10 Benoeming lid raad van Toezicht Opmaat Groep (5 statuten Opmaat)
Tekst van het document
ONTWERP
Stoktstraat 2 5961 TN Horst
info@novitas.nl www.novitas.nl
Tel. 077 – 3971515 Fax 077 – 3971376
KvK nummer 14104974 IBAN NL60 RABO 0147 2076 30
21456 - AB 20/mei/2019
PAGINA - 1 -
STATUTENWIJZIGING STICHTING OPMAAT Vandaag, +, komt bij mij, mr. Annemarie Jacqueline Pauline Beijers-Willems, notaris te Horst aan de Maas: de heer Marius Henricus Franciscus Liebregts, geboren te Vessem, Wintelre en Knegsel op zeventien april negentienhonderd achtenvijftig (+ nummer +), die voor deze akte woonplaats kiest op het kantoor van na te melden stichting aan de Ringbaan-Oost 240 in 5018 HC Tilburg. De heer Liebregts handelt hier als zelfstandig bevoegde bestuurder van de stichting: Stichting OPMAAT, gevestigd te Tilburg, feitelijk adres 5018 HC Tilburg, Ringbaan-Oost 240, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 18083945. De voormelde stichting wordt hierna ook genoemd: de stichting. De verschenen persoon verklaart vooraf het volgende. INLEIDING 1. De stichting werd opgericht op zevenentwintig juni tweeduizend zes. 2. De statuten werden voor het laatst gewijzigd bij akte verleden op vijftien juli tweeduizend zestien voor een plaatsvervanger van mr. A.J.P. Beijers-Willems, notaris te Horst aan de Maas. 3. In de vergadering van het bestuur van de stichting, heeft het bestuur op + besloten tot wijziging van de statuten. Deze statutenwijziging vindt mede plaats vanwege de bestuursoverdracht door de Stichting Jan Ligthartgroep Tilburg aan de Stichting Opmaat.
Door deze bestuursoverdracht wordt de stichting een stichting als bedoeld in artikel 17 van de Wet op het primair onderwijs. Volgens de nog geldende statuten was voor het besluit tot statutenwijziging goedkeuring vereist van de raad van toezicht. De goedkeuring is verleend op +, waarvan blijkt uit een aan deze akte te hechten bijlage. Voorts was volgens de nog geldende statuten instemming van de gemeenteraden van de gemeenten Tilburg, Oisterwijk, Hilvarenbeek en BaarleNassau vereist. De instemming is verleend door de gemeenteraad van: - Baarle-Nassau op + - Hilvarenbeek op + - Oisterwijk op + - Tilburg op +, van welke instemming blijkt uit de aan deze akte gehechte stukken. 4. Het besluit tot statutenwijziging werd overeenkomstig de statutaire voorschriften (artikel 21) genomen. De notulen van dit besluit zijn aan deze akte gehecht. STATUTENWIJZIGING
PAGINA - 2 -
Ter uitvoering van het besluit worden de statuten geheel gewijzigd en luiden zij voortaan als volgt: NAAM Artikel 1 De stichting draagt de naam: Stichting Opmaat groep. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 2 In deze statuten wordt verstaan onder: a. gemeente: de gemeenten Tilburg, Oisterwijk, Hilvarenbeek en Baarle-Nassau. b. college van B&W: de colleges van burgemeester en wethouders van de onder a vermelde gemeenten; c. gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemelde gemeenten; d. scholen: de openbare scholen en algemeen bijzondere scholen voor primair onderwijs die onder het bestuur van de stichting vallen; e. stichting: de Stichting Opmaat groep; f. WPO: de Wet op het primair onderwijs; g. GMR: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad; h. college van bestuur: het bevoegd gezag van de stichting; i. raad van toezicht: intern toezichthouder van de stichting; j. schriftelijk: bij brief, telefax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen. ZETEL EN TIJDSDUUR Artikel 3 1. De stichting is gevestigd in de gemeente Tilburg. 2. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. DOEL Artikel 4 De stichting heeft ten doel het geven van openbaar en algemeen-bijzonder onderwijs in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk algemeenbijzonder primair onderwijs die onder haar gezag vallen.
Om het doel te verwezenlijken kan de stichting gebruik maken van alle daaraan dienstbare middelen. VERMOGEN Artikel 5 Het vermogen van de stichting wordt gevormd door: a. rijksbekostiging; b. vergoedingen voor de door de stichting verleende diensten; c. subsidies, giften en donaties; d. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van
PAGINA - 3 -
boedelbeschrijving; e. hetgeen op andere wijze verkregen wordt. COLLEGE VAN BESTUUR; SAMENSTELLING, BENOEMING, ONTSLAG Artikel 6 1. Samenstelling en benoeming van bestuur De stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal natuurlijke personen. 2. De raad van toezicht benoemt de leden van het college van bestuur, en benoemt de voorzitter van het college van bestuur in functie. Als het college van bestuur slechts uit een persoon bestaat, is deze persoon automatisch voorzitter. De benoeming van een lid van het college van bestuur gebeurt op basis van een vooraf openbaar gemaakt profiel. 3. Voor het benoemen van een bestuurder wordt een sollicitatiecommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken: a. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de GMR dat uit en door het personeel is gekozen, en b. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de GMR dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen. 4. De GMR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de aanstelling of ontslag van de leden van het bestuur en het vaststellen van de competentieprofielen van de leden van het bestuur. 5. Het college van bestuur kan onderling vaststellen welk lid met welke taak zal zijn belast.
Een taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur voor het gehele bestuur onverlet. 6. Competenties Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt gelet op diverse facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen. Het college van bestuur wordt in ieder geval samengesteld op basis van: - algemene bestuurlijke kwaliteiten; en - affiniteit met de doelstelling van de stichting. De aandachtspunten voor de van een lid van het college van bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor de betreffende zetel in het college van bestuur. Een lid van het college van bestuur mag geen lid zijn van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad van de onder deze stichting vallende scholen. 7. Schorsing en ontslag bestuurder Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing vervalt indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na
PAGINA - 4 -
de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 8. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd een lid van het college van bestuur te ontslaan. Het betrokken lid van het college van bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Een lid van het college van bestuur kan onder meer worden geschorst en ontslagen wegens: a. verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan hij zijn handhaving als lid redelijkerwijs niet van de stichting kan worden verlangd; d. als hij failliet is of de schuldsanering natuurlijke personen op hem van toepassing is. 9. Leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst. 10. Een lid van het college van bestuur defungeert: a. door zijn overlijden; b.
door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door zijn ontslag door de rechtbank; d. door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht; e. doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; f. als hij toetreedt tot de raad van toezicht, en g. als zijn arbeidsovereenkomst eindigt. 11. Vacature In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig college van bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het college van bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. De GMR en de gemeente worden uitdrukkelijk als belanghebbenden aangemerkt. 12. Arbeidsvoorwaarden De raad van toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en kostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur vast. COLLEGE VAN BESTUUR; TAAK EN BEVOEGDHEDEN Artikel 7
PAGINA - 5 -
1. Taak college van bestuur Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 2. Het college van bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend. 3. Deskundigheid Tegen de achtergrond van in het college van bestuur benodigde deskundigheid draagt ieder lid van het college van bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. 4. Begroting Het college van bestuur stelt jaarlijks een begroting op. Voor eind december legt het college van bestuur voor het daaropvolgende kalenderjaar de begroting ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. De raad van toezicht keurt vervolgens de begroting goed. Na goedkeuring door de raad van toezicht en vaststelling door het college van bestuur wordt een afschrift van de begroting ter informatie aan de gemeenteraad en het college van B&W gezonden.
Indien voor één februari van het jaar waarvoor de begroting geldt, de begroting niet is goedgekeurd, neemt de gemeenteraad de maatregelen die zij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces voor wat betreft het openbaar onderwijs te waarborgen. 5. Doelstellingen scholen Het college van bestuur formuleert concrete doelstellingen van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. Het college van bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald. 6. Goedkeuring raad van toezicht a. Het college van bestuur is met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van de goedkeuring van de raad van toezicht kan jegens derden een beroep worden gedaan. b. Het college van bestuur behoeft voorts de voorafgaande goedkeuring casu quo instemming van de raad van toezicht voor besluiten tot a.
de vaststelling van de begroting; b. de vaststelling van de jaarrekening; c. het wijzigen van de statuten; d. een fusie van de stichting met een andere rechtspersoon.
PAGINA - 6 -
c. Het college van bestuur behoeft daarnaast de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor besluiten tot: a. de vaststelling van het strategisch beleidsplan als bedoeld in artikel 17 van deze statuten; b. de vaststelling en wijziging van het handboek governance; c. de vaststelling van het jaarverslag; d. investeringen die niet zijn opgenomen in een door de raad van toezicht goedgekeurd investeringsplan; e. het aangaan, wijzigen en verbreken van samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting; f. het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling en wijziging van diens statuten voor zover het college van bestuur daartoe is bevoegd; g. het teweegbrengen van een belangrijke wijziging in de organisatie; h. een ingrijpende wijziging in of de beëindiging van een aanzienlijk aantal dienstverbanden met werknemers binnen korte tijd; i. het verlenen en uitbreiden van procuratie; j. het verkrijgen alsmede het overdragen van het bestuur van een school en het voorstel aan de gemeenteraad tot het sluiten van een school die onder het bestuur van de stichting staat. d. De raad van toezicht kan besluiten dat een onder letter a.
b of c genoemd besluit niet aan haar goedkeuring is onderworpen, wanneer het daarmee gemoeide belang een door de raad van toezicht te bepalen en schriftelijk aan het college van bestuur op te geven waarde niet te boven gaat. e. De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan onder letter a, b en c van dit artikellid zijn genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Die andere besluiten dienen duidelijk omschreven te worden en schriftelijk aan het college van bestuur te worden meegedeeld. f. Het ontbreken van goedkeuring als bedoeld in dit artikel tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het college van bestuur en de leden van het college van bestuur niet aan behoudens het bepaalde onder letter a van dit artikellid. 7. Inlichtingen Het college verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens, en daarnaast aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen over de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht mag inzage (doen) nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting. Het/de door de raad van toezicht aangewezen lid/leden heeft/hebben te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. COLLEGE VAN BESTUUR; WERKWIJZE Artikel 8
PAGINA - 7 -
1. Schriftelijke vastlegging besluiten Besluiten van het college van bestuur worden schriftelijk vastgelegd. 2. Handboek governance In aanvulling op het bepaalde in dit artikel, kunnen regels met betrekking tot de werkwijze en besluitvorming van het college van bestuur in het handboek governance worden vastgelegd. 3. Bijeenroeping vergadering Elk lid van het college van bestuur is bevoegd een vergadering van het college van bestuur bijeen te roepen. Het college van bestuur vergadert ten minste één keer per maand. 4. Volmacht Een lid van het college van bestuur kan zich ter vergadering door een schriftelijke - daaronder mede begrepen per fax of email - gevolmachtigd ander lid van het college van bestuur doen vertegenwoordigen. 5. Notulen De notulen van een vergadering worden vastgesteld en ten blijken daarvan getekend door de voorzitter van de betreffende vergadering 6. Stemmen In de vergadering van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur recht op het uitbrengen van één stem. Besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen, tenzij in deze statuten anders is bepaald. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 7.
Openbare vergaderingen De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar, tenzij het college van bestuur beslist dat een niet-openbare vergadering in het belang is van de aan de orde te stellen voorstellen en/of in de vergadering mogelijk vertrouwelijke gegevens aan de orde komen, een verstoring van vergaderorde aannemelijk is of anderszins een openbare vergadering niet in het belang van de doelstelling van de stichting kan zijn. VERTEGENWOORDIGING Artikel 9 1. Vertegenwoordigen Het college van bestuur alsmede de voorzitter van het college van bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de stichting, voor zover de WPO niet anders bepaalt. 2. Volmacht Het college van bestuur kan een derde een volmacht geven, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. BEVOEGDHEID GEMEENTE Artikel 10 1. Toezicht gemeenteraad De gemeenteraad oefent toezicht uit op het college van bestuur van de stichting in de zin van de wet door – wanneer zulks naar het oordeel van de
PAGINA - 8 -
gemeenteraad geboden is – de bevoegdheden te gebruiken die aan de gemeenteraad zijn toegekend bij deze statuten voor zover het openbaar onderwijs betreft. 2. Ernstige taakverwaarlozing In geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de WPO, voor zover het openbaar onderwijs betreft, is de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school gelegen is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. RAAD VAN TOEZICHT Artikel 11 1. Toezicht op college van bestuur De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting, onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraad in deze statuten en de WPO. 2. Taken raad van toezicht Conform de code voor goed bestuur als bedoeld in artikel 171 WPO heeft de raad van toezicht een klankbordfunctie naar het college van bestuur. De raad van toezicht is in ieder geval belast met de taken als omschreven in artikel 17c van de WPO. Per vandaag staat in dat artikel: a. het goedkeuren van de begroting en het jaarverslag en, indien van toepassing, het strategisch meerjarenplan van de stichting; b.
het toezien op de naleving door het college van bestuur van wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur, bedoeld in artikel 171 lid 1 sub a WPO, en de afwijkingen van die code; c. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de stichting die zijn verkregen op grond van de WPO; d. het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht, en e. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder a tot en met d, in het jaarverslag. Daarnaast overlegt de raad van toezicht ten minste tweemaal per jaar met de GMR. Verder heeft de raad van toezicht de bevoegdheden en taken die in deze statuten zijn gemeld. 3. Samenstelling raad van toezicht De raad van toezicht bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen, de raad van toezicht bepaalt uit hoeveel leden de raad van toezicht uiteindelijk bestaat. Een lid van de raad van toezicht mag geen lid zijn van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad van de onder deze stichting vallende scholen. 4. Benoeming en bindende voordrachten
PAGINA - 9 -
5.
6.
7.
8.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad. Benoeming geschiedt met inachtneming van een vooraf openbaar gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. De GMR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over het vaststellen van de competentieprofielen van de leden van het raad van toezicht. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad. Met inachtneming van het hierna bepaalde onder a en b benoemt de raad van de gemeente Hilvarenbeek, de raad van de gemeente Oisterwijk en de raad van de gemeenteraad Tilburg: - indien de raad van toezicht uit zeven leden bestaat respectievelijk één, twee en vier leden - indien de raad van toezicht bestaat uit zes leden, respectievelijk één, één en vier leden - indien de raad van toezicht uit vijf leden bestaat respectievelijk één, één en drie leden bij voorkeur ingezetene(n) van de betreffende gemeente. De leden van de raad van toezicht worden (her)benoemd door de gemeenteraad, met inachtneming van de hierna vermelde bindende voordrachtsrechten: a.
minstens een derde gedeelte van de leden van de raad van toezicht, doch geen meerderheid wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen, b. op basis van artikel 17a van de WPO wordt de medezeggenschapsraad van de school, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen, in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één lid. De overige leden worden op voordracht van de raad van toezicht benoemd. De in lid 4 van dit artikel genoemde voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie. In de benoemingsadviescommissie hebben in elk geval twee leden van de raad van toezicht en twee leden van de oudergeleding van de GMR zitting. De werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. De voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van het profiel bedoeld in het tweede lid van artikel 17a WPO. Zonder last of ruggespraak Ieder lid van de raad van toezicht vervult zijn taak zonder last of ruggespraak, en onafhankelijk van bij de stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving.
Termijn, herbenoeming en rooster van aftreden
PAGINA - 10 -
De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. Degene die in een tussentijdse vacature benoemd is, neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 9. Vergoeding Eventuele bezoldiging van leden van de raad van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van het college van bestuur en de raad van toezicht geschieden op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt - reglement. Jaarlijks verantwoordt het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 10. Bijstand door deskundigen De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 11. Schorsing en ontslag lid raad van toezicht Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst of ontslagen door de gemeenteraad of door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van de in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht.
Een schorsing vervalt als niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing is besloten tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering waarin schorsing of verlenging daarvan, of het ontslag aan de orde is, te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 12. Einde lidmaatschap raad van toezicht Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door zijn ontslag verleend door de gemeenteraad; e. door zijn ontslag verleend door de rechtbank; f. door zijn ontslag hem verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht; g. als hij het vrije beheer over zijn vermogen verliest; h. als hij lid van het college van bestuur wordt; i. als hij failliet is of de schuldsanering natuurlijke personen op hem van toepassing is. 13. Vacatures In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden.
PAGINA - 11 -
Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraad is of wordt aangewezen. De gemeenten dienen zo spoedig mogelijk nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De wijze waarop de gemeenteraad op de hoogte wordt gesteld dient bij reglement te worden vastgesteld. Gaat de gemeenteraad niet binnen twee weken nadat hij van de gemelde situatie op de hoogte is gesteld tot een zodanige aanwijzing over dan wordt de raad van toezicht waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. RAAD VAN TOEZICHT; WERKWIJZE Artikel 12 1. Stemmen In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 2. Bijeenroepen vergadering Elk lid van de raad van toezicht is bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 3.
De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in een gemeente waarbinnen de stichting een school in stand houdt, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 4. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 5.
Volmacht Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 6. Wijze van vergaderen
PAGINA - 12 -
De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 7. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 8. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 9. Openbare vergaderingen, tenzij De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar voor zover de raad van toezicht niet - gemotiveerd per agendapunt - beslist dat openbaarheid tegen het belang van de stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. De opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling aanwezig waren als door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat het bestuur de geheimhouding opheft. 10. Notulen Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend. 11.
Reglement De raad van toezicht regelt zijn werkzaamheden en al hetgeen zijn functioneren betreft bij reglement. In ieder geval wordt hierin een regeling voorzien betreffende de wijze van vergaderen en de wijze van besluitvorming. 12. Verboden Een lid van de raad van toezicht mag niet: a. als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de stichting; b. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het decentraal georganiseerd overleg; c. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de stichting als bedoeld in onderdeel d; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst met de stichting aangaan betreffende: - het aannemen van werk ten behoeve van de stichting; - het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de stichting; - het doen van leveranties aan de stichting; - het verhuren van roerende zaken aan de stichting; - het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de stichting;
PAGINA - 13 -
-
het van de stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; het onderhands huren van zaken die toebehoren aan de stichting.
BOEKJAAR, JAARSTUKKEN Artikel 13 1. Boekjaar Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Jaarrekening en jaarverslag Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting maakt het college van bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. De raad van toezicht kan deze termijn met ten hoogste vijf maanden verlengen op grond van bijzondere omstandigheden. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt het college van bestuur in ieder geval rekening met bepaalde in artikel 7 lid 5 (doelstellingen). Bij het opmaken van de jaarrekening houdt het college van bestuur rekening met het bepaalde in artikel 6 lid 12 en 11 lid 9 (bezoldiging en onkostenvergoeding college van bestuurders en leden raad van toezicht). De raad van toezicht is belast met het goedkeuren van de jaarrekening en het jaarverslag. Het college van bestuur maakt het jaarverslag openbaar en stuurt dit naar de gemeenteraad. 3. Na de voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht wordt de jaarrekening vastgesteld door het college van bestuur. Het college van bestuur zendt binnen twee weken na vaststelling van de jaarrekening een afschrift daarvan aan het college van B&W en de gemeenteraad. 4. De jaarrekening wordt ondertekend door ieder lid van het college van bestuur en ieder lid van de raad van toezicht.
Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 5. Verslag door college van bestuur Het college van bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekend gemaakt. 6. Accountant De raad van toezicht draagt jaarlijks het college van bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen certificerend accountant. STATUTENWIJZIGING Artikel 14 1. Besluitvorming Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de instemming van de gemeenteraad. Instemming kan slechts worden
PAGINA - 14 -
2.
3.
4.
5.
onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. Eisen Het besluit van het college van bestuur tot statutenwijziging wordt genomen in een voltallige vergadering van het college van bestuur. Het besluit wordt genomen met volstrekte meerderheid van stemmen als bedoeld in artikel 8 lid 6. Het in gemeld artikellid bepaalde over het staken van de stemmen is ook hier van toepassing. Is de vergadering van het college van bestuur waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. Een statutenwijziging treedt pas in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Elk lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.
De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
ONTBINDING EN VEREFFENING Artikel 15 1. Besluitvorming Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad. De gemeenteraad kan haar goedkeuring slechts onthouden als de overheersende invloed van de overheid in het bestuur van de scholen niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. Het bepaalde in artikel 14 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het college van bestuur tot ontbinding van de stichting. 2. Vereffening Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast. 3. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 4. De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast. 5. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting
PAGINA - 15 -
worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 6. Bewaren documenten Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. JURIDISCHE FUSIE EN JURIDISCHE SPLITSING Artikel 16 1. Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad. 2. Het bepaalde in artikel 14 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het college van bestuur tot fusie en splitsing. TOEZICHT OP DE ONDERWIJSKWALITEIT Artikel 17 Strategisch beleidsplan Het college van bestuur stelt eens per vier jaren een strategisch beleidsplan vast. Het strategisch beleidsplan wordt overeenkomstig artikel 7, zesde lid onder letter c sub a ter goedkeuring aan de raad van toezicht voorgelegd. Het door de raad van toezicht goedgekeurde strategische beleidsplan wordt vervolgens ter kennisneming en als referentiekader toegezonden aan de gemeenteraad. GESCHILLENREGELING Artikel 18 1.
Enquêteprocedure of arbitrage De gemeente is bevoegd om - bij een geschil tussen de stichting en de gemeente over het functioneren van de stichting - ter keuze van de gemeente dit geschil in een enquêteprocedure als bepaald in Boek 2, titel 8, afdeling 2 van het Burgerlijk Wetboek voor te leggen aan de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam, of dit geschil in een arbitrageprocedure te laten beslechten. 2. Schikking in der minne of mediation Alvorens zich tot de rechter of een arbiter te wenden zullen partijen zich naar beste vermogen inspannen om geschillen in der minne te schikken. Hiertoe kan, in onderling overleg, het geschil worden voorgedragen voor mediation of niet bindend advies. VRIJTEKENING EN VRIJWARING Artikel 19 1. Definitie Waar in dit artikel wordt gesproken over lid, wordt daaronder begrepen een lid van het college van bestuur of een lid van de raad van toezicht. 2. Vrijtekening
PAGINA - 16 -
3.
4.
5.
6.
7.
8.
De stichting zal een lid niet aansprakelijk stellen voor schade die de stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur respectievelijk lid van de raad van toezicht. Vrijwaring De stichting zal een lid schadeloos stellen voor het bedrag dat dit lid aan een derde dient te vergoeden voor de schade die derden lijden als gevolg van enig handelen en/of nalaten van een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur of lid van de raad van toezicht van de stichting. De stichting zal tot vergoeding overgaan van het bedrag dat een lid gehouden is op grond van een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk of arbitraal vonnis of van een met die derde(n) overeengekomen vaststellingsovereenkomst, mits de verdediging in de desbetreffende procedure door of namens de stichting is gevoerd respectievelijk de desbetreffende vaststellingsovereenkomst is gesloten met de uitdrukkelijke schriftelijke goedkeuring van de stichting en het lid volledige medewerking aan de stichting heeft gegeven bij het voeren van de verdediging respectievelijk de desbetreffende schikkingsonderhandelingen.
Geen vrijtekening en vrijwaring in bepaalde gevallen Aan de in lid 2 van dit artikel omschreven vrijtekening en de in lid 3 van dit artikel opgenomen vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen indien de desbetreffende schade het gevolg is van diens opzettelijk handelen of nalaten. Van een zodanig handelen en/of nalaten is in ieder geval sprake wanneer dat handelen en/of nalaten het gevolg heeft of met dat handelen of nalaten werd beoogd het desbetreffende lid en/of anderen verbonden aan de stichting en/of derden, in welk opzicht dan ook onrechtmatig te bevoordelen. Ook kan een lid van het college van bestuur geen rechten ontlenen aan de in lid 2 van dit artikel omschreven vrijtekening als hij een handeling heeft verricht waarvoor hij eerst goedkeuring van de raad van toezicht nodig had, en die goedkeuring niet heeft gevraagd en gekregen. Aan de in lid 2 omschreven vrijtekening en de in lid 3 omschreven vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen voor zover de schade als bedoeld in dit artikel is verzekerd en wordt vergoed door een verzekeraar.
Definitie schade Onder schade in de zin van dit artikel wordt mede verstaan de over enig te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, de proceskosten welke een lid gehouden is te voldoen en/of de ten behoeve van de verdediging van het lid gemaakte rechtsbijstandkosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot de omvang van de schade. Kosten Kosten door een lid gemaakt voor het voeren van verweer zullen door de stichting worden voorgeschoten tijdens een actie of procedure, mits het betreffende lid zich schriftelijk en onherroepelijk jegens de stichting heeft verbonden tot terugbetaling daarvan indien uit een in kracht van gewijsde gegaan vonnis volgt dat hij geen aanspraak kan maken op de vrijwaring door de stichting. De stichting kan nadere voorwaarden aan de uitbetaling verbinden, zoals het stellen van zekerheid. Geldigheidsduur
PAGINA - 17 -
De vrijtekening en vrijwaring als bedoeld in dit artikel blijven gelden voor een persoon die geen lid meer is en komen ook ten goede aan de erfgenamen of legatarissen van het lid. 9. Wijziging artikel Dit artikel kan zonder toestemming van de personen die aanspraak maken op vrijtekening en vrijwaring gewijzigd worden. Deze personen kunnen echter aanspraak blijven maken op de bescherming als geboden door dit artikel voor schade als gevolg van handelen of nalaten tijdens de periode dat dit artikel van kracht is. SLOTBEPALING Artikel 20 1. In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet. 2. In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur. SLOT Deze akte wordt vandaag getekend in de gemeente Horst aan de Maas. Ik heb de identiteit van de verschenen persoon vastgesteld met het in deze akte vermelde identiteitsbewijs. De verschenen persoon heeft tijdig voor het ondertekenen een ontwerp van de akte ontvangen. Ik heb de inhoud van deze akte aan de verschenen persoon gemeld en toegelicht, en hem gewezen op de gevolgen die uit deze akte voortvloeien. Hij vindt het goed dat ik de akte niet volledig voorlees, zodat ik die beperkt heb voorgelezen. Onmiddellijk daarna hebben de verschenen persoon en ik de akte ondertekend.