CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Omgevingsvisie Hilvarenbeek (1 raadsvoorstel)

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Omgevingsvisie.3.497 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: 0080824

gemeente Hilvarenbeek

Voorstel aan de raad In de vergadering van Behandeld in college op Behandeld in commissie(s) Agendapunt Beleidsveld Onderwerp

: 25 september 2025 : 12 augustus 2025 : Ruimte van 4 en 11 september 2025 : 10 : Ruimte : Omgevingsvisie Hilvarenbeek

Voorstel 1. In te stemmen met de "Nota beantwoording zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie ‘Samen gezond groeien’ (bijlage 1). 2. De Omgevingsvisie Hilvarenbeek, met de bijbehorende bijlagen langs elektronische weg (digitaal) en analoog (papieren versie) gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerp wat ter inzage heeft gelegen. 3. De Structuurvisie Hilvarenbeek (2010) in te trekken.

Inleiding De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Eén van de instrumenten van de Omgevingswet is de omgevingsvisie. De omgevingsvisie geeft een integrale blik op de gemeente zodat complexe vraagstukken en ontwikkelingen in relatie tot elkaar kunnen worden afgewogen. Behalve de omgevingsvisie heeft de Omgevingswet ook de instrumenten omgevingsprogramma’s en omgevingsplan. Programma’s zijn thematische uitwerkingen van de visie en zijn een bevoegdheid van het college. Het omgevingsplan vervangt de bestemmingsplannen. Op 21 juli 2022 stelde uw raad de kaders vast voor de omgevingsvisie. Daarna zijn we aan de slag gegaan met het opstellen van de omgevingsvisie in verschillende fasen en met meerdere participatiemomenten. In januari 2024 dachten de ketenpartners, de samenleving, maar ook de plenaire commissie mee over de drie toekomstbeelden voor onze gemeente. Vervolgens heeft uw raad de kernvisie en ambities op 24 juli 2024 vastgesteld. Nu zijn we in een afrondende fase. De ontwerp Omgevingsvisie is opgesteld en heeft ter inzage gelegen. De zienswijzen zijn in de Nota beantwoording van zienswijzen samengevat en beantwoord. Ook heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (mer) advies gegeven over het Milieueffectrapport (MER). We hebben op basis daarvan wijzigingen opgenomen in de Omgevingsvisie.

Hiermee komen we tot een afronding van het proces van het opstellen van ambities en kaders voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Hilvarenbeek, zodat we ‘Samen gezond groeien’ in de praktijk verder kunnen brengen. Het doel van dit raadsvoorstel is de Omgevingsvisie vast te stellen.

1

Raad van 25 september 2025, nr. 10

Argumenten 1.1 Er zijn zienswijzen ingediend door verschillende partijen. We volgen de gebruikelijke procedure en hebben de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien in de nota (bijlage). Het ontwerp van de omgevingsvisie en het Plan-MER hebben van 4 april t/m 15 mei 2025 ter inzage gelegen. Iedereen kon binnen deze termijn hun reactie of zorgen op de ontwerp omgevingsvisie schriftelijk insturen. De gebruikelijke procedure is daarbij: ontvangst en registratie van de zienswijzen; analyse waarbij gekeken wordt of de argumenten in de zienswijzen relevant zijn voor het besluit. Nu motiveren we -bij besluitpunt 2- hoe zienswijzen zijn behandeld en waarom het besluit is genomen, rekening houdend met de ingediende zienswijzen. Deze voorbereiding op de Omgevingsvisie is gedaan op basis van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (uniforme openbare voorbereidingsprocedure). De beantwoording van zienswijzen is geanonimiseerd- gepubliceerd. Er zijn 50 zienswijzen ingediend door organisaties en individuen (inwoners en ondernemers). De zienswijzen hebben we samengevat in de bijlage. Daar staat ook onze gemeentelijke reactie bij. Op deze manier krijgt iedereen antwoord. De participatie maakt deel uit van de motiveringsplicht. In de omgevingsvisie moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn.

En wat de resultaten daarvan zijn. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit. 1.2 De ontvangen zienswijzen geven aanleiding om de omgevingsvisie gewijzigd vast te stellen. In de Nota beantwoording van zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie ‘Samen gezond groeien’ zijn alle zienswijzen samengevat. Hiervoor verwijzen we naar de bijlage. Er is per zienswijze een gemeentelijke reactie geplaatst en er is aangegeven of, en zo ja hoe, de zienswijzen gevolgen hebben voor de omgevingsvisie. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op onder andere het volgende: • Op de Omgevingsvisiekaart worden de (natte) ecologische verbindingszones (EVZ) opgaven toegevoegd. • In de tekst van de Omgevingsvisie wordt nader geduid wat wordt verstaan onder natuurinclusieve landbouw (de door het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselzekerheid te hanteren definitie). • Beekse Bergen wordt als toeristische trekker van bovenregionaal niveau sterker geprofileerd op de kaart en in de tekst van de Omgevingsvisie. • Cultuurhistorie (Akkercomplexen, Landgoederen en beschermd dorpsgezicht) wordt aangeduid op de Omgevingsvisiekaart. • In de ontwerp Omgevingsvisie wordt de opbouw van de bodem vaak beschreven aan de hand van de bovenlaag, terwijl de dieper gelegen grondsoort mede bepalend is voor ontwikkelingen.

In de Omgevingsvisie wordt een kaartje opgenomen over de opbouw van de bodem. • Ten aanzien van spuitvrije zones en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in relatie tot een gezonde woon- en leefomgeving wordt tekst toegevoegd om de ambitie hierover vast te leggen. • Ten aanzien van geur in relatie tot een gezonde woon- en leefomgeving wordt tekst toegevoegd om de ambitie uit te spreken dat we – gelet op evenwichtige toedeling van functies aan locaties - geen veehouderijen of andere niet-inpasbare bedrijven in of nabij kernen willen. We gaan een omgevingsprogramma over milieu en gezondheid stapsgewijs invullen. We beginnen met de onderdelen geur en spuitzones. • In de tekst van de Omgevingsvisie wordt verduidelijking opgenomen wat we bedoelen met de aanduiding ‘Beekdalen’ op de kaart, namelijk dat beekherstel mogelijk wordt gemaakt. Op de kaart ‘Natuurlijke leefomgeving’ worden de beekdalen toegevoegd. Deze stonden namelijk wel in de legenda maar niet op de deelkaart ‘Natuurlijke leefomgeving’.

2

Raad van 25 september 2025, nr. 10

Een aantal onderwerpen kwamen vaker naar voren, die niet hebben geleid tot wijziging van de omgevingsvisie, zoals: • In meerdere zienswijzen wordt gevraagd om de ‘bufferzone van 250 meter rond Natura 2000 gebieden te schrappen’. We vinden het echter belangrijk om deze ambitie uit te spreken, omdat deze zone nodig is voor de bescherming van het Natura 2000-gebied en willen hierbij aansluiten bij de door de provincie in te stellen bufferzones. We zien het als stip op de horizon en de ambitie in de Omgevingsvisie is voor de lange termijn (tot 2050) . • In meerdere zienswijzen wordt gevraagd om de ambitie van ‘15% biologische landbouw’ te schrappen of te nuanceren. De gemeente wil met deze ambitie geen verplichting opleggen aan individuele ondernemers, maar er wel op sturen op een versnelling van de transformatie naar biologische landbouw, waarbij ook de ruimtelijke ligging van de betrokken agrarische activiteit wordt meegewogen. • Gevraagd wordt om ondernemers vrij te laten in teeltkeuze. Dit heeft niet geleid tot wijziging van de omgevingsvisie. Nu en in de toekomst laten we – in lijn met beleid van provincie en waterschap - het watersysteem leidend zijn, wat betekent dat het belangrijk is om de activiteiten zoals teeltkeuze en dergelijke daarop aan te passen.

• Sommige indieners van zienswijzen vrezen waardedaling van hun agrarische grond en/of belemmering van gebruik van grond ter hoogte van de droge ecologische zone, bufferzone of een beekdal. Vaststelling van de Omgevingsvisie op zich leidt niet tot waardedaling. De gemeente geeft met de Omgevingsvisie wel richting aan een ontwikkeling in het buitengebied waarin een betere balans tussen economische activiteit, biodiversiteit en natuur en landschap tot stand gaat komen. Binnen de zienswijzen komen ook diverse onderwerpen aan bod die te gedetailleerd zijn en daarom meer thuis horen in het instrument omgevingsprogramma of omgevingsplan. 2.1 De Omgevingsvisie is een verplicht instrument uit de Omgevingswet en iedere gemeente moet op 1 januari 2027 een omgevingsvisie hebben. De Omgevingsvisie bevat de koers op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving van gemeente Hilvarenbeek. Uw raad legt hiermee de basis voor de nadere uitwerking in omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en ook voor de toetsing van concrete projecten en initiatieven. De gemeentelijke omgevingsvisie is een zelfbindend instrument dat de koers voor de fysieke leefomgeving tot 2050 vastlegt. Hiermee geeft uw raad de grote lijnen aan voor de toekomstige ontwikkelingen. De omgevingsvisie beschrijft de kwaliteit van de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen en het te voeren integrale beleid.

Dit is inclusief de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied (de onder- en bovengrond op verschillende niveaus en het water). De omgevingsvisie is juridisch niet direct bindend voor burgers en bedrijven. Uw raad stelt de omgevingsvisie vast. De uitwerkingen van de omgevingsvisie komen in omgevingsprogramma’s. Dit is gebaseerd op de nieuwe structuur van de Omgevingswet. Het college stelt die programma’s vast. Dat staat expliciet in de wet. Doel hiervan is om gemeenteraden te ontlasten en te helpen om op hoofdlijnen te sturen. De afspraak is gemaakt dat na vaststelling van de Omgevingsvisie college en raad met elkaar in gesprek gaan over de opzet (inhoud, structuur) van de omgevingsprogramma’s en de wijze waarop uw raad invloed kan uitoefenen op die programma’s. Dit is afgestemd in de raadswerkgroep. De juridische vertaling van de Omgevingsvisie (en de omgevingsprogramma’s) komt aan bod in het Omgevingsplan. Het omgevingsplan is wel bindend voor burgers en bedrijven. Dit is de vervanger van de bestemmingsplannen. Het is de bevoegdheid van de raad om het Omgevingsplan vast te stellen. Het college weegt af en neemt besluiten rondom aanvragen om omgevingsvergunningen. Het gaat hierbij namelijk om de ‘dagelijkse uitvoering’.

3

Raad van 25 september 2025, nr. 10

2.2 De Omgevingsvisie is integraal tot stand gekomen waarbij een uitgebreid participatieproces is doorlopen. Dit participatieproces bestond uit het volgende: • Stakeholdersbijeenkomst: kwaliteiten en ontwikkelingen in beeld brengen met vertegenwoordigers van (maatschappelijke) organisaties en verenigingen. • Eerste Week van de leefomgeving: dialoog over de foto van de leefomgeving (werkateliers, inwonersavond en de interactieve vragenlijst Swipocratie). • Tweede Week van de leefomgeving: sessie toekomstbeelden (varianten) met bewoners en enquête. • Derde Week van de leefomgeving: netwerkbijeenkomst en bewonersavond om input op te halen over de koers/thematische uitwerking en ambitie te bepalen voor de verschillende deelgebieden en kon een digitale vragenlijst worden ingevuld. • Formele ter inzage legging ontwerp Omgevingsvisie (en inloopbijeenkomst). We hebben er ook voor gezorgd dat de omgevingsvisie en andere beleidsstukken waar op dit moment aan wordt gewerkt op elkaar aansluiten. Dat geldt bijvoorbeeld voor de onderwerpen mobiliteit, groen, duurzaamheid en accommodatiebeleid. Dit heeft niet tot structurele aanpassingen geleid van de ontwerp Omgevingsvisie en/of van de betreffende beleidsstukken. 2.3 De kernvisie en ambities zijn nader uitgewerkt in Deel C van de Omgevingsvisie. Op 21 juli 2024 heeft uw raad de kernvisie en ambities vastgesteld.

Sindsdien hebben we deel C in de Omgevingsvisie uitgewerkt. Die uitwerking bestaat uit de Themagerichte uitwerking (hoofdstuk 6) en de Gebiedsgerichte uitwerking (hoofdstuk 7) en een hoofdstuk over de uitvoering (hoofdstuk 8). In de thematische uitwerkingen staan de ambities en is aangegeven met welk (thematisch) beleid we die willen bereiken. Op de deelkaarten en de omgevingsvisiekaart staat de ruimtelijke vertaling van deze ambities weergegeven. In de gebiedsgerichte uitwerkingen is aangegeven hoe de ambities per deelgebied ruimtelijk landen. Per type gebied is aangegeven wat het bestaande karakter is en wat de koers richting de toekomst is. Soms hebben we per deelgebied, zoals bij de kernen, het karakter omschreven. Met het oog op de vertaling in het omgevingsplan hebben we per gebiedstype een afwegingskader opgenomen en een milieukader. Bij het laatstgenoemde kader is het goed om te weten dat het kwaliteitsniveau een globale ambitie biedt voor het gehele deelgebied, maar niet specifiek bindend per locatie is. De uiteindelijke, verplichte eisen worden namelijk opgenomen in het omgevingsplan. Het hoofdstuk over de uitvoering geeft aan op welke manier we vervolg geven aan de Omgevingsvisie. 2.4 In de vast te stellen (gewijzigde) versie van de Omgevingsvisie zijn voorgestelde aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen verwerkt.

Zoals beschreven in argument 1.2 is er op basis van de ingediende zienswijzen aanleiding tot wijziging van de Omgevingsvisie. In de Nota beantwoording van zienswijzen is aangegeven wat heeft geleid tot wijziging in tekst of kaarten. Deze wijzigingen zijn verwerkt in bijlage 2, de vast te stellen versie van de Omgevingsvisie. In bijlage 4 zijn de wijzigingen gemarkeerd ten opzichte van het ontwerp van de Omgevingsvisie zoals deze ter inzage heeft gelegen. 2.5 Er is voldaan aan de plicht om een Plan-MER (milieueffectrapport) op te stellen. De Omgevingsvisie is een instrument waarvoor vaak een plan-mer-plicht geldt. Het bevoegd gezag moet in ieder geval een milieueffectrapport (plan-MER) opstellen als de omgevingsvisie het kader vormt voor later te nemen besluiten over projecten die zijn aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit (artikel 16.36, lid 1 Omgevingswet) en/of als de gemeente in of nabij 4

Raad van 25 september 2025, nr. 10

Natura 2000-gebieden ligt, en significante negatieve effecten op deze gebieden niet op voorhand kunnen worden uitgesloten (dan is een passende beoordeling verplicht en daarmee ook een mer). Het Plan-MER is te vinden in de bijlage van de Omgevingsvisie. 2.6 De Commissie mer is een onafhankelijke bij wet ingestelde commissie en heeft over (de kwaliteit van) het opgestelde MER-rapport een toetsingsadvies uitgebracht. De commissie heeft voorafgaand aan hun advies een locatiebezoek aan Hilvarenbeek gebracht. Daarbij heeft de commissie vragen gesteld over het MER-rapport en heeft de gemeente een toelichting gegeven. 2.7 Op basis van het advies van de Commissie mer is een aanvulling op de MER opgesteld. Hierin is nader uitgewerkt hoe en op welke wijze met het advies wordt omgegaan. Het betreffende advies van de Commissie mer en de notitie zijn te vinden in de bijlagen. De Commissie mer heeft vijf adviespunten gegeven. Deze zijn grofweg in te delen in: • Punten met betrekking tot volledigheid referentiesituatie, concreetheid opgaven en ambities en navolgbaarheid van beoordelingen • Specifieke punten met betrekking tot natuur (passende beoordeling) • Punten met betrekking tot de keuzes die zijn gemaakt in de Omgevingsvisie en de wijze waarop milieu wordt meegenomen in het vervolgtraject.

We hebben deze adviezen verwerkt in de notitie ‘Aanvulling PlanMER Omgevingsvisie Hilvarenbeek’ (bijlage). Naar aanleiding van het eerste punt beschrijven we per thema op gebiedsniveau de huidige situatie en autonome ontwikkeling. Dit is gedaan op basis van de leefomgevingsfoto, zoals opgenomen in het MER, aangevuld met eventuele aanvullende en recente studies. Het betreft in principe steeds dezelfde acht thema’s: lucht, geluid (activiteit), geluid (verkeer), bodemkwaliteit, waterkwaliteit, externe veiligheid, geur en spuitzones. Op basis van deze beschrijvingen bepaalde bureau Tauw op hoofdlijnen hoe de referentiesituatie zich verhoudt tot de ambities uit het milieumengpaneel. Voor het tweede punt is een beschrijving van het functioneren van het systeem van water, bodem, natuur en landschap aangevuld op basis van bestaande (verdiepende) informatie. Dat biedt informatie over een risico-inschatting van mogelijk negatieve gevolgen voor Natura 2000 gebieden, het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en biodiversiteit in het algemeen. Voor het derde punt is er een tekst opgesteld die laat zien hoe de varianten tot stand zijn gekomen. De commissie mer vraagt verder, via een op te stellen Agenda, aandacht voor de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie: concretisering, nadere keuzes, planning en rolverdeling tussen college en raad).

Naar mening van het college is het een te grote stap om dat beeld nu al compleet te hebben. Via de bijlage Uitvoeringstabel is een eerste grove aanzet gemaakt voor verdere uitwerking. In interactie tussen raad en college zal de Uitvoeringstabel komende jaar verder vorm krijgen. Aldus brengt het aangevulde MER (die overigens nu geacht wordt deel uit te maken van de omgevingsvisie) de omgevingseffecten van de omgevingsvisie goed in beeld. Daarmee kan de raad een zorgvuldige afweging maken bij de vaststelling van de omgevingsvisie. Daarbij is van belang dat er veel aanbevelingen in het MER zijn gedaan die deels al zijn verwerkt in de omgevingsvisie, maar grotendeels zullen worden verwerkt in de op te stellen programma’s, het omgevingsplan en de 2.0-versie van de omgevingsvisie. 3.1 De Structuurvisie Hilvarenbeek uit 2010 voldoet niet aan de eisen van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie komt in de plaats van de Stuctuurvisie. De Structuurvisie was een instrument onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie vervangt het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen zoals dat nu in de Structuurvisie is opgenomen. De nu vast te stellen Omgevingsvisie is gebaseerd op de uitgangspunten van de Omgevingswet. De Structuurvisie was ook een instrument voor planschade. Het verplichte Kostenverhaal is geregeld bij wet. De Omgevingswet vervangt een aantal eerdere wetten, waaronder de Wet 5

Raad van 25 september 2025, nr. 10

ruimtelijke ordening (Wro), en brengt een nieuwe benadering van ruimtelijke ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor burgers en bedrijven. Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is de nadeelcompensatieregeling, die een ruimere dekking biedt dan de vroegere planschade. Het intrekken van de Structuurvisie vindt plaats vanuit de voorbereiding van de Omgevingsvisie. Er is derhalve geen gevaar voor planschade- of nadeelcompensatieclaims op projecten als gevolg van het intrekken van de Structuurvisie. We werken nu een nieuw programma Kostenverhaal uit. De Omgevingsvisie geldt hiervoor als kader.

Kanttekeningen 1.1. We komen niet tegemoet aan álle opmerkingen uit de zienswijzen. Dit komt soms omdat zienswijzen te gedetailleerd zijn voor de Omgevingsvisie. Dan hoort het onderwerp bijvoorbeeld thuis in een Omgevingsprogramma of het Omgevingsplan instrument. Ook spreken (delen van) zienswijzen elkaar tegen. We erkennen dat er tegenstrijdige belangen zijn. In lijn met Samen gezond groeien worden keuzes gemaakt. Keuzes geven in ieder geval duidelijkheid over de koers van de gemeente. Daarom kunnen we niet alle partijen tevreden stellen. 2.1 We hebben een behoorlijk beleidsrijke Omgevingsvisie opgesteld waarin nieuwe keuzes worden gemaakt. Desondanks is de Omgevingsvisie bij sommige thema’s op hoofdlijnen gebleven. Nieuwe keuzes zijn gemaakt op basis van het participatieproces, zoals de variantenstudie met samenleving en partners. Dit hebben daar waar dat kon concreet, en daar waar dat niet kon, op hoofdlijnen uitgewerkt, in de wetenschap dat dit een 1.0-versie van de omgevingsvisie is en er nog vele versies zullen volgen. Niet alle vraagstukken met betrekking tot de fysieke leefomgeving zijn nu dus uitgewerkt of van definitieve keuzes voorzien. Dit kan door belanghebbenden als beperking worden ervaren. 2.2 Vervolgstappen en het organisatorisch inbedden van de uitwerking zijn cruciaal om de ambities uit de Omgevingsvisie te verwezenlijken.

Vaststellen van de Omgevingsvisie is de basis voor verdere uitwerking en verfijning om de ambities verder te concretiseren en uit te voeren. Als het blijft bij slechts de vaststelling van de voorliggende Omgevingsvisie, worden de doelen niet bereikt. We denken na over hoe het verder wordt geïmplementeerd in de organisatie met een bijbehorende structuur. Hierbij is het nodig dat de verschillende domeinen binnen de organisatie (kunnen) samenwerken. Samenwerking Tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie heeft een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden met alle belanghebbenden in en rond de gemeente, inclusief ketenpartners en buurgemeenten. Op verschillende manieren en in vier ronden hebben we mensen de mogelijkheid geboden om mee te doen, volgens het eerder opgestelde participatieplan. Tijdens de formele ter inzage legging heeft iedereen kunnen reageren op de ontwerp omgevingsvisie. Financiën Dit raadsvoorstel bevat geen financieel voorstel. We beschikken over voldoende budget voor het opstellen van de Omgevingsvisie. De kosten van het opstellen van de Omgevingsvisie zijn onderdeel van het totale budget voor de Omgevingswet. In de verdere uitwerking van de visie in programma´s en plan wordt uw raad om budget gevraagd als dit aan de orde is.

6

Raad van 25 september 2025, nr. 10

Communicatie Tijdens het proces van opstellen van de omgevingsvisie is regelmatig gecommuniceerd. Het communicatieplan van deze periode is als volgt. Voorafgaand aan de raadsbehandeling en na het collegebesluit: • Is een geanonimiseerde versie van de ‘Nota van beantwoording van zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie’ naar indieners van zienswijzen gecommuniceerd. • Is een nieuwsbrief gestuurd naar alle geïnteresseerden, de betrokkenen bij het proces van opstellen van de omgevingsvisie. Deze komt ook op de website. • Zijn berichten op de eerder gebruikte social media kanalen geplaatst. Na de raadsbehandeling: • Indieners van zienswijzen worden geïnformeerd over de besluitvorming • Communiceren we via een nieuwsbrief naar alle geïnteresseerden, de betrokkenen bij het proces van opstellen van de omgevingsvisie. • Plaatsen we op verschillende momenten berichten om mensen te informeren en betrekken in de inhoudelijke onderwerpen die in de omgevingsvisie staan, op de eerder gebruikte social media kanalen.

Uitvoering Het bevoegd gezag moet de omgevingsvisie digitaal beschikbaar stellen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Zo kan iedereen de omgevingsvisie digitaal bekijken in het onderdeel Regels op de kaart in het Omgevingsloket. Zie ook de tekst onder Communicatie. De Omgevingsvisie krijgt een vervolg in het uitwerken van de beoogde omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan (Uitvoeringstabel). Daarnaast is het wenselijk om de Omgevingsvisie elke twee jaar te actualiseren. Nadere concretisering en monitoring is een belangrijk onderdeel van het vervolgproces. Burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek

Burgemeester Evert Weys

secretaris Frank Jansen

Advies raadscommissie Dit voorstel is op 11 september 2025 oordeelsvormend behandeld in de commissie Ruimte. Alle fracties zijn van mening dat het voorstel rijp voor besluitvorming is en als bespreekstuk op de voorlopige agenda van de raadsvergadering van 25 september 2025 kan worden geplaatst. De griffier, Maarten Janus

7

Raad van 25 september 2025, nr. 10

Eindvoorstel Het college handhaaft het voorstel zoals genoemd in de paragraaf “Voorstel”. Burgemeester en Wethouders van Hilvarenbeek, secretaris, Frank Jansen

burgemeester, Evert Weys

Bijlagen (digitaal in raadsinformatiesysteem) 1. Nota beantwoording zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie ‘Samen gezond groeien’ 2. Gewijzigd vast te stellen Omgevingsvisie ‘Samen gezond groeien’ met bijbehorende bijlagen waaronder het MER, Aanvulling op het MER, Uitvoeringstabel. 3. Advies Commissie mer. 4. Omgevingsvisie waarin de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerp inzichtelijk zijn gemaakt

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15978557/1