case, en verbindingen met de opgaven voor Bossenstrategie, aanvalsplan landschapselementen en GGA groen-blauw voor de landschapsparken. 2. Op pagina 45 wordt gesproken over het herstellen van het kampen- en hoevenlandschap, het oude ontginningslandschap en de beekdalen. Het is duidelijk dat bij de beekdalen het beleidskader van het waterschap leidend is.
Hoe wordt in de andere gebiedstypes (kampenen hoevenlandschap en het oude ontginningslandschap) gewerkt aan herstel? Wat zijn hierbij de uitgangspunten? Op hoofdlijnen staan de uitgangspunten in de omgevingsvisie. De koers is dat het landschapstype leidend is voor de ontwikkeling van het agrarisch buitengebied (paragraaf 7.6.2). Specifiek in het kampen- en hoevenlandschap en het oude ontginningslandschap zetten we maximaal in op het behoud en herstel van de landschapsstructuren en -elementen in combinatie met gezamenlijk landschapsbeheer (paragraaf 7.6.3). In paragraaf 2.6 zijn de kenmerken van het landschap beschreven (p.18). Het werken aan herstel zal verder gebiedsgericht gebeuren, door bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving rekening te houden met (versterken van) het oorspronkelijk landschapstype op díe plek. Gemeente Hilvarenbeek werkt hieraan niet ‘actief’ en als initiator maar wel kaderstellend. Uitgangspunten zijn de (cultuur)historische situatie en onder andere door of door middel van STILA, Van Gogh Nationaal Park en het Natuurbod van Regio Hart van Brabant. 3. Op pagina 61 staat dat woningbouwontwikkelingen natuurinclusief en klimaatadaptief zijn. Welke publiekrechtelijke instrumenten heeft de gemeente – of kan de gemeente inrichten – om hierop te sturen? Dit zijn zaken die maar beperkt in hogere richtlijnen (bv. het bouwbesluit) terugkomen.
Zaaknummer:
De gemeente heeft publiekrechtelijke en privaatrechtelijke instrumenten om hierop te sturen. • Publiekrechtelijk kunnen in het omgevingsplan regels worden opgenomen die ertoe bijdragen dat woningbouwontwikkelingen natuurinclusief en klimaatadapatief zijn. Denk bijvoorbeeld aan een verbod om te bouwen in een groene beekvallei of aan een verplichting om schuine daken te bouwen gericht op het zuiden. Het is niet mogelijk om op gemeentelijk niveau eisen te stellen aan een ontwikkeling als hieromtrent al iets is geregeld in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Daarbij moet het dan ook met hetzelfde doel zijn geregeld. Als er bijvoorbeeld met het oog op de veiligheid iets over gevelbekleding in het BBL staat, wil dat niet automatisch zeggen dat er vanwege ecologische doelstellingen niets over een groene gevel mag worden opgenomen. Verder is van belang dat een en ander nog in ontwikkeling is. Zo heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) deze zomer het eindrapport van de adviesgroep STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving) in ontvangst genomen. Dit kan tot gevolg hebben dat regels geschrapt worden. Met andere woorden, het is moeilijk op voorhand te zeggen wat de mogelijkheden zijn. Het gaat nu over een omgevingsvisie en niet over een omgevingsplan en ook over een lange planhorizon.
• Als de publiekrechtelijke mogelijkheden tegen mochten vallen, kan de gemeente met een ontwikkelaar in een anterieure overeenkomst in beginsel zonder belemmeringen afspraken maken over natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit, zolang het publiekrecht niet op onaanvaardbare wijze wordt doorkruist. Zolang beide partijen achter de afspraken staan, kan veel bereikt worden om te sturen op beide onderwerpen. Concluderend, de omgevingsvisie heeft een visionair karakter, en er zijn meerdere mogelijkheden om te sturen op natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit. 4. Op pagina 65 staat een kaart met de bedrijventerreinen. Klopt het dat het bedrijventerrein in Haghorst – welke terugkomt in de tekst – hier niet op staat en dat van de Biest – niet benoemt in de tekst – juist wel? We hebben per abuis de paarse kleur en/of het icoontje van ‘vergroenen, verduurzamen en klimaatadaptief inrichten van bedrijventerreinen’ op de kaart van p.65 niet uitgelicht voor het bedrijventerrein in Haghorst. 5. Op pagina 69 wordt gesproken over een RNLE-gebied. Wat houdt dit precies in en over welk gebied gaat het? De RNLE is een Regionale Natuur en Landschapseenheid. RNLE’s omvatten de meest waardevolle landschappen en natuurgebieden van Noord-Brabant en vormen samen in potentie een krachtige provinciale groenstructuur.
Via ecologisch-recreatieve zones zijn ze aan elkaar geschakeld en vormen ze de tegenhangers van de stedelijke regio’s en hebben daar ook het formaat voor. RNLE is eigenlijk een term uit de Structuurvisie. Het gaat over het gebied van de landgoederen en de Roovertsche Heide. 6. Het college heeft besloten om het kostenverhaal te regelen in het nog op te stellen omgevingsprogramma kostenverhaal. Hoe wordt het kostenverhaal bij projecten geregeld nu dit onderwerp in de omgevingsvisie ontbreekt en het omgevingsprogramma nog niet gereed is? Blijf de al bestaande regeling van kracht?
2
Zaaknummer:
Het verplichte kostenverhaal is geregeld bij wet en is tot nu toe gebaseerd op de structuurvisie. De omgevingsvisie komt in de plaats van de structuurvisie. Het intrekken van de structuurvisie vindt plaats vanuit de voorbereiding/vaststelling van de omgevingsvisie. Bij kostenverhaal van financiële bijdrage moet de vereiste functionele samenhang tussen de activiteit en de beoogde ontwikkeling worden onderbouwd in een omgevingsvisie of een programma. Dit is inderdaad nog niet gebeurd. Wel is voorzienbaar gemaakt aan eventuele initiatiefnemers dat bij bepaalde ontwikkelingen een bijdrage gevraagd zal worden aan andere activiteiten. Het programma kostenverhaal, waarin de functionele samenhang alsnog zal worden onderbouwd, zal binnen afzienbare tijd worden opgesteld. 7. Een aantal keer gaat het in de Omgevingsvisie om beschermd dorpsgezicht (o.a. pp. 16 en pp. 39 als het gaat over zonnepanelen). De tekst beperkt zich tot monumenten en Rijksbeschermd dorpsgezicht. Al sinds 2013 (bestemmingsplan Kern Hilvarenbeek) kennen we in Hilvarenbeek uitgebreider gebied waarin cultuurhistorische waarden worden beschermd (via dubbelbestemming CHW-2). Bijvoorbeeld delen Gelderstraat, Koestraat, Voortsepad, Varkensmarkt, Wouwerstraat. Ook zijn er karakteristieke panden aangeduid – die niet altijd monumentenstatus hebben.
Deze regeling is gebaseerd op de “Cultuurhistorische verkenning Kom Hilvarenbeek, Monumentenhuis Brabant, 2012” en is nog steeds van kracht. We werken aan update van monumentenlijst en waardenkaart. Het is logisch en consequent om in de Omgevingsvisie te benoemen dat we in Beek cultuurhistorische bescherming verder reikt dan monumenten en beschermd dorpsgezicht. Waarom doen we dit niet in de Omgevingsvisie? De ambities in de omgevingsvisie op het gebied van cultuurhistorie zijn niet alleen beperkt tot monumenten en het beschermd dorpsgezicht. Dit is alleen op hoofdlijnen beschreven. In de omgevingsvisie, specifiek in paragraaf 6.2.3. Herkenbaar dorps karakter, staat dat het van groot belang is dat de identiteit en de kenmerkende waarden van elke kern behouden blijven zoals de ruimtelijke structuur, de dorpse identiteit, de historische en beeldbepalende elementen, het erfgoed, de routing, zichtlijnen en cultuurhistorie. Verder staat er op verschillende plekken in de omgevingsvisie dat de karakteristieke landschappen/cultuurhistorisch waardevolle landschappen en structuren behouden, beschermd en waar mogelijk versterkt worden. Op dit moment zijn we bezig met het actualiseren van de Cultuurhistorische Waardenkaart. Deze kaart gebruikt als onderlegger de CHW kaart van de Provincie. Het Omgevingsplan is hierbij een relevant instrument.
In het omgevingsplan zal de Cultuurhistorische Waardenkaart een kaartlaag worden zodat er bij planontwikkelingen rekening gehouden kan worden met de cultuurhistorische waarden en dat deze waar mogelijk ook versterkt kunnen worden. Een voorbeeld, in het Omgevingsplan voor Biest-Houtakker staat een werkingsgebied opgenomen voor het Historische Dorpsstructuur en het Oude Gehucht pleintje. Hierin wordt onder andere geregeld dat het wijzigen van de verkaveling, waterwegen etc. verboden is zonder vergunning. Dit is ook zo opgenomen in de bestemmingsplannen voor de andere kernen van HVB. In de volgende omgevingsplannen zullen cultuurhistorische waardes op deze manier ook worden opgenomen. Piet Machielsen | wethouder Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen, Economie & Financiën Vrijthof 10 | 5081 CA Hilvarenbeek Postbus 3 | 5080 AA Hilvarenbeek (013) 505 83 00 | www.hilvarenbeek.nl | @gemeenteHbeek
3