09 Ontginningsweg 32 (5g Toelichting bijlage 7 Rapportage Quickscan Flora en Fauna)
Tekst van het document
9-6-2021
QuickScan flora en fauna Ontginningsweg 32, Haghorst
R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, in en rondom de te slopen bebouwingen op de locatie: Ontginningsweg 32 te Haghorst
BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Opdrachtgever:
Van Doormaal Advies Dhr. B. van Doormaal Meiraap 2B 5087 CS Diessen
Status: Versie: Datum: Auteur:
definitief 21116.QFF 9-6-2021 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)
© copyright BNL advies 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Opgesteld door:
1
Colofon:
Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.
Inleiding .............................................................................................4
2.
Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1
2.1.1
Bescherming van gebieden .............................................................5
2.1.2
Bescherming van soorten ...............................................................5
2.1.3
Bescherming van houtopstanden ......................................................5
2.2 3.
Wet natuurbescherming......................................................................5
Interim omgevingsverordening ..............................................................5
Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1
Algemeen.......................................................................................7
3.2
Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................8
3.2.1
De varkensstal ...........................................................................8
3.2.2 Bijbehorende bebouwing bij voormalig melkveebedrijf ...............................9 3.2.3 Beplantingen in directe omgeving ...................................................... 10 3.2.2
Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 12 4.1
Algemeen..................................................................................... 12
4.2
Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 12
4.2.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 12
4.2.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 14
4.2.3
Algemene broedvogels ................................................................ 14
4.2.4
Werken binnen het broedseizoen ................................................... 14
Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 14
4.3.1
Vleermuizen ............................................................................ 14
4.3.2
Overige Habitatrichtlijn soorten .................................................... 16
4.4
Nationaal beschermde soorten............................................................ 16
4.4.1
Amfibieën en reptielen ............................................................... 16
4.4.2
Libellen ................................................................................. 16
4.4.3
Dagvlinders ............................................................................. 16
4.4.4
Vaatplanten ............................................................................ 17
4.4.5
Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 17
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2
4.3
Pagina
4.
Vooronderzoek ............................................................................ 10
Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 18 5.1
5.1.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 18
5.1.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 18
5.1.3
Algemene broedvogels ................................................................ 18
5.2
Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 19
5.2.1
Vleermuizen ............................................................................ 19
5.2.2
Overige habitatrichtlijnsoorten ..................................................... 19
5.3
Nationaal beschermde soorten............................................................ 19
Conclusie .......................................................................................... 20
3
6.
Soorten Vogelrichtlijn ...................................................................... 18
Pagina
5.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van dhr. B. van Doormaal van; Van Doormaal Advies, is op maandag 17 mei 2021, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Ontginningsweg 32, Haghorst. De werkzaamheden betreffen de sloop van de bestaande opstallen ten behoeve van de melkveehouderij en een varkensstal. Dit om de bouw van drie ruimte-voor-ruimte woningen mogelijk te maken. In- en nabij de voormalige opstallen behorend bij de melkveehouderij, de varkensstal en in de direct aangrenzende omgeving, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Doormiddel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.
Pagina
4
De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.
2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
2.2 Interim omgevingsverordening
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Naast het ‘Natuurnetwerk Brabant’, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
5
In de Interim omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Noord-Brabant het ‘Natuurnetwerk Brabant’ (NNB) genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het NNB kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNB.
Pagina
6
Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is gelegen ten oosten van de kern Haghorst (zie afbeelding 1). Op de bestaande kavel is een (te slopen) voormalig melkveebedrijf, varkensstal en een te behouden woning met bijgebouw aanwezig. Ook de aanwezige erfbeplantingen blijven waar mogelijk behouden en worden op enkele punten versterkt middels een landschappelijk inpassingsplan.
Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied. De locatie, Ontginningsweg 32, ten oosten van de kern Haghorst, waar de quickscan uitgevoerd is, wordt globaal aangeduid met de rode cirkel. Bron: Kadviewer.map5.nl, 08-06-2021
Het plangebied / de onderzochte omliggende gronden, zijn in afbeelding 2 weergegeven. In de directe omgeving/ aangrenzende kavels is volwassen beplanting van diverse soorten bomen, heesters en kruidachtige begroeiing aanwezig.
Pagina
7
Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 2: De kavel met kavelnummer: 1592, welke bezocht en onderzocht is op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, is weergegeven binnen het rood kader. De bijbehorende bebouwing van het voormalige melkveebedrijf en de varkensstal welke gesloopt gaat worden, zijn weergegeven binnen het paars kader. Bron: Kadviewer, datum: 08-06-2021
3.2 Voorgenomen ontwikkeling De werkzaamheden betreffen de sloop van de bestaande opstallen ten behoeve van de melkveehouderij en een varkensstal. Dit om de bouw van drie ruimte-voor-ruimte woningen mogelijk te maken. In- en nabij de voormalige opstallen behorend bij de melkveehouderij, de varkensstal en in de direct aangrenzende omgeving, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.
3.2.1 De varkensstal
Afbeelding 3 en 4: Bestaande te slopen varkensstal. Bron: R.J.L. Bijvelds 17-05-2021 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
8
De te slopen varkensstal is afgebeeld in afbeelding 3 en 4. In de bestaande stal kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen, zoals uilen, huismussen en vleermuizen. Maar ook andere vogelsoorten kunnen de stal gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen.
3.2.2 Bijbehorende bebouwing bij voormalig melkveebedrijf De te slopen bebouwing behorend bij het voormalige melkveebedrijf is afgebeeld in afbeelding 5 t/m 10. In de bestaande stallen en bebouwingen kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen, zoals uilen, huismussen en vleermuizen. Maar ook andere vogelsoorten kunnen de stal gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen.
Afbeelding 5 t/m 10: Bestaande te slopen bebouwingen behorend bij het voormalig melkveebedrijf. Bron: R.J.L. Bijvelds 17-
Pagina
9
05-2021
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3.2.3 Beplantingen in directe omgeving Aangrenzend aan het projectgebied en verspreid op de kavel zijn landschapsbomen, hoogstamfruitbomen, hagen, heesterbeplanting en diverse kruidachtige begroeiing aanwezig (zie afbeelding 11 en 12). Tijdens de rondgang dienen eventueel aangrenzende beplantingen goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavel. Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.
Afbeelding 11 en 12. Bestaande beplantingen nabij de te slopen voormalige bebouwingen op de kavel. Bron: R.J.L. Bijvelds 17-05-2021
3.2.2 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 142-389. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.
Pagina
10
Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
11
Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF Datum: 14-05-2021
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op maandag 17 mei 2021 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -
Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de binnen het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in de te slopen bebouwing welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder daken en achter gevelbekleding Beschermde plantsoorten rondom de te slopen bebouwing Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te slopen bebouwingen) zijn mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus. Voor de huismus zijn geen vaste rust-, en/of verblijfplaatsen gevonden in de te slopen opstallen behorend bij het melkveebedrijf en de varkensstal. Er is gezocht naar aanwezige sporen in de vorm van nesten of uitwerpselen tussen de golfplaten en isolatiepanelen, in de stallen tussen wandpanelen en draagbalken en overige mogelijk geschikte verblijfplaatsen, deze zijn allen niet aangetroffen. Een deel van de daken was afgesloten d.m.v. planken op de kopsekanten van de golfplaten en de golflaten op de zijgevels zijn aangesmeerd met cement (zie afbeelding 13 en 14). Ook waren er tijdens het veldbezoek geen huismussen hoor- en zichtbaar aanwezig in en rondom de te slopen opstallen en varkensstal. De aanwezigheid van nesten van huismussen in de te slopen opstallen is niet aannemelijk en nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
Pagina
door huismussen. Bron: R.J.L. Bijvelds 17-05-2021
12
Afbeelding 13 en 14. Daken deels afgesloten met cement/ vogelschroot. Overige mogelijk verblijfslocaties zijn niet bewoond
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Gierzwaluw. Voor gierzwaluwen is het projectgebied zelf niet geschikt. Gierzwaluwen komen niet/ nauwelijks voor in een buitengebied en hebben de voorkeur voor lintbebouwing in dorpen en steden. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht. Uilen. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van steenuil en kerkuil in te slopen opstallen behorend bij het voormalig melkveebedrijf is mogelijk. Alle opstallen zijn dan ook gecontroleerd op sporen in de vorm van uitwerpselen of braakballen, maar zijn allen niet aangetroffen. Ook zijn er voor de kerkuil geen afgesloten donkere zolders of nestkasten aanwezige waarvan ze gebruik kunnen maken. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van steenuil en kerkuil in te slopen voormalige varkensstal kan redelijkerwijs worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar een afgesloten donkere zolder van de voormalige varkensstal. Verder zijn er ook geen sporen aangetroffen in de vorm van uitwerpselen of braakballen. Ten oosten van de voormalige opstallen van het voormalig melkveebedrijf hangt een nestkast van een steenuil in een zomereik (zie afbeelding 15 en 16). Deze kast is ook bewoond door een paartje steenuilen en aangezien deze bomen behouden blijven, er verder geen essentieel leefgebied negatief aangetast wordt, is nader onderzoek naar deze soort niet nodig.
Wel is het belangrijk de opstallen buiten het broedseizoen te slopen, om de steenuil niet te storen. Nader onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van kerk- en steenuilen in- en rondom de te slopen opstallen en varkensstal wordt dan ook niet nodig geacht.
Afbeelding 15 en 16. Nestkast steenuil in te behouden zomereik. Bron: R.J.L. Bijvelds 17-05-2021
Pagina
13
Overige soorten. In omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid, nader onderzoek naar deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen, zoals spreeuw, boerenzwaluw, zwarte roodstaart, koolmees en pimpelmees. Wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (slopen van opstallen en varkensstal), kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene broedvogels. De bebouwingen, heesters en de bomen binnen het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze in geen enkele vorm een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (slopen van de opstallen en varkensstal en verwijderen van beplantingen). Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden de zorgplicht.
4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken binnen het broedseizoen (slopen van de opstallen en varkensstal en verwijderen van beplantingen) is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.
4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen De te slopen opstallen behorend bij het voormalig melkveebedrijf en de varkensstal binnen het plangebied, zijn gezien het bureauonderzoek, potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Te denken valt dan aan de laatvlieger, de ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en in mindere mate de gewone grootoorvleermuis. Uit de verspreidingsatlas (NDFF) komt naar voren dat de gewone dwergvleermuis eerder gezien is in de directe omgeving van het plangebied. Opstallen voormalig melkveebedrijf In de opstallen van het voormalig melkveebedrijf zijn geen mogelijk geschikte verblijfplaatsen en geen sporen van vleermuizen in de vorm van uitwerpselen of prooidieren aangetroffen. Er is naar verblijfplaatsen gezocht aan de buitenzijde van de opstallen achter gevelbekleding, openingen aan de kopgevels, toegangsplekken naar de spouw in de muur en overige mogelijk geschikte verblijfplaatsen. Deze zijn allen niet aangetroffen (zie afbeelding 17 t/m 19).
Pagina
14
Nader onderzoek naar vleermuizen en de verblijfplaatsen daarvan wordt dan ook niet nodig geacht in de te slopen opstallen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 17, 18 en 19. Gevelbekleding sluit goed aan en de dakplaten bij de kopgevels zijn aangesmeerd met cement. Bron: R.J.L. Bijvelds 17-05-2021
De varkensstal In en nabij de te slopen varkensstal zijn geen mogelijk geschikte verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Dit onder andere dat er geen toegankelijke spouw aanwezig is, overstekken van de onderzijde afgesloten zijn en grotere spleten en kieren afgedicht zijn met cement (zie afbeelding 20 en 21). Nader onderzoek naar vleermuizen en de verblijfplaatsen daarvan wordt dan ook niet nodig geacht in de te slopen varkensstal.
Afbeelding 20 en 21. Overstek afgesloten d.m.v. houten latten. Verder bevat de stal geen spleten en scheuren groter dan 15 mm. Ook zijn veel naden en kieren afgedicht met purschuim. Bron: R.J.L. Bijvelds 17-05-2021
Pagina
15
Beplantingen In de bomen en beplantingen welke aanwezig zijn in de directe omgeving van de te slopen schuur zijn geen geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren aangetroffen, wat de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid van water/ geschikt habitat is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig.
4.4 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling geldt zoals de das, wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter. Binnen het projectgebied zijn geen burchten, latrines of andere sporen van dassen aangetroffen wat maakt dat nader onderzoek naar dassen niet nodig geacht wordt. Geschikte openingen en potentiële verblijfplaatsen zoals oude zolders, en vlieringen zijn voor de steenmarter niet aanwezig. Sporen in de vorm van uitwerpselen of prooidieren zijn niet aangetroffen. Nader onderzoek naar deze soort wordt niet nodig geacht. Het plangebied is mogelijk geschikt als habitat voor de wezel, hermelijn en bunzing. Er is dus nadrukkelijk gezocht naar sporen, holen en anderzijds mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor deze soorten, maar zijn niet aangetroffen. Nader onderzoek naar deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht. Het plangebied is potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten als egel, konijn en (spits)muizen waarvoor in NoordBrabant een provinciale vrijstelling geldt.
4.4.1 Amfibieën en reptielen Het plangebied (direct aangrenzende omgeving van de te slopen bebouwingen) is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën waarvoor in de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling geldt, zoals de alpenwatersalamander en kamsalamander. Tegen en nabij de te slopen stal zijn geen steen- en takkenhopen en anderzijds mogelijk geschikte (winter) verblijfplaatsen aangetroffen. Nader onderzoek naar beschermde soorten amfibieën wordt niet nodig geacht. Voor beschermde soorten reptielen is geen geschikt habitat aanwezig. Nader onderzoek naar deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.2 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.3 Dagvlinders
Pagina
16
Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders. Het bronnen- en veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig.
4.4.5 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt: egel, konijn en verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
Pagina
17
Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te slopen bebouwing) is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten, namelijk de huismus en gierzwaluw. Voor de steen- en kerkuil is het gebied geschikt, maar door de afwezige (mogelijke) verblijfplaatsen van deze soorten wordt nader onderzoek niet nodig geacht. Met betrekking tot geplande werkzaamheden: deze dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen door de aanwezigheid van de steenuil in de nestkast. Dit om ze tijdens de voortplanting niet te verstoren. Nader onderzoek naar boombewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden wordt niet nodig geacht door het ontbreken van een geschikt habitat.
5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied (de te slopen opstallen en varkensstal) is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten, waaronder boerenzwaluw, spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).
Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.
5.1.3 Algemene broedvogels
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.
18
Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen en struiken welke aanwezig zijn binnen het plangebied.
5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht.
5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
5.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt, door het ontbreken van een geschikt habitat.
Pagina
19
Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
6. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om een aanvullend flora- of faunaonderzoek naar beschermde soorten flora en fauna uit te voeren. Er kan zonder voorziene problemen worden gestart met de sloop van de opstallen behorend bij het voormalig melkveebedrijf en de varkensstal en het bouwen van de ruimte-voor-ruimte woningen. Wel dienen de sloopwerkzaamheden uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen van de steenuil om verstoring te voorkomen. Mogelijk kan de initiatiefnemer contact opnemen met de lokale uilenwerkgroep, welke de kast ook geplaats heeft, om de beste tijd voor de sloop te bepalen. Tijdens werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.
Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies
Pagina
20
09-06-2021
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68