CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 bp Akkerstraat 17 (3c Bijlage 3 Notitie invoergegevens AERIUS-verschilberekeningen)

Gemeenteraad 25 februari 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Akkerstraat 17, Biest-Houtakker"1.924 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie invoergegevens AERIUS-berekeningen

Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker Ulicoten, 29-05-2020

Kenmerk: JPa/03143-032

De ontwikkeling van het bedrijf ten opzichte van de bestaande, planologisch legale situatie aan de Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker direct voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan bestaat uit twee fases, de realisatiefase en de gebruiksfase. Wanneer deze fases geen (tijdelijke) toename in stikstofdepositie tot gevolg hebben kan het initiatief doorgang vinden. Middels de AERIUS-verschilberekening voor de realisatiefase wordt aangetoond dat de sanering van de bestaande bebouwing, de aanleg van het containerveld en de realisatie van de nieuwe voorzieningen binnen het bouwvlak niet zorgt voor een tijdelijke toename in stikstofdepositie ten opzichte van de uitgangssituatie. Voor wat betreft de gebruiksfase is een berekening gemaakt voor alle stikstofbronnen die met het initiatief aan het plangebied zullen worden toegevoegd, zoals de huisvesting voor tijdelijke werknemers en de verkeersbewegingen binnen van en naar de inrichting. Stikstofbronnen die in alle fases aanwezig zijn – zoals mobiele bronnen binnen het bestaande bouwvlak en bronnen ten behoeve van de bedrijfswoning – zijn daarbij achterwege gelaten. Het rekenprogramma berekend aan de hand van de invoergegevens de depositie over één kalenderjaar. Er is derhalve vanuit een worst-case scenario gerekend met het rekenjaar 2020.

De rekenresultaten van de berekening zijn als separate bijlage aan de toelichting toegevoegd. In deze notitie worden de gebruikte invoergegevens onderbouwd. Uitgangssituatie Zoals reeds uiteen is gezet in de toelichting van het bestemmingsplan mogen er conform de vigerende vergunning d.d. 18-04-2006 op het bedrijf 129 melk- en kalfkoeien, 119 stuks vrouwelijk jongvee en 40 vleeskalveren tot 8 maanden gehouden worden, zie Tabel 1. De dieren worden gehouden in een natuurlijk geventileerde stal (ongeforceerde uitstoot) op een traditioneel huisvestingssysteem. Aangezien het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ten opzichte van het bestaande bouwvlak op meer dan 3,0 km ligt kan worden verwacht dat er geen, of slechts zeer beperkt, sprake is van gebouweffecten. De gebouwinvloed hoeft derhalve niet meegenomen te worden in de berekening. Dit maakt de bestaande, planologisch legale situatie voor wat betreft het houden van dieren als volgt: Bron 1: X-coördinaat: Y-coördinaat: Uittreedhoogte: E-aanvraag NH3:

Stal 3 139 485 391 662 8,8 m 1.787 kg NH3/j

Bron 2: X-coördinaat: Y-coördinaat: Uittreedhoogte: E-aanvraag NH3:

Stal 2 139 483 391 603 1,5 m 509,6 kg NH3/j

(natuurlijke trek via nok, zie Afbeelding 1) (129 melk- en kalfkoeien x 13,0 kg NH3/dier/j + 25 stuks jongvee x 4,4 kg NH3/dier/j)

(zijwandventilatie, zie Afbeelding 1) (84 stuks jongvee x 4,4 kg NH3/dier/j + 40 vleeskalveren x 3,5 kg NH3/dier/j)

Pagina 1 van 9

Tabel 1: Diertabel vigerende vergunning d.d. 18-04-2006

Afbeelding 1: dwarsdoorsneden bestaande stallen Vanuit een worst-case scenario zijn de bestaande verkeersbewegingen van en naar de inrichting achterwege gelaten. Realisatiefase De emissie van de realisatiefase van het initiatief is opgebouwd uit vier te onderscheiden onderdelen: 1. Verkeersbewegingen van alle personeel en bouwbenodigdheden. 2. De aanleg van het containerveld; 3. De sanering van de bestaande bebouwing; 4. De realisatie van de nieuwe voorzieningen binnen het bouwvlak. Hierna wordt apart op de diverse onderdelen ingegaan. Bron 1 & 2: Verkeersbewegingen Voor het realiseren van het containerveld met bijbehorende retentievoorziening en de nieuwe voorzieningen binnen het bouwvlak zullen materialen en goederen naar het plangebied gebracht moeten worden. Ook zal grond en restmateriaal afgevoerd moeten worden. Tevens worden machines gebracht en opgehaald. Deze gegevens zijn ingevoerd als lijnelement. Voor de verkeersbewegingen van en naar de inrichting in de realisatiefase zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: - Licht verkeer: twee personenauto’s en vier werkbussen per etmaal (totaal 12 verkeersbewegingen per etmaal), bijvoorbeeld door de eigenaar, aannemer en/of personeel van het bouwbedrijf. Deze verkeersbewegingen blijven de gehele bouwfase aanwezig. - Middelzwaar verkeer: Er is geen sprake van middelzwaar verkeer.

Hieronder worden autobussen gezien of vrachtwagens zonder oplegger. - Zwaar verkeer: één voertuig per etmaal (totaal 2 verkeersbewegingen per etmaal). Het aanvoeren van bouwmaterialen is namelijk beperkt tot enkele keren per maand (geschat op 4x

Pagina 2 van 9

per maand). Er zal zich dan één vrachtwagen naar de bouwplaats bewegen. Deze vrachtwagen (of dergelijke) levert materialen en goederen en/of haalt op. Ook de mobiele werktuigen zullen van en naar het plangebied moeten bewegen, maar hiervoor geldt dat deze vaak voor langere tijd op de bouwplaats gestald blijven. Opgemerkt wordt dat dit zwaar verkeer dus voornamelijk plaatsvindt tijdens de ruwbouwfase, maar i.h.k.v. de worst-case scenario is hier nu geen onderscheid in gemaakt. De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van een lijnbron over de ontsluitingsroutes (buitenwegen). Deze lopen vanaf het plangebied in noordwestelijke en zuidwestelijke richting over de Akkerstraat. Over deze ontsluitingsroutes zijn de verkeersbewegingen evenredig verdeeld. De vervoersbewegingen zijn ingevoerd tot het moment dat deze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. In lijn met vaste jurisprudentie kunnen vanaf dat moment de gevolgen van het af- en aanrijdende verkeer voor het milieu namelijk niet meer worden toegerekend aan de inrichting. Om deze reden is een afstand van 100 m1 op de openbare weg opgenomen in de berekening of tot een kruising met een doorgaande weg. In deze afstand kan het verkeer afremmen of optrekken tot deze de normale snelheid heeft. De stikstofdepositie als gevolg van de verkeersbewegingen wordt berekend op jaarbasis.

In het rekenmodel worden de bronnen die per etmaal worden ingevoerd vermenigvuldigd met 365 om de jaarlijkse depositie te berekenen. Dit betekent dat het ook mogelijk is dat er op dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en op andere dagen minder. Bovenstaande aantallen zijn dan ook gemiddelden voor de realisatiefase. Bron 3 & 4: Aanleg containerveld Het realiseren van een containerveld met bijbehorende retentievoorziening vergt diverse werkzaamheden, die uitgevoerd moeten worden door een gespecialiseerd bedrijf. Deze werkzaamheden worden deels ondersteund door het gebruik van een graafmachine en landbouwtrekker. Het aanleggen van een containerveld met bijbehorende retentievoorziening is precisiewerk, waarbij GPS systemen zorgen voor de juiste indeling en hoogtes. Om het containerveld met bijbehorende retentievoorziening aan te leggen zullen allereerst diverse grondwerkzaamheden moeten plaatsvinden. Denk hierbij aan het afgraven en egaliseren van de grond. Nadat de grond gereed is gemaakt kan de folie en het gronddoek worden aangebracht, evenals de stelconplaten, goten en dergelijke. Voor een gedeelte van deze werkzaamheden zal gebruik gemaakt worden van een graafmachine en landbouwtrekker. Voor de aanleg van het containerveld zijn volgende uitgangspunten aangenomen: - De graafmachine is in totaal maximaal één maand operationeel.

De overige eigenschappen van de graafmachine zijn als standaard ingevoerd door het berekeningsprogramma. - De landbouwtrekker is in totaal maximaal één maand operationeel. De overige eigenschappen van de graafmachine zijn als standaard ingevoerd door het berekeningsprogramma. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron ter plaatse van het beoogde containerveld. De emissies van de mobiele werktuigen worden naast de draaiuren gebaseerd op het vermogen en de bouwjaar van het werktuig. Voor de uitstoothoogte en de warmte-output is uitgegaan van de standaard waarden van AERIUS. In Bijlage 1 zijn de gegevens zoals ingevoerd in AERIUS-Calculator opgenomen. Bron 5: Sanering van de bestaande bebouwing Voor de sanering van de bestaande bebouwing binnen het bouwvlak is aangenomen dat een bulldozer maximaal één week bezig is met het afbreken van de bebouwing. Vervolgens zal een graaflaadcombinatie circa twee weken bezig zijn om alles op te ruimen. De overige eigenschappen van het

Pagina 3 van 9

materieel zijn als standaard ingevoerd door het berekeningsprogramma. Gezien het feit dat deze werkzaamheden verspreid over het bouwvlak uitgevoerd worden, zijn de gegevens ingevoerd als vlakelement op de saneringslocatie. In Bijlage 2 zijn de gegevens zoals ingevoerd in AERIUS-Calculator opgenomen. Bron 6: Realisatie van de nieuwe voorzieningen Voor de realisatie van de nieuwe voorzieningen binnen het bouwvlak (verbouw rundveestal tot loods, realisatie teelt ondersteunende kas en aanleg waterbassin) is aangenomen dat anderhalve maand gebruik zal worden gemaakt van zwaar materieel zoals een graafmachine/mobiele kraan e.d. De overige eigenschappen van het materieel zijn als standaard ingevoerd door het berekeningsprogramma. Gezien het feit dat deze werkzaamheden verspreid over het bouwvlak uitgevoerd worden, zijn de gegevens ingevoerd als vlakelement op de bouwplaats. In Bijlage 3 zijn de gegevens zoals ingevoerd in AERIUSCalculator opgenomen. Gebruiksfase Hierna worden de invoergegevens voor alle stikstofbronnen, die met het initiatief aan het plangebied zullen worden toegevoegd, toegelicht. Dit betreffen de verkeersbewegingen, de mobiele bronnen die zullen worden gebruikt op het containerveld en de stookinstallatie die eventueel wordt toegevoegd ten behoeve van de huisvesting voor de tijdelijke werknemers.

De loods en de kas zullen geen stikstofemissie teweeg brengen, omdat deze niet zullen worden voorzien van een stookinstallatie. Zoals reeds uiteen is gezet in de inleiding zijn de stikstofbronnen die in de uitgangssituatie reeds aanwezig zijn – zoals mobiele bronnen binnen het bestaande bouwvlak en bronnen ten behoeve van de bedrijfswoning – achterwege gelaten, omdat de emissie vanuit die bronnen met het initiatief niet zal wijzigen. Bron 1 & 2: Verkeersbewegingen Om de verkeersaantrekkende werking van de kwekerij te bepalen wordt aangesloten bij de CROW. Voor een bedrijf dat is gelegen in het buitengebied en behoort tot de categorie ‘bedrijf arbeidsextensief /bezoekersextensief (loods/opslag/transportbedrijf)’, wordt een weekdaggemiddelde verkeersgeneratie van 3,9-5,7 per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte voorgeschreven. De beoogde loods heeft in een omvang van 1.402 m2. Dit resulteert in een in een weekdaggemiddelde van 79,9 verkeersbewegingen van en naar de inrichting. Op basis van een worst-case benadering is aangenomen dat hiervan dagelijks 30 verkeersbewegingen plaatsvinden met lichte vervoersmiddelen en 50 met zwaar vrachtverkeer. Voor de afwikkeling van de verkeersbewegingen zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd als in de realisatiefase.

Brond 3: Containerveld Voor wat betreft het beoogde containerveld vindt er uitsluitend stikstofemissie plaats wanneer hier vervoersbewegingen met een trekker over plaatsvinden. Over een containerveld (steltonplaten) vinden alleen vervoersbewegingen plaats bij het vullen van het veld en het bespuiten van de gewassen. Het vullen van het veld neemt maximaal één week in beslag. Uitgaande van een 8-urige werkweek komt dit neer op in totaal 40 draaiuren per jaar. Uitsluitend in de zomermaanden worden de planten één keer per week bespoten. Dit neemt circa 2,5 uur per keer in beslag. Wanneer de gewassen dus 26 keer per jaar bespoten zouden worden komt dit neer op in totaal 65 draaiuren per jaar. In totaal zal een landbouwtrekker dus circa 105 draaiuren per jaar operationeel zijn op het containerveld. In de AERIUSberekening is dit afgerond naar 150 draaiuren per jaar. De overige eigenschappen van de landbouwtrekker zijn als standaard ingevoerd door het berekeningsprogramma. Gezien het feit dat de landbouwtrekker over het gehele containerveld rijdt, is het containerveld ingevoerd als vlakelement. Ter plaatse van de retentievoorziening is geen sprake van

Pagina 4 van 9

stikstofemissie, hier wordt enkel water opgeslagen. In Bijlage 4 zijn de gegevens zoals ingevoerd in AERIUS-Calculator opgenomen. Bron 4: Huisvesting tijdelijke werknemers Voor wat betreft de huisvesting voor tijdelijke werknemers is aangesloten bij de stikstofemissie van een woning. Hiervoor is een emissiefactor van 3,0 NOx per woning per jaar vastgesteld, vanwege de emissie van stikstof vanuit de stookinstallatie. Hierbij wordt opgemerkt dat het op dit moment nog niet duidelijk is of de huisvesting wel zal worden voorzien van een gasaansluiting. Vanwege de landelijke wetgeving wordt er steeds vaker voor gekozen om voor andere vormen van verwarming te kiezen, die geen stikstofemissie teweeg brengen.

Pagina 5 van 9

Bijlage 1: Invoergegevens realisatiefase - mobiele werktuigen containerveld

Pagina 6 van 9

Bijlage 2: Invoergegevens realisatiefase - mobiele werktuigen sanering bestaande bebouwing

Pagina 7 van 9

Bijlage 3: Invoergegevens realisatiefase - mobiele werktuigen realisatie nieuwe voorzieningen

Pagina 8 van 9

Bijlage 4: Invoergegevens gebruiksfase - mobiele bronnen containerveld

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10046318/1