CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Bestemmingsplan Prins Hendriklaan 1, Esbeek (15 Bijlage bij regels - 2 Cultuurhistorie en natuurontwikkeling de Utrecht)

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Prins Hendriklaan 1, Esbeek”.5.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CULTUURHISTORIE EN NATUURONTWIKKELING De geschiedenis van Landgoed “De Utrecht” in kaarten en de relatie met de natuurontwikkelingsprojecten

VHSWHPEHU 2013

Opgesteld door: Praedium BV John Jansen en Gabi Stoffelen In opdracht van: ASR vastgoed vermogensbeheer Harry Breviers en Erik Somsen

INHOUDSOPGAVE

Inleiding

3

Cultuurhistorie in kaarten

4

Natuurontwikkelingsproject Broekeling

14

Natuurontwikkelingsproject Moerbleek

16

Natuurontwikkelingsproject De Flaes

20

Natuurontwikkelingsproject Deppo

21

2

INLEIDING

Deze rapportage geeft inzicht in de manier waarop de cultuurhistorie van Landgoed De Utrecht en diverse natuurontwikkelingsprojecten op het landgoed een relatie hebben met elkaar. Hiertoe is allereerst een overzcht gemaakt van de ontwikkeling van De Utrecht vanaf de Middeleeuwen tot nu. Dit overzicht is gemaakt mede op basis van de rapportage van het Monumentenhuis: Landgoed De Utrecht, cultuurhistorische analyse. De hierin beschreven ontwikkelingen zijn op kaart gezet en aangevuld met een aantal originele kaarten. Zo wordt eerst kort ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het landschap aan de hand van een geomorfologische kaart en een bodemkaart. Vervolgens zijn enkele oude topkaarten ingevoegd en is de conclusie hieruit ten aanzien van de ontginning van het landgoed op de huidige topkaart gezet. Daarbij is telkens in kleur op kaart gezet welke delen in de tussenliggende periode zijn ontgonnen. Op deze manier ontstaat een helder overzicht van

Deppo

welke delen op welk moment ontgonnen zijn. Daarbij is aangegeven waaruit de cultuurhistorische waarden uit de desbetreffende periode bestaan. Er wordt afgesloten met een kaart waarop zo helder mogelijk de elementen

Broekeling

staan uit de verschillende perioden en die vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevol zijn Naast cultuurhistorie op zich wordt in deze rapportage de relatie gelegd met enkele natuurontwikkelingsprojecten en de manier waarop deze aanhaken aan de cultuurhistorie van het gebied, naast het feit dat de projecten vanuit ecologie een duidelijke meerwaarde voor het gebied zijn en ook vanuit ecologie zijn geïnitieerd. Op de kaart hiernaast is aangegeven op welke plekken deze natuur ontwikkeld wordt: t Broekeling Hier wordt een deel van de aanwezige landbouwgrond omgezet naar natuur. Daarnaast wordt in de bestaande bossen onderhoud gepleegd in aansluiting op het Natuurbeheerplan

De Flaes

t Moerbleek Op deze plek, die vroeger uit natte heide bestond, worden in het bos een aantal poelen ontwikkeld. t De Flaes Ten zuiden van dit grote ven wordt een groot deel van de aanwezige landbouwgronden omgezet naar natuur. Tegelijk wordt in de bossen ten zuiden van de Flaes gekapt en onderhoud gepleegd, zodat de Flaes weer beter beleefbaar wordt. t Deppo Aan de noordzijde van de landbouwpercelen wordt een strook bos gerealiseerd. Deze strook ligt tegen de Reusel.

Moerbleek

Bij de toelichting op de natuurontwikkelingsprojecten is het de bedoeling dat regelmatig teruggebladerd wordt naar de kaarten uit het eerste deel. Ten behoeve van de herkenbaarheid van de verschillende natuurontwikkelingsgebieden zijn deze op de kaarten uit het eerste deel aangegeven door middel van een rode cirkel.

3

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN huidige topkaart

%JUJTEFUPQPHSBmTDIFLBBSUWBOIFUMBOEHPFE op dit moment. Met een zwarte stippellijn is de huidige begrenzing van het landgoed aangegeven. Het landgoed is niet altijd zo groot geweest, maar heeft haar huidige grootte na 1910 gekregen. Daarna zijn nog slechts kleine stukken aan het landgoed toegevoegd.

4

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN geomorfologie

Het landschap van De Utrecht is ontstaan in een gebied dat zijn huidige vorm in de laatste ijstijd heeft gekregen. Nederland was toen één grote stuivende vlakte, waarbij laagtes werden Legenda

uitgestoven en ruggen werden opgestoven.

Brabantse Wal

het resultaat hiervan is het best zichtbaar op

Plateau (incl. horstglooiing)

de geomorfologische kaart.

Stuifduinen (actief stuifzand)

Hierop is duidelijk het patroon van de beekda-

(Land)duinen +/- bijbehorende vlakten/laagten)

Legenda

Rug (dekzandrug of terrasrug)

len te zien (blauw-groen). Tegen de beekdalen

Welvingen (zand, uiterwaard, terras- of getijafzettingen)

aan liggen hogere dekzandruggen (bruin). Dit

Vlakte (dek)zand

zijn plekken geweest waar men zich vroeger

Laagte (+/- randwal), evt. moerassig Brabantse Wal

graag vestigde, iets hoger dan het omliggen-

laagte, beek- of rivierdalbodem Plateau (incl.Dalvormige horstglooiing) Beekoverstromingsvlakte Stuifduinen (actief stuifzand)

de land, maar tegen het vruchtbare beekdal.

(Land)duinenTerrasvlakte +/- bijbehorende vlakten/laagten)

Ook de gele stuifzanden zijn herkenbaar op

Dalvlakteterras Rug (dekzandrug of terrasrug)

de kaart. Dit waren en zijn de meest droge

Oeverwal Welvingen (zand, uiterwaard, terras- of getijafzettingen)

gebieden met veel reliëf.

Vlakte rivierklei Vlakte (dek)zand Vlakte van getij-afzettingen Laagte (+/- randwal), evt. moerassig

Tenslotte zijn met blauw de gebieden aan-

Geulenbeeken kreken Dalvormige laagte, of rivierdalbodem

gegeven die het meest laag gelegen zijn en

Veenrestrug Beekoverstromingsvlakte

waar vennen liggen of hebben gelegen.

Terrasvlakte Vlakte veen

Meest opvallende elementen die uit deze pe-

Water Dalvlakteterras Oeverwal

riode (cultuurhistorische) waarde hebben zijn

Dijk

Dijkdoorbraakafzetting Vlakte rivierklei

de beekdalen.

Antropogeen Vlakte van getij-afzettingen Geulen en kreken

5

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN Hn21

bodemkaart

zEZ21

Hn23

Hn23

zEZ21

Hd21 Hn21

zEZ23

Hn21

Hn21

zEZ23

zEZ23 Hn21

zEZ21

zEZ23

zEZ23 pZn23

EZg23

zEZ21

zEZ21

Hn21 Hn21

Hn21

Zd21

Zd21 Hn21

pZg23

Hn23

zEZ23

Hn23

zEZ21

zEZ21

Zn21 pZg23

Hn23

Hn23

Hn21 pZn21

pZn23

zEZ21

Hn21

Hd21

Hn21 zEZ21

pZn21

zEZ21

Hn21

zEZ21

pZn21

pZn21 Hn30 Hn21

|g WATER

pZn21

Hn21

zEZ21

Hn21

Hn21

zEZ23 Hn23

zEZ23 zEZ21

Hn21 Hn21

Hn21

Hn21 Y23 zEZ23

zEZ23

zEZ23

Hn23 pZn21 zEZ23 Hn21

Hn21 Hn21

zEZ23

EZg23

zEZ23

Wat verder opvalt zijn de donkerbruine vlakY21 enkeerdgronden. Dit zijn ken, dezEZ23 hoge bruine

de gebieden met een dikkeHn23 humeuze bovenzEZ23

EZg23 pZg21

Hn21

Hn21 Hd21

zEZ23en heideals akkerland, waarbij jaarlijks mest Zn23

plaggen zijn opgebracht. Dit zijn de oudste

|h BEBOUW Hn21

6

Hn23

pZn23

Zd21

zEZ23

zEZ23

zEZ23

zEZ23

na droogleggen van het Goorven. Hn23

laag, die ontstaan is door langdurig gebruik EZg23

Y21

en de venige bodem, die is achtergebleven Hn23

zEZ23

zEZ23

duidelijk herkenbaar, evenals de stuifzanden

Hn23

zEZ23 |h BEBOUW

Hn23

Hn21

|h BEBOUW zijn de beekdalen Ook op de bodemkaart

zEZ23 zEZ23 zEZ23

Hn21 zEZ23

Hn21

zEZ23 zEZ23

zEZ23

Hn21

pZn21

zEZ23

Hn21

Zd21

Hn21

zEZ23

pZn21

Zn21

Hn21

Hn21

|h BEBOUW

zEZ21 zEZ21

Hn21

Hn21

zEZ23

Hn21

pZn21

Hn21

Hn21

Hn21

Hn21

Hn21

zEZ21

Hn21

Zd21

zVz

Hn21

Hn21

EZg23

Hn21 Hn21

pZg21

pZn23 Hn21 Hn21

Hn21

Hn21 zEZ23

Hn21

Hn21

Hn21

|g WATER

|g WATER

Hn21

Hd21

Hn21

Hd21

Hn21

Hn21

Hn21

Hn21

Hn21

zEZ21

Hn21

Hd21

Hn21

|g WAT

Hn21

Hn21

Hn21

Zd21

cHn21

Hn21

pZg23

Hn21

Hn21

Hn21

zEZ21

pZn21

Hn23 zEZ23

zEZ21

Hn21

Hn23

zEZ23

Hn21

Hn21 Hn21

Hn23

Hn23

Hn21 Hn21

Hn21

Hn21

cHn21

Hn23

Hn23

Hn21

zEZ21 Hn21

Hn23 Hn23

Hn21

pZn21

Hn21

landbouwgebieden, waaronder Tulder, Dun en zEZ23 zEZ23

pZn23

Lange Gracht. pZn23

pZn23 Zb23

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN Middeleeuwen

Tulder

UIt de geschiedenis van het gebied komt naar voren dat Tulder één van de eerst ontgonnen gebieden is. Op dat moment waren ongetwijfeld ook de beekdalen en andere lage gebieden al herkenbaar aanwezig. De locatie van Tulder is mooi af te lezen aan de dikke zwarte enkeerdengronden van de bodemkaart.

7

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN WRSRJUDÀVFKHNDDUWFD

0QEFUPQPHSBmTDIFLBBSUWBOSPOE is duidelijk zichtbaar dat het gebied op dat moment op een paar plekken bewoond werd, Tulder, Dun en Lange Gracht (de dikke zwarte enkeerdgronden van de bodemkaart). De rest van het gebied bestond uit uitgestrekte heidevelden met enkele laagtes waarin zich water en moerassen bevonden. De belangrijkste voorbeelden daarvan zijn het Groot Goor in het zuidwestelijk deel van het landgoed en de Flaes en het Goor in het zuidoostelijk deel. Net ten noorden van de Flaes en het Goor ligt het beekdal van de Reusel. De slingerende waterloop is duidelijk herkenbaar. Het beekdal zelf onderscheidde zich van de omgeving door de aanwezigheid van wat bosjes en andere opgaande beplanting. Hier vond ook de bewoning plaats. De akkers lagen op de hogere delen en de graslanden op de lagere natte delen. Op deze kaart vallen tenslotte een aantal rechte wegen op, die de verbinding tussen de belangrijkste plekken vormden. Vaak waren dit hoger liggende dijkjes (waaronder de Dunse Dijk), die door nat gebied liepen.

8

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN herkenbare elementen uit 1850

Lange Gracht

Tulder Dun

Flaes

Goor

Groot Goor Deze kaart geeft een beeld van de belangSJKLTUFFMFNFOUFOVJUEFLBBSUWBO  geprojecteerd op de kaart van nu. De meest hekenbare elementen zijn de gebieden waar de eerste bewoning plaatsvond. Daarnaast is de loop van de Reusel op de kaart gezet en de loop van de Hoogeindsche beek, waaraan Tulder is ontstaan. Verder zijn de verschillende vennen overgenomen zoals deze op de kaart WBOTUBBO%FSFTUFSFOEFHSJK[FEFMFO zijn voor het overgrote deel uitgestrekte heidevelden geweest.

9

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN WRSRJUDÀVFKHNDDUWFD

0OHFWFFSKBBSMBUFSJTFSWFFMWFSBOEFSE Nog steeds bestaan grote delen uit heide, maar tevens is de ontginning van het gebied voortvarend ter hand genomen. Zo heeft men het Groot Goor leeg laten lopen en in gebruik genomen als grasland. Ook zijn grote delen van de voormalige heidegronden bebost met vornamelijk naaldhout. Heel herkenbaar zijn de lange rechthoekige verkavelingen in de bossen. Met name het gebied ten zuiden van het ontgonnen Groot Goor kent een mooie schaakbordverkaveling. Verder zijn grote delen in gebruik genomen als gras- of akkerland. Bijzonder op de kaart is verder het patroon van slootjes in het heidegebied net ten noorden van het Goor, een duidelijk bewijs dat de ontginning van het gebied nog in volle gang was.

10

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN

de ns e

di jk

herkenbare elementen uit 1900

Tu l

Houtvesterswoning

e ns Du

a k ri

di jk

H

e

e

d

sc h

la

rd

n

ie

n

k

dij

M

he

XJLLFMJOHFOWBOEFQFSJPEF%PPS

P

lsc

ri

pe

n

s

p Po

Bijgaande kaart geeft een beeld van de ont-

dij

middel van bruine lijnen zijn de vele verhoog-

k

de wegen aangegeven die als basis voor de ontginning hebben gedient.

Weldsch e

De belangrijkste nieuwe ontginningsas uit

dijk

deze periode is de Prins Hendriklaan, die van zuidoost naar oost loopt en die de verschillende delen van het landgoed met elkaar verbindt. Opvallend is dat grote delen, in met name het

Rav els

ed

noordelijk deel van het landgoed, nu bebost

ijk

zijn, die rond 1900 nog in gebruik waren als landbouwgrond (groen omlijnd op de kaart). Ook de houtvesterswoning en het omliggende parkachtig ingerichte gebied stammen uit deze periode (ca 1910). Deze woning met de kenmerkende toren en de omliggende gebouwen fungeren als centrum van het landgoed. De grijze delen op de kaart zijn de gebieden die op de kaart van 1900 nog woeste gronden waren, de onontgonnen heidegronden.

11

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN ontwikkelingen tot nu

golfbaan

laatste onontgonnen gebied De kaart van nu laat zien dat nagenoeg het hele landgoed in de periode na ondertussen ontgonnen is. Tegelijk besefte men in deze periode dat ook natuur een belangrijke functie is. Het gebied rond de Flaes en het Goor zijn dan ook niet verder drooggelegd en ontgonnen tot landbouwgrond. De nieuw in gebruik genomen gronden bestaan nagenoeg allemaal uit bosgebieden. Ook delen landbouwgrond zijn in deze periode beplant met bos. In de periode tussen ca. 1900 en nu zijn op het landgoed ook verschillende gebouwen toegevoegd. Deze gebouwen kenmerken zich door hun agrarische functie. Het zijn boerderijen of woningen voor de landarbeiders. Nagenoeg alle woningen zijn voorzien van luiken met de kleuren van het landgoed. Een uitgebreid overzicht van de geschiedenis en de kenmerken van de diverse gebouwen is in de rapportage van Het Monumentenhuis opgenomen. Een bijzondere toevoeging van deze tijd is de golfbaan ten zuidoosten van de Houtvesterswoning.

12

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN conclusiekaart noordelijk deel

centrum

westelijk deel

oostelijk deel Op bijgaande kaart is de globale opbouw van het landgoed duidelijk gemaakt. Het landgoed heeft een heel herkenbaar centrum, de voormalige houtvesterswoning met de omliggende bebouwing. Het landgoed is verder min of meer uit drie delen opgebouwd: thet noordelijk deel, waar de meeste bebouwing staat en de landbouwkundieg functie belangrijk is, teen westelijk deel dat voornamelijk uit bos bestaat en waar de ontginningsstructuur (schaakbordpatroon en het gebied op de plek van het Groot Goor) en het oorspronkelijke natte karakter van het gebied de belangrijkste cultuurhistorische elementen zijn en teen oostelijk deel waar de natuur de belangrijkste functie is met het beekdal van de Reusel en de vennen de Flaes en het Goor. De Prins Hendriklaan is een belangrijke drager van het gebied, evenals de diverse dwars daarop staande dijken.

13

NATUURONTWIKKELINGSPROJECT BROEKELING

Locatie De locatie van het natuurontwikkelingsproject Broekeling ligt in het gebied dat zich ten zuiden van de Hoogeindsche beek bevindt. De doelstellingen voor dit gebied liggen vooral in vernatten en beekherstel. Ten noorden van de beek ligt de toekomstige bouwlocatie Berkensingel. Hier wordt aangehaakt op de natte natuur die in de Broekeling nu al aanwezig is en verder ontwikkeld wordt.

Doelstelling Het gebied wordt in het beleid aangeduid als Natte Natuurparel. Het beleid voor deze gebieden vindt haar oorsprong in het doel goed om te willen gaan met teveel of juist te weinig water. Het Europees beleid en het daasruit voortvloeiende Nationaal Bestuursakkoord Water en andere landelijke afspraken geven hiervoor de kaders. Het tegengaan van tekorten aan water in Noord-Brabant verloopt via verdrogingsaanpak en via venherstel. Binnen de verdrogingsaanpak is de bescherming van de zogenaamde natuurparels één van de drie sporen. De benaming Natte Natuurparels betreft de waterafhankelijke delen van de Ecologische Hoofdstructuur die behoren tot een samenhangend complex van natuurgebieden die sterk afhankelijk zijn van hoge grondwaterstanden of kwel. Deze gebieden worden sterk beïnvloed door de inrichting en het beheer van de omgeving en daarom is het beleid erop gericht de waterhuishouding, waterkwaliteit en inrichting in deze gebieden af te stemmen op de ecologische doelstellingen.

Geschiedenis van de plek 5PQPHSBmTDIFLBBSU

%JUHFCJFECFTUPOESPOEWPPSOBNFMJKLVJUVJUHFTUSFLUFIFJEFWFMEFONFUHSPFQFOCPNFO XBBSCJKIFUPPTtelijke deel en uiteraard het gebied direct bij de beek erg nat was. Dit deel wordt op de geomorfologische kaart aangeduid als dalvormige laagte. Deze laagte sluit aan op de laagte waar de Hoogeindsche Beek doorheen loopt. Op de kaart van rond 1900 is het gebied nog steeds onontgonnen. Wel is aan weerszijden van de oostelijke laagte een houtwalletje zichtbaar. Kennelijk was men al wel begonnen met de eerste maatregelen om het gebied droog te leggen en geschikt te maken voor de landbouw. 0QEFIVJEJHFUPQPHSBmTDIFLBBSUJTEVJEFMJKLEBUIFUHFCJFEEFFMTJOHFCSVJLHFOPNFOJTEPPSEFMBOECPVXFO dat de oostelijke natte zone, de dalvormige laagte, nog altijd bestaat uit bos, heide en vennen.

Maatregelen De maatregelen die genomen worden in dit gebied bestaan uit:

t Het plegen van achterstallig onderhoud in het oostelijk deel. Hier zijn in de loop der tijd allerlei bomen en struiken opgeslagen in het oorspronkelijk tamelijk open heide terrein. Dit opschot bestaat voornamelijk uit berk en den. Deze zullen deels worden verwijderd en afgevoerd en deels achterblijven op het terrein, waarbij er de voorkeur naar uitgaat om een deel van de bomen niet weg te zagen maar om te trekken.

t )FUPN[FUUFOWBOEFBBOXF[JHFMBOECPVXHSPOEOBBSCMPFNSJKLHSBTFOnPSBFOGBVOBSJKLFBLLFSUKFT Doel van dit onderdeel van het project is de vernatting van het gebied mogelijk maken door de landbouwgronden uit productie te halen en een functie te geven voor de natuur.

*OSJDIUJOHTTDIFUT

14

t Aanleg van een houtwal. Om het huidige landbouwgebied nog meer natuurwaarde te geven is voorgesteld op dit deel van het terrein FFOIPVUXBMBBOUFMFHHFO0QEF[FNBOJFSXPSEUIFUUFSSFJOWPPSnPSBFOGBVOBBBOUSFLLFMJKLFSBMTWFTUJgingsplaats of als fourageerterrein.

Relatie met de cultuurhistorie Het gebied is een boomrijk heideterrein, dat in de periode tussen 1900 en WOII ontgonnen is, voor zover er al sprake is van ontginning. Met name de natuurwaarde is belangrijk op deze plek. De voorgestelde maatregelen hebben dan ook vooral een ecologische achtergrond, voortvloeiend uit de aanwijzing van het gebied als Natte Natuurparel. Daarbij wordt tegelijk echter ook de landschappelijk waarde van het gebied verhoogd. Door het plegen van achterstallig onderhoud wordt aangesloten bij de oorspronkelijke situatie en ontstaat weer een mooie aaneengesloten natte zone. In feite wordt met de voorgestane maatregelen deels teruggekeerd naar de

OPPERVLAKTE BLUSVIJVER VOGELENZANG

19e eeuwse situatie waarin het gebied nat was en voornamelijk bestond uit boomrijke heide. (Zie ook de kaart-

.BBUSFHFMFOPQCFTUFNNJOHTQMBOLBBSU

jes uit het voorgaande hoofdstuk.)

Relatie met beleid #FTUFNNJOHTQMBO In het Bestemmingsplan liggen de gebieden waar de verschillende maatregelen zijn voorgesteld binnen de 4,1

bestemming bos (grasgroen) of de bestemming natuur (blauwgroen) of agrarisch met waarden (lichtgroen). Daarnaast heeft een deel van het gebied een arcering met kruisjes. Deze arcering staat voor “attentiegebied ehs”. Deze gronden zijn mede bestemd voor behoud, beheer en herstel van de waterhuishoudkundige situatie, gericht op het verbeteren van de condities voor de natuur(waarden). /BUVVSCFMFJETQMBO

3

De gebieden waar de diverse maatregelen zijn voorgesteld hebben op de Ambitiekaart in het Natuurbeheerplan

0,1

de aanduiding vochtig bos met productie (bruin), vochtige heide (paars) en vochtig hooiland (groen). De drie

6,1

westelijke akkers hebben in het Natuurbeheerplan geen aanduiding gekregen. De maatregelen lijken dan ook

0,18

.BBUSFHFMFOPQ/BUVVSCFIFFSQMBOLBBSU

overeen te stemmen met het Natuurbeheerplan.

1

Getallen )FUQSPKFDUCFUSFGUIFUQMFHFOWBOBDIUFSTUBMMJHPOEFSIPVEPQDB IBFOIFUPN[FUUFOWBODB IB MBOECPVXHSPOEOBBSOBUVVS XBBSWBO IBOBBSLSVJEFOFOGBVOBSJKLHSBTMBOEFO IBOBBSLSVJEFOFO faunarijke akker. Daarnaast wordt 230m houtwal aangelegd (0,12ha).

Legenda blusvijver poel venherstel bos verwijderen dunnen en opschonen bosaanplant houtwal kruiden- en faunarijk grasland

0

75

150

300

450

Meters 600

15

0QQFSWMBLUFTNBBUSFHFMFO

kruiden- en faunarijke akker

NATUURONTWIKKELINGSPROJECT MOERBLEEK Uitgangspunten voor de poelen zijn: t maximale diepte 1m beneden huidig maaiveld t nBVXFOPPSEPFWFS DB t PWFSJHFPFWFSTNPHFOTUFJMFS[JKO CJKWPPSLFVS t wateroppervlak is bij maximale vulling maximaal 1.000m2, t de ontgraven grond wordt in het terrein verwerkt in de vorm van lage wallen aan de noordzijde van de poel, t NBYJNBMFIPPHUFWBOEFXBMMFOJT N t taluds van de wallen sluiten zoveel mogelijk aan op de taluds van de poel

Locatie De locatie Moerbleek ligt in het zuidwestelijk deel van het landgoed.

Doelstelling In de rapportage van het Ravon van oktober 2011 wordt aangegeven dat op Landgoed de Utrecht een aantal QPFMFOFOWFOOFOBBOXF[JH[JKOXBBSEJWFSTFTPPSUFOBNmCJFÑOFOBOEFSFnPSBFOGBVOBWPPSLPNFO*OEF rapportage Evenwichtig Samengaan, Duurzaam instandhoudingsplan landgoed De Utrecht, wordt aangegeven dat het voor een duurzame exploitatie van Landgoed De Utrecht nodig is door middel van een integrale aanpak een nieuw dynamisch evenwicht te vinden tussen natuur, economie, cultuurhistorie, recreatie, wonen en (be) leefbaarheid. Op die manier kan het landgoed als cultuurhistorisch complex zijn markante identiteit en waarde voor natuur, cultuur en economie behouden. Het project Moerbleek beoogt met name de natuurwaarden van dit gebied te versterken. UIteraard speelt de cultuurhistorie van het landgoed daarbij een belangrijke rol, immers veel van de nagestreefde natuurwaarden waren vroeger op het landgoed aanwezig en zijn mede door ingrijpen ten behoeve van de ontginning van het gebied verdwenen.

1 2

3

Het Ravon heeft in het kader van dit herstel van natuurwaarden onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om hier levensvatbare populaties van verschillende herpetofauna te realiseren. Doelsoorten zijn vinpootsalamanEFS IFJLJLLFS QPFMLJLLFSFOMFWFOECBSFOEFIBHFEJT0PLWPPSBOEFSFnPSBFOGBVOBTPPSUFOWPSNFOQPFMFOFO vennen en (kleine) heideterreinen een belangrijk groeiplaats, (onderdeel van het) leefgebied en/of voortplantingswater. Enkele voorbeelden zijn oeverkruid, moerashertshooi, biesvarens, veenmossen, klein blaasjeskruid, moerassprinkhaan, zompsprinkhaan, diverse libellen, geelgors, roodborsttapuit, nachtzwaluw en geoorde fuut

14

4

5

13

6

Geschiedenis van de plek Dit deel van het landgoed was tot de ontginning rond 1900 “Woeste Grond”, in dit geval vooral natte heide met IFSFOEFSXBUPQHBBOEHSPFOFOFOLFMFTDIBQFOESFWFO0QEFLBBSUWBOLPNUEJUPQFOLBSBLUFSEVJEFMJKL naar voren. Aan de noordrand van het gebied lag destijds het ven, Het Groot Goor. Aan de zuidkant lag het ven De Moerbleek. Rond 1900 ziet de kaart er heel anders uit. Op dat moment is het gebied tussen Het Groot Goor en de Moerbleek helemaal bebost en verkaveld in keurige rechthoekige blokken. Het Groot Goor is drooggelegd en verkaveld in smalle percelen. Alleen het deel rond De Moerbleek is nog heide en ook het ven zelf ligt er nog. Na 1900 is het ven eveneens verdwenen. Er resteert alleen nog een stuk heide.

12 11

Maatregelen Het oorspronkelijke plan van het Ravon bestond uit meer poelen en corridors dan op de nevenstaade kaart staan aangevegeven. Een aantal van de maatregelen zijn afgevallen als gevolg van aanwezige archeologische waarden of al uitgevoerd. De overblijvende maatregelen bestaan uit de aanleg van poelen op de plekken 3 t/m   FO0QEFQMFLLFOFOXPSEUIFSTUFMWBOEFPPSTQSPOLFMJKLFWFOOFOOBHFTUSFFGU5FOTMPUUFXPSEU op plekken 2, 9, 11 en 12 alleen heide hersteld in de vorm van corridors. De kaart hiernaast geeft een overzicht van de genoemde plekken. Naast nieuwe natuur op de plaats van bestaande natuur in de vorm van voornameMJKLOBBMECPTXPSEUBBOEFSBOEWBOEFCFTUBBOEFIFJEFOPH IBLSVJEFOFOGBVOBSJKLHSBTMBOEHFSFBMJTFFSE  als buffer tussen de heide en de landbouw.

10 8 9

%FQPFMFOEJFOFO[PVJUHFWPFSEUFXPSEFOEBUEF[FPQUJNBBMMFFGHFCJFEPQMFWFSFOWPPSBMMFSMFJBNmCJFÑOFO andere watergebonden natuur. De poelen worden dan ook wisselend van grootte, waarbij de enkele poelen jaarlijks droog zullen komen te vallen en anderen nooit of slechts in heel droge jaren. Op de volgende pagina staat een tekening van een dergelijke gemiddelde poel. -PDBUJFTWBOEFQPFMFOLSVJEFOFOGBVOBSJKLHSBTMBOE

16

Op de plekken 1 en 10 zijn de oppervlaktes heide en water die worden teruggebracht gebracht groter. Hier worden de oorspronkelijke vennen hersteld. Ook op locatie 9 wordt een groter gebied bos omgevormd naar heide, dan rond de poelen. Op onderstaande kaart staan de oppervlaktes te verwijderen bos aangegeven.

Archeologische verwachtingskaart Op de archeologische verwachtingskaart liggen nog enkele poelen binnen een hoge archeologische verwachting. Er heeft echter aanvullend archeologisch onderzoek plaatsgevonden waaruit is gebleken dat de aanleg van de in dit hoofdstuk beschreven poelen geen problemen opleveren ten aanzien van mogelijke archeologi-

Relatie met cultuurhistorie

sche vondsten.

In het gebied Moerbleek is sprake van cultuurhistorische elementen uit twee verschillende perioden. In de eerste plaats is dat het karakter van het gebied met vennen en uitgestrekte heidevelden van voor de ontginning van het gebied. Met het herstel van twee van deze vennen (maatregelen nr. 1 en 10) wordt hierop aangesloten. Het tweede historische element is het rastervormige verkavelingspatroon dat dateert uit de periode van rond 1900. Dit patroon wordt bij de plannen zoveel mogelijk gerespecteerd. Met de aanleg van de overige poelen wordt weliswaar aangesloten bij het oorspronkelijk natte karakter van het gebied van voor de ontginning van het gebied, maar is er geen sprake van daadwerkelijk herstel van oorspronkelijke waterpartijen. Deze maatregel vloeit dan ook voorna,melijk voort uit de wens de ecologische waarde van het gebied te vergroten.

Getallen .FUIFUQSPKFDU.PFSCMFFLXPSEUJOUPUBBMDB IBOBBMECPTPNHFWPSNEOBBS IBIFJEFFO IB water. Onderstaande kaart geeft een overzicht van de verschillende oppervlaktes samengevat komt dit neer op: Nummer

Maatregel Opp te verwijderen bos (ha)

1 en 10

Venherstel

3,475 + 5,75 = 9,225

2,0 + 5,3 = 7,3

2 en 9

Heideherstel

0,5 + 2,65 = 3,15

3,15

3, 4, 5, 6, 8, 13 en 14

Poelen

4,21

3,31

11 en 12

Corridor

1,0 + 1,0 = 2,0

2,0

-

Kruiden- en

Relatie met beleid

-PDBUJFTWBOEFQPFMFOPQEFBSDIFPMPHJTDIFWFSXBDIUJOHTLBBSUWBOIFU43&

18,585

2

17,56

4,1

3

14

2,825

2

3

14

4

4

0,9

1

2

3

1,475 + 0,45 = 1,925

5FWFSXJKEFSFOCPTJOIB

1

1

Opp water (ha)

1,8

/BUVVSCFIFFSQMBO OPPERVLAKTE BLUSVIJVERfaunarijk VOGELENZANG gras De plekken waar de poelen gepland zijn hebben op de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan ofwel de aanduiding “Vochtig bos met productie” (donkerbruin) ofwel de aanduiding “Droog bos met productie” (lichtbruin). -PDBUJFTWBOEFQPFMFOPQEF/BUVVSCFIFFSQMBOLBBSU

Opp te realiseren natuur (ha)

14

4 3

5

13

6

5

0,1

13

6

6,1

12

12

0,18

5

12

1

11

11

13

6

11

Legenda blusvijver

10

10

10

poel venherstel bos verwijderen

8

8

8

dunnen en opschonen bosaanplant

9

9

9

houtwal kruiden- en faunarijk grasland

0

75

150

17

300

450

Meters 600

kruiden- en faunarijke akker

Principe-inriching poel

1SJODJQFJOSJDIUJOHQPFMFO

18

Inrichtingsschetsen voor beide venherstelprojecten

19

NATUURONTWIKKELINGSPROJECT DE FLAES

Locatie Dit gebied ligt in het zuidoostelijk deel van het landgoed. De Fleas is een belangrijk natuurgebied met twee grote open watervlakken, de eigenlijke Flaes en het Goorven. De locatie waar de maatregelen plaatsvinden liggen ten zuiden en zuidwesten van de Flaes en betreft met name de landbouwgronden.

Doelstelling De Flaes en het gebied daaromheen is net als de Broekeling een Natte Natuurparel, waarbij de bescherming van deze gebieden één van de drie sporen van de verdrogingsaanpak is. De Natte Natuurparels zijn de waterafhankelijke delen van de Ecologische Hoofdstructuur die behoren tot een samenhangend complex van natuurgebieden die sterk afhankelijk zijn van hoge grondwaterstanden of kwel. Deze gebieden worden sterk beïnvloed door de inrichting en het beheer van de omgeving en daarom is het beleid erop gericht om de waterhuishouding, waterkwaliteit en inrichting in deze gebieden af te stemmen op de ecologische doelstellingen.

Geschiedenis van de plek %FUXFFWFOOFOTUBBOPQEFLBBSUWBO0QEFIVJEJHFUPQLBBSUTUBBOEFWFOOFOOPHTUFFET%FMBOETDIBQQFMJKLFTJUVBUJFJTJOEFMPPQEFSUJKEFDIUFSWFSBOEFSE3POEMJHHFOEFWFOOFOJOFFOIFFMPQFOHFbied van uitgestrekte natte en droge heidevelden. Op de kaart van 1900 liggen nog steeds grote heidevelden rond de vennen, maar zijn tevens sporen zichtbaar van de ontginning van het gebied in de nabijheid. In de periode 1900 tot nu is veel gebeurd rond de vennen. Het bos is tot dicht aan de rand van de vennen opgerukt, met name de Flaes en de Kleine Flaes worden op dit moment voor een belangrijk deel omsloten door bos. Voor het Goor is dit minder het geval. Zowel ten oosten als ten westen liggen hier nog grote aaneengesloten open natuurgebieden. Naast ontginningen in de vorm van de aanleg van bos is ook de landbouw in de loop der tijd de Flaes tot vrij dicht genaderd. Aan de zuidkant liggen de dichtstbijzijnde landbouwpercelen op nog geen 100m afstand. Met de komst van de landbouw is ook de hydrologische situatie veranderd. Vanuit de landbouw worden heel andere eisen aan de waterhuishouding gesteld dan vanuit de natuur. Gevolg hiervan is in veel gevallen verdroging van de aanwezige kwetsbare natuur.

5PQPHSBmTDIFLBBSU

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijk grasland

4,1

Maatregelen Ten zuiden en zuidoosten van de Flaes worden grote stukken landbouwgrond omgezet naar natuur. Zo worden de randvoorwaarden geschapen om het gebied in de toekomst te vernatten en aan te sluiten bij de doelstellingen voor de natte natuurparel en daarmee ook de natuurwaarden van het gebied te versterken. In het nu nog in landbouwkundig gebruik zijnde gebied ten zuidoosten van de Flaes worden tevens enkele houtwallen aangeQMBOU [PEBUFSFFOQSFUUJHWFTUJHJOHTLMJNBBUPOUTUBBUWPPSBMMFSMFJnPSBFOGBVOBUFHFMJKLXPSEUEFIBSEFPWFSgang van landbouw naar natuur enigszins verzacht.

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker

3,0 houtwal

0,1

Relatie met de cultuurhistorie

4,3 0,18

Het gebied rond de Flaes en het Goor is nooit ontgonnen. Het gebied kent dan ook nog een heel oorspronkelijk karakter. Wel is het gebied in de loop der tijd steeds verder volgegroeid met bos en is ook de landbouw de centrale grote vennen dicht genaderd. Met name deze laatste ontwikkeling heeft grote gevolgen gehad voor het

houtwal

.BBUSFHFMFONFUPQQFSWMBLJOIB

20

natuurgebied. De landbouw stelt tegenovergestelde eisen aan de waterhuishouding dan de natuur, lage grondwaterstanden in het voorjaar en hoge in de zomer Dit is precies andersom dan de natuurlijke grondwaterstand, die juist hoog is in de winter en het voorjaar en na de relatieve droogte van de zomer juist laag is. Uiteindelijk JTWFSESPHJOHWBOIFUOBUVVSHFCJFEIJFSIFUEJSFDUFHFWPMHWBO%JUQSPKFDUXBBSJOCJKOB IBMBOECPVXVJUQSPductie wordt genomen geeft het gebied de kans het natte karakter te herstellen en verder te ontwikkelen tot een prachtige natuurgebied waar zelfs opnieuw veenvorming tot de mogelijkheden behoort.

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker

De geplande aanleg van enkele houtwallen in het landbouwgebied dat wordt omgezet naar natuur vloeit enerzijds voort uit de wens de natuurwaarde van het gebied te vergroten. Anderzijds is het achterliggende doel een meer geleidelijke overgang te realiseren tussen natuur- en landbouwgebied.

Relatie met beleid #FTUFNNJOHTQMBO Het gebied waar de omzetting van landbouwgronden naar natuur (kruiden- en faunarijk grasland of kruiden- en faunarijke akker) plaats gaat vinden heeft op de kaart de aanduiding agrarisch met waarden (lichtgroen).

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker

houtwal

/BUVVSCFIFFSQMBO De gebieden waar landbouwgrond omgezet wordt naar natuur hebben op de kaart nu geen aanduiding.

houtwal

Getallen

#FTUFNNJOHTQMBO

*OIFUHFCJFEXPSEU IBMBOECPVXHSPOEPNHF[FUOBBSLSVJEFOFOGBVOBSJKLHSBTMBOE IBXPSEUPOUXJLLFME tot kruiden- en faunarijke akker. Verder worden twee houtwallen aangelegd met een gezamenlijk lengte van NFOFFOPQQFSWMBLWBO IB

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker

houtwal

houtwal

/BUVVSCFIFFSQMBO

21

NATUURONTWIKKELINGSPROJECT DEPPO

Deze locatie ligt aan de noordrand van twee percelen aan de Lange Baan, tegen het beekdal van de Reusel. Ook hier is sprake van een Natte Natuurparel die direct grenst aan de locatie.

/BUVVSCFIFFSQMBO De locatie zelf heeft in het Natuurbeheerplan geen aanduiding. Het gebied ten noorden heeft de aanduiding Rivier- en beekbegeleiden bos (blauwgroen) en Dennen-, eiken- en beukenbos (donkergroen)

Doelstelling

Getallen

Het landbouwgebied waar deze locatie deel van uitmaakt ligt geomorfologisch in het beekdal van de Reusel. De afstand tot de beek is relatief kort, waardoor de invloed van de landbouw op de beek relatief groot is. Zo zal er voedselrijk water uit het landbouwgebied in de Reusel terechtkomen. Daarnaast is de invloed van de landbouw op het gewenste waterpeil aanzienlijk. Vanuit de landbouw is het peil ‘s zomers hoog en ‘s winters laag. %JUJTQSFDJFTBOEFSTPNBMTEFOBUVVSMJKLFnVDUVBUJFXBBSJOIFUQFJMJOEFXJOUFSFOIFUWPPSKBBSIPPHJTFOJOEF zomer het water relatief laag staat. Door landbouwgrond om te zetten naar natuur kan meer vastgehouden worEFOBBOEFOBUVVSMJKLFQFJMnVDUVBUJFTFOOFFNUPPLEFJOWMPFEPQEFXBUFSLXBMJUFJUBG

)FUPQQFSWMBLTPPSUFOSJKLMPPGCPTEBUIJFSHFSFBMJTFFSEXPSEUJTDB IBHSPPU

Locatie

Geschiedenis van de plek Geomorfologisch maakt het gebied deel uit van het beekdal. De oude kaarten laten zien dat landbouwkundig gebruik echter lang op zich laat wachten. De beek kent niet het typische gebruik als hooiland, zoals dat op veel plekken wel het geval is, met kleine kavels en veel beplanting op de perceelsgrenzen in de vorm van houtwallen en singels. Het gebied is als landbouwgrond pas in gebruik genomen in de periode kort na 1900. Op de kaart van rond 1900 zijn al wel de eerste ontginningsactiviteiten in de vorm van enkele sloten door de heide zichtbaar.

aanplant gemengd loofbos

Maatregelen De maatregel bestaat uit het inplanten van het noordelijk deel van de twee landbouwpercelen met inlands bos, bestaande uit een gemengd sortiment loofhout.

-PDBUJF

.BBUSFHFM

Relatie met de cultuurhistorie Een duidelijke relatie tussen de geschiedenis van het gebied en de voorgestane maatregelen is er niet. De maatregel komt vooral voort uit de wens de ecologische kwaliteiten van de Natte Natuurparel te versterken. Wel wordt met de maatregel gerefereerd aan de oorspronkelijk situatie waarin het gebied nog onontgonnen was.

Relatie met beleid #FTUFNNJOHTQMBO In het bestemmingsplan liggen op het gebied diverse bestemmingen: t agrarisch gebied met waarden (lichtgroen) t attentiegebied EHS

aanplant gemengd loofbos

aanplant gemengd loofbos

Daarnaast is het noordelijke randje van de locatie tegen het bestaande bos aangeduid met: t wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen en t waterbergingsgebied

#FTUFNNJOHTQMBO

22

/BUVVSCFIFFSQMBO

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14178639/1