09 bp Tongerloseweg 3 (6e toelichting bijlage 5 Bodem- en asbestonderzoek)
Tekst van het document
Verkennend- en nader bodem- en asbestonderzoek Tongerloseweg 3 te Diessen (1906/170/BST-01, versie 0)
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Verkennend- en nader bodem- en asbestonderzoek
in opdracht van ZLTO de heer Van de Plas Onderwijsboulevard 225 5223 DE ’S-HERTOGENBOSCH betreffende locatie Tongerloseweg 3 te Diessen documentkenmerk 1906/170/BST-01 versie 0 vestiging Prinsenbeek datum 28 februari 2020
opgesteld door:
gecontroleerd door:
A.G.J. (Teun) Martens
S. (Stan) Francken
Projectleider bodem
Projectleider bodem
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Samenvatting In opdracht van ZLTO heeft Tritium Advies een verkennend- en nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Tongerloseweg 3 te Diessen. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of er op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen bestemmingswijziging en bouwactiviteit. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties onderscheiden:
deellocatie A :
gehele locatie;
deellocatie B :
westelijke varkensstal;
deellocatie C :
oostelijke varkensstal;
deellocatie D :
twee opstallen (ten westen van de oostelijke schuur);
deellocatie E :
kippenhokken met asbestverdachte dakbedekking (5 st.);
deellocatie F :
asbestverdacht materiaal op het maaiveld.
Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden heterogeen verdeeld over de locatie in de bovengrond sporen tot zwakke bijmengingen met puin aangetroffen. De bijmengingen zijn aangetroffen vanaf het maaiveld tot maximaal 0,5 m-mv. Verkennend en nader bodemonderzoek Uit de analyseresultaten blijkt dat de sporen tot zwak puinhoudende bovengrond licht tot matig verontreinigd is met PCB en licht verontreinigd is met zink en lood. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met koper, cadmium en zink. De zintuiglijk schone ondergrond blijkt licht verontreinigd te zijn met PCB. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, nikkel, molybdeen en zink. Na uitsplitsing van het matig met PCB verontreinigd mengmonster blijkt de bovengrond plaatselijk sterk verontreinigd te zijn met PCB en plaatselijk licht verontreinigd te zijn met PCB. De aangetoonde lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. De omvang van de aangetoonde sterke verontreinigingen met PCB is niet bekend. Derhalve is in overleg met de opdrachtgever besloten direct een nader onderzoek uit te voeren om de aard en omvang van de aangetoonde verontreiniging vast te stellen.
Op basis van de resultaten van het nader onderzoek kan worden geconcludeerd dat de aard en omvang van de verontreiniging met PCB afdoende zijn vastgesteld. De verontreiniging is ingekaderd tot het niveau van de tussenwaarde. De oorzaak van de verontreiniging is niet bekend. De totale omvang van de sterke verontreiniging in de grond wordt geraamd op 4 m3. Gezien de mate en omvang van de verontreiniging in de grond kan worden afgeleid dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Verkennend en nader asbestonderzoek Zowel op het maaiveld als in de uitkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de sporen puinhoudende bovengrond is analytisch geen asbest aangetoond. Derhalve mag worden geconcludeerd dat de sporen puinhoudende bovengrond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Ter plaatse van de twee opstallen met asbestverdachte dakbedekking (ten westen van de oostelijke schuur), de vijf kippenhokken met asbestverdachte dakbedekking en ter plaatse van het asbestverdachte materiaal op het maaiveld is in de grond is een maximaal gewogen asbestgehalte aangetoond van 31 mg/kg d.s. Het aangetoonde asbest betreft hechtgebonden en niethechtgebonden chrysotiel. Omdat er sprake is van een verkennend bodemonderzoek betreft het een indicatief gehalte. Omdat het aangetoonde gehalte kleiner is dan helft van de interventiewaarde, mag worden aangenomen dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Ter plaatse van drie afwateringszijden van de twee varkensstallen is in de mengmonster van de toplaag, in de fractie < 20 mm, asbest is aangetoond in gewogen gehalten van 150 tot 1.000 mg/kg d.s. Omdat op de locatie meer dan 100 mg/kg d.s. asbest is aangetoond, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest.
De omvang van de verontreiniging is middels onderhavig onderzoek voldoende vastgesteld. Het aangetoonde asbest is afkomstig van eroderende dakplaten. Gelet op de ouderdom van de bebouwing en de aard van verontreiniging, wordt verwacht dat de verontreiniging voor 1 juli 1993 is veroorzaakt. De verontreiniging is ter plaatse van drie afwateringszijden aanwezig. Het totale oppervlakte verontreinigde grond bedraagt circa 125 m2 met een laagdikte van circa 0,10 meter. De totale omvang wordt derhalve geraamd op circa 12,5 m3. Bij het huidige gebruik van de locatie (volledig bedekt met vegetatie) is geen sprake van onaanvaardbare risico's. Opgemerkt wordt dat bij graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond of bij het verwijderen van de vegetatie wel sprake kan zijn van onaanvaardbare risico’s. Resumé De onderzoeksresultaten vormen (vooralsnog) een belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen en het voorgenomen gebruik van de locatie als wonen met tuin. Geadviseerd wordt het geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest voorafgaand aan de herinrichting te saneren. Hiervoor dient een BUS-melding te worden opgesteld. Ook kan in dit stadium reeds met voorliggende rapportage een beschikking ernst en spoed worden aangevraagd bij het bevoegd gezag Wbb. De sterke verontreiniging met PCB bevindt zich binnen het geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest.
Om aan te tonen of de bodemverontreiniging met PCB eveneens is verwijderd wordt geadviseerd om tijdens de bodemsanering de meest westelijke ontgravingput tevens uit te keuren op PCB.
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.
Inleiding
1
2.
Vooronderzoek
2
2.1
Locatiegegevens
2
2.2
Eerder uitgevoerd onderzoek
4
2.3
Bodemopbouw
4
2.4
Terreinverkenning
5
2.5
Conclusies vooronderzoek
5
3.
Verkennend bodemonderzoek
6
3.1
Onderzoeksstrategie
6
3.2
Onderzoeksstrategie nader onderzoek
6
3.2.1 Conceptueel model
7
3.2.2 Onderzoeksvragen
7
3.3
8
Uitvoering
3.3.1 Kwalibo
8
3.3.2 Plaatsen boringen en peilbuis
8
3.3.3 Bemonstering grondwater
9
3.3.4 Analyses
9
3.4
10
Analyseresultaten
3.4.1 Toetsingskader
10
3.5
Grond
11
3.6
Grondwater
12
3.7
Verontreinigingssituatie
12
3.8
Toetsing conceptueel model
13
4.
Verkennend- en nader asbestonderzoek
14
4.1
Onderzoeksstrategie
14
4.1.1 Verkennend asbestonderzoek
14
4.1.2 Nader asbestonderzoek
15
4.2
Uitvoering
16
4.2.1 Maaiveldinspectie
17
4.2.2 Veldwerk asbestonderzoek
17
4.2.3 Analyses
18
4.3
19
Analyseresultaten
4.3.1 Toetsingskader
19
4.3.2 Analyseresultaten
19
4.4
20
Verontreinigingssituatie
4.4.1 Risicobeoordeling
21
5.
22
Conclusies en aanbevelingen
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.
kadastrale gegevens en regionale ligging
2
2.
situatietekening en verontreinigingstekeningen
3
3.
profielbeschrijvingen
9
4.
analyseresultaten grond
17
5.
analyseresultaten grondwater
5
6.
Analyseresultaten asbest
31
7.
toetsingstabellen grond
4
8.
toetsingstabellen grondwater
2
9.
foto’s onderzoekslocatie
7
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
1.
Inleiding
In opdracht van ZLTO heeft Tritium Advies een verkennend- en nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Tongerloseweg 3 te Diessen. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of er op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen bestemmingswijziging en bouwactiviteit. Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.
pagina 1 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
2.
Vooronderzoek
Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (oktober 2017). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek vooronderzoek NEN 5725
“aanleiding A” opstellen hypothese milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van bodemonderzoek
categorie
bron
geraadpleegd datum
contactpersoon
23-10-2019
n.v.t.
19-06-2019
dhr. Westerveld en dhr.
internet kadastrale gegevens
kadastralekaart.com
actuele terreinsituatie
bagviewer kadaster
historische gegevens
topotijdreis
bodeminformatiesysteem
gemeente Hilvarenbeek
google maps
overig -
opdrachtgever
Van de Plas
2.1
Locatiegegevens
Een overzicht van de locatiegegevens is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat
Tongerloseweg
huisnummer
3
plaats
Diessen
kadastraal gemeente
Hilvarenbeek
sectie
Q
nummer
1343 (ged.)
locatie oppervlak onderzoekslocatie
totaal 2.484 m2
huidig gebruik
twee (voormalige) varkensstallen, vijf kippenhokken en een tuin
voormalig gebruik
bebouwd circa 460 m2
Tot 1950 kende de locatie een agrarisch gebruik (wei-/akkerland). In 1950 zijn twee stallen gebouwd welke onderdeel uitmaakte van een varkenshouderij. Het is onbekend sinds wanneer de stallen niet meer in gebruik zijn.
toekomstig gebruik
De opdrachtgever is voornemens om de opstallen op de locatie te slopen en een nieuwbouwwoning te realiseren.
dempingen, ophogingen,
geen bekend
bijmengingen met puin
pagina 2 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Tabel 2.2 (vervolg): overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens locatie bodembedreigende activiteiten
en calamiteiten
De twee varkensstallen, de twee opstallen welke tegen de oostelijke varkensstal aan zijn gebouwd en de vijf kippenhokken zijn voorzien van een asbestverdachte dakconstructie. De afwateringszijden van deze dakconstructies zijn niet voorzien van een afvoergoot. Tevens wateren alle afwateringszijden af op het onverhard maaiveld. In verband met mogelijk eroderende asbestdakplaten is de grond onder deze afwateringszijden verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest.
Tijdens de locatie inspectie is plaatselijk op het maaiveld asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen.
PFAS
Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 mmv) en geroerde bodems verdacht op PFAS. Omdat het vooralsnog onbekend is, of bij de herontwikkeling grond van de locatie wordt afgevoerd of elders buiten de locatie wordt hergebruikt, is geen onderzoek naar PFAS verricht.
bodemkwaliteitskaart
bron: gemeente Hilvarenbeek
ontgravingskaart boven- en ondergrond: ‘AW’
toepassingskaart boven- en ondergrond: ‘AW’
bodemfunctiekaart: ‘agrarisch buitengebied’
terreinsituatie bebouwing
twee varkensstallen, twee opstallen en vijf kippenhokken
maaiveld
voornamelijk tuin en gedeeltelijk verhard
verhardingen
installaties
bebouwing:
gedeeltelijk beton
overig:
gedeeltelijk tegels, gedeeltelijk braakliggend
geen bekend
omgeving gebruik belendende percelen
wonen met tuin, openbare weg en agrarisch
De topografische ligging en de kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 9. De ligging van de locatie is weergegeven in figuur 2.1.
pagina 3 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie
2.2
Eerder uitgevoerd onderzoek
Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn voor zover bekend in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd.
2.3
Bodemopbouw
Tabel 2.3: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte
17 m+NAP
deklaag
dikte
5m
samenstelling
midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand
doorlatendheid
matig
1e watervoerende pakket
dikte
15 m
samenstelling
grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind
doorlatendheid
goed
geohydrologie freatisch grondwater 1e watervoerende pakket
stijghoogte
15 m+NAP
stromingsrichting
noord
stijghoogte
onbekend
stromingsrichting
noord
waterhuishouding oppervlaktewater
Niet aanwezig in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
grondwaterbeschermingsbied of
De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.
boringsvrije zone grondwateronttrekking
Op de onderzoekslocatie vindt voor zover bekend geen grondwateronttrekking plaats. Van de omgeving zijn geen gegevens bekend.
pagina 4 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
2.4
Terreinverkenning
Voorafgaand aan de monstername is een terreinverkenning uitgevoerd. Hierbij zijn diverse asbestverdachte daken, zonder dakgoten boven onverharde grond, waargenomen. Tevens is plaatselijk asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. Naar aanleiding hiervan is de onderzoeksstrategie gewijzigd.
2.5
Conclusies vooronderzoek
Op basis van de beschikbare gegevens kunnen de in de navolgende tabel weergegeven deellocaties worden onderscheiden. Tabel 2.4: deellocaties deel-
omschrijving
afmeting
hypothese
A
gehele locatie
2.484 m2
verdacht
B
westelijke varkensstal
2 x 27 m1
verdacht
motivatie
locatie
verdachte stoffen
(voormalige) agrarische bedrijfsactiviteiten asbestverdachte dakconstructie
NEN-parameters en asbest (bij puin) asbest
zonder afwateringsgoot C
oostelijke varkensstal
2 x 24 m1
verdacht
asbestverdachte dakconstructie
asbest
zonder afwateringsgoot D
twee opstallen (ten westen van de
2 x 4 m1
verdacht
oostelijke schuur) met
asbestverdachte dakconstructie
asbest
zonder afwateringsgoot
asbestverdachte dakbedekking (1 afwateringszijde per opstal) E
F
kippenhokken met asbestverdachte
8 x 3 m1
dakbedekking (5 st.)
2 x 4 m1
asbestverdacht materiaal op het
< 10 m2
maaiveld
verdacht
asbestverdachte dakconstructie
asbest
zonder afwateringsgoot verdacht
asbestverdachte dakconstructie
asbest
zonder afwateringsgoot
Verklaring bij de tabel: NEN-parameters
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie) en NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
pagina 5 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
3.
Verkennend bodemonderzoek
3.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1 (april 2016). De te volgen strategie is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.1: strategie verkennend bodemonderzoek strategie 1)
analyses 2)
boorwerk (diepte in m-mv) boringen
peilbuizen
grond
grondwater
1
4 x NEN-g 3)
1 x NEN-gw
deellocatie A: gehele onderzoekslocatie (2.484 m2) VED-HE-NL
11 x (0,5) 2 x (2,0)
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: VED-HE-NL
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, (niet lijnvormig).
2)
verklaring analyses: NEN-g
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);
NEN-gw
:
pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
3)
conform de strategie voor een verdachte locatie, dienen 3 analyses van de verdachte laag te worden uitgevoerd. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de ‘onverdachte’ ondergrond is één extra analyse opgenomen.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De grond- en grondwatermonsters worden conform AS3000 voorbewerkt.
3.2
Onderzoeksstrategie nader onderzoek
Gedurende de uitvoeringsfase van het verkennend bodemonderzoek, zoals beschreven in de navolgende paragrafen, is plaatselijk een sterke verontreiniging met PCB in de grond aangetoond waarvoor direct een nader onderzoek is uitgevoerd. Het nader onderzoek wordt uitgevoerd volgens de NTA 5755 ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’ (Nederlandse Normalisatie-Instituut, juli 2010).
pagina 6 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
3.2.1
Conceptueel model
Tabel 3.2: conceptueel model te verkrijgen gegevens
aspecten
toelichting
voldoende bekend?
aard van de verontreiniging herkomst mobiliteit visuele zichtbaarheid
bron van de verontreiniging
onbekend
nee
verspreiding van de
het is onbekend of de verontreiniging zich
nee
verontreiniging
heeft verspreid naar het grondwater
bodemvreemd materiaal
de verontreiniging is niet te relateren aan
ja
bodemvreemde bijmengingen omvang van de verontreiniging horizontaal
-
onbekend
nee
verticaal
-
onbekend
nee
ernst
> 25 m³ grond verontreinigd
onbekend
nee
met gehalten boven de interventiewaarde
3.2.2 Onderzoeksvragen Op basis van de aanleiding en het doel van het onderzoek, de gegevens in hoofdstuk 2 en het conceptueel model zijn voor het nader onderzoek de volgende onderzoeksvragen geformuleerd. Tabel 3.3: onderzoeksvragen vraag 1.
Wat is de omvang van de sterke verontreiniging met PCB?
2.
Wat is de mogelijke oorzaak van de verontreinigingen en is de verontreiniging vóór 1987 ontstaan en daarmee historisch in de zin van de Wbb?
3.
Is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging?
Naar aanleiding van de onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksstrategie opgesteld. Tabel 3.4: strategie nader bodemonderzoek doel
boorwerk (diepte in m-mv)
horizontale- en verticale
boringen
peilbuizen
5 x (0,5)
-
betonboringen
-
chemische analyses grond
grondwater
5 x PCB, L+H
-
afperking Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring analyses: PCB
:
polychloorbifenylen;
L+H
:
lutum en humus (organische stof).
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De grond- en grondwatermonsters worden conform AS3000 voorbewerkt.
pagina 7 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
3.3
Uitvoering
3.3.1
Kwalibo
De coördinatie en planning van het veldwerk vindt plaats vanuit de onder BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) gecertificeerde vestiging van Tritium Advies te Nuenen. De boringen zijn geplaatst conform protocol 2001 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De peilbuis is bemonsterd conform protocol 2002 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de navolgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 3.5: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker
datum uitvoering
boornummers/peilbuisnummer
27 november 2019
01 t/m 14
boorwerkzaamheden (2001) Joris Mathijssen Rolf Liebregts
20 januari 2020
02a-1, 03a-1, AG01a-1, AG02a-1
Victor Loderus
12 februari 2020
101 t/m 105
20 januari 2020
01
monstername grondwater (2002) Rolf Liebregts
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
3.3.2
Plaatsen boringen en peilbuis
De locaties van de boringen en peilbuis zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens het plaatsen van de boringen en peilbuis deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de boringen vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de navolgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tabel 3.6: waarnemingen en bijzonderheden boring
traject
waarnemingen en bijzonderheden
(m-mv)
einddiepte (m-mv)
02
0,00 - 0,50
sporen puin
2,00
03
0,00 - 0,20
sporen puin
0,70
08
0,00 - 0,50
sporen puin
2,00
09
0,00 - 0,30
sporen puin
0,70
10
0,00 - 0,40
sporen puin
0,90
11
0,00 - 0,50
sporen puin
1,00
pagina 8 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
3.3.3
Bemonstering grondwater
Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH), de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de navolgende tabel. De plaats van de peilbuis is weergegeven in bijlage 2. Tabel 3.7: peilbuisspecificaties peilbuis
datum
filtertraject
grondwaterstand
pH
Ec
troebelheid
bemonstering
(m-mv)
(m-mv)
(-)
(µS/cm)
(ntu)
20-1-2020
2,50 - 3,50
2,0
6,2
1.267
61
01
Tijdens de bemonstering bleek dat, in afwijking op de NEN5744, de troebelheid van het grondwater hoger is dan 10 ntu. Hierdoor kunnen concentraties van organische parameters hoger uitvallen. Bij de interpretatie van de analyseresultaten van het grondwater wordt met de afwijking rekening gehouden. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in paragraaf 3.6 besproken.
3.3.4
Analyses
De grond- en grondwatermonsters zijn volgens de navolgende tabellen geanalyseerd. Tussen het uitvoeren van de veldwerkzaamheden t.b.v. het verkennend bodemonderzoek en de overeenstemming met de opdrachtgever om het mengmonster MM02 uit te splitsen zat dermate veel tijd, dat de conserveringstermijn van het mengmonster was verstreken. Derhalve zijn de boringen 02, 03, AG01, AG02 op 20 januari 2020 herplaatst (02a, 03a, AG01a, AG02a). Tabel 3.8: geanalyseerde monsters (grond) monster-
traject
code
(m-mv)
deelmonsters
analyses 1) toelichting
Verkennend onderzoek MM01
0,00 - 0,50
08 (0,00 - 0,50), 09 (0,00 - 0,30),
NEN-g
sporen puinhoudende bovengrond (zand)
NEN-g
sporen puinhoudende bovengrond (zand)
NEN-g
zintuiglijk schone bovengrond (zand)
NEN-g
zintuiglijk schone ondergrond (zand)
10 (0,00 - 0,40), 11 (0,00 - 0,50) MM02
0,00 - 0,50
02 (0,00 - 0,50), 03 (0,00 - 0,20), AG01 (0,00 - 0,10), AG02 (0,00 - 0,10)
MM03
0,00 - 0,50
04 (0,00 - 0,50), 06 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50)
MM04
0,30 - 1,80
01 (1,40 - 1,80), 02 (1,10 - 1,60), 08 (1,20 - 1,70), AG03 (0,30 - 0,80)
Nader onderzoek 02a-1
0,00 - 0,50
02a-1 (0,00 - 0,50)
PCB, L+H
03a-1
0,00 - 0,20
03a-1 (0,00 - 0,20)
PCB, L+H
uitsplitsing MM02 uitsplitsing MM02
AG01a-1
0,00 - 0,10
AG01a-1 (0,00 - 0,10)
PCB, L+H
uitsplitsing MM02
AG02a-1
0,00 - 0,10
AG02a-1 (0,00 - 0,10)
PCB, L+H
uitsplitsing MM02
101-1
0,08 - 0,15
101 (0,08 - 0,15)
PCB, L+H
horizontale uitkartering AG01 en AG02
102-1
0,00 - 0,10
102 (0,00 - 0,10)
PCB, L+H
horizontale uitkartering AG01 en AG02
103-2
0,15 - 0,50
103 (0,15 - 0,50)
PCB, L+H
verticale uitkartering AG01 en AG02
103-2
0,15 - 0,50
103 (0,15 - 0,50)
PCB, L+H
heranalyse 103-2
104-1
0,00 - 0,10
104 (0,00 - 0,10)
PCB, L+H
horizontale uitkartering AG01 en AG02
105-1
0,00 - 0,10
105 (0,00 - 0,10)
PCB, L+H
horizontale uitkartering AG01 en AG02
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring analyses: NEN-g
: pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);
pagina 9 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
PCB
: polychloorbifenylen;
L+H
: lutum en humus (organische stof).
Tabel 3.9: geanalyseerde monsters (grondwater) monster-
peilbuis-
filtertraject
code
nummer
(m-mv)
01-1-1
02
2,50 - 3,50
analyses 1)
NEN-gw
motivatie
onderzoek grondwater
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring analyses: NEN-gw
:
pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
3.4
Analyseresultaten
3.4.1
Toetsingskader
Wet bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn vergeleken met de toetsingstabel 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). Bij onderhavig onderzoek zijn van de grondmonsters het organische stof- en lutumgehalte analytisch bepaald en weergegeven op het analysecertificaat. Met behulp van de bodemtypecorrectieformules uit de Regeling bodemkwaliteit zijn de meetwaarden van de grond omgerekend naar waarden voor standaardbodem (met een lutum percentage van 25 % en een organische stof percentage van 10 %). Voor de grond en het grondwater worden respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde beschouwd als het niveau waaronder sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De interventiewaarde betreft het niveau waarboven voor zowel de grond als het grondwater sprake kan zijn van risico's voor het milieu en de volksgezondheid. Een sanering van de bodem kan dan noodzakelijk zijn. Normaliter wordt als criterium voor het uitvoeren van nader onderzoek de tussenwaarde gehanteerd. De tussenwaarde voor grond betreft het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde en voor het grondwater het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde. Opgemerkt wordt dat de tussenwaarde geen formele status heeft.
De aanduiding van de mate van verontreiniging in het rapport is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 3.10: aanduiding mate van verontreiniging aanduiding in rapport
betekenis voor grond
-
=
niet verontreinigd
De toetsingswaarden worden niet overschreden.
betekenis voor grondwater
>AW of >S
=
licht verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de
achtergrond- en tussenwaarde.
streef- en tussenwaarde.
>T
=
matig verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de tussen- en interventiewaarde.
>I
=
sterk verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt boven de interventiewaarde.
pagina 10 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Om een indicatie te verkrijgen van de hergebruiksmogelijkheden van de grond voor een toepassing als landbodem, zijn de analyseresultaten van de grondmonsters aanvullend vergeleken met de tabellen 1 en 2 in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daaropvolgende wijzigingen). De aanduiding van de milieuhygiënische classificering is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.11: aanduiding bodemkwaliteitsklasse aanduiding in rapport
betekenis
achtergrondwaarde (AW)
Grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit.
wonen (Wo)
Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten "wonen" of "industrie".
industrie (Ind)
Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit "industrie".
niet-toepasbaar (NT)
Grond kan elders niet worden toegepast. Indien deze grond vrijkomt moet deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
3.5
Grond
De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 7. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.12: samenvatting toetsingsresultaten grond monster-
deelmonsters
toetsingsresultaten Wbb 1)
motivatie
code
indicatie
> AW
>T
>I
Bbk 2)
zink, PCB
-
-
Ind
zink, lood
PCB
-
NT
-
-
Ind
verkennend onderzoek MM01
MM02
08 (0,00 - 0,50), 09 (0,00 - 0,30),
sporen puin bovengrond
10 (0,00 - 0,40), 11 (0,00 - 0,50)
(zand)
02 (0,00 - 0,50), 03 (0,00 - 0,20),
sporen- tot zwak
AG01 (0,00 - 0,10), AG02 (0,00 - 0,10) puinhoudend (zand) MM03
MM04
04 (0,00 - 0,50), 06 (0,00 - 0,50),
zintuiglijk schone
koper, zink
13 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50)
bovengrond (zand)
cadmium
01 (1,40 - 1,80), 02 (1,10 - 1,60),
zintuiglijk schone
PCB
-
-
Ind
08 (1,20 - 1,70), AG03 (0,30 - 0,80)
ondergrond (zand)
nader onderzoek 02a-1
02a-1 (0,00 - 0,50)
uitsplitsing MM02
PCB
-
-
- 3)
03a-1
03a-1 (0,00 - 0,20)
uitsplitsing MM02
PCB
-
-
- 3)
AG01a-1
AG01a-1 (0,00 - 0,10)
uitsplitsing MM02
-
-
PCB
- 3)
AG02a-1
AG02a-1 (0,00 - 0,10)
uitsplitsing MM02
-
-
PCB
- 3)
101-1
101 (0,08 - 0,15)
horizontale uitkartering
PCB
-
-
- 3)
-
PCB
-
- 3)
-
-
PCB
- 3)
AG01 en AG02 102-1
102 (0,00 - 0,10)
horizontale uitkartering
103-2
103 (0,15 - 0,50)
103-2
103 (0,15 - 0,50)
heranalyse 103-2
-
PCB
-
- 3)
104-1
104 (0,00 - 0,10)
horizontale uitkartering
-
PCB
-
- 3)
PCB
-
-
- 3)
AG01 en AG02 verticale uitkartering AG01 en AG02
AG01 en AG02 105-1
105 (0,00 - 0,10)
horizontale uitkartering AG01 en AG02
pagina 11 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Opmerkingen bij de tabel op de vorige pagina: 1)
verklaring afkortingen: PCB
2) 3)
:
Polychloorbifenylen.
de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit betreft een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden. gezien het geringe aantal geanalyseerde parameters wordt de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) voor deze monsters niet representatief geacht.
3.6
Grondwater
De analyseresultaten van het grondwatermonster zijn weergegeven in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 8. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.13: samenvatting toetsingsresultaten grondwater peilbuis-
monster-
filtertraject
nummer
code
(m-mv)
01
01-1-1
2,50 - 3,50
motivatie
toetsingsresultaten Wbb >S
onderzoek grondwater nikkel, koper, zink
>T
>I
-
-
molybdeen, cadmium, kwik
Vanwege de verhoogde troebelheid van het grondwater in is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek, de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten voor organische parameters in het totale beeld van het onderzoek passen. Dit is wel het geval, omdat de resultaten in de lijn der verwachting liggen. Derhalve zijn de resultaten als betrouwbaar beoordeeld.
3.7
Verontreinigingssituatie
Bij het op de locatie uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is plaatselijk een sterke verontreiniging met PCB aangetoond. De omvang van deze verontreiniging is door middel van het nader onderzoek afdoende vastgesteld. Met betrekking tot de verontreinigingssituatie is de volgende bijlage toegevoegd:
bijlagen 2.1 :
tekening verontreinigingssituatie en omvang grondverontreiniging.
verontreinigingssituatie In de grond zijn sporen tot zwakke bijmengingen waargenomen met puin. Er bestaat geen samenhang tussen de waargenomen bijmengingen en de aangetroffen gehaltes.
pagina 12 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Op grond van de analyseresultaten van het verkennend en nader bodemonderzoek is de omvang van de verontreiniging afgeleid. De sterke verontreiniging heeft zich verspreid over een oppervlakte van maximaal circa 26 m2 en is aanwezig vanaf het maaiveld tot minimaal 0,15 m-mv. Het sterk verontreinigd bodemvolume bedraagt derhalve circa 4 m3. De verontreiniging is aan de oostzijde (onder de bebouwing) niet ingekaderd. Echter bevindt de verontreiniging zich in de toplaag, welke ter plaatse van de bebouwing niet aanwezig is. Omdat de sterke verontreiniging zich uitsluitend in de toplaag bevindt is ter plaatse geen grondwateronderzoek naar PCB uitgevoerd. Oorzaak en gevalsdefinitie Voor de onderhavige onderzoekslocatie is de oorzaak van de bodemverontreiniging niet bekend. Er is echter geen aanleiding om te veronderstellen dat de verontreiniging na 1987 is ontstaan. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof een gemiddeld gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en er toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Dit is bijvoorbeeld het geval als sprake is van een gevoelige situatie, zoals een moestuin of een bepaald oppervlaktewater.
Gezien de mate en omvang van de verontreiniging in de grond kan worden afgeleid dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Risicobeoordeling Omdat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, is geen risicobeoordeling uitgevoerd.
3.8
Toetsing conceptueel model
Conform de NTA 5755 is getoetst of voldoende onderzoeksgegevens aanwezig zijn, of dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Tabel 3.14: onderzoeksvragen vraag
antwoord
deellocatie A: carbolineumverontreiniging 1.
Wat is de omvang van de sterke verontreiniging met PCB?
Het sterk verontreinigd bodemvolume bedraagt circa 4 m3.
2.
Wat is de mogelijke oorzaak van de verontreinigingen en
De oorzaak van de bodemverontreiniging met PCB is
is de verontreiniging vóór 1987 ontstaan en daarmee
niet bekend, tevens is geen aanleiding om te
historisch in de zin van de Wbb?
veronderstellen dat de verontreiniging na 1987 is ontstaan.
3.
Is sprake van een geval van ernstige
Gezien de omvang van de verontreiniging in de grond
bodemverontreiniging?
is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
pagina 13 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
4.
Verkennend- en nader asbestonderzoek
De twee varkensstallen, twee opstallen en vijf kippenhokken zijn voorzien van een asbestverdachte dakconstructie. De afwateringszijden van deze dakconstructies zijn niet voorzien van een afvoergoot en wateren af op onverhard maaiveld. In verband met mogelijk eroderende asbestdakplaten is de grond onder deze afwateringszijden verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest. Tevens zijn tijdens het plaatsen van de boringen van het verkennend bodemonderzoek in de bodem plaatselijk bijmengingen met (sporen) puin aangetroffen. Omdat de herkomst en kwaliteit van het puin onbekend is, is dit terreindeel eveneens verdacht verdacht op de het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest. Derhalve is, aanvullend op de in tabel 2.4 weergegeven deellocaties B t/m F, deellocatie G toegevoegd als onderzoekslocatie.
4.1
Onderzoeksstrategie
4.1.1
Verkennend asbestonderzoek
Het verkennend bodemonderzoek asbest is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017). Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Indien asbestverdachte materialen worden aangetroffen, worden deze bemonsterd en ter verificatie aangeboden aan het laboratorium. De te volgen strategie is weergegeven in de navolgende tabel.
pagina 14 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Tabel 4.1: strategie verkennend asbestonderzoek strategie 1)
analyses 2)
veldwerkzaamheden maaiveldinspectie
inspectiegaten
inspectiegaten
(0,3 x 0,3 m,
tot onderzijde
0,5 m-mv)
verdachte laag 3)
deellocatie B: westelijke varkensstal (2 afwateringszijden)
VEP
2 richtingen,
4
stroken 1,5 m
(2 per afwateringszijde)
-
2 x asb-g
-
2 x asb-g
deellocatie C: oostelijke varkensstal (2 afwateringszijden)
VEP
2 richtingen,
4
stroken 1,5 m
(2 per afwateringszijde)
deellocatie D: twee opstallen (ten westen van de oostelijke schuur) (1 afwateringszijde per opstal)
VEP
2 richtingen,
1
stroken 1,5 m
(1 per afwateringszijde)
-
1 x asb-g
deellocatie E: kippenhokken met asbestverdachte dakbedekking (10 afwateringszijden)
VEP
2 richtingen,
10
stroken 1,5 m
(1 per afwateringszijde)
-
2 x asb-g
2
1
1 x asb-g
7
- 4)
1 x asb-g
deellocatie F: asbestverdacht materiaal op het maaiveld (< 100 m2) VED-HE
2 richtingen, stroken 1,5 m
deellocatie G: sporen puinhoudende bovengrond VED-HE
2 richtingen, stroken 1,5 m
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: VEP
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern;
VED-HE
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming.
2)
verklaring analyses:
3)
de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt
asb-g
:
asbest in grond NEN 5898.
dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm. 4)
tijdens het verkennend bodemonderzoek is reeds aangetoond dat in de ondergrond geen bijgingen met puin aanwezig zijn. Derhalve heeft het verkennend asbestonderzoek zich alleen gericht op de verdachte bovengrond.
De grondmonsters worden door een geaccrediteerd laboratorium geanalyseerd.
4.1.2
Nader asbestonderzoek
Uit de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek bleek dat ter plaatse van drie inspoelzones van de varkensstallen in de bovengrond (toplaag) in de fijne fractie (< 20 mm) een bodemverontreiniging met asbest is aangetoond. In de grove fractie is geen asbest aangetroffen. Derhalve is een nader asbestonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het bepalen van de aard en omvang van de bodemverontreiniging met asbest. Op basis van de aanleiding en het doel van het onderzoek zijn voor het nader onderzoek de volgende onderzoeksvragen geformuleerd.
pagina 15 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Tabel 4.2: onderzoeksvragen vraag 1.
wat is de omvang van de bodemverontreiniging met asbest?
2.
is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging of een verontreiniging waarvoor zorgplicht van toepassing is?
3.
is sprake van onaanvaardbare risico’s in verband met respirabele vezels in de toplaag?
4.
is de onderzoekslocatie zonder sanering van de bodem geschikt voor het voorgenomen gebruik van de locatie?
Onderzoeksstrategie Het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van de voorgeschreven strategie voor nader onderzoek, volgens de Nederlandse Norm 'Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond' (NEN 5707). Omdat de verontreiniging met asbest zicht bevindt in de fijne fractie (< 20 mm) van de grond, wordt het gebruik van inspectiegaten in plaats van sleuven als betrouwbaar en representatief geacht. Een overzicht van de te verrichten werkzaamheden is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 4.3: strategie nader asbestonderzoek strategie 1)
aantal
maaiveld-
per vak
8 vakken
te onderzoeken laag
inspectiegaten
inspectie
(m-mv)
(0,3 x 0,3 m, 0,5 m-mv)
2 richtingen,
0,0 - 1,0
stroken 1,5 m 0,1 - 0,5
analyses 2)
9 x (0,3 x 0,3 x 0,1)
6 x asb-g
2 x (0,3 x 0,3 x 0,5)
3 x asb-g 3)
6 x (0,3 x 0,3 x 0,5)
1 x asb-SEM
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: per vak
2)
3)
:
vaststellen van het gehalte van de verontreiniging per homogeen vak van 50 m2 tot 200 m2.
verklaring analyses: asb-g
:
asbest in grond NEN 5898;
asb-SEM
:
respirabele vezels.
de deellocaties D t/m G van het verkennend asbestonderzoek worden gelijktijdig uitgevoerd met nader asbestonderzoek. Derhalve zijn 3 asbest in grond analyses opgenomen welke alleen worden ingezet als de resultaten van het verkennend asbestonderzoek hier aanleiding voor geven.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De monsters worden voor zover mogelijk conform AS3000 voorbewerkt.
4.2
Uitvoering
De coördinatie en planning van het veldwerk heeft plaatsgevonden vanuit de onder BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) gecertificeerde vestiging van Tritium Advies te Nuenen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) conform protocol 2018 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de navolgende tabel zijn de namen weergegeven van de erkende veldwerkers, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd.
pagina 16 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Tabel 4.4: erkende veldwerkers Tritium Advies B.V. veldwerker
datum uitvoering
nummers
Joris Mathijssen
27 november 2019
maaiveld
Rik van der Steen
20 januari 2020
maaiveldinspectie
asbestgaten/boringen (protocol 2018) Joris Mathijssen
27 november 2019
Rik van der Steen
20 januari 2020
4.2.1
AG01 t/m AG08 AG01a t/m AG06a en AG09 t/m AG41
Maaiveldinspectie
Tijdens de maaiveldinspecties zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Gezien de conditie van het maaiveld tijdens het verkennend asbestonderzoek (laag gras en klinkers), wordt de inspectie-efficiëntie van de locatie geschat op 90-100%. Tijdens de maaiveldinspectie van het nader onderzoek is de inspectie-efficiëntie geschat op 70-90%.
4.2.2 Veldwerk asbestonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De plaats van de asbestinspectiegaten is weergegeven op de tekening in bijlage 2. De bij de werkzaamheden vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de navolgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging met asbest. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tabel 4.3: waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat
traject
asbestverdacht materiaal
(m-mv) AG01
AG02
AG03
overige waarnemingen en
einddiepte
bijzonderheden
(m-mv) 0,85
0,00 - 0,10
nee
zwak puinhoudend
0,10 - 0,35
nee
sporen puin
0,00 - 0,10
nee
zwak puinhoudend
0,10 - 0,35
nee
sporen puin
0,00 - 0,10
nee
zwak puinhoudend
0,10 - 0,30
nee
sporen puin
0,85
0,80
AG03a
0,00 - 0,10
nee
zwak baksteenhoudend
0,50
AG04
0,00 - 0,10
nee
zwak puinhoudend
0,80
0,10 - 0,30
nee
sporen puin
AG04a
AG05
AG05a
AG06
AG06a
AG07
0,00 - 0,10
nee
sporen puin
0,30 - 0,50
nee
zwak puinhoudend
0,00 - 0,10
nee
zwak puinhoudend
0,10 - 0,50
nee
sporen puin
0,00 - 0,10
nee
zwak puinhoudend
0,10 - 0,50
nee
sporen puin
0,00 - 0,10
nee
zwak puinhoudend
0,10 - 0,50
nee
sporen puin
0,00 - 0,10
nee
sporen puin
0,10 - 0,50
nee
sporen puin
0,00 - 0,10
nee
zwak puinhoudend
0,10 - 0,40
nee
sporen puin
0,50
0,80
0,50
0,80
0,50
0,90
pagina 17 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Tabel 4.3: waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat
traject
asbestverdacht materiaal
(m-mv) AG08
overige waarnemingen en
einddiepte
bijzonderheden
(m-mv) 0,85
0,00 - 0,10
nee
zwak puinhoudend
0,10 - 0,35
nee
sporen puin
AG35
0,00 - 0,50
nee
sporen baksteen
0,50
AG36
0,00 - 0,50
nee
sporen baksteen
0,50
AG37
0,00 - 0,50
nee
sporen baksteen
0,50
AG38
0,00 - 0,50
nee
sporen baksteen
0,50
AG39
0,00 - 0,50
nee
sporen baksteen
0,50
AG40
0,00 - 0,45
nee
sporen baksteen
0,50
AG41
0,00 - 0,45
nee
sporen baksteen
0,50
4.2.3 Analyses De monsters zijn volgens de navolgende tabel geanalyseerd door Al-West te Deventer (geaccrediteerd). Tabel 4.4: geanalyseerde monsters monster- asbestgaten
traject
code
(m-mv)
analyses
motivatie
deellocatie B: westelijke varkensstal (2 afwateringszijden) ASBMM01
AG01, AG02
0,00 - 0,10
asbest in grond
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot
ASBMM02
AG03, AG04
0,00 - 0,10
asbest in grond
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot
deellocatie C: oostelijke varkensstal (2 afwateringszijden) ASBMM03
AG05, AG06
0,00 - 0,10
asbest in grond
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot
ASBMM04
AG07, AG08
0,00 - 0,10
asbest in grond
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot
deellocatie D: twee opstallen (ten westen van de oostelijke schuur) (1 afwateringszijde per opstal) ASBMM20
AG32, AG33
0,00 - 0,10
asbest in grond
horizontale afperking twee opstallen (ten westen van de oostelijke schuur) met asbestverdachte dakbedekking
deellocatie E: kippenhokken met asbestverdachte dakbedekking (10 afwateringszijden) ASBMM13
AG10, AG13, AG14,
0,00 - 0,10
asbest in grond
AG17, AG18 ASBMM15
AG20, AG21, AG23,
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking noordelijke kippenschuren
0,00 - 0,10
asbest in grond
AG24, AG26
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking zuidelijke kippenschuren
deellocatie F: asbestverdacht materiaal op het maaiveld (< 100 m2) ASBMM22
AG28, AG29, AG30
0,00 - 0,10
asbest in grond
asbestverdacht materiaal op het maaiveld + horizontale afperking ASBMM02 (AG03, AG04)
deellocatie G: sporen puinhoudende bovengrond ASBMM24
AG35 t/m AG41
0,00 - 0,50
asbest in grond
sporen puin bovengrond
verticale afperking ASBMM01 (AG01, AG02)
nader asbestonderzoek ASBMM09
AG01a, AG02a
0,10 - 0,50
asbest in grond
ASBMM10
AG03a, AG04a
0,10 - 0,50
asbest in grond
ASBMM11
AG05a, AG06a
0,00 - 0,10
asb-SEM
ASBMM12
verticale afperking ASBMM02 (AG03, AG04) bepalen humane risico’s
0,10 - 0,50
asbest in grond
verticale afperking ASBMM03 (AG05, AG06)
ASBMM19
AG16, AG19
0,00 - 0,10
asbest in grond
horizontale afperking ASBMM01 (AG01, AG02)
AG31-1
AG31
0,00 - 0,10
asbest in grond
horizontale afperking ASBMM03 (AG05, AG06)
AG34-2
AG34
0,00 - 0,10
asbest in grond
horizontale afperking ASBMM02 (AG03, AG04) en ASBMM03 (AG05, AG06)
pagina 18 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
4.3 Analyseresultaten 4.3.1 Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten zijn vergeleken met de toetsingstabel 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest. Voor de toetsing wordt het gehalte serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest. Het te toetsen gehalte wordt berekend uit de som van het gewogen gehalte aan asbest in asbesthoudend materiaal (fractie >20 mm) en het gewogen gehalte aan asbest in de grond (fractie <20 mm).
4.3.2
Analyseresultaten
De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 4.5: berekening gewogen gehalte asbest (mg/kg d.s.) monster-
boring
code
traject
omschrijving
(m-mv)
gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie
fractie
totaal
< 20 mm > 20 mm
gewogen
deellocatie B: westelijke varkensstal (2 afwateringszijden) ASBMM01
AG01, AG02
0,00 - 0,10
inspoelzone onder asbestverdachte
150
n.a.
150
200
n.a.
200
1.000
n.a.
1.000
1,1
n.a.
1,1
dakbedekking zonder dakgoot ASBMM02
AG03, AG04
0,00 - 0,10
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot
deellocatie C: oostelijke varkensstal (2 afwateringszijden) ASBMM03
AG05, AG06
0,00 - 0,10
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot
ASBMM04
AG07, AG08
0,00 - 0,10
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot
deellocatie D: twee opstallen (ten westen van de oostelijke schuur) (1 afwateringszijde per opstal) ASBMM20
AG32, AG33
0,00 - 0,10
horizontale afperking twee opstallen (ten
31
n.a.
31
1,4
n.a.
1,4
< 1,0
n.a.
< 1,0
< 1,0
n.a.
< 1,0
< 1,0
n.a.
< 1,0
westen van de oostelijke schuur) met asbestverdachte dakbedekking deellocatie E: kippenhokken met asbestverdachte dakbedekking (10 afwateringszijden) ASBMM13
AG10, AG13,
0,00 - 0,10
AG14, AG17,
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking noordelijke kippenschuren
AG18 ASBMM15
AG20, AG21,
0,00 - 0,10
AG23, AG24,
inspoelzone onder asbestverdachte dakbedekking zuidelijke kippenschuren
AG26 deellocatie F: asbestverdacht materiaal op het maaiveld (< 10 m2) ASBMM22
AG28, AG29,
0,00 - 0,10
asbestverdacht materiaal op het maaiveld
AG30 deellocatie G: sporen puinhoudende bovengrond ASBMM24
AG35 t/m AG41
0,00 - 0,50
sporen puin bovengrond
pagina 19 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Tabel 4.5 (vervolg): berekening gewogen gehalte asbest (mg/kg d.s.) monster-
boring
code
traject
omschrijving
gehalte asbest (mg/kg d.s.)
(m-mv)
fractie
fractie
totaal
< 20 mm > 20 mm
gewogen
nader asbestonderzoek ASBMM09
AG01a, AG02a
0,10 – 0,50
verticale afperking ASBMM01 (AG01,
2,5
n.a.
2,5
0,7
n.a.
0,7
AG02) ASBMM10
AG03a, AG04a
0,10 – 0,50
verticale afperking ASBMM02 (AG03, AG04)
ASBMM11
AG05a, AG06a
ASBMM12
0,00 – 0,10
bepalen humane risico’s
9,7
n.a.
9,7
0,10 – 0,50
verticale afperking ASBMM03 (AG05,
1,2
n.a.
1,2
43
n.a.
43
1,8
n.a.
1,8
< 1,0
n.a.
< 1,0
AG06) ASBMM19
AG16, AG19
0,00 – 0,10
horizontale afperking ASBMM01 (AG01, AG02)
AG31-1
AG31
0,00 – 0,10
horizontale afperking ASBMM02 (AG03, AG04) en ASBMM03 (AG05, AG06)
AG34-2
AG34
0,00 – 0,10
horizontale afperking ASBMM02 (AG03, AG04) en ASBMM03 (AG05, AG06)
Opmerkingen bij de tabel: n.a.
niet aangetroffen.
4.4
Verontreinigingssituatie
Ter plaatse van drie afwateringszijden van de varkensstallen is tijdens het verkennend asbestonderzoek, in de fijne fractie (< 20 mm), meer dan 100 mg/kg d.s. asbest aangetoond. Derhalve is direct een nader asbestonderzoek uitgevoerd. Omdat op de locatie meer dan 100 mg/kg d.s. asbest is aangetoond, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. De omvang van de verontreiniging is voldoende bekend. Gelet op de ouderdom van de bebouwing en de aard van verontreiniging, wordt verwacht dat de verontreiniging vóór 1 juli 1993 is veroorzaakt en is daarmee ‘historisch’ in de zin van de Wet bodembescherming (Wbb). Op basis van de resultaten is in de navolgende tabel een raming weergegeven van de omvang van de grondverontreiniging met asbest. De verontreinigingssituatie is op tekening weergegeven in bijlage 2.2. Tabel 4.6: raming verontreinigd bodemvolume met asbest verontreinigd
gem. traject (m-mv)
oppervlakte (m2)
van
tot
verontreinigd
hoogste concentratie
bodemvolume (m3)
asbest (mg/kg d.s.)
2,5
150
5
200
5
1.000
westelijke afwateringszijde van de westelijke schuur 25
0,00
0,10
oostelijke afwateringszijde van de westelijke schuur 50
0,00
0,10
westelijke afwateringszijde van de oostelijke schuur 50
0,00
0,10
pagina 20 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
4.4.1
Risicobeoordeling
In de Circulaire bodemsanering (1 juli 2013) is het criterium uitgewerkt waarmee wordt vastgesteld of een spoedige sanering van een bodemverontreiniging noodzakelijk is. Voor asbest is het criterium alleen van toepassing op verontreinigingen die voor 1 juli 1993 zijn ontstaan. Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Voor deze gevallen moet bepaald worden of sprake is van onaanvaardbare risico’s bij het huidige of toekomstig gebruik zodat er spoedig moet worden gesaneerd. Of er sprake is van onaanvaardbare risico’s wordt bepaald volgens het “Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest” (bijlage 3 van de Circulaire bodemsanering). Het protocol bestaat uit 3 stappen:
stap 1 :
vaststellen geval van ernstige verontreiniging;
stap 2 :
standaard risicobeoordeling;
stap 3 :
locatie-specifieke risicobeoordeling.
De criteria voor de toetsing of sprake is van onaanvaardbare risico’s en resultaat van de risicobeoordeling zijn weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 4.7: risicobeoordeling asbestverontreiniging onderdeel
antwoord
motivatie
ja
zie tabel 4.5
Stap 1: vaststellen geval van ernstige verontreiniging 1.1
gehalte asbest in de bodem groter dan 100 mg/kg d.s. en de zorgplicht is niet van toepassing?
Stap 2: standaard risicobeoordeling 2.1
contact mogelijk met de asbestverontreiniging
nee
(afdekking, vegetatie, actuele contactzone)
aangezien de locatie permanent is bedekt met gras en niet wordt bewerkt zijn er, conform de circulaire bodemsanering 2013, geen contactmogelijkheden waardoor onaanvaardbare risico’s ontstaan.
2.2
concentratie hechtgebonden asbest >1000 mg/kg d.s.?
nee
zie bijlage 6
2.3
concentratie niet-hechtgebonden asbest
ja
zie bijlage 6
nee
zie tabel 4.5
>100 mg/kg d.s.? Stap 3: locatie-specifieke risicobeoordeling 3.1
concentratie respirabele asbestvezels contactzone > 10 mg/kg d.s.?
Uit de beoordeling blijkt dat er momenteel geen sprake is van onaanvaardbare risico’s. Dit betekent dat geen tijdstip voor de start van de sanering wordt vastgesteld. Opgemerkt wordt dat bij graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond of bij het verwijderen van de vegetatie wel sprake kan zijn van onaanvaardbare risico’s.
pagina 21 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
5.
Conclusies en aanbevelingen
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende. Zintuiglijk zijn heterogeen verdeeld over de locatie in de bovengrond sporen tot zwakke bijmengingen met puin aangetroffen. De bijmengingen zijn aangetroffen vanaf het maaiveld tot maximaal 0,5 m-mv. Verkennend en nader bodemonderzoek Uit de analyseresultaten blijkt dat de sporen tot zwak puinhoudende bovengrond licht tot matig verontreinigd is met PCB en licht verontreinigd is met zink en lood. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met koper, cadmium en zink. De zintuiglijk schone ondergrond blijkt licht verontreinigd te zijn met PCB. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, nikkel, molybdeen en zink. Na uitsplitsing van het matig met PCB verontreinigd mengmonster blijkt de bovengrond plaatselijk sterk verontreinigd te zijn met PCB en plaatselijk licht verontreinigd te zijn met PCB. De aangetoonde lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. De omvang van de aangetoonde sterke verontreinigingen met PCB is niet bekend.
Derhalve is in overleg met de opdrachtgever besloten direct een nader onderzoek uit te voeren om de aard en omvang van de aangetoonde verontreiniging vast te stellen. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek kan worden geconcludeerd dat de aard en omvang van de verontreiniging met PCB afdoende zijn vastgesteld. De verontreiniging is ingekaderd tot het niveau van de tussenwaarde. De oorzaak van de verontreiniging is niet bekend. De totale omvang van de sterke verontreiniging in de grond wordt geraamd op circa 4 m3. Gezien de mate en omvang van de verontreiniging in de grond kan worden afgeleid dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Verkennend en nader asbestonderzoek Zowel op het maaiveld als in de uitkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de sporen puinhoudende bovengrond is analytisch geen asbest aangetoond. Derhalve mag worden geconcludeerd dat de sporen puinhoudende bovengrond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
pagina 22 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Ter plaatse van de twee opstallen met asbestverdachte dakbedekking (ten westen van de oostelijke schuur), de vijf kippenhokken met asbestverdachte dakbedekking en ter plaatse van het asbestverdachte materiaal op het maaiveld is in de grond is een maximaal gewogen asbestgehalte aangetoond van 31 mg/kg d.s. Het aangetoonde asbest betreft hechtgebonden en niethechtgebonden chrysotiel. Omdat sprake is van een verkennend bodemonderzoek betreft het een indicatief gehalte. Omdat het aangetoonde gehalte kleiner is dan helft van de interventiewaarde, mag worden aangenomen dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Ter plaatse van drie afwateringszijden van de twee varkensstallen is in de mengmonster van de toplaag, in de fractie < 20 mm, asbest is aangetoond in gewogen gehalten van 150 tot 1.000 mg/kg d.s. Omdat op de locatie meer dan 100 mg/kg d.s. asbest is aangetoond, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. De omvang van de verontreiniging is middels onderhavig onderzoek voldoende vastgesteld. Het aangetoonde asbest is afkomstig van eroderende dakplaten. Gelet op de ouderdom van de bebouwing en de aard van verontreiniging, wordt verwacht dat de verontreiniging voor 1 juli 1993 is veroorzaakt. De verontreiniging is ter plaatse van drie afwateringszijden aanwezig.
Het totale oppervlakte verontreinigde grond bedraagt circa 125 m2 met een laagdikte van circa 0,10 meter. De totale omvang wordt derhalve geraamd op circa 12,5 m3. Bij het huidige gebruik van de locatie (volledig bedekt met vegetatie) is geen sprake van onaanvaardbare risico's. Opgemerkt wordt dat bij graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond of bij het verwijderen van de vegetatie wel sprake kan zijn van onaanvaardbare risico’s. Resumé De onderzoeksresultaten vormen (vooralsnog) een belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen en het voorgenomen gebruik van de locatie als wonen met tuin. Geadviseerd wordt het geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest voorafgaand aan de herinrichting te saneren. Hiervoor dient een BUS-melding te worden opgesteld. Ook kan in dit stadium reeds met voorliggende rapportage een beschikking ernst en spoed worden aangevraagd bij het bevoegd gezag Wbb. De sterke verontreiniging met PCB bevindt zich binnen het geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Om aan te tonen of de bodemverontreiniging met PCB eveneens is verwijderd wordt geadviseerd om tijdens de bodemsanering de meest westelijke ontgravingput horizontaal en verticaal tevens uit te keuren op PCB.
pagina 23 van 23
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Bijlage 1 Kadastrale gegevens en regionale ligging
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 1906170BST
1343 3
1344
0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 4 september 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
5m
25 m
Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Hilvarenbeek Q 1343
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Omgevingskaart
Klantreferentie: 1906170BST
0m
125 m
625 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Hilvarenbeek Q 1343 Turkweg 3, 5087KR Diessen CC-BY Kadaster.
Schaal 1: 12500
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Bijlage 2 Situatietekening
documentkenmerk: 1906/170/BST-01, versie 0
Bijlage 3 Profielbeschrijvingen
Bijlage: Boorprofielen Boring:
01
Boormeester:
Joris Mathijssen
Datum:
27-11-2019 0
0
X:
140660,54
Y:
386616,09
gras
Boring:
02
Boormeester:
Joris Mathijssen
Datum:
27-11-2019 0
0
Zand, matig siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1 50
2
80
110
4 140
150 5 180
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk roesthoudend, neutraal oranjebeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, sterk siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Leem, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor
6
250
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
Y:
386591,06
gras
50
50
3
140637,69
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen puin, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
2
100
X:
90
100
3
110
4
175
6 200
200
Leem, sterk zandig, matig roesthoudend, neutraal oranjebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, sterk roesthoudend, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
150 5
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
7 270
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
8
300
9 350
350
Boring:
02a
Boormeester:
Rik van der Steen
Datum:
20-1-2020 0
0
X:
140639,25
Y:
386591,14
03
Boormeester:
Joris Mathijssen
Datum:
gras
1
20
2
50
70
Boring:
03a
Boormeester:
Joris Mathijssen
Datum:
20-1-2020 0
0 1
20
X:
140646,58
Y:
386596,51
Boring:
04
Boormeester:
Joris Mathijssen
Datum:
gras
27-11-2019 0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
05
Boormeester:
Joris Mathijssen
Datum:
27-11-2019
0
140647,14
Y:
386621,31
0
braak
25
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1 2 50
X:
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
06
Boormeester:
Joris Mathijssen
27-11-2019 0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
X:
140639,27
Y:
386612,01
gras
X:
140638,60
Y:
386623,89
braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1 50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen puin, donker bruingrijs, Edelmanboor