CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

09 bp Rogier van Leefdaelstraat 23 (3 bijlage 1d toelichting Flora en fauna onderzoek)

Gemeenteraad 11 mei 2022, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Rogier van Leefdaelstraat 23, Hilvarenbeek”.11.011 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek

1

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek

Status: Definitief In opdracht van: De heer M. en mevrouw K. Maas Ypelaarstraat 4C 5081 BS Hilvarenbeek Contactpersoon: Bianca Göertz Crijns rentmeesters bv Uitgevoerd door: Lomans Ecoworks Veldwerk en rapportage: M. Lomans Projectnr: 2126 Datum: 09-08-2021

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

2

Inhoud 1. INLEIDING ...............................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................3 1.2 Kader van het onderzoek. .....................................................................................................3 1.3 Doelstelling onderzoek ..........................................................................................................3 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED....................................................................................................4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied.........................................................................................4 2.2 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling ...............................................................................5 2.3 Foto- impressie plangebied....................................................................................................6 3. WERKWIJZE ............................................................................................................................7 4.

NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND .................................................................................8 4.1 Soortenbescherming .............................................................................................................8 4.2 Gebiedsbescherming ........................................................................................................... 11 4.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 12 5. RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING............................................................. 13 5.1 Flora .................................................................................................................................... 13 5.2 Vogels ................................................................................................................................. 13 5.3 Landzoogdieren grondgebonden ......................................................................................... 15 5.4 Vleermuizen ........................................................................................................................ 16 5.5 Ongewervelden ...................................................................................................................

17 5.6 Vissen, reptielen en amfibieën............................................................................................. 18 6. RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING .............................................................. 19 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................ 19 6.2 Natuurnetwerk Brabant/ Ecologische hoofdstructuur .......................................................... 20 6.3 Overige provinciale beschermingszones .............................................................................. 20 6.4 Houtopstanden ................................................................................................................... 20 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE ........................................................................................... 21 8. AANBEVELINGEN .................................................................................................................. 23 9. GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 23 Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 4. Vrijgestelde soorten Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

3

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Initiatiefnemers zijn voornemens om de locatie Rogier van Leefdaelstraat in Hilvarenbeek te herontwikkelen. Hiervoor wordt het geldende bestemmingsplan herzien. Crijns rentmeesters te Someren begeleidt de initiatiefnemer tijdens de te doorlopen planologische procedure. In het kader van de Wet natuurbescherming dient een Quickscan Flora en fauna (een verkennende natuurtoets) uitgevoerd te worden. Aan Lomans Ecoworks is door de initiatiefnemer opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan.

1.2

Kader van het onderzoek

Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: • Wet natuurbescherming: o Soortenbescherming o Gebiedsbescherming o Houtopstanden • Provinciale verordening: o Natuurnetwerk Nederland (NNN) • Gemeentelijke regelgeving: o APV bomenkap

1.3

Doelstelling van het onderzoek

Middels dit verkennende onderzoek wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

4

2.

BESCHRIJVING PLANGEBIED

2.1

Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek ligt in het zuidwesten van de bebouwde kom van Hilvarenbeek. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie L, nummer 806 met een oppervlakte van 1811m². Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Rogier van Leefdaelstraat met vrijstaande woonhuizen, ten oosten ligt aangrenzend de Bolakker met tegenoverliggende villa in het groen, aan de zuidzijde bevinden zich nieuwbouwwoningen en ten westen liggen vrijstaande woningen met ruime tuinen in een groene omgeving.

Figuur 1. Globale begrenzing (oranje) plangebied Rogier van Leefdael 23 te Hilvarenbeek

Bron: Google Earth.

Binnen het plangebied staat in de noordzijde een pand met een woning en een voormalige huisartsenpraktijk. Ten zuiden van de woning ligt een ruime tuin met een schuurtje en een carport aan de zijde van de Bolakker. De tuin bestaat uit een groot gazon omgeven met een diversiteit aan bomen, sierheesters en hagen zoals o.a. een tulpenboom, walnoot, catalpa, hulst, rododendron, hortensia’s en laurierhagen.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

5 2.2

Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling

De beoogde ontwikkeling betreft de toevoeging van twee woonpercelen voor vrijstaande woningen in de tuin aan de zijde van de Bolakker. Met de herbestemming komt de huidige bestemming ‘gezondheidszorg’ te vervallen en wordt een woonbestemming van circa 820 m² toegevoegd. De huidige woning blijft hierbij ongewijzigd behouden.

Figuur 2. Overzicht plangebied na de herbestemming.

Lomans Ecoworks

Bron: Crijns rentmeesters.

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

6 2.3

Foto- impressie plangebied

Zicht op de te behouden woning vanuit de Rogier van Leefdaelstraat en een indruk van de achtertuin.

Zicht op te slopen schuurtje en carport vanuit de Bolakker en een indruk van de carport.

Te slopen schuurtje en carport aan de voorzijde en detail van het dak en dakrand van het schuurtje.

Detail van de zijgevel en indruk van de binnenzijde van het te slopen schuurtje.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

7

3.

WERKWIJZE

De quickscan bestaat uit een bronnenonderzoek, een verkennend veldbezoek en een biotoopgeschiktheidsbeoordeling. Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving en Voor het soortenonderzoek is o.a. gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), diverse verspreidingsatlassen, soortspecifieke literatuur en kennisdocumenten. De bron van de NDFF gegevens die in deze rapportage worden vermeld betreft: ‘NDFF - quickscanhulp.nl 28 juli 2021’. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord- Brabant. Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 3 augustus in de voormiddag. Het weer was bewolkt met een zwakke westenwind bij een temperatuur van 17°C. Een relatief lage temperatuur voor de tijd van het jaar. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen.

Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.

Opmerking: De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

8

4.

NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND

Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in Soortenbescherming en Gebiedsbescherming.

4.1

SOORTENBESCHERMING

Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Europa in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarste beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en welke hier als strikt beschermd worden aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).

Op alle vogels is het beschermingsregime van § 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

9 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

10 Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen.

Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: • aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden • aanwezigheid van een wettelijk belang • de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die de soort heeft voor mensen.

Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

11 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.

4.2

GEBIEDSBESCHERMING

De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden • •

Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.

De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Omgevingsvisie febr. 2020 vooruitlopend op de Omgevingswet). In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

12

4.3

BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN

Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.

De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van te voren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb). Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuurof landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slechts af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

13

5.

RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING

De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving op basis van de NDFF, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1

FLORA

Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Hilvarenbeek. De achtertuin met het bemeste gazon en gecultiveerde planten vormen geen geschikt biotoop voor zeldzame/beschermde plantensoorten. De verharde delen binnen het plangebied worden keurig schoongehouden zodat ongewenste (on)kruiden geen kans krijgen. Volgens gegevens uit het NDFF komen binnen een afstand van 0-1 kilometer van het plangebied geen beschermde vaatplanten voor. Op enige afstand van 1-5 kilometer is een waarneming bekend van de drijvende waterweegbree (§ 3.2 Wnb). Drijvende waterweegbree is plant van stromende en stilstaande wateren met een goede waterkwaliteit. Deze zeldzame soort komt voor in de beek Groote Beerze op enkele kilometers afstand. Binnen het plangebied en directe omgeving worden geen soorten verwacht die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied. Conclusie In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht.

5.2

VOGELS

In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen als gierzwaluw, huismus, kerkuil en slechtvalk. Op enige afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van steenuil en grote gele kwikstaart. Gierzwaluw en huismus De gierzwaluw bouwt nesten onder dakpannen, achter dakgootbetimmering en in spleten en nissen aan gebouwen in dorpen en steden. Tijdens het veldbezoek zijn gierzwaluwen waargenomen hoog vliegend boven het plangebied. In deze periode van het jaar vliegen de jongen uit en gaan de gierzwaluwen richting hun overwinteringsgebieden. De overvliegende gierzwaluwen vertonen geen binding met het plangebied.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

14 Nesten van huismussen zijn in de regel te vinden in allerlei bebouwing onder dakpannen, achter regenpijpen, in kieren en spleten in muren, in nestkasten en een enkele keer in dichte struiken. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen binnen het plangebied en directe omgeving. Het te slopen lage schuurtje met plat dak en de open carport zijn ongeschikt als nestgelegenheid voor gierzwaluwen en huismussen. Ook in de te behouden woning met plat dak kunnen vaste rust- en verblijfplekken voor gierzwaluw en huismus worden uitgesloten. Kerkuil en slechtvalk De kerkuil broedt in donkere boerenschuren met omliggend agrarisch gebied en de slechtvalk nestelt in hoge gebouwen als kerktorens en fabrieksgebouwen en in nestkasten in hoogspanningsmasten. Voor beide soorten zijn in het plangebied binnen de bebouwde kom geen broedmogelijkheden aanwezig. Steenuil en grote gele kwikstaart Binnen het plangebied en directe omgeving ontbreekt geschikt foerageer- en broedbiotoop voor de steenuil. De grote gele kwik broedt bij voorkeur bij stromend water in natuurlijke oevers en nestelt onder bruggen en aan gebouwen. Dergelijk broedhabitat ontbreekt binnen het plangebied. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 in gebouwen aanwezig.

Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komt op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie sperwer, buizerd en roek voor. Op een afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van boomvalk, havik, wespendief en ransuil. Sperwers broeden behalve in bosgebieden ook incidenteel in tuinen met dicht struweel binnen de bebouwde kom. Tijdens het veldbezoek is gelet op een mogelijke nestlocatie binnen de dichte struiken en heesters in de achtertuin. Een nestlocatie is niet aangetroffen. De achtertuin wordt dagelijks benut. Ook voor de buizerd, die broed in bosgebieden met weinig menselijke verstoring en de roek welke broedt in kolonies in hoge bomen, ontbreekt broedbiotoop binnen het plangebied en directe omgeving. In het plangebied en directe omgeving ontbreken geschikte bosgebiedjes, hoge boomgroepjes met omliggend foerageergebied voor bovengenoemde vogels met jaarrond beschermde nesten. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 in bomen aanwezig en worden ook niet verwacht door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergelegenheid. De ransuil kan tot broeden komen in grote tuinen met hoge (naald)bomen en heeft roestplekken bij voorkeur in naaldhout. Binnen het plangebied ontbreken mogelijkheden voor de ransuil.

Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zo zeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen vogels gespot. Er zijn geen jaarrond beschermde nesten cat. 5 in bomen aangetroffen. Ook zijn in de bomen geen geschikte holtes voor cat. 5 holenbroeders als groene specht of boomklever aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige algemene vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn, zoals houtduif, winterkoninkje, heggenmus en merel. Tijdens het veldbezoek zijn roodborst, vink en houtduif gespot. Nesten van algemene vogelrichtlijnsoorten zijn niet aangetroffen.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

15 Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten in het te slopen schuurtje en carport aangetroffen. De bebouwing is ongeschikt. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen in de achtertuin waargenomen. Voor vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen ontbreekt geschikt broedhabitat en omliggend foerageergebied binnen de bebouwde kom. Overige Vogelrichtlijnsoorten Met de bouw van twee woningen zullen enkele bomen, heesters en hagen in de achtertuin verwijderd worden. Dit betekent een afname van nest- en foerageermogelijkheden voor een aantal algemene struweel- en tuinvogels. In de directe groene omgeving blijven voldoende alternatieven beschikbaar. Na voltooiing van de bouwwerkzaamheden wordt opnieuw rijkelijk opgaand groen aangeplant. Bij de planning van de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot eind juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Het is verboden om nesten van broedende vogels te beschadigen of te vernietigen.

5.3

LANDZOOGDIEREN GRONDGEBONDEN

Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Volgens bronnenonderzoek komt de steenmarter (3.3 Wnb) voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Het NDFF vermeldt eekhoorn, boommarter, bunzing en wezel (§ 3.3 Wnb), op 1-5 kilometer afstand. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt behalve in kleinschalige cultuurlandschappen nabij boerderijen, tegenwoordig ook binnen dorpen en steden voor. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. De aanwezigheid van de steenmarter verraad zich vaak door uitwerpselen, krabsporen, prooiresten en stank. In het te slopen schuurtje met plat dak en de open carport zijn geen sporen van aanwezigheid van steenmarter aangetroffen en worden ook niet verwacht. Er ontbreekt dakbeschot om mogelijk tussen te verblijven en het schuurtje is verder ontoegankelijk voor de steenmarter. Eekhoorn De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. Binnen het plangebied zijn voedselbomen voor de eekhoorn aanwezig. Mogelijk bezoekt de eekhoorn het plangebied om te foerageren. Nesten van eekhoorn zijn niet aanwezig in de tuin.

Boommarter, bunzing en wezel Het leefgebied van de boommarter is te vinden in allerlei bostypes, de rustplaatsen bevinden zich in boomholtes en grondholen. Geschikt leefgebied voor de boommarter ontbreekt binnen het plangebied. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen (bunzing en wezel) zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetaties, stapel stenen of takkenrillen. Binnen het plangebied en directe omgeving ontbreken geschikte landschapselementen voor kleine marterachtigen geheel.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

16 Vrijgestelde soorten Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Daarbij dient wel de zorgplicht te worden nageleefd. Er worden enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied uit de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ zoals egel en enkele algemene spits- en woelmuizen. Conclusie Op basis van het veldbezoek kan het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen worden uitgesloten. Binnen het plangebied en directe omgeving worden verder geen beschermde soorten verwacht die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.

5.4

VLEERMUIZEN

Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen In dit deel van het land kunnen o.a. de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, bosvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone, - en grijze grootoorvleermuis, baard/Brandtsvleermuis en watervleermuis. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen, rietkragen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Binnen het plangebied zijn geen aanééngesloten lijnvormige (groen) structuren aanwezig die mogelijk dienst doen als vast vlieg- en foerageerroute. Vleermuizen zullen de laanbomenstructuur aan de Bolakker benutten als vlieg- en foerageerroute. Het plangebied vormt momenteel foerageergebied van goede kwaliteit voor vleermuizen.

Met de bouwplannen in de achtertuin worden groenstructuren verwijderd waardoor jaagmogelijkheden voor vleermuizen zullen afnemen. In de directe omgeving zijn voldoende alternatieven van goede kwaliteit en kwantiteit ter beschikking. Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden, soorten die in gebouwen verblijven en enkele soorten die zowel in bebouwing als in bomen verblijfplaatsen hebben. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De woning heeft potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De woning blijft in de huidige vorm gehandhaafd. Het te slopen schuurtje met open carport is gecontroleerd op aanwezigheid van mogelijke vleermuisverblijfplaatsen. Het lage schuurtje heeft een plat dak met randen van beton, de dakrand bestaat uit aluminium daktrimmen met gevelbekleding van trespa. De spleten tussen gevelbekleding en de muur zijn afgedicht. Toegankelijke spleten en ruimtes om te verblijven Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

17 ontbreken geheel. Ook in de open carport zijn geen geschikte ruimtes of spleten met een stabiel microklimaat voor vleermuizen aanwezig. De aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het te slopen lage schuurtje en de open carport kunnen redelijkerwijs uitgesloten worden. Ook in de te kappen bomen in de achtertuin zijn geen exemplaren met holtes, rottingsgaten, loshangende schors en (stam)spleten aangetroffen waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Conclusie Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Binnen het plangebied zijn geen aanééngesloten lijnvormige (groen) structuren aanwezig die mogelijk dienst doen als vast vlieg- en foerageerroute. Het plangebied vormt in de huidige situatie geschikt foerageergebied. Met het verwijderen van een gedeelte van de groenstucturen ten behoeve van de woningbouw zullen foerageermogelijkheden verminderen. In de directe omgeving zijn voldoende alternatieven van goede kwaliteit en kwantiteit ter beschikking. Verblijfplaatsen De woning heeft potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De woning blijft in de huidige vorm gehandhaafd. In het te slopen lage schuurtje met plat dak en de open carport kunnen vleermuisverblijfplaatsen redelijkerwijs worden uitgesloten. In de te kappen bomen in de achtertuin zijn geen exemplaren aanwezig waarin zich vleermuisverblijfplaatsen kunnen bevinden.

5.5

ONGEWERVELDEN

Voorkomen Vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders gespot. De tuin is zeer geschikt, echter met het donkere en relatief koele weer vliegen weinig vlinders. Ook zijn geen libellen waargenomen. De NDFF vermeldt binnen een afstand van 1 kilometer geen beschermde vlinder- en libellensoorten. Op enige afstand van 1-5 km komen soorten voor als gevlekte witsnuitlibel (§ 3.2 Wnb), bosbeekjuffer, gentiaanblauwtje en grote vos (§ 3.3 Wnb). Vlinders en libellen Beschermde (dag)vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Geschikte waardplanten voor beschermde vlindersoorten als het gentiaanblauwtje (klokjesgentiaan), of voor de grote vos (iep en wilg) zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Het is uitgesloten dat er binnen het plangebied geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort. Voor libellen geldt dat water nodig is ter voortplanting. Gezien het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan de aanwezigheid van libellen worden uitgesloten.

Overige soorten ongewervelden Overige beschermde soorten zoals vliegend hert, vermiljoenkever, Europese rivierkreeft en platte schijfhoorn zijn binnen het plangebied te sluiten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten aanwezig en er zijn geen waarnemingen bekend uit de directe omgeving van het plangebied. Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en libellen waargenomen.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

18 Binnen het plangebied en directe omgeving ontbreken specifieke biotopen en specifieke voortplantingswateren voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan worden uitgesloten. Gelet op de aanwezige biotopen bieden het plangebied en directe omgeving uitsluitend leefgebied voor algemene vlindersoorten, enkele (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken is geen geschikt habitat aanwezig.

5.6

VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN

Voorkomen Vissen Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het voorkomen van (beschermde) vissen kan uitgesloten worden. Reptielen en amfibieën Op basis van de NDFF gegevens komen geen beschermde soorten reptielen en amfibieën voor binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Op enige afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van alpenwatersalamander (§ 3.3), heikikker, poelkikker (§ 3.2) vinpootsalamander, hazelworm en levendbarende hagedis. Voor bovengenoemde beschermde amfibieën en reptielen op een afstand van 1-5 kilometer ontbreken geschikte biotopen zoals specifiek voortplantingswater, ruige extensieve graslandjes met holletjes en struwelen, hoogveen en vochtige en droge heideterreinen. Deze soorten vinden leefgebied in Natura 2000-gebieden als Kempenland-West op ca. 2 kilometer afstand van het plangebied. Conclusie Het voorkomen van beschermde vissen, reptielen en amfibieën kan worden uitgesloten door het ontbreken van oppervlaktewater en specifiek landhabitat. Het is aannemelijk dat algemene amfibieënsoorten als bruine kikker en gewone pad overwinteren in het plangebied. Bruine kikker en gewone pad behoren tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling geen verbodsbepalingen gelden. Echter de algemene zorgplicht is altijd van kracht.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

19

6.

RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING

6.1

Natura 2000

Uit gegevens van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van 1,6 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Het betreft Natura 2000- gebied ‘Kempenland -West’. Dit Natura 2000-gebied omvat een verspreid liggend heide- en vennengebied met meanderende lopen van diverse laaglandbeken.

Figuur 3. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebied (rood gearceerd).

Bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ In de Wet natuurbescherming is het uitgangspunt dat activiteiten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van habitats kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Stikstofdepositie en overige negatieve effecten (licht, geluid, trillingen) De beoogde ontwikkeling betreft de toevoeging van twee woonpercelen voor vrijstaande woningen in de tuin. Uit een berekening met de Aerius calculator blijkt dat geen sprake is van emissies boven de gestelde grenswaarden van de nieuwe woningen in de gebruiksfase. Overige negatieve effecten door licht, geluid en trillingen zijn gelet op de aard, de omvang en het effectbereik t.o.v. Natura 2000-gebieden uit te sluiten.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

20 6.2

Natuurnetwerk Brabant / Ecologische Hoofdstructuur

Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde gebied begrensd als Natuurnetwerk Brabant ligt op een afstand van ca. 1 kilometer ten oosten van het plangebied. Het betreft een bosgebied met natuurbeheertype N16.04 ‘Vochtig bos met productie’.

Figuur 4. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natuurnetwerk Brabant. Bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/

In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. De Interim omgevingsverordening NB stelt in § 3.23 art. 3.16 lid 1 en 3, dat een ontwikkeling buiten het Natuurnetwerk Brabant leidt tot een aantasting van de wezenlijke ecologische waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Brabant, negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd. Door de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom en de ruime afstand tot het dichtstbijzijnde NNB-gebied zal geen sprake zijn van aantasting van wezenlijke waarden of kenmerken het NNB-gebied.

6.3 Overige provinciale beschermingszones Het plangebied is niet gelegen in een overige provinciale beschermingszone.

6.4 Houtopstanden Met de beoogde ontwikkeling worden enkele bomen en struiken verwijderd in de tuin. De bomen vallen niet onder art. 4.2 van de Wet natuurbescherming en staan niet vermeld op de ‘lijst van waardevolle bomen’ in de gemeente Hilvarenbeek. Een vergunning is niet nodig.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

21

7.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE (Toetsing aan de Wet natuurbescherming)

BESCHERMDE SOORTEN Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels cat. 1-4 jaarrond beschermde nesten in bomen en bebouwing aanwezig. Overtreding van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Overige vogelrichtlijnsoorten Het plangebied vormt geschikt foerageergebied en nestgelegenheid voor een aantal algemene vogelrichtlijnsoorten. Met het verwijderen van een aantal bomen en struiken in de achtertuin zullen nest- en foerageermogelijkheden voor een aantal algemene struweel- en tuinvogels afnemen. In de directe groene omgeving blijven voldoende alternatieven beschikbaar. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Vleermuizen: vliegroutes en foerageergebied Vaste vliegroutes voor vleermuizen zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Het plangebied vormt foerageergebied van goede kwaliteit. Met het verwijderen van bomen en struiken zullen foerageermogelijkheden afnemen. In de directe groene omgeving zijn voldoende alternatieven van goede kwaliteit en kwantiteit ter beschikking. Vleermuizen: verblijfplaatsen In de bomen binnen het plangebied zijn geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen aanwezig. In het te slopen lage schuurtje met plat dak en de open carport kunnen vleermuisverblijfplaatsen redelijkerwijs worden uitgesloten.

Negatieve effecten worden niet verwacht. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Op basis van het veldbezoek kan het voorkomen van landzoogdieren met jaarrond beschermde verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Binnen het plangebied en directe omgeving worden verder geen beschermde soorten verwacht die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Negatieve effecten zijn niet aan de orde. Vrijgestelde soorten Er worden enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals egel, bruine kikker, gewone pad en enkele algemene spits- en woelmuizen. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht (zie blz. 11) is altijd van kracht.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

22

BESCHERMDE GEBIEDEN Natura 2000- gebied Stikstofdepositie Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ca. 1,6 kilometer van het plangebied. Uit de uitgevoerde Aerius berekening is gebleken dat geen sprake is van emissies boven de gestelde grenswaarden van de nieuwe woningen in de gebruiksfase. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gezien de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom, de omvang, het effectbereik en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied zijn negatieve overige effecten uit te sluiten. Natuurnetwerk Brabant Het plangebied ligt niet in of in de directe omgeving van een NNB- gebied. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van NNBgebieden. Houtopstanden Met de beoogde ontwikkeling worden enkele bomen en struiken verwijderd in de achtertuin. De bomen staan niet op de lijst van beschermde bomen van de gemeente Hilvarenbeek. Een vergunning aanvragen is niet nodig.

Eindconclusie: • •

De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling aan de Rogier van Leefdaelstraat 23 in Hilvarenbeek. De aanbevelingen voor ‘Vogels algemeen’ dienen te worden opgevolgd.

Vogels algemeen Gedurende de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Het is verboden om nesten van broedende vogels te beschadigen of te vernietigen. Als werkzaamheden niet buiten het broedseizoen gepland kunnen worden, dan geldt de aanbeveling om de locatie voorafgaande aan het broedseizoen ongeschikt te maken. Ook bestaat de mogelijkheid om voorafgaande aan de werkzaamheden door een ter zake deskundige te laten controleren op broedende vogels. Hierbij bestaat het risico dat de werkzaamheden uitgesteld moeten worden als een broedgeval geconstateerd wordt. Als aanbeveling geldt om met zekerheid schade aan broedgevallen uit te sluiten, de werkzaamheden geheel buiten de broedtijd van vogels uit te voeren.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

23

8.

AANBEVELINGEN

Natuurinclusief bouwen, het nieuwe normaal Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Waarom Natuurinclusief bouwen? Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen te creëren, die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving zijn. Investeren in groene kwaliteit levert immers veel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Goed stedelijk groen zorgt voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-dorps en stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komen steden en dorpen pas écht tot leven. Hieronder de link naar de nieuwste ‘Toolbox Natuurinclusief bouwen’, een digitale set aan praktische handvatten voor meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving. https://www.bouwnatuurinclusief.nl/ http://www.stedebouwarchitectuur.nl/artikel/270120/vogels-en-vleermuizen-in-de-spouw

9.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Literatuur • Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. • Creemers, R.M.C.& J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. • Kennisdocument Huismus Passer domesticus, Versie 1.0, juli 2017. • Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december 2016. • SOVON broedvogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. • Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. • Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016.

Internetsites • www.brabant.nl • www.hilvarenbeek.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.verspreidingsatlas.nl • www.quickscanhulp.nl

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

24

BIJLAGE 1

BESCHERMDE SOORTEN VOGELRICHTLIJN

Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in art 3.1 van de Wnb. Vogels met vaste verblijfplaatsen De Vogelrichtlijn onderscheidt de volgende categorieën beschermde vaste verblijfplaatsen: Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. 1. 2.

3.

4. 5.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bescherming

Vogels

steenuil

Athene noctua

Categorie 1

Vogels

gierzwaluw

Apus apus

Categorie 2

Vogels

huismus

Passer domesticus

Categorie 2

Vogels

roek

Corvus frugilegus

Categorie 2

Vogels

grote gele kwikstaart

Motacilla cinerea

Categorie 3

Vogels

kerkuil

Tyto alba

Categorie 3

Vogels

oehoe

Bubo bubo

Categorie 3

Vogels

ooievaar

Ciconia ciconia

Categorie 3

Vogels

slechtvalk

Falco peregrinus

Categorie 3

Vogels

boomvalk

Falco subbuteo

Categorie 4

Vogels

buizerd

Buteo buteo

Categorie 4

Vogels

havik

Accipiter gentilis

Categorie 4

Vogels

ransuil

Asio otus

Categorie 4

Vogels

sperwer

Accipiter nisus

Categorie 4

Vogels

wespendief

Pernis apivorus

Categorie 4

Vogels

zwarte wouw

Milvus migrans

Categorie 4

Vogels

blauwe reiger

Ardea cinerea

Categorie 5

Vogels

boerenzwaluw

Hirundo rustica

Categorie 5

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

25

Vogels

bonte vliegenvanger

Ficedula hypoleuca

Categorie 5

Vogels

boomklever

Sitta europaea

Categorie 5

Vogels

boomkruiper

Certhia brachydactyla

Categorie 5

Vogels

bosuil

Strix aluco

Categorie 5

Vogels

brilduiker

Bucephala clangula

Categorie 5

Vogels

draaihals

Jynx torquilla

Categorie 5

Vogels

eidereend

Somateria mollissima

Categorie 5

Vogels

ekster

Pica pica

Categorie 5

Vogels

gekraagde roodstaart

Phoenicurus phoenicurus

Categorie 5

Vogels

glanskop

Parus palustris

Categorie 5

Vogels

grauwe vliegenvanger

Muscicapa striata

Categorie 5

Vogels

groene specht

Picus viridis

Categorie 5

Vogels

grote bonte specht

Dendrocopos major

Categorie 5

Vogels

hop

Upupa epops

Categorie 5

Vogels

huiszwaluw

Delichon urbicum

Categorie 5

Vogels

ijsvogel

Alcedo atthis

Categorie 5

Vogels

kleine bonte specht

Dendrocopos minor

Categorie 5

Vogels

kleine vliegenvanger

Ficedula parva

Categorie 5

Vogels

koolmees

Parus major

Categorie 5

Vogels

kortsnavelboomkruiper

Certhia familiaris macrodactyla Categorie 5

Vogels

oeverzwaluw

Riparia riparia

Categorie 5

Vogels

pimpelmees

Parus caeruleus

Categorie 5

Vogels

raaf

Corvus corax

Categorie 5

Vogels

ruigpootuil

Aegolius funereus

Categorie 5

Vogels

spreeuw

Sturnus vulgaris

Categorie 5

Vogels

tapuit

Oenanthe oenanthe

Categorie 5

Vogels

torenvalk

Falco tinnunculus

Categorie 5

Vogels

zeearend

Haliaeetus albicilla

Categorie 5

Vogels

zwarte kraai

Corvus corone

Categorie 5

Vogels

zwarte mees

Periparus ater

Categorie 5

Vogels

zwarte roodstaart

Phoenicurus ochruros

Categorie 5

Vogels

zwarte specht

Dryocopus martius

Categorie 5

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Rogier van Leefdaelstraat 23 te Hilvarenbeek.

26

BIJLAGE 2

BESCHERMDE SOORTEN HABITATRICHTLIJN

(NIET VOGELS) Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten bedoeld in art. 3.5 van de Wnb. Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bescherming

Sporenplantenbladmossen

geel schorpioenmos

Hamatocaulis vernicosus

Bern I

Sporenplantenbladmossen

tonghaarmuts

Orthotrichum rogeri

Bern I

Sporenplanten-varens

kleine vlotvaren

Salvinia natans

Bern I

Zaadplanten

liggende raket

Sisymbrium supinum

Bern I

Zaadplanten

drijvende waterweegbree

Luronium natans

Bern I, HR IV

Zaadplanten

groenknolorchis

Liparis loeselii

Bern I, HR IV

Zaadplanten

kruipend moerasscherm

Apium repens

Bern I, HR IV

Zaadplanten

zomerschroeforchis

Spiranthes aestivalis

Bern I, HR IV

Insecten-dagvlinders

moerasparelmoervlinder

Euphydryas aurinia ssp. aurinia

Bern II

Insecten-haften

oeveraas

Palingenia longicauda

Bern II

Insecten-libellen

mercuurwaterjuffer

Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale

Bern II

Zoogdierenzeezoogdieren

walrus

Odobenus rosmarus ssp. rosmarus

Bern II

Reptielen

dikkopschildpad

Caretta caretta

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

kemp's zeeschildpad

Lepidochelys kempii

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

lederschildpad

Dermochelys coriacea

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

soepschildpad

Chelonia mydas

Bern II, Bon I, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

bultrug

Megaptera novaeangliae

Bern II, Bon I, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

gewone vinvis

Balaenoptera physalus

Bern II, Bon I, HR IV

Amfibiëen

boomkikker

Hyla arborea ssp. arborea

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11457432/1